Elohim Bijbel

Jesaja 15

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Last over Moab: rouw in één nacht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Last over Moab

1Last over Moab. Want in een nacht is Ar van Moab verwoest, het is vernietigd. Want in een nacht is Kir van Moab verwoest, het is vernietigd.
מַשָּׂ֖א
(masa)
last van
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
כִּ֠י
(ki)
want
בְּלֵ֞יל
(beleil)
in een nacht
שֻׁדַּ֨ד
(shudad)
is verwoest
עָ֤ר
(ar)
Ar
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
נִדְמָ֔ה
(nidma)
is vernietigd
כִּ֗י
(ki)
want
בְּלֵ֛יל
(beleil)
in een nacht
שֻׁדַּ֥ד
(shudad)
is verwoest
קִיר
(qir)
Kir
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
נִדְמָֽה
(nidma)
is vernietigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Ar van Moab (ligging onzeker): Ar (Ar-Moab) was een stad in Moab, waarschijnlijk bij de Arnon.

De precieze plaats is niet bekend.

Zie Kir van Moab (Kerak?; ligging onzeker): Kir van Moab is mogelijk Kir-Charaset, het huidige Kerak, ten oosten van de Zoutzee.

Dit is niet zeker.

Uitleg

מַשָּׂא מוֹאָב (massa Mo’av), ‘last over Moab’: voor ‘last’ zie 13:1.

Dit hoofdstuk en Jes. 16 komen voor een groot deel overeen met Jer. 48.

עָר מוֹאָב (Ar Mo’av), ‘Ar van Moab’: een stad in Moab; zie Num. 21:28. קִיר מוֹאָב (Qir Mo’av), ‘Kir van Moab’: een stad in Moab, mogelijk dezelfde als Kir-Charaset (2 Kon. 3:25). De ligging van beide steden is niet helemaal zeker.

נִדְמָה (nidmah), ‘vernietigd’: het werkwoord kan ook ‘tot zwijgen gebracht’ betekenen. Wij kiezen ‘vernietigd’.

Moab rouwt

2Het huis en Dibon zijn opgegaan naar de hoogten om te huilen. Over Nebo en over Medeba jammert Moab. Al zijn hoofden zijn kaal, elke baard is afgeschoren.
עָלָ֨ה
(ala)
is opgegaan
הַבַּ֧יִת
(habayit)
het huis
וְדִיבֹ֛ן
(vedivon)
en Dibon
הַבָּמ֖וֹת
(habamot)
naar de hoogten
לְבֶ֑כִי
(levekhi)
om te huilen
עַל
(al)
over
נְב֞וֹ
(nevo)
Nebo
וְעַ֤ל
(veal)
en over
מֵֽידְבָא֙
(meideva)
Medeba
מוֹאָ֣ב
(moav)
Moab
יְיֵלִ֔יל
(yeyelil)
jammert
בְּכָל
(bekhal)
op al
רֹאשָׁ֣יו
(roshav)
zijn hoofden
קָרְחָ֔ה
(qarecha)
kaalheid
כָּל
(kal)
elke
זָקָ֖ן
(zaqan)
baard
גְּרוּעָֽה
(gerua)
is afgeschoren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Dibon: Dibon (nu Dhiban) lag ten noorden van de Arnon, in het huidige Jordanië.

Zie Nebo (stad in Moab; ligging niet helemaal zeker): Nebo is hier een stad in Moab, bij de berg Nebo, ten westen van Medeba.

De ligging is niet helemaal zeker.

Zie Medeba: Medeba is het huidige Madaba, op het plateau ten oosten van de Dode Zee.

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

הַבַּיִת (habbayit), ‘het huis’: het is onzeker wat hier bedoeld wordt.

Het kan een tempel zijn, of een plaatsnaam.

הַבָּמוֹת (habbamot), ‘de hoogten’: heiligdommen op heuvels.

Kaal scheren en een rouwkleed dragen zijn tekens van rouw; vergelijk Job 1:20.

3In zijn straten omgorden zij zich met een rouwkleed. Op zijn daken en op zijn pleinen jammert ieder en zakt neer in tranen.
בְּחוּצֹתָ֖יו
(bechutsotav)
in zijn straten
חָ֣גְרוּ
(chageru)
zij hebben omgord
שָׂ֑ק
(saq)
rouwkleed
עַ֣ל
(al)
op
גַּגּוֹתֶ֧יהָ
(gagoteiha)
haar daken
וּבִרְחֹבֹתֶ֛יהָ
(uvirchovoteiha)
en op haar pleinen
כֻּלֹּ֥ה
(kulo)
ieder
יְיֵלִ֖יל
(yeyelil)
jammert
יֹרֵ֥ד
(yored)
zakt neer
בַּבֶּֽכִי
(babekhi)
in tranen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂק (saq), ‘rouwkleed’: grof doek dat men bij rouw droeg; vergelijk Joël 1:13.

