Elohim Bijbel

Jozua 15

123456789101112131415161718192021222324

Het erfdeel van Juda: de grenzen, Kaleb en de steden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De zuidgrens van Juda

1Het lot voor de stam van de zonen van Juda, naar hun families, reikte tot de grens van Edom. Het reikte tot de woestijn Zin in het zuiden, aan het uiterste zuiden.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
הַגּוֹרָ֗ל
(hagoral)
het lot
לְמַטֵּ֛ה
(lemate)
voor de stam van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
אֶל
(el)
tot
גְּב֨וּל
(gevul)
de grens van
אֱד֧וֹם
(edom)
Edom
מִדְבַּר
(midbar)
de woestijn
צִ֛ן
(tsin)
Zin
נֶ֖גְבָּה
(negba)
zuidwaarts
מִקְצֵ֥ה
(miqtse)
vanaf het uiteinde van
תֵימָֽן
(teiman)
het zuiden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Woestijn Zin: De woestijn Zin lag in het zuiden van Kanaän, bij Kades.

De grenzen zijn niet precies bekend.

2Hun grens in het zuiden begon bij het uiteinde van de Zoutzee, bij de baai die naar het zuiden gekeerd is.
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en het was
לָהֶם֙
(lahem)
voor hen
גְּב֣וּל
(gevul)
de grens
נֶ֔גֶב
(negev)
zuid
מִקְצֵ֖ה
(miqtse)
vanaf het uiteinde van
יָ֣ם
(yam)
zee van
הַמֶּ֑לַח
(hamelach)
de Zoutzee
מִן
(min)
vanaf
הַלָּשֹׁ֖ן
(halashon)
de baai
הַפֹּנֶ֥ה
(hapone)
die zich keert
נֶֽגְבָּה
(negba)
zuidwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Zoutzee is de Dode Zee (Israël en Jordanië).

De baai is waarschijnlijk de zuidelijke inham van de Dode Zee.

Uitleg

לָשׁוֹן (lashon), ‘tong’: een baai of landtong.

3De grens liep naar het zuiden van de klim van Akrabbim, liep door naar Zin en klom in het zuiden van Kades-Barnea. Hij liep door naar Chezron, klom naar Addar en boog af naar Karka.
וְ֠יָצָא
(veyatsa)
en liep uit
אֶל
(el)
naar
מִנֶּ֜גֶב
(minegev)
het zuiden van
לְמַעֲלֵ֤ה
(lemaale)
de klim van
עַקְרַבִּים֙
(aqrabim)
Akrabbim
וְעָ֣בַר
(veavar)
en liep door
צִ֔נָה
(tsina)
naar Zin
וְעָלָ֥ה
(veala)
en klom
מִנֶּ֖גֶב
(minegev)
het zuiden van
לְקָדֵ֣שׁ
(leqadesh)
naar Kades
בַּרְנֵ֑עַ
(barnea)
Barnea
וְעָבַ֤ר
(veavar)
en liep door
חֶצְרוֹן֙
(chetsron)
Chezron
וְעָלָ֣ה
(veala)
en klom
אַדָּ֔רָה
(adara)
naar Addar
וְנָסַ֖ב
(venasav)
en boog af
הַקַּרְקָֽעָה
(haqarqaa)
naar Karka
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De klim van Akrabbim is waarschijnlijk de pas Naqb es-Safa, ten zuidwesten van de Dode Zee (Israël).

Zin is de woestijn Zin.

Kades-Barnea is Ain Qudeirat in het noorden van de Sinaï (Egypte).

De ligging van Chezron, Addar en Karka is onzeker.

Zie Num. 34:4.

Zie Klim van Akrabbim: De klim van Akrabbim lag in het zuiden van de grens van Kanaän, ten zuidwesten van de Dode Zee.

De precieze plaats is niet zeker.

4Hij liep door naar Asmon en liep uit naar de beek van Egypte. Het einde van de grens ligt bij de zee. Dit zal voor jullie de zuidgrens zijn.
וְעָבַ֣ר
(veavar)
en liep door
עַצְמ֗וֹנָה
(atsmona)
naar Asmon
וְיָצָא֙
(veyatsa)
en liep uit
נַ֣חַל
(nachal)
de beek van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְהָי֛וּ
(vehayu)
en waren
תֹּצְא֥וֹת
(totseot)
de uiteinden van
הַגְּב֖וּל
(hagevul)
de grens
יָ֑מָּה
(yama)
zeewaarts
זֶה
(ze)
dit
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
גְּב֥וּל
(gevul)
grens van
נֶֽגֶב
(negev)
zuid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De ligging van Asmon is onzeker, in het zuiden van de Negev.

De beek van Egypte is de Wadi el-Arisj in het noorden van de Sinaï (Egypte).

Zie Num. 34:5.

Zie Beek van Egypte: De beek van Egypte wordt gezocht bij het Wadi el-Arisj, in het noorden van het schiereiland Sinaï.

Dit is de zuidwestgrens van het land.

De oostgrens en de noordgrens

5De grens in het oosten is de Zoutzee, tot het uiteinde van de Jordaan. De grens aan de noordzijde begint bij de baai van de zee, bij het uiteinde van de Jordaan.
וּגְב֥וּל
(ugevul)
en de grens van
קֵ֨דְמָה֙
(qedema)
oostwaarts
יָ֣ם
(yam)
de zee van
הַמֶּ֔לַח
(hamelach)
de Zoutzee
עַד
(ad)
tot
קְצֵ֖ה
(qetse)
het uiteinde van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
וּגְב֞וּל
(ugevul)
en de grens van
לִפְאַ֤ת
(lifat)
aan de zijde
צָפ֨וֹנָה֙
(tsafona)
noordwaarts
מִלְּשׁ֣וֹן
(mileshon)
vanaf de baai van
הַיָּ֔ם
(hayam)
de zee
מִקְצֵ֖ה
(miqtse)
vanaf het uiteinde van
הַיַּרְדֵּֽן
(hayarden)
de Jordaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Zoutzee: De Zoutzee is de Dode Zee, het meer in het diepe dal ten oosten van Juda.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

