Elohim Bijbel

Deuteronomium 8

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

Veertig jaar in de woestijn: Yahweh vernedert, beproeft en voedt Zijn volk

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Denk aan de weg door de woestijn

1Het hele gebod dat ik je vandaag gebied, moet je bewaren om het te doen. Dan zul je leven en talrijk worden, het land binnengaan en in bezit nemen dat Yahweh aan je vaders gezworen heeft.
כָּל
(kal)
heel
הַמִּצְוָ֗ה
(hamitsva)
het gebod
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
אָנֹכִ֧י
(anokhi)
ik
מְצַוְּךָ֛
(metsavekha)
je gebied
הַיּ֖וֹם
(hayom)
vandaag
תִּשְׁמְר֣וּן
(tishmerun)
jullie zullen bewaren
לַעֲשׂ֑וֹת
(laasot)
om te doen
לְמַ֨עַן
(lemaan)
opdat
תִּֽחְי֜וּן
(tichyun)
jullie zullen leven
וּרְבִיתֶ֗ם
(urevitem)
en jullie zullen talrijk worden
וּבָאתֶם֙
(uvatem)
en jullie zullen binnengaan
וִֽירִשְׁתֶּ֣ם
(virishtem)
en jullie zullen in bezit nemen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נִשְׁבַּ֥ע
(nishba)
Hij zwoer
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לַאֲבֹתֵיכֶֽם
(laavoteikhem)
aan jullie vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Denk aan heel de weg die Yahweh, je Elohim, je deze 40 jaar door de woestijn geleid heeft. Hij deed dat om je te vernederen en op de proef te stellen, om te weten wat er in je hart was. Zou je Zijn geboden bewaren of niet?
וְזָכַרְתָּ֣
(vezakharta)
en je zult gedenken
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
הַדֶּ֗רֶךְ
(haderekh)
de weg
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הֹלִֽיכֲךָ֜
(holikhakha)
Hij je liet gaan
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
זֶ֛ה
(ze)
deze
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
40
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
בַּמִּדְבָּ֑ר
(bamidbar)
in de woestijn
לְמַ֨עַן
(lemaan)
opdat
עַנֹּֽתְךָ֜
(anotekha)
Hij je vernederde
לְנַסֹּֽתְךָ֗
(lenasotekha)
om je op de proef te stellen
לָדַ֜עַת
(ladaat)
om te weten
אֶת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
wat
בִּֽלְבָבְךָ֛
(bilvavekha)
in je hart
הֲתִשְׁמֹ֥ר
(hatishmor)
of je zult bewaren
מִצְוֺתָ֖יו
(mitsvotav)
Zijn geboden
אִם
(im)
of
לֹֽא
(lo)
niet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנָה (anah), ‘vernederen’: klein en afhankelijk maken.

Yahweh liet Israël honger lijden om te laten zien dat Zijn volk van Hem leeft (vers 3).

Hetzelfde woord staat in Exod. 10:3.

נִסָּה (nissah), ‘op de proef stellen’: zie Exod. 15:25 en 16:4.

3Hij vernederde je, liet je honger lijden en gaf je het manna te eten, dat je niet kende en je vaders niet kenden. Zo liet Hij je weten: de mens leeft niet van brood alleen. Maar de mens leeft van alles wat uit de mond van Yahweh komt.
וַֽיְעַנְּךָ֮
(vayanekha)
en Hij vernederde je
וַיַּרְעִבֶךָ֒
(vayarivekha)
en Hij liet je honger lijden
וַיַּֽאֲכִֽלְךָ֤
(vayaakhilkha)
en Hij liet je eten
אֶת
(et)
(obj.)
הַמָּן֙
(haman)
het manna
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
יָדַ֔עְתָּ
(yadata)
je kende
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָדְע֖וּן
(yadeun)
kenden
אֲבֹתֶ֑יךָ
(avoteikha)
je vaders
לְמַ֣עַן
(lemaan)
opdat
הוֹדִֽעֲךָ֗
(hodiakha)
Hij je liet weten
כִּ֠י
(ki)
dat
לֹ֣א
(lo)
niet
עַל
(al)
van
הַלֶּ֤חֶם
(halechem)
het brood
לְבַדּוֹ֙
(levado)
alleen
יִחְיֶ֣ה
(yichye)
zal leven
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mens
כִּ֛י
(ki)
maar
עַל
(al)
van
כָּל
(kal)
alles
מוֹצָ֥א
(motsa)
wat uitgaat van
פִֽי
(pi)
de mond van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
יִחְיֶ֥ה
(yichye)
zal leven
הָאָדָֽם
(haadam)
de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָן (man), ‘manna’: het brood uit de hemel in de woestijn (Exod. 16:31–35).

