Elohim Bijbel

Handelingen 28

12345678910111213141516171819202122232425262728

Op Malta, de reis naar Rome en Paulus in Rome

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Op Malta

1Toen wij gered waren, kwamen wij te weten dat het eiland Malta heet.
Καὶ
(Kai)
en
διασωθέντες
(diasothentes)
gered
τότε
(tote)
toen
ἐπέγνωμεν
(epegnomen)
kwamen wij te weten
ὅτι
(hoti)
dat
Μελίτη
(Melite)
Malta
ἡ
(he)
het
νῆσος
(nesos)
eiland
καλεῖται
(kaleitai)
heet
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Malta: Malta is een eiland in het midden van de Middellandse Zee, ten zuiden van Sicilië.

Uitleg

Μελίτη (Melite), ‘Malta’: het eiland ten zuiden van Sicilië.

2De bewoners toonden ons ongewone vriendelijkheid. Zij staken namelijk een vuur aan en namen ons allen op, vanwege de aanhoudende regen en de kou.
οἵ
(hoi)
de
τε
(te)
en
βάρβαροι
(barbaroi)
bewoners
παρεῖχον
(pareichon)
boden
οὐ
(ou)
niet
τὴν
(ten)
de
τυχοῦσαν
(tychousan)
gewone
φιλανθρωπίαν
(philanthropian)
vriendelijkheid
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
ἅψαντες
(hapsantes)
aangestoken hebbend
γὰρ
(gar)
want
πυρὰν
(pyran)
een vuur
προσελάβοντο
(proselabonto)
namen op
πάντας
(pantas)
allen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
διὰ
(dia)
vanwege
τὸν
(ton)
de
ὑετὸν
(hyeton)
regen
τὸν
(ton)
die
ἐφεστῶτα
(ephestota)
aanhoudende
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
de
ψῦχος
(psychos)
kou
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάρβαροι (barbaroi), ‘bewoners’: het Griekse woord betekent letterlijk mensen die geen Grieks spraken.

Het is hier geen scheldwoord; wij vertalen ‘bewoners’. φιλανθρωπία (filanthropia), ‘vriendelijkheid’: verwant aan φιλανθρώπως in Hand. 27:3.

Zie ookHand 27:3

De adder

3Paulus raapte een hoop dorre takken bijeen en legde die op het vuur. Door de hitte kwam er een adder tevoorschijn, die zich aan zijn hand vastklemde.
συστρέψαντος
(systrepsantos)
bijeengeraapt hebbend
δὲ
(de)
nu
τοῦ
(tou)
(de)
Παύλου
(Paulou)
Paulus
φρυγάνων
(phryganon)
van dorre takken
τι
(ti)
een
πλῆθος
(plethos)
hoeveelheid
καὶ
(kai)
en
ἐπιθέντος
(epithentos)
gelegd hebbend
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
het
πυράν
(pyran)
vuur
ἔχιδνα
(echidna)
adder
ἀπὸ
(apo)
vanwege
τῆς
(tes)
de
θέρμης
(thermes)
hitte
ἐξελθοῦσα
(exelthousa)
tevoorschijn gekomen
καθῆψε
(kathepse)
klemde zich vast aan
τῆς
(tes)
de
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
4Toen de bewoners het dier aan zijn hand zagen hangen, zeiden zij tegen elkaar: „Deze man is zeker een moordenaar. Hij is uit de zee gered, maar de Gerechtigheid heeft hem niet laten leven.”
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
εἶδον
(eidon)
zagen
οἱ
(hoi)
de
βάρβαροι
(barbaroi)
bewoners
κρεμάμενον
(kremamenon)
hangend
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
dier
ἐκ
(ek)
aan
τῆς
(tes)
de
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Πάντως
(Pantos)
zeker
φονεύς
(phoneus)
moordenaar
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
οὗτος
(houtos)
deze
ὃν
(hon)
die
διασωθέντα
(diasothenta)
gered
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
ἡ
(he)
de
δίκη
(dike)
Gerechtigheid
ζῆν
(zen)
te leven
οὐκ
(ouk)
niet
εἴασεν
(eiasen)
liet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡ δίκη (he dike), ‘de Gerechtigheid’: de bewoners denken aan een goddelijke macht die straft. δίκη is een ander woord dan δικαιοσύνη (dikaiosyne), dat wij met ‘gerechtigheid’ vertalen; wij schrijven hier een hoofdletter.

