Elohim Bijbel

1 Korintiërs 12

12345678910111213141516

De geestelijke gaven: één Geest, vele genadegaven, één lichaam met vele delen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De geestelijke gaven

1Over de geestelijke gaven, broers, wil ik niet dat jullie onwetend zijn.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
de
πνευματικῶν
(pneumatikon)
geestelijke
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οὐ
(ou)
niet
θέλω
(thelo)
wil ik
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀγνοεῖν
(agnoein)
onwetend te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνευματικά (pneumatika), ‘geestelijke (dingen/gaven)’: het Griekse woord is een bijvoeglijk naamwoord zonder zelfstandig naamwoord en kan ‘geestelijke gaven’ of ‘geestelijke mensen’ betekenen; wij vullen ‘gaven’ aan, naar de verzen 4–11. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente; zie 1 Kor. 1:10.

Zie ook 1 Kor. 14:1.

2Jullie weten dat jullie, toen jullie nog tot de volken behoorden, naar de stomme afgoden werden meegevoerd, zoals jullie werden geleid.
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὅτε
(hote)
toen
ἔθνη
(ethne)
volken
ἦτε
(ete)
jullie waren
πρὸς
(pros)
naar
τὰ
(ta)
de
εἴδωλα
(eidola)
afgoden
τὰ
(ta)
de
ἄφωνα
(aphona)
stomme
ὡς
(hos)
zoals
ἂν
(an)
ook
ἤγεσθε
(egesthe)
jullie werden geleid
ἀπαγόμενοι
(apagomenoi)
meegevoerd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνη (ethne), ‘volken’: de niet-Joden. ἄφωνος (afonos), ‘stom, zonder stem’. ἀπάγω (apago), ‘meevoeren, wegleiden’. ὡς ἄν (hos an) ἤγεσθε, ‘zoals jullie werden geleid’: het Grieks wijst op steeds terugkerend meegevoerd worden; de zin is kort en niet geheel duidelijk.

Dat afgoden stom zijn, staat ook in het Oude Testament.

Zie ook Hab. 2:18; Ps. 115:5; Ps. 135:16.

3Daarom maak ik jullie bekend: niemand die in de Geest van Elohim spreekt, zegt: „Yeshua is vervloekt”. En niemand kan zeggen: „Yeshua is Heer”, behalve in de Heilige Geest.
διὸ
(dio)
daarom
γνωρίζω
(gnorizo)
maak ik bekend
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
θεοῦ
(theou)
van Elohim
λαλῶν
(lalon)
sprekend
λέγει
(legei)
zegt
Ἀνάθεμα
(Anathema)
vervloekt
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
δύναται
(dynatai)
kan
εἰπεῖν
(eipein)
zeggen
Κύριος
(Kyrios)
Heer
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: iets of iemand dat aan een ban is overgegeven; zie Gal. 1:8–9. Κύριος Ἰησοῦς (Kyrios Iesous), ‘Yeshua is Heer’: een belijdenis; ‘Heer’ is de titel van Yeshua. ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: ook ‘door de Geest’.

Het Grieks heeft geen werkwoord ‘is’; wij vullen het aan.

In de verzen 3–6 noemt Paulus de Geest, de Heer en Elohim naast elkaar.

Zie ook Gal. 1:8; Gal. 1:9.

Eén Geest, vele genadegaven

4Er zijn verscheidenheden van genadegaven, maar de Geest is dezelfde.
Διαιρέσεις
(Diaireseis)
verscheidenheden
δὲ
(de)
maar
χαρισμάτων
(charismaton)
van genadegaven
εἰσίν
(eisin)
zijn
τὸ
(to)
de
δὲ
(de)
maar
αὐτὸ
(auto)
zelfde
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαίρεσις (diairesis), ‘verscheidenheid’: ook ‘verdeling’. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’, van χάρις (charis), ‘genade’: een gave die uit genade wordt gegeven; zie 1 Kor. 1:7.

Verzen 4–6 zijn gebouwd in drie delen: genadegaven – Geest, diensten – Heer, werkingen – Elohim.

Zie ook 1 Kor. 1:7.

Zie ook1 Kor 1:7
5En er zijn verscheidenheden van diensten, en de Heer is dezelfde.
καὶ
(kai)
en
διαιρέσεις
(diaireseis)
verscheidenheden
διακονιῶν
(diakonion)
van diensten
εἰσιν
(eisin)
zijn
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
αὐτὸς
(autos)
zelfde
κύριος
(kyrios)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακονία (diakonia), ‘dienst’: dienstverlening; verwant met διάκονος, ‘dienaar’.

