Elohim Bijbel

Jozua 21

123456789101112131415161718192021222324

De steden van de Levieten en de belofte die uitkwam

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De Levieten vragen om hun steden

1Toen kwamen de familiehoofden van de Levieten naar Eleazar, de priester, en naar Jozua, de zoon van Nun. Ook kwamen zij naar de familiehoofden van de stammen van de zonen van Israël.
וַֽיִּגְּשׁ֗וּ
(vayigeshu)
en traden naar voren
רָאשֵׁי֙
(rashei)
de hoofden van
אֲב֣וֹת
(avot)
de vaders van
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
אֶל
(el)
tot
אֶלְעָזָר֙
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵ֔ן
(hakohen)
de priester
וְאֶל
(veel)
en tot
יְהוֹשֻׁ֖עַ
(yehoshua)
Jozua
בִּן
(bin)
de zoon van
נ֑וּן
(nun)
Nun
וְאֶל
(veel)
en tot
רָאשֵׁ֛י
(rashei)
de hoofden van
אֲב֥וֹת
(avot)
de vaders van
הַמַּטּ֖וֹת
(hamatot)
de stammen
לִבְנֵ֥י
(livnei)
van de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ‘familiehoofden’ (רָאשֵׁי אָבוֹת, rashe avot) zijn letterlijk de ‘hoofden van de vaders’: de hoofden van de families.

Zie Joz. 14:1 en Num. 32:28.

2Zij spraken tot hen in Silo, in het land Kanaän: „Yahweh heeft door Mozes geboden dat wij steden krijgen om in te wonen. Hun weidegrond is voor ons vee.”
וַיְדַבְּר֨וּ
(vaydaberu)
en zij spraken
אֲלֵיהֶ֜ם
(aleihem)
tot hen
בְּשִׁלֹ֗ה
(beshilo)
in Silo
בְּאֶ֤רֶץ
(beerets)
in het land van
כְּנַ֨עַן֙
(kenaan)
Kanaän
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
צִוָּ֣ה
(tsiva)
heeft geboden
בְיַד
(beyad)
door de hand van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
לָֽתֶת
(latet)
om te geven
לָ֥נוּ
(lanu)
aan ons
עָרִ֖ים
(arim)
steden
לָשָׁ֑בֶת
(lashavet)
om te wonen
וּמִגְרְשֵׁיהֶ֖ן
(umigresheihen)
en hun weidegrond
לִבְהֶמְתֵּֽנוּ
(livhemtenu)
voor ons vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Silo ligt bij het huidige Khirbet Seilun, in het bergland van Efraïm, ten noorden van Betel (Westelijke Jordaanoever).

Daar stond de tent van samenkomst (Joz. 18:1).

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

Dit is wat Yahweh Mozes liet bevelen in Num. 35:1–8.

Daar staat ook dat de Levieten geen eigen erfdeel kregen (Num. 18:20–24).

3Op bevel van Yahweh gaven de zonen van Israël deze steden en hun weidegrond aan de Levieten, uit hun erfdeel.
וַיִּתְּנ֨וּ
(vayitenu)
en gaven
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֧ל
(yisrael)
Israël
לַלְוִיִּ֛ם
(lalviyim)
aan de Levieten
מִנַּחֲלָתָ֖ם
(minachalatam)
uit hun erfdeel
אֶל
(el)
naar
פִּ֣י
(pi)
de mond van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
הֶעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרְשֵׁיהֶֽן
(migresheihen)
hun weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De steden van de priesters, de zonen van Aäron

4Het lot kwam uit voor de familie van de Kehatieten. De zonen van Aäron, de priester, die tot de Levieten behoren, kregen door het lot 13 steden. Die waren uit de stam Juda, de stam Simeon en de stam Benjamin.
וַיֵּצֵ֥א
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֖ל
(hagoral)
het lot
לְמִשְׁפְּחֹ֣ת
(lemishpechot)
voor de familie van
הַקְּהָתִ֑י
(haqehati)
de Kehatiet
וַיְהִ֡י
(vayhi)
en het werd
לִבְנֵי֩
(livnei)
voor de zonen van
אַהֲרֹ֨ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֜ן
(hakohen)
de priester
מִן
(min)
van
הַלְוִיִּ֗ם
(halviyim)
de Levieten
מִמַּטֵּ֣ה
(mimate)
uit de stam van
יְ֠הוּדָה
(yehuda)
Juda
וּמִמַּטֵּ֨ה
(umimate)
en uit de stam van
הַשִּׁמְעֹנִ֜י
(hashimoni)
de Simeoniet
וּמִמַּטֵּ֤ה
(umimate)
en uit de stam van
בִנְיָמִן֙
(binyamin)
Benjamin
בַּגּוֹרָ֔ל
(bagoral)
door het lot
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵֽה
(esre)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Aäron stamt af van Kehat (Exod. 6:16–20).