Mozes herinnert eraan dat het volk hiervan 40 jaar leefde.

De Heer Yeshua haalt dit vers aan in Matt. 4:4.

4Je kleren zijn niet van je lijf versleten en je voeten zijn niet gezwollen, deze 40 jaar.
שִׂמְלָ֨תְךָ֜
(simlatekha)
je kleed
לֹ֤א
(lo)
niet
בָֽלְתָה֙
(baleta)
is versleten
מֵֽעָלֶ֔יךָ
(mealeikha)
van op je
וְרַגְלְךָ֖
(veraglekha)
en je voet
לֹ֣א
(lo)
niet
בָצֵ֑קָה
(batseqa)
is gezwollen
זֶ֖ה
(ze)
deze
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
40
שָׁנָֽה
(shana)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Weet in je hart dat Yahweh, je Elohim, jou opvoedt zoals een man zijn zoon opvoedt.
וְיָדַעְתָּ֖
(veyadata)
en je zult weten
עִם
(im)
met
לְבָבֶ֑ךָ
(levavekha)
je hart
כִּ֗י
(ki)
dat
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
יְיַסֵּ֥ר
(yeyaser)
opvoedt
אִישׁ֙
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנ֔וֹ
(beno)
zijn zoon
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מְיַסְּרֶֽךָּ
(meyasereka)
Hij voedt jou op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִסֵּר (yisser), ‘opvoeden’: leiden, corrigeren en onderwijzen, zoals een vader zijn zoon.

Het gaat om opvoeding, niet om straf alleen.

6Bewaar de geboden van Yahweh, je Elohim, door op Zijn wegen te gaan en ontzag voor Hem te hebben.
וְשָׁ֣מַרְתָּ֔
(veshamarta)
en je zult bewaren
אֶת
(et)
(obj.)
מִצְוֺ֖ת
(mitsvot)
de geboden van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לָלֶ֥כֶת
(lalekhet)
om te gaan
בִּדְרָכָ֖יו
(bidrakhav)
op Zijn wegen
וּלְיִרְאָ֥ה
(uleyira)
en om ontzag te hebben
אֹתֽוֹ
(oto)
voor Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het goede land

7Want Yahweh, je Elohim, brengt je naar een goed land. Een land met beken vol water, met bronnen en diepe wateren die in het dal en op de berg ontspringen,
כִּ֚י
(ki)
want
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מְבִֽיאֲךָ֖
(meviakha)
brengt je
אֶל
(el)
naar
אֶ֣רֶץ
(erets)
een land
טוֹבָ֑ה
(tova)
goed
אֶ֚רֶץ
(erets)
een land van
נַ֣חֲלֵי
(nachalei)
beken van
מָ֔יִם
(mayim)
water
עֲיָנֹת֙
(ayanot)
bronnen
וּתְהֹמֹ֔ת
(utehomot)
en diepe wateren
יֹצְאִ֥ים
(yotseim)
die uitkomen
בַּבִּקְעָ֖ה
(babiqa)
in het dal
וּבָהָֽר
(uvahar)
en op de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּהֹמֹת (tehomot), ‘diepe wateren’: water uit de diepte van de aarde, dat als bron omhoog komt.

