Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Paulus in Korinte
1Hierna verliet Paulus Athene en ging naar Korinte.
Μετὰ
(Meta)
na
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
χωρισθεὶς
(choristheis)
vertrokken zijnde
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
Ἀθηνῶν
(Athenon)
Athene
ἦλθεν
(elthen)
ging
εἰς
(eis)
naar
Κόρινθον
(Korinthon)
Korinte
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Athene: Athene was de grote cultuurstad van Griekenland, in de Romeinse provincie Achaje.
Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant.
Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje.
2Daar vond hij een Jood met de naam Aquila, afkomstig uit Pontus. Hij was kort daarvoor uit Italië gekomen met zijn vrouw Priscilla, want Claudius had bevolen dat alle Joden Rome moesten verlaten. Paulus ging naar hen toe.
καὶ
(kai)
en
εὑρών
(heuron)
gevonden hebbend
τινα
(tina)
een zekere
Ἰουδαῖον
(Ioudaion)
Jood
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ἀκύλαν
(Akylan)
Aquila
Ποντικὸν
(Pontikon)
uit Pontus
τῷ
(to)
van
γένει
(genei)
afkomst
προσφάτως
(prosphatos)
onlangs
ἐληλυθότα
(elelythota)
gekomen
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Ἰταλίας
(Italias)
Italië
καὶ
(kai)
en
Πρίσκιλλαν
(Priskillan)
Priscilla
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
διατεταχέναι
(diatetachenai)
bevolen had
Κλαύδιον
(Klaudion)
Claudius
χωρίζεσθαι
(chorizesthai)
te vertrekken
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Ῥώμης
(Rhomes)
Rome
προσῆλθεν
(proselthen)
ging naar toe
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Pontus (ongeveer): Pontus was de kuststreek aan de zuidkant van de Zwarte Zee, in het noorden van het huidige Turkije.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Italië (vasteland): Italië is het schiereiland waarop Rome ligt.
De omtrek hier is de moderne kustlijn van het vasteland, bij benadering.
Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.
Uitleg
Κλαύδιος (Klaudios), ‘Claudius’: de Romeinse keizer Claudius.
Het bevel dat de Joden uit Rome moesten vertrekken wordt meestal rond het jaar 49 na Christus gedateerd; zeker is dat niet.
Priscilla heet in Rom. 16:3 ‘Prisca’, een kortere vorm van dezelfde naam.
3Omdat hij hetzelfde vak had, bleef hij bij hen en werkte hij. Zij waren namelijk tentenmakers van vak.
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
ὁμότεχνον
(homotechnon)
van hetzelfde vak
εἶναι
(einai)
hij was
ἔμενεν
(emenen)
bleef
παρ’
(par’)
bij
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
ἠργάζετο
(ergazeto)
werkte
ἦσαν
(esan)
waren
γὰρ
(gar)
want
σκηνοποιοὶ
(skenopoioi)
tentenmakers
τῇ
(te)
van het
τέχνῃ
(techne)
vak
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκηνοποιός (skenopoios), ‘tentenmaker’: iemand die tenten maakte.
Paulus werkte met zijn handen voor zijn levensonderhoud; vergelijk 20:34.
4Elke sabbat sprak hij in de synagoge en overtuigde hij Joden en Grieken.
διελέγετο
(dielegeto)
sprak
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
κατὰ
(kata)
elke
πᾶν
(pan)
hele
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
ἔπειθέν
(epeithen)
overtuigde
τε
(te)
en
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
καὶ
(kai)
en
Ἕλληνας
(Hellenas)
Grieken
Bron: SBLGNT
Paulus keert zich tot de volken
5Toen Silas en Timoteüs uit Macedonië kwamen, werd Paulus in beslag genomen door het woord. Hij getuigde tegenover de Joden dat Yeshua de Messias is.
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
κατῆλθον
(katelthon)
kwamen af
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Μακεδονίας
(Makedonias)
Macedonië
ὅ
(ho)
de
τε
(te)
zowel
Σιλᾶς
(Silas)
Silas
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
συνείχετο
(syneicheto)
werd in beslag genomen
τῷ
(to)
door het
λόγῳ
(logo)
woord
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
διαμαρτυρόμενος
(diamartyromenos)
getuigend
τοῖς
(tois)
tegenover de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
εἶναι
(einai)
dat is
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.
