Elohim Bijbel

Jeremia 28

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152

Jeremia en Chananja

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Chananja zegt: het juk is gebroken

1Dat was in datzelfde jaar, in het begin van de regering van Zedekia, de koning van Juda, in het vierde jaar, in de vijfde maand. Chananja, de zoon van Azzur, de profeet uit Gibeon, zei tegen mij in het huis van Yahweh. Dat deed hij voor de ogen van de priesters en van heel het volk:
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
בַּשָּׁנָ֣ה
(bashana)
in het jaar
הַהִ֗יא
(hahi)
dat
בְּרֵאשִׁית֙
(bereshith)
in het begin van
מַמְלֶ֨כֶת֙
(mamlekhet)
de regering van
צִדְקִיָּ֣ה
(tsidqiya)
Zedekia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
בַּשָּׁנָה֙
(bashana)
in het jaar
הָֽרְבִעִ֔ית
(hareviit)
het vierde
בַּחֹ֖דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַחֲמִישִׁ֑י
(hachamishi)
de vijfde
אָמַ֣ר
(amar)
zei
אֵלַ֡י
(elay)
tegen mij
חֲנַנְיָה֩
(chananya)
Chananja
בֶן
(ben)
zoon van
עַזּ֨וּר
(azur)
Azzur
הַנָּבִ֜יא
(hanavi)
de profeet
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
מִגִּבְעוֹן֙
(migivon)
uit Gibeon
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְעֵינֵ֧י
(leeinei)
voor de ogen van
הַכֹּהֲנִ֛ים
(hakohanim)
de priesters
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gibeon: Gibeon (el-Jib) lag ongeveer 10 km ten noordwesten van Jeruzalem.

Uitleg

בְּרֵאשִׁית מַמְלֶכֶת צִדְקִיָּה (bereshit mamlekhet Tsidqiyah), ‘in het begin van de regering van Zedekia’.

Zedekia regeerde elf jaar (2 Kon. 24:18).

‘Het vierde jaar’ is zijn vierde regeringsjaar.

De gebeurtenis sluit aan bij hoofdstuk 27, waar Jeremia een juk draagt.

חֲנַנְיָה (Chananyah), ‘Chananja’: ‘Yahweh is genadig’. Gibeon: zie Joz. 18:25.

2„Zo zegt Yahweh van de legermachten, de Elohim van Israël: ‘Ik heb het juk van de koning van Babel gebroken.
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֞ר
(amar)
zegt
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֛וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
שָׁבַ֞רְתִּי
(shavarti)
Ik heb gebroken
אֶת
(et)
(obj.)
עֹ֖ל
(ol)
het juk van
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
de koning van
בָּבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

שָׁבַרְתִּי (shavarti), ‘Ik heb gebroken’: de voltooide tijd.

Een profeet spreekt zo over wat volgens hem zeker gebeurt.

De woorden van Chananja staan zwart: Yahweh heeft hem niet gestuurd (vers 15).

Wij zetten ze tussen aanhalingstekens, omdat Chananja zegt dat Yahweh het zegt.

Yahweh van de legermachten: zie de Uitleg bij Jer. 2:19.

3Binnen twee jaar breng Ik alle voorwerpen van het huis van Yahweh terug naar deze plaats. Nebukadnezar, de koning van Babel, heeft ze uit deze plaats genomen en naar Babel gebracht.
בְּע֣וֹד
(beod)
binnen
שְׁנָתַ֣יִם
(shenatayim)
twee jaar
יָמִ֗ים
(yamim)
dagen
אֲנִ֤י
(ani)
Ik
מֵשִׁיב֙
(meshiv)
breng terug
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֣וֹם
(hamaqom)
de plaats
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
אֶֽת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
כְּלֵ֖י
(kelei)
de voorwerpen van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
לָקַ֜ח
(laqach)
nam
נְבוּכַדנֶאצַּ֤ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶל֙
(bavel)
Babel
מִן
(min)
van
הַמָּק֣וֹם
(hamaqom)
de plaats
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
וַיְבִיאֵ֖ם
(vayviem)
en bracht hen
בָּבֶֽל
(bavel)
naar Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

בְּעוֹד שְׁנָתַיִם יָמִים (be’od shenatayim yamim), ‘binnen twee jaar’: letterlijk ‘nog twee jaar aan dagen’, dus twee volle jaren.