8een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijfolie en honing,
אֶ֤רֶץ
(erets)
een land van
חִטָּה֙
(chita)
tarwe
וּשְׂעֹרָ֔ה
(useora)
en gerst
וְגֶ֥פֶן
(vegefen)
en wijnstok
וּתְאֵנָ֖ה
(uteena)
en vijgenboom
וְרִמּ֑וֹן
(verimon)
en granaatappelboom
אֶֽרֶץ
(erets)
een land van
זֵ֥ית
(zeit)
olijf
שֶׁ֖מֶן
(shemen)
olie
וּדְבָֽשׁ
(udevash)
en honing
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9een land waar je brood eet zonder gebrek, waar het je aan niets ontbreekt. Een land waarvan de stenen ijzer zijn en waar je koper uit de bergen kunt delven.
אֶ֗רֶץ
(erets)
een land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waar
לֹ֤א
(lo)
niet
בְמִסְכֵּנֻת֙
(bemiskenut)
in gebrek
תֹּֽאכַל
(tokhal)
je zult eten
בָּ֣הּ
(bah)
daarin
לֶ֔חֶם
(lechem)
brood
לֹֽא
(lo)
niet
תֶחְסַ֥ר
(techsar)
het zal ontbreken
כֹּ֖ל
(kol)
alles
בָּ֑הּ
(bah)
daarin
אֶ֚רֶץ
(erets)
een land
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waarvan
אֲבָנֶ֣יהָ
(avaneiha)
haar stenen
בַרְזֶ֔ל
(barzel)
ijzer
וּמֵהֲרָרֶ֖יהָ
(umeharareiha)
en uit haar bergen
תַּחְצֹ֥ב
(tachtsov)
je zult delven
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְחֹשֶׁת (nechoshet), ‘koper’, zoals in Exodus.

10Je zult eten en verzadigd worden, en je zult Yahweh, je Elohim, zegenen voor het goede land dat Hij je gegeven heeft.
וְאָכַלְתָּ֖
(veakhalta)
en je zult eten
וְשָׂבָ֑עְתָּ
(vesavata)
en je zult verzadigd worden
וּבֵֽרַכְתָּ֙
(uverakhta)
en je zult zegenen
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
עַל
(al)
voor
הָאָ֥רֶץ
(haarets)
het land
הַטֹּבָ֖ה
(hatova)
het goede
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נָֽתַן
(natan)
Hij gaf
לָֽךְ
(lakh)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Vergeet Yahweh niet in de overvloed

11Pas op dat je Yahweh, je Elohim, niet vergeet door Zijn geboden, Zijn rechtsregels en Zijn voorschriften, die ik je vandaag gebied, niet te bewaren.
הִשָּׁ֣מֶר
(hishamer)
pas op
לְךָ֔
(lekha)
voor jezelf
פֶּן
(pen)
anders
תִּשְׁכַּ֖ח
(tishkach)
je zult vergeten
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לְבִלְתִּ֨י
(levilti)
door niet
שְׁמֹ֤ר
(shemor)
te bewaren
מִצְוֺתָיו֙
(mitsvotav)
Zijn geboden
וּמִשְׁפָּטָ֣יו
(umishpatav)
en Zijn rechtsregels
וְחֻקֹּתָ֔יו
(vechuqotav)
en Zijn voorschriften
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
אָנֹכִ֥י
(anokhi)
ik
מְצַוְּךָ֖
(metsavekha)
je gebied
הַיּֽוֹם
(hayom)
vandaag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Anders eet je en word je verzadigd, bouw je goede huizen en ga je daarin wonen,
פֶּן
(pen)
anders
תֹּאכַ֖ל
(tokhal)
je zult eten
וְשָׂבָ֑עְתָּ
(vesavata)
en je zult verzadigd worden
וּבָתִּ֥ים
(uvatim)
en huizen
טוֹבִ֛ים
(tovim)
goede
תִּבְנֶ֖ה
(tivne)
je zult bouwen
וְיָשָֽׁבְתָּ
(veyashavta)
en je zult wonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13worden je runderen en je kleinvee talrijk, wordt je zilver en goud meer en wordt alles wat je hebt meer,
וּבְקָֽרְךָ֤
(uveqarekha)
en je runderen
וְצֹֽאנְךָ֙
(vetsonkha)
en je kleinvee
יִרְבְּיֻ֔ן
(yirbeyun)
zullen talrijk worden
וְכֶ֥סֶף
(vekhesef)
en zilver
וְזָהָ֖ב
(vezahav)
en goud
יִרְבֶּה
(yirbe)
zal talrijk worden
לָּ֑ךְ
(lakh)
voor jou
וְכֹ֥ל
(vekhol)
en alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
לְךָ֖
(lekha)
van jou
יִרְבֶּֽה
(yirbe)
zal talrijk worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14en wordt je hart hoogmoedig en vergeet je Yahweh, je Elohim, die je uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heeft geleid,
וְרָ֖ם
(veram)
en zal zich verheffen
לְבָבֶ֑ךָ
(levavekha)
je hart
וְשָֽׁכַחְתָּ֙
(veshakhachta)
en je zult vergeten
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
הַמּוֹצִיאֲךָ֛
(hamotsiakha)
die je uitleidde
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
עֲבָדִֽים
(avadim)
dienaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

