Elohim Bijbel

Amos 2

123456789

Oordeel over Moab, Juda en Israël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Oordeel over Moab

1Zo zegt Yahweh: „Om drie overtredingen van Moab, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat hij de beenderen van de koning van Edom tot kalk verbrandde.
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
om
שְׁלֹשָׁה֙
(shelosha)
drie
פִּשְׁעֵ֣י
(pishei)
overtredingen van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
וְעַל
(veal)
en om
אַרְבָּעָ֖ה
(arbaa)
vier
לֹ֣א
(lo)
niet
אֲשִׁיבֶ֑נּוּ
(ashivenu)
zal Ik het terugnemen
עַל
(al)
omdat
שָׂרְפ֛וֹ
(sarefo)
zijn verbranden
עַצְמ֥וֹת
(atsmot)
beenderen van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
אֱד֖וֹם
(edom)
Edom
לַשִּֽׂיד
(lasid)
tot kalk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

שִׂיד (sid), ‘kalk’: de beenderen werden verbrand tot kalk.

Een dode koning zo te onteren was een zware daad.

De tekst zegt niet wanneer dit gebeurde.

2Ik zal vuur sturen in Moab. Het zal de paleizen van Kerijot verteren. Moab zal sterven in gedruis, onder krijgsgeschreeuw, bij het geluid van de ramshoorn.
וְשִׁלַּחְתִּי
(veshilachti)
en Ik zal sturen
אֵ֣שׁ
(esh)
vuur
בְּמוֹאָ֔ב
(bemoav)
in Moab
וְאָכְלָ֖ה
(veakhela)
en het zal verteren
אַרְמְנ֣וֹת
(armenot)
paleizen van
הַקְּרִיּ֑וֹת
(haqeriyot)
Kerijot
וּמֵ֤ת
(umet)
en zal sterven
בְּשָׁאוֹן֙
(beshaon)
in gedruis
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
בִּתְרוּעָ֖ה
(bitrua)
onder krijgsgeschreeuw
בְּק֥וֹל
(beqol)
bij het geluid van
שׁוֹפָֽר
(shofar)
de ramshoorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Kerijot (Moab; ligging onzeker): Kerijot was een stad in Moab.

Voorgesteld zijn Khirbet el-Qureiyat en een plaats bij Dibon.

De ligging is niet zeker.

Uitleg

קְרִיּוֹת (Qeriyyot), ‘Kerijot’: een stad van Moab.

Het woord heeft in het Hebreeuws een lidwoord en kan ook ‘de steden’ betekenen.

De ligging is onzeker.

3Ik zal de rechter uit haar midden uitroeien. Al haar oversten zal Ik met hem doden, zegt Yahweh.”
וְהִכְרַתִּ֥י
(vehikhrati)
en Ik zal uitroeien
שׁוֹפֵ֖ט
(shofet)
rechter
מִקִּרְבָּ֑הּ
(miqirbah)
uit haar midden
וְכָל
(vekhal)
en al
שָׂרֶ֛יהָ
(sareiha)
haar oversten
אֶהֱר֥וֹג
(eherog)
Ik zal doden
עִמּ֖וֹ
(imo)
met hem
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Oordeel over Juda

4Zo zegt Yahweh: „Om drie overtredingen van Juda, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij de wet van Yahweh hebben verworpen en Zijn voorschriften niet hebben onderhouden. Hun leugens, waar hun vaders achteraan liepen, hebben hen laten dwalen.
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
om
שְׁלֹשָׁה֙
(shelosha)
drie
פִּשְׁעֵ֣י
(pishei)
overtredingen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וְעַל
(veal)
en om
אַרְבָּעָ֖ה
(arbaa)
vier
לֹ֣א
(lo)
niet
אֲשִׁיבֶ֑נּוּ
(ashivenu)
zal Ik het terugnemen
עַֽל
(al)
omdat
מָאֳסָ֞ם
(maosam)
hun verwerpen
אֶת
(et)
(obj.)
תּוֹרַ֣ת
(torat)
de wet van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְחֻקָּיו֙
(vechuqav)
en Zijn voorschriften
לֹ֣א
(lo)
niet
שָׁמָ֔רוּ
(shamaru)
zij onderhielden
וַיַּתְעוּם֙
(vayatum)
en lieten hen dwalen
כִּזְבֵיהֶ֔ם
(kizveihem)
hun leugens
אֲשֶׁר
(asher)
waar
הָלְכ֥וּ
(halekhu)
liepen
אֲבוֹתָ֖ם
(avotam)
hun vaders
אַחֲרֵיהֶֽם
(achareihem)
achter hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke koninkrijk, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: het woord betekent ook ‘onderwijs’.

