Elohim Bijbel

2 Kronieken 15

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

De boodschap van Azarja en de hervorming van Asa

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Azarja spreekt tot Asa

1De Geest van Elohim kwam over Azarja, de zoon van Oded.
וַעֲזַרְיָ֨הוּ֙
(vaazaryahu)
en Azarja
בֶּן
(ben)
zoon van
עוֹדֵ֔ד
(oded)
Oded
הָיְתָ֥ה
(hayeta)
kwam
עָלָ֖יו
(alav)
over hem
ר֥וּחַ
(ruach)
Geest van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ אֱלֹהִים (ruach Elohim), ‘Geest van Elohim’: de Geest van Elohim komt over iemand om te spreken, zoals ook in 1 Sam. 10:10.

עוֹדֵד (Oded), ‘Oded’: de naam staat zo in de tekst, ook in vers 8. Azarja is de zoon van Oded.

2Hij ging Asa tegemoet en zei tegen hem: „Luister naar mij, Asa en heel Juda en Benjamin! Yahweh is met jullie, zolang jullie met Hem zijn. Als jullie Hem zoeken, laat Hij Zich door jullie vinden. Maar als jullie Hem verlaten, verlaat Hij jullie.
וַיֵּצֵא֮
(vayetse)
en ging uit
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אָסָא֒
(asa)
Asa
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
ל֔וֹ
(lo)
tot hem
שְׁמָע֕וּנִי
(shemauni)
luister naar mij
אָסָ֖א
(asa)
Asa
וְכָל
(vekhal)
en heel
יְהוּדָ֣ה
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֑ן
(uvinyamin)
en Benjamin
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
עִמָּכֶם֙
(imakhem)
is met jullie
בִּֽהְיֽוֹתְכֶ֣ם
(bihyotekhem)
in jullie zijn
עִמּ֔וֹ
(imo)
met Hem
וְאִֽם
(veim)
en als
תִּדְרְשֻׁ֨הוּ֙
(tidreshuhu)
jullie Hem zoeken
יִמָּצֵ֣א
(yimatse)
Hij laat Zich vinden
לָכֶ֔ם
(lakhem)
door jullie
וְאִם
(veim)
en als
תַּעַזְבֻ֖הוּ
(taazvuhu)
jullie Hem verlaten
יַעֲזֹ֥ב
(yaazov)
Hij verlaat
אֶתְכֶֽם
(etkhem)
jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Azarja is een profeet.

Hij spreekt over Yahweh, maar Yahweh spreekt hier niet zelf.

Zijn woorden staan daarom in zwart.

דָּרַשׁ (darash), ‘zoeken’: Yahweh zoeken is Hem raadplegen en Hem dienen. Het woord keert terug in de verzen 4, 12, 13 en 15.

3Lange tijd was Israël zonder Elohim van waarheid, zonder priester die onderwees en zonder wet.
וְיָמִ֥ים
(veyamim)
en dagen
רַבִּ֖ים
(rabim)
veel
לְיִשְׂרָאֵ֑ל
(leyisrael)
voor Israël
לְלֹ֣א
(lelo)
zonder
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
אֱמֶ֗ת
(emet)
waarheid
וּלְלֹ֛א
(ulelo)
en zonder
כֹּהֵ֥ן
(kohen)
priester
מוֹרֶ֖ה
(more)
onderwijzend
וּלְלֹ֥א
(ulelo)
en zonder
תוֹרָֽה
(tora)
wet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: wij vertalen ‘Elohim van waarheid’, letterlijk.

Het gaat om de enige Elohim die trouw en betrouwbaar is.

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderwijs en voorschrift van Yahweh. Zie Deut. 17:18.

יָמִים רַבִּים (yamim rabbim), ‘veel dagen’: de tekst zegt niet welke tijd bedoeld is. Wij vertalen ‘lange tijd’ en voegen niets toe.

4Maar in hun nood keerden zij terug tot Yahweh, de Elohim van Israël. Zij zochten Hem en Hij liet Zich door hen vinden.
וַיָּ֨שָׁב֙
(vayashav)
en keerde terug
בַּצַּר
(batsar)
in nood
ל֔וֹ
(lo)
voor hem
עַל
(al)
tot
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיְבַקְשֻׁ֖הוּ
(vayvaqshuhu)
en zij zochten Hem
וַיִּמָּצֵ֥א
(vayimatse)
en Hij liet Zich vinden
לָהֶֽם
(lahem)
door hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּצַּר־לוֹ (batsar lo), ‘in zijn nood’: het Hebreeuws heeft hier het enkelvoud, ‘in zijn nood’; Israël als geheel.

