Elohim Bijbel

Lucas 3

123456789101112131415161718192021222324

Johannes de Doper, de doop van Yeshua en Zijn afstamming

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het optreden van Johannes de Doper

1In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius was Pontius Pilatus stadhouder van Judea. Herodes was viervorst van Galilea, zijn broer Filippus viervorst van het land Iturea en Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene.
Ἐν
(En)
in
ἔτει
(etei)
jaar
δὲ
(de)
nu
πεντεκαιδεκάτῳ
(pentekaidekato)
vijftiende
τῆς
(tes)
de
ἡγεμονίας
(hegemonias)
regering
Τιβερίου
(Tiberiou)
van Tiberius
Καίσαρος
(Kaisaros)
keizer
ἡγεμονεύοντος
(hegemoneuontos)
stadhouder zijnde
Ποντίου
(Pontiou)
Pontius
Πιλάτου
(Pilatou)
Pilatus
τῆς
(tes)
van de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
καὶ
(kai)
en
τετρααρχοῦντος
(tetraarchountos)
viervorst zijnde
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
Ἡρῴδου
(Herodou)
Herodes
Φιλίππου
(Philippou)
Filippus
δὲ
(de)
nu
τοῦ
(tou)
de
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τετρααρχοῦντος
(tetraarchountos)
viervorst zijnde
τῆς
(tes)
van de
Ἰτουραίας
(Itouraias)
Iturea
καὶ
(kai)
en
Τραχωνίτιδος
(Trachonitidos)
Trachonitis
χώρας
(choras)
land
καὶ
(kai)
en
Λυσανίου
(Lysaniou)
Lysanias
τῆς
(tes)
van de
Ἀβιληνῆς
(Abilenes)
Abilene
τετρααρχοῦντος
(tetraarchountos)
viervorst zijnde
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Iturea (ligging ongeveer): Iturea was een gebied ten noordoosten van Galilea, rond de Hermon en de Golanhoogte.

De grenzen zijn niet scherp; dit punt is bij benadering.

Zie Trachonitis (ligging ongeveer): Trachonitis was het vulkanische gebied ten zuidoosten van Damascus (de Leja), in het zuiden van het huidige Syrië.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Abilene (ligging ongeveer): Abilene was een gebied rond Abila, in het dal van de Barada, ten noordwesten van Damascus.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἡγεμονία (hegemonia), ‘regering’, en ἡγεμονεύω (hegemoneuo), ‘stadhouder zijn’: zoals in 2:2. τετρααρχέω (tetraarcheo), ‘viervorst zijn’: heerser over een deel van een gebied, letterlijk een vierde deel (vergelijk Matt. 14:1).

Tiberius volgde Augustus op (2:1).

Het vijftiende jaar van zijn regering is ongeveer het jaar 28 of 29 van onze jaartelling.

Herodes is Herodes Antipas, een zoon van de Herodes uit Matt. 2:1.

Iturea, Trachonitis en Abilene zijn gebieden ten noorden en oosten van Galilea.

Zie ook Matt. 14:1.

2Toen Annas en Kajafas hogepriester waren, kwam het woord van Elohim tot Johannes, de zoon van Zacharia, in de woestijn.
ἐπὶ
(epi)
onder
ἀρχιερέως
(archiereos)
hogepriester
Ἅννα
(Hanna)
Annas
καὶ
(kai)
en
Καϊάφα
(Kaiapha)
Kajafas
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ῥῆμα
(rhema)
woord
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐπὶ
(epi)
tot
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
τὸν
(ton)
de
Ζαχαρίου
(Zachariou)
van Zacharia
υἱὸν
(huion)
zoon
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’: het Grieks heeft één enkelvoud, maar noemt twee namen.

Annas was eerder hogepriester geweest en Kajafas was het in die tijd; vergelijk Joh. 18:13. ἐγένετο ῥῆμα θεοῦ (egeneto rhema theou), ‘het woord van Elohim kwam’: zo vertelt het Oude Testament vaak dat het woord van Yahweh tot een profeet kwam, bijvoorbeeld Jes. 38:4.

Zacharia is de vader van Johannes (1:5, 1:13).

Zie ook Matt. 3:1; Mark. 1:4.

3Hij kwam in heel de omgeving van de Jordaan en verkondigde een doop van bekering tot vergeving van zonden.
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
εἰς
(eis)
in
πᾶσαν
(pasan)
heel
περίχωρον
(perichoron)
omgeving
τοῦ
(tou)
van de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
βάπτισμα
(baptisma)
doop
μετανοίας
(metanoias)
van bekering
εἰς
(eis)
tot
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

μετάνοια (metanoia), ‘bekering’, van μετανοέω (metanoeo): van denken veranderen.