Daarom valt het eerste lot op de Kehatieten, en daarbinnen op de priesters.

5De overige zonen van Kehat kregen door het lot 10 steden. Die waren uit de familie van de stam Efraïm, uit de stam Dan en uit de helft van de stam Manasse.
וְלִבְנֵ֨י
(velivnei)
en voor de zonen van
קְהָ֜ת
(qehat)
Kehat
הַנּוֹתָרִ֗ים
(hanotarim)
die overbleven
מִמִּשְׁפְּחֹ֣ת
(mimishpechot)
uit de familie van
מַטֵּֽה
(mate)
de stam van
אֶ֠פְרַיִם
(efrayim)
Efraïm
וּֽמִמַּטֵּה
(umimate)
en uit de stam van
דָ֞ן
(dan)
Dan
וּמֵחֲצִ֨י
(umechatsi)
en uit de helft van
מַטֵּ֧ה
(mate)
de stam van
מְנַשֶּׁ֛ה
(menashe)
Manasse
בַּגּוֹרָ֖ל
(bagoral)
door het lot
עָרִ֥ים
(arim)
steden
עָֽשֶׂר
(aser)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6De zonen van Gersjon kregen door het lot 13 steden. Die waren uit de families van de stam Issachar, uit de stam Aser en uit de stam Naftali. Ook waren zij uit de helft van de stam Manasse in Basan.
וְלִבְנֵ֣י
(velivnei)
en voor de zonen van
גֵרְשׁ֗וֹן
(gereshon)
Gersjon
מִמִּשְׁפְּח֣וֹת
(mimishpechot)
uit de families van
מַטֵּֽה
(mate)
de stam van
יִשָּׂשכָ֣ר
(yisashkhar)
Issachar
וּמִמַּטֵּֽה
(umimate)
en uit de stam van
אָ֠שֵׁר
(asher)
Aser
וּמִמַּטֵּ֨ה
(umimate)
en uit de stam van
נַפְתָּלִ֜י
(naftali)
Naftali
וּ֠מֵחֲצִי
(umechatsi)
en uit de helft van
מַטֵּ֨ה
(mate)
de stam van
מְנַשֶּׁ֤ה
(menashe)
Manasse
בַבָּשָׁן֙
(babashan)
in Basan
בַּגּוֹרָ֔ל
(bagoral)
door het lot
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵֽה
(esre)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

7De zonen van Merari kregen, naar hun families, 12 steden. Die waren uit de stam Ruben, uit de stam Gad en uit de stam Zebulon.
לִבְנֵ֨י
(livnei)
voor de zonen van
מְרָרִ֜י
(merari)
Merari
לְמִשְׁפְּחֹתָ֗ם
(lemishpechotam)
naar hun families
מִמַּטֵּ֨ה
(mimate)
uit de stam van
רְאוּבֵ֤ן
(reuven)
Ruben
וּמִמַּטֵּה
(umimate)
en uit de stam van
גָד֙
(gad)
Gad
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
זְבוּלֻ֔ן
(zevulun)
Zebulon
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁתֵּ֥ים
(sheteim)
twee
עֶשְׂרֵֽה
(esre)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zo gaven de zonen van Israël deze steden en hun weidegrond aan de Levieten, door het lot, zoals Yahweh door Mozes had geboden.
וַיִּתְּנ֤וּ
(vayitenu)
en gaven
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
לַלְוִיִּ֔ם
(lalviyim)
aan de Levieten
אֶת
(et)
(obj.)
הֶעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרְשֵׁיהֶ֑ן
(migresheihen)
hun weidegrond
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֧ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
בַּגּוֹרָֽל
(bagoral)
door het lot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Uit de stam van de zonen van Juda en uit de stam van de zonen van Simeon gaven zij deze steden. Zij worden hier met name genoemd.
וַֽיִּתְּנ֗וּ
(vayitenu)
en zij gaven
מִמַּטֵּה֙
(mimate)
uit de stam van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וּמִמַּטֵּ֖ה
(umimate)
en uit de stam van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְע֑וֹן
(shimon)
Simeon
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
הֶֽעָרִ֣ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִקְרָ֥א
(yiqra)
wordt genoemd
אֶתְהֶ֖ן
(ethen)
hen
בְּשֵֽׁם
(beshem)
bij naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De steden van Juda en Simeon liggen door elkaar in het zuiden: het gebied van Simeon lag binnen dat van Juda (Joz. 19:1, 9).