Wij schrijven ‘in hun nood’, omdat de zin daarna in het meervoud doorgaat.

5In die tijden was er geen vrede voor wie uitging en voor wie binnenkwam. Want er was veel verwarring onder alle inwoners van de landen.
וּבָעִתִּ֣ים
(uvaitim)
en in tijden
הָהֵ֔ם
(hahem)
die
אֵ֥ין
(ein)
niet is
שָׁל֖וֹם
(shalom)
vrede
לַיּוֹצֵ֣א
(layotse)
voor de uitgaande
וְלַבָּ֑א
(velaba)
en voor de inkomende
כִּ֚י
(ki)
want
מְהוּמֹ֣ת
(mehumot)
verwarring van
רַבּ֔וֹת
(rabot)
grote
עַ֥ל
(al)
over
כָּל
(kal)
alle
יוֹשְׁבֵ֖י
(yoshevei)
inwoners van
הָאֲרָצֽוֹת
(haaratsot)
de landen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְהוּמֹת (mehumot), ‘verwarring’: onrust en paniek.

Het woord hangt samen met הֲמָמָם (hammam), ‘bracht in verwarring’ in vers 6.

Wij gebruiken daarom beide keren ‘verwarring’.

6Het ene volk werd door het andere volk verbrijzeld en de ene stad door de andere, want Elohim bracht hen in verwarring met allerlei benauwdheid.
וְכֻתְּת֥וּ
(vekhutetu)
en zij werden verbrijzeld
גוֹי
(goy)
volk
בְּג֖וֹי
(begoy)
door volk
וְעִ֣יר
(veir)
en stad
בְּעִ֑יר
(beir)
door stad
כִּֽי
(ki)
want
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
הֲמָמָ֖ם
(hamamam)
bracht in verwarring hen
בְּכָל
(bekhal)
met allerlei
צָרָֽה
(tsara)
benauwdheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Maar jullie, wees sterk! Laat jullie handen niet slap worden, want er is loon voor jullie werk.”
וְאַתֶּ֣ם
(veatem)
en jullie
חִזְק֔וּ
(chizqu)
wees sterk
וְאַל
(veal)
en niet
יִרְפּ֖וּ
(yirpu)
laat verslappen
יְדֵיכֶ֑ם
(yedeikhem)
jullie handen
כִּ֛י
(ki)
want
יֵ֥שׁ
(yesh)
er is
שָׂכָ֖ר
(sakhar)
loon
לִפְעֻלַּתְכֶֽם
(lifulatkhem)
voor jullie werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De toespraak van Azarja eindigt hier.

Het begint in vers 2.

Asa vernieuwt de dienst

8Toen Asa deze woorden en de profetie van Oded, de profeet, hoorde, vatte hij moed. Hij verwijderde de gruwelbeelden uit heel het land van Juda en Benjamin en uit de steden die hij had veroverd in het bergland van Efraïm. Hij vernieuwde het altaar van Yahweh dat voor de voorhal van Yahweh stond.
וְכִשְׁמֹ֨עַ
(vekhishmoa)
en bij het horen van
אָסָ֜א
(asa)
Asa
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de woorden
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
וְהַנְּבוּאָה֮
(vehanevua)
en de profetie van
עֹדֵ֣ד
(oded)
Oded
הַנָּבִיא֒
(hanavi)
de profeet
הִתְחַזַּ֗ק
(hitchazaq)
vatte moed
וַיַּעֲבֵ֤ר
(vayaaver)
en verwijderde
הַשִּׁקּוּצִים֙
(hashiqutsim)
de gruwelbeelden
מִכָּל
(mikal)
uit heel
אֶ֤רֶץ
(erets)
land van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וּמִן
(umin)
en uit
הֶ֣עָרִ֔ים
(hearim)
de steden
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לָכַ֖ד
(lakhad)
hij had veroverd
מֵהַ֣ר
(mehar)
uit het bergland van
אֶפְרָ֑יִם
(efrayim)
Efraïm
וַיְחַדֵּשׁ֙
(vaychadesh)
en vernieuwde
אֶת
(et)
(obj.)
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֕ר
(asher)
dat
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor
אוּלָ֥ם
(ulam)
voorhal van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Bergland van Efraïm: Het bergland van Efraïm is het centrale bergland, tussen Betel en Sichem.