6De grens klom naar Bet-Chogla en liep door ten noorden van Bet-Haaraba. De grens klom naar de steen van Bohan, de zoon van Ruben.
וְעָלָ֤ה
(veala)
en klom
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
חָגְלָ֔ה
(chagela)
Chogla
וְעָבַ֕ר
(veavar)
en liep door
מִצְּפ֖וֹן
(mitsefon)
ten noorden van
לְבֵ֣ית
(leveit)
Bet
הָעֲרָבָ֑ה
(haarava)
Haaraba
וְעָלָ֣ה
(veala)
en klom
הַגְּב֔וּל
(hagevul)
de grens
אֶ֥בֶן
(even)
de steen van
בֹּ֖הַן
(bohan)
Bohan
בֶּן
(ben)
zoon van
רְאוּבֵֽן
(reuven)
Ruben
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Chogla is waarschijnlijk Ain Hajla, bij de Jordaan, ten oosten van Jericho (Westelijke Jordaanoever).

De ligging van Bet-Haaraba en de steen van Bohan is onzeker.

Uitleg

Bohan was een zoon van Ruben.

In Joz. 18:17 staat dezelfde steen.

7De grens klom naar Debir, vanuit de vallei van Achor. In het noorden wendde hij zich naar Gilgal, dat tegenover de klim van Adummim ligt, ten zuiden van de beek. Daarna liep de grens door naar de wateren van En-Semes. Zijn einde ligt bij En-Rogel.
וְעָלָ֨ה
(veala)
en klom
הַגְּב֥וּל
(hagevul)
de grens
דְּבִרָה֮
(devira)
naar Debir
מֵעֵ֣מֶק
(meemeq)
vanuit de vallei van
עָכוֹר֒
(akhor)
Achor
וְצָפ֜וֹנָה
(vetsafona)
en noordwaarts
פֹּנֶ֣ה
(pone)
wendde zich
אֶל
(el)
naar
הַגִּלְגָּ֗ל
(hagilgal)
Gilgal
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נֹ֨כַח֙
(nokhach)
tegenover
לְמַעֲלֵ֣ה
(lemaale)
de klim van
אֲדֻמִּ֔ים
(adumim)
Adummim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
מִנֶּ֖גֶב
(minegev)
ten zuiden van
לַנָּ֑חַל
(lanachal)
de beek
וְעָבַ֤ר
(veavar)
en liep door
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
אֶל
(el)
naar
מֵי
(mei)
de wateren van
עֵ֣ין
(ein)
En
שֶׁ֔מֶשׁ
(shemesh)
Semes
וְהָי֥וּ
(vehayu)
en waren
תֹצְאֹתָ֖יו
(totseotav)
zijn uitlopers
אֶל
(el)
naar
עֵ֥ין
(ein)
En
רֹגֵֽל
(rogel)
Rogel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De vallei van Achor ligt waarschijnlijk bij Jericho (Westelijke Jordaanoever); de ligging is onzeker.

Zie Joz. 7:24–26.

Gilgal heet in Joz. 18:17 Gelilot.

Adummim is waarschijnlijk Talaat ed-Damm, aan de weg van Jeruzalem naar Jericho.

En-Semes is waarschijnlijk de bron bij Betanië (Westelijke Jordaanoever).

En-Rogel is een bron ten zuiden van Jeruzalem, in het Kidrondal.

Zie Debir (ligging onzeker): Debir (Kirjat-Sefer) wordt gezocht bij Khirbet Rabud, ten zuidwesten van Hebron.

Dit is niet geheel zeker.

Zie Dal van Achor (ligging onzeker): Het dal van Achor lag bij Jericho, aan de noordgrens van Juda.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Klim van Adummim: De klim van Adummim lag aan de oude weg van Jeruzalem naar Jericho, bij Talaat ed-Damm.

Uitleg

De ‘Gilgal’ van dit vers is niet de Gilgal van Joz. 14:6, maar een andere plaats met dezelfde naam, ‘kring van stenen’.

8De grens klom langs het dal van de zoon van Hinnom naar de zuidflank van de Jebusieten, dat is Jeruzalem. Daarna klom de grens naar de top van de berg. Die berg ligt tegenover het dal van Hinnom, in het westen. Hij ligt aan het einde van de vallei van de Refaïeten in het noorden.
וְעָלָ֨ה
(veala)
en klom
הַגְּב֜וּל
(hagevul)
de grens
גֵּ֣י
(gei)
het dal van
בֶן
(ben)
de zoon van
הִנֹּ֗ם
(hinom)
Hinnom
אֶל
(el)
naar
כֶּ֤תֶף
(ketef)
de flank van
הַיְבוּסִי֙
(hayvusi)
de Jebusiet
מִנֶּ֔גֶב
(minegev)
in het zuiden
הִ֖יא
(hi)
zij
יְרֽוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
וְעָלָ֨ה
(veala)
en klom
הַגְּב֜וּל
(hagevul)
de grens
אֶל
(el)
naar
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de top van
הָהָ֗ר
(hahar)
de berg
אֲ֠שֶׁר
(asher)
die
עַל
(al)
voor
פְּנֵ֤י
(penei)
het aangezicht van
גֵֽי
(gei)
het dal van
הִנֹּם֙
(hinom)
Hinnom
יָ֔מָּה
(yama)
westwaarts
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
בִּקְצֵ֥ה
(biqtse)
aan het einde van
עֵֽמֶק
(emeq)
de vallei van
רְפָאִ֖ים
(refaim)
de Refaïeten
צָפֹֽנָה
(tsafona)
noordwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het dal van de zoon van Hinnom ligt ten zuiden en ten westen van Jeruzalem.

De vallei van de Refaïeten ligt ten zuidwesten van Jeruzalem (Israël).

De ligging is waarschijnlijk.

Zie Dal van Hinnom: Het dal van Hinnom ligt ten zuiden en westen van Jeruzalem.

Het vormde de grens tussen Juda en Benjamin.

Uitleg

De Jebusieten woonden in Jeruzalem.

