Elohim Bijbel

Jeremia 47

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152

Over de Filistijnen: het zwaard van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Over de Filistijnen

1Het woord van Yahweh dat tot Jeremia, de profeet, kwam over de Filistijnen, voordat farao Gaza versloeg.
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הָיָ֧ה
(haya)
was
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
יִרְמְיָ֥הוּ
(yirmeyahu)
Jeremia
הַנָּבִ֖יא
(hanavi)
de profeet
אֶל
(el)
tot
פְּלִשְׁתִּ֑ים
(pelishtim)
de Filistijnen
בְּטֶ֛רֶם
(beterem)
voordat
יַכֶּ֥ה
(yake)
versloeg
פַרְעֹ֖ה
(paro)
farao
אֶת
(et)
(obj.)
עַזָּֽה
(aza)
Gaza
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gaza: Gaza ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het zuidwesten van het land.

Uitleg

Dit hoofdstuk gaat over de Filistijnen.

De tekst zegt niet welke farao bedoeld is en welke veldtocht.

Het Hebreeuws noemt geen jaartal.

Wateren uit het noorden

2Zo zegt Yahweh: „Zie, wateren stijgen op uit het noorden en worden een overspoelende beek. Zij overspoelen het land en wat het vult, de stad en haar inwoners. De mensen schreeuwen en alle inwoners van het land jammeren.
כֹּ֣ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנֵּה
(hine)
zie
מַ֜יִם
(mayim)
wateren
עֹלִ֤ים
(olim)
stijgen op
מִצָּפוֹן֙
(mitsafon)
uit het noorden
וְהָיוּ֙
(vehayu)
en zullen worden
לְנַ֣חַל
(lenachal)
tot een beek
שׁוֹטֵ֔ף
(shotef)
overspoelend
וְיִשְׁטְפוּ֙
(veyishtefu)
en zij overspoelen
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land
וּמְלוֹאָ֔הּ
(umeloah)
en wat het vult
עִ֖יר
(ir)
de stad
וְיֹ֣שְׁבֵי
(veyoshevei)
en haar inwoners
בָ֑הּ
(bah)
daarin
וְזָֽעֲקוּ֙
(vezaaqu)
en schreeuwen
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mensen
וְהֵילִ֕ל
(veheilil)
en jammeren
כֹּ֖ל
(kol)
alle
יוֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
inwoners van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ‘wateren uit het noorden’ zijn een beeld voor een leger uit het noorden (vergelijk Jer. 46:7–8 voor de Nijl).

Het Hebreeuws zegt niet wie het is; Babel ligt voor de hand.

Na ‘Zo zegt Yahweh’ staat de rest van de toespraak (tot vers 5) rood, ook waar Yahweh in de derde persoon wordt genoemd.

3Bij het geluid van het stampen van de hoeven van zijn sterke paarden, bij het gedreun van zijn wagen en het geraas van zijn wielen: vaders kijken niet om naar hun zonen. Hun handen zijn slap.
מִקּ֗וֹל
(miqol)
van het geluid van
שַֽׁעֲטַת֙
(shaatat)
stampen van
פַּרְס֣וֹת
(parsot)
hoeven van
אַבִּירָ֔יו
(abirav)
zijn sterke paarden
מֵרַ֣עַשׁ
(meraash)
van het gedreun van
לְרִכְבּ֔וֹ
(lerikhbo)
zijn wagen
הֲמ֖וֹן
(hamon)
geraas van
גַּלְגִּלָּ֑יו
(galgilav)
zijn wielen
לֹֽא
(lo)
niet
הִפְנ֤וּ
(hifnu)
kijken om
אָבוֹת֙
(avot)
vaders
אֶל
(el)
naar
בָּנִ֔ים
(banim)
zonen
מֵֽרִפְי֖וֹן
(merifyon)
van slapheid van
יָדָֽיִם
(yadayim)
handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַבִּירָיו (abbirav), ‘zijn sterke paarden’: het woord ‘abbir’ kan ‘sterk’ en ‘stier’ betekenen; hier staat het bij paarden.

מֵרִפְיוֹן יָדַיִם (merifyon yadayim), ‘van de slapheid van handen’: de vaders zijn zo bang dat ze hun kinderen niet kunnen helpen.

4Dit is de dag die komt om alle Filistijnen te verwoesten en voor Tyrus en Sidon elke overgebleven helper uit te roeien. Want Yahweh verwoest de Filistijnen, de overgeblevenen van het eiland Kaftor.
עַל
(al)
op
הַיּ֗וֹם
(hayom)
de dag
הַבָּא֙
(haba)
die komt
לִשְׁד֣וֹד
(lishdod)
om te verwoesten
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
Filistijnen
לְהַכְרִ֤ית
(lehakhrit)
om uit te roeien
לְצֹר֙
(letsor)
voor Tyrus
וּלְצִיד֔וֹן
(uletsidon)
en voor Sidon
כֹּ֖ל
(kol)
elke
שָׂרִ֣יד
(sarid)
overgebleven
עֹזֵ֑ר
(ozer)
helper
כִּֽי
(ki)
want
שֹׁדֵ֤ד
(shoded)
verwoest
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
de Filistijnen
שְׁאֵרִ֖ית
(sheerit)
overgeblevenen van
אִ֥י
(i)
het eiland
כַפְתּֽוֹר
(kaftor)
Kaftor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Kaftor (Kreta?; ligging onzeker): Kaftor wordt meestal gezocht op Kreta of elders in de Egeïsche Zee.

