Elohim Bijbel

Galaten 2

123456

Het bezoek aan Jeruzalem, Kefas in Antiochië en rechtvaardig verklaard door het geloof

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Paulus, Barnabas en Titus in Jeruzalem

1Daarna ging ik na 14 jaar opnieuw op naar Jeruzalem, samen met Barnabas. Ik nam ook Titus mee.
Ἔπειτα
(Epeita)
daarna
διὰ
(dia)
na
δεκατεσσάρων
(dekatessaron)
14
ἐτῶν
(eton)
jaren
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἀνέβην
(aneben)
ging ik op
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
μετὰ
(meta)
met
Βαρναβᾶ
(Barnaba)
Barnabas
συμπαραλαβὼν
(symparalabon)
meegenomen hebbend
καὶ
(kai)
ook
Τίτον
(Titon)
Titus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

‘Na 14 jaar’: de tekst zegt niet vanaf welk moment Paulus telt, vanaf zijn roeping of vanaf het bezoek van 1:18.

Dit bezoek wordt vaak vergeleken met de vergadering in Jeruzalem die Hand. 15 beschrijft (of met het bezoek van Hand. 11:30); of het hetzelfde bezoek is, zegt de tekst niet. Τίτος (Titos), ‘Titus’: een medewerker van Paulus; Handelingen noemt hem niet.

Zie ook Hand. 15:1–29; Hand. 11:30; Gal. 1:18.

2Ik ging op vanwege een onthulling. Ik legde hun de goede boodschap voor die ik onder de volken verkondig. Apart legde ik haar voor aan de aanzienlijken, voor het geval dat ik tevergeefs loop of gelopen heb.
ἀνέβην
(aneben)
ging ik op
δὲ
(de)
maar
κατὰ
(kata)
volgens
ἀποκάλυψιν
(apokalypsin)
onthulling
καὶ
(kai)
en
ἀνεθέμην
(anethemen)
legde ik voor
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
ὃ
(ho)
die
κηρύσσω
(kerysso)
ik verkondig
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
κατ’
(kat’)
naar
ἰδίαν
(idian)
afzonderlijk
δὲ
(de)
maar
τοῖς
(tois)
aan de
δοκοῦσιν
(dokousin)
aanzienlijken
μή
(me)
niet
πως
(pos)
misschien
εἰς
(eis)
tot
κενὸν
(kenon)
leegte
τρέχω
(trecho)
ik loop
ἢ
(e)
of
ἔδραμον
(edramon)
ik liep
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ ἀποκάλυψιν (kata apokalypsin), ‘vanwege een onthulling’: Paulus ging op omdat hij een onthulling had ontvangen. κηρύσσω (keryso), ‘verkondigen’: als heraut luid bekendmaken. οἱ δοκοῦντες (hoi dokountes), ‘de aanzienlijken’: letterlijk ‘zij die geacht worden’; de leiders in Jeruzalem (vers 9).

Het Grieks zegt niet wie ‘hun’ zijn, waarschijnlijk de gemeente in Jeruzalem.

Bij ‘apart … aan de aanzienlijken’ heeft het Grieks geen werkwoord; wij nemen ‘legde ik haar voor’ uit het eerste deel over.

‘Tevergeefs lopen’ is een beeld uit de hardloopwedstrijd: zijn werk zou zinloos zijn.

Zie ookGal 2:9
3Maar zelfs Titus, die bij mij was en een Griek is, werd niet gedwongen zich te laten besnijden.
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐδὲ
(oude)
zelfs niet
Τίτος
(Titos)
Titus
ὁ
(ho)
die
σὺν
(syn)
met
ἐμοί
(emoi)
mij
Ἕλλην
(Hellen)
Griek
ὤν
(on)
zijnde
ἠναγκάσθη
(enankasthe)
werd gedwongen
περιτμηθῆναι
(peritmethenai)
zich te laten besnijden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἕλλην (Hellen), ‘Griek’: hier iemand uit de volken, een niet-Jood. περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’: het wegsnijden van de voorhuid, het teken van het verbond met Abraham.