Het gaat om een andere richting in denken en leven, een terugkeer tot Elohim, zoals het Hebreeuwse שׁוּב (shuv), ‘zich omkeren’.

βάπτισμα μετανοίας εἰς ἄφεσιν ἁμαρτιῶν (baptisma metanoias eis afesin hamartion), ‘doop van bekering tot vergeving van zonden’: dezelfde woorden als in Mark. 1:4. περίχωρος (perichoros), ‘omgeving’: het land rond de Jordaan.

Zie ook Mark. 1:4.

Zie ookMar 1:4
4Zo staat geschreven in het boek met de woorden van de profeet Jesaja: „Een stem van iemand die roept in de woestijn: ‘Maak de weg van Yahweh gereed, maak Zijn paden recht.
ὡς
(hos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
ἐν
(en)
in
βίβλῳ
(biblo)
boek
λόγων
(logon)
van woorden
Ἠσαΐου
(Esaiou)
van Jesaja
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
Φωνὴ
(Phone)
stem
βοῶντος
(boontos)
van een roepende
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Ἑτοιμάσατε
(Hetoimasate)
maak gereed
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
εὐθείας
(eutheias)
recht
ποιεῖτε
(poieite)
maak
τὰς
(tas)
de
τρίβους
(tribous)
paden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lucas citeert Jes. 40:3–5 in de Griekse tekst van zijn evangelie.

In het Hebreeuws hoort ‘in de woestijn’ bij ‘maak gereed’: ‘In de woestijn: maak de weg van Yahweh gereed’.

Het Grieks zet het bij de roepende stem, zoals ook Matt. 3:3 en Mark. 1:3.

Matteüs en Markus geven alleen vers 3 uit Jesaja; Lucas gaat door tot en met vers 5. κυρίου (kyriou), ‘van Yahweh’: het Hebreeuws heeft de Naam יְהוָה (Yahweh).

Zie ook Matt. 3:3; Mark. 1:3; Joh. 1:23; Jes. 40:3.

5Elke kloof zal gevuld worden, en elke berg en heuvel zal verlaagd worden. Wat krom is, zal recht worden, en wat oneffen is, zal een vlakke weg worden.
πᾶσα
(pasa)
elke
φάραγξ
(pharanx)
kloof
πληρωθήσεται
(plerothesetai)
zal worden gevuld
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
elke
ὄρος
(oros)
berg
καὶ
(kai)
en
βουνὸς
(bounos)
heuvel
ταπεινωθήσεται
(tapeinothesetai)
zal worden verlaagd
καὶ
(kai)
en
ἔσται
(estai)
zal worden
τὰ
(ta)
de
σκολιὰ
(skolia)
kromme dingen
εἰς
(eis)
tot
εὐθείαν
(eutheian)
recht
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
τραχεῖαι
(tracheiai)
oneffen
εἰς
(eis)
tot
ὁδοὺς
(hodous)
wegen
λείας
(leias)
vlakke
Bron: SBLGNT
Uitleg

Jes. 40:4 zegt: ‘Elk dal wordt verhoogd, en elke berg en heuvel wordt verlaagd.

Wat oneffen is, wordt vlak land.’

Lucas schrijft ‘gevuld worden’ (πληρόω, pleroo) waar het Hebreeuws ‘verhoogd worden’ heeft.

De boodschap is dat alle hindernissen voor de komst van Yahweh worden weggenomen.

Zie ook Jes. 40:4.

Zie ookJes 40:4
6En alle vlees zal de redding van Elohim zien.’”
καὶ
(kai)
en
ὄψεται
(opsetai)
zal zien
πᾶσα
(pasa)
alle
σὰρξ
(sarx)
vlees
τὸ
(to)
de
σωτήριον
(soterion)
redding
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Hebreeuws van Jes. 40:5 zegt: ‘De heerlijkheid van Yahweh wordt geopenbaard, en al het vlees ziet het samen.’

De Griekse tekst heeft ‘de redding van Elohim’ (σωτήριον, soterion); dat is ook het woord uit 2:30. σάρξ (sarx), ‘vlees’: alle mensen.

Zie ook Jes. 40:5; Luc. 2:30.