Dat blijkt ook uit vers 63.

9Van de top van de berg liep de grens verder naar de bron van het water van Neftoach. Zij liep uit naar de steden van het gebergte Efron. Daarna liep de grens verder naar Baala, dat is Kirjat-Jearim.
וְתָאַ֨ר
(vetaar)
en liep verder
הַגְּב֜וּל
(hagevul)
de grens
מֵרֹ֣אשׁ
(merosh)
van de top van
הָהָ֗ר
(hahar)
de berg
אֶל
(el)
naar
מַעְיַן֙
(mayan)
de bron van
מֵ֣י
(mei)
de wateren van
נֶפְתּ֔וֹחַ
(neftoach)
Neftoach
וְיָצָ֖א
(veyatsa)
en liep uit
אֶל
(el)
naar
עָרֵ֣י
(arei)
de steden van
הַר
(har)
het gebergte van
עֶפְר֑וֹן
(efron)
Efron
וְתָאַ֤ר
(vetaar)
en liep verder
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
בַּעֲלָ֔ה
(baala)
naar Baala
הִ֖יא
(hi)
zij
קִרְיַ֥ת
(qiryat)
Kirjat
יְעָרִֽים
(yearim)
Jearim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Neftoach is waarschijnlijk Lifta, ten noordwesten van Jeruzalem.

Het gebergte Efron ligt ten westen daarvan; de ligging is onzeker.

Baala is Kirjat-Jearim (zie ook Joz. 15:60), waarschijnlijk bij Abu Gosh, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem.

10Van Baala boog de grens af naar het westen, naar het gebergte Seïr. Hij liep door naar de flank van de berg Jearim aan de noordkant, dat is Kesalon. Hij daalde af naar Bet-Semes en liep door naar Timna.
וְנָסַב֩
(venasav)
en boog af
הַגְּב֨וּל
(hagevul)
de grens
מִבַּעֲלָ֥ה
(mibaala)
vanaf Baala
יָ֨מָּה֙
(yama)
westwaarts
אֶל
(el)
naar
הַ֣ר
(har)
het gebergte van
שֵׂעִ֔יר
(seir)
Seïr
וְעָבַ֕ר
(veavar)
en liep door
אֶל
(el)
naar
כֶּ֧תֶף
(ketef)
de flank van
הַר
(har)
de berg
יְעָרִ֛ים
(yearim)
Jearim
מִצָּפ֖וֹנָה
(mitsafona)
aan de noordkant
הִ֣יא
(hi)
zij
כְסָל֑וֹן
(kesalon)
Kesalon
וְיָרַ֥ד
(veyarad)
en daalde af
בֵּֽית
(beit)
Bet
שֶׁ֖מֶשׁ
(shemesh)
Semes
וְעָבַ֥ר
(veavar)
en liep door
תִּמְנָֽה
(timna)
naar Timna
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Dit gebergte Seïr ligt in Juda en is een andere berg dan het gebergte Seïr in Edom.

Kesalon is waarschijnlijk het huidige Kesla.

Bet-Semes is Tel Bet-Semes (Tell er-Rumeile) en Timna is waarschijnlijk Tel Batasj, beide in Israël.

11De grens liep uit naar de flank van Ekron in het noorden. Hij liep verder naar Sikron, ging door langs de berg Baala en liep uit bij Jabneël. Het einde van de grens ligt bij de zee.
וְיָצָ֨א
(veyatsa)
en liep uit
הַגְּב֜וּל
(hagevul)
de grens
אֶל
(el)
naar
כֶּ֣תֶף
(ketef)
de flank van
עֶקְרוֹן֮
(eqron)
Ekron
צָפוֹנָה֒
(tsafona)
noordwaarts
וְתָאַ֤ר
(vetaar)
en liep verder
הַגְּבוּל֙
(hagevul)
de grens
שִׁכְּר֔וֹנָה
(shikerona)
naar Sikron
וְעָבַ֥ר
(veavar)
en liep door
הַר
(har)
de berg
הַֽבַּעֲלָ֖ה
(habaala)
Baala
וְיָצָ֣א
(veyatsa)
en liep uit
יַבְנְאֵ֑ל
(yavneel)
naar Jabneël
וְהָי֛וּ
(vehayu)
en waren
תֹּצְא֥וֹת
(totseot)
de uiteinden van
הַגְּב֖וּל
(hagevul)
de grens
יָֽמָּה
(yama)
zeewaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ekron is Khirbet el-Muqanna (Israël).

De ligging van Sikron is onzeker.

Jabneël is het latere Jabne (Javne, Israël), dicht bij de kust.

De westgrens

12De westgrens is de Grote Zee en haar gebied. Dit is de grens rondom van de zonen van Juda, naar hun families.
וּגְב֣וּל
(ugevul)
en de grens van
יָ֔ם
(yam)
de zee
הַיָּ֥מָּה
(hayama)
westwaarts
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
de grote
וּגְב֑וּל
(ugevul)
en het gebied
זֶ֠ה
(ze)
dit
גְּב֧וּל
(gevul)
de grens van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֛ה
(yehuda)
Juda
סָבִ֖יב
(saviv)
rondom
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Grote Zee is de Middellandse Zee.

Uitleg

גְּבוּל (gevul), ‘grens’ of ‘gebied’: hier de kuststrook.

Zie Num. 34:6.

Kaleb verovert Hebron en Debir

13Aan Kaleb, de zoon van Jefunne, gaf hij een deel te midden van de zonen van Juda, op bevel van Yahweh aan Jozua: Kirjat-Arba. Arba was de vader van Anak. Dat is Hebron.
וּלְכָלֵ֣ב
(ulekhalev)
en aan Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּ֗ה
(yefune)
Jefunne
נָ֤תַן
(natan)
gaf hij
חֵ֨לֶק֙
(cheleq)
een deel
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
te midden van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
אֶל
(el)
op
פִּ֥י
(pi)
de mond van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לִֽיהוֹשֻׁ֑עַ
(lihoshua)
aan Jozua
אֶת
(et)
(obj.)
קִרְיַ֥ת
(qiryat)
Kirjat
אַרְבַּ֛ע
(arba)
Arba
אֲבִ֥י
(avi)
de vader van
הָעֲנָ֖ק
(haanaq)
Anak
הִ֥יא
(hi)
zij
חֶבְרֽוֹן
(chevron)
Hebron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Lezing

Het Hebreeuws zegt ‘Kirjat-Arba, de vader van Anak’.