Het gaat om wat Yahweh Zijn volk leert.

כְּזָבִים (kezavim), ‘leugens’: dit kunnen valse goden of valse leringen zijn. Het woord zelf betekent ‘leugens’.

5Ik zal vuur sturen in Juda. Het zal de paleizen van Jeruzalem verteren.”
וְשִׁלַּ֥חְתִּי
(veshilachti)
en Ik zal sturen
אֵ֖שׁ
(esh)
vuur
בִּֽיהוּדָ֑ה
(bihuda)
in Juda
וְאָכְלָ֖ה
(veakhela)
en het zal verteren
אַרְמְנ֥וֹת
(armenot)
paleizen van
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke koninkrijk, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Oordeel over Israël

6Zo zegt Yahweh: „Om drie overtredingen van Israël, en om vier, zal Ik het niet terugnemen: omdat zij de rechtvaardige verkopen voor zilver en de arme voor een paar sandalen.
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
om
שְׁלֹשָׁה֙
(shelosha)
drie
פִּשְׁעֵ֣י
(pishei)
overtredingen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְעַל
(veal)
en om
אַרְבָּעָ֖ה
(arbaa)
vier
לֹ֣א
(lo)
niet
אֲשִׁיבֶ֑נּוּ
(ashivenu)
zal Ik het terugnemen
עַל
(al)
omdat
מִכְרָ֤ם
(mikhram)
hun verkopen
בַּכֶּ֨סֶף֙
(bakesef)
voor zilver
צַדִּ֔יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
וְאֶבְי֖וֹן
(veevyon)
en de arme
בַּעֲב֥וּר
(baavur)
voor
נַעֲלָֽיִם
(naalayim)
een paar sandalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Met Israël komt het achtste en laatste volk aan de beurt.

Dit oordeel is veel langer dan de andere (2:6–16).

צַדִּיק (tsaddiq), ‘rechtvaardige’; אֶבְיוֹן (evyon), ‘arme’. Een paar sandalen is een klein bedrag. Zie ook Amos 8:6.

7Zij vertrappen het hoofd van de geringen in het stof van de aarde. Zij buigen de weg van de nederigen af. Een man en zijn vader gaan naar het meisje, zodat zij Mijn heilige naam ontheiligen.
הַשֹּׁאֲפִ֤ים
(hashoafim)
zij die vertrappen
עַל
(al)
op
עֲפַר
(afar)
stof van
אֶ֨רֶץ֙
(erets)
de aarde
בְּרֹ֣אשׁ
(berosh)
op het hoofd van
דַּלִּ֔ים
(dalim)
geringen
וְדֶ֥רֶךְ
(vederekh)
en de weg van
עֲנָוִ֖ים
(anavim)
nederigen
יַטּ֑וּ
(yatu)
zij buigen af
וְאִ֣ישׁ
(veish)
en man
וְאָבִ֗יו
(veaviv)
en zijn vader
יֵֽלְכוּ֙
(yelekhu)
zij gaan
אֶל
(el)
naar
הַֽנַּעֲרָ֔ה
(hanaara)
het meisje
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
חַלֵּ֖ל
(chalel)
ontheiligen
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁ֥ם
(shem)
naam van
קָדְשִֽׁי
(qadeshi)
Mijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַשֹּׁאֲפִים (hasho’afim): het werkwoord kan ‘hijgen, snakken’ of ‘vertrappen’ betekenen.

Letterlijk staat er: ‘zij die het stof van de aarde op het hoofd van de geringen …’.

De betekenis is onzeker; wij vertalen naar de zin: zij drukken de armen neer in het stof.

דֶּרֶךְ … יַטּוּ (derekh … yattu), ‘zij buigen de weg af’: zij dwingen de nederigen van hun weg af of onthouden hun recht.

הַנַּעֲרָה (hanna’arah), ‘het meisje’: het Hebreeuws noemt niet wat er gebeurt. Het lidwoord kan wijzen op één bepaald meisje. Veel lezers denken aan misbruik van een jonge vrouw die in hun macht was. De tekst zegt dat niet; wij laten het letterlijk.

שֵׁם קָדְשִׁי (shem qodshi), ‘Mijn heilige naam’. Zie ook Lev. 22:32.

