Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De achtste plaag: sprinkhanen
1Yahweh zei tot Mozes: „Ga naar de farao, want Ik heb zijn hart en het hart van zijn dienaren zwaar gemaakt, opdat Ik deze tekenen van Mij in zijn midden stel,
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
בֹּ֖א
(bo)
ga
אֶל
(el)
naar
פַּרְעֹ֑ה
(paro)
de farao
כִּֽי
(ki)
want
אֲנִ֞י
(ani)
Ik
הִכְבַּ֤דְתִּי
(hikhbadti)
heb zwaar gemaakt
אֶת
(et)
(obj.)
לִבּוֹ֙
(libo)
zijn hart
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
עֲבָדָ֔יו
(avadav)
zijn dienaren
לְמַ֗עַן
(lemaan)
opdat
שִׁתִ֛י
(shiti)
Ik zou stellen
אֹתֹתַ֥י
(ototay)
Mijn tekenen
אֵ֖לֶּה
(ele)
deze
בְּקִרְבּֽוֹ
(beqirbo)
in zijn midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Yahweh vertelt hier waarom Hij het hart van de farao zwaar maakt: opdat de tekenen zichtbaar zijn en latere generaties ze kunnen navertellen (vers 2; zie ook 12:26–27; 13:8, 14).
2en opdat je in de oren van je zoon en van de zoon van je zoon vertelt wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan en welke tekenen Ik onder hen heb gedaan. Zo zullen jullie weten dat Ik Yahweh ben.”
וּלְמַ֡עַן
(ulemaan)
en opdat
תְּסַפֵּר֩
(tesaper)
je vertelt
בְּאָזְנֵ֨י
(beazenei)
in de oren van
בִנְךָ֜
(binkha)
je zoon
וּבֶן
(uven)
en de zoon van
בִּנְךָ֗
(binkha)
je zoon
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wat
הִתְעַלַּ֨לְתִּי֙
(hitalalti)
Ik heb gespeeld
בְּמִצְרַ֔יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֹתֹתַ֖י
(ototay)
Mijn tekenen
אֲשֶׁר
(asher)
die
שַׂ֣מְתִּי
(samti)
Ik heb gedaan
בָ֑ם
(bam)
onder hen
וִֽידַעְתֶּ֖ם
(vidatem)
en jullie zullen weten
כִּי
(ki)
dat
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הִתְעַלַּלְתִּי (hit‘allalti) is letterlijk ‘Ik heb gespeeld met’ of ‘Ik heb Mij vermaakt met’; het werkwoord betekent in 1 Sam. 6:6 ‘spotten met’.
Wij vertalen: ‘wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan’.
3Mozes en Aäron gingen naar de farao en zeiden tot hem: „Zo zegt Yahweh, Elohim van de Hebreeën: ‘Hoe lang weiger je nog je voor Mij te verootmoedigen? Laat Mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen.
וַיָּבֹ֨א
(vayavo)
en kwamen
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹן֮
(veaharon)
en Aäron
אֶל
(el)
naar
פַּרְעֹה֒
(paro)
de farao
וַיֹּאמְר֣וּ
(vayomru)
en zeiden
אֵלָ֗יו
(elav)
tot hem
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֤ר
(amar)
zegt
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
הָֽעִבְרִ֔ים
(haivrim)
de Hebreeën
עַד
(ad)
tot
מָתַ֣י
(matay)
wanneer
מֵאַ֔נְתָּ
(meanta)
weiger je
לֵעָנֹ֖ת
(leanot)
je te verootmoedigen
מִפָּנָ֑י
(mipanay)
voor Mij
שַׁלַּ֥ח
(shalach)
laat gaan
עַמִּ֖י
(ami)
Mijn volk
וְיַֽעַבְדֻֽנִי
(veyaavduni)
opdat zij Mij dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De tekst gebruikt ‘je verootmoedigen’ (לֵעָנֹת, le’anot) tegenover de farao, dezelfde wortel als ‘onderdrukken’ in 1:11, 12.
De farao heeft de Hebreeën vernederd; nu wordt hij gevraagd zich te vernederen.
5Zij zullen het oppervlak van het land bedekken, zodat men het land niet meer kan zien. Zij zullen de rest opeten die jullie na de hagel is overgebleven, en zij zullen alle bomen opeten die voor jullie uit het veld opschieten.