10Zij waren voor de zonen van Aäron, uit de families van de Kehatieten, van de zonen van Levi. Want het eerste lot was voor hen.
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het werd
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
אַהֲרֹ֔ן
(aharon)
Aäron
מִמִּשְׁפְּח֥וֹת
(mimishpechot)
uit de families van
הַקְּהָתִ֖י
(haqehati)
de Kehatiet
מִבְּנֵ֣י
(mibenei)
van de zonen van
לֵוִ֑י
(levi)
Levi
כִּ֥י
(ki)
want
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
הָיָ֥ה
(haya)
was
הַגּוֹרָ֖ל
(hagoral)
het lot
רִיאשֹׁנָֽה
(rishona)
het eerste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Zij gaven hun Kirjat-Arba. Arba was de vader van Anak. De stad is Hebron, in het bergland van Juda. Ook gaven zij hun de weidegrond rondom de stad.
וַיִּתְּנ֨וּ
(vayitenu)
en zij gaven
לָהֶ֜ם
(lahem)
aan hen
אֶת
(et)
(obj.)
קִרְיַת֩
(qiryat)
de stad van
אַרְבַּ֨ע
(arba)
Arba
אֲבִ֧י
(avi)
de vader van
הָֽעֲנ֛וֹק
(haanoq)
Anak
הִ֥יא
(hi)
zij
חֶבְר֖וֹן
(chevron)
Hebron
בְּהַ֣ר
(behar)
in het bergland van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֖הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
סְבִיבֹתֶֽיהָ
(sevivoteiha)
rondom haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Hebron (Kirjat-Arba) ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem; nu Hebron (al-Khalil) op de Westelijke Jordaanoever.

Dit is zeker.

Uitleg

Kirjat-Arba betekent ‘stad van Arba’.

Arba is hier de naam van een man, de stamvader van de Anakieten.

12Het veld van de stad en haar dorpen gaven zij aan Kaleb, de zoon van Jefunne, als zijn bezit.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
שְׂדֵ֥ה
(sede)
het veld van
הָעִ֖יר
(hair)
de stad
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲצֵרֶ֑יהָ
(chatsereiha)
haar dorpen
נָֽתְנ֛וּ
(natenu)
zij gaven
לְכָלֵ֥ב
(lekhalev)
aan Kaleb
בֶּן
(ben)
de zoon van
יְפֻנֶּ֖ה
(yefune)
Jefunne
בַּאֲחֻזָּתֽוֹ
(baachuzato)
als zijn bezit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Kaleb had Hebron al eerder gekregen als erfdeel (Joz. 14:13; 15:13).

De Levieten krijgen de stad zelf om in te wonen.

Het land eromheen, de akkers en de dorpen, blijft van Kaleb.

13Aan de zonen van Aäron, de priester, gaven zij de vrijstad voor de doodslager: Hebron met zijn weidegrond. Ook gaven zij Libna met zijn weidegrond.
וְלִבְנֵ֣י
(velivnei)
en aan de zonen van
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֗ן
(hakohen)
de priester
נָֽתְנוּ֙
(natenu)
zij gaven
אֶת
(et)
(obj.)
עִיר֙
(ir)
de stad van
מִקְלַ֣ט
(miqlat)
vrijplaats
הָרֹצֵ֔חַ
(harotseach)
de doodslager
אֶת
(et)
(obj.)
חֶבְר֖וֹן
(chevron)
Hebron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
לִבְנָ֖ה
(livna)
Libna
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Libna ligt in de Sefela.

De precieze plek is onzeker.

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Uitleg

De vrijstad: een stad waar iemand die bij vergissing een mens doodde, kon schuilen (Num. 35:9–15; Joz. 20:7–8).

Zes Levietensteden zijn tegelijk vrijsteden: Hebron, Sichem, Golan, Kedes, Ramot in Gilead en Bezer.

14Verder gaven zij Jattir met zijn weidegrond en Estemoa met zijn weidegrond.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
יַתִּר֙
(yatir)
Jattir
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֶשְׁתְּמֹ֖עַ
(eshtemoa)
Estemoa
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jattir ligt bij Khirbet Attir, in het zuiden van het bergland van Juda.

Estemoa ligt bij es-Samu, ten zuiden van Hebron.