Dit is niet zeker.

Uitleg

שָׂרִיד עֹזֵר (sarid ozer), ‘overgebleven helper’: wie nog hulp kan brengen aan Tyrus en Sidon.

Tyrus en Sidon waren de bondgenoten van de Filistijnen.

כַּפְתּוֹר (Kaftor): het land of eiland waar de Filistijnen vandaan kwamen (Amos 9:7). Het wordt vaak verbonden met Kreta; dat is niet zeker.

שְׁאֵרִית (she’erit), ‘de overgeblevenen’: zo vertalen wij het woord overal.

5Kaalheid is over Gaza gekomen. Askelon is vernietigd, de overgeblevenen van hun dal. Hoelang zul je jezelf insnijden?”
בָּ֤אָה
(baa)
is gekomen
קָרְחָה֙
(qarecha)
kaalheid
אֶל
(el)
naar
עַזָּ֔ה
(aza)
Gaza
נִדְמְתָ֥ה
(nidmeta)
is vernietigd
אַשְׁקְל֖וֹן
(ashqelon)
Askelon
שְׁאֵרִ֣ית
(sheerit)
overgeblevenen van
עִמְקָ֑ם
(imqam)
hun dal
עַד
(ad)
tot
מָתַ֖י
(matay)
wanneer
תִּתְגּוֹדָֽדִי
(titgodadi)
zul je jezelf insnijden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gaza: Gaza ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het zuidwesten van het land.

Zie Askelon: Askelon lag aan de kust van de Middellandse Zee, ten noorden van Gaza.

Uitleg

קָרְחָה (qorchah), ‘kaalheid’: een teken van rouw; zie Jes. 15:2.

נִדְמְתָה (nidmetah), ‘vernietigd’: hetzelfde werkwoord als in Jes. 15:1.

עֵמֶק (emeq), ‘dal’: de kustvlakte van de Filistijnen. Het Hebreeuws zegt ‘hun dal’.

תִּתְגֹּדָדִי (titgodadi), ‘zul je jezelf insnijden’: insnijdingen waren een rouwgebruik (zie Jer. 48:37).

Ach, zwaard van Yahweh

6Ach, zwaard van Yahweh, hoelang nog tot je rust vindt? Keer terug in je schede, houd je rustig en wees stil.
ה֗וֹי
(hoy)
ach
חֶ֚רֶב
(cherev)
zwaard van
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
tot
אָ֖נָה
(ana)
waar
לֹ֣א
(lo)
niet
תִשְׁקֹ֑טִי
(tishqoti)
vind je rust
הֵאָֽסְפִי֙
(heasefi)
keer terug
אַל
(al)
naar
תַּעְרֵ֔ךְ
(tarekh)
je schede
הֵרָגְעִ֖י
(heragei)
houd je rustig
וָדֹֽמִּי
(vadomi)
en wees stil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreker is niet aangegeven.

Wij lezen dit als de roep van de profeet of van het volk, en daarom staat dit vers zwart.

הוֹי (hoy), ‘ach’: een uitroep; vaak ‘wee’.

7Hoe zou het rust vinden, terwijl Yahweh het bevel heeft gegeven? Tegen Askelon en tegen de kust van de zee heeft Hij het bestemd.
אֵ֣יךְ
(eikh)
hoe
תִּשְׁקֹ֔טִי
(tishqoti)
zou je rust vinden
וַֽיהוָ֖ה
(vaYahweh)
en Yahweh
צִוָּה
(tsiva)
heeft bevolen
לָ֑הּ
(lah)
het
אֶֽל
(el)
naar
אַשְׁקְל֛וֹן
(ashqelon)
Askelon
וְאֶל
(veel)
en naar
ח֥וֹף
(chof)
kust van
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
שָׁ֥ם
(sham)
daar
יְעָדָֽהּ
(yeadah)
heeft Hij het bestemd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Askelon: Askelon lag aan de kust van de Middellandse Zee, ten noorden van Gaza.

Uitleg

Het antwoord op de vraag van vers 6 klinkt als een antwoord van de profeet; daarom staat ook dit vers zwart.

Het zwaard heeft zijn opdracht van Yahweh en kan niet rusten.

חוֹף הַיָּם (chof hayyam), ‘de kust van de zee’: de kust van de Middellandse Zee.