De offerkalender: het dagelijkse offer, de sabbat, de nieuwe maand en Pesach
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een bevel over de offers
1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Geef de zonen van Israël een bevel en zeg tot hen: Mijn offergave, Mijn voedsel voor Mijn vuuroffers, een aangename geur voor Mij. Let erop dat jullie die op de vastgestelde tijd aan Mij brengen.
צַ֚ו
(tsav)
geef bevel
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֖
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵהֶ֑ם
(alehem)
tot hen
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבָּנִ֨י
(qarbani)
Mijn offergave
לַחְמִ֜י
(lachmi)
Mijn voedsel
לְאִשַּׁ֗י
(leishay)
voor Mijn vuuroffers
רֵ֚יחַ
(reiach)
geur van
נִֽיחֹחִ֔י
(nichochi)
Mijn aangenaamheid
תִּשְׁמְר֕וּ
(tishmeru)
jullie zullen zorgvuldig zijn
לְהַקְרִ֥יב
(lehaqriv)
om te brengen
לִ֖י
(li)
aan Mij
בְּמוֹעֲדֽוֹ
(bemoado)
op zijn vastgestelde tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קָרְבָּן (qorban), ‘offergave’: wat men aan Yahweh nabij brengt.
לֶחֶם (lechem), ‘voedsel’: zoals in Lev. 3:11 en 3:16.
De hoofdstukken 28 en 29 geven de offers voor de vaste dagen en tijden van het jaar; de feesten zelf staan in Lev. 23.
3Zeg tot hen: Dit is het vuuroffer dat jullie voor Yahweh moeten brengen: twee lammeren van een jaar zonder gebrek, elke dag, als voortdurend brandoffer.
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en je zult zeggen
לָהֶ֔ם
(lahem)
tot hen
זֶ֚ה
(ze)
dit is
הָֽאִשֶּׁ֔ה
(haishe)
het vuuroffer
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
תַּקְרִ֖יבוּ
(taqrivu)
jullie zullen brengen
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
כְּבָשִׂ֨ים
(kevasim)
lammeren
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
שָׁנָ֧ה
(shana)
een jaar
תְמִימִ֛ם
(temimim)
zonder gebrek
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
לַיּ֖וֹם
(layom)
per dag
עֹלָ֥ה
(ola)
brandoffer
תָמִֽיד
(tamid)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het voortdurende brandoffer (עֹלַת תָּמִיד, olat tamid) is hetzelfde als in Exod. 29:38–42: elke dag twee lammeren, één in de morgen en één tussen de twee avonden.
8Het tweede lam moet je tussen de twee avonden brengen, met hetzelfde graanoffer als in de morgen en hetzelfde plengoffer. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
הַכֶּ֣בֶשׂ
(hakeves)
het lam
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
het tweede
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
je zult brengen
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הָֽעַרְבָּ֑יִם
(haarbayim)
de twee avonden
כְּמִנְחַ֨ת
(keminchat)
zoals het graanoffer van
הַבֹּ֤קֶר
(haboqer)
de morgen
וּכְנִסְכּוֹ֙
(ukhenisko)
en zoals zijn plengoffer
תַּעֲשֶׂ֔ה
(taase)
je zult brengen
אִשֵּׁ֛ה
(ishe)
vuuroffer
רֵ֥יחַ
(reiach)
geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Het offer op de sabbat
9Op de sabbatdag: twee lammeren van een jaar zonder gebrek, twee tiende efa fijn meel als graanoffer, gekneed met olie, en het plengoffer erbij.
וּבְיוֹם֙
(uveyom)
en op de dag van
הַשַּׁבָּ֔ת
(hashabat)
de sabbat
שְׁנֵֽי
(shenei)
twee
כְבָשִׂ֥ים
(kevasim)
lammeren
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
שָׁנָ֖ה
(shana)
een jaar
תְּמִימִ֑ם
(temimim)
zonder gebrek
וּשְׁנֵ֣י
(ushenei)
en twee
עֶשְׂרֹנִ֗ים
(esronim)
tienden
סֹ֧לֶת
(solet)
fijn meel
מִנְחָ֛ה
(mincha)
graanoffer
בְּלוּלָ֥ה
(belula)
gekneed
בַשֶּׁ֖מֶן
(bashemen)
met olie
וְנִסְכּֽוֹ
(venisko)
en zijn plengoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het sabbatsoffer komt bovenop het voortdurende brandoffer (vers 10).
Voor de sabbat zelf, zie Exod. 20:8–11 en Lev. 23:3.
11Aan het begin van jullie maanden moeten jullie een brandoffer voor Yahweh brengen. Dat zijn twee jonge stieren, één ram en zeven lammeren van een jaar, zonder gebrek.
