Open in de app Alle boeken Spreuken ← 8 10 → Spreuken 9 De Wijsheid en de vrouw Dwaasheid
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het huis van de Wijsheid 1 De Wijsheid heeft haar huis gebouwd. Zij heeft haar zeven pilaren uitgehouwen.
חָ֭כְמוֹת
(chakhemot)
wijsheden
בָּנְתָ֣ה
(baneta)
heeft gebouwd
בֵיתָ֑הּ
(beitah)
haar huis
חָצְבָ֖ה
(chatseva)
heeft uitgehouwen
עַמּוּדֶ֣יהָ
(amudeiha)
haar pilaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָכְמוֹת (chokmot), ‘wijsheid’: het woord staat in het meervoud, zoals ook in Spr. 1:20 en 14:1.
Het meervoud geeft de volheid van de Wijsheid aan; het werkwoord is enkelvoud.
Wij schrijven ‘de Wijsheid’ met hoofdletter en ‘zij’.
שִׁבְעָה (shiv’ah), ‘zeven’: wij vertalen letterlijk ‘haar zeven pilaren’.
2 Zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd en ook haar tafel gedekt.
טָבְחָ֣ה
(tavecha)
heeft geslacht
טִ֭בְחָהּ
(tivchah)
haar slachtvee
מָסְכָ֣ה
(masekha)
heeft gemengd
יֵינָ֑הּ
(yeinah)
haar wijn
עָֽרְכָ֥ה
(arekha)
heeft gedekt
שֻׁלְחָנָֽהּ
(shulchanah)
haar tafel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מָסְכָה יֵינָהּ (masekhah yeinah), ‘haar wijn gemengd’: wijn die met water of kruiden is vermengd.
Zo gaat zij haar gasten tegemoet.
3 Zij heeft haar meisjes gezonden. Zij roept op de hoogste plaatsen van de stad:
שָֽׁלְחָ֣ה
(shalecha)
heeft gezonden
נַעֲרֹתֶ֣יהָ
(naaroteiha)
haar meisjes
גַּ֝פֵּ֗י
(gapei)
toppen van
מְרֹ֣מֵי
(meromei)
hoogten van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 „Wie eenvoudig is, laat hem hierheen komen.” Tot wie zonder hart is, zegt zij:
יָסֻ֣ר
(yasur)
laat hem komen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֲסַר־לֵב (chasar lev), ‘zonder hart’: zonder verstand.
Zie ook Spr. 7:7.
Vanaf vers 4 tot en met vers 6 spreekt de Wijsheid door haar meisjes; in vers 16–17 spreekt de vrouw Dwaasheid dezelfde woorden.
5 „Kom, eet van mijn brood en drink van de wijn die ik gemengd heb.
בְֽלַחֲמִ֑י
(belachami)
van mijn brood
וּ֝שְׁת֗וּ
(ushetu)
en drink
בְּיַ֣יִן
(beyayin)
van de wijn
מָסָֽכְתִּי
(masakhti)
die ik gemengd heb
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Verlaat de eenvoudigen en leef, en ga rechtuit op de weg van inzicht.”
פְתָאיִ֣ם
(petayim)
eenvoudigen
וְ֝אִשְׁר֗וּ
(veishru)
en ga rechtuit
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פְּתָיִים (petayim), ‘de eenvoudigen’: het woord kan ook de eenvoudigheid zelf bedoelen: ‘laat de eenvoud achter’.
Wij vertalen letterlijk.
De spotter en de wijze 7 Wie een spotter tuchtigt, haalt schande over zichzelf. Wie een goddeloze terechtwijst, krijgt zijn smet.
יֹ֤סֵ֨ר
(yoser)
wie tuchtigt
וּמוֹכִ֖יחַ
(umokhiach)
en wie terechtwijst
לְרָשָׁ֣ע
(lerasha)
een goddeloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יֹסֵר (yoser), ‘tuchtigt’: van dezelfde stam als מוּסָר (musar), ‘tucht’.
מוּמוֹ (mumo), ‘zijn smet’: de smet van de goddeloze, of de smet die de terechtwijzer zelf krijgt. De zin is kort en niet eenduidig.
8 Wijs een spotter niet terecht, anders gaat hij je haten. Wijs een wijze terecht, en hij zal van je houden.
תּ֣וֹכַח
(tokhach)
wijs terecht
יִשְׂנָאֶ֑ךָּ
(yisnaeka)
gaat hij je haten
הוֹכַ֥ח
(hokhach)
wijs terecht
לְ֝חָכָ֗ם
(lechakham)
een wijze
וְיֶאֱהָבֶֽךָּ
(veyeehaveka)
en hij zal van je houden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Geef aan een wijze, en hij wordt nog wijzer. Maak het bekend aan een rechtvaardige, en hij vermeerdert zijn lering.
לְ֭חָכָם
(lechakham)
aan een wijze
וְיֶחְכַּם
(veyechkam)
en hij wordt wijs
לְ֝צַדִּ֗יק
(letsadiq)
aan een rechtvaardige
וְי֣וֹסֶף
(veyosef)
en hij voegt toe
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bij ‘geef’ staat geen voorwerp.
Het gaat om onderricht.