4Chesbon en Elale schreeuwen; tot Jahaz wordt hun stem gehoord. Daarom slaken de gewapende mannen van Moab een alarmkreet. Zijn ziel beeft in hem.
וַתִּזְעַ֤ק
(vatizaq)
en schreeuwt
חֶשְׁבּוֹן֙
(cheshbon)
Chesbon
וְאֶלְעָלֵ֔ה
(veelale)
en Elale
עַד
(ad)
tot
יַ֖הַץ
(yahats)
Jahaz
נִשְׁמַ֣ע
(nishma)
wordt gehoord
קוֹלָ֑ם
(qolam)
hun stem
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
(zo)
חֲלֻצֵ֤י
(chalutsei)
gewapenden van
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
יָרִ֔יעוּ
(yariu)
zij slaken een alarmkreet
נַפְשׁ֖וֹ
(nafsho)
zijn ziel
יָ֥רְעָה
(yarea)
beeft
לּֽוֹ
(lo)
in hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Zie Elale: Elale (nu El-Al) lag ten noorden van Chesbon, in het huidige Jordanië.

Zie Jahaz: Jahaz lag op het plateau ten noorden van de Arnon.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

חֶשְׁבּוֹן (Cheshbon), אֶלְעָלֵה (El’aleh, ‘Elale’) en יַהַץ (Yahats, ‘Jahaz’): steden in en rond Moab.

Zie Num. 21:23 voor Jahaz.

חֲלֻצֵי (chalutsei), ‘gewapende mannen’: letterlijk ‘de uitgeruste’. De betekenis is onzeker.

יָרִיעוּ (yari’u), ‘zij slaken een alarmkreet’: het werkwoord hoort bij de alarmkreet (teru’ah) van een leger; vergelijk Joël 2:1.

נַפְשׁוֹ יָרְעָה לּוֹ (nafsho yar’ah lo), ‘zijn ziel beeft in hem’: de laatste woorden zijn moeilijk en hun betekenis is onzeker.

Mijn hart schreeuwt om Moab

5Mijn hart schreeuwt om Moab. Zijn vluchtelingen zijn tot Zoar gekomen, tot Eglat-Sjelisja. Want de helling van Luchit gaan zij op onder tranen. Op de weg naar Choronajim heffen zij een noodkreet aan over de ondergang.
לִבִּי֙
(libi)
mijn hart
לְמוֹאָ֣ב
(lemoav)
om Moab
יִזְעָ֔ק
(yizaq)
schreeuwt
בְּרִיחֶ֕הָ
(bericheha)
zijn vluchtelingen
עַד
(ad)
tot
צֹ֖עַר
(tsoar)
Zoar
עֶגְלַ֣ת
(eglat)
Eglat
שְׁלִשִׁיָּ֑ה
(shelishiya)
Sjelisja
כִּ֣י
(ki)
want
מַעֲלֵ֣ה
(maale)
helling van
הַלּוּחִ֗ית
(haluchit)
de Luchit
בִּבְכִי֙
(bivkhi)
onder tranen
יַֽעֲלֶה
(yaale)
gaat men op
בּ֔וֹ
(bo)
erop
כִּ֚י
(ki)
want
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
weg naar
חוֹרֹנַ֔יִם
(choronayim)
Choronajim
זַעֲקַת
(zaaqat)
noodkreet van
שֶׁ֖בֶר
(shever)
ondergang
יְעֹעֵֽרוּ
(yeoeru)
zij heffen aan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Zoar: De ligging van Zoar is niet zeker; de plaats wordt ten zuidoosten van de Dode Zee gezocht.

Zie Choronajim (Moab; ligging onzeker): Choronajim was een stad in het zuiden van Moab.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

לִבִּי (libbi), ‘mijn hart’: hier spreekt de profeet zelf.

Hij rouwt met Moab mee.

בְּרִיחֶהָ (berichehah), ‘zijn vluchtelingen’: het woord komt zo alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

עֶגְלַת שְׁלִשִׁיָּה (eglat shelishiyyah), ‘Eglat-Sjelisja’: letterlijk ‘driejarige vaars’. Hier is het waarschijnlijk een plaatsnaam.

זַעֲקַת שֶׁבֶר (za’aqat shever), ‘een noodkreet over de ondergang’: letterlijk ‘een noodkreet van breuk’.