וְרָם לְבָבֶךָ (veram levavekha) is letterlijk ‘en je hart wordt hoog’: hoogmoed.

Het ‘slavenhuis’ is in het Hebreeuws het ‘huis van dienaren’ (Deut. 7:8).

15die je geleid heeft door de grote en ontzagwekkende woestijn, met vurige slangen en schorpioenen, door dorstig land waar geen water is. Hij liet water voor je komen uit de harde rots,
הַמּוֹלִ֨יכֲךָ֜
(hamolikhakha)
die je liet gaan
בַּמִּדְבָּ֣ר
(bamidbar)
door de woestijn
הַגָּדֹ֣ל
(hagadol)
de grote
וְהַנּוֹרָ֗א
(vehanora)
en de ontzagwekkende
נָחָ֤שׁ
(nachash)
slang
שָׂרָף֙
(saraf)
vurige
וְעַקְרָ֔ב
(veaqrav)
en schorpioen
וְצִמָּא֖וֹן
(vetsimaon)
en dorst
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waar
אֵֽין
(ein)
niet is
מָ֑יִם
(mayim)
water
הַמּוֹצִ֤יא
(hamotsi)
die uitbracht
לְךָ֙
(lekha)
voor jou
מַ֔יִם
(mayim)
water
מִצּ֖וּר
(mitsur)
uit de rots van
הַֽחַלָּמִֽישׁ
(hachalamish)
de harde rots
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂרָף (saraf), ‘vurig’: een slang waarvan de beet als vuur brandt.

צִמָּאוֹן (tsimmaon), ‘dorst’: een uitgedroogd land. Het water uit de rots staat in Exod. 17:6.

חַלָּמִישׁ (challamish), ‘harde rots’: een zeer harde steen.

16Hij gaf je in de woestijn manna te eten, dat je vaders niet kenden. Dat deed Hij om je te vernederen en op de proef te stellen, om het uiteindelijk goed met je te maken,
הַמַּֽאֲכִ֨לְךָ֥
(hamaakhilkha)
die je liet eten
מָן֙
(man)
manna
בַּמִּדְבָּ֔ר
(bamidbar)
in de woestijn
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
יָדְע֖וּן
(yadeun)
kenden
אֲבֹתֶ֑יךָ
(avoteikha)
je vaders
לְמַ֣עַן
(lemaan)
opdat
עַנֹּֽתְךָ֗
(anotekha)
Hij je vernederde
וּלְמַ֨עַן֙
(ulemaan)
en opdat
נַסֹּתֶ֔ךָ
(nasotekha)
Hij je op de proef stelde
לְהֵיטִֽבְךָ֖
(leheitivkha)
om het goed met je te maken
בְּאַחֲרִיתֶֽךָ
(beacharitekha)
aan je einde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het manna staat in Exod. 16.