Vergelijk 27:16–22.

4Ook Jojachin, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, en alle ballingen van Juda die naar Babel zijn gegaan, breng Ik terug naar deze plaats, godsspraak van Yahweh. Want Ik breek het juk van de koning van Babel.’”
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
יְכָנְיָ֣ה
(yekhaneya)
Jojachin
בֶן
(ben)
zoon van
יְהוֹיָקִ֣ים
(yehoyaqim)
Jojakim
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְ֠הוּדָה
(yehuda)
Juda
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
גָּל֨וּת
(galut)
de ballingen van
יְהוּדָ֜ה
(yehuda)
Juda
הַבָּאִ֣ים
(habaim)
die gekomen zijn
בָּבֶ֗לָה
(bavela)
naar Babel
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
מֵשִׁ֛יב
(meshiv)
breng terug
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֥וֹם
(hamaqom)
de plaats
הַזֶּ֖ה
(haze)
deze
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֣י
(ki)
want
אֶשְׁבֹּ֔ר
(eshbor)
Ik zal breken
אֶת
(et)
(obj.)
עֹ֖ל
(ol)
het juk van
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
de koning van
בָּבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

גּוֹלָה (golah), ‘ballingschap’: hier de ballingen zelf.

יְכָנְיָה (Yekhanyah), ‘Jechonja’: een andere vorm van de naam Jojachin.

Zie de Uitleg bij 27:20.

Het antwoord van Jeremia

5Toen zei de profeet Jeremia tegen de profeet Chananja. Dat gebeurde voor de ogen van de priesters en van heel het volk dat in het huis van Yahweh stond.
וַיֹּ֨אמֶר֙
(vayomer)
en zei
יִרְמְיָ֣ה
(yirmeya)
Jeremia
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
אֶל
(el)
tot
חֲנַנְיָ֖ה
(chananya)
Chananja
הַנָּבִ֑יא
(hanavi)
de profeet
לְעֵינֵ֤י
(leeinei)
voor de ogen van
הַכֹּֽהֲנִים֙
(hakohanim)
de priesters
וּלְעֵינֵ֣י
(uleeinei)
en voor de ogen van
כָל
(kal)
heel
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
הָעֹמְדִ֖ים
(haomedim)
die staan
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6De profeet Jeremia zei: „Amen! Zo moge Yahweh doen. Moge Yahweh jouw woorden waarmaken die je hebt geprofeteerd. Moge Hij de voorwerpen van het huis van Yahweh en alle ballingen uit Babel naar deze plaats terugbrengen.
וַיֹּ֨אמֶר֙
(vayomer)
en zei
יִרְמְיָ֣ה
(yirmeya)
Jeremia
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
אָמֵ֕ן
(amen)
amen
כֵּ֖ן
(ken)
zo
יַעֲשֶׂ֣ה
(yaase)
moge doen
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
יָקֵ֤ם
(yaqem)
moge laten opstaan
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבָרֶ֔יךָ
(devareikha)
jouw woorden
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
נִבֵּ֗אתָ
(nibeta)
je hebt geprofeteerd
לְהָשִׁ֞יב
(lehashiv)
om terug te brengen
כְּלֵ֤י
(kelei)
de voorwerpen van
בֵית
(beit)
het huis van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַגּוֹלָ֔ה
(hagola)
de ballingschap
מִבָּבֶ֖ל
(mibavel)
uit Babel
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֥וֹם
(hamaqom)
de plaats
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

אָמֵן (amen), ‘zo zij het’: Jeremia zegt dat hij het zou willen.

Maar hij legt in vers 7–9 uit hoe een profeet wordt herkend.