5Hij schudde het dier in het vuur af en leed geen enkel kwaad.
ὁ
(ho)
hij
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ἀποτινάξας
(apotinaxas)
afschuddend
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
dier
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
πῦρ
(pyr)
vuur
ἔπαθεν
(epathen)
leed
οὐδὲν
(ouden)
niets
κακόν
(kakon)
kwaads
Bron: SBLGNT
6Zij verwachtten dat hij zou opzwellen of plotseling dood zou neervallen. Toen zij lang gewacht hadden en zagen dat hem niets verkeerds overkwam, veranderden zij van mening. Zij zeiden dat hij een god was.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
προσεδόκων
(prosedokon)
verwachtten
αὐτὸν
(auton)
hem
μέλλειν
(mellein)
dat zou
πίμπρασθαι
(pimprasthai)
opzwellen
ἢ
(e)
of
καταπίπτειν
(katapiptein)
neervallen
ἄφνω
(aphno)
plotseling
νεκρόν
(nekron)
dood
ἐπὶ
(epi)
gedurende
πολὺ
(poly)
lange tijd
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
hen
προσδοκώντων
(prosdokonton)
verwachtend
καὶ
(kai)
en
θεωρούντων
(theorounton)
kijkend
μηδὲν
(meden)
niets
ἄτοπον
(atopon)
verkeerds
εἰς
(eis)
aan
αὐτὸν
(auton)
hem
γινόμενον
(ginomenon)
gebeurend
μεταβαλόμενοι
(metabalomenoi)
van gedachten veranderd
ἔλεγον
(elegon)
zeiden zij
αὐτὸν
(auton)
hem
εἶναι
(einai)
te zijn
θεόν
(theon)
een god
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεόν (theon), ‘een god’: in het Grieks zonder lidwoord, in de mond van de bewoners.

Wij schrijven ‘een god’ met een kleine letter, niet ‘Elohim’.

Zie ook Hand. 14:11.

Zie ookHand 14:11

Publius en de zieken

7In de omgeving van die plaats lagen landgoederen van de voornaamste van het eiland, Publius genaamd. Hij nam ons op en onthaalde ons drie dagen lang hartelijk.
Ἐν
(En)
in
δὲ
(de)
nu
τοῖς
(tois)
de
περὶ
(peri)
rondom
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
ἐκεῖνον
(ekeinon)
die
ὑπῆρχεν
(hyperchen)
waren
χωρία
(choria)
landgoederen
τῷ
(to)
aan de
πρώτῳ
(proto)
eerste
τῆς
(tes)
van het
νήσου
(nesou)
eiland
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ποπλίῳ
(Poplio)
Publius
ὃς
(hos)
die
ἀναδεξάμενος
(anadexamenos)
ontvangen hebbend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
τρεῖς
(treis)
drie
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
φιλοφρόνως
(philophronos)
hartelijk
ἐξένισεν
(exenisen)
ontving als gast
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ πρῶτος τῆς νήσου (ho protos tes nesou), ‘de voornaamste van het eiland’: waarschijnlijk een ambtstitel. Πόπλιος (Poplios) is de Griekse vorm van het Latijnse Publius.