De vraag was of niet-Joden eerst Joods moesten worden.

Zie ook Gen. 17:10–12; Hand. 15:1.

4Maar vanwege de binnengeslopen valse broers, die binnengekomen waren om onze vrijheid te bespieden die wij in Yeshua de Messias hebben. Zij wilden ons tot knechten maken.
διὰ
(dia)
vanwege
δὲ
(de)
maar
τοὺς
(tous)
de
παρεισάκτους
(pareisaktous)
binnengeslopen
ψευδαδέλφους
(pseudadelphous)
valse broers
οἵτινες
(hoitines)
die
παρεισῆλθον
(pareiselthon)
kwamen binnen
κατασκοπῆσαι
(kataskopesai)
te bespieden
τὴν
(ten)
de
ἐλευθερίαν
(eleutherian)
vrijheid
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἣν
(hen)
die
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἵνα
(hina)
opdat
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καταδουλώσουσιν
(katadoulosousin)
zij tot knechten zullen maken
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse zin breekt hier af: ‘vanwege de binnengeslopen valse broers …’ krijgt geen eigen werkwoord, en vers 5 begint met ‘aan wie’.

Wij hebben er twee korte zinnen van gemaakt en ‘Zij wilden’ aangevuld voor ἵνα (hina), ‘opdat’. ψευδάδελφοι (pseudadelfoi), ‘valse broers’: mensen die zich broers noemden. παρείσακτος (pareisaktos), ‘binnengeslopen’: heimelijk binnengebracht. κατασκοπέω (kataskopeo), ‘bespieden’: als spion onderzoeken. ἐλευθερία (eleutheria), ‘vrijheid’. καταδουλόω (katadouloo), ‘tot knechten maken’: van δοῦλος (doulos), ‘knecht’, letterlijk ‘slaaf’.

Zie ookGal 2:5
5Wij hebben hun zelfs voor een uur niet toegegeven door ons te onderwerpen, opdat de waarheid van de goede boodschap bij jullie zou blijven.
οἷς
(hois)
aan wie
οὐδὲ
(oude)
zelfs niet
πρὸς
(pros)
voor
ὥραν
(horan)
een uur
εἴξαμεν
(eixamen)
gaven wij toe
τῇ
(te)
aan de
ὑποταγῇ
(hypotage)
onderwerping
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
τοῦ
(tou)
van de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
διαμείνῃ
(diameine)
blijft
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἴκω (eiko), ‘toegeven’. ὑποταγή (hypotage), ‘onderwerping’: ook hier kan het gaan om onderwerping aan de eis van de valse broers.

‘Voor een uur niet’ betekent: niet het minste moment.

6Van hen die geacht worden iets te zijn: hoe zij ooit waren, maakt voor mij geen verschil. Elohim ziet de persoon van een mens niet aan. Want mij hebben de aanzienlijken niets toegevoegd,
ἀπὸ
(apo)
van
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
die
δοκούντων
(dokounton)
geacht worden
εἶναί
(einai)
te zijn
τι
(ti)
iets
ὁποῖοί
(hopoioi)
hoedanig
ποτε
(pote)
eens
ἦσαν
(esan)
zij waren
οὐδέν
(ouden)
niets
μοι
(moi)
voor mij
διαφέρει
(diapherei)
maakt verschil
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
οὐ
(ou)
niet
λαμβάνει
(lambanei)
neemt aan
ἐμοὶ
(emoi)
aan mij
γὰρ
(gar)
want
οἱ
(hoi)
de
δοκοῦντες
(dokountes)
aanzienlijken
οὐδὲν
(ouden)
niets
προσανέθεντο
(prosanethento)
voegden toe
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zin in de verzen 6–9 is in het Grieks moeilijk: hij begint met ‘van hen die geacht worden iets te zijn’ en zet daarna niet door met een werkwoord bij die woorden.