De prediking van Johannes

7De menigten trokken uit om door hem gedoopt te worden. Hij zei dan tegen hen: „Nageslacht van adders, wie heeft jullie erop gewezen om te vluchten voor de komende toorn?
Ἔλεγεν
(Elegen)
zei
οὖν
(oun)
dan
τοῖς
(tois)
tot de
ἐκπορευομένοις
(ekporeuomenois)
uittrekkende
ὄχλοις
(ochlois)
menigten
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt te worden
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
Γεννήματα
(Gennemata)
nageslacht
ἐχιδνῶν
(echidnon)
van adders
τίς
(tis)
wie
ὑπέδειξεν
(hypedeixen)
wees erop
ὑμῖν
(hymin)
jullie
φυγεῖν
(phygein)
te vluchten
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
μελλούσης
(mellouses)
komende
ὀργῆς
(orges)
toorn
Bron: SBLGNT
Uitleg

γεννήματα ἐχιδνῶν (gennemata echidnon), ‘nageslacht van adders’: zoals in Matt. 3:7.

Bij Matteüs spreekt Johannes tegen de Farizeeën en Sadduceeën; Lucas noemt de menigten. ὀργή (orge), ‘toorn’: het oordeel van Elohim.

Tot en met vers 9 volgen de woorden die ook Matt. 3:7–10 heeft.

Zie ook Matt. 3:7–10.

8Breng dan vruchten voort die bij de bekering passen. Begin niet te zeggen bij jullie zelf: ‘Wij hebben Abraham als vader.’ Want ik zeg jullie: Elohim kan uit deze stenen kinderen voor Abraham doen opstaan.
ποιήσατε
(poiesate)
breng voort
οὖν
(oun)
dan
καρποὺς
(karpous)
vruchten
ἀξίους
(axious)
passend bij
τῆς
(tes)
de
μετανοίας
(metanoias)
bekering
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἄρξησθε
(arxesthe)
begin
λέγειν
(legein)
te zeggen
ἐν
(en)
bij
ἑαυτοῖς
(heautois)
jullie zelf
Πατέρα
(Patera)
vader
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
τὸν
(ton)
de
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
λέγω
(lego)
ik zeg
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
δύναται
(dynatai)
kan
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
λίθων
(lithon)
stenen
τούτων
(touton)
deze
ἐγεῖραι
(egeirai)
doen opstaan
τέκνα
(tekna)
kinderen
τῷ
(to)
voor de
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Bron: SBLGNT
Uitleg

καρπός (karpos), ‘vrucht’: wat uit de bekering voortkomt, het leven dat bij de bekering past.

Het is niet genoeg om Abraham tot vader te hebben.

Zie ook Matt. 3:9.

Zie ookMat 3:9
9De bijl ligt al aan de wortel van de bomen. Elke boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.”
ἤδη
(ede)
al
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
de
ἀξίνη
(axine)
bijl
πρὸς
(pros)
bij
τὴν
(ten)
de
ῥίζαν
(rhizan)
wortel
τῶν
(ton)
van de
δένδρων
(dendron)
bomen
κεῖται
(keitai)
ligt
πᾶν
(pan)
elke
οὖν
(oun)
dus
δένδρον
(dendron)
boom
μὴ
(me)
niet
ποιοῦν
(poioun)
voortbrengend
καρπὸν
(karpon)
vrucht
καλὸν
(kalon)
goede
ἐκκόπτεται
(ekkoptetai)
wordt omgehakt
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
πῦρ
(pyr)
vuur
βάλλεται
(balletai)
wordt geworpen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀξίνη (axine), ‘bijl’: de bijl ligt klaar, het oordeel is dichtbij.

De beeldspraak is dezelfde als in Matt. 3:10 en Matt. 7:19.

Zie ook Matt. 3:10.

Wat moeten wij doen?

10De menigten vroegen hem: „Wat moeten wij dan doen?”
Καὶ
(Kai)
en
ἐπηρώτων
(eperoton)
ondervroegen
αὐτὸν
(auton)
hem
οἱ
(hoi)
de
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ποιήσωμεν
(poiesomen)
moeten wij doen
Bron: SBLGNT
11Hij antwoordde hun: „Wie twee hemden heeft, moet delen met wie er geen heeft. En wie voedsel heeft, moet hetzelfde doen.”
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
maar
ἔλεγεν
(elegen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ὁ
(Ho)
de
ἔχων
(echon)
hebbende
δύο
(dyo)
twee
χιτῶνας
(chitonas)
hemden
μεταδότω
(metadoto)
laat delen
τῷ
(to)
met de
μὴ
(me)
niet
ἔχοντι
(echonti)
hebbende
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἔχων
(echon)
hebbende
βρώματα
(bromata)
voedsel
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
ποιείτω
(poieito)
laat doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χιτών (chiton), ‘hemd’: het kledingstuk dat onder de mantel gedragen werd; zoals in Matt. 10:10. μεταδίδωμι (metadidomi), ‘delen’.

