Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Over de Filistijnen
1Het woord van Yahweh dat tot Jeremia, de profeet, kwam over de Filistijnen, voordat farao Gaza versloeg.
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הָיָ֧ה
(haya)
was
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
יִרְמְיָ֥הוּ
(yirmeyahu)
Jeremia
הַנָּבִ֖יא
(hanavi)
de profeet
אֶל
(el)
tot
פְּלִשְׁתִּ֑ים
(pelishtim)
de Filistijnen
בְּטֶ֛רֶם
(beterem)
voordat
יַכֶּ֥ה
(yake)
versloeg
פַרְעֹ֖ה
(paro)
farao
אֶת
(et)
(obj.)
עַזָּֽה
(aza)
Gaza
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gaza: Gaza ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het zuidwesten van het land.
Uitleg
Dit hoofdstuk gaat over de Filistijnen.
De tekst zegt niet welke farao bedoeld is en welke veldtocht.
2Zo zegt Yahweh: „Zie, wateren stijgen op uit het noorden en worden een overspoelende beek. Zij overspoelen het land en wat het vult, de stad en haar inwoners. De mensen schreeuwen en alle inwoners van het land jammeren.
כֹּ֣ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנֵּה
(hine)
zie
מַ֜יִם
(mayim)
wateren
עֹלִ֤ים
(olim)
stijgen op
מִצָּפוֹן֙
(mitsafon)
uit het noorden
וְהָיוּ֙
(vehayu)
en zullen worden
לְנַ֣חַל
(lenachal)
tot een beek
שׁוֹטֵ֔ף
(shotef)
overspoelend
וְיִשְׁטְפוּ֙
(veyishtefu)
en zij overspoelen
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land
וּמְלוֹאָ֔הּ
(umeloah)
en wat het vult
עִ֖יר
(ir)
de stad
וְיֹ֣שְׁבֵי
(veyoshevei)
en haar inwoners
בָ֑הּ
(bah)
daarin
וְזָֽעֲקוּ֙
(vezaaqu)
en schreeuwen
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mensen
וְהֵילִ֕ל
(veheilil)
en jammeren
כֹּ֖ל
(kol)
alle
יוֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
inwoners van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De ‘wateren uit het noorden’ zijn een beeld voor een leger uit het noorden (vergelijk Jer. 46:7–8 voor de Nijl).
Het Hebreeuws zegt niet wie het is; Babel ligt voor de hand.
Na ‘Zo zegt Yahweh’ staat de rest van de toespraak (tot vers 5) rood, ook waar Yahweh in de derde persoon wordt genoemd.
3Bij het geluid van het stampen van de hoeven van zijn sterke paarden, bij het gedreun van zijn wagen en het geraas van zijn wielen: vaders kijken niet om naar hun zonen. Hun handen zijn slap.
מִקּ֗וֹל
(miqol)
van het geluid van
שַֽׁעֲטַת֙
(shaatat)
stampen van
פַּרְס֣וֹת
(parsot)
hoeven van
אַבִּירָ֔יו
(abirav)
zijn sterke paarden
מֵרַ֣עַשׁ
(meraash)
van het gedreun van
לְרִכְבּ֔וֹ
(lerikhbo)
zijn wagen
הֲמ֖וֹן
(hamon)
geraas van
גַּלְגִּלָּ֑יו
(galgilav)
zijn wielen
לֹֽא
(lo)
niet
הִפְנ֤וּ
(hifnu)
kijken om
אָבוֹת֙
(avot)
vaders
אֶל
(el)
naar
בָּנִ֔ים
(banim)
zonen
מֵֽרִפְי֖וֹן
(merifyon)
van slapheid van
יָדָֽיִם
(yadayim)
handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַבִּירָיו (abbirav), ‘zijn sterke paarden’: het woord ‘abbir’ kan ‘sterk’ en ‘stier’ betekenen; hier staat het bij paarden.
מֵרִפְיוֹן יָדַיִם (merifyon yadayim), ‘van de slapheid van handen’: de vaders zijn zo bang dat ze hun kinderen niet kunnen helpen.
4Dit is de dag die komt om alle Filistijnen te verwoesten en voor Tyrus en Sidon elke overgebleven helper uit te roeien. Want Yahweh verwoest de Filistijnen, de overgeblevenen van het eiland Kaftor.
עַל
(al)
op
הַיּ֗וֹם
(hayom)
de dag
הַבָּא֙
(haba)
die komt
לִשְׁד֣וֹד
(lishdod)
om te verwoesten
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
Filistijnen
לְהַכְרִ֤ית
(lehakhrit)
om uit te roeien
לְצֹר֙
(letsor)
voor Tyrus
וּלְצִיד֔וֹן
(uletsidon)
en voor Sidon
כֹּ֖ל
(kol)
elke
שָׂרִ֣יד
(sarid)
overgebleven
עֹזֵ֑ר
(ozer)
helper
כִּֽי
(ki)
want
שֹׁדֵ֤ד
(shoded)
verwoest
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
de Filistijnen
שְׁאֵרִ֖ית
(sheerit)
overgeblevenen van
אִ֥י
(i)
het eiland
כַפְתּֽוֹר
(kaftor)
Kaftor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.
Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.
Zie Kaftor (Kreta?; ligging onzeker): Kaftor wordt meestal gezocht op Kreta of elders in de Egeïsche Zee.
Dit is niet zeker.
Uitleg
שָׂרִיד עֹזֵר (sarid ozer), ‘overgebleven helper’: wie nog hulp kan brengen aan Tyrus en Sidon.
Tyrus en Sidon waren de bondgenoten van de Filistijnen.
כַּפְתּוֹר (Kaftor): het land of eiland waar de Filistijnen vandaan kwamen (Amos 9:7). Het wordt vaak verbonden met Kreta; dat is niet zeker.
שְׁאֵרִית (she’erit), ‘de overgeblevenen’: zo vertalen wij het woord overal.