Beide liggen op de Westelijke Jordaanoever en zijn waarschijnlijk.

15Ook gaven zij Cholon met zijn weidegrond en Debir met zijn weidegrond.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֹלֹן֙
(cholon)
Cholon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
דְּבִ֖ר
(devir)
Debir
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De ligging van Cholon en Debir is onzeker.

Debir wordt vaak gezocht bij Khirbet Rabud, ten zuidwesten van Hebron.

16Ook gaven zij Ain met zijn weidegrond, Juta met zijn weidegrond en Bet-Semes met zijn weidegrond. Dat waren 9 steden van deze twee stammen.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עַ֣יִן
(ayin)
Ain
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֗הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
יֻטָּה֙
(yuta)
Juta
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
שֶׁ֖מֶשׁ
(shemesh)
Semes
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֣ים
(arim)
steden
תֵּ֔שַׁע
(tesha)
negen
מֵאֵ֕ת
(meet)
van
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
הַשְּׁבָטִ֖ים
(hashevatim)
de stammen
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Juta is het huidige Yatta, ten zuiden van Hebron.

Bet-Semes (‘huis van de zon’) is Tel Bet-Semes, in het westen van het heuvelland van Juda (Israël).

Ain is onzeker.

17Uit de stam Benjamin gaven zij Gibeon met zijn weidegrond en Geba met zijn weidegrond.
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
בִנְיָמִ֔ן
(binyamin)
Benjamin
אֶת
(et)
(obj.)
גִּבְע֖וֹן
(givon)
Gibeon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
גֶּ֖בַע
(geva)
Geba
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gibeon is el-Jib, ten noordwesten van Jeruzalem; Geba is Jaba, ten noorden van Jeruzalem.

Beide liggen op de Westelijke Jordaanoever en zijn waarschijnlijk.

18Ook gaven zij Anatot met zijn weidegrond en Almon met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
עֲנָתוֹת֙
(anatot)
Anatot
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עַלְמ֖וֹן
(almon)
Almon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Anatot ligt bij Ras el-Kharrubeh, vlak bij het huidige Anata, ten noordoosten van Jeruzalem.

Almon is waarschijnlijk Khirbet Almit, daar vlakbij.

Beide zijn waarschijnlijk.

19Alle steden van de zonen van Aäron, de priesters, waren 13 steden met hun weidegrond.
כָּל
(kal)
alle
עָרֵ֥י
(arei)
steden van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּֽהֲנִ֑ים
(hakohanim)
de priesters
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵ֥ה
(esre)
tien
עָרִ֖ים
(arim)
steden
וּמִגְרְשֵׁיהֶֽן
(umigresheihen)
en hun weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De andere families van Kehat

20De overige families van de zonen van Kehat, de Levieten, kregen hun steden door het lot uit de stam Efraïm.
וּלְמִשְׁפְּח֤וֹת
(ulemishpechot)
en voor de families van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
קְהָת֙
(qehat)
Kehat
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
הַנּוֹתָרִ֖ים
(hanotarim)
die overbleven
מִבְּנֵ֣י
(mibenei)
van de zonen van
קְהָ֑ת
(qehat)
Kehat
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en het werd
עָרֵ֣י
(arei)
de steden van
גֽוֹרָלָ֔ם
(goralam)
hun lot
מִמַּטֵּ֖ה
(mimate)
uit de stam van
אֶפְרָֽיִם
(efrayim)
Efraïm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Zij gaven hun de vrijstad voor de doodslager: Sichem met zijn weidegrond, in het bergland van Efraïm. Ook gaven zij Gezer met zijn weidegrond.
וַיִּתְּנ֨וּ
(vayitenu)
en zij gaven
לָהֶ֜ם
(lahem)
aan hen
אֶת
(et)
(obj.)
עִ֨יר
(ir)
de stad van
מִקְלַ֧ט
(miqlat)
vrijplaats
הָרֹצֵ֛חַ
(harotseach)
de doodslager
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁכֶ֥ם
(shekhem)
Sichem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֖הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
בְּהַ֣ר
(behar)
in het bergland van
אֶפְרָ֑יִם
(efrayim)
Efraïm
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
גֶּ֖זֶר
(gezer)
Gezer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sichem ligt bij Tell Balata, aan de rand van het huidige Nabloes (Westelijke Jordaanoever), tussen de bergen Ebal en Gerizim.

Gezer is Tell Gezer, in de laagvlakte tussen Jeruzalem en de kust (Israël).

Beide zijn zeker.