8Naast elk altaar strekken zij zich uit op kleren die als pand zijn genomen. De wijn van wie beboet is, drinken zij in het huis van hun Elohim.
וְעַל
(veal)
en op
בְּגָדִ֤ים
(begadim)
kleren
חֲבֻלִים֙
(chavulim)
in pand genomen
יַטּ֔וּ
(yatu)
zij strekken zich uit
אֵ֖צֶל
(etsel)
naast
כָּל
(kal)
elk
מִזְבֵּ֑חַ
(mizbeach)
altaar
וְיֵ֤ין
(veyein)
en de wijn van
עֲנוּשִׁים֙
(anushim)
beboeten
יִשְׁתּ֔וּ
(yishtu)
zij drinken
בֵּ֖ית
(beit)
het huis van
אֱלֹהֵיהֶֽם
(eloheihem)
hun Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲבֻלִים (chavulim), ‘als pand genomen’: een mantel die als onderpand diende, moest vóór zonsondergang worden teruggegeven (Exod. 22:25).

Hier gebruiken zij zulke kleren als kleed bij hun feest.

עֲנוּשִׁים (anushim), ‘beboet’: de wijn van mensen die een boete kregen, of wijn die van boetegeld is gekocht. De betekenis is onzeker.

Wat Yahweh voor Israël deed

9En Ik heb de Amoriet voor hen vernietigd. Zijn hoogte was als de hoogte van cederen, en hij was sterk als eiken. Ik vernietigde zijn vrucht van boven en zijn wortels van onderen.
וְאָ֨נֹכִ֜י
(veanokhi)
en Ik
הִשְׁמַ֤דְתִּי
(hishmadti)
Ik heb vernietigd
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽאֱמֹרִי֙
(haemori)
de Amoriet
מִפְּנֵיהֶ֔ם
(mipeneihem)
voor hen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wiens
כְּגֹ֤בַהּ
(kegovah)
als de hoogte van
אֲרָזִים֙
(arazim)
cederen
גָּבְה֔וֹ
(gaveho)
zijn hoogte
וְחָסֹ֥ן
(vechason)
en sterk
ה֖וּא
(hu)
hij
כָּֽאַלּוֹנִ֑ים
(kaalonim)
als de eiken
וָאַשְׁמִ֤יד
(vaashmid)
en Ik vernietigde
פִּרְיוֹ֙
(piryo)
zijn vrucht
מִמַּ֔עַל
(mimaal)
van boven
וְשָׁרָשָׁ֖יו
(vesharashav)
en zijn wortels
מִתָּֽחַת
(mitachat)
van onder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Amoriet staat hier in het enkelvoud, als verzamelnaam voor de oude bewoners van het land (zie Num. 13:29).

Zij worden vergeleken met cederen en eiken: hoog en sterk.

Zijn ‘vrucht’ en ‘wortels’ staan voor alles wat hij was.

10En Ik heb jullie uit het land Egypte laten optrekken. Ik heb jullie 40 jaar door de woestijn geleid, om het land van de Amoriet in bezit te nemen.
וְאָנֹכִ֛י
(veanokhi)
en Ik
הֶעֱלֵ֥יתִי
(heeleiti)
Ik liet optrekken
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
וָאוֹלֵ֨ךְ
(vaolekh)
en Ik leidde
אֶתְכֶ֤ם
(etkhem)
jullie
בַּמִּדְבָּר֙
(bamidbar)
in de woestijn
אַרְבָּעִ֣ים
(arbaim)
40
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
לָרֶ֖שֶׁת
(lareshet)
om in bezit te nemen
אֶת
(et)
(obj.)
אֶ֥רֶץ
(erets)
het land van
הָאֱמֹרִֽי
(haemori)
de Amoriet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

De 40 jaar in de woestijn: zie Num. 14:34 en Deut. 8:2.

11Ik heb uit jullie zonen profeten verwekt en uit jullie jonge mannen nazireeërs. Is het soms niet zo, zonen van Israël? Godsspraak van Yahweh.
וָאָקִ֤ים
(vaaqim)
en Ik verwekte
מִבְּנֵיכֶם֙
(mibeneikhem)
uit jullie zonen
לִנְבִיאִ֔ים
(linviim)
tot profeten
וּמִבַּחוּרֵיכֶ֖ם
(umibachureikhem)
en uit jullie jonge mannen
לִנְזִרִ֑ים
(linzirim)
tot nazireeërs
הַאַ֥ף
(haaf)
is het soms
אֵֽין
(ein)
niet
זֹ֛את
(zot)
zo
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְאֻם יְהוָה (neum Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: een vaste formule bij woorden die Yahweh zelf spreekt.

Amos gebruikt haar vaak.

Wij zetten de formule rood, ook als de profeet de woorden doorgeeft.