‘De Heer’ is Yeshua.

6En er zijn verscheidenheden van werkingen, maar Elohim is dezelfde, die alles in allen werkt.
καὶ
(kai)
en
διαιρέσεις
(diaireseis)
verscheidenheden
ἐνεργημάτων
(energematon)
van werkingen
εἰσίν
(eisin)
zijn
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
αὐτὸς
(autos)
zelfde
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
die
ἐνεργῶν
(energon)
werkt
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνέργημα (energema), ‘werking’; ἐνεργέω (energeo), ‘werken’.

Het Grieks heeft ‘de zelfde Elohim, die alles in allen werkt’.

7Aan ieder wordt het zichtbaar worden van de Geest gegeven tot nut.
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
δὲ
(de)
maar
δίδοται
(didotai)
wordt gegeven
ἡ
(he)
het
φανέρωσις
(phanerosis)
zichtbaar worden
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
πρὸς
(pros)
tot
τὸ
(to)
het
συμφέρον
(sympheron)
nut
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανέρωσις (fanerosis), ‘het zichtbaar worden’: de Geest wordt in een gave openlijk zichtbaar. συμφέρον (sympheron), ‘nut’: wat bijdraagt.

Het Grieks zegt niet ‘tot nut van allen’; vergelijk 1 Kor. 14:12 en 14:26 over opbouw van de gemeente.

Zie ook 1 Kor. 14:12; 1 Kor. 14:26.

8Want aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis, volgens dezelfde Geest.
ᾧ
(ho)
aan wie
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
δίδοται
(didotai)
wordt gegeven
λόγος
(logos)
woord
σοφίας
(sophias)
van wijsheid
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
δὲ
(de)
maar
λόγος
(logos)
woord
γνώσεως
(gnoseos)
van kennis
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
de
αὐτὸ
(auto)
zelfde
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

λόγος σοφίας (logos sofias), ‘woord van wijsheid’; λόγος γνώσεως (logos gnoseos), ‘woord van kennis’; γνῶσις (gnosis), ‘kennis’.

In de verzen 8–10 wisselt het Grieks tussen ἄλλος (allos) en ἕτερος (heteros), allebei ‘ander’; wij vertalen beide met ‘een ander’.

Zie ook 1 Kor. 1:5.

Zie ook1 Kor 1:5
9Aan een ander geloof, in dezelfde Geest. Aan een ander genadegaven van genezingen, in die ene Geest.
ἑτέρῳ
(hetero)
aan een ander
πίστις
(pistis)
geloof
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
αὐτῷ
(auto)
zelfde
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
χαρίσματα
(charismata)
genadegaven
ἰαμάτων
(iamaton)
van genezingen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἑνὶ
(heni)
ene
πνεύματι
(pneumati)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

πίστις (pistis), ‘geloof’: hier een bijzondere gave van vertrouwen; vergelijk 1 Kor. 13:2. ἴαμα (iama), ‘genezing’; het meervoud ‘genezingen’ wijst op verschillende genezingen.

Zie ook 1 Kor. 13:2.

Zie ook1 Kor 13:2
10Aan een ander werkingen van krachten. Aan een ander profetie. Aan een ander onderscheidingen van geesten. Aan een ander soorten talen. Aan een ander uitleg van talen.
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
ἐνεργήματα
(energemata)
werkingen
δυνάμεων
(dynameon)
van krachten
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
προφητεία
(propheteia)
profetie
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
διακρίσεις
(diakriseis)
onderscheidingen
πνευμάτων
(pneumaton)
van geesten
ἑτέρῳ
(hetero)
aan een ander
γένη
(gene)
soorten
γλωσσῶν
(glosson)
talen
ἄλλῳ
(allo)
aan een ander
ἑρμηνεία
(hermeneia)
uitleg
γλωσσῶν
(glosson)
van talen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δύναμις (dynamis), ‘kracht’: krachtige daden, wonderen. προφητεία (profeteia), ‘profetie’. διάκρισις (diakrisis), ‘onderscheiding’: het onderscheiden en beoordelen; verwant met διακρίνω in 1 Kor. 11:29 en 14:29. γλῶσσα (glossa), ‘tong, taal’: γένη γλωσσῶν, ‘soorten talen’.