Dit en de volgende antwoorden staan alleen bij Lucas.

Zie ookMat 10:10
12Ook tollenaars kwamen om gedoopt te worden. Zij zeiden tegen hem: „Leraar, wat moeten wij doen?”
ἦλθον
(elthon)
kwamen
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
τελῶναι
(telonai)
tollenaars
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt te worden
καὶ
(kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Διδάσκαλε
(Didaskale)
leraar
τί
(ti)
wat
ποιήσωμεν
(poiesomen)
moeten wij doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τελώνης (telones), ‘tollenaar’: iemand die voor de Romeinen belasting inde en daarbij vaak te veel vroeg. διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’: ook zo vertaald in Mark. 10:17.

Zie ookMar 10:17
13Hij zei tegen hen: „Doe niets meer dan wat jullie is voorgeschreven.”
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Μηδὲν
(Meden)
niets
πλέον
(pleon)
meer
παρὰ
(para)
dan
τὸ
(to)
het
διατεταγμένον
(diatetagmenon)
vastgestelde
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πράσσετε
(prassete)
doe
Bron: SBLGNT
Uitleg

διατάσσω (diatasso), ‘voorschrijven’: wat is vastgesteld, dat wil zeggen het bedrag dat de tollenaars moesten innen.

Wij vertalen letterlijk: ‘niets meer dan wat jullie is voorgeschreven’.

14Ook soldaten vroegen hem: „En wij, wat moeten wij doen?” Hij zei tegen hen: „Pers niemand af en beschuldig niemand ten onrechte, en wees tevreden met jullie soldij.”
ἐπηρώτων
(eperoton)
ondervroegen
δὲ
(de)
maar
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
ook
στρατευόμενοι
(strateuomenoi)
soldaten
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ποιήσωμεν
(poiesomen)
moeten wij doen
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Μηδένα
(Medena)
niemand
διασείσητε
(diaseisete)
pers af
μηδὲ
(mede)
en niet
συκοφαντήσητε
(sykophantesete)
beschuldig ten onrechte
καὶ
(kai)
en
ἀρκεῖσθε
(arkeisthe)
wees tevreden
τοῖς
(tois)
met de
ὀψωνίοις
(opsoniois)
soldij
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

στρατεύομαι (strateuomai), ‘soldaat zijn’: het Grieks zegt letterlijk ‘dienstdoenden in het leger’. διασείω (diaseio), ‘afpersen’: letterlijk ‘schudden’, hier geld aftroggelen met dwang. συκοφαντέω (sykofanteo), ‘ten onrechte beschuldigen’. ὀψώνιον (opsonion), ‘soldij’: het loon van een soldaat.

Johannes en de Sterkere

15Het volk was vol verwachting en allen overlegden in hun hart over Johannes, of hij misschien de Messias was.
Προσδοκῶντος
(Prosdokontos)
verwachtend
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
het
λαοῦ
(laou)
volk
καὶ
(kai)
en
διαλογιζομένων
(dialogizomenon)
overleggend
πάντων
(panton)
allen
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
μήποτε
(mepote)
of misschien
αὐτὸς
(autos)
hij
εἴη
(eie)
zou zijn
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσδοκάω (prosdokao), ‘verwachten’: het volk verwachtte de Messias. διαλογίζομαι (dialogizomai), ‘overleggen’: zij overlegden bij zichzelf.

Vergelijk Joh. 1:19–20, waar Johannes zegt dat hij de Messias niet is.

Zie ook Joh. 1:19–20.

16Johannes antwoordde allen: „Ik doop jullie met water, maar Hij komt die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig de riem van Zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en vuur.
ἀπεκρίνατο
(apekrinato)
antwoordde
λέγων
(legon)
zeggend
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
ὁ
(ho)
de
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
Ἐγὼ
(Ego)
ik
μὲν
(men)
wel
ὕδατι
(hydati)
met water
βαπτίζω
(baptizo)
doop
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἔρχεται
(erchetai)
komt
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
ἰσχυρότερός
(ischyroteros)
sterkere
μου
(mou)
dan ik
οὗ
(hou)
van wie
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἱκανὸς
(hikanos)
waardig
λῦσαι
(lysai)
los te maken
τὸν
(ton)
de
ἱμάντα
(himanta)
riem
τῶν
(ton)
van de
ὑποδημάτων
(hypodematon)
sandalen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
αὐτὸς
(autos)
Hij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
βαπτίσει
(baptisei)
zal dopen
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
καὶ
(kai)
en
πυρί
(pyri)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἰσχυρότερος (ischyroteros), ‘sterker’. ἱμάς (himas), ‘riem’: het bindband van een sandaal; het losmaken ervan was een dienst voor een ander.