Zie Bergland van Efraïm: Het bergland van Efraïm is het centrale bergland, tussen Betel en Sichem.

22Verder gaven zij Kibzajim met zijn weidegrond en Bet-Choron met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קִבְצַ֨יִם֙
(qivtsayim)
Kibzajim
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
חוֹרֹ֖ן
(choron)
Choron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Choron (Boven en Beneden) ligt bij het huidige Beit Ur, ten noordwesten van Jeruzalem; dat is waarschijnlijk.

Kibzajim is onzeker.

23Uit de stam Dan gaven zij Elteke met zijn weidegrond en Gibbeton met zijn weidegrond.
וּמִמַּ֨טֵּה
(umimate)
en uit de stam van
דָ֔ן
(dan)
Dan
אֶֽת
(et)
(obj.)
אֶלְתְּקֵ֖א
(elteqe)
Elteke
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶֽת
(et)
(obj.)
גִּבְּת֖וֹן
(gibeton)
Gibbeton
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Elteke en Gibbeton liggen in het gebied van Dan, in de kustvlakte.

De precieze plek is onzeker.

24Ook gaven zij Ajjalon met zijn weidegrond en Gat-Rimmon met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
אַיָּלוֹן֙
(ayalon)
Ajjalon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
גַּת
(gat)
Gat
רִמּ֖וֹן
(rimon)
Rimmon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ajjalon is Yalo, in het westen van het bergland, aan de weg naar de kust (waarschijnlijk).

Zie Ajalon: Ajalon (Yalo) lag in het dal van Ajalon, ten westen van Gibeon, aan de rand van de Sefela.

Lezing

De naam Gat-Rimmon staat hier én in vers 25.

Wij vertalen zoals de tekst er staat.

In het overzicht van 1 Kron. 6:70 staan voor de halve stam Manasse Aner en Bileam.

Het kan zijn dat een naam in de overlevering is veranderd; dat is onzeker.

25Uit de helft van de stam Manasse gaven zij Taänak met zijn weidegrond en Gat-Rimmon met zijn weidegrond. Dat waren 2 steden.
וּמִֽמַּחֲצִית֙
(umimachatsit)
en uit de helft van
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
מְנַשֶּׁ֔ה
(menashe)
Manasse
אֶת
(et)
(obj.)
תַּעְנַךְ֙
(tanakh)
Taänak
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
גַּת
(gat)
Gat
רִמּ֖וֹן
(rimon)
Rimmon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁתָּֽיִם
(shetayim)
twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Taänak is Tell Taanach, ten zuiden van de vlakte van Jizreël (Westelijke Jordaanoever).

Het is waarschijnlijk.

Zie ook de opmerking bij vers 24 over Gat-Rimmon.

26Alle steden met hun weidegrond waren 10, voor de families van de overige zonen van Kehat.
כָּל
(kal)
alle
עָרִ֥ים
(arim)
steden
עֶ֖שֶׂר
(eser)
tien
וּמִגְרְשֵׁיהֶ֑ן
(umigresheihen)
en hun weidegrond
לְמִשְׁפְּח֥וֹת
(lemishpechot)
voor de families van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
קְהָ֖ת
(qehat)
Kehat
הַנּוֹתָרִֽים
(hanotarim)
die overbleven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De zonen van Gersjon

27De zonen van Gersjon, uit de families van de Levieten, kregen uit de helft van de stam Manasse de vrijstad voor de doodslager. Dat was Golan in Basan met zijn weidegrond. Ook kregen zij Beëstera met zijn weidegrond. Dat waren 2 steden.
וְלִבְנֵ֣י
(velivnei)
en voor de zonen van
גֵרְשׁוֹן֮
(gereshon)
Gersjon
מִמִּשְׁפְּחֹ֣ת
(mimishpechot)
uit de families van
הַלְוִיִּם֒
(halviyim)
de Levieten
מֵחֲצִ֞י
(mechatsi)
uit de helft van
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
אֶת
(et)
(obj.)
עִיר֙
(ir)
de stad van
מִקְלַ֣ט
(miqlat)
vrijplaats
הָרֹצֵ֔חַ
(harotseach)
de doodslager
אֶת
(et)
(obj.)
גּוֹלָ֤ן
(golan)
Golan
בַּבָּשָׁן֙
(babashan)
in Basan
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶֽת
(veet)
en (obj.)
בְּעֶשְׁתְּרָ֖ה
(beeshtera)
Beëstera
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁתָּֽיִם
(shetayim)
twee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Golan ligt in Basan, ten oosten van het meer van Galilea (Golan, Syrië/Israël); de precieze plek is onzeker.