6Want de wateren van Nimrim worden woestenijen. Want het gras is verdord, het jonge gras is verdwenen, er is niets groens meer.
כִּֽי
(ki)
want
מֵ֥י
(mei)
wateren van
נִמְרִ֖ים
(nimrim)
Nimrim
מְשַׁמּ֣וֹת
(meshamot)
woestenijen
יִֽהְי֑וּ
(yihyu)
zullen worden
כִּֽי
(ki)
want
יָבֵ֤שׁ
(yavesh)
is verdord
חָצִיר֙
(chatsir)
gras
כָּ֣לָה
(kala)
is verdwenen
דֶ֔שֶׁא
(deshe)
jong gras
יֶ֖רֶק
(yereq)
groen
לֹ֥א
(lo)
niet
הָיָֽה
(haya)
is geweest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Nimrim (Wadi en-Numeira?; ligging onzeker): De wateren van Nimrim worden meestal gezocht bij het Wadi en-Numeira, ten zuidoosten van de Zoutzee.

Dit is niet zeker.

Uitleg

נִמְרִים (Nimrim): een plaats in het zuiden van Moab, bekend om zijn water.

Het jonge gras verdort omdat de bronnen opdrogen.

7Daarom dragen zij het overschot dat zij hebben verworven, en wat zij hebben opgeslagen, over de beek van de wilgen.
עַל
(al)
daarom
כֵּ֖ן
(ken)
(zo)
יִתְרָ֣ה
(yitra)
overschot
עָשָׂ֑ה
(asa)
dat zij hebben verworven
וּפְקֻדָּתָ֔ם
(ufequdatam)
en hun opslag
עַ֛ל
(al)
over
נַ֥חַל
(nachal)
beek van
הָעֲרָבִ֖ים
(haaravim)
de wilgen
יִשָּׂאֽוּם
(yisaum)
zij dragen hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Beek van de wilgen (Zered?; ligging onzeker): De beek van de wilgen lag aan de grens van Moab.

Mogelijk is het de Zered (Wadi al-Hasa), ten zuiden van de Zoutzee.

Dit is niet zeker.

Uitleg

נַחַל הָעֲרָבִים (nachal ha’aravim), ‘de beek van de wilgen’: de ligging is onzeker.

‘Ha’aravim’ kan ook ‘de steppen’ of ‘de Arabieren’ betekenen.

Wij volgen ‘wilgen’.

8Want de noodkreet is rond de grens van Moab gegaan. Tot Eglaim reikt haar gejammer, en tot Beër-Elim haar gejammer.
כִּֽי
(ki)
want
הִקִּ֥יפָה
(hiqifa)
is rondgegaan
הַזְּעָקָ֖ה
(hazeaqa)
de noodkreet
אֶת
(et)
(obj.)
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
עַד
(ad)
tot
אֶגְלַ֨יִם֙
(eglayim)
Eglaim
יִלְלָתָ֔הּ
(yillatah)
haar gejammer
וּבְאֵ֥ר
(uveer)
en Beër
אֵילִ֖ים
(eilim)
Elim
יִלְלָתָֽהּ
(yillatah)
haar gejammer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

אֶגְלַיִם (Eglayim, ‘Eglaim’) en בְּאֵר אֵילִים (Be’er Elim, ‘Beër-Elim’): plaatsen aan de grenzen van Moab.

De ligging is onzeker.

De wateren van Dimon zijn vol bloed

9Want de wateren van Dimon zijn vol bloed. Want Ik leg nog meer op Dimon: een leeuw voor de ontkomenen van Moab en voor het overblijfsel van de grond.
כִּ֣י
(ki)
want
מֵ֤י
(mei)
wateren van
דִימוֹן֙
(dimon)
Dimon
מָ֣לְאוּ
(maleu)
zijn vol
דָ֔ם
(dam)
bloed
כִּֽי
(ki)
want
אָשִׁ֥ית
(ashit)
Ik leg
עַל
(al)
op
דִּימ֖וֹן
(dimon)
Dimon
נוֹסָפ֑וֹת
(nosafot)
meer
לִפְלֵיטַ֤ת
(lifleitat)
voor de ontkomenen van
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
אַרְיֵ֔ה
(arye)
leeuw
וְלִשְׁאֵרִ֖ית
(velisherit)
en voor het overblijfsel van
אֲדָמָֽה
(adama)
grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Dimon (Dibon?; ligging onzeker): Dimon is mogelijk een andere naam voor Dibon, ten noorden van de Arnon in Moab (Jesaja 15:2).

Dit is niet zeker.

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Vanaf ‘Want Ik leg’ spreekt Yahweh weer zelf; daarom staat dit deel rood.

אַרְיֵה (aryeh), ‘leeuw’: een beeld voor een nieuwe vijand of een nieuwe ramp. Het Hebreeuws zegt niet wie de leeuw is.

אֲדָמָה (adamah), ‘grond’: de grond van Moab.

Lezing

De Masoretische tekst heeft דִּימוֹן (Dimon).

Sommige oude vertalingen lezen Dibon (vers 2).

Het woord klinkt als דָּם (dam), ‘bloed’.

Wij volgen de Masoretische tekst.