וּבְרָאשֵׁי֙
(uverashei)
en aan het begin van
חָדְשֵׁיכֶ֔ם
(chadesheikhem)
jullie maanden
תַּקְרִ֥יבוּ
(taqrivu)
jullie zullen brengen
עֹלָ֖ה
(ola)
brandoffer
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
פָּרִ֨ים
(parim)
jonge stieren
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
בָקָ֤ר
(baqar)
rundvee
שְׁנַ֨יִם֙
(shenayim)
twee
וְאַ֣יִל
(veayil)
en een ram
אֶחָ֔ד
(echad)
één
כְּבָשִׂ֧ים
(kevasim)
lammeren
בְּנֵי
(benei)
zonen van
שָׁנָ֛ה
(shana)
een jaar
שִׁבְעָ֖ה
(shiva)
zeven
תְּמִימִֽם
(temimim)
zonder gebrek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רָאשֵׁי חָדְשֵׁיכֶם (rashei chodsheichem), ‘het begin van jullie maanden’: de dag van de nieuwe maan.
12Drie tiende efa fijn meel als graanoffer, gekneed met olie, bij de ene jonge stier. Twee tiende efa fijn meel als graanoffer, gekneed met olie, bij de ene ram.
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
עֶשְׂרֹנִ֗ים
(esronim)
tienden
סֹ֤לֶת
(solet)
fijn meel
מִנְחָה֙
(mincha)
graanoffer
בְּלוּלָ֣ה
(belula)
gekneed
בַשֶּׁ֔מֶן
(bashemen)
met olie
לַפָּ֖ר
(lapar)
bij de jonge stier
הָאֶחָ֑ד
(haechad)
de ene
וּשְׁנֵ֣י
(ushenei)
en twee
עֶשְׂרֹנִ֗ים
(esronim)
tienden
סֹ֤לֶת
(solet)
fijn meel
מִנְחָה֙
(mincha)
graanoffer
בְּלוּלָ֣ה
(belula)
gekneed
בַשֶּׁ֔מֶן
(bashemen)
met olie
לָאַ֖יִל
(laayil)
bij de ram
הָֽאֶחָֽד
(haechad)
de ene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13En telkens een tiende efa fijn meel als graanoffer, gekneed met olie, bij het ene lam: een brandoffer, een aangename geur, een vuuroffer voor Yahweh.
וְעִשָּׂרֹ֣ן
(veisaron)
en een tiende
עִשָּׂר֗וֹן
(isaron)
een tiende
סֹ֤לֶת
(solet)
fijn meel
מִנְחָה֙
(mincha)
graanoffer
בְּלוּלָ֣ה
(belula)
gekneed
בַשֶּׁ֔מֶן
(bashemen)
met olie
לַכֶּ֖בֶשׂ
(lakeves)
bij het lam
הָאֶחָ֑ד
(haechad)
het ene
עֹלָה֙
(ola)
brandoffer
רֵ֣יחַ
(reiach)
geur van
נִיחֹ֔חַ
(nichoach)
aangenaamheid
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
vuuroffer
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עִשָּׂרוֹן עִשָּׂרוֹן (issaron issaron), ‘telkens een tiende’: bij elk lam een tiende efa.
14Hun plengoffers: een halve hin bij de jonge stier, een derde hin bij de ram en een kwart hin bij het lam, wijn. Dit is het brandoffer van de maand, in elke maand, voor de maanden van het jaar.
וְנִסְכֵּיהֶ֗ם
(veniskeihem)
en hun plengoffers
חֲצִ֣י
(chatsi)
de helft van
הַהִין֩
(hahin)
de hin
יִהְיֶ֨ה
(yihye)
zal zijn
לַפָּ֜ר
(lapar)
bij de jonge stier
וּשְׁלִישִׁ֧ת
(ushelishit)
en een derde van
הַהִ֣ין
(hahin)
de hin
לָאַ֗יִל
(laayil)
bij de ram
וּרְבִיעִ֥ת
(ureviit)
en een kwart van
הַהִ֛ין
(hahin)
de hin
לַכֶּ֖בֶשׂ
(lakeves)
bij het lam
יָ֑יִן
(yayin)
wijn
זֹ֣את
(zot)
dit is
עֹלַ֥ת
(olat)
brandoffer van
חֹ֨דֶשׁ֙
(chodesh)
maand
בְּחָדְשׁ֔וֹ
(bechadesho)
in zijn maand
לְחָדְשֵׁ֖י
(lechadeshei)
voor de maanden van
הַשָּׁנָֽה
(hashana)
het jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Een halve hin is ongeveer 1,9 liter, een derde hin ongeveer 1,2 liter en een kwart hin ongeveer 0,9 liter.
15Ook moet één geitenbok als zondoffer voor Yahweh worden gebracht, naast het voortdurende brandoffer en het plengoffer daarvan.