Spreken in talen kan het spreken in menselijke talen zijn of in klanktaal; het Grieks laat dat open. ἑρμηνεία (hermeneia), ‘uitleg’: het weergeven van wat gezegd is.

Zie ook Hand. 2:4; Hand. 10:46; Hand. 19:6; 1 Kor. 14:2–5.

11Al deze dingen werkt de ene en dezelfde Geest, die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.
πάντα
(panta)
al
δὲ
(de)
maar
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
ἐνεργεῖ
(energei)
werkt
τὸ
(to)
de
ἓν
(hen)
ene
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
αὐτὸ
(auto)
zelfde
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
διαιροῦν
(diairoun)
verdelend
ἰδίᾳ
(idia)
afzonderlijk
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
καθὼς
(kathos)
zoals
βούλεται
(bouletai)
Hij wil
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἰδίᾳ (idia), ‘afzonderlijk’: aan ieder in het bijzonder. βούλομαι (boulomai), ‘willen’: de Geest beslist.

Eén lichaam, vele delen

12Want zoals het lichaam één is en vele delen heeft, zo is het ook met de Messias. Alle delen van het lichaam zijn, hoewel het er vele zijn, één lichaam.
Καθάπερ
(Kathaper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ἕν
(hen)
één
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
μέλη
(mele)
delen
πολλὰ
(polla)
vele
ἔχει
(echei)
heeft
πάντα
(panta)
alle
δὲ
(de)
maar
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
delen
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
πολλὰ
(polla)
vele
ὄντα
(onta)
zijnde
ἕν
(hen)
één
ἐστιν
(estin)
is
σῶμα
(soma)
lichaam
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστός
(Christos)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

σῶμα (soma), ‘lichaam’; μέλος (melos), ‘deel’: een deel of lid van het lichaam.

Het Grieks zet de bijzin ‘alle delen van het lichaam … zijn één lichaam’ midden in de vergelijking; wij zetten die erachter.

‘Zo is het ook met de Messias’: Paulus noemt ‘de Messias’ in plaats van ‘het lichaam van de Messias’, zie vers 27.

Zie ook 1 Kor. 10:17.

13Want ook in één Geest zijn wij allen gedoopt tot één lichaam, of wij nu Joden zijn of Grieken, knechten of vrijen. En wij zijn allen met één Geest gedrenkt.
καὶ
(kai)
want
γὰρ
(gar)
ook
ἐν
(en)
in
ἑνὶ
(heni)
één
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
πάντες
(pantes)
allen
εἰς
(eis)
tot
ἓν
(hen)
één
σῶμα
(soma)
lichaam
ἐβαπτίσθημεν
(ebaptisthemen)
zijn gedoopt
εἴτε
(eite)
of
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
εἴτε
(eite)
of
Ἕλληνες
(Hellenes)
Grieken
εἴτε
(eite)
of
δοῦλοι
(douloi)
knechten
εἴτε
(eite)
of
ἐλεύθεροι
(eleutheroi)
vrijen
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ἓν
(hen)
één
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἐποτίσθημεν
(epotisthemen)
zijn gedrenkt
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. ἐν ἑνὶ πνεύματι (en heni pneumati), ‘in één Geest’: ook ‘door één Geest’. ποτίζω (potizo), ‘te drinken geven, drenken’: het Grieks heeft hier ‘één Geest’ zonder voorzetsel; wij schrijven ‘met één Geest’.

Paulus noemt dezelfde groepen als Gal. 3:28: Joden en Grieken, knechten en vrijen. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’.

Zie ook Gal. 3:27–28.

14Want het lichaam is niet één deel, maar vele.
Καὶ
(Kai)
want
γὰρ
(gar)
ook
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἓν
(hen)
één
μέλος
(melos)
deel
ἀλλὰ
(alla)
maar
πολλά
(polla)
vele
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 14–26 werken het beeld van het lichaam uit. μέλος blijft ‘deel’.

15Als de voet zegt: „Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam”, dan hoort hij daarom nog wel bij het lichaam.
ἐὰν
(ean)
als
εἴπῃ
(eipe)
zegt
ὁ
(ho)
de
πούς
(pous)
voet
Ὅτι
(Hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
χείρ
(cheir)
hand
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
οὐ
(ou)
niet
παρὰ
(para)
vanwege
τοῦτο
(touto)
dit
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is hij
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier een dubbele ontkenning: ‘daarom is hij niet: niet van het lichaam’.