Wij hebben die inleiding laten staan en de rest in korte zinnen gezet. δοκέω (dokeo), ‘geacht worden’: ook ‘schijnen’. πρόσωπον … λαμβάνει (prosopon … lambanei), letterlijk ‘het gezicht niet aannemen’: iemand om zijn positie voortrekken.

Dit lijkt op Deut. 10:17, waar Elohim niemand voortrekt; het Hebreeuws heeft letterlijk dat Hij ‘het gezicht niet opheft’. προσανατίθεμαι (prosanatithemai), ‘toevoegen’: hier wat de aanzienlijken Paulus nog meegaven; het is hetzelfde werkwoord als in 1:16 (‘te rade gaan bij’).

Zie ook Deut. 10:17; Gal. 1:16.

7maar integendeel: zij zagen dat mij de goede boodschap voor de onbesnedenheid is toevertrouwd, zoals Petrus die voor de besnijdenis.
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοὐναντίον
(tounantion)
integendeel
ἰδόντες
(idontes)
gezien hebbend
ὅτι
(hoti)
dat
πεπίστευμαι
(pepisteumai)
ik ben toevertrouwd
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
τῆς
(tes)
van de
ἀκροβυστίας
(akrobystias)
onbesnedenheid
καθὼς
(kathos)
zoals
Πέτρος
(Petros)
Petrus
τῆς
(tes)
van de
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστεύω (pisteuo), ‘geloven’; in de lijdende vorm πεπίστευμαι (pepisteumai): ‘mij is toevertrouwd’. ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: letterlijk ‘voorhuid’.

Net als ‘de besnijdenis’ (περιτομή, peritome) staat het hier voor de mensen: ‘de onbesnedenheid’ zijn de niet-Joden, ‘de besnijdenis’ de besneden Joden.

Wij houden in heel de brief ‘onbesnedenheid’ (zie 5:6 en 6:15). Πέτρος (Petros), ‘Petrus’: dezelfde man als Kefas in 1:18 en 2:9.

Zie ook Gal. 1:18.

Zie ookGal 1:18
8Want Hij die in Petrus werkte voor het apostelschap voor de besnijdenis, werkte ook in mij voor de volken.
ὁ
(ho)
Hij die
γὰρ
(gar)
want
ἐνεργήσας
(energesas)
gewerkt heeft
Πέτρῳ
(Petro)
in Petrus
εἰς
(eis)
tot
ἀποστολὴν
(apostolen)
apostelschap
τῆς
(tes)
van de
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
ἐνήργησεν
(energesen)
werkte
καὶ
(kai)
ook
ἐμοὶ
(emoi)
in mij
εἰς
(eis)
tot
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνεργέω (energeo), ‘werken’: werkzaam zijn.

Het Grieks heeft ‘Petrus’ in de derde naamval: dat kan ‘in Petrus’ of ‘voor Petrus’ betekenen; wij kiezen ‘in’. ἀποστολή (apostole), ‘apostelschap’: de zending als apostel.

9En Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht worden zuilen te zijn, erkenden de genade die mij gegeven was. Zij gaven mij en Barnabas hun rechterhand als teken van gemeenschap, opdat wij naar de volken zouden gaan en zij naar de besnijdenis.
καὶ
(kai)
en
γνόντες
(gnontes)
erkend hebbend
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τὴν
(ten)
die
δοθεῖσάν
(dotheisan)
gegeven is
μοι
(moi)
aan mij
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
καὶ
(kai)
en
Κηφᾶς
(Kephas)
Kefas
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
οἱ
(hoi)
die
δοκοῦντες
(dokountes)
geacht worden
στῦλοι
(styloi)
zuilen
εἶναι
(einai)
te zijn
δεξιὰς
(dexias)
rechterhanden
ἔδωκαν
(edokan)
gaven zij
ἐμοὶ
(emoi)
aan mij
καὶ
(kai)
en
Βαρναβᾷ
(Barnaba)
Barnabas
κοινωνίας
(koinonias)
van gemeenschap
ἵνα
(hina)
opdat
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
αὐτοὶ
(autoi)
zij
δὲ
(de)
maar
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
περιτομήν
(peritomen)
besnijdenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