וּשְׂעִ֨יר
(useir)
en een bok van
עִזִּ֥ים
(izim)
geiten
אֶחָ֛ד
(echad)
één
לְחַטָּ֖את
(lechatat)
tot zondoffer
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
עַל
(al)
naast
עֹלַ֧ת
(olat)
brandoffer van
הַתָּמִ֛יד
(hatamid)
het voortdurende
יֵעָשֶׂ֖ה
(yease)
zal gebracht worden
וְנִסְכּֽוֹ
(venisko)
en zijn plengoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׂעִיר עִזִּים (se’ir izzim), ‘geitenbok’.
Het zondoffer komt naast de brandoffers, zoals ook in Lev. 4.
19Jullie moeten een vuuroffer brengen, een brandoffer voor Yahweh: twee jonge stieren, één ram en zeven lammeren van een jaar. Ze moeten voor jullie zonder gebrek zijn.
וְהִקְרַבְתֶּ֨ם
(vehiqravtem)
en jullie zullen brengen
אִשֶּׁ֤ה
(ishe)
vuuroffer
עֹלָה֙
(ola)
brandoffer
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
פָּרִ֧ים
(parim)
jonge stieren
בְּנֵי
(benei)
zonen van
בָקָ֛ר
(baqar)
rundvee
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
twee
וְאַ֣יִל
(veayil)
en een ram
אֶחָ֑ד
(echad)
één
וְשִׁבְעָ֤ה
(veshiva)
en zeven
כְבָשִׂים֙
(kevasim)
lammeren
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
שָׁנָ֔ה
(shana)
een jaar
תְּמִימִ֖ם
(temimim)
zonder gebrek
יִהְי֥וּ
(yihyu)
zullen zijn
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Zo moeten jullie het elke dag brengen, zeven dagen lang: voedsel, een vuuroffer, een aangename geur voor Yahweh. Het moet worden gebracht naast het voortdurende brandoffer en het plengoffer daarvan.
כָּאֵ֜לֶּה
(kaele)
zoals deze
תַּעֲשׂ֤וּ
(taasu)
jullie zullen brengen
לַיּוֹם֙
(layom)
per dag
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven van
יָמִ֔ים
(yamim)
dagen
לֶ֛חֶם
(lechem)
voedsel van
אִשֵּׁ֥ה
(ishe)
vuuroffer
רֵֽיחַ
(reiach)
geur van
נִיחֹ֖חַ
(nichoach)
aangenaamheid
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
עַל
(al)
naast
עוֹלַ֧ת
(olat)
brandoffer van
הַתָּמִ֛יד
(hatamid)
het voortdurende
יֵעָשֶׂ֖ה
(yease)
zal gebracht worden
וְנִסְכּֽוֹ
(venisko)
en zijn plengoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Op de zevende dag is er voor jullie een heilige samenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen.
וּבַיּוֹם֙
(uvayom)
en op de dag
הַשְּׁבִיעִ֔י
(hashevii)
de zevende
מִקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heilig
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֑ם
(lakhem)
voor jullie
כָּל
(kal)
al
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
dienst
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֽׂוּ
(taasu)
jullie zullen doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Op de dag van de eerstelingen, wanneer jullie in jullie weken een nieuw graanoffer voor Yahweh brengen, is er voor jullie een heilige samenkomst. Geen enkel gewoon werk mogen jullie doen.
וּבְי֣וֹם
(uveyom)
en op de dag van
הַבִּכּוּרִ֗ים
(habikurim)
de eerstelingen
בְּהַקְרִ֨יבְכֶ֜ם
(behaqrivekhem)
bij jullie brengen
מִנְחָ֤ה
(mincha)
graanoffer
חֲדָשָׁה֙
(chadasha)
nieuw
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
בְּשָׁבֻעֹ֖תֵיכֶ֑ם
(beshavuoteikhem)
in jullie weken
מִֽקְרָא
(miqra)
samenkomst
קֹ֨דֶשׁ֙
(qodesh)
heilig
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
כָּל
(kal)
al
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
עֲבֹדָ֖ה
(avoda)
dienst
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֽׂוּ
(taasu)
jullie zullen doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Jullie weken’ (שָׁבֻעֹתֵיכֶם, shavu’oteichem): het feest van de weken, vijftig dagen na de eerstelingen van de gerst (Lev. 23:15–21; Exod. 34:22).
In Lev. 23 en Exod. 23:16 heet het ook oogstfeest.
31Naast het voortdurende brandoffer en het graanoffer daarvan moeten jullie dit brengen. Zonder gebrek moeten ze voor jullie zijn, met hun plengoffers.
מִלְּבַ֞ד
(milevad)
naast
עֹלַ֧ת
(olat)
brandoffer van
הַתָּמִ֛יד
(hatamid)
het voortdurende
וּמִנְחָת֖וֹ
(uminchato)
en zijn graanoffer
תַּעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie zullen brengen
תְּמִימִ֥ם
(temimim)
zonder gebrek
יִהְיוּ
(yihyu)
zullen zijn
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
וְנִסְכֵּיהֶֽם
(veniskeihem)
en hun plengoffers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)