Dat betekent: hij hoort er daarom toch bij.

Wij schrijven dat zonder dubbele ontkenning.

16En als het oor zegt: „Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam”, dan hoort het daarom nog wel bij het lichaam.
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
εἴπῃ
(eipe)
zegt
τὸ
(to)
het
οὖς
(ous)
oor
Ὅτι
(Hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
οὐ
(ou)
niet
παρὰ
(para)
vanwege
τοῦτο
(touto)
dit
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is het
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

οὖς (ous), ‘oor’.

Hetzelfde als vers 15: dubbele ontkenning, ‘het is niet: niet van het lichaam’.

17Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het geheel gehoor was, waar zou de reuk zijn?
εἰ
(ei)
als
ὅλον
(holon)
geheel
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
ποῦ
(pou)
waar
ἡ
(he)
het
ἀκοή
(akoe)
gehoor
εἰ
(ei)
als
ὅλον
(holon)
geheel
ἀκοή
(akoe)
gehoor
ποῦ
(pou)
waar
ἡ
(he)
de
ὄσφρησις
(osphresis)
reuk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκοή (akoe), ‘gehoor’; ὄσφρησις (osfresis), ‘reuk’.

Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘waar’; wij vullen ‘zou zijn’ aan.

18Maar nu heeft Elohim de delen, ieder van hen, in het lichaam gezet zoals Hij wilde.
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἔθετο
(etheto)
heeft gezet
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
delen
ἓν
(hen)
één
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
σώματι
(somati)
lichaam
καθὼς
(kathos)
zoals
ἠθέλησεν
(ethelesen)
Hij wilde
Bron: SBLGNT
Uitleg

τίθημι (tithemi), ‘zetten, plaatsen’: Elohim heeft de delen een plaats gegeven; hetzelfde werkwoord staat in vers 28. ἠθέλησεν (ethelesen), ‘Hij wilde’.

19Maar als alles één deel was, waar zou het lichaam zijn?
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἦν
(en)
was
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
ἓν
(hen)
één
μέλος
(melos)
deel
ποῦ
(pou)
waar
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ook hier geen werkwoord bij ‘waar’; wij vullen ‘zou zijn’ aan.

20Nu zijn er wel vele delen, maar één lichaam.
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
πολλὰ
(polla)
vele
μὲν
(men)
wel
μέλη
(mele)
delen
ἓν
(hen)
één
δὲ
(de)
maar
σῶμα
(soma)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

μὲν … δέ (men … de), ‘wel … maar’: de tegenstelling tussen ‘vele delen’ en ‘één lichaam’.

21Het oog kan niet tegen de hand zeggen: „Ik heb je niet nodig”, of het hoofd weer tegen de voeten: „Ik heb jullie niet nodig.”
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμὸς
(ophthalmos)
oog
εἰπεῖν
(eipein)
zeggen
τῇ
(te)
tegen de
χειρί
(cheiri)
hand
Χρείαν
(Chreian)
behoefte
σου
(sou)
aan jou
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχω
(echo)
heb ik
ἢ
(e)
of
πάλιν
(palin)
weer
ἡ
(he)
het
κεφαλὴ
(kephale)
hoofd
τοῖς
(tois)
tegen de
ποσίν
(posin)
voeten
Χρείαν
(Chreian)
behoefte
ὑμῶν
(hymon)
aan jullie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχω
(echo)
heb ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρεία (chreia), ‘behoefte, nood’.

Het Grieks gebruikt ‘je’ bij de hand (enkelvoud) en ‘jullie’ bij de voeten (meervoud).

22Integendeel, de delen van het lichaam die zwakker lijken te zijn, zijn veel meer noodzakelijk.
ἀλλὰ
(alla)
maar
πολλῷ
(pollo)
veel
μᾶλλον
(mallon)
meer
τὰ
(ta)
de
δοκοῦντα
(dokounta)
schijnende
μέλη
(mele)
delen
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
ἀσθενέστερα
(asthenestera)
zwakker
ὑπάρχειν
(hyparchein)
te zijn
ἀναγκαῖά
(anankaia)
noodzakelijk
ἐστιν
(estin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’. ἀναγκαῖος (anankaios), ‘noodzakelijk’. δοκέω (dokeo), ‘schijnen, lijken’.

Het Grieks laat open welke delen worden bedoeld.