8Het gebeurde dat de vader van Publius ziek lag, gekweld door koortsaanvallen en buikloop. Paulus ging naar hem toe, bad, legde hem de handen op en genas hem.
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
δὲ
(de)
nu
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
τοῦ
(tou)
van
Ποπλίου
(Popliou)
Publius
πυρετοῖς
(pyretois)
met koortsaanvallen
καὶ
(kai)
en
δυσεντερίῳ
(dysenterio)
buikloop
συνεχόμενον
(synechomenon)
gekweld
κατακεῖσθαι
(katakeisthai)
te liggen
πρὸς
(pros)
tot
ὃν
(hon)
wie
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengegaan
καὶ
(kai)
en
προσευξάμενος
(proseuxamenos)
gebeden hebbend
ἐπιθεὶς
(epitheis)
gelegd hebbend
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
αὐτῷ
(auto)
op hem
ἰάσατο
(iasato)
genas
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
9Toen dit gebeurd was, kwamen ook de anderen op het eiland die ziek waren, en zij werden genezen.
τούτου
(toutou)
dit
δὲ
(de)
nu
γενομένου
(genomenou)
gebeurd
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
λοιποὶ
(loipoi)
overigen
οἱ
(hoi)
die
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
het
νήσῳ
(neso)
eiland
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
ἀσθενείας
(astheneias)
ziekten
προσήρχοντο
(proserchonto)
kwamen
καὶ
(kai)
en
ἐθεραπεύοντο
(etherapeuonto)
werden genezen
Bron: SBLGNT
10Zij bewezen ons ook veel eer. En toen wij in zee staken, laadden zij aan boord wat wij nodig hadden.
οἳ
(hoi)
zij
καὶ
(kai)
ook
πολλαῖς
(pollais)
met vele
τιμαῖς
(timais)
eerbewijzen
ἐτίμησαν
(etimesan)
eerden
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
ἀναγομένοις
(anagomenois)
toen wij in zee staken
ἐπέθεντο
(epethento)
legden erop
τὰ
(ta)
de dingen
πρὸς
(pros)
voor
τὰς
(tas)
de
χρείας
(chreias)
behoeften
Bron: SBLGNT

De reis naar Rome

11Na drie maanden staken wij in zee met een schip uit Alexandrië, dat op het eiland had overwinterd en de Dioscuren als scheepsteken had.
Μετὰ
(Meta)
na
δὲ
(de)
nu
τρεῖς
(treis)
drie
μῆνας
(menas)
maanden
ἀνήχθημεν
(anechthemen)
staken wij in zee
ἐν
(en)
in
πλοίῳ
(ploio)
een schip
παρακεχειμακότι
(parakecheimakoti)
dat had overwinterd
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
het
νήσῳ
(neso)
eiland
Ἀλεξανδρίνῳ
(Alexandrino)
uit Alexandrië
παρασήμῳ
(parasemo)
met als teken
Διοσκούροις
(Dioskourois)
de Dioscuren
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Alexandrië: Alexandrië lag aan de Middellandse Zee, aan de westkant van de Nijldelta.

Het was de grootste stad van Egypte en had een grote Joodse gemeenschap.

Uitleg

Διόσκουροι (Dioskouroi), ‘Dioscuren’: de tweelinggoden Castor en Pollux, beschermers van zeelieden.

Hun beeld was het teken (παράσημον, parasemon) van het schip.

12Wij legden aan in Syracuse en bleven daar drie dagen.
καὶ
(kai)
en
καταχθέντες
(katachthentes)
aangekomen
εἰς
(eis)
in
Συρακούσας
(Syrakousas)
Syracuse
ἐπεμείναμεν
(epemeinamen)
bleven wij
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τρεῖς
(treis)
drie
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Syracuse: Syracuse was de grote havenstad aan de oostkust van Sicilië.

13Vandaar maakten wij ons los en kwamen aan in Regium. Een dag later stak er een zuidenwind op en kwamen wij op de tweede dag in Puteoli.
ὅθεν
(hothen)
vandaar
περιελόντες
(perielontes)
losgemaakt
κατηντήσαμεν
(katentesamen)
kwamen wij aan
εἰς
(eis)
in
Ῥήγιον
(Rhegion)
Regium
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
μίαν
(mian)
een
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἐπιγενομένου
(epigenomenou)
opgestoken
νότου
(notou)
zuidenwind
δευτεραῖοι
(deuteraioi)
op de tweede dag
ἤλθομεν
(elthomen)
kwamen wij
εἰς
(eis)
in
Ποτιόλους
(Potiolous)
Puteoli
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Regium (nu Reggio Calabria): Regium (nu Reggio Calabria) lag aan de zuidpunt van Italië, aan de Straat van Messina.

Zie Puteoli (nu Pozzuoli): Puteoli (nu Pozzuoli) was een grote haven aan de Baai van Napels, waar schepen uit Egypte en het oosten aanlegden.

Uitleg

περιελόντες (perielontes), letterlijk ‘wegnemend’ (zoals de ankers in Hand. 27:40); het voorwerp ontbreekt.

Wij vertalen ‘maakten ons los’.