Κηφᾶς (Kefas): zie 1:18. στῦλος (stylos), ‘zuil’: een steunpilaar; hier de leiders van de gemeente in Jeruzalem. δεξιὰς … κοινωνίας (dexias … koinonias), ‘rechterhanden van gemeenschap’: een handdruk als teken van verbondenheid.

Het ‘als teken’ en het ‘gaan’ hebben wij aangevuld. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: samen delen.

Zie ook Hand. 15:6–12; Hand. 15:19–21.

10Alleen opdat wij aan de armen zouden denken. Juist dat heb ik ook ijverig getracht te doen.
μόνον
(monon)
alleen
τῶν
(ton)
van de
πτωχῶν
(ptochon)
armen
ἵνα
(hina)
opdat
μνημονεύωμεν
(mnemoneuomen)
wij denken
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
ἐσπούδασα
(espoudasa)
ik beijverde mij
αὐτὸ
(auto)
juist
τοῦτο
(touto)
dit
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πτωχός (ptochos), ‘arme’: wie niets bezit; waarschijnlijk de armen in de gemeente in Jeruzalem. μνημονεύω (mnemoneuo), ‘denken aan’. σπουδάζω (spoudazo), ‘zich beijveren’.

Zie ook Hand. 11:29–30.

Paulus en Kefas in Antiochië

11Maar toen Kefas in Antiochië kwam, stond ik hem in zijn gezicht tegen, omdat hij veroordeeld was.
Ὅτε
(Hote)
toen
δὲ
(de)
maar
ἦλθεν
(elthen)
kwam
Κηφᾶς
(Kephas)
Kefas
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
κατὰ
(kata)
in
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
αὐτῷ
(auto)
hem
ἀντέστην
(antesten)
stond ik tegen
ὅτι
(hoti)
omdat
κατεγνωσμένος
(kategnosmenos)
veroordeeld
ἦν
(en)
hij was
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Uitleg

Ἀντιόχεια (Antiocheia), ‘Antiochië’: de stad in Syrië waar Joden en niet-Joden in dezelfde gemeente zaten. κατὰ πρόσωπον (kata prosopon), ‘in zijn gezicht’: openlijk. καταγινώσκω (kataginosko), ‘veroordelen’; in de lijdende vorm: ‘veroordeeld zijn’.

Het Grieks zegt niet door wie: Kefas stond in zijn ongelijk of werd door zijn gedrag veroordeeld.

Zie ook Hand. 11:19–26; Hand. 15:35.

12Want voordat sommigen van Jakobus kwamen, at hij samen met de mensen uit de volken. Maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af, uit angst voor hen die uit de besnijdenis waren.
πρὸ
(pro)
vóór
τοῦ
(tou)
het
γὰρ
(gar)
want
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
τινας
(tinas)
sommigen
ἀπὸ
(apo)
van
Ἰακώβου
(Iakobou)
Jakobus
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
συνήσθιεν
(synesthien)
at hij samen
ὅτε
(hote)
toen
δὲ
(de)
maar
ἦλθον
(elthon)
zij kwamen
ὑπέστελλεν
(hypestellen)
trok hij terug
καὶ
(kai)
en
ἀφώριζεν
(aphorizen)
zonderde af
ἑαυτόν
(heauton)
zichzelf
φοβούμενος
(phoboumenos)
vrezend
τοὺς
(tous)
hen
ἐκ
(ek)
uit
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνεσθίω (synesthio), ‘samen eten’: de maaltijd met niet-Joden.