Beëstera is waarschijnlijk dezelfde plaats als Astarot (Deut. 1:4), bij Tell Ashtara in het zuiden van Syrië; dat is onzeker.

28Uit de stam Issachar gaven zij Kisjon met zijn weidegrond en Daberat met zijn weidegrond.
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
יִשָּׂשכָ֔ר
(yisashkhar)
Issachar
אֶת
(et)
(obj.)
קִשְׁי֖וֹן
(qishyon)
Kisjon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
דָּֽבְרַ֖ת
(daverat)
Daberat
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kisjon en Daberat liggen in het gebied van Issachar.

Daberat ligt waarschijnlijk bij het huidige Daburiyya, aan de voet van de berg Tabor (Israël).

Kisjon is onzeker.

29Ook gaven zij Jarmut met zijn weidegrond en En-Gannim met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
יַרְמוּת֙
(yarmut)
Jarmut
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֥ין
(ein)
En
גַּנִּ֖ים
(ganim)
Gannim
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jarmut en En-Gannim liggen in het gebied van Issachar.

En-Gannim is waarschijnlijk het huidige Jenin (Westelijke Jordaanoever); Jarmut is onzeker.

30Uit de stam Aser gaven zij Misjal met zijn weidegrond en Abdon met zijn weidegrond.
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
אָשֵׁ֔ר
(asher)
Aser
אֶת
(et)
(obj.)
מִשְׁאָ֖ל
(mishal)
Misjal
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
עַבְדּ֖וֹן
(avdon)
Abdon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Misjal en Abdon liggen in het gebied van Aser, in het noorden van het land.

Abdon is waarschijnlijk Khirbet Abda (Israël); Misjal is onzeker.

31Ook gaven zij Chelkat met zijn weidegrond en Rechov met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
חֶלְקָת֙
(chelqat)
Chelkat
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רְחֹ֖ב
(rechov)
Rechov
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chelkat en Rechov liggen in het gebied van Aser.

De precieze plek is onzeker.

32Uit de stam Naftali gaven zij de vrijstad voor de doodslager: Kedes in Galilea met zijn weidegrond. Ook gaven zij Hammot-Dor met zijn weidegrond en Kartan met zijn weidegrond. Dat waren 3 steden.
וּמִמַּטֵּ֨ה
(umimate)
en uit de stam van
נַפְתָּלִ֜י
(naftali)
Naftali
אֶת
(et)
(obj.)
עִ֣יר
(ir)
de stad van
מִקְלַ֣ט
(miqlat)
vrijplaats
הָֽרֹצֵ֗חַ
(harotseach)
de doodslager
אֶת
(et)
(obj.)
קֶ֨דֶשׁ
(qedesh)
Kedes
בַּגָּלִ֤יל
(bagalil)
in Galilea
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֨הָ֙
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חַמֹּ֥ת
(chamot)
Hammot
דֹּאר֙
(dor)
Dor
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קַרְתָּ֖ן
(qartan)
Kartan
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שָׁלֹֽשׁ
(shalosh)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kedes in Galilea is Tell Qedesh, ten noordwesten van het meer van Merom (Israël); dat is waarschijnlijk.

Dit Kedes is niet Kades-Barnea in de woestijn.

Hammot-Dor en Kartan liggen in het gebied van Naftali; de plek is onzeker.

33Alle steden van de Gersjonieten, naar hun families, waren 13 steden met hun weidegrond.
כָּל
(kal)
alle
עָרֵ֥י
(arei)
steden van
הַגֵּרְשֻׁנִּ֖י
(hagereshuni)
de Gersjoniet
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
עֶשְׂרֵ֥ה
(esre)
tien
עִ֖יר
(ir)
stad
וּמִגְרְשֵׁיהֶֽן
(umigresheihen)
en hun weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De zonen van Merari

34De families van de zonen van Merari, de overige Levieten, kregen uit de stam Zebulon Jokneam met zijn weidegrond en Karta met zijn weidegrond.
וּלְמִשְׁפְּח֣וֹת
(ulemishpechot)
en voor de families van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
מְרָרִי֮
(merari)
Merari
הַלְוִיִּ֣ם
(halviyim)
de Levieten
הַנּוֹתָרִים֒
(hanotarim)
die overbleven
מֵאֵת֙
(meet)
van
מַטֵּ֣ה
(mate)
de stam van
זְבוּלֻ֔ן
(zevulun)
Zebulon
אֶֽת
(et)
(obj.)
יָקְנְעָ֖ם
(yaqeneam)
Jokneam
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
קַרְתָּ֖ה
(qarta)
Karta
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jokneam is Tell Qeimun, aan de voet van de Karmel (Israël); dat is waarschijnlijk.

