Elohim Bijbel

2 Timotheüs 3

1234

Moeilijke tijden in de laatste dagen, tegenstanders van de waarheid, blijf in wat je geleerd hebt; de Schrift is door Elohim ingeblazen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Moeilijke tijden in de laatste dagen

1Weet dit: in de laatste dagen zullen moeilijke tijden aanbreken.
Τοῦτο
(Touto)
dit
δὲ
(de)
maar
γίνωσκε
(ginoske)
weet
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
ἐσχάταις
(eschatais)
laatste
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐνστήσονται
(enstesontai)
zullen aanbreken
καιροὶ
(kairoi)
tijden
χαλεποί
(chalepoi)
moeilijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔσχαται ἡμέραι (eschatai hemerai), ‘laatste dagen’: de tijd waarin de schrijver zich bevindt of die komt; het Grieks heeft een toekomstvorm, ‘zullen aanbreken’ (ἐνστήσονται, enstesontai). καιροὶ χαλεποί (kairoi chalepoi), ‘moeilijke tijden’: letterlijk ‘lastige, zware tijden’.

Zie ook 1 Tim. 4:1; Hand. 2:17.

2Want de mensen zullen zijn: zichzelf liefhebbend, geldlievend, opschepperig, hoogmoedig, lasterend, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, onheilig,
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
γὰρ
(gar)
want
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
φίλαυτοι
(philautoi)
zichzelf liefhebbend
φιλάργυροι
(philargyroi)
geldlievend
ἀλαζόνες
(alazones)
opscheppers
ὑπερήφανοι
(hyperephanoi)
hoogmoedig
βλάσφημοι
(blasphemoi)
lasterend
γονεῦσιν
(goneusin)
aan ouders
ἀπειθεῖς
(apeitheis)
ongehoorzaam
ἀχάριστοι
(acharistoi)
ondankbaar
ἀνόσιοι
(anosioi)
onheilig
Bron: SBLGNT
Uitleg

Verzen 2–4 geven een lange rij van achttien eigenschappen. φίλαυτος (filautos), ‘zichzelf liefhebbend’; φιλάργυρος (filargyros), ‘geldlievend’; ἀλαζών (alazon), ‘opschepper’; ὑπερήφανος (hyperefanos), ‘hoogmoedig’; βλάσφημος (blasfemos), ‘lasterend’; ἀνόσιος (anosios), ‘onheilig’, zoals in 1 Tim. 1:9; het is de tegenstelling van ὅσιος (hosios), ‘toegewijd’, in Tit. 1:8 en 1 Tim. 2:8.

Zie ook Rom. 1:29–31.

3zonder natuurlijke genegenheid, onverzoenlijk, lasteraars, zonder zelfbeheersing, wreed, zonder liefde voor het goede,
ἄστοργοι
(astorgoi)
zonder natuurlijke genegenheid
ἄσπονδοι
(aspondoi)
onverzoenlijk
διάβολοι
(diaboloi)
lasteraars
ἀκρατεῖς
(akrateis)
zonder zelfbeheersing
ἀνήμεροι
(anemeroi)
wreed
ἀφιλάγαθοι
(aphilagathoi)
zonder liefde voor het goede
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄστοργος (astorgos), ‘zonder natuurlijke genegenheid’, zoals in Rom. 1:31. ἄσπονδος (aspondos), ‘onverzoenlijk’. διάβολος (diabolos) staat hier in het meervoud en zonder lidwoord: ‘lasteraars’, niet ‘de duivel’. ἀκρατής (akrates), ‘zonder zelfbeheersing’. ἀφιλάγαθος (afilagathos), ‘zonder liefde voor het goede’.

Zie ook Rom. 1:31; Tit. 2:3.

4verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers van genot dan liefhebbers van Elohim.
προδόται
(prodotai)
verraders
προπετεῖς
(propeteis)
roekeloos
τετυφωμένοι
(tetyphomenoi)
opgeblazen
φιλήδονοι
(philedonoi)
genotzuchtig
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἢ
(e)
dan
φιλόθεοι
(philotheoi)
liefhebbers van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

προδότης (prodotes), ‘verrader’. τετυφωμένος (tetyfomenos), ‘opgeblazen’: verblind door eigendunk. φιλήδονος (filedonos), ‘liefhebber van genot’; φιλόθεος (filotheos), ‘liefhebber van Elohim’.

Zie ook Luc. 6:16.

Zie ookLuc 6:16
5Zij hebben een vorm van vroomheid, maar de kracht ervan hebben zij verloochend. Keer je ook van hen af.
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
μόρφωσιν
(morphosin)
vorm
εὐσεβείας
(eusebeias)
van vroomheid
τὴν
(ten)
de
δὲ
(de)
maar
δύναμιν
(dynamin)
kracht
αὐτῆς
(autes)
ervan
ἠρνημένοι
(ernemenoi)
verloochend hebbend
καὶ
(kai)
en
τούτους
(toutous)
dezen
ἀποτρέπου
(apotrepou)
keer je af van
Bron: SBLGNT
Uitleg

μόρφωσις (morfosis), ‘vorm’: de uiterlijke gedaante, de schijn; het is verwant met μορφή (morfe) in Fil. 2:6. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’; hetzelfde werkwoord als in 2:12. ἀποτρέπομαι (apotrepomai), ‘zich afkeren van’.

Zie ookFil 2:6

Tegenstanders van de waarheid

6Want onder hen zijn zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes gevangennemen, beladen met zonden en meegevoerd door allerlei begeerten,
ἐκ
(ek)
uit
τούτων
(touton)
dezen
γάρ
(gar)
want
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
degenen die
ἐνδύνοντες
(endynontes)
binnensluipen
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
οἰκίας
(oikias)
huizen
καὶ
(kai)
en
αἰχμαλωτίζοντες
(aichmalotizontes)
gevangen nemen
γυναικάρια
(gynaikaria)
vrouwtjes
σεσωρευμένα
(sesoreumena)
beladen
ἁμαρτίαις
(hamartiais)
met zonden
ἀγόμενα
(agomena)
meegevoerd
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
door begeerten
ποικίλαις
(poikilais)
allerlei
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνδύνω (endyno), ‘binnensluipen’. αἰχμαλωτίζω (aichmalotizo), ‘gevangennemen’, letterlijk ‘met de speer buitmaken’. γυναικάρια (gynaikaria), ‘vrouwtjes’: een verkleinwoord, kan neerbuigend of medelijdend klinken.

De tekst zegt niet wie de ‘vrouwtjes’ zijn of in welke huizen dit gebeurt; wij vertalen wat er staat. σωρεύω (soreuo), ‘opstapelen’: hier ‘beladen met zonden’.

Lezing

Bij het werkwoord αἰχμαλωτίζοντες (aichmalotizontes), ‘gevangennemend’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

7die altijd leren en nooit tot volle kennis van de waarheid kunnen komen.
πάντοτε
(pantote)
altijd
μανθάνοντα
(manthanonta)
lerend
καὶ
(kai)
en
μηδέποτε
(medepote)
nooit
εἰς
(eis)
tot
ἐπίγνωσιν
(epignosin)
volle kennis
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
δυνάμενα
(dynamena)
kunnend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπίγνωσις ἀληθείας (epignosis aletheias), ‘volle kennis van de waarheid’, zoals in 2:25. μανθάνω (manthano), ‘leren’.

Zie ook 2 Tim. 2:25; 1 Tim. 2:4.