Wij lezen: Arba is de vader van Anak.

Zie Joz. 14:15.

14Kaleb verdreef vandaar de drie zonen van Anak: Sjesai, Achiman en Talmai, de nakomelingen van Anak.
וַיֹּ֤רֶשׁ
(vayoresh)
en nam in bezit
מִשָּׁם֙
(misham)
vandaar
כָּלֵ֔ב
(kalev)
Kaleb
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁלוֹשָׁ֖ה
(shelosha)
de drie
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
הָעֲנָ֑ק
(haanaq)
Anak
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁשַׁ֤י
(sheshay)
Sjesai
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֲחִימַן֙
(achiman)
Achiman
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
תַּלְמַ֔י
(talmay)
Talmai
יְלִידֵ֖י
(yelidei)
nakomelingen van
הָעֲנָֽק
(haanaq)
Anak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Sjesai, Achiman en Talmai: zie Num. 13:22.

15Vandaar trok hij op tegen de bewoners van Debir. De naam van Debir was vroeger Kirjat-Sefer.
וַיַּ֣עַל
(vayaal)
en trok op
מִשָּׁ֔ם
(misham)
vandaar
אֶל
(el)
tegen
יֹשְׁבֵ֖י
(yoshevei)
de bewoners van
דְּבִ֑ר
(devir)
Debir
וְשֵׁם
(veshem)
en de naam van
דְּבִ֥ר
(devir)
Debir
לְפָנִ֖ים
(lefanim)
vroeger
קִרְיַת
(qiryat)
Kirjat
סֵֽפֶר
(sefer)
Sefer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Debir ligt waarschijnlijk bij Khirbet Rabud, ten zuidwesten van Hebron (Westelijke Jordaanoever).

De ligging is onzeker.

Uitleg

קִרְיַת סֵפֶר (Qirjat Sefer), ‘stad van het boek’.

16Kaleb zei: „Wie Kirjat-Sefer verslaat en inneemt, hem zal ik mijn dochter Aksa tot vrouw geven.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
כָּלֵ֔ב
(kalev)
Kaleb
אֲשֶׁר
(asher)
wie
יַכֶּ֥ה
(yake)
verslaat
אֶת
(et)
(obj.)
קִרְיַת
(qiryat)
Kirjat
סֵ֖פֶר
(sefer)
Sefer
וּלְכָדָ֑הּ
(ulekhadah)
en inneemt
וְנָתַ֥תִּי
(venatati)
dan geef ik
ל֛וֹ
(lo)
hem
אֶת
(et)
(obj.)
עַכְסָ֥ה
(akhsa)
Aksa
בִתִּ֖י
(biti)
mijn dochter
לְאִשָּֽׁה
(leisha)
als vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Debir (ligging onzeker): Debir (Kirjat-Sefer) wordt gezocht bij Khirbet Rabud, ten zuidwesten van Hebron.

Dit is niet geheel zeker.

17Otniël, de zoon van Kenaz, de broer van Kaleb, nam de stad in. Kaleb gaf hem zijn dochter Aksa tot vrouw.
וַֽיִּלְכְּדָ֛הּ
(vayilkedah)
en nam in
עָתְנִיאֵ֥ל
(ateniel)
Otniël
בֶּן
(ben)
zoon van
קְנַ֖ז
(qenaz)
Kenaz
אֲחִ֣י
(achi)
broer van
כָלֵ֑ב
(kalev)
Kaleb
וַיִּתֶּן
(vayiten)
en gaf
ל֛וֹ
(lo)
hem
אֶת
(et)
(obj.)
עַכְסָ֥ה
(akhsa)
Aksa
בִתּ֖וֹ
(bito)
zijn dochter
לְאִשָּֽׁה
(leisha)
als vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Otniël is later de redder die Yahweh voor Israël opwekt: zie Richt. 3:9.

Het verhaal van vers 15–19 staat ook in Richt. 1:11–15.

18Toen zij kwam, spoorde zij hem aan om een veld van haar vader te vragen. Zij liet zich van de ezel zakken. Kaleb zei tegen haar: „Wat wil je?”
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
בְּבוֹאָ֗הּ
(bevoah)
toen zij kwam
וַתְּסִיתֵ֨הוּ֙
(vatesitehu)
en zij spoorde aan hem
לִשְׁא֤וֹל
(lishol)
om te vragen
מֵֽאֵת
(meet)
van
אָבִ֨יהָ֙
(aviha)
haar vader
שָׂדֶ֔ה
(sade)
een veld
וַתִּצְנַ֖ח
(vatitsnach)
en zij liet zich zakken
מֵעַ֣ל
(meal)
van
הַחֲמ֑וֹר
(hachamor)
de ezel
וַיֹּֽאמֶר
(vayomer)
en zei
לָ֥הּ
(lah)
tot haar
כָּלֵ֖ב
(kalev)
Kaleb
מַה
(ma)
wat
לָּֽךְ
(lakh)
voor jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws zegt hier: ‘zij spoorde hem aan’.

Wij volgen de grondtekst.

In Richt. 1:14 staat dezelfde zin.