Karta is onzeker.

35Ook kregen zij Dimna met zijn weidegrond en Nahalal met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
דִּמְנָה֙
(dimna)
Dimna
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶֽת
(et)
(obj.)
נַהֲלָ֖ל
(nahalal)
Nahalal
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Dimna en Nahalal liggen in het gebied van Zebulon, in het noorden.

De plek van beide is onzeker.

36Uit de stam Ruben gaven zij Bezer met zijn weidegrond en Jahaz met zijn weidegrond.
וּמִמַּטֵּ֣ה
(umimate)
en uit de stam van
רְאוּבֵ֔ן
(reuven)
Ruben
אֶת
(et)
(obj.)
בֶּ֖צֶר
(betser)
Bezer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
יַ֖הְצָה
(yahtsa)
Jahaz
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bezer ligt in de hoogvlakte van Moab, ten oosten van de Zoutzee (Jordanië); de precieze plek is onzeker.

Jahaz (Num. 21:23) ligt in dezelfde streek; ook onzeker.

Uitleg

Vers 36 en 37 ontbreken in een aantal Hebreeuwse handschriften.

Wij nemen ze op, omdat ze in de tekst staan die wij volgen.

Alleen zo klopt ook het totaal van 12 steden voor de Merarieten (vers 7 en 40).

37Ook gaven zij Kedemot met zijn weidegrond en Mefaät met zijn weidegrond. Dat waren 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
קְדֵמוֹת֙
(qedemot)
Kedemot
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מֵיפָ֖עַת
(meifaat)
Mefaät
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kedemot ligt in Moab, in het huidige Jordanië (zie Deut. 2:26); de precieze plek is onzeker.

Mefaät is ook onzeker.

Zie ookDeut 2:26
38Uit de stam Gad gaven zij de vrijstad voor de doodslager: Ramot in Gilead met zijn weidegrond. Ook gaven zij Machanajim met zijn weidegrond.
וּמִמַּטֵּה
(umimate)
en uit de stam van
גָ֗ד
(gad)
Gad
אֶת
(et)
(obj.)
עִיר֙
(ir)
de stad van
מִקְלַ֣ט
(miqlat)
vrijplaats
הָרֹצֵ֔חַ
(harotseach)
de doodslager
אֶת
(et)
(obj.)
רָמֹ֥ת
(ramot)
Ramot
בַּגִּלְעָ֖ד
(bagilad)
in Gilead
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
וְאֶֽת
(veet)
en (obj.)
מַחֲנַ֖יִם
(machanayim)
Machanajim
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶֽׁהָ
(migrasheha)
haar weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ramot in Gilead ligt in het noorden van Gilead, in het huidige Jordanië of Syrië; de plek is onzeker (voorstellen: Tell Ramith en Irbid).

Machanajim ligt in Gilead, bij de rivier de Jabbok (Jordanië); ook onzeker.

Zie Mahanaïm (ligging onzeker): Mahanaïm lag in Gilead, bij de Jabbok.

De precieze plaats is niet zeker.

39Verder gaven zij Chesbon met zijn weidegrond en Jaëzer met zijn weidegrond. In totaal waren dat 4 steden.
אֶת
(et)
(obj.)
חֶשְׁבּוֹן֙
(cheshbon)
Chesbon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֔הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
אֶת
(et)
(obj.)
יַעְזֵ֖ר
(yazer)
Jaëzer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִגְרָשֶׁ֑הָ
(migrasheha)
haar weidegrond
כָּל
(kal)
alle
עָרִ֖ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chesbon is Tell Hesban, in Jordanië, ten zuidwesten van Amman; dat is waarschijnlijk (Deut. 1:4).

Jaëzer ligt in Gilead, ten westen van Amman; de plek is onzeker.