8Zoals Jannes en Jambres Mozes weerstonden, zo weerstaan ook dezen de waarheid: mensen met een verdorven verstand, afgekeurd wat het geloof betreft.
ὃν
(hon)
op welke
τρόπον
(tropon)
wijze
δὲ
(de)
maar
Ἰάννης
(Iannes)
Jannes
καὶ
(kai)
en
Ἰαμβρῆς
(Iambres)
Jambres
ἀντέστησαν
(antestesan)
weerstonden
Μωϋσεῖ
(Moysei)
Mozes
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
οὗτοι
(houtoi)
dezen
ἀνθίστανται
(anthistantai)
weerstaan
τῇ
(te)
de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
κατεφθαρμένοι
(katephtharmenoi)
verdorven
τὸν
(ton)
wat betreft het
νοῦν
(noun)
verstand
ἀδόκιμοι
(adokimoi)
afgekeurd
περὶ
(peri)
wat betreft
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

Jannes en Jambres (Ἰάννης, Ἰαμβρῆς) worden alleen hier genoemd.

Hun namen staan niet in Exodus; Exod. 7:11 noemt alleen ‘de wijzen en de tovenaars’ van de farao, en Exod. 7:22 de magiërs van Egypte.

Waar Paulus de namen vandaan heeft, zegt de tekst niet. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’. κατεφθαρμένοι τὸν νοῦν (katefthartmenoi ton noun), ‘met een verdorven verstand’. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: de tegenstelling van δόκιμος, ‘beproefd’, in 2:15; wie de toets niet doorstaat.

Zie ook Exod. 7:11; Exod. 7:22; 2 Tim. 2:15.

9Maar zij zullen niet verder komen. Want hun onverstand zal voor allen duidelijk zichtbaar zijn, zoals dat van die twee ook geworden is.
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐ
(ou)
niet
προκόψουσιν
(prokopsousin)
zullen vooruitgaan
ἐπὶ
(epi)
tot
πλεῖον
(pleion)
meer
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
ἄνοια
(anoia)
onverstand
αὐτῶν
(auton)
hun
ἔκδηλος
(ekdelos)
duidelijk zichtbaar
ἔσται
(estai)
zal zijn
πᾶσιν
(pasin)
voor allen
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
het
ἐκείνων
(ekeinon)
van die twee
ἐγένετο
(egeneto)
is geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄνοια (anoia), ‘onverstand’: het woord komt in het Nieuwe Testament ook voor in Luc. 6:11. ἔκδηλος (ekdelos), ‘duidelijk zichtbaar’.

‘Dat van die twee’: wat Jannes en Jambres overkwam; de tekst zegt niet wat.

Zie ook Luc. 6:11; Exod. 9:11.

Blijf in wat je geleerd hebt

10Jij echter hebt mijn onderwijs gevolgd, mijn levenswandel, mijn voornemen, mijn geloof, mijn geduld, mijn liefde, mijn volharding,
Σὺ
(Sy)
jij
δὲ
(de)
maar
παρηκολούθησάς
(parekolouthesas)
hebt gevolgd
μου
(mou)
mijn
τῇ
(te)
het
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
τῇ
(te)
de
ἀγωγῇ
(agoge)
levenswandel
τῇ
(te)
het
προθέσει
(prothesei)
voornemen
τῇ
(te)
het
πίστει
(pistei)
geloof
τῇ
(te)
het
μακροθυμίᾳ
(makrothymia)
geduld
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
τῇ
(te)
de
ὑπομονῇ
(hypomone)
volharding
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακολουθέω (parakolutheo), ‘nauwkeurig volgen’: ook ‘onderzoeken, navolgen’. ἀγωγή (agoge), ‘levenswandel’: manier van leven. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’.

De rij van zeven staat tegenover de rij van achttien in de verzen 2–4.

Lezing

Bij het werkwoord παρηκολούθησας (parekolouthesas), ‘je hebt gevolgd’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 4:6.