De grenzen zijn bij benadering.
Uitleg
διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘getuigen’: plechtig en ernstig verklaren.
Wij vertalen het overal met ‘getuigen’ (ook 20:21, 20:23 en 20:24). συνείχετο (syneicheto), ‘werd in beslag genomen’: hij gaf zich geheel aan het woord. χριστός (christos), ‘Messias’: zie 17:3.
Lezing
In sommige latere handschriften staat ‘werd Paulus in de geest gedrongen’ in plaats van ‘werd Paulus in beslag genomen door het woord’.
Wij volgen de SBLGNT.
6Toen zij zich verzetten en lasterden, schudde hij zijn kleren uit en zei tegen hen: „Jullie bloed komt op jullie hoofd. Ik ben rein. Vanaf nu ga ik naar de volken.”
ἀντιτασσομένων
(antitassomenon)
zich verzettend
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
zij
καὶ
(kai)
en
βλασφημούντων
(blasphemounton)
lasterend
ἐκτιναξάμενος
(ektinaxamenos)
uitgeschud hebbend
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Τὸ
(To)
het
αἷμα
(haima)
bloed
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
καθαρὸς
(katharos)
rein
ἐγώ
(ego)
ik
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τοῦ
(tou)
het
νῦν
(nyn)
nu
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
πορεύσομαι
(poreusomai)
zal ik gaan
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐκτινάσσω τὰ ἱμάτια (ektinasso ta himatia), ‘de kleren uitschudden’: een gebaar waarmee men de verantwoordelijkheid van zich afschudt; vergelijk Neh. 5:13.
‘Jullie bloed komt op jullie hoofd’: de schuld komt op henzelf, zoals in 2 Sam. 1:16 en Ezech. 33:4; zie ook 20:26. ἔθνη (ethne), ‘volken’: de niet-Joden.
7Hij vertrok daar en ging het huis binnen van iemand met de naam Titius Justus, een godvrezende. Zijn huis grensde aan de synagoge.
καὶ
(kai)
en
μεταβὰς
(metabas)
vertrokken zijnde
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
εἰς
(eis)
in
οἰκίαν
(oikian)
huis
τινὸς
(tinos)
van een zekere
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Τιτίου
(Titiou)
Titius
Ἰούστου
(Ioustou)
Justus
σεβομένου
(sebomenou)
godvrezende
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
οὗ
(hou)
wiens
ἡ
(he)
het
οἰκία
(oikia)
huis
ἦν
(en)
was
συνομοροῦσα
(synomorousa)
grenzend
τῇ
(te)
aan de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
Bron: SBLGNT
Uitleg
σεβόμενος τὸν θεόν (sebomenos ton theon), ‘godvrezende’: zie 17:4.
8Crispus, de synagogeleider, geloofde in de Heer, met heel zijn huis. Ook velen van de Korintiërs luisterden, geloofden en werden gedoopt.
Κρίσπος
(Krispos)
Crispus
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
ἀρχισυνάγωγος
(archisynagogos)
synagogeleider
ἐπίστευσεν
(episteusen)
geloofde
τῷ
(to)
in de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
σὺν
(syn)
met
ὅλῳ
(holo)
heel
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
πολλοὶ
(polloi)
velen
τῶν
(ton)
van de
Κορινθίων
(Korinthion)
Korintiërs
ἀκούοντες
(akouontes)
luisterend
ἐπίστευον
(episteuon)
geloofden
καὶ
(kai)
en
ἐβαπτίζοντο
(ebaptizonto)
werden gedoopt
Bron: SBLGNT
Uitleg
κύριος (kyrios), ‘Heer’: de verteller noemt Yeshua in Handelingen vaak zo, zoals Lucas dat in zijn evangelie doet (zie Luc. 7:13).
Het is een titel, geen citaat uit het Oude Testament; wij schrijven ‘de Heer’ met hoofdletter. ἀρχισυνάγωγος (archisynagogos), ‘synagogeleider’: zie Mark. 5:22.