Uitleg

Het bergland van Efraïm is het gebergte ten noorden van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever.

De steden die Asa had veroverd, liggen daar; zie 2 Kron. 17:2.

שִׁקּוּצִים (shiqqutsim), ‘gruwelbeelden’: afgoden waarvoor Yahweh walgt. Zo staat het ook in Deut. 29:16.

אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: het portaal van de tempel. De tekst zegt ‘voorhal van Yahweh’; wij vertalen letterlijk. Zie 1 Kon. 6:3.

Lezing

Het Hebreeuws heeft hier ‘de profetie van Oded, de profeet’.

In vers 1 is Azarja de zoon van Oded en dus degene die spreekt.

Sommige oude vertalingen lezen hier ‘de profetie van Azarja, de zoon van Oded, de profeet’.

Wij volgen de Masoretische tekst, zoals hij er staat.

9Hij verzamelde heel Juda en Benjamin en de vreemdelingen die bij hen woonden, uit Efraïm, Manasse en Simeon. Want uit Israël waren er velen naar hem overgelopen, toen zij zagen dat Yahweh, zijn Elohim, met hem was.
וַיִּקְבֹּ֗ץ
(vayiqbots)
en verzamelde
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וְהַגָּרִים֙
(vehagarim)
en de vreemdelingen
עִמָּהֶ֔ם
(imahem)
bij hen
מֵאֶפְרַ֥יִם
(meefrayim)
uit Efraïm
וּמְנַשֶּׁ֖ה
(umenashe)
en Manasse
וּמִשִּׁמְע֑וֹן
(umishimon)
en uit Simeon
כִּֽי
(ki)
want
נָפְל֨וּ
(nafelu)
zij vielen
עָלָ֤יו
(alav)
naar hem
מִיִּשְׂרָאֵל֙
(miyisrael)
uit Israël
לָרֹ֔ב
(larov)
in menigte
בִּרְאֹתָ֕ם
(birotam)
bij hun zien
כִּֽי
(ki)
dat
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֖יו
(elohav)
zijn Elohim
עִמּֽוֹ
(imo)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּרִים (gerim), ‘vreemdelingen’: mensen uit andere stammen die in Juda wonen.

Zie ook Lev. 19:34.

נָפְלוּ עָלָיו (nafelu alav), ‘zij vielen naar hem’: zij liepen over naar Asa, omdat zij zagen dat Yahweh met hem was.

Het verbond in Jeruzalem

10Zij kwamen bijeen in Jeruzalem in de derde maand van het vijftiende jaar van de regering van Asa.
וַיִּקָּבְצ֥וּ
(vayiqavetsu)
en zij kwamen bijeen
יְרוּשָׁלִַ֖ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
בַּחֹ֣דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַשְּׁלִישִׁ֑י
(hashelishi)
de derde
לִשְׁנַ֥ת
(lishnat)
in het jaar van
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
לְמַלְכ֥וּת
(lemalkhut)
van de regering van
אָסָֽא
(asa)
Asa
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De derde maand is de maand Sivan (mei–juni).

Wij rekenen de jaren van Asa niet na; zie ook vers 19.

11Op die dag offerden zij aan Yahweh van de buit die zij hadden meegebracht: 700 runderen en 7000 stuks kleinvee.
וַיִּזְבְּח֤וּ
(vayizbechu)
en zij offerden
לַיהוָה֙
(laYahweh)
aan Yahweh
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
מִן
(min)
van
הַשָּׁלָ֖ל
(hashalal)
de buit
הֵבִ֑יאוּ
(heviu)
zij hadden gebracht
בָּקָר֙
(baqar)
runderen
שְׁבַ֣ע
(sheva)
zeven
מֵא֔וֹת
(meot)
honderd
וְצֹ֖אן
(vetson)
en kleinvee
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
אֲלָפִֽים
(alafim)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זָבַח (zavach), ‘offeren’: dieren slachten en offeren.

De buit komt uit de strijd tegen Zerach, de Kushiet (2 Kron. 14:8–14).

Het getal 700 en 7000 staat letterlijk in de tekst.