נְזִירִים (nezirim), ‘nazireeërs’: mensen die zich aan Yahweh toewijden en geen wijn drinken. Zie Num. 6:1–21.

הַאַף אֵין זֹאת (ha’af ein zot), ‘Is het soms niet zo?’: een vraag waarop het antwoord ‘ja’ is.

12Maar jullie lieten de nazireeërs wijn drinken. En aan de profeten gaven jullie het bevel: ‘Profeteer niet!’
וַתַּשְׁק֥וּ
(vatashqu)
en jullie lieten drinken
אֶת
(et)
(obj.)
הַנְּזִרִ֖ים
(hanezirim)
de nazireeërs
יָ֑יִן
(yayin)
wijn
וְעַל
(veal)
en aan
הַנְּבִיאִים֙
(haneviim)
de profeten
צִוִּיתֶ֣ם
(tsivitem)
jullie bevalen
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
לֹ֖א
(lo)
niet
תִּנָּבְאֽוּ
(tinaveu)
jullie zullen profeteren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Nazireeërs mochten geen wijn drinken (Num. 6:3).

Profeten werd het zwijgen opgelegd.

Zie ook Amos 7:12–13.

Het oordeel treft Israël

13Zie, Ik druk onder jullie, zoals de wagen drukt die vol is met schoven.
הִנֵּ֛ה
(hine)
zie
אָנֹכִ֥י
(anokhi)
Ik
מֵעִ֖יק
(meiq)
druk
תַּחְתֵּיכֶ֑ם
(tachteikhem)
onder jullie
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
zoals
תָּעִיק֙
(taiq)
drukt
הָעֲגָלָ֔ה
(haagala)
de wagen
הַֽמְלֵאָ֥ה
(hamlea)
die vol is
לָ֖הּ
(lah)
met haar
עָמִֽיר
(amir)
schoven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵעִיק (me’iq): het werkwoord is zeldzaam en de betekenis onzeker.

Het kan ‘drukken’ betekenen, zoals een wagen zakt onder zijn last, of ‘kraken’.

Letterlijk: ‘Ik druk onder jullie’.

עָמִיר (amir), ‘schoven’: afgesneden graan.

14Voor de snelle gaat het vluchten verloren. De sterke versterkt zijn kracht niet, en de held redt zijn leven niet.
וְאָבַ֤ד
(veavad)
en zal verloren gaan
מָנוֹס֙
(manos)
vluchten
מִקָּ֔ל
(miqal)
voor de snelle
וְחָזָ֖ק
(vechazaq)
en de sterke
לֹא
(lo)
niet
יְאַמֵּ֣ץ
(yeamets)
zal versterken
כֹּח֑וֹ
(kocho)
zijn kracht
וְגִבּ֖וֹר
(vegibor)
en de held
לֹא
(lo)
niet
יְמַלֵּ֥ט
(yemalet)
zal redden
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de mens als levend wezen.

Waar de zin dat vraagt, vertalen wij ‘leven’, zoals hier in ‘zijn leven redden’.

מָנוֹס (manos), ‘vluchten’: ook ‘een plaats om heen te vluchten’.

15Wie de boog vasthoudt, houdt geen stand. De snelle op zijn voeten redt zich niet, en wie het paard berijdt, redt zijn leven niet.
וְתֹפֵ֤שׂ
(vetofes)
en wie vasthoudt
הַקֶּ֨שֶׁת֙
(haqeshet)
de boog
לֹ֣א
(lo)
niet
יַעֲמֹ֔ד
(yaamod)
zal standhouden
וְקַ֥ל
(veqal)
en de snelle
בְּרַגְלָ֖יו
(beraglav)
op zijn voeten
לֹ֣א
(lo)
niet
יְמַלֵּ֑ט
(yemalet)
zal redden
וְרֹכֵ֣ב
(verokhev)
en wie berijdt
הַסּ֔וּס
(hasus)
het paard
לֹ֥א
(lo)
niet
יְמַלֵּ֖ט
(yemalet)
zal redden
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16En de moedigste van hart onder de helden zal naakt vluchten op die dag. Godsspraak van Yahweh.”
וְאַמִּ֥יץ
(veamits)
en de moedigste van
לִבּ֖וֹ
(libo)
zijn hart
בַּגִּבּוֹרִ֑ים
(bagiborim)
onder de helden
עָר֛וֹם
(arom)
naakt
יָנ֥וּס
(yanus)
zal vluchten
בַּיּוֹם
(bayom)
op de dag
הַה֖וּא
(hahu)
die
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)