De woorden zijn gelijk aan Mark. 1:7–8; Matteüs heeft in Matt. 3:11 een ander werkwoord (‘dragen’). βαπτίσει ἐν πνεύματι ἁγίῳ καὶ πυρί (baptisei en pneumati hagio kai pyri), ‘zal dopen met de Heilige Geest en vuur’: zoals in Matt. 3:11.

Zie ook Matt. 3:11–12; Mark. 1:7–8; Joh. 1:26–27.

17Zijn wan is in Zijn hand om Zijn dorsvloer grondig te reinigen en het graan in Zijn schuur te verzamelen. Het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.”
οὗ
(hou)
van wie
τὸ
(to)
de
πτύον
(ptyon)
wan
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χειρὶ
(cheiri)
hand
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
διακαθᾶραι
(diakatharai)
grondig te reinigen
τὴν
(ten)
de
ἅλωνα
(halona)
dorsvloer
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
συναγαγεῖν
(synagagein)
te verzamelen
τὸν
(ton)
het
σῖτον
(siton)
graan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ἀποθήκην
(apotheken)
schuur
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
ἄχυρον
(achyron)
kaf
κατακαύσει
(katakausei)
zal verbranden
πυρὶ
(pyri)
met vuur
ἀσβέστῳ
(asbesto)
onuitblusbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

πτύον (ptyon), ‘wan’: een soort vork waarmee het graan na het dorsen omhoog gegooid werd; de wind blies het kaf weg. ἅλων (halon), ‘dorsvloer’; ἄχυρον (achyron), ‘kaf’. ἄσβεστος (asbestos), ‘onuitblusbaar’: vuur dat niet uitgaat.

Zie ook Matt. 3:12.

Zie ookMat 3:12
18Met nog veel andere dingen spoorde hij het volk aan en bracht hij hun de goede boodschap.
Πολλὰ
(Polla)
veel
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
καὶ
(kai)
ook
ἕτερα
(hetera)
andere dingen
παρακαλῶν
(parakalon)
aansporend
εὐηγγελίζετο
(euengelizeto)
bracht de goede boodschap
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘vermanen’ of ‘bemoedigen’. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’: zie 1:19.

Johannes in de gevangenis

19Maar de viervorst Herodes werd door hem terechtgewezen vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer, en vanwege al het kwaad dat Herodes gedaan had.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
ὁ
(ho)
de
τετραάρχης
(tetraarches)
viervorst
ἐλεγχόμενος
(elenchomenos)
terechtgewezen wordend
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
περὶ
(peri)
over
Ἡρῳδιάδος
(Herodiados)
Herodias
τῆς
(tes)
de
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
τοῦ
(tou)
van de
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
over
πάντων
(panton)
alle
ὧν
(hon)
die
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
πονηρῶν
(poneron)
kwade dingen
ὁ
(ho)
de
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’: zoals in Matt. 18:15.

Herodias was de vrouw van de broer van Herodes (Matt. 14:3; Mark. 6:17).

Lucas vertelt hier de gevangenneming alvast, vóór de doop van Yeshua; de volgorde in de tijd is dus anders dan de volgorde in het verhaal.

Zie ook Matt. 14:3–4; Mark. 6:17–18.

20Hij voegde hieraan nog dit toe: hij sloot Johannes op in de gevangenis.
προσέθηκεν
(prosetheken)
voegde toe
καὶ
(kai)
ook
τοῦτο
(touto)
dit
ἐπὶ
(epi)
bij
πᾶσιν
(pasin)
alles
καὶ
(kai)
en
κατέκλεισεν
(katekleisen)
sloot op
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
ἐν
(en)
in
φυλακῇ
(phylake)
gevangenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατακλείω (katakleio), ‘opsluiten’: Johannes werd in de gevangenis gesloten.

Zie ook vers 19.

Zie ook Matt. 14:3; Mark. 6:17.