Zie ookHand 27:40
14Daar vonden wij broers, die ons dringend vroegen zeven dagen bij hen te blijven. En zo kwamen wij in Rome.
οὗ
(hou)
waar
εὑρόντες
(heurontes)
vindend
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
παρεκλήθημεν
(pareklethemen)
werden wij dringend gevraagd
παρ’
(par’)
bij
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἐπιμεῖναι
(epimeinai)
te blijven
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἑπτά
(hepta)
zeven
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ῥώμην
(Rhomen)
Rome
ἤλθαμεν
(elthamen)
kwamen wij
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.

Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: hier de gelovigen in Yeshua, ook in vers 15.

In vers 17 en 21 zijn het Joodse volksgenoten.

15En vandaar kwamen de broers, die over ons gehoord hadden, ons tegemoet tot aan het Forum van Appius en de Drie Tavernen. Toen Paulus hen zag, dankte hij Elohim en kreeg moed.
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
τὰ
(ta)
de dingen
περὶ
(peri)
over
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἦλθαν
(elthan)
kwamen
εἰς
(eis)
tot
ἀπάντησιν
(apantesin)
ontmoeting
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἄχρι
(achri)
tot aan
Ἀππίου
(Appiou)
van Appius
Φόρου
(Phorou)
Forum
καὶ
(kai)
en
Τριῶν
(Trion)
van Drie
Ταβερνῶν
(Tabernon)
Tavernen
οὓς
(hous)
wie
ἰδὼν
(idon)
ziend
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
εὐχαριστήσας
(eucharistesas)
dankend
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
ἔλαβε
(elabe)
kreeg
θάρσος
(tharsos)
moed
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Forum van Appius (ligging ongeveer): Het Forum van Appius lag aan de Via Appia, ongeveer 65 km ten zuiden van Rome.

Zie Drie Tavernen (ligging ongeveer): De Drie Tavernen waren een rustplaats aan de Via Appia, ongeveer 50 km ten zuiden van Rome.

Paulus in Rome

16Toen wij Rome binnengingen, mocht Paulus op zichzelf blijven, samen met de soldaat die hem bewaakte.
Ὅτε
(Hote)
toen
δὲ
(de)
nu
εἰσήλθομεν
(eiselthomen)
binnengingen wij
εἰς
(eis)
in
Ῥώμην
(Rhomen)
Rome
ἐπετράπη
(epetrape)
werd toegestaan
τῷ
(to)
aan
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
μένειν
(menein)
te blijven
καθ’
(kath’)
op
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
φυλάσσοντι
(phylassonti)
bewakende
αὐτὸν
(auton)
hem
στρατιώτῃ
(stratiote)
soldaat
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.

Lezing

In sommige latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat in dit vers een toevoeging over het overdragen van de gevangenen aan de bevelhebber van de wacht.

Die staat niet in de SBLGNT; wij vertalen haar niet.

Paulus en de voornaamsten van de Joden

17Na drie dagen riep hij de voornaamsten van de Joden bijeen. Toen zij samengekomen waren, zei hij tegen hen: „Mannen, broers, ik heb niets gedaan tegen het volk of tegen de gewoonten van de vaderen. Als gevangene ben ik uit Jeruzalem overgeleverd in de handen van de Romeinen.
Ἐγένετο
(Egeneto)
het gebeurde
δὲ
(de)
nu
μετὰ
(meta)
na
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τρεῖς
(treis)
drie
συγκαλέσασθαι
(synkalesasthai)
dat riep bijeen
αὐτὸν
(auton)
hij
τοὺς
(tous)
de
ὄντας
(ontas)
zijnde
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
πρώτους
(protous)
voornaamsten
συνελθόντων
(synelthonton)
samengekomen
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
zij
ἔλεγεν
(elegen)
zei hij
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Ἐγώ
(Ego)
ik
ἄνδρες
(andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἐναντίον
(enantion)
tegen
ποιήσας
(poiesas)
gedaan hebbend
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
ἢ
(e)
of
τοῖς
(tois)
aan de
ἔθεσι
(ethesi)
gewoonten
τοῖς
(tois)
de
πατρῴοις
(patroois)
van de vaderen
δέσμιος
(desmios)
gevangene
ἐξ
(ex)
uit
Ἱεροσολύμων
(Hierosolymon)
Jeruzalem
παρεδόθην
(paredothen)
werd ik overgeleverd
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
τῶν
(ton)
van de
Ῥωμαίων
(Rhomaion)
Romeinen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ἄνδρες ἀδελφοί (andres adelfoi), ‘mannen, broers’: een aanspreking van Joodse volksgenoten. οἱ πρῶτοι τῶν Ἰουδαίων, ‘de voornaamsten van de Joden’: zie ook Hand. 25:2.