19Zij zei: „Geef mij een zegen. Want u hebt mij het land van de Negev gegeven. Geef mij dan ook bronnen met water.” Hij gaf haar de bovenste bronnen en de onderste bronnen.
וַתֹּ֜אמֶר
(vatomer)
en zij zei
תְּנָה
(tena)
geef
לִּ֣י
(li)
mij
בְרָכָ֗ה
(berakha)
een zegen
כִּ֣י
(ki)
want
אֶ֤רֶץ
(erets)
het land van
הַנֶּ֨גֶב֙
(hanegev)
de Negev
נְתַתָּ֔נִי
(netatani)
u hebt mij gegeven
וְנָתַתָּ֥ה
(venatata)
dan geef
לִ֖י
(li)
mij
גֻּלֹּ֣ת
(gulot)
bronnen van
מָ֑יִם
(mayim)
water
וַיִּתֶּן
(vayiten)
en hij gaf
לָ֗הּ
(lah)
haar
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
גֻּלֹּ֣ת
(gulot)
bronnen van
עִלִּיּ֔וֹת
(iliyot)
de bovenste
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
גֻּלֹּ֥ת
(gulot)
bronnen van
תַּחְתִּיּֽוֹת
(tachtiyot)
de onderste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Negev: De Negev is het droge zuidelijke deel van het land, rond Beër-Sjeba.

Uitleg

בְּרָכָה (berakhah), ‘zegen’: hier een geschenk.

Het gaat om bronnen (גֻּלֹּת, gullot) voor het droge land van de Negev.

Zij vraagt water voor het land dat haar vader haar gegeven heeft.

De steden van Juda

20Dit is het erfdeel van de stam van de zonen van Juda, naar hun families.
זֹ֗את
(zot)
dit
נַחֲלַ֛ת
(nachalat)
erfdeel van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De steden in de Negev

21De steden aan het uiteinde van de stam van de zonen van Juda, bij de grens van Edom, in de Negev, waren: Kabseël, Eder en Jagur,
וַיִּֽהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
הֶעָרִ֗ים
(hearim)
de steden
מִקְצֵה֙
(miqtse)
aan het uiteinde
לְמַטֵּ֣ה
(lemate)
voor de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
אֶל
(el)
bij
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
אֱד֖וֹם
(edom)
Edom
בַּנֶּ֑גְבָּה
(banegba)
in de Negev
קַבְצְאֵ֥ל
(qavtseel)
Kabseël
וְעֵ֖דֶר
(veeder)
en Eder
וְיָגֽוּר
(veyagur)
en Jagur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Negev is het droge zuiden van Juda (Israël).

De ligging van Kabseël, Eder en Jagur is onzeker; zij liggen in het zuiden, bij Edom.

22Kina, Dimona en Adada,
וְקִינָ֥ה
(veqina)
en Kina
וְדִֽימוֹנָ֖ה
(vedimona)
en Dimona
וְעַדְעָדָֽה
(veadada)
en Adada
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Kedes, Chasor en Jitnan,
וְקֶ֥דֶשׁ
(veqedesh)
en Kedes
וְחָצ֖וֹר
(vechatsor)
en Chasor
וְיִתְנָֽן
(veyitnan)
en Jitnan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chasor: Chasor lag in het noorden van het land, ten noorden van het meer van Galilea (Tel Hazor).

24Zif, Telem en Bealot,
זִ֥יף
(zif)
Zif
וָטֶ֖לֶם
(vatelem)
en Telem
וּבְעָלֽוֹת
(uvealot)
en Bealot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Zif: Zif wordt gezocht bij Tell Zif, ten zuidoosten van Hebron.

25Chasor-Chadata en Kerijot-Chezron, dat is Chasor,
וְחָצ֤וֹר
(vechatsor)
en Chasor
חֲדַתָּה֙
(chadata)
Chadata
וּקְרִיּ֔וֹת
(uqeriyot)
en Kerijot
חֶצְר֖וֹן
(chetsron)
Chezron
הִ֥יא
(hi)
zij
חָצֽוֹר
(chatsor)
Chasor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chasor: Chasor lag in het noorden van het land, ten noorden van het meer van Galilea (Tel Hazor).

Uitleg

Dit vers noemt Chasor-Chadata en Kerijot-Chezron.

De laatste heet ook Chasor.

Er zijn dus twee of drie namen.

26Amam, Sema en Molada,
אֲמָ֥ם
(amam)
Amam
וּשְׁמַ֖ע
(ushema)
en Sema
וּמוֹלָדָֽה
(umolada)
en Molada
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Molada: Molada wordt gezocht bij Tel Malhata, in de Negev.

27Chasar-Gadda, Chesmon en Bet-Pelet,
וַחֲצַ֥ר
(vachatsar)
en Chasar
גַּדָּ֛ה
(gada)
Gadda
וְחֶשְׁמ֖וֹן
(vecheshmon)
en Chesmon
וּבֵ֥ית
(uveit)
en Bet
פָּֽלֶט
(palet)
Pelet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNeh 11:26
28Chasar-Sual, Beër-Sjeba en Bizjotja,
וַחֲצַ֥ר
(vachatsar)
en Chasar
שׁוּעָ֛ל
(shual)
Sual
וּבְאֵ֥ר
(uveer)
en Beër
שֶׁ֖בַע
(sheva)
Sjeba
וּבִזְיוֹתְיָֽה
(uvizyoteya)
en Bizjotja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Beër-Sjeba is Tel Beër-Sjeba bij de stad Beër-Sjeba (Israël).

Zie Gen. 21:31.

29Baala, Ijim en Ezem,
בַּעֲלָ֥ה
(baala)
Baala
וְעִיִּ֖ים
(veiyim)
en Ijim
וָעָֽצֶם
(vaatsem)
en Ezem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Eltolad, Kesil en Chorma,
וְאֶלְתּוֹלַ֥ד
(veeltolad)
en Eltolad
וּכְסִ֖יל
(ukhesil)
en Kesil
וְחָרְמָֽה
(vecharema)
en Chorma
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chorma: Chorma lag in het noorden van de Negev, in de buurt van Beër-Sjeba en Arad.

De precieze plaats is niet zeker.

31Siklag, Madmanna en Sansanna,
וְצִֽקְלַ֥ג
(vetsiqlag)
en Siklag
וּמַדְמַנָּ֖ה
(umadmana)
en Madmanna
וְסַנְסַנָּֽה
(vesansana)
en Sansanna
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De ligging van Siklag is onzeker, in het zuiden van Juda (Israël).