11Hij bleef daar een jaar en zes maanden en onderwees onder hen het woord van Elohim.
ἐκάθισεν
(ekathisen)
bleef
δὲ
(de)
nu
ἐνιαυτὸν
(eniauton)
een jaar
καὶ
(kai)
en
μῆνας
(menas)
maanden
ἓξ
(hex)
zes
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
hen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Paulus voor Gallio
12Toen Gallio proconsul van Achaje was, kwamen de Joden eensgezind tegen Paulus in verzet. Zij brachten hem voor de rechterstoel.
Γαλλίωνος
(Gallionos)
Gallio
δὲ
(de)
nu
ἀνθυπάτου
(anthypatou)
proconsul
ὄντος
(ontos)
zijnde
τῆς
(tes)
van
Ἀχαΐας
(Achaias)
Achaje
κατεπέστησαν
(katepestesan)
stonden op
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
οἱ
(hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
τῷ
(to)
tegen
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
ἤγαγον
(egagon)
brachten
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐπὶ
(epi)
voor
τὸ
(to)
de
βῆμα
(bema)
rechterstoel
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.
De grenzen zijn bij benadering.
Uitleg
ἀνθύπατος (anthypatos), ‘proconsul’: de bestuurder van een Romeinse provincie, hier Achaje.
Gallio was proconsul ongeveer in de jaren 51–52 na Christus (niet zeker). βῆμα (bema), ‘rechterstoel’: de zetel van de rechter, zoals in Matt. 27:19. ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eensgezind’.
13Zij zeiden: „Deze man haalt de mensen over om Elohim te vereren in strijd met de wet.”
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Παρὰ
(Para)
tegen
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
ἀναπείθει
(anapeithei)
haalt over
οὗτος
(houtos)
deze
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
σέβεσθαι
(sebesthai)
te vereren
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
νόμος (nomos), ‘wet’: het Grieks zegt niet of de wet van Mozes of de Romeinse wet bedoeld is.
14Paulus stond op het punt zijn mond te openen. Toen zei Gallio tegen de Joden: „Als het ging om een onrecht of een boosaardige streek, Joden, dan zou ik jullie met reden geduldig aanhoren.
μέλλοντος
(mellontos)
op het punt staand
δὲ
(de)
nu
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
ἀνοίγειν
(anoigein)
te openen
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
Γαλλίων
(Gallion)
Gallio
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
Εἰ
(Ei)
als
μὲν
(men)
immers
ἦν
(en)
was
ἀδίκημά
(adikema)
onrecht
τι
(ti)
enig
ἢ
(e)
of
ῥᾳδιούργημα
(rhadiourgema)
streek
πονηρόν
(poneron)
boosaardige
ὦ
(o)
o
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
κατὰ
(kata)
met
λόγον
(logon)
reden
ἂν
(an)
zou
ἀνεσχόμην
(aneschomen)
verdragen hebben
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
15Maar als het gaat om vragen over een woord, over namen en over jullie eigen wet, dan moeten jullie dat zelf uitzoeken. Ik wil daarvan geen rechter zijn.”
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
nu
ζητήματά
(zetemata)
vragen
ἐστιν
(estin)
zijn
περὶ
(peri)
over
λόγου
(logou)
een woord
καὶ
(kai)
en
ὀνομάτων
(onomaton)
namen
καὶ
(kai)
en
νόμου
(nomou)
wet
τοῦ
(tou)
die
καθ’
(kath’)
onder
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὄψεσθε
(opsesthe)
zullen zien
αὐτοί
(autoi)
zelf
κριτὴς
(krites)
rechter
ἐγὼ
(ego)
ik
τούτων
(touton)
hiervan
οὐ
(ou)
niet
βούλομαι
(boulomai)
wil
εἶναι
(einai)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
νόμος τοῦ καθ’ ὑμᾶς (nomos tou kath’ hymas), ‘jullie eigen wet’: Gallio rekent het tot de eigen zaken van de Joden.
16Hij joeg hen weg van de rechterstoel.
καὶ
(kai)
en
ἀπήλασεν
(apelasen)
joeg weg
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
βήματος
(bematos)
rechterstoel
Bron: SBLGNT
17Allen grepen Sosthenes, de synagogeleider, en sloegen hem voor de rechterstoel. Gallio trok zich niets van dit alles aan.