Zie ookHand 25:2
18Zij verhoorden mij en wilden mij vrijlaten, omdat er in mij geen aanklacht was waarop de dood stond.
οἵτινες
(hoitines)
die
ἀνακρίναντές
(anakrinantes)
verhoord hebbend
με
(me)
mij
ἐβούλοντο
(eboulonto)
wilden
ἀπολῦσαι
(apolysai)
vrijlaten
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
μηδεμίαν
(medemian)
geen enkele
αἰτίαν
(aitian)
aanklacht
θανάτου
(thanatou)
van de dood
ὑπάρχειν
(hyparchein)
was
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
mij
Bron: SBLGNT
19Maar toen de Joden weerspraken, werd ik gedwongen een beroep te doen op de keizer. Niet dat ik iets heb waarvan ik mijn volk kan aanklagen.
ἀντιλεγόντων
(antilegonton)
tegensprekend
δὲ
(de)
nu
τῶν
(ton)
de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ἠναγκάσθην
(enankasthen)
werd ik gedwongen
ἐπικαλέσασθαι
(epikalesasthai)
een beroep te doen op
Καίσαρα
(Kaisara)
de keizer
οὐχ
(ouch)
niet
ὡς
(hos)
alsof
τοῦ
(tou)
van het
ἔθνους
(ethnous)
volk
μου
(mou)
mijn
ἔχων
(echon)
hebbend
τι
(ti)
iets
κατηγορεῖν
(kategorein)
aan te klagen
Bron: SBLGNT
20Om die reden heb ik jullie dringend gevraagd mij te zien en met mij te spreken. Want vanwege de hoop van Israël draag ik deze keten.”
διὰ
(dia)
vanwege
ταύτην
(tauten)
deze
οὖν
(oun)
dus
τὴν
(ten)
de
αἰτίαν
(aitian)
reden
παρεκάλεσα
(parekalesa)
vroeg ik dringend
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἰδεῖν
(idein)
te zien
καὶ
(kai)
en
προσλαλῆσαι
(proslalesai)
te spreken
ἕνεκεν
(heneken)
vanwege
γὰρ
(gar)
want
τῆς
(tes)
de
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
τοῦ
(tou)
van
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
τὴν
(ten)
de
ἅλυσιν
(halysin)
keten
ταύτην
(tauten)
deze
περίκειμαι
(perikeimai)
ben ik omgeven
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus noemt zijn keten (ἅλυσις, halysis) een gevolg van ‘de hoop van Israël’: de opstanding van de doden.

Zie ook Hand. 23:6; 24:15; 26:6–8.

De ‘boeien’ in Hand. 26:29 zijn een ander woord (δεσμοί, desmoi).

21Zij zeiden tegen hem: „Wij hebben geen brieven over jou uit Judea ontvangen. Ook is er niemand van de broers gekomen die iets slechts over jou heeft bericht of gezegd.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
hem
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Ἡμεῖς
(Hemeis)
wij
οὔτε
(oute)
noch
γράμματα
(grammata)
brieven
περὶ
(peri)
over
σοῦ
(sou)
jou
ἐδεξάμεθα
(edexametha)
ontvingen
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
het
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
οὔτε
(oute)
noch
παραγενόμενός
(paragenomenos)
gekomen zijnd
τις
(tis)
iemand
τῶν
(ton)
van de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
ἀπήγγειλεν
(apengeilen)
berichtte
ἢ
(e)
of
ἐλάλησέν
(elalesen)
sprak
τι
(ti)
iets
περὶ
(peri)
over
σοῦ
(sou)
jou
πονηρόν
(poneron)
slechts
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

22Wij willen graag van jou horen wat je denkt. Van deze richting is ons namelijk bekend dat zij overal weersproken wordt.”
ἀξιοῦμεν
(axioumen)
wij achten het goed
δὲ
(de)
nu
παρὰ
(para)
van
σοῦ
(sou)
jou
ἀκοῦσαι
(akousai)
te horen
ἃ
(ha)
wat
φρονεῖς
(phroneis)
je denkt
περὶ
(peri)
over
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
τῆς
(tes)
de
αἱρέσεως
(haireseos)
richting
ταύτης
(tautes)
deze
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
ἐστιν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
dat
πανταχοῦ
(pantachou)
overal
ἀντιλέγεται
(antilegetai)
er tegengesproken wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: zoals in Hand. 24:5 en 26:5.