32Lebaot, Silchim, Ain en Rimmon. In totaal 29 steden met hun dorpen.
וּלְבָא֥וֹת
(ulevaot)
en Lebaot
וְשִׁלְחִ֖ים
(veshilchim)
en Silchim
וְעַ֣יִן
(veayin)
en Ain
וְרִמּ֑וֹן
(verimon)
en Rimmon
כָּל
(kal)
alle
עָרִ֛ים
(arim)
steden
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
וָתֵ֖שַׁע
(vatesha)
en negen
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de grondtekst staat hier 29 steden.

In de lijst van vers 21–32 staan er meer, ongeveer 36.

Wij vertalen het getal zoals het staat.

De steden in de Sefela

33In de Sefela: Estaol, Tsora en Asna,
בַּשְּׁפֵלָ֑ה
(bashefela)
in de Sefela
אֶשְׁתָּא֥וֹל
(eshtaol)
Estaol
וְצָרְעָ֖ה
(vetsarea)
en Tsora
וְאַשְׁנָֽה
(veashna)
en Asna
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Sefela is het heuvelland tussen het bergland van Juda en de kust (Israël).

Estaol is waarschijnlijk Eshwa en Tsora is Tel Tsora (Sar’a), beide ten westen van Jeruzalem.

Zie Zora (Tsora): Zora (Tsora) lag in de Sefela, ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Bet Semes.

34Zanoach, En-Gannim, Tappuach en Enam,
וְזָנ֨וֹחַ֙
(vezanoach)
en Zanoach
וְעֵ֣ין
(veein)
en En
גַּנִּ֔ים
(ganim)
Gannim
תַּפּ֖וּחַ
(tapuach)
Tappuach
וְהָעֵינָֽם
(vehaeinam)
en Enam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zanoach is waarschijnlijk Khirbet Zanu’ (Israël).

De ligging van En-Gannim, Tappuach en Enam is onzeker.

35Jarmut, Adullam, Soko en Azeka,
יַרְמוּת֙
(yarmut)
Jarmut
וַעֲדֻלָּ֔ם
(vaadulam)
en Adullam
שׂוֹכֹ֖ה
(sokho)
Soko
וַעֲזֵקָֽה
(vaazeqa)
en Azeka
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Adullam is waarschijnlijk Tel Adullam (Khirbet esj-Sjeikh Madkur) en Azeka is Tel Azeka, beide in Israël.

Soko ligt in de Sefela (waarschijnlijk Khirbet Abbad).

Zie Jarmut: Jarmut wordt gezocht bij Khirbet Jarmuk, in de Sefela.

36Saaraim, Aditaim, Gedera en Gederotaim: 14 steden met hun dorpen.
וְשַׁעֲרַ֨יִם֙
(veshaarayim)
en Saaraim
וַעֲדִיתַ֔יִם
(vaaditayim)
en Aditaim
וְהַגְּדֵרָ֖ה
(vehagedera)
en de Gedera
וּגְדֵרֹתָ֑יִם
(ugederotayim)
en Gederotaim
עָרִ֥ים
(arim)
steden
אַרְבַּֽע
(arba)
vier
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Saäraïm (ligging onzeker): Saäraïm wordt gezocht bij Khirbet Qeiyafa, in de Sefela.

Dit is niet zeker.

Lezing

De grondtekst telt 14 steden.

De lijst van vers 33–36 noemt er 15.

Misschien zijn Gedera en Gederotaim één plaats; dat is onzeker.

37Tsenan, Chadasja en Migdal-Gad,
צְנָ֥ן
(tsenan)
Tsenan
וַחֲדָשָׁ֖ה
(vachadasha)
en Chadasja
וּמִגְדַּל
(umigdal)
en Migdal
גָּֽד
(gad)
Gad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38Dilan, Mispe en Jokteël,
וְדִלְעָ֥ן
(vedilan)
en Dilan
וְהַמִּצְפֶּ֖ה
(vehamitspe)
en Mispe
וְיָקְתְאֵֽל
(veyaqeteel)
en Jokteël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39Lachis, Botskat en Eglon,
לָכִ֥ישׁ
(lakhish)
Lachis
וּבָצְקַ֖ת
(uvatseqat)
en Botskat
וְעֶגְלֽוֹן
(veeglon)
en Eglon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Lachis is Tel Lachis (Israël, zeker).

De ligging van Botskat en Eglon is onzeker.

40Kabbon, Lachmas en Kitlis,
וְכַבּ֥וֹן
(vekhabon)
en Kabbon
וְלַחְמָ֖ס
(velachmas)
en Lachmas
וְכִתְלִֽישׁ
(vekhitlish)
en Kitlis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
41Gederot, Bet-Dagon, Naäma en Makkeda: 16 steden met hun dorpen.
וּגְדֵר֕וֹת
(ugederot)
en Gederot
בֵּית
(beit)
Bet
דָּג֥וֹן
(dagon)
Dagon
וְנַעֲמָ֖ה
(venaama)
en Naäma
וּמַקֵּדָ֑ה
(umaqeda)
en Makkeda
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Makkeda (ligging onzeker): Makkeda lag in de Sefela.

Khirbet el-Qom en Tell el-Judeideh zijn voorgesteld; dit is niet zeker.

42Libna, Eter en Asan,
לִבְנָ֥ה
(livna)
Libna
וָעֶ֖תֶר
(vaeter)
en Eter
וְעָשָֽׁן
(veashan)
en Asan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Libna (ligging onzeker): Libna lag in de Sefela.

Tel Burna is voorgesteld; dit is niet zeker.

43Jifta, Asna en Netsib,
וְיִפְתָּ֥ח
(veyiftach)
en Jifta
וְאַשְׁנָ֖ה
(veashna)
en Asna
וּנְצִֽיב
(unetsiv)
en Netsib
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
44Keïla, Achzib en Maresa: 9 steden met hun dorpen.
וּקְעִילָ֥ה
(uqeila)
en Keïla
וְאַכְזִ֖יב
(veakhziv)
en Achzib
וּמָֽרֵאשָׁ֑ה
(umaresha)
en Maresa
עָרִ֥ים
(arim)
steden
תֵּ֖שַׁע
(tesha)
negen
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Keïla is waarschijnlijk Khirbet Qila en Maresa is Tel Maresja, beide in Israël.