17en zeg je in je hart: „Mijn kracht en de sterkte van mijn hand hebben mij deze rijkdom gebracht.”
וְאָמַרְתָּ֖
(veamarta)
en je zult zeggen
בִּלְבָבֶ֑ךָ
(bilvavekha)
in je hart
כֹּחִי֙
(kochi)
mijn kracht
וְעֹ֣צֶם
(veotsem)
en de sterkte van
יָדִ֔י
(yadi)
mijn hand
עָ֥שָׂה
(asa)
heeft gemaakt
לִ֖י
(li)
voor mij
אֶת
(et)
(obj.)
הַחַ֥יִל
(hachayil)
de rijkdom
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Denk aan Yahweh, je Elohim, want Hij is het die je kracht geeft om rijkdom te verwerven. Zo houdt Hij Zijn verbond dat Hij aan je vaders gezworen heeft, zoals het vandaag is.
וְזָֽכַרְתָּ֙
(vezakharta)
en je zult gedenken
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
כִּ֣י
(ki)
want
ה֗וּא
(hu)
Hij
הַנֹּתֵ֥ן
(hanoten)
die geeft
לְךָ֛
(lekha)
aan jou
כֹּ֖חַ
(koach)
kracht
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te maken
חָ֑יִל
(chayil)
rijkdom
לְמַ֨עַן
(lemaan)
opdat
הָקִ֧ים
(haqim)
Hij bevestigt
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִית֛וֹ
(berito)
Zijn verbond
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נִשְׁבַּ֥ע
(nishba)
Hij zwoer
לַאֲבֹתֶ֖יךָ
(laavoteikha)
aan je vaders
כַּיּ֥וֹם
(kayom)
zoals op de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het is Yahweh die de kracht geeft om rijkdom te verwerven.

Zo houdt Hij Zijn verbond met de vaders (Gen. 15:18; 17:7).

De waarschuwing

19Maar als je Yahweh, je Elohim, toch vergeet en andere goden achternagaat, ze dient en je voor hen neerbuigt, dan getuig ik vandaag tegen je. Je zult zeker omkomen.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
אִם
(im)
als
שָׁכֹ֤חַ
(shakhoach)
volkomen
תִּשְׁכַּח֙
(tishkach)
je vergeet
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
וְהָֽלַכְתָּ֗
(vehalakhta)
en je gaat
אַחֲרֵי֙
(acharei)
achter
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
וַעֲבַדְתָּ֖ם
(vaavadtam)
en je dient hen
וְהִשְׁתַּחֲוִ֣יתָ
(vehishtachavita)
en je buigt je neer
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
הַעִדֹ֤תִי
(haidoti)
ik getuig
בָכֶם֙
(bakhem)
tegen jullie
הַיּ֔וֹם
(hayom)
vandaag
כִּ֥י
(ki)
dat
אָבֹ֖ד
(avod)
omkomen
תֹּאבֵדֽוּן
(tovedun)
jullie zullen omkomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַעִדֹתִי (ha’edoti), ‘ik getuig’: Mozes roept getuigen op, zoals in een rechtszaak.

Zie Deut. 4:26.

20Zoals de volken die Yahweh voor je laat omkomen, zo zul ook jij omkomen. Want je hebt niet naar de stem van Yahweh, je Elohim, geluisterd.
כַּגּוֹיִ֗ם
(kagoyim)
zoals de volken
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מַאֲבִ֣יד
(maavid)
die laat omkomen
מִפְּנֵיכֶ֔ם
(mipeneikhem)
voor jullie
כֵּ֖ן
(ken)
zo
תֹאבֵד֑וּן
(tovedun)
jullie zullen omkomen
עֵ֚קֶב
(eqev)
omdat
לֹ֣א
(lo)
niet
תִשְׁמְע֔וּן
(tishmeun)
jullie luisteren
בְּק֖וֹל
(beqol)
naar de stem van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)