De doop van Yeshua

21Toen heel het volk gedoopt werd, werd ook Yeshua gedoopt. Terwijl Hij bad, werd de hemel geopend,
Ἐγένετο
(Egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt worden
ἅπαντα
(hapanta)
heel
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
καὶ
(kai)
en
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
βαπτισθέντος
(baptisthentos)
gedoopt zijnde
καὶ
(kai)
en
προσευχομένου
(proseuchomenou)
biddend
ἀνεῳχθῆναι
(aneochthenai)
geopend werd
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lucas noemt dat Yeshua bad terwijl de hemel openging.

Hij wordt gedoopt zonder dat Johannes genoemd wordt. ἀνοίγω (anoigo), ‘openen’: het Grieks zegt ‘de hemel werd geopend’.

Zie ook Matt. 3:13–17; Mark. 1:9–11.

22en de Heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer. En er kwam een stem uit de hemel: „U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik behagen.”
καὶ
(kai)
en
καταβῆναι
(katabenai)
neerdaalde
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
σωματικῷ
(somatiko)
lichamelijke
εἴδει
(eidei)
gedaante
ὡς
(hos)
als
περιστερὰν
(peristeran)
duif
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτόν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
φωνὴν
(phonen)
stem
ἐξ
(ex)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
γενέσθαι
(genesthai)
kwam
Σὺ
(Sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
υἱός
(huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
ἀγαπητός
(agapetos)
geliefde
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
U
εὐδόκησα
(eudokesa)
heb behagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωματικῷ εἴδει (somatiko eidei), ‘in lichamelijke gedaante’: de Geest was zichtbaar als een duif.

De stem spreekt Yeshua rechtstreeks aan (‘U’), zoals in Mark. 1:11; in Matt. 3:17 spreekt de stem over Hem.

De woorden doen denken aan Ps. 2:7 en Jes. 42:1.

Lezing

Sommige handschriften hebben hier de woorden uit Ps. 2:7: ‘Mijn Zoon ben U, Ik heb U vandaag verwekt’.

De SBLGNT heeft de gewone lezing; wij vertalen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 3:16–17; Mark. 1:10–11; Joh. 1:32; Ps. 2:7; Jes. 42:1.

De afstamming van Yeshua

23Toen Yeshua begon, was Hij zelf ongeveer dertig jaar oud. Hij was, zoals men meende, een zoon van Jozef, van Eli,
Καὶ
(Kai)
en
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἦν
(en)
was
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἀρχόμενος
(archomenos)
beginnend
ὡσεὶ
(hosei)
ongeveer
ἐτῶν
(eton)
jaren
τριάκοντα
(triakonta)
dertig
ὢν
(on)
zijnde
υἱός
(huios)
zoon
ὡς
(hos)
zoals
ἐνομίζετο
(enomizeto)
men meende
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
τοῦ
(tou)
van
Ἠλὶ
(Eli)
Eli
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχόμενος (archomenos), ‘beginnend’: het Grieks zegt niet waarmee Yeshua begon; wij vertalen ‘toen Yeshua begon’.

Het bedoelt Zijn optreden. ὡσεὶ ἐτῶν τριάκοντα (hosei eton triakonta), ‘ongeveer dertig jaar’. ὡς ἐνομίζετο (hos enomizeto), ‘zoals men meende’: Jozef gold als Zijn vader.

In de afstamming betekent ‘van’ (τοῦ, tou) telkens ‘zoon van’; het Grieks laat het woord ‘zoon’ weg.

Deze lijst gaat achteruit van Yeshua naar Elohim.

Zie ook Matt. 1:1–17.