ἐπιλαβόμενοι
(epilabomenoi)
gegrepen hebbend
δὲ
(de)
nu
πάντες
(pantes)
allen
Σωσθένην
(Sosthenen)
Sosthenes
τὸν
(ton)
de
ἀρχισυνάγωγον
(archisynagogon)
synagogeleider
ἔτυπτον
(etypton)
sloegen
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
βήματος
(bematos)
rechterstoel
καὶ
(kai)
en
οὐδὲν
(ouden)
niets
τούτων
(touton)
hiervan
τῷ
(to)
aan
Γαλλίωνι
(Gallioni)
Gallio
ἔμελεν
(emelen)
was van belang
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks zegt niet wie ‘allen’ zijn: de Joden of de menigte.
Een Sosthenes noemt Paulus ook in 1 Kor. 1:1; of dit dezelfde man is, zegt de tekst niet.
Lezing
In sommige latere handschriften staat ‘alle Grieken’ in plaats van ‘allen’.
18Paulus bleef nog geruime tijd, nam afscheid van de broers en voer weg naar Syrië, met Priscilla en Aquila. In Kenchreeën had hij zijn haar laten knippen, want hij had een gelofte.
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
nu
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἔτι
(eti)
nog
προσμείνας
(prosmeinas)
gebleven zijnde
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἱκανὰς
(hikanas)
geruime
τοῖς
(tois)
van de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
ἀποταξάμενος
(apotaxamenos)
afscheid genomen hebbend
ἐξέπλει
(exeplei)
voer weg
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Συρίαν
(Syrian)
Syrië
καὶ
(kai)
en
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
hem
Πρίσκιλλα
(Priskilla)
Priscilla
καὶ
(kai)
en
Ἀκύλας
(Akylas)
Aquila
κειράμενος
(keiramenos)
laten knippen hebbend
ἐν
(en)
in
Κεγχρεαῖς
(Kenchreais)
Kenchreeën
τὴν
(ten)
het
κεφαλήν
(kephalen)
hoofd
εἶχεν
(eichen)
had
γὰρ
(gar)
want
εὐχήν
(euchen)
gelofte
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.
De grenzen waren niet scherp.
Zie Kenchreeën (ligging ongeveer): Kenchreeën was de oostelijke haven van Korinte, aan de Saronische Golf.
Uitleg
κειράμενος (keiramenos), ‘laten knippen’: het Grieks zegt niet duidelijk wie zijn haar liet knippen, Paulus of Aquila; wij lezen Paulus. εὐχή (euche), ‘gelofte’: een nazireeër scheerde na afloop van zijn gelofte zijn haar af (Num. 6:18).
Of het hier om zo’n gelofte gaat, zegt de tekst niet.
19Zij kwamen in Efeze, waar hij hen achterliet. Zelf ging hij de synagoge binnen en sprak met de Joden.
κατήντησαν
(katentesan)
kwamen aan
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
in
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
κἀκείνους
(kakeinous)
en die
κατέλιπεν
(katelipen)
liet achter
αὐτοῦ
(autou)
daar
αὐτὸς
(autos)
zelf
δὲ
(de)
nu
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengegaan zijnde
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
συναγωγὴν
(synagogen)
synagoge
διελέξατο
(dielexato)
sprak
τοῖς
(tois)
met de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.
Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.
20Zij vroegen hem langer te blijven, maar hij stemde niet toe.
ἐρωτώντων
(erotonton)
vragend
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐπὶ
(epi)
voor
πλείονα
(pleiona)
langere
χρόνον
(chronon)
tijd
μεῖναι
(meinai)
te blijven
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπένευσεν
(epeneusen)
stemde toe
Bron: SBLGNT
21Hij nam afscheid en zei: „Ik zal weer naar jullie terugkomen, als Elohim het wil.” Toen voer hij uit Efeze weg.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀποταξάμενος
(apotaxamenos)
afscheid genomen hebbend
καὶ
(kai)
en
εἰπών
(eipon)
zeggend
Πάλιν
(Palin)
weer
ἀνακάμψω
(anakampso)
zal ik terugkeren
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
θέλοντος
(thelontos)
willend
ἀνήχθη
(anechthe)
voer weg
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Ἐφέσου
(Ephesou)
Efeze
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.
Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.
Uitleg
τοῦ θεοῦ θέλοντος (tou theou thelontos), letterlijk ‘Elohim willend’: een uitdrukking van afhankelijkheid van Elohim.
Lezing
In sommige latere handschriften staat voor ‘Ik zal weer naar jullie terugkomen’ nog de zin ‘Ik moet beslist het komende feest in Jeruzalem vieren’.
Wij volgen de SBLGNT.
22Hij kwam aan in Caesarea, ging omhoog en groette de gemeente. Daarna ging hij naar beneden naar Antiochië.
καὶ
(kai)
en
κατελθὼν
(katelthon)
aangekomen zijnde
εἰς
(eis)
in
Καισάρειαν
(Kaisareian)
Caesarea
ἀναβὰς
(anabas)
omhooggegaan zijnde
καὶ
(kai)
en
ἀσπασάμενος
(aspasamenos)
gegroet hebbend
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
κατέβη
(katebe)
ging naar beneden
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.
Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
Uitleg
ἀναβαίνω (anabaino), ‘omhoog gaan’, en καταβαίνω (katabaino), ‘naar beneden gaan’: zo spreekt men over de reis naar en van Jeruzalem.
Het Grieks noemt Jeruzalem niet; waarschijnlijk is dat het doel van ‘omhoog gaan’, en dan is ‘de gemeente’ die van Jeruzalem.
23Nadat hij daar enige tijd had doorgebracht, vertrok hij. Achtereenvolgens reisde hij door het Galatische land en door Frygië en sterkte alle leerlingen.
καὶ
(kai)
en
ποιήσας
(poiesas)
doorgebracht hebbend
χρόνον
(chronon)
tijd
τινὰ
(tina)
enige
ἐξῆλθεν
(exelthen)
vertrok
διερχόμενος
(dierchomenos)
doorreizend
καθεξῆς
(kathexes)
achtereenvolgens
τὴν
(ten)
het
Γαλατικὴν
(Galatiken)
Galatische
χώραν
(choran)
land
καὶ
(kai)
en
Φρυγίαν
(Phrygian)
Frygië
στηρίζων
(sterizon)
sterkend
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
μαθητάς
(mathetas)
leerlingen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Galatië (ongeveer): Het Galatische land was het gebied rond het huidige Ankara, in het midden van Turkije.
De grenzen zijn bij benadering; de Romeinse provincie Galatië was groter.
Zie Frygië (ongeveer): Frygië was een streek in het westen en midden van het huidige Turkije.
De grenzen wisselden en zijn niet scherp.
Uitleg
Γαλατικὴ χώρα (Galatike chora), ‘het Galatische land’: een gebied in het midden van het huidige Turkije; zie ook 16:6.
Apollos in Efeze en Achaje
24Een Jood met de naam Apollos, afkomstig uit Alexandrië, kwam in Efeze. Hij was een welsprekend man, machtig in de Schriften.
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
zekere
Ἀπολλῶς
(Apollos)
Apollos
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ἀλεξανδρεὺς
(Alexandreus)
Alexandrijn
τῷ
(to)
van
γένει
(genei)
afkomst
ἀνὴρ
(aner)
man
λόγιος
(logios)
welsprekend
κατήντησεν
(katentesen)
kwam aan
εἰς
(eis)
in
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
δυνατὸς
(dynatos)
machtig
ὢν
(on)
zijnde
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
γραφαῖς
(graphais)
Schriften
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Alexandrië: Alexandrië lag aan de Middellandse Zee, aan de westkant van de Nijldelta.
Het was de grootste stad van Egypte en had een grote Joodse gemeenschap.
Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.
Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.
Uitleg
λόγιος (logios), ‘welsprekend’: het woord kan ook ‘geleerd’ betekenen.
25Deze man was onderricht in de weg van de Heer. Vurig van geest sprak hij en onderwees hij nauwkeurig wat over Yeshua gaat, terwijl hij alleen de doop van Johannes kende.