Zie ook1 Tim 4:6
11mijn vervolgingen en mijn lijden, zoals mij overkwam in Antiochië, in Ikonium en in Lystra. Welke vervolgingen heb ik doorstaan! En uit alles heeft de Heer mij gered.
τοῖς
(tois)
de
διωγμοῖς
(diogmois)
vervolgingen
τοῖς
(tois)
de
παθήμασιν
(pathemasin)
lijden
οἷά
(hoia)
zoals
μοι
(moi)
mij
ἐγένετο
(egeneto)
overkwam
ἐν
(en)
in
Ἀντιοχείᾳ
(Antiocheia)
Antiochië
ἐν
(en)
in
Ἰκονίῳ
(Ikonio)
Ikonium
ἐν
(en)
in
Λύστροις
(Lystrois)
Lystra
οἵους
(hoious)
welke
διωγμοὺς
(diogmous)
vervolgingen
ὑπήνεγκα
(hypenenka)
doorstond ik
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
πάντων
(panton)
alles
με
(me)
mij
ἐρρύσατο
(errysato)
redde
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Antiochië, Ikonium en Lystra: de plaatsen uit de eerste reis van Paulus in Hand. 13–14, waar Timoteüs later goed bekendstaat (Hand. 16:1–2).

Welk Antiochië bedoeld is, zegt de brief niet; Hand. 13:14 noemt Antiochië in Pisidië, een van de plaatsen van die reis. διωγμός (diogmos), ‘vervolging’. πάθημα (pathema), ‘lijden’. ὑποφέρω (hypofero), ‘doorstaan’. ῥύομαι (ryomai), ‘redden, bevrijden’.

‘De Heer’ (ὁ κύριος) is Yeshua of Elohim; wij schrijven ‘Heer’.

Zie ook Hand. 13:14, 13:50; Hand. 14:1–6, 14:19–20; Hand. 16:1–2; Ps. 34:20.

12En allen die vroom willen leven in de Messias Yeshua, zullen vervolgd worden.
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
δὲ
(de)
maar
οἱ
(hoi)
die
θέλοντες
(thelontes)
willen
ζῆν
(zen)
leven
εὐσεβῶς
(eusebos)
vroom
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
διωχθήσονται
(diochthesontai)
zullen vervolgd worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

θέλω (thelo), ‘willen’. εὐσεβῶς ζῆν (eusebos zen), ‘vroom leven’. διώκω (dioko), ‘vervolgen’: zelfde stam als διωγμός in vers 11.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ζῆν εὐσεβῶς (zen eusebos), ‘vroom leven’ (de volgorde); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 14:22.

13Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan, verleidend en verleid.
πονηροὶ
(poneroi)
slechte
δὲ
(de)
maar
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
καὶ
(kai)
en
γόητες
(goetes)
bedriegers
προκόψουσιν
(prokopsousin)
zullen vooruitgaan
ἐπὶ
(epi)
tot
τὸ
(to)
het
χεῖρον
(cheiron)
slechtere
πλανῶντες
(planontes)
verleidend
καὶ
(kai)
en
πλανώμενοι
(planomenoi)
verleid wordend
Bron: SBLGNT
Uitleg

γόης (goes), ‘bedrieger’: iemand die anderen misleidt, ook wel een goochelaar of tovenaar. πλανάω (planao), ‘verleiden, op een dwaalspoor brengen’: eerst werkend, daarna lijdend (‘verleid wordend’). ἐπὶ τὸ χεῖρον (epi to cheiron), ‘tot het slechtere’.

14Maar jij, blijf in wat je geleerd hebt en waarvan je overtuigd bent geworden, wetend van wie je het geleerd hebt,
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
μένε
(mene)
blijf
ἐν
(en)
in
οἷς
(hois)
wat
ἔμαθες
(emathes)
leerde je
καὶ
(kai)
en
ἐπιστώθης
(epistothes)
werd je overtuigd
εἰδὼς
(eidos)
wetend
παρὰ
(para)
van
τίνων
(tinon)
wie
ἔμαθες
(emathes)
leerde je
Bron: SBLGNT
Uitleg

μένω (meno), ‘blijven’. πιστόω (pistoo), ‘overtuigd worden’, van dezelfde stam als πίστις (pistis), ‘geloof’.

‘Van wie’: het Grieks heeft een meervoud (τίνων, tinon), ‘van welke personen’; wij vertalen ‘van wie’ en laten het aantal open.

Gedacht kan zijn aan Paulus, aan Lois en Eunice (1:5) en anderen.

Lezing

Bij het woord τίνων (tinon), ‘van wie’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Tim. 1:5; 2 Tim. 2:2.