40Alle steden voor de zonen van Merari, naar hun families, de overige families van de Levieten, waren hun lot: 12 steden.
כָּל
(kal)
alle
הֶ֨עָרִ֜ים
(hearim)
de steden
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
מְרָרִי֙
(merari)
Merari
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הַנּוֹתָרִ֖ים
(hanotarim)
die overbleven
מִמִּשְׁפְּח֣וֹת
(mimishpechot)
uit de families van
הַלְוִיִּ֑ם
(halviyim)
de Levieten
וַיְהִי֙
(vayhi)
en het werd
גּוֹרָלָ֔ם
(goralam)
hun lot
עָרִ֖ים
(arim)
steden
שְׁתֵּ֥ים
(sheteim)
twee
עֶשְׂרֵֽה
(esre)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Samenvatting: 48 steden

41Alle steden van de Levieten, te midden van het bezit van de zonen van Israël, waren 48 steden met hun weidegrond.
כֹּ֚ל
(kol)
alle
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
אֲחֻזַּ֣ת
(achuzat)
het bezit van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
עָרִ֛ים
(arim)
steden
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וּשְׁמֹנֶ֖ה
(ushemone)
en acht
וּמִגְרְשֵׁיהֶֽן
(umigresheihen)
en hun weidegrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het totaal van 48 steden is hetzelfde aantal als in Num. 35:7.

Het klopt met de opgave per groep: 13 + 10 + 13 + 12 = 48.

42Deze steden waren, stad voor stad, met de weidegrond rondom hen. Zo was het bij al deze steden.
תִּֽהְיֶ֨ינָה֙
(tihyeina)
zij waren
הֶעָרִ֣ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
עִ֣יר
(ir)
stad
עִ֔יר
(ir)
stad
וּמִגְרָשֶׁ֖יהָ
(umigrasheiha)
en haar weidegrond
סְבִיבֹתֶ֑יהָ
(sevivoteiha)
rondom haar
כֵּ֖ן
(ken)
zo
לְכָל
(lekhal)
bij alle
הֶעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh hield Zijn belofte

43Zo gaf Yahweh aan Israël het hele land dat Hij aan hun vaders had gezworen te geven. Zij namen het in bezit en woonden erin.
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en gaf
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לְיִשְׂרָאֵ֔ל
(leyisrael)
aan Israël
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נִשְׁבַּ֖ע
(nishba)
Hij had gezworen
לָתֵ֣ת
(latet)
om te geven
לַאֲבוֹתָ֑ם
(laavotam)
aan hun vaders
וַיִּרָשׁ֖וּהָ
(vayirashuha)
en zij namen het in bezit
וַיֵּ֥שְׁבוּ
(vayeshevu)
en zij woonden
בָֽהּ
(bah)
erin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit was de belofte aan de vaders: Gen. 12:7; 15:18; 26:3; 28:13.

Zie ook Joz. 1:2–6.

44Yahweh gaf hun rust rondom, precies zoals Hij aan hun vaders had gezworen. Niemand van al hun vijanden hield stand tegen hen. Yahweh gaf al hun vijanden in hun hand.
וַיָּ֨נַח
(vayanach)
en gaf rust
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶם֙
(lahem)
aan hen
מִסָּבִ֔יב
(misaviv)
rondom
כְּכֹ֥ל
(kekhol)
overeenkomstig alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
נִשְׁבַּ֖ע
(nishba)
Hij had gezworen
לַאֲבוֹתָ֑ם
(laavotam)
aan hun vaders
וְלֹא
(velo)
en niet
עָ֨מַד
(amad)
stond
אִ֤ישׁ
(ish)
man
בִּפְנֵיהֶם֙
(bifneihem)
voor hen
מִכָּל
(mikal)
van al
אֹ֣יְבֵיהֶ֔ם
(oyeveihem)
hun vijanden
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
אֹ֣יְבֵיהֶ֔ם
(oyeveihem)
hun vijanden
נָתַ֥ן
(natan)
gaf
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּיָדָֽם
(beyadam)
in hun hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיָּנַח (vayyanach), ‘Hij gaf rust’: rust van de oorlog, rondom het land.

Zo had Yahweh het beloofd in Deut. 12:10 en 25:19.

Zie ook Joz. 1:13.

Aanvullend

Jasher 91:14–15 bevestigt dit.

45Van alle goede woorden die Yahweh tot het huis van Israël had gesproken, is er niet één weggevallen. Alles is uitgekomen.
לֹֽא
(lo)
niet
נָפַ֣ל
(nafal)
viel
דָּבָ֔ר
(davar)
woord
מִכֹּל֙
(mikol)
van al
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַטּ֔וֹב
(hatov)
het goede
אֲשֶׁר
(asher)
dat
דִּבֶּ֥ר
(diber)
had gesproken
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
הַכֹּ֖ל
(hakol)
alles
בָּֽא
(ba)
kwam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָפַל (nafal), ‘vallen’: een woord ‘valt weg’ als het niet uitkomt.

Hier valt er niet één weg.

Dezelfde woorden staan in Joz. 23:14.