Wij schrijven ‘de mensen uit de volken’, omdat ‘de volken’ alleen in het Nederlands moeilijk als personen te lezen is. ὑποστέλλω (hypostello), ‘zich terugtrekken’. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’: hetzelfde werkwoord als in 1:15. οἱ ἐκ περιτομῆς (hoi ek peritomes), ‘zij die uit de besnijdenis zijn’: Joden die aan de besnijdenis vasthielden; vergelijk Hand. 11:2.

Zie ook Hand. 11:2; Gal. 1:15.

13Ook de overige Joden huichelden met hem mee, zodat zelfs Barnabas door hun huichelarij werd meegesleept.
καὶ
(kai)
en
συνυπεκρίθησαν
(synypekrithesan)
huichelden mee
αὐτῷ
(auto)
met hem
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
λοιποὶ
(loipoi)
overige
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ὥστε
(hoste)
zodat
καὶ
(kai)
zelfs
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
συναπήχθη
(synapechthe)
werd meegevoerd
αὐτῶν
(auton)
hun
τῇ
(te)
door de
ὑποκρίσει
(hypokrisei)
huichelarij
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνυποκρίνομαι (synypokrinomai), ‘meehuichelen’: meespelen in een rol. ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’: doen alsof. συναπάγω (synapago), ‘meevoeren’: meegesleept worden.

Barnabas was met Paulus meegegaan naar Jeruzalem (vers 1).

Zie ook Gal. 2:1.

Zie ookGal 2:1
14Maar ik zag dat zij niet rechtuit liepen naar de waarheid van de goede boodschap. Toen zei ik tegen Kefas, voor ogen van allen: „Als jij, een Jood, leeft zoals de volken en niet zoals de Joden, hoe dwing je dan de volken als Joden te leven?”
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅτε
(hote)
toen
εἶδον
(eidon)
ik zag
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
ὀρθοποδοῦσιν
(orthopodousin)
rechtuit lopen zij
πρὸς
(pros)
naar
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
τοῦ
(tou)
van de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
εἶπον
(eipon)
zei ik
τῷ
(to)
aan
Κηφᾷ
(Kepha)
Kefas
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
πάντων
(panton)
allen
Εἰ
(Ei)
als
σὺ
(sy)
jij
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
ἐθνικῶς
(ethnikos)
zoals de volken
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
Ἰουδαϊκῶς
(Ioudaikos)
zoals de Joden
ζῇς
(zes)
leeft
πῶς
(pos)
hoe
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἀναγκάζεις
(anankazeis)
dwing je
Ἰουδαΐζειν
(Ioudaizein)
als Jood te leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀρθοποδέω (orthopodeo), ‘rechtuit lopen’: letterlijk ‘rechte voeten hebben’, dat wil zeggen: de rechte weg gaan. ἐθνικῶς (ethnikos), ‘zoals de volken’; Ἰουδαϊκῶς (Ioudaikos), ‘zoals de Joden’; Ἰουδαΐζω (Ioudaizo), ‘als Jood leven’.

Waar de woorden tot Kefas ophouden, zegt het Grieks niet.

Wij sluiten de aanhaling na vers 14; de verzen 15–21 lezen wij als Paulus’ uitleg, die Kefas en ook de Galaten aangaat.

Sommige lezers laten de toespraak doorlopen tot en met vers 21; het Grieks heeft geen aanhalingstekens.

Zie ook Hand. 15:1–11.

Rechtvaardig verklaard door het geloof

15Wij zijn van nature Joden en geen zondaars uit de volken,
Ἡμεῖς
(Hemeis)
wij
φύσει
(physei)
van nature
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
ἁμαρτωλοί
(hamartoloi)
zondaars
Bron: SBLGNT
Uitleg

φύσει (physei), ‘van nature’: door geboorte. ἁμαρτωλοί (hamartoloi), ‘zondaars’: de uitdrukking ‘zondaars uit de volken’ zegt hoe Joden naar niet-Joden keken, die de wet niet hadden.