וְכִסָּה֙
(vekhisa)
en zullen bedekken
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֣ין
(ein)
het oog van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יוּכַ֖ל
(yukhal)
zal men kunnen
לִרְאֹ֣ת
(lirot)
zien
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
וְאָכַ֣ל
(veakhal)
en zullen eten
אֶת
(et)
(obj.)
יֶ֣תֶר
(yeter)
het overige van
הַפְּלֵטָ֗ה
(hapeleta)
het ontkomene
הַנִּשְׁאֶ֤רֶת
(hanisheret)
het overgebleven
לָכֶם֙
(lakhem)
voor jullie
מִן
(min)
van
הַבָּרָ֔ד
(habarad)
de hagel
וְאָכַל֙
(veakhal)
en zullen eten
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הָעֵ֔ץ
(haets)
bomen
הַצֹּמֵ֥חַ
(hatsomeach)
die uitspruiten
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
מִן
(min)
uit
הַשָּׂדֶֽה
(hasade)
het veld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zij zullen je huizen vullen, de huizen van al je dienaren en de huizen van heel Egypte. Je vaders en de vaders van je vaders hebben dat nooit gezien, vanaf de dag dat zij op de aarde waren tot op deze dag.’” Hij keerde zich om en ging van de farao weg.
וּמָלְא֨וּ
(umaleu)
en zullen vullen
בָתֶּ֜יךָ
(bateikha)
je huizen
וּבָתֵּ֣י
(uvatei)
en de huizen van
כָל
(kal)
alle
עֲבָדֶיךָ֮
(avadeikha)
je dienaren
וּבָתֵּ֣י
(uvatei)
en de huizen van
כָל
(kal)
alle
מִצְרַיִם֒
(mitsrayim)
Egypte
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
לֹֽא
(lo)
niet
רָא֤וּ
(rau)
zagen
אֲבֹתֶ֨יךָ֙
(avoteikha)
je vaders
וַאֲב֣וֹת
(vaavot)
en de vaders van
אֲבֹתֶ֔יךָ
(avoteikha)
je vaders
מִיּ֗וֹם
(miyom)
vanaf de dag
הֱיוֹתָם֙
(heyotam)
dat zij waren
עַל
(al)
op
הָ֣אֲדָמָ֔ה
(haadama)
de aarde
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
וַיִּ֥פֶן
(vayifen)
en hij keerde zich
וַיֵּצֵ֖א
(vayetse)
en ging uit
מֵעִ֥ם
(meim)
van bij
פַּרְעֹֽה
(paro)
de farao
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
7De dienaren van de farao zeiden tot hem: „Hoe lang nog zal deze man ons tot een valstrik zijn? Laat de mannen gaan, dat zij Yahweh, hun Elohim, dienen. Weet u nog niet dat Egypte te gronde gaat?”
וַיֹּאמְרוּ֩
(vayomru)
en zeiden
עַבְדֵ֨י
(avdei)
de dienaren van
פַרְעֹ֜ה
(paro)
de farao
אֵלָ֗יו
(elav)
tot hem
עַד
(ad)
tot
מָתַי֙
(matay)
wanneer
יִהְיֶ֨ה
(yihye)
zal zijn
זֶ֥ה
(ze)
deze
לָ֨נוּ֙
(lanu)
voor ons
לְמוֹקֵ֔שׁ
(lemoqesh)
tot een valstrik
שַׁלַּח֙
(shalach)
laat gaan
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣אֲנָשִׁ֔ים
(haanashim)
de mannen
וְיַֽעַבְד֖וּ
(veyaavdu)
opdat zij dienen
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיהֶ֑ם
(eloheihem)
hun Elohim
הֲטֶ֣רֶם
(haterem)
nog niet
תֵּדַ֔ע
(teda)
weet je
כִּ֥י
(ki)
dat
אָבְדָ֖ה
(aveda)
te gronde gaat
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
מוֹקֵשׁ (moqesh), ‘valstrik’: de dienaren zien Mozes als een gevaar voor Egypte.
9Mozes zei: „Wij gaan met onze jongeren en onze ouderen, met onze zonen en onze dochters, met ons kleinvee en ons rundvee zullen wij gaan, want wij hebben een feest van Yahweh.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
בִּנְעָרֵ֥ינוּ
(binareinu)
met onze jongeren
וּבִזְקֵנֵ֖ינוּ
(uvizqeneinu)
en met onze ouderen
נֵלֵ֑ךְ
(nelekh)
zullen wij gaan
בְּבָנֵ֨ינוּ
(bevaneinu)
met onze zonen
וּבִבְנוֹתֵ֜נוּ
(uvivnotenu)
en met onze dochters
בְּצֹאנֵ֤נוּ
(betsonenu)
met ons kleinvee
וּבִבְקָרֵ֨נוּ֙
(uvivqarenu)
en met ons rundvee
נֵלֵ֔ךְ
(nelekh)
zullen wij gaan
כִּ֥י
(ki)
want
חַג
(chag)
feest van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לָֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Mozes eist dat iedereen gaat, met jong en oud, zonen en dochters, vee en kudden.
De farao wil alleen de mannen laten gaan (vers 11).
12Yahweh zei tot Mozes: „Strek je hand uit over het land Egypte voor de sprinkhanen, dat zij over het land Egypte opkomen en al het gewas van het land opeten, alles wat de hagel heeft laten staan.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
נְטֵ֨ה
(nete)
strek uit
יָדְךָ֜
(yadekha)
je hand
עַל
(al)
over
אֶ֤רֶץ
(erets)
het land van
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
Egypte
בָּֽאַרְבֶּ֔ה
(baarbe)
voor de sprinkhanen
וְיַ֖עַל
(veyaal)
opdat zij opkomen
עַל
(al)
over
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְיֹאכַל֙
(veyokhal)
en eten
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
עֵ֣שֶׂב
(esev)
kruid van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֵ֛ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
הִשְׁאִ֖יר
(hishir)
overliet
הַבָּרָֽד
(habarad)
de hagel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
13Mozes strekte zijn staf uit over het land Egypte, en Yahweh dreef een oostenwind over het land, heel die dag en heel die nacht. Toen het morgen werd, had de oostenwind de sprinkhanen meegebracht.
וַיֵּ֨ט
(vayet)
en strekte uit
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
מַטֵּהוּ֮
(matehu)
zijn staf
עַל
(al)
over
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land van
מִצְרַיִם֒
(mitsrayim)
Egypte
וַֽיהוָ֗ה
(vaYahweh)
en Yahweh
נִהַ֤ג
(nihag)
dreef
ר֥וּחַ
(ruach)
een wind
קָדִים֙
(qadim)
uit het oosten
בָּאָ֔רֶץ
(baarets)
in het land
כָּל
(kal)
heel
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַה֖וּא
(hahu)
die
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַלָּ֑יְלָה
(halayela)
de nacht
הַבֹּ֣קֶר
(haboqer)
de morgen
הָיָ֔ה
(haya)
was
וְר֨וּחַ֙
(veruach)
en de wind
הַקָּדִ֔ים
(haqadim)
de oostenwind
נָשָׂ֖א
(nasa)
droeg
אֶת
(et)
(obj.)
הָאַרְבֶּֽה
(haarbe)
de sprinkhanen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
De oostenwind (רוּחַ קָדִים, ruach qadim) komt uit de woestijn en brengt volgens Ps. 78:26 ook de kwartels.
14De sprinkhanen kwamen over heel het land Egypte op en lieten zich neer in het hele gebied van Egypte, zeer talrijk. Zoals zij is er nooit eerder een sprinkhanenplaag geweest, en daarna zal er geen zijn.
וַיַּ֣עַל
(vayaal)
en kwam op
הָֽאַרְבֶּ֗ה
(haarbe)
de sprinkhaan
עַ֚ל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וַיָּ֕נַח
(vayanach)
en rustte neer
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in heel
גְּב֣וּל
(gevul)
het gebied van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
כָּבֵ֣ד
(kaved)
zwaar
מְאֹ֔ד
(meod)
zeer
לְ֠פָנָיו
(lefanav)
voor hem
לֹא
(lo)
niet
הָ֨יָה
(haya)
was
כֵ֤ן
(ken)
zo
אַרְבֶּה֙
(arbe)
sprinkhaan
כָּמֹ֔הוּ
(kamohu)
als hij
וְאַחֲרָ֖יו
(veacharav)
en na hem
לֹ֥א
(lo)
niet
יִֽהְיֶה
(yihye)
zal zijn
כֵּֽן
(ken)
zo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
De sprinkhanenplaag is zo erg dat zij niet te vergelijken is met enige andere.
Joël 2:2 gebruikt hetzelfde: ‘zoals nooit eerder is geweest en daarna niet meer zal zijn’.
15Zij bedekten het oppervlak van het hele land, zodat het land donker werd. Zij aten al het gewas van het land en alle vrucht van de bomen die de hagel had overgelaten. Geen groen bleef over aan de bomen of aan het gewas van het veld, in heel het land Egypte.
וַיְכַ֞ס
(vaykhas)
en bedekte
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֣ין
(ein)
het oog van
כָּל
(kal)
heel
הָאָרֶץ֮
(haarets)
het land
וַתֶּחְשַׁ֣ךְ
(vatechshakh)
en werd donker
הָאָרֶץ֒
(haarets)
het land
וַיֹּ֜אכַל
(vayokhal)
en at
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
עֵ֣שֶׂב
(esev)
kruid van
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
het land
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
פְּרִ֣י
(peri)
vrucht van
הָעֵ֔ץ
(haets)
de bomen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הוֹתִ֖יר
(hotir)
liet over
הַבָּרָ֑ד
(habarad)
de hagel
וְלֹא
(velo)
en niet
נוֹתַ֨ר
(notar)
bleef over
כָּל
(kal)
enig
יֶ֧רֶק
(yereq)
groen
בָּעֵ֛ץ
(baets)
aan de bomen
וּבְעֵ֥שֶׂב
(uveesev)
en aan het kruid van
הַשָּׂדֶ֖ה
(hasade)
het veld
בְּכָל
(bekhal)
in heel
אֶ֥רֶץ
(erets)
het land van
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
19Yahweh keerde de wind om tot een zeer sterke westenwind, die de sprinkhanen opnam en in de Rietzee blies. Geen enkele sprinkhaan bleef over in het hele gebied van Egypte.
וַיַּהֲפֹ֨ךְ
(vayahafokh)
en keerde om
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
רֽוּחַ
(ruach)
een wind
יָם֙
(yam)
van de zee
חָזָ֣ק
(chazaq)
sterke
מְאֹ֔ד
(meod)
zeer
וַיִּשָּׂא֙
(vayisa)
en nam op
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣אַרְבֶּ֔ה
(haarbe)
de sprinkhanen
וַיִּתְקָעֵ֖הוּ
(vayitqaehu)
en blies ze
יָ֣מָּה
(yama)
naar de zee van
סּ֑וּף
(suf)
Riet
לֹ֤א
(lo)
niet
נִשְׁאַר֙
(nishar)
bleef over
אַרְבֶּ֣ה
(arbe)
sprinkhaan
אֶחָ֔ד
(echad)
één
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in heel
גְּב֥וּל
(gevul)
het gebied van
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De Rietzee (יַם־סוּף, Yam Suf) is hier de zee waarin de sprinkhanen worden geblazen.
Wij zoeken haar in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez; de ligging is onzeker.
Zie ook 13:18; 15:4, 22.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Een westenwind is een zeewind: hij komt uit de Middellandse Zee en blaast de sprinkhanen naar het oosten, naar de Rietzee.
De tekst zegt letterlijk ‘wind van de zee’ (רוּחַ־יָם, ruach-yam).
26Ook ons vee moet met ons meegaan; er mag geen hoef achterblijven, want daarvan moeten wij nemen om Yahweh, onze Elohim, te dienen. En wij weten niet wat wij voor Yahweh zullen moeten offeren, totdat wij daar zijn aangekomen.”
וְגַם
(vegam)
en ook
מִקְנֵ֜נוּ
(miqnenu)
ons vee
יֵלֵ֣ךְ
(yelekh)
zal gaan
עִמָּ֗נוּ
(imanu)
met ons
לֹ֤א
(lo)
niet
תִשָּׁאֵר֙
(tishaer)
zal achterblijven
פַּרְסָ֔ה
(parsa)
een hoef
כִּ֚י
(ki)
want
מִמֶּ֣נּוּ
(mimenu)
daarvan
נִקַּ֔ח
(niqach)
zullen wij nemen
לַעֲבֹ֖ד
(laavod)
om te dienen
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
וַאֲנַ֣חְנוּ
(vaanachnu)
en wij
לֹֽא
(lo)
niet
נֵדַ֗ע
(neda)
weten
מַֽה
(ma)
wat
נַּעֲבֹד֙
(naavod)
wij zullen dienen
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
totdat
בֹּאֵ֖נוּ
(boenu)
wij komen
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פַּרְסָה (parsah) is een ‘hoef’.
Mozes zegt dat het hele vee mee moet, omdat nog niet bekend is welke dieren Yahweh voor het offer vraagt.