Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Azarja spreekt tot Asa
1De Geest van Elohim kwam over Azarja, de zoon van Oded.
וַעֲזַרְיָ֨הוּ֙
(vaazaryahu)
en Azarja
בֶּן
(ben)
zoon van
עוֹדֵ֔ד
(oded)
Oded
הָיְתָ֥ה
(hayeta)
kwam
עָלָ֖יו
(alav)
over hem
ר֥וּחַ
(ruach)
Geest van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רוּחַ אֱלֹהִים (ruach Elohim), ‘Geest van Elohim’: de Geest van Elohim komt over iemand om te spreken, zoals ook in 1 Sam. 10:10.
עוֹדֵד (Oded), ‘Oded’: de naam staat zo in de tekst, ook in vers 8. Azarja is de zoon van Oded.
2Hij ging Asa tegemoet en zei tegen hem: „Luister naar mij, Asa en heel Juda en Benjamin! Yahweh is met jullie, zolang jullie met Hem zijn. Als jullie Hem zoeken, laat Hij Zich door jullie vinden. Maar als jullie Hem verlaten, verlaat Hij jullie.
וַיֵּצֵא֮
(vayetse)
en ging uit
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אָסָא֒
(asa)
Asa
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
ל֔וֹ
(lo)
tot hem
שְׁמָע֕וּנִי
(shemauni)
luister naar mij
אָסָ֖א
(asa)
Asa
וְכָל
(vekhal)
en heel
יְהוּדָ֣ה
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֑ן
(uvinyamin)
en Benjamin
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
עִמָּכֶם֙
(imakhem)
is met jullie
בִּֽהְיֽוֹתְכֶ֣ם
(bihyotekhem)
in jullie zijn
עִמּ֔וֹ
(imo)
met Hem
וְאִֽם
(veim)
en als
תִּדְרְשֻׁ֨הוּ֙
(tidreshuhu)
jullie Hem zoeken
יִמָּצֵ֣א
(yimatse)
Hij laat Zich vinden
לָכֶ֔ם
(lakhem)
door jullie
וְאִם
(veim)
en als
תַּעַזְבֻ֖הוּ
(taazvuhu)
jullie Hem verlaten
יַעֲזֹ֥ב
(yaazov)
Hij verlaat
אֶתְכֶֽם
(etkhem)
jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Azarja is een profeet.
Hij spreekt over Yahweh, maar Yahweh spreekt hier niet zelf.
Zijn woorden staan daarom in zwart.
דָּרַשׁ (darash), ‘zoeken’: Yahweh zoeken is Hem raadplegen en Hem dienen. Het woord keert terug in de verzen 4, 12, 13 en 15.
8Toen Asa deze woorden en de profetie van Oded, de profeet, hoorde, vatte hij moed. Hij verwijderde de gruwelbeelden uit heel het land van Juda en Benjamin en uit de steden die hij had veroverd in het bergland van Efraïm. Hij vernieuwde het altaar van Yahweh dat voor de voorhal van Yahweh stond.
וְכִשְׁמֹ֨עַ
(vekhishmoa)
en bij het horen van
אָסָ֜א
(asa)
Asa
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de woorden
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
וְהַנְּבוּאָה֮
(vehanevua)
en de profetie van
עֹדֵ֣ד
(oded)
Oded
הַנָּבִיא֒
(hanavi)
de profeet
הִתְחַזַּ֗ק
(hitchazaq)
vatte moed
וַיַּעֲבֵ֤ר
(vayaaver)
en verwijderde
הַשִּׁקּוּצִים֙
(hashiqutsim)
de gruwelbeelden
מִכָּל
(mikal)
uit heel
אֶ֤רֶץ
(erets)
land van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וּמִן
(umin)
en uit
הֶ֣עָרִ֔ים
(hearim)
de steden
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לָכַ֖ד
(lakhad)
hij had veroverd
מֵהַ֣ר
(mehar)
uit het bergland van
אֶפְרָ֑יִם
(efrayim)
Efraïm
וַיְחַדֵּשׁ֙
(vaychadesh)
en vernieuwde
אֶת
(et)
(obj.)
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֕ר
(asher)
dat
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor
אוּלָ֥ם
(ulam)
voorhal van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Bergland van Efraïm: Het bergland van Efraïm is het centrale bergland, tussen Betel en Sichem.
Uitleg
Het bergland van Efraïm is het gebergte ten noorden van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever.
De steden die Asa had veroverd, liggen daar; zie 2 Kron. 17:2.
שִׁקּוּצִים (shiqqutsim), ‘gruwelbeelden’: afgoden waarvoor Yahweh walgt. Zo staat het ook in Deut. 29:16.
אוּלָם (ulam), ‘voorhal’: het portaal van de tempel. De tekst zegt ‘voorhal van Yahweh’; wij vertalen letterlijk. Zie 1 Kon. 6:3.
Lezing
Het Hebreeuws heeft hier ‘de profetie van Oded, de profeet’.
In vers 1 is Azarja de zoon van Oded en dus degene die spreekt.
Sommige oude vertalingen lezen hier ‘de profetie van Azarja, de zoon van Oded, de profeet’.
Wij volgen de Masoretische tekst, zoals hij er staat.