De zin loopt door in vers 16.

Zie ookGal 2:16
16maar wij weten dat een mens niet rechtvaardig verklaard wordt uit werken van de wet, behalve door het geloof in Yeshua de Messias. Ook wij hebben in Yeshua de Messias geloofd. Zo zouden wij rechtvaardig verklaard worden uit het geloof in de Messias en niet uit werken van de wet. Want uit werken van de wet zal geen enkel vlees rechtvaardig verklaard worden.
εἰδότες
(eidotes)
wetend
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
δικαιοῦται
(dikaioutai)
wordt rechtvaardig verklaard
ἄνθρωπος
(anthropos)
een mens
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
νόμου
(nomou)
van de wet
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
διὰ
(dia)
door
πίστεως
(pisteos)
geloof
Ἰησοῦ
(Iesou)
in Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
εἰς
(eis)
in
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ἐπιστεύσαμεν
(episteusamen)
hebben geloofd
ἵνα
(hina)
opdat
δικαιωθῶμεν
(dikaiothomen)
wij rechtvaardig verklaard worden
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
Χριστοῦ
(Christou)
in de Messias
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
νόμου
(nomou)
van de wet
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
νόμου
(nomou)
van de wet
οὐ
(ou)
niet
δικαιωθήσεται
(dikaiothesetai)
zal rechtvaardig verklaard worden
πᾶσα
(pasa)
alle
σάρξ
(sarx)
vlees
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: een woord uit de rechtbank, ‘vrijspreken, in het gelijk stellen’.

Wij schrijven overal ‘rechtvaardig verklaren’; δικαιοσύνη (dikaiosyne) is ‘gerechtigheid’. νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse תּוֹרָה (tora), ‘onderwijs, instructie’. ἔργα νόμου (erga nomou), ‘werken van de wet’: wat men doet om de wet te houden. πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ (pisteos Iesou Christou): wij vertalen ‘het geloof in Yeshua de Messias’; de Griekse tweede naamval kan ook ‘het geloof van’ of ‘de trouw van Yeshua de Messias’ betekenen.

Hetzelfde geldt voor πίστεως Χριστοῦ (‘uit het geloof in de Messias’) verderop in dit vers, voor 2:20 en voor 3:22. ἐὰν μή (ean me), ‘behalve’: kan ook gelezen worden als ‘maar alleen’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: ‘geen enkel vlees’ betekent geen enkel mens; zie bij 3:3.

De slotwoorden lijken op Ps. 143:2, waar staat dat niemand die leeft rechtvaardig is voor Elohim.

Zie ook Ps. 143:2; Gal. 3:11; Gal. 3:22.

17Maar wij zoeken rechtvaardig verklaard te worden in de Messias. Als wij zelf ook zondaars blijken te zijn, is de Messias dan een dienaar van de zonde? Dat nooit!
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ζητοῦντες
(zetountes)
zoekend
δικαιωθῆναι
(dikaiothenai)
rechtvaardig verklaard te worden
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
εὑρέθημεν
(heurethemen)
werden bevonden
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
ἁμαρτωλοί
(hamartoloi)
zondaars
ἆρα
(ara)
dan toch
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἁμαρτίας
(hamartias)
van zonde
διάκονος
(diakonos)
dienaar
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁμαρτωλοί (hamartoloi), ‘zondaars’: zie vers 15. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. μὴ γένοιτο (me genoito), letterlijk ‘moge het niet gebeuren’: wij schrijven ‘Dat nooit!’, een sterke ontkenning die Paulus vaker gebruikt (3:21).

Zie ook Gal. 3:21.

