Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Job antwoordt Zofar
1Job antwoordde en zei:
וַיַּ֥עַן
(vayaan)
en antwoordde
אִיּ֗וֹב
(iyov)
Job
וַיֹּאמַֽר
(vayomar)
en zei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Jullie zijn dus echt het volk, en met jullie sterft de wijsheid!
אָ֭מְנָם
(amenam)
waarlijk
כִּ֣י
(ki)
dat
אַתֶּם
(atem)
jullie
עָ֑ם
(am)
het volk
וְ֝עִמָּכֶ֗ם
(veimakhem)
en met jullie
תָּמ֥וּת
(tamut)
sterft
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Job is sarcastisch: zij zijn dus het volk dat alle wijsheid bezit, en met hen sterft de wijsheid uit.
4Een voorwerp van spot voor zijn vriend ben ik, ik die tot Eloah riep en antwoord van Hem kreeg. De rechtvaardige, onberispelijke man is een bespotting geworden.
שְׂחֹ֤ק
(sechoq)
voorwerp van spot
לְרֵעֵ֨הוּ
(lereehu)
voor zijn vriend
אֶֽהְיֶ֗ה
(ehye)
word ik
קֹרֵ֣א
(qore)
een die roept
לֶ֭אֱלוֹהַּ
(leeloha)
tot Eloah
וַֽיַּעֲנֵ֑הוּ
(vayaanehu)
en Hij antwoordt hem
שְׂ֝ח֗וֹק
(sechoq)
spot
צַדִּ֥יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
תָּמִֽים
(tamim)
onberispelijke
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Job beklaagt zich dat hij, die vroeger Eloah aanriep en antwoord kreeg, nu bespot wordt door zijn vrienden (vergelijk 1:8).
13Bij Hem is wijsheid en kracht. Hij heeft raad en inzicht.
עִ֭מּוֹ
(imo)
bij Hem
חָכְמָ֣ה
(chakhema)
wijsheid
וּגְבוּרָ֑ה
(ugevura)
en kracht
ל֝֗וֹ
(lo)
bij Hem
עֵצָ֥ה
(etsa)
raad
וּתְבוּנָֽה
(utevuna)
en inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vanaf hier is het een lofzang op de macht van Eloah, maar met een scherpe bijklank: Hij gebruikt Zijn macht ook om koningen, rechters en priesters hun verstand te ontnemen (vers 17–25).
Job is het met zijn vrienden eens over Zijn macht, maar niet over de conclusie.