12Zij gingen een verbond aan om Yahweh, de Elohim van hun vaderen, te zoeken met heel hun hart en met heel hun ziel.
וַיָּבֹ֣אוּ
(vayavou)
en zij gingen
בַבְּרִ֔ית
(baberit)
in verbond
לִדְר֕וֹשׁ
(lidrosh)
om te zoeken
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
אֲבוֹתֵיהֶ֑ם
(avoteihem)
hun vaderen
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבָ֖ם
(levavam)
hun hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשָֽׁם
(nafsham)
hun ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de ziel is hier het hele innerlijke leven van een mens, de kern van wie hij is.

‘Met heel je hart en met heel je ziel’ staat ook in Deut. 6:5.

13Ieder die Yahweh, de Elohim van Israël, niet zou zoeken, moest gedood worden, van klein tot groot, van man tot vrouw.
וְכֹ֨ל
(vekhol)
en ieder
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
יִדְרֹ֛שׁ
(yidrosh)
zou zoeken
לַיהוָ֥ה
(laYahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽי
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
יוּמָ֑ת
(yumat)
moet gedood worden
לְמִן
(lemin)
van
קָטֹן֙
(qaton)
klein
וְעַד
(vead)
en tot
גָּד֔וֹל
(gadol)
groot
לְמֵאִ֖ישׁ
(lemeish)
van man
וְעַד
(vead)
en tot
אִשָּֽׁה
(isha)
vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit lijkt op de wet voor wie andere goden dient (Deut. 13:7–12 en 17:2–7).

Zie ook Exod. 22:19.

Hier staat de dood op het niet zoeken van Yahweh.

14Zij zwoeren een eed aan Yahweh, met luide stem, met gejuich, met trompetten en met ramshoorns.
וַיִּשָּֽׁבְעוּ֙
(vayishaveu)
en zij zwoeren
לַיהוָ֔ה
(laYahweh)
aan Yahweh
בְּק֥וֹל
(beqol)
met stem
גָּד֖וֹל
(gadol)
luid
וּבִתְרוּעָ֑ה
(uvitrua)
en met gejuich
וּבַחֲצֹצְר֖וֹת
(uvachatsotserot)
en met trompetten
וּבְשׁוֹפָרֽוֹת
(uveshofarot)
en met ramshoorns
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁוֹפָר (shofar), ‘ramshoorn’: een hoorn van een ram die men blaast.

Zie 1 Kron. 15:28.

15Heel Juda was blij over de eed, want zij hadden met heel hun hart gezworen en met hun volle wil Hem gezocht. Hij liet Zich door hen vinden. Yahweh gaf hun rust rondom.
וַיִּשְׂמְח֨וּ
(vayismechu)
en waren blij
כָל
(kal)
heel
יְהוּדָ֜ה
(yehuda)
Juda
עַל
(al)
over
הַשְּׁבוּעָ֗ה
(hashevua)
de eed
כִּ֤י
(ki)
want
בְכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבָם֙
(levavam)
hun hart
נִשְׁבָּ֔עוּ
(nishbau)
zij hadden gezworen
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
רְצוֹנָ֣ם
(retsonam)
hun wil
בִּקְשֻׁ֔הוּ
(biqshuhu)
zij zochten Hem
וַיִּמָּצֵ֖א
(vayimatse)
en Hij liet Zich vinden
לָהֶ֑ם
(lahem)
door hen
וַיָּ֧נַח
(vayanach)
en gaf rust
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶ֖ם
(lahem)
aan hen
מִסָּבִֽיב
(misaviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְצוֹנָם (retsonam), ‘hun wil’: zij zochten Hem uit eigen wil, met hun volle instemming.

Zie ook vers 2, 4 en 12.