9Hij verzamelde heel Juda en Benjamin en de vreemdelingen die bij hen woonden, uit Efraïm, Manasse en Simeon. Want uit Israël waren er velen naar hem overgelopen, toen zij zagen dat Yahweh, zijn Elohim, met hem was.
וַיִּקְבֹּ֗ץ
(vayiqbots)
en verzamelde
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וְהַגָּרִים֙
(vehagarim)
en de vreemdelingen
עִמָּהֶ֔ם
(imahem)
bij hen
מֵאֶפְרַ֥יִם
(meefrayim)
uit Efraïm
וּמְנַשֶּׁ֖ה
(umenashe)
en Manasse
וּמִשִּׁמְע֑וֹן
(umishimon)
en uit Simeon
כִּֽי
(ki)
want
נָפְל֨וּ
(nafelu)
zij vielen
עָלָ֤יו
(alav)
naar hem
מִיִּשְׂרָאֵל֙
(miyisrael)
uit Israël
לָרֹ֔ב
(larov)
in menigte
בִּרְאֹתָ֕ם
(birotam)
bij hun zien
כִּֽי
(ki)
dat
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֖יו
(elohav)
zijn Elohim
עִמּֽוֹ
(imo)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֵּרִים (gerim), ‘vreemdelingen’: mensen uit andere stammen die in Juda wonen.
Zie ook Lev. 19:34.
נָפְלוּ עָלָיו (nafelu alav), ‘zij vielen naar hem’: zij liepen over naar Asa, omdat zij zagen dat Yahweh met hem was.
15Heel Juda was blij over de eed, want zij hadden met heel hun hart gezworen en met hun volle wil Hem gezocht. Hij liet Zich door hen vinden. Yahweh gaf hun rust rondom.
וַיִּשְׂמְח֨וּ
(vayismechu)
en waren blij
כָל
(kal)
heel
יְהוּדָ֜ה
(yehuda)
Juda
עַל
(al)
over
הַשְּׁבוּעָ֗ה
(hashevua)
de eed
כִּ֤י
(ki)
want
בְכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבָם֙
(levavam)
hun hart
נִשְׁבָּ֔עוּ
(nishbau)
zij hadden gezworen
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
רְצוֹנָ֣ם
(retsonam)
hun wil
בִּקְשֻׁ֔הוּ
(biqshuhu)
zij zochten Hem
וַיִּמָּצֵ֖א
(vayimatse)
en Hij liet Zich vinden
לָהֶ֑ם
(lahem)
door hen
וַיָּ֧נַח
(vayanach)
en gaf rust
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶ֖ם
(lahem)
aan hen
מִסָּבִֽיב
(misaviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רְצוֹנָם (retsonam), ‘hun wil’: zij zochten Hem uit eigen wil, met hun volle instemming.
16Ook Maächa, de moeder van koning Asa, zette hij af als koninginmoeder, omdat zij een gruwelbeeld voor de heilige paal had gemaakt. Asa hakte haar gruwelbeeld om, vergruisde het en verbrandde het in de beek Kidron.
וְגַֽם
(vegam)
en ook
מַעֲכָ֞ה
(maakha)
Maächa
אֵ֣ם
(em)
moeder van
אָסָ֣א
(asa)
Asa
הַמֶּ֗לֶךְ
(hamelekh)
de koning
הֱסִירָהּ֙
(hesirah)
zette hij af
מִגְּבִירָ֔ה
(migevira)
van gebiedster zijn
אֲשֶׁר
(asher)
omdat
עָשְׂתָ֥ה
(aseta)
zij had gemaakt
לַאֲשֵׁרָ֖ה
(laashera)
voor de heilige paal
מִפְלָ֑צֶת
(miflatset)
een gruwelbeeld
וַיִּכְרֹ֤ת
(vayikhrot)
en hakte om
אָסָא֙
(asa)
Asa
אֶת
(et)
(obj.)
מִפְלַצְתָּ֔הּ
(miflatstah)
haar gruwelbeeld
וַיָּ֕דֶק
(vayadeq)
en vergruisde
וַיִּשְׂרֹ֖ף
(vayisrof)
en verbrandde
בְּנַ֥חַל
(benachal)
in de beek
קִדְרֽוֹן
(qidron)
Kidron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Beek Kidron: De beek Kidron is een droge dalbedding ten oosten van Jeruzalem, tussen de stad en de Olijfberg.
Uitleg
De beek Kidron is het dal ten oosten van Jeruzalem, tussen de stad en de Olijfberg.
Het ligt in het huidige Israël en de Westelijke Jordaanoever.
אֲשֵׁרָה (asjerah), ‘heilige paal’: een houten paal of een heilige boom bij een heiligdom. Het woord is ook de naam van een godin, Asjera. In 1 Kon. 15:13 staat hetzelfde verhaal met hetzelfde woord, ‘heilige paal’.
מִפְלֶצֶת (miflezet), ‘gruwelbeeld’: een afschuwelijk beeld. De betekenis is niet helemaal zeker. In vers 8 staat een ander woord, שִׁקּוּצִים (shiqqutsim), ‘gruwelbeelden’.
גְּבִירָה (gevirah), ‘koninginmoeder’: de moeder van de koning, met een eigen plaats aan het hof.
מַעֲכָה (Maächa): in 1 Kon. 15:13 heet zij ook de moeder van Asa. In 1 Kon. 15:10 is zij de dochter van Absalom. Wij vertalen zoals het hier staat.