יָקֵם (yaqem), ‘moge waarmaken’: letterlijk ‘moge doen opstaan’.

7Maar luister toch naar dit woord dat ik in jouw oren spreek en in de oren van heel het volk:
אַךְ
(akh)
maar
שְׁמַֽע
(shema)
luister
נָא֙
(na)
toch
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
אָנֹכִ֖י
(anokhi)
ik
דֹּבֵ֣ר
(dover)
spreek
בְּאָזְנֶ֑יךָ
(beazeneikha)
in jouw oren
וּבְאָזְנֵ֖י
(uveazenei)
en in de oren van
כָּל
(kal)
heel
הָעָֽם
(haam)
het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8De profeten die er van oudsher vóór mij en vóór jou waren, profeteerden over veel landen en grote koninkrijken: over oorlog, onheil en pest.
הַנְּבִיאִ֗ים
(haneviim)
de profeten
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הָי֧וּ
(hayu)
waren
לְפָנַ֛י
(lefanay)
vóór mij
וּלְפָנֶ֖יךָ
(ulefaneikha)
en vóór jou
מִן
(min)
van
הָֽעוֹלָ֑ם
(haolam)
oudsher
וַיִּנָּ֨בְא֜וּ
(vayinaveu)
en zij profeteerden
אֶל
(el)
tegen
אֲרָצ֤וֹת
(aratsot)
landen
רַבּוֹת֙
(rabot)
vele
וְעַל
(veal)
en tegen
מַמְלָכ֣וֹת
(mamlakhot)
koninkrijken
גְּדֹל֔וֹת
(gedolot)
grote
לְמִלְחָמָ֖ה
(lemilchama)
over oorlog
וּלְרָעָ֥ה
(uleraa)
en over onheil
וּלְדָֽבֶר
(uledaver)
en over pest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָעָה (ra’ah), ‘onheil’: hier staat het woord naast oorlog en pest en het is een ramp die over een land komt.

Waar mensen het doen, vertalen wij ra’ah als ‘kwaad’.

9Een profeet die vrede profeteert, wordt pas erkend wanneer het woord van die profeet uitkomt. Dan blijkt dat Yahweh hem in waarheid heeft gestuurd.”
הַנָּבִ֕יא
(hanavi)
de profeet
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יִנָּבֵ֖א
(yinave)
profeteert
לְשָׁל֑וֹם
(leshalom)
over vrede
בְּבֹא֙
(bevo)
wanneer komt
דְּבַ֣ר
(devar)
het woord van
הַנָּבִ֗יא
(hanavi)
de profeet
יִוָּדַע֙
(yivada)
wordt gekend
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
אֲשֶׁר
(asher)
die
שְׁלָח֥וֹ
(shelacho)
heeft gestuurd
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בֶּאֱמֶֽת
(beemet)
in waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is de toets voor een profeet die vrede aankondigt: of zijn woord uitkomt.

Vergelijk Deut. 18:21–22.

Chananja breekt het juk

10Toen nam de profeet Chananja het juk van de nek van de profeet Jeremia en brak het.
וַיִּקַּ֞ח
(vayiqach)
en nam
חֲנַנְיָ֤ה
(chananya)
Chananja
הַנָּבִיא֙
(hanavi)
de profeet
אֶת
(et)
(obj.)
הַמּוֹטָ֔ה
(hamota)
het jukhout
מֵעַ֕ל
(meal)
van op
צַוַּ֖אר
(tsavar)
de nek van
יִרְמְיָ֣ה
(yirmeya)
Jeremia
הַנָּבִ֑יא
(hanavi)
de profeet
וַֽיִּשְׁבְּרֵֽהוּ
(vayishberehu)
en brak het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹטָה (motah), ‘jukstang’ of ‘juk’: de voorwerpen die Jeremia in 27:2 moest maken en dragen.

11Chananja zei voor de ogen van heel het volk: „Zo zegt Yahweh: ‘Zo breek Ik, