Elohim Bijbel

Exodus 22

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

Rechtsregels over eigendom, huwelijk en omgang met kwetsbaren

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Inbraak en diefstal

1Als een dief bij een inbraak wordt betrapt en zo wordt geslagen dat hij sterft, dan rust er op degene die hem sloeg geen bloedschuld.
אִם
(im)
als
בַּמַּחְתֶּ֛רֶת
(bamachteret)
bij het inbreken
יִמָּצֵ֥א
(yimatse)
gevonden wordt
הַגַּנָּ֖ב
(haganav)
de dief
וְהֻכָּ֣ה
(vehuka)
en geslagen wordt
וָמֵ֑ת
(vamet)
en sterft
אֵ֥ין
(ein)
niet
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
דָּמִֽים
(damim)
bloedschuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hebreeuwse versnummering: dit hoofdstuk heeft 30 verzen en komt overeen met 22:2–31 in veel Nederlandse bijbels.

Zie ook 21:37.

2Maar als de zon over hem is opgegaan, rust er wel bloedschuld; hij moet volledig vergoeden. Als hij niets heeft, wordt hij verkocht voor zijn diefstal.
אִם
(im)
als
זָרְחָ֥ה
(zarecha)
opgaat
הַשֶּׁ֛מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
עָלָ֖יו
(alav)
over hem
דָּמִ֣ים
(damim)
bloedschuld
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
שַׁלֵּ֣ם
(shalem)
betalen
יְשַׁלֵּ֔ם
(yeshalem)
moet hij betalen
אִם
(im)
als
אֵ֣ין
(ein)
niet
ל֔וֹ
(lo)
voor hem
וְנִמְכַּ֖ר
(venimkar)
dan wordt hij verkocht
בִּגְנֵבָתֽוֹ
(bignevato)
voor zijn diefstal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Bij daglicht kon de dief worden herkend en aangepakt; dan was doden niet meer als noodweer te rechtvaardigen.

3Als het gestolene levend in zijn bezit wordt gevonden, een stier, een ezel of een schaap, dan moet hij het dubbele betalen.
אִֽם
(im)
als
הִמָּצֵא֩
(himatse)
gevonden worden
תִמָּצֵ֨א
(timatse)
zal gevonden worden
בְיָד֜וֹ
(beyado)
in zijn hand
הַגְּנֵבָ֗ה
(hageneva)
het gestolene
מִשּׁ֧וֹר
(mishor)
van stier
עַד
(ad)
tot
חֲמ֛וֹר
(chamor)
ezel
עַד
(ad)
tot
שֶׂ֖ה
(se)
schaap
חַיִּ֑ים
(chayim)
levend
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
tweevoudig
יְשַׁלֵּֽם
(yeshalem)
hij betaalt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Schade door vee en vuur

4Wanneer iemand een akker of wijngaard laat afgrazen en zijn vee loslaat zodat het in de akker van een ander graast, dan moet hij het beste van zijn eigen akker en van zijn eigen wijngaard vergoeden.
כִּ֤י
(ki)
wanneer
יַבְעֶר
(yaver)
laat afgrazen
אִישׁ֙
(ish)
een man
שָׂדֶ֣ה
(sade)
akker
אוֹ
(o)
of
כֶ֔רֶם
(kerem)
wijngaard
וְשִׁלַּח֙
(veshilach)
en hij laat los
אֶת
(et)
(obj.)
בְּעִיר֔וֹ
(beiro)
zijn vee
וּבִעֵ֖ר
(uvier)
en het graast af
בִּשְׂדֵ֣ה
(bisde)
in akker van
אַחֵ֑ר
(acher)
een ander
מֵיטַ֥ב
(meitav)
het beste van
שָׂדֵ֛הוּ
(sadehu)
zijn akker
וּמֵיטַ֥ב
(umeitav)
en het beste van
כַּרְמ֖וֹ
(karmo)
zijn wijngaard
יְשַׁלֵּֽם
(yeshalem)
hij betaalt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Wanneer er vuur uitbreekt en in doornstruiken terechtkomt, zodat een korenhoop, het staande koren of het veld wordt verteerd, dan moet degene die het vuur heeft aangestoken zeker vergoeden.
כִּֽי
(ki)
wanneer
תֵצֵ֨א
(tetse)
uitgaat
אֵ֜שׁ
(esh)
vuur
וּמָצְאָ֤ה
(umatsea)
en vindt
קֹצִים֙
(qotsim)
doornen
וְנֶאֱכַ֣ל
(veneekhal)
en wordt verteerd
גָּדִ֔ישׁ
(gadish)
korenhoop
א֥וֹ
(o)
of
הַקָּמָ֖ה
(haqama)
het staande koren
א֣וֹ
(o)
of
הַשָּׂדֶ֑ה
(hasade)
het veld
שַׁלֵּ֣ם
(shalem)
betalen
יְשַׁלֵּ֔ם
(yeshalem)
moet betalen
הַמַּבְעִ֖ר
(hamavir)
de aansteker
אֶת
(et)
(obj.)
הַבְּעֵרָֽה
(habeera)
de brand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tekst heeft ‘doornen’ (קֹצִים, qotsim): doornstruiken waarin het vuur overslaat naar het graan.

Bewaargeving

6Wanneer iemand zijn naaste geld of voorwerpen in bewaring geeft en die worden uit het huis van die man gestolen: als de dief wordt gevonden, moet hij het dubbele betalen.
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִתֵּן֩
(yiten)
geeft
אִ֨ישׁ
(ish)
een man
אֶל
(el)
aan
רֵעֵ֜הוּ
(reehu)
zijn naaste
כֶּ֤סֶף
(kesef)
zilver
אֽוֹ
(o)
of
כֵלִים֙
(kelim)
voorwerpen
לִשְׁמֹ֔ר
(lishmor)
om te bewaren
וְגֻנַּ֖ב
(vegunav)
en gestolen wordt
מִבֵּ֣ית
(mibeit)
uit het huis van
הָאִ֑ישׁ
(haish)
de man
אִם
(im)
als
יִמָּצֵ֥א
(yimatse)
gevonden wordt
הַגַּנָּ֖ב
(haganav)
de dief
יְשַׁלֵּ֥ם
(yeshalem)
zal betalen
שְׁנָֽיִם
(shenayim)
tweevoudig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Wordt de dief niet gevonden, dan moet de eigenaar van het huis voor Elohim komen om vast te stellen of hij zijn hand niet heeft uitgestoken naar de bezittingen van zijn naaste.
אִם
(im)
als
לֹ֤א
(lo)
niet
יִמָּצֵא֙
(yimatse)
gevonden wordt
הַגַּנָּ֔ב
(haganav)
de dief
וְנִקְרַ֥ב
(veniqrav)
dan nadert
בַּֽעַל
(baal)
eigenaar van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
אֶל
(el)
tot
הָֽאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
אִם
(im)
of
לֹ֥א
(lo)
niet
שָׁלַ֛ח
(shalach)
hij uitstrekte
יָד֖וֹ
(yado)
zijn hand
בִּמְלֶ֥אכֶת
(bimlekhet)
naar de bezittingen van
רֵעֵֽהוּ
(reehu)
zijn naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָאֱלֹהִים (ha'elohim) betekent ‘Elohim’ of ‘de rechters’; bedoeld is een uitspraak voor het heiligdom of voor de rechters.

Zie ook 21:6.

8Bij elke overtreding met betrekking tot een stier, een ezel, een schaap, een mantel of enig verloren voorwerp waarvan iemand zegt: ‘Dit is het,’ komt de zaak van beiden voor Elohim. Wie door Elohim schuldig wordt verklaard, moet het dubbele aan zijn naaste betalen.
עַֽל
(al)
voor
כָּל
(kal)
elke
דְּבַר
(devar)
zaak van
פֶּ֡שַׁע
(pesha)
overtreding
עַל
(al)
voor
שׁ֡וֹר
(shor)
stier
עַל
(al)
voor
חֲ֠מוֹר
(chamor)
ezel
עַל
(al)
voor
שֶׂ֨ה
(se)
schaap
עַל
(al)
voor
שַׂלְמָ֜ה
(salma)
mantel
עַל
(al)
voor
כָּל
(kal)
elk
אֲבֵדָ֗ה
(aveda)
verloren voorwerp
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
waarvan
יֹאמַר֙
(yomar)
men zegt
כִּי
(ki)
dat
ה֣וּא
(hu)
hij
זֶ֔ה
(ze)
dit
עַ֚ד
(ad)
tot
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
יָבֹ֖א
(yavo)
zal komen
דְּבַר
(devar)
zaak van
שְׁנֵיהֶ֑ם
(sheneihem)
beiden
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wie
יַרְשִׁיעֻן֙
(yarshiun)
schuldig verklaart
אֱלֹהִ֔ים
(Elohim)
Elohim
יְשַׁלֵּ֥ם
(yeshalem)
betalen
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
tweevoudig
לְרֵעֵֽהוּ
(lereehu)
aan zijn naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De rechters spreken Recht in naam van Elohim.

De schuldige betaalt het dubbele.

9Wanneer iemand zijn naaste een ezel, een stier, een schaap of enig ander dier in bewaring geeft en het sterft, raakt gewond of wordt weggevoerd zonder dat iemand het ziet,
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִתֵּן֩
(yiten)
geeft
אִ֨ישׁ
(ish)
een man
אֶל
(el)
aan
רֵעֵ֜הוּ
(reehu)
zijn naaste
חֲמ֨וֹר
(chamor)
ezel
אוֹ
(o)
of
שׁ֥וֹר
(shor)
stier
אוֹ
(o)
of
שֶׂ֛ה
(se)
schaap
וְכָל
(vekhal)
en elk
בְּהֵמָ֖ה
(behema)
dier
לִשְׁמֹ֑ר
(lishmor)
om te bewaren
וּמֵ֛ת
(umet)
en sterft
אוֹ
(o)
of
נִשְׁבַּ֥ר
(nishbar)
gewond raakt
אוֹ
(o)
of
נִשְׁבָּ֖ה
(nishba)
weggevoerd wordt
אֵ֥ין
(ein)
niemand
רֹאֶֽה
(roe)
ziet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10dan komt er een eed bij Yahweh tussen hen beiden of hij zijn hand niet heeft uitgestoken naar de bezittingen van zijn naaste. De eigenaar moet dat aannemen en hij hoeft niet te betalen.
שְׁבֻעַ֣ת
(shevuat)
eed van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
תִּהְיֶה֙
(tihye)
zal zijn
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
שְׁנֵיהֶ֔ם
(sheneihem)
beiden
אִם
(im)
of
לֹ֥א
(lo)
niet
שָׁלַ֛ח
(shalach)
hij uitstrekte
יָד֖וֹ
(yado)
zijn hand
בִּמְלֶ֣אכֶת
(bimlekhet)
naar de bezittingen van
רֵעֵ֑הוּ
(reehu)
zijn naaste
וְלָקַ֥ח
(velaqach)
en zal aannemen
בְּעָלָ֖יו
(bealav)
zijn eigenaar
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יְשַׁלֵּֽם
(yeshalem)
betaalt hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De eed is hier een rechtsmiddel: de eed bij Yahweh beslist als er geen getuigen zijn.

11Maar als het echt van hem is gestolen, moet hij het aan de eigenaar vergoeden.
וְאִם
(veim)
en als
גָּנֹ֥ב
(ganov)
stelen
יִגָּנֵ֖ב
(yiganev)
gestolen wordt
מֵעִמּ֑וֹ
(meimo)
van bij hem
יְשַׁלֵּ֖ם
(yeshalem)
betaalt hij
לִבְעָלָֽיו
(livalav)
aan zijn eigenaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Als het door een wild dier is verscheurd, moet hij het verscheurde dier als bewijs brengen; dan hoeft hij het niet te vergoeden.
אִם
(im)
als
טָרֹ֥ף
(tarof)
verscheuren
יִטָּרֵ֖ף
(yitaref)
verscheurd wordt
יְבִאֵ֣הוּ
(yeviehu)
hij brengt het
עֵ֑ד
(ed)
als getuige
הַטְּרֵפָ֖ה
(haterefa)
het verscheurde
לֹ֥א
(lo)
niet
יְשַׁלֵּֽם
(yeshalem)
betaalt hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Lenen

13Wanneer iemand een dier van zijn naaste leent en het raakt gewond of sterft terwijl de eigenaar er niet bij is, dan moet hij het zeker vergoeden.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִשְׁאַ֥ל
(yishal)
leent
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
מֵעִ֥ם
(meim)
van
רֵעֵ֖הוּ
(reehu)
zijn naaste
וְנִשְׁבַּ֣ר
(venishbar)
en het raakt gewond
אוֹ
(o)
of
מֵ֑ת
(met)
sterft
בְּעָלָ֥יו
(bealav)
zijn eigenaar
אֵין
(ein)
niet
עִמּ֖וֹ
(imo)
bij hem
שַׁלֵּ֥ם
(shalem)
betalen
יְשַׁלֵּֽם
(yeshalem)
moet betalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Als de eigenaar erbij is, hoeft hij het niet te vergoeden; als het gehuurd was, is het voor de huurprijs gekomen.
אִם
(im)
als
בְּעָלָ֥יו
(bealav)
zijn eigenaar
עִמּ֖וֹ
(imo)
bij hem
לֹ֣א
(lo)
niet
יְשַׁלֵּ֑ם
(yeshalem)
betaalt hij
אִם
(im)
als
שָׂכִ֣יר
(sakhir)
gehuurd
ה֔וּא
(hu)
het is
בָּ֖א
(ba)
gekomen
בִּשְׂכָרֽוֹ
(biskharo)
voor zijn huurprijs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookZach 8:10

Verleiding

15Wanneer iemand een maagd verleidt die nog niet verloofd is, en bij haar ligt, dan moet hij de bruidsprijs voor haar betalen en haar tot vrouw nemen.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יְפַתֶּ֣ה
(yefate)
verleidt
אִ֗ישׁ
(ish)
een man
בְּתוּלָ֛ה
(betula)
een maagd
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
אֹרָ֖שָׂה
(orasa)
verloofd is
וְשָׁכַ֣ב
(veshakhav)
en ligt
עִמָּ֑הּ
(imah)
bij haar
מָהֹ֛ר
(mahor)
bruidsprijs
יִמְהָרֶ֥נָּה
(yimharena)
hij betaalt haar
לּ֖וֹ
(lo)
voor zich
לְאִשָּֽׁה
(leisha)
tot vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De bruidsprijs (מֹהַר, mohar) werd aan de vader betaald.

Zie ook Deut. 22:28–29.

16Als haar vader beslist weigert haar aan hem te geven, moet hij zilver afwegen als bruidsprijs voor maagden.
אִם
(im)
als
מָאֵ֧ן
(maen)
weigeren
יְמָאֵ֛ן
(yemaen)
weigert
אָבִ֖יהָ
(aviha)
haar vader
לְתִתָּ֣הּ
(letitah)
haar te geven
ל֑וֹ
(lo)
aan hem
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver
יִשְׁקֹ֔ל
(yishqol)
zal hij wegen
כְּמֹ֖הַר
(kemohar)
als bruidsprijs van
הַבְּתוּלֹֽת
(habetulot)
de maagden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Verboden en geboden

17Een tovenares mag je niet laten leven.
מְכַשֵּׁפָ֖ה
(mekhashefa)
tovenares
לֹ֥א
(lo)
niet
תְחַיֶּֽה
(techaye)
zul je laten leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְכַשֵּׁפָה (mekhashefah) is een vrouw die toverij bedrijft; zie ook Deut. 18:10–12; Lev. 20:27.

18Wie met een dier gemeenschap heeft, moet zeker gedood worden.
כָּל
(kal)
ieder
שֹׁכֵ֥ב
(shokhev)
die ligt
עִם
(im)
met
בְּהֵמָ֖ה
(behema)
een dier
מ֥וֹת
(mot)
doden
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Wie aan goden offert, moet worden gebannen; alleen aan Yahweh mag worden geofferd.
זֹבֵ֥חַ
(zoveach)
wie offert
לָאֱלֹהִ֖ים
(laelohim)
aan goden
יָֽחֳרָ֑ם
(yachoram)
zal gebannen worden
בִּלְתִּ֥י
(bilti)
behalve
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
aan Yahweh
לְבַדּֽוֹ
(levado)
alleen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָחֳרָם (yacharam), ‘worden gebannen’, wil zeggen dat men aan Yahweh wordt toegewijd, in de praktijk door de dood.

Bescherming van vreemdeling, weduwe en wees

20Een vreemdeling mag je niet slecht behandelen en niet onderdrukken, want jullie waren zelf vreemdelingen in het land Egypte.
וְגֵ֥ר
(veger)
en vreemdeling
לֹא
(lo)
niet
תוֹנֶ֖ה
(tone)
zul je slecht behandelen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
תִלְחָצֶ֑נּוּ
(tilchatsenu)
zul je onderdrukken hem
כִּֽי
(ki)
want
גֵרִ֥ים
(gerim)
vreemdelingen
הֱיִיתֶ֖ם
(heyitem)
jullie waren
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Dat Israël zelf vreemdeling was in Egypte, is de reden voor de zorg voor de vreemdeling.

Zie ook 23:9; Lev. 19:33–34; Deut. 10:19.

21Een weduwe of een wees mogen jullie niet onderdrukken.
כָּל
(kal)
elke
אַלְמָנָ֥ה
(almana)
weduwe
וְיָת֖וֹם
(veyatom)
en wees
לֹ֥א
(lo)
niet
תְעַנּֽוּן
(teanun)
zullen jullie onderdrukken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Als je hem onderdrukt en hij tot Mij roept, dan zal Ik zijn roep zeker horen,
אִם
(im)
als
עַנֵּ֥ה
(ane)
onderdrukken
תְעַנֶּ֖ה
(teane)
zul je onderdrukken
אֹת֑וֹ
(oto)
hem
כִּ֣י
(ki)
want
אִם
(im)
als
צָעֹ֤ק
(tsaoq)
roepen
יִצְעַק֙
(yitsaq)
hij roept
אֵלַ֔י
(elay)
tot Mij
שָׁמֹ֥עַ
(shamoa)
horen
אֶשְׁמַ֖ע
(eshma)
zal Ik horen
צַעֲקָתֽוֹ
(tsaaqato)
zijn roep
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23en Mijn toorn zal ontbranden, en Ik zal jullie met het zwaard doden, zodat jullie vrouwen weduwen worden en jullie zonen wezen.
וְחָרָ֣ה
(vechara)
en zal ontbranden
אַפִּ֔י
(api)
Mijn toorn
וְהָרַגְתִּ֥י
(veharagti)
en Ik zal doden
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
בֶּחָ֑רֶב
(becharev)
met het zwaard
וְהָי֤וּ
(vehayu)
en zullen zijn
נְשֵׁיכֶם֙
(nesheikhem)
jullie vrouwen
אַלְמָנ֔וֹת
(almanot)
weduwen
וּבְנֵיכֶ֖ם
(uveneikhem)
en jullie zonen
יְתֹמִֽים
(yetomim)
wezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Lening en pand

24Als je geld uitleent aan Mijn volk, aan de arme die bij je woont, dan mag je voor hem niet als een schuldeiser zijn. Jullie mogen geen rente op hem leggen.
אִם
(im)
als
כֶּ֣סֶף
(kesef)
geld
תַּלְוֶ֣ה
(talve)
je leent
אֶת
(et)
(obj.)
עַמִּ֗י
(ami)
Mijn volk
אֶת
(et)
(obj.)
הֶֽעָנִי֙
(heani)
de arme
עִמָּ֔ךְ
(imakh)
bij je
לֹא
(lo)
niet
תִהְיֶ֥ה
(tihye)
zul je zijn
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
כְּנֹשֶׁ֑ה
(kenoshe)
als schuldeiser
לֹֽא
(lo)
niet
תְשִׂימ֥וּן
(tesimun)
zullen jullie leggen
עָלָ֖יו
(alav)
op hem
נֶֽשֶׁךְ
(neshekh)
rente
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Rente op leningen aan een arme volksgenoot is verboden.

Zie Lev. 25:35–37; Deut. 23:20–21.

25Als je de mantel van je naaste in pand neemt, moet je hem vóór zonsondergang aan hem teruggeven,
אִם
(im)
als
חָבֹ֥ל
(chavol)
in pand nemen
תַּחְבֹּ֖ל
(tachbol)
je neemt in pand
שַׂלְמַ֣ת
(salmat)
mantel van
רֵעֶ֑ךָ
(reekha)
je naaste
עַד
(ad)
tot
בֹּ֥א
(bo)
het ondergaan van
הַשֶּׁ֖מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
תְּשִׁיבֶ֥נּוּ
(teshivenu)
zul je teruggeven hem
לֽוֹ
(lo)
aan hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26want dat is zijn enige deken, zijn kleed voor zijn huid; waarin zou hij anders slapen? En wanneer hij tot Mij roept, zal Ik het horen, want Ik ben genadig.
כִּ֣י
(ki)
want
הִ֤וא
(hi)
die
כְסוּתוֹ֙
(kesuto)
zijn deken
לְבַדָּ֔הּ
(levadah)
alleen
הִ֥וא
(hi)
die
שִׂמְלָת֖וֹ
(simlato)
zijn kleed
לְעֹר֑וֹ
(leoro)
voor zijn huid
בַּמֶּ֣ה
(bame)
waarin
יִשְׁכָּ֔ב
(yishkav)
zal hij slapen
וְהָיָה֙
(vehaya)
en het zal zijn
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִצְעַ֣ק
(yitsaq)
hij roept
אֵלַ֔י
(elay)
tot Mij
וְשָׁמַעְתִּ֖י
(veshamati)
dan hoor Ik
כִּֽי
(ki)
want
חַנּ֥וּן
(chanun)
genadig
אָֽנִי
(ani)
Ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Gehoorzaamheid aan Yahweh

27Elohim mag je niet vervloeken, en een vorst onder je volk mag je niet vloeken.
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
לֹ֣א
(lo)
niet
תְקַלֵּ֑ל
(teqalel)
zul je vervloeken
וְנָשִׂ֥יא
(venasi)
en een vorst
בְעַמְּךָ֖
(beamekha)
onder je volk
לֹ֥א
(lo)
niet
תָאֹֽר
(taor)
zul je vloeken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלֹהִים (Elohim) kan hier Elohim zelf of ‘rechters’ betekenen; wij houden ‘Elohim’ aan.

28Met de eerste opbrengst van je oogst en van je persen mag je niet talmen. De eerstgeborene van je zonen moet je Mij geven.
מְלֵאָתְךָ֥
(meleatekha)
je volle oogst
וְדִמְעֲךָ֖
(vedimakha)
en je overvloed
לֹ֣א
(lo)
niet
תְאַחֵ֑ר
(teacher)
zul je uitstellen
בְּכ֥וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
בָּנֶ֖יךָ
(baneikha)
je zonen
תִּתֶּן
(titen)
zul je geven
לִּֽי
(li)
aan Mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De eerstgeborene van de zonen wordt ingelost; zie 13:2, 12–13; 34:19–20.

29Zo moet je ook doen met je rund en je kleinvee. Zeven dagen blijft het bij zijn moeder. Op de achtste dag moet je het Mij geven.
כֵּֽן
(ken)
zo
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
zul je doen
לְשֹׁרְךָ֖
(leshorekha)
met je rund
לְצֹאנֶ֑ךָ
(letsonekha)
met je kleinvee
שִׁבְעַ֤ת
(shivat)
zeven
יָמִים֙
(yamim)
dagen
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal het zijn
עִם
(im)
bij
אִמּ֔וֹ
(imo)
zijn moeder
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁמִינִ֖י
(hashemini)
de achtste
תִּתְּנוֹ
(titeno)
zul je geven het
לִֽי
(li)
aan Mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Jullie moeten heilige mensen voor Mij zijn: vlees dat in het veld verscheurd is, mogen jullie niet eten. Jullie moeten het aan de honden werpen.
וְאַנְשֵׁי
(veanshei)
en mensen van
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
תִּהְי֣וּן
(tihyun)
zullen jullie zijn
לִ֑י
(li)
voor Mij
וּבָשָׂ֨ר
(uvasar)
en vlees
בַּשָּׂדֶ֤ה
(basade)
in het veld
טְרֵפָה֙
(terefa)
verscheurd
לֹ֣א
(lo)
niet
תֹאכֵ֔לוּ
(tokhelu)
zullen jullie eten
לַכֶּ֖לֶב
(lakelev)
aan de hond
תַּשְׁלִכ֥וּן
(tashlikhun)
zullen jullie werpen
אֹתֽוֹ
(oto)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Heilig zijn betekent ook: geen verscheurd vlees eten.

Zie ook Lev. 17:15.