De ligging van Achzib is onzeker.

45Ekron, met zijn dochtersteden en zijn dorpen.
עֶקְר֥וֹן
(eqron)
Ekron
וּבְנֹתֶ֖יהָ
(uvenoteiha)
en haar dochtersteden
וַחֲצֵרֶֽיהָ
(vachatsereiha)
en haar dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte.

46Van Ekron westwaarts alles wat naast Asdod ligt, met hun dorpen.
מֵעֶקְר֖וֹן
(meeqron)
van Ekron
וָיָ֑מָּה
(vayama)
en westwaarts
כֹּ֛ל
(kol)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
עַל
(al)
naast
יַ֥ד
(yad)
de hand van
אַשְׁדּ֖וֹד
(ashdod)
Asdod
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Asdod ligt aan de kust van Israël (Asdod, zeker).

Gaza ligt aan de kust bij de Gazastrook (zeker).

Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte.

Uitleg

בְּנוֹתֶיהָ (benotheha), ‘haar dochters’: kleinere plaatsen die bij een stad horen.

47Asdod, met zijn dochtersteden en zijn dorpen. Ook Gaza, met zijn dochtersteden en zijn dorpen, tot de beek van Egypte en de Grote Zee met haar gebied.
אַשְׁדּ֞וֹד
(ashdod)
Asdod
בְּנוֹתֶ֣יהָ
(benoteiha)
haar dochtersteden
וַחֲצֵרֶ֗יהָ
(vachatsereiha)
en haar dorpen
עַזָּ֥ה
(aza)
Gaza
בְּנוֹתֶ֥יהָ
(benoteiha)
haar dochtersteden
וַחֲצֵרֶ֖יהָ
(vachatsereiha)
en haar dorpen
עַד
(ad)
tot
נַ֣חַל
(nachal)
de beek van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְהַיָּ֥ם
(vehayam)
en de zee
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
de grote
וּגְבֽוּל
(ugevul)
en het gebied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Asdod: Asdod lag aan de kust van de Middellandse Zee, tussen Askelon en Jafo.

Zie Gaza: Gaza ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het zuidwesten van het land.

Zie Beek van Egypte: De beek van Egypte wordt gezocht bij het Wadi el-Arisj, in het noorden van het schiereiland Sinaï.

Dit is de zuidwestgrens van het land.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Grote Zee: De Grote Zee is de Middellandse Zee, de westgrens van het land.

De steden in het bergland

48In het bergland: Samir, Jattir en Soko,
וּבָהָ֑ר
(uvahar)
en in het bergland
שָׁמִ֥יר
(shamir)
Samir
וְיַתִּ֖יר
(veyatir)
en Jattir
וְשׂוֹכֹֽה
(vesokho)
en Soko
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jattir is waarschijnlijk Khirbet Attir, ten zuiden van Hebron (Westelijke Jordaanoever).

De ligging van Samir en dit Soko is onzeker.

Zie ookJoz 21:14
49Danna en Kirjat-Sanna, dat is Debir,
וְדַנָּ֥ה
(vedana)
en Danna
וְקִרְיַת
(veqiryat)
en Kirjat
סַנָּ֖ה
(sana)
Sanna
הִ֥יא
(hi)
zij
דְבִֽר
(devir)
Debir
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Debir (ligging onzeker): Debir (Kirjat-Sefer) wordt gezocht bij Khirbet Rabud, ten zuidwesten van Hebron.

Dit is niet geheel zeker.

50Anab, Estemo en Anim,
וַעֲנָ֥ב
(vaanav)
en Anab
וְאֶשְׁתְּמֹ֖ה
(veeshtemo)
en Estemo
וְעָנִֽים
(veanim)
en Anim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Anab is waarschijnlijk Khirbet Anab en Estemo is es-Samu’, beide ten zuiden van Hebron (Westelijke Jordaanoever).

Zie Estemoa: Estemoa wordt gezocht bij es-Samu, ten zuiden van Hebron.

51Gosen, Cholon en Gilo: 11 steden met hun dorpen.
וְגֹ֥שֶׁן
(vegoshen)
en Gosen
וְחֹלֹ֖ן
(vecholon)
en Cholon
וְגִלֹ֑ה
(vegilo)
en Gilo
עָרִ֥ים
(arim)
steden
אַֽחַת
(achat)
één
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gosen (in Juda, ligging onzeker): Dit Gosen is een streek in het zuiden van Juda.

Het is niet het Gosen in Egypte; de precieze ligging is niet bekend.

Zie Gilo (ligging onzeker): Gilo, de stad van Achitofel, lag in het bergland van Juda.

Khirbet Jala, ten noorden van Hebron, is voorgesteld.

Dit is niet zeker.

52Arab, Ruma en Esan,
אֲרַ֥ב
(arav)
Arab
וְרוּמָ֖ה
(veruma)
en Ruma
וְאֶשְׁעָֽן
(veeshan)
en Esan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws heeft hier Ruma.

Sommige afschriften lezen Duma.

Wij volgen de grondtekst.

Zie ookJes 21:11
53Janum, Bet-Tappuach en Afeka,
וְיָנ֥וּם
(veyanum)
en Janum
וּבֵית
(uveit)
en Bet
תַּפּ֖וּחַ
(tapuach)
Tappuach
וַאֲפֵֽקָה
(vaafeqa)
en Afeka
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
54Chumta, Kirjat-Arba, dat is Hebron, en Tsior: 9 steden met hun dorpen.
וְחֻמְטָ֗ה
(vechumta)
en Chumta
וְקִרְיַ֥ת
(veqiryat)
en Kirjat
אַרְבַּ֛ע
(arba)
Arba
הִ֥יא
(hi)
zij
חֶבְר֖וֹן
(chevron)
Hebron
וְצִיעֹ֑ר
(vetsior)
en Tsior
עָרִ֥ים
(arim)
steden
תֵּ֖שַׁע
(tesha)
negen
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

55Maon, Karmel, Zif en Juta,
מָע֥וֹן
(maon)
Maon
כַּרְמֶ֖ל
(karmel)
Karmel
וָזִ֥יף
(vazif)
en Zif
וְיוּטָּֽה
(veyuta)
en Juta
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Maon is waarschijnlijk Tell Ma’in, Karmel is Khirbet el-Kirmil, Zif is Tell Zif en Juta is Yatta, allemaal ten zuiden van Hebron (Westelijke Jordaanoever).