23Zij spraken een dag met hem af en kwamen in groter aantal naar zijn verblijf. Hij zette hun uiteen en getuigde van het koninkrijk van Elohim. Hij probeerde hen over Yeshua te overtuigen vanuit de wet van Mozes en de profeten, van de ochtend tot de avond.
Ταξάμενοι
(Taxamenoi)
afgesproken hebbend
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
met hem
ἡμέραν
(hemeran)
een dag
ἧκον
(hekon)
kwamen
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
ξενίαν
(xenian)
verblijf
πλείονες
(pleiones)
meer
οἷς
(hois)
aan wie
ἐξετίθετο
(exetitheto)
zette hij uiteen
διαμαρτυρόμενος
(diamartyromenos)
getuigend
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
πείθων
(peithon)
overtuigend
τε
(te)
en
αὐτοὺς
(autous)
hen
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
(de)
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἀπό
(apo)
vanuit
τε
(te)
en
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
προφητῶν
(propheton)
profeten
ἀπὸ
(apo)
van
πρωῒ
(proi)
ochtend
ἕως
(heos)
tot
ἑσπέρας
(hesperas)
avond
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξενία (xenia), ‘verblijf’, letterlijk ‘gastenverblijf’: de plaats waar Paulus verbleef.

24Sommigen lieten zich overtuigen door wat er gezegd werd, anderen geloofden niet.
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
μὲν
(men)
wel
ἐπείθοντο
(epeithonto)
lieten zich overtuigen
τοῖς
(tois)
door de
λεγομένοις
(legomenois)
gezegde dingen
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἠπίστουν
(epistoun)
geloofden niet
Bron: SBLGNT

Het woord van de Heilige Geest door Jesaja

25Zij waren het onderling niet eens. Zij gingen weg, nadat Paulus één woord had gezegd: „Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot jullie vaderen gesproken.
ἀσύμφωνοι
(asymphonoi)
het oneens
δὲ
(de)
nu
ὄντες
(ontes)
zijnde
πρὸς
(pros)
met
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἀπελύοντο
(apelyonto)
gingen weg
εἰπόντος
(eipontos)
gezegd hebbend
τοῦ
(tou)
(de)
Παύλου
(Paulou)
Paulus
ῥῆμα
(rhema)
woord
ἓν
(hen)
één
ὅτι
(hoti)
dat
Καλῶς
(Kalos)
terecht
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
διὰ
(dia)
door
Ἠσαΐου
(Esaiou)
Jesaja
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
πρὸς
(pros)
tot
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaderen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Heilige Geest die door Jesaja spreekt, is Elohim zelf.

Het Grieks heeft in vers 26 alleen ‘zeggend’ (λέγων, legon); voor de duidelijkheid schrijven wij ‘De Geest zei’.

Zijn woorden in vers 26–27 staan daarom rood, zoals de woorden van Yahweh in Jes. 6:9–10.

Paulus zelf citeert; zijn inleiding staat zwart.

26De Geest zei: ‘Ga naar dit volk en zeg: „Met het gehoor zullen jullie horen en toch beslist niet begrijpen, en kijkend zullen jullie kijken en toch beslist niet zien.
λέγων
(legon)
zeggend
Πορεύθητι
(Poreutheti)
ga
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
τοῦτον
(touton)
dit
καὶ
(kai)
en
εἰπόν
(eipon)
zeg
Ἀκοῇ
(Akoe)
met het gehoor
ἀκούσετε
(akousete)
zullen jullie horen
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
συνῆτε
(synete)
begrijpen
καὶ
(kai)
en
βλέποντες
(blepontes)
kijkend
βλέψετε
(blepsete)
zullen jullie kijken
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
ἴδητε
(idete)
zien
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 6:9–10.