24van Matthat, van Levi, van Melchi, van Jannai, van Jozef,
τοῦ
(tou)
van
Μαθθὰτ
(Maththat)
Matthat
τοῦ
(tou)
van
Λευὶ
(Leui)
Levi
τοῦ
(tou)
van
Μελχὶ
(Melchi)
Melchi
τοῦ
(tou)
van
Ἰανναὶ
(Iannai)
Jannai
τοῦ
(tou)
van
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
Bron: SBLGNT
25van Mattitja, van Amos, van Nahum, van Esli, van Naggai,
τοῦ
(tou)
van
Ματταθίου
(Mattathiou)
Mattitja
τοῦ
(tou)
van
Ἀμὼς
(Amos)
Amos
τοῦ
(tou)
van
Ναοὺμ
(Naoum)
Nahum
τοῦ
(tou)
van
Ἑσλὶ
(Hesli)
Esli
τοῦ
(tou)
van
Ναγγαὶ
(Nangai)
Naggai
Bron: SBLGNT
26van Maät, van Mattitja, van Semein, van Josech, van Joda,
τοῦ
(tou)
van
Μάαθ
(Maath)
Maät
τοῦ
(tou)
van
Ματταθίου
(Mattathiou)
Mattitja
τοῦ
(tou)
van
Σεμεῒν
(Semein)
Semein
τοῦ
(tou)
van
Ἰωσὴχ
(Iosech)
Josech
τοῦ
(tou)
van
Ἰωδὰ
(Ioda)
Joda
Bron: SBLGNT
27van Johanan, van Resa, van Zerubbabel, van Sealtiël, van Neri,
τοῦ
(tou)
van
Ἰωανὰν
(Ioanan)
Johanan
τοῦ
(tou)
van
Ῥησὰ
(Rhesa)
Resa
τοῦ
(tou)
van
Ζοροβαβὲλ
(Zorobabel)
Zerubbabel
τοῦ
(tou)
van
Σαλαθιὴλ
(Salathiel)
Sealtiël
τοῦ
(tou)
van
Νηρὶ
(Neri)
Neri
Bron: SBLGNT
28van Melchi, van Addi, van Kosam, van Elmadam, van Er,
τοῦ
(tou)
van
Μελχὶ
(Melchi)
Melchi
τοῦ
(tou)
van
Ἀδδὶ
(Addi)
Addi
τοῦ
(tou)
van
Κωσὰμ
(Kosam)
Kosam
τοῦ
(tou)
van
Ἐλμαδὰμ
(Elmadam)
Elmadam
τοῦ
(tou)
van
Ἢρ
(Er)
Er
Bron: SBLGNT
29van Yeshua, van Eliëzer, van Jorim, van Matthat, van Levi,
τοῦ
(tou)
van
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τοῦ
(tou)
van
Ἐλιέζερ
(Eliezer)
Eliëzer
τοῦ
(tou)
van
Ἰωρὶμ
(Iorim)
Jorim
τοῦ
(tou)
van
Μαθθὰτ
(Maththat)
Matthat
τοῦ
(tou)
van
Λευὶ
(Leui)
Levi
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’: dezelfde naam als Jozua (Hebreeuws Yehoshua).

Dit is een voorvader met dezelfde naam, niet de Yeshua van wie dit evangelie vertelt.

30van Simeon, van Juda, van Jozef, van Jonam, van Eljakim,
τοῦ
(tou)
van
Συμεὼν
(Symeon)
Simeon
τοῦ
(tou)
van
Ἰούδα
(Iouda)
Juda
τοῦ
(tou)
van
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
τοῦ
(tou)
van
Ἰωνὰμ
(Ionam)
Jonam
τοῦ
(tou)
van
Ἐλιακὶμ
(Eliakim)
Eljakim
Bron: SBLGNT
31van Melea, van Menna, van Mattata, van Natan, van David,
τοῦ
(tou)
van
Μελεὰ
(Melea)
Melea
τοῦ
(tou)
van
Μεννὰ
(Menna)
Menna
τοῦ
(tou)
van
Ματταθὰ
(Mattatha)
Mattata
τοῦ
(tou)
van
Ναθὰμ
(Natham)
Natan
τοῦ
(tou)
van
Δαυὶδ
(Dauid)
David
Bron: SBLGNT
Uitleg

Deze lijn loopt van David via Natan (Nathan) naar Yeshua.

Matt. 1:6 loopt via Salomo.

De twee lijsten verschillen; wij vertalen wat er staat.

Zie ook Matt. 1:6; 2 Sam. 5:14.

32van Isaï, van Obed, van Boaz, van Salmon, van Nachsjon,
τοῦ
(tou)
van
Ἰεσσαὶ
(Iessai)
Isaï
τοῦ
(tou)
van
Ἰωβὴλ
(Iobel)
Obed
τοῦ
(tou)
van
Βόος
(Boos)
Boaz
τοῦ
(tou)
van
Σαλὰ
(Sala)
Salmon
τοῦ
(tou)
van
Ναασσὼν
(Naasson)
Nachsjon
Bron: SBLGNT
Uitleg

De namen van Isaï tot Juda (verzen 32–33) komen ook voor in Matt. 1:3–6 en in 1 Kron. 2:1–15. Βόος (Boos) is Boaz, Σαλά (Sala) is Salmon, Ἰωβήλ (Iobed) is Obed, Ναασσών (Naasson) is Nachsjon.