15en dat je van kindsbeen af de heilige geschriften kent. Die kunnen je wijs maken tot redding door het geloof dat in de Messias Yeshua is.
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπὸ
(apo)
vanaf
βρέφους
(brephous)
zuigeling
ἱερὰ
(hiera)
heilige
γράμματα
(grammata)
geschriften
οἶδας
(oidas)
je kent
τὰ
(ta)
die
δυνάμενά
(dynamena)
kunnen
σε
(se)
je
σοφίσαι
(sophisai)
wijs maken
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
διὰ
(dia)
door
πίστεως
(pisteos)
geloof
τῆς
(tes)
dat
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

βρέφος (brefos), ‘zuigeling, klein kind’: ‘van kindsbeen af’. ἱερὰ γράμματα (hiera grammata), ‘heilige geschriften’: hier waarschijnlijk de Schriften van Israël; in vers 16 staat γραφή (grafe), ‘Schrift’. σοφίζω (sofizo), ‘wijs maken’. σωτηρία (soteria), ‘redding’.

Lezing

Bij het woord ἱερά (hiera), ‘heilige’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Tim. 1:5; Joh. 5:39.

De Schrift

16Elke Schrift is door Elohim ingeblazen en nuttig tot onderwijs, tot weerlegging, tot herstel, tot opvoeding in gerechtigheid,
πᾶσα
(pasa)
elke
γραφὴ
(graphe)
Schrift
θεόπνευστος
(theopneustos)
door Elohim ingeblazen
καὶ
(kai)
en
ὠφέλιμος
(ophelimos)
nuttig
πρὸς
(pros)
tot
διδασκαλίαν
(didaskalian)
onderwijs
πρὸς
(pros)
tot
ἐλεγμόν
(elegmon)
weerlegging
πρὸς
(pros)
tot
ἐπανόρθωσιν
(epanorthosin)
herstel
πρὸς
(pros)
tot
παιδείαν
(paideian)
opvoeding
τὴν
(ten)
de
ἐν
(en)
in
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεόπνευστος (theopneustos), ‘door Elohim ingeblazen’: samengesteld uit θεός (Elohim) en πνέω (blazen); het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor.

De Griekse zin heeft geen werkwoord ‘is’; er kan ook gelezen worden: ‘Elke door Elohim ingeblazen Schrift is ook nuttig …’.

Wij vertalen met ‘is’ tussen beide eigenschappen. πᾶσα γραφή (pasa grafe), ‘elke Schrift’: ook ‘heel de Schrift’. ἐλεγμός (elegmos), ‘weerlegging’; ἐπανόρθωσις (epanorthosis), ‘herstel’, letterlijk ‘weer recht zetten’; παιδεία (paideia), ‘opvoeding’.

Lezing

Bij het woord ἐλεγμόν (elegmon), ‘weerlegging’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 15:4; 2 Petr. 1:20–21.

17opdat de mens van Elohim volledig is, toegerust voor elk goed werk.
ἵνα
(hina)
opdat
ἄρτιος
(artios)
volledig
ᾖ
(e)
is
ὁ
(ho)
de
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
πρὸς
(pros)
voor
πᾶν
(pan)
elk
ἔργον
(ergon)
werk
ἀγαθὸν
(agathon)
goed
ἐξηρτισμένος
(exertismenos)
toegerust
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄρτιος (artios), ‘volledig, geschikt’. ἐξαρτίζω (exartizo), ‘toerusten’: helemaal uitrusten.

‘De mens van Elohim’ (ὁ τοῦ θεοῦ ἄνθρωπος): in het Oude Testament een titel voor profeten, bijvoorbeeld Mozes (Deut. 33:1) en Elia (1 Kon. 17:18); hier ook in 1 Tim. 6:11 gebruikt voor Timoteüs. ἔργον ἀγαθόν (ergon agathon), ‘goed werk’.

Zie ook 1 Tim. 6:11; Deut. 33:1; 1 Kon. 17:18.