Asa zet zijn moeder af

16Ook Maächa, de moeder van koning Asa, zette hij af als koninginmoeder, omdat zij een gruwelbeeld voor de heilige paal had gemaakt. Asa hakte haar gruwelbeeld om, vergruisde het en verbrandde het in de beek Kidron.
וְגַֽם
(vegam)
en ook
מַעֲכָ֞ה
(maakha)
Maächa
אֵ֣ם
(em)
moeder van
אָסָ֣א
(asa)
Asa
הַמֶּ֗לֶךְ
(hamelekh)
de koning
הֱסִירָהּ֙
(hesirah)
zette hij af
מִגְּבִירָ֔ה
(migevira)
van gebiedster zijn
אֲשֶׁר
(asher)
omdat
עָשְׂתָ֥ה
(aseta)
zij had gemaakt
לַאֲשֵׁרָ֖ה
(laashera)
voor de heilige paal
מִפְלָ֑צֶת
(miflatset)
een gruwelbeeld
וַיִּכְרֹ֤ת
(vayikhrot)
en hakte om
אָסָא֙
(asa)
Asa
אֶת
(et)
(obj.)
מִפְלַצְתָּ֔הּ
(miflatstah)
haar gruwelbeeld
וַיָּ֕דֶק
(vayadeq)
en vergruisde
וַיִּשְׂרֹ֖ף
(vayisrof)
en verbrandde
בְּנַ֥חַל
(benachal)
in de beek
קִדְרֽוֹן
(qidron)
Kidron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Beek Kidron: De beek Kidron is een droge dalbedding ten oosten van Jeruzalem, tussen de stad en de Olijfberg.

Uitleg

De beek Kidron is het dal ten oosten van Jeruzalem, tussen de stad en de Olijfberg.

Het ligt in het huidige Israël en de Westelijke Jordaanoever.

אֲשֵׁרָה (asjerah), ‘heilige paal’: een houten paal of een heilige boom bij een heiligdom. Het woord is ook de naam van een godin, Asjera. In 1 Kon. 15:13 staat hetzelfde verhaal met hetzelfde woord, ‘heilige paal’.

מִפְלֶצֶת (miflezet), ‘gruwelbeeld’: een afschuwelijk beeld. De betekenis is niet helemaal zeker. In vers 8 staat een ander woord, שִׁקּוּצִים (shiqqutsim), ‘gruwelbeelden’.

גְּבִירָה (gevirah), ‘koninginmoeder’: de moeder van de koning, met een eigen plaats aan het hof.

מַעֲכָה (Maächa): in 1 Kon. 15:13 heet zij ook de moeder van Asa. In 1 Kon. 15:10 is zij de dochter van Absalom. Wij vertalen zoals het hier staat.

17Maar de hoogten verdwenen niet uit Israël. Toch was het hart van Asa al zijn dagen volledig.
וְהַ֨בָּמ֔וֹת
(vehabamot)
en de hoogten
לֹא
(lo)
niet
סָ֖רוּ
(saru)
verdwenen
מִיִּשְׂרָאֵ֑ל
(miyisrael)
uit Israël
רַ֧ק
(raq)
alleen
לְבַב
(levav)
het hart van
אָסָ֛א
(asa)
Asa
הָיָ֥ה
(haya)
was
שָׁלֵ֖ם
(shalem)
volledig
כָּל
(kal)
alle
יָמָֽיו
(yamav)
zijn dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers lijkt op 1 Kon. 15:14.

Hier staat ‘uit Israël’; in 2 Kron. 17:6 gaat het om Juda.

De hoogten (bamot) waren offerplaatsen buiten Jeruzalem; zie Deut. 12:2–14.

Wij vertalen letterlijk.

18Hij bracht de gewijde gaven van zijn vader en zijn gewijde gaven in het huis van Elohim: zilver, goud en voorwerpen.
וַיָּבֵ֞א
(vayave)
en hij bracht
אֶת
(et)
(obj.)
קָדְשֵׁ֥י
(qadeshei)
gewijde gaven van
אָבִ֛יו
(aviv)
zijn vader
וְקָֽדָשָׁ֖יו
(veqadashav)
en zijn gewijde gaven
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
de Elohim
כֶּ֥סֶף
(kesef)
zilver
וְזָהָ֖ב
(vezahav)
en goud
וְכֵלִֽים
(vekhelim)
en voorwerpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Tot het vijfendertigste jaar van de regering van Asa was er geen oorlog.
וּמִלְחָמָ֖ה
(umilchama)
en oorlog
לֹ֣א
(lo)
niet
הָיָ֑תָה
(hayata)
was
עַ֛ד
(ad)
tot
שְׁנַת
(shenat)
jaar van
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וְחָמֵ֖שׁ
(vechamesh)
en vijf
לְמַלְכ֥וּת
(lemalkhut)
van de regering van
אָסָֽא
(asa)
Asa
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In 1 Kon. 15:16 en 15:32 staat dat er oorlog was tussen Asa en Baësa ‘al hun dagen’.

Dat past niet bij dit vers.

Wij vertalen beide teksten zoals zij er staan en rekenen de jaren niet na.