Zie ook Matt. 1:3–6; 1 Kron. 2:9–15.

33van Amminadab, van Admin, van Arni, van Chezron, van Peres, van Juda,
τοῦ
(tou)
van
Ἀμιναδὰβ
(Aminadab)
Amminadab
τοῦ
(tou)
van
Ἀδμὶν
(Admin)
Admin
τοῦ
(tou)
van
Ἀρνὶ
(Arni)
Arni
τοῦ
(tou)
van
Ἑσρὼμ
(Hesrom)
Chezron
τοῦ
(tou)
van
Φαρὲς
(Phares)
Peres
τοῦ
(tou)
van
Ἰούδα
(Iouda)
Juda
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἑσρώμ (Hesrom) is Chezron en Φαρές (Phares) is Peres, zoals in Matt. 1:3. Ἀδμίν (Admin) en Ἀρνί (Arni) staan niet in Matt. 1:3–4.

De lijsten verschillen hier; wij vertalen wat er staat.

Zie ook Matt. 1:3; 1 Kron. 2:9–10.

34van Jakob, van Isaak, van Abraham, van Terach, van Nachor,
τοῦ
(tou)
van
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
τοῦ
(tou)
van
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
τοῦ
(tou)
van
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
τοῦ
(tou)
van
Θάρα
(Thara)
Terach
τοῦ
(tou)
van
Ναχὼρ
(Nachor)
Nachor
Bron: SBLGNT
Uitleg

Θάρα (Thara) is Terach en Ναχώρ (Nachor) is Nachor (Gen. 11:24–26).

Zie ook Gen. 11:24–26; 1 Kron. 1:26–28.

35van Serug, van Reü, van Peleg, van Eber, van Selach,
τοῦ
(tou)
van
Σεροὺχ
(Serouch)
Serug
τοῦ
(tou)
van
Ῥαγαὺ
(Rhagau)
Reü
τοῦ
(tou)
van
Φάλεκ
(Phalek)
Peleg
τοῦ
(tou)
van
Ἔβερ
(Eber)
Eber
τοῦ
(tou)
van
Σαλὰ
(Sala)
Selach
Bron: SBLGNT
36van Kenan, van Arpachsad, van Sem, van Noach, van Lemech,
τοῦ
(tou)
van
Καϊνὰμ
(Kainam)
Kenan
τοῦ
(tou)
van
Ἀρφαξὰδ
(Arphaxad)
Arpachsad
τοῦ
(tou)
van
Σὴμ
(Sem)
Sem
τοῦ
(tou)
van
Νῶε
(Noe)
Noach
τοῦ
(tou)
van
Λάμεχ
(Lamech)
Lemech
Bron: SBLGNT
Uitleg

Καϊνάμ (Kainam), ‘Kenan’: tussen Arpachsad en Selach staat in sommige oude vertalingen van Gen. 11:12–13 een Kenan; in het Hebreeuws van Gen. 11:12 en 1 Kron. 1:18 ontbreekt hij.

Lucas heeft hem wel in zijn lijst.

In vers 37 staat een andere Kenan (Gen. 5:9).

Zie ook Gen. 11:12–13; 1 Kron. 1:17–18.

37van Metuselach, van Henoch, van Jered, van Mahalalël, van Kenan,
τοῦ
(tou)
van
Μαθουσαλὰ
(Mathousala)
Metuselach
τοῦ
(tou)
van
Ἑνὼχ
(Henoch)
Henoch
τοῦ
(tou)
van
Ἰάρετ
(Iaret)
Jered
τοῦ
(tou)
van
Μαλελεὴλ
(Maleleel)
Mahalalël
τοῦ
(tou)
van
Καϊνὰμ
(Kainam)
Kenan
Bron: SBLGNT
38van Enosh, van Seth, van Adam, van Elohim.
τοῦ
(tou)
van
Ἐνὼς
(Enos)
Enosh
τοῦ
(tou)
van
Σὴθ
(Seth)
Seth
τοῦ
(tou)
van
Ἀδὰμ
(Adam)
Adam
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἀδάμ (Adam) en θεοῦ (theou), ‘van Elohim’: Adam is ‘zoon van Elohim’ omdat hij door Elohim geschapen is (Gen. 1:27; 2:7).

De lijst begint bij Yeshua en eindigt bij Elohim.

Het woord ‘zoon’ moet erbij gedacht worden (zie vers 23); wij laten het weg zoals het Grieks.

Zie ook Gen. 5:1–32; Gen. 1:27; 1 Kron. 1:1–4.