56Jizreël, Jokdeam en Zanoach,
וְיִזְרְעֶ֥אל
(veyizreel)
en Jizreël
וְיָקְדְעָ֖ם
(veyaqedeam)
en Jokdeam
וְזָנֽוֹחַ
(vezanoach)
en Zanoach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jizreël (in Juda, ligging onzeker): Dit Jizreël was een stad in het bergland van Juda, bij Zif en Juta; Khirbet Terrama is voorgesteld.

Het is niet de vallei van Jizreël in het noorden.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Zanoach: Zanoach wordt gezocht bij Khirbet Zanu', in de Sefela, ten westen van Jeruzalem.

57Kaïn, Gibea en Timna: 10 steden met hun dorpen.
הַקַּ֖יִן
(haqayin)
Kaïn
גִּבְעָ֣ה
(giva)
Gibea
וְתִמְנָ֑ה
(vetimna)
en Timna
עָרִ֥ים
(arim)
steden
עֶ֖שֶׂר
(eser)
tien
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gibea (Tell el-Ful): Gibea wordt gezocht bij Tell el-Ful, ongeveer 5 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.

In Jozua 15:57 gaat het om een Gibea in Juda.

Zie Timna (Tel Batasj): Timna wordt gezocht bij Tel Batasj, in het dal van Sorek.

In Jozua 15:57 gaat het om een Timna in het bergland van Juda.

58Chalchul, Bet-Tsur en Gedor,
חַלְח֥וּל
(chalchul)
Chalchul
בֵּֽית
(beit)
Bet
צ֖וּר
(tsur)
Tsur
וּגְדֽוֹר
(ugedor)
en Gedor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chalchul is Halhul (zeker) en Bet-Tsur is Khirbet et-Tubeiqa (zeker), ten noorden van Hebron.

Gedor is waarschijnlijk Khirbet Jedur (Westelijke Jordaanoever).

59Maärat, Bet-Anot en Eltekon: 6 steden met hun dorpen.
וּמַעֲרָ֥ת
(umaarat)
en Maärat
וּבֵית
(uveit)
en Bet
עֲנ֖וֹת
(anot)
Anot
וְאֶלְתְּקֹ֑ן
(veelteqon)
en Eltekon
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שֵׁ֖שׁ
(shesh)
zes
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De Septuaginta heeft hier nog een groep van 11 steden, onder wie Tekoa en Efrata, dat is Betlehem.

De Masoretische tekst heeft die niet.

Wij volgen de Masoretische tekst.

60Kirjat-Baäl, dat is Kirjat-Jearim, en Rabba: 2 steden met hun dorpen.
קִרְיַת
(qiryat)
Kirjat
בַּ֗עַל
(baal)
Baäl
הִ֛יא
(hi)
zij
קִרְיַ֥ת
(qiryat)
Kirjat
יְעָרִ֖ים
(yearim)
Jearim
וְהָֽרַבָּ֑ה
(veharaba)
en Rabba
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שְׁתַּ֖יִם
(shetayim)
twee
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kirjat-Jearim ligt waarschijnlijk bij Abu Gosh of Deir el-Azhar, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem (Israël).

Zie Rabba: Rabba van de Ammonieten is het huidige Amman, de hoofdstad van Jordanië.

De steden in de woestijn

61In de woestijn: Bet-Haaraba, Middin en Sechacha,
בַּמִּדְבָּ֑ר
(bamidbar)
in de woestijn
בֵּ֚ית
(beit)
Bet
הָעֲרָבָ֔ה
(haarava)
Haaraba
מִדִּ֖ין
(midin)
Middin
וּסְכָכָֽה
(usekhakha)
en Sechacha
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De woestijn is de woestijn van Juda, aan de westkant van de Dode Zee.

Bet-Haaraba, Middin en Sechacha liggen daar; de ligging is onzeker.

Sechacha is misschien Khirbet Qumran.

62Nibsan, Ir-Hammelach en En-Gedi: 6 steden met hun dorpen.
וְהַנִּבְשָׁ֥ן
(vehanivshan)
en Nibsan
וְעִיר
(veir)
en Ir
הַמֶּ֖לַח
(hamelach)
Hammelach
וְעֵ֣ין
(veein)
en En
גֶּ֑דִי
(gedi)
Gedi
עָרִ֥ים
(arim)
steden
שֵׁ֖שׁ
(shesh)
zes
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

En-Gedi is een oase aan de westkant van de Dode Zee (Israël, zeker).

De ligging van Nibsan en Ir-Hammelach is onzeker.

Uitleg

עִיר הַמֶּלַח (Ir ha-Melach), ‘stad van het zout’.

De Jebusieten in Jeruzalem

63De zonen van Juda konden de Jebusieten, de bewoners van Jeruzalem, niet verdrijven. Zo wonen de Jebusieten tot op deze dag bij de zonen van Juda in Jeruzalem.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיְבוּסִי֙
(hayvusi)
de Jebusiet
יוֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
יְרֽוּשָׁלִַ֔ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
לֹֽא
(lo)
niet
יָכְל֥וּ
(yakhelu)
konden
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לְהֽוֹרִישָׁ֑ם
(lehorisham)
hen te verdrijven
וַיֵּ֨שֶׁב
(vayeshev)
en woonde
הַיְבוּסִ֜י
(hayvusi)
de Jebusiet
אֶת
(et)
met
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם
(birushalaim)
in Jeruzalem
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jeruzalem ligt in het bergland van Juda (Israël/Westelijke Jordaanoever).

Uitleg

הִוְרִישׁ (horish), ‘verdrijven’: de zonen van Juda konden de Jebusieten niet uit de stad verdrijven.