23En wat wij beschouwen als minder eervol van het lichaam, daaraan leggen wij meer eer om. En onze onfatsoenlijke delen hebben meer fatsoen.
καὶ
(kai)
en
ἃ
(ha)
wat
δοκοῦμεν
(dokoumen)
wij menen
ἀτιμότερα
(atimotera)
minder eervol
εἶναι
(einai)
te zijn
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
τούτοις
(toutois)
aan die
τιμὴν
(timen)
eer
περισσοτέραν
(perissoteran)
meer
περιτίθεμεν
(peritithemen)
leggen wij om
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἀσχήμονα
(aschemona)
onfatsoenlijke
ἡμῶν
(hemon)
van ons
εὐσχημοσύνην
(euschemosynen)
fatsoen
περισσοτέραν
(perissoteran)
meer
ἔχει
(echei)
heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄτιμος (atimos), ‘minder eervol’; τιμή (time), ‘eer’. ἀσχήμων (aschemon), ‘onfatsoenlijk, onsierlijk’: de delen die men bedekt; εὐσχημοσύνη (euschemosyne), ‘fatsoen’. περιτίθημι (peritithemi), ‘omleggen’: eer als een kleed omleggen.

Het Grieks noemt niet welke delen worden bedoeld; wij laten dat open.

24Onze fatsoenlijke delen hebben het niet nodig. Maar Elohim heeft het lichaam samengevoegd door aan wat tekortkomt meer eer te geven.
τὰ
(ta)
de
δὲ
(de)
maar
εὐσχήμονα
(euschemona)
fatsoenlijke
ἡμῶν
(hemon)
van ons
οὐ
(ou)
niet
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχει
(echei)
hebben
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
συνεκέρασεν
(synekerasen)
heeft samengevoegd
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τῷ
(to)
aan wie
ὑστεροῦντι
(hysterounti)
tekortkomt
περισσοτέραν
(perissoteran)
meer
δοὺς
(dous)
gevend
τιμήν
(timen)
eer
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐσχήμων (euschemon), ‘fatsoenlijk’. συγκεράννυμι (synkerannymi), ‘samenvoegen, samenmengen’. ὑστερέω (hystereo), ‘tekortkomen’: wat het mist.

25Opdat er geen scheuring in het lichaam is, maar de delen dezelfde zorg voor elkaar hebben.
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ᾖ
(e)
er is
σχίσμα
(schisma)
scheuring
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
σώματι
(somati)
lichaam
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὸ
(to)
de
αὐτὸ
(auto)
zelfde
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
μεριμνῶσι
(merimnosi)
zorgen
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
delen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σχίσμα (schisma), ‘scheuring’; zie 1 Kor. 1:10 en 11:18. μεριμνάω (merimnao), ‘zorg dragen, bezorgd zijn’.

De zin sluit aan op vers 24 (‘opdat’).

Zie ook 1 Kor. 1:10; 1 Kor. 11:18.

26En als één deel lijdt, lijden alle delen mee. Als één deel verheerlijkt wordt, verheugen alle delen zich mee.
καὶ
(kai)
en
εἴτε
(eite)
of
πάσχει
(paschei)
lijdt
ἓν
(hen)
één
μέλος
(melos)
deel
συμπάσχει
(sympaschei)
lijdt mee
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
delen
εἴτε
(eite)
of
δοξάζεται
(doxazetai)
verheerlijkt wordt
μέλος
(melos)
deel
συγχαίρει
(synchairei)
verheugt zich mee
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
delen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πάσχω (pascho), ‘lijden’; συμπάσχω (sympascho), ‘meelijden’. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken, eer geven’; verwant met δόξα, ‘heerlijkheid’. συγχαίρω (synchairo), ‘zich meeverheugen’, van χαρά (chara), ‘vreugde’.

Wat Elohim in de gemeente heeft gezet

27Jullie nu zijn het lichaam van de Messias en, ieder voor zich, delen ervan.
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
δέ
(de)
nu
ἐστε
(este)
zijn
σῶμα
(soma)
lichaam
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
καὶ
(kai)
en
μέλη
(mele)
delen
ἐκ
(ek)
voor
μέρους
(merous)
een deel
Bron: SBLGNT
Uitleg

σῶμα Χριστοῦ (soma Christou), ‘lichaam van de Messias’: het Grieks heeft geen lidwoord; het kan ook ‘een lichaam van de Messias’ betekenen.

Wij schrijven ‘het lichaam van de Messias’. ἐκ μέρους (ek merous), ‘ieder voor zijn deel, afzonderlijk’: ook ‘gedeeltelijk’.

Zie ook 1 Kor. 10:17; 1 Kor. 12:12.

28En Elohim heeft sommigen in de gemeente gezet: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraren, daarna krachten, daarna genadegaven van genezingen, hulpverleningen, besturingen, soorten talen.
καὶ
(kai)
en
οὓς
(hous)
sommigen
μὲν
(men)
wel
ἔθετο
(etheto)
zette
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
πρῶτον
(proton)
ten eerste
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
δεύτερον
(deuteron)
ten tweede
προφήτας
(prophetas)
profeten
τρίτον
(triton)
ten derde
διδασκάλους
(didaskalous)
leraren
ἔπειτα
(epeita)
daarna
δυνάμεις
(dynameis)
krachten
ἔπειτα
(epeita)
daarna
χαρίσματα
(charismata)
genadegaven
ἰαμάτων
(iamaton)
van genezingen
ἀντιλήμψεις
(antilempseis)
hulpverleningen
κυβερνήσεις
(kyberneseis)
besturingen
γένη
(gene)
soorten
γλωσσῶν
(glosson)
talen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’; προφήτης (profetes), ‘profeet’; διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’.

In de lijst gaat het Grieks na ‘leraren’ over van personen naar gaven (‘krachten’, ‘genadegaven’); wij volgen dat. ἀντίλημψις (antilempsis), ‘hulpverlening’: hulp aan wie zwak is. κυβέρνησις (kybernesis), ‘besturen’: het sturen van een schip, leiding geven. ἔθετο (etheto), ‘zette’, zoals in vers 18.

29Zijn soms allen apostelen? Zijn soms allen profeten? Zijn soms allen leraren? Hebben soms allen krachten?
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
προφῆται
(prophetai)
profeten
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
διδάσκαλοι
(didaskaloi)
leraren
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
δυνάμεις
(dynameis)
krachten
Bron: SBLGNT
Uitleg

μή (me) leidt een vraag in waarop het antwoord ‘nee’ is; wij schrijven ‘soms’. δύναμις (dynamis), ‘kracht’: krachtige daden, zie vers 10.

Het Grieks heeft bij ‘krachten’ geen werkwoord; wij vullen ‘hebben’ aan.

30Hebben soms allen genadegaven van genezingen? Spreken soms allen in talen? Leggen soms allen uit?
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
χαρίσματα
(charismata)
genadegaven
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
ἰαμάτων
(iamaton)
van genezingen
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
γλώσσαις
(glossais)
in talen
λαλοῦσιν
(lalousin)
spreken
μὴ
(me)
soms
πάντες
(pantes)
allen
διερμηνεύουσιν
(diermeneuousin)
leggen uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

Opnieuw leidt μή (me) een vraag in waarop het antwoord ‘nee’ is. γλώσσαις λαλοῦσιν (glossais laloesin), ‘spreken in talen’: zie vers 10. διερμηνεύω (diermeneuo), ‘uitleggen’, verwant met ἑρμηνεία in vers 10.

Ijver voor de grotere genadegaven

31Wees echter ijverig voor de grotere genadegaven. En ik wijs jullie nog een weg, die alles overtreft.
ζηλοῦτε
(zeloute)
wees ijverig
δὲ
(de)
maar
τὰ
(ta)
de
χαρίσματα
(charismata)
genadegaven
τὰ
(ta)
de
μείζονα
(meizona)
grotere
καὶ
(kai)
en
ἔτι
(eti)
nog
καθ’
(kath’)
naar
ὑπερβολὴν
(hyperbolen)
overmaat
ὁδὸν
(hodon)
een weg
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
δείκνυμι
(deiknymi)
wijs ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζηλόω (zeloo), ‘ijveren voor, streven naar’: de Griekse vorm kan een bevel (‘wees ijverig’) of een vaststelling (‘jullie zijn ijverig’) zijn; wij nemen het als bevel. μείζων (meizon), ‘groter’. καθ᾽ ὑπερβολήν (kath hyperbolen), ‘in overmaat, die alles overtreft’. ὁδός (hodos), ‘weg’.

Het volgende hoofdstuk, 1 Kor. 13, spreekt over ἀγάπη (agape), ‘liefde’.

Zie ook 1 Kor. 13:1.

Zie ook1 Kor 13:1