18Want als ik wat ik heb afgebroken, opnieuw opbouw, toon ik mezelf aan als overtreder.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἃ
(ha)
wat
κατέλυσα
(katelysa)
ik afbrak
ταῦτα
(tauta)
dit
πάλιν
(palin)
opnieuw
οἰκοδομῶ
(oikodomo)
ik bouw op
παραβάτην
(parabaten)
overtreder
ἐμαυτὸν
(emauton)
mezelf
συνιστάνω
(synistano)
toon ik aan
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταλύω (katalyo), ‘afbreken’, en οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: het beeld van een gebouw dat afgebroken en weer opgezet wordt.

Waarschijnlijk is wat Paulus afbrak, het vertrouwen op de wet als weg om rechtvaardig verklaard te worden. παραβάτης (parabates), ‘overtreder’. συνίστημι (synistemi), ‘aantonen’: ook ‘aanbevelen’.

Met de Messias gekruisigd

19Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, om voor Elohim te leven. Met de Messias ben ik gekruisigd.
ἐγὼ
(ego)
ik
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
door
νόμου
(nomou)
wet
νόμῳ
(nomo)
voor de wet
ἀπέθανον
(apethanon)
ben gestorven
ἵνα
(hina)
opdat
θεῷ
(theo)
voor Elohim
ζήσω
(zeso)
ik leef
Χριστῷ
(Christo)
met de Messias
συνεσταύρωμαι
(synestauromai)
ben ik gekruisigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Door de wet … voor de wet gestorven’: het Grieks zegt niet nader hoe de wet Paulus tot sterven bracht en wat ‘voor de wet gestorven’ precies inhoudt, namelijk dat de wet geen aanspraak meer op hem heeft. συσταυρόω (systauroo), ‘samen kruisigen’: Paulus is met de Messias gekruisigd; vergelijk 6:14.

Zie ook Gal. 6:14.

Zie ookGal 6:14
20Niet meer ik leef, maar de Messias leeft in mij. Wat ik nu in het vlees leef, leef ik in het geloof in de Zoon van Elohim. Hij heeft mij liefgehad en Zichzelf voor mij overgegeven.
ζῶ
(zo)
ik leef
δὲ
(de)
maar
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐγώ
(ego)
ik
ζῇ
(ze)
leeft
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
mij
Χριστός
(Christos)
de Messias
ὃ
(ho)
wat
δὲ
(de)
maar
νῦν
(nyn)
nu
ζῶ
(zo)
ik leef
ἐν
(en)
in
σαρκί
(sarki)
vlees
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
ζῶ
(zo)
leef ik
τῇ
(te)
dat
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
die
ἀγαπήσαντός
(agapesantos)
liefgehad heeft
με
(me)
mij
καὶ
(kai)
en
παραδόντος
(paradontos)
overgegeven heeft
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἐμοῦ
(emou)
mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν πίστει … τῇ τοῦ υἱοῦ τοῦ θεοῦ (en pistei … te tou huiou tou theou), letterlijk ‘in het geloof dat van de Zoon van Elohim is’: wij schrijven ‘het geloof in de Zoon van Elohim’; het Grieks kan ook ‘het geloof van de Zoon van Elohim’ betekenen (zie vers 16). σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het gewone menselijke leven in het lichaam. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: vergelijk 1:4.

Zie ook Gal. 1:4.

21Ik maak de genade van Elohim niet ongeldig. Want als er gerechtigheid is door de wet, dan is de Messias dus voor niets gestorven.
οὐκ
(ouk)
niet
ἀθετῶ
(atheto)
maak ik ongeldig
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
door
νόμου
(nomou)
wet
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
ἄρα
(ara)
dan
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
δωρεὰν
(dorean)
voor niets
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀθετέω (atheteo), ‘ongeldig maken’: ook ‘terzijde schuiven’; hetzelfde werkwoord staat in 3:15. δωρεάν (dorean), ‘voor niets’: ook ‘om niet’, ‘zonder reden’.

Zie ook Gal. 3:15.

Zie ookGal 3:15