οὗτος
(houtos)
deze
ἦν
(en)
was
κατηχημένος
(katechemenos)
onderricht
τὴν
(ten)
in de
ὁδὸν
(hodon)
weg
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
καὶ
(kai)
en
ζέων
(zeon)
vurig
τῷ
(to)
van
πνεύματι
(pneumati)
geest
ἐλάλει
(elalei)
sprak
καὶ
(kai)
en
ἐδίδασκεν
(edidasken)
onderwees
ἀκριβῶς
(akribos)
nauwkeurig
τὰ
(ta)
wat
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἐπιστάμενος
(epistamenos)
kennend
μόνον
(monon)
alleen
τὸ
(to)
de
βάπτισμα
(baptisma)
doop
Ἰωάννου
(Ioannou)
van Johannes
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁδὸς τοῦ κυρίου (hodos tou kyriou), ‘de weg van de Heer’: het Grieks laat open of κύριος hier Yeshua of Yahweh is.
‘De weg van Yahweh’ staat in Gen. 18:19 en Jes. 40:3; ook heten de volgelingen van Yeshua ‘de Weg’ (zie 9:2).
Wij schrijven ‘de Heer’, omdat Handelingen Yeshua zo noemt; in vers 26 staat ‘de weg van Elohim’. ζέων τῷ πνεύματι (zeon to pneumati), ‘vurig van geest’: het Grieks laat open of de eigen geest van Apollos of de Heilige Geest bedoeld is.
26Hij begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem bij zich en legden hem nauwkeuriger de weg van Elohim uit.
οὗτός
(houtos)
deze
τε
(te)
en
ἤρξατο
(erxato)
begon
παρρησιάζεσθαι
(parresiazesthai)
vrijmoedig te spreken
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
nu
αὐτοῦ
(autou)
hem
Πρίσκιλλα
(Priskilla)
Priscilla
καὶ
(kai)
en
Ἀκύλας
(Akylas)
Aquila
προσελάβοντο
(proselabonto)
namen bij zich
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ἀκριβέστερον
(akribesteron)
nauwkeuriger
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ἐξέθεντο
(exethento)
legden uit
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
27Hij wilde naar Achaje oversteken. De broers moedigden hem aan en schreven de leerlingen dat zij hem moesten ontvangen. Bij zijn aankomst was hij van grote betekenis voor hen die geloofd hadden, door de genade.
βουλομένου
(boulomenou)
willend
δὲ
(de)
nu
αὐτοῦ
(autou)
hij
διελθεῖν
(dielthein)
over te steken
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἀχαΐαν
(Achaian)
Achaje
προτρεψάμενοι
(protrepsamenoi)
aangemoedigd hebbend
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἔγραψαν
(egrapsan)
schreven
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
ἀποδέξασθαι
(apodexasthai)
te ontvangen
αὐτόν
(auton)
hem
ὃς
(hos)
die
παραγενόμενος
(paragenomenos)
aangekomen zijnde
συνεβάλετο
(synebaleto)
droeg bij
πολὺ
(poly)
veel
τοῖς
(tois)
aan hen
πεπιστευκόσιν
(pepisteukosin)
die geloofd hadden
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
χάριτος
(charitos)
genade
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.
De grenzen zijn bij benadering.
Uitleg
διὰ τῆς χάριτος (dia tes charitos), ‘door de genade’: het Grieks laat open of dit bij ‘van grote betekenis’ of bij ‘die geloofd hadden’ hoort; wij houden de volgorde van het Grieks.
28Met kracht weerlegde hij de Joden in het openbaar en toonde aan de hand van de Schriften aan dat Yeshua de Messias is.
εὐτόνως
(eutonos)
krachtig
γὰρ
(gar)
want
τοῖς
(tois)
de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
διακατηλέγχετο
(diakatelencheto)
weerlegde
δημοσίᾳ
(demosia)
in het openbaar
ἐπιδεικνὺς
(epideiknys)
aantonend
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
γραφῶν
(graphon)
Schriften
εἶναι
(einai)
dat is
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg
διακατελέγχομαι (diakatelenchomai), ‘weerleggen’: een zeldzaam woord; het betekent grondig aantonen dat de ander ongelijk heeft.