לֶקַח (leqach), ‘lering’: wat men leert. Zie ook Spr. 7:21.
10 Het begin van wijsheid is de vrees voor Yahweh, en kennis van de Heiligen is inzicht.
תְּחִלַּ֣ת
(techilat)
begin van
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
יִרְאַ֣ת
(yirat)
vrees voor
וְדַ֖עַת
(vedaat)
en kennis van
קְדֹשִׁ֣ים
(qedoshim)
de Heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִרְאַת יְהוָה (yirat Yahweh), ‘vrees voor Yahweh’: ‘vrees’ omvat ontzag.
Zie ook Spr. 1:7 en 8:13.
קְדֹשִׁים (qedoshim), ‘de Heiligen’: het woord staat in het meervoud. Het kan ook als meervoud van volheid ‘de Heilige’ betekenen (zie Joz. 24:19). Zo ook Spr. 30:3.
11 Want door mij worden je dagen veel, en worden jaren van leven aan je toegevoegd.
יִרְבּ֣וּ
(yirbu)
worden veel
יָמֶ֑יךָ
(yameikha)
je dagen
וְיוֹסִ֥יפוּ
(veyosifu)
en worden toegevoegd
שְׁנ֣וֹת
(shenot)
jaren van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De spreker is hier de Wijsheid: ‘door mij’ zoals in Spr. 8:15–16.
12 Als je wijs bent, ben je wijs voor jezelf. Spot je, dan draag jij het alleen.
חָ֭כַמְתָּ
(chakhamta)
je wijs bent
חָכַ֣מְתָּ
(chakhamta)
je wijs bent
וְ֝לַ֗צְתָּ
(velatsta)
en je spot
לְֽבַדְּךָ֥
(levadekha)
alleen jij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נָשָׂא (nasa), ‘dragen’: de spotter draagt zelf de gevolgen.
De vrouw Dwaasheid 13 De vrouw Dwaasheid is luidruchtig. Zij is eenvoudigheid en weet niets.
כְּ֭סִילוּת
(kesilut)
dwaasheid
הֹֽמִיָּ֑ה
(homiya)
luidruchtig
פְּ֝תַיּ֗וּת
(petayut)
eenvoudigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֵשֶׁת כְּסִילוּת (eshet kesilut), ‘de vrouw Dwaasheid’: de Dwaasheid wordt, tegenover de Wijsheid, als een vrouw voorgesteld.
הֹמִיָּה (homiyyah), ‘luidruchtig’: hetzelfde woord als bij de vreemde vrouw in Spr. 7:11.
וּבַל־יָדְעָה מָּה (uval yade’ah mah), letterlijk ‘en zij weet niet wat’: het slot van de zin is kort en niet eenduidig. Wij vertalen ‘weet niets’.
14 Zij zit bij de deur van haar huis, op een zetel op de hoogten van de stad.
וְֽ֭יָשְׁבָה
(veyasheva)
en zij zit
לְפֶ֣תַח
(lefetach)
bij de deur van
בֵּיתָ֑הּ
(beitah)
haar huis
מְרֹ֣מֵי
(meromei)
hoogten van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְרֹמֵי קָרֶת (meromei qaret), ‘hoogten van de stad’: dezelfde plaats waar de Wijsheid roept (vers 3).
Beide vrouwen nodigen vanaf dezelfde plek.
15 Zij roept naar wie voorbijkomen, naar wie hun paden rechtuit gaan:
לִקְרֹ֥א
(liqro)
om te roepen
לְעֹֽבְרֵי
(leoverei)
naar wie voorbijkomen
הַֽ֝מְיַשְּׁרִ֗ים
(hamyasherim)
die recht maken
אֹֽרְחוֹתָֽם
(orechotam)
hun paden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 „Wie eenvoudig is, laat hem hierheen komen.” En tot wie zonder hart is, zegt zij:
יָסֻ֣ר
(yasur)
laat hem komen
וַחֲסַר
(vachasar)
en zonder
וְאָ֣מְרָה
(veamera)
en zegt zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 „Gestolen wateren zijn zoet, en brood in het geheim is aangenaam.”
גְּנוּבִ֥ים
(genuvim)
gestolen
יִמְתָּ֑קוּ
(yimtaqu)
zijn zoet
וְלֶ֖חֶם
(velechem)
en brood van
סְתָרִ֣ים
(setarim)
het verborgene
יִנְעָֽם
(yinam)
is aangenaam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַיִם גְּנוּבִים (mayim genuvim), ‘gestolen wateren’: wat in het geheim en verboden wordt genomen, lijkt zoet.
18 Maar hij weet niet dat de schimmen daar zijn, dat haar genodigden in de diepten van de Sjeol zijn.
רְפָאִ֣ים
(refaim)
schimmen
בְּעִמְקֵ֖י
(beimqei)
in de diepten van
קְרֻאֶֽיהָ
(qerueiha)
haar genodigden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רְפָאִים (refa’im), ‘schimmen’: de doden in het dodenrijk.
Zie ook Ps. 88:11.
שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk. קְרֻאֶיהָ (qeru’eha), ‘haar genodigden’: wie door haar zijn geroepen.