Het Hebreeuws is een opdracht aan de profeet: ‘Luister en luister, maar begrijp niet’, en: ‘Maak het hart van dit volk vet’.

De Griekse tekst heeft: ‘Met het gehoor zullen jullie horen’ en: ‘Het hart van dit volk is vet geworden’.

Zie ook Matt. 13:14–15; Mark. 4:12; Luc. 8:10; Joh. 12:40.

27Want het hart van dit volk is vet geworden. Met hun oren horen zij zwaar, en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet met hun ogen zien, met hun oren horen en met hun hart begrijpen, en niet terugkeren en Ik hen niet genees.”’
ἐπαχύνθη
(epachynthe)
is vet geworden
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
τούτου
(toutou)
dit
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
met de
ὠσὶν
(osin)
oren
βαρέως
(bareos)
zwaar
ἤκουσαν
(ekousan)
horen zij
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐκάμμυσαν
(ekammysan)
hebben zij gesloten
μήποτε
(mepote)
opdat niet
ἴδωσιν
(idosin)
zij zien
τοῖς
(tois)
met de
ὀφθαλμοῖς
(ophthalmois)
ogen
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
met de
ὠσὶν
(osin)
oren
ἀκούσωσιν
(akousosin)
horen
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
met het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
συνῶσιν
(synosin)
begrijpen
καὶ
(kai)
en
ἐπιστρέψωσιν
(epistrepsosin)
terugkeren
καὶ
(kai)
en
ἰάσομαι
(iasomai)
Ik zal genezen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιστρέψωσιν (epistrepsosin), ‘terugkeren’: zich omkeren naar Elohim, het Hebreeuwse שׁוּב (shuv).

Het woord voor ‘zich bekeren’, μετανοέω, staat hier niet.

Het Hebreeuws sluit af met ‘en niet genezen wordt’ (Jes. 6:10); de Griekse tekst heeft ‘en Ik hen genees’.

De woorden ‘Ik hen niet genees’ spreekt Yahweh; daarom schrijven wij ‘Ik’ met hoofdletter.

Zie ookJes 6:10
28Het zij jullie dus bekend dat deze redding van Elohim naar de volken is gezonden. Zij zullen ook horen.”
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
οὖν
(oun)
dus
ἔστω
(esto)
laat zijn
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
τοῖς
(tois)
aan de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ἀπεστάλη
(apestale)
is gezonden
τοῦτο
(touto)
dit
τὸ
(to)
de
σωτήριον
(soterion)
redding
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
αὐτοὶ
(autoi)
zij
καὶ
(kai)
ook
ἀκούσονται
(akousontai)
zullen horen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωτήριον (soterion), ‘redding’: hetzelfde woord als in Luc. 2:30 en 3:6.

De volken: zie ook Hand. 13:46; 18:6.

ἀκούσονται (akousontai), ‘zij zullen horen’: het werkwoord ἀκούω (akouo) kan ook ‘luisteren’ betekenen; het staat ook in vers 26–27, waar de Joden ‘horen en toch niet begrijpen’.

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet. Het versnummer 29 ontbreekt daarom.

Twee jaar in Rome

30Hij bleef twee volle jaren in zijn eigen gehuurde woning en ontving iedereen die naar hem toe kwam.
Ἐνέμεινεν
(Enemeinen)
bleef
δὲ
(de)
nu
διετίαν
(dietian)
twee jaar
ὅλην
(holen)
geheel
ἐν
(en)
in
ἰδίῳ
(idio)
eigen
μισθώματι
(misthomati)
gehuurde woning
καὶ
(kai)
en
ἀπεδέχετο
(apedecheto)
ontving
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
εἰσπορευομένους
(eisporeuomenous)
binnenkwamen
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
31Hij verkondigde het koninkrijk van Elohim en onderwees wat de Heer Yeshua de Messias betreft, met alle vrijmoedigheid en zonder belemmering.
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
τὰ
(ta)
de dingen
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
παρρησίας
(parresias)
vrijmoedigheid
ἀκωλύτως
(akolytos)
zonder belemmering
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: een titel van Yeshua; wij schrijven hem met hoofdletter, zoals in Luc. 7:13. ἀκωλύτως (akolytos), ‘zonder belemmering’, is het laatste woord van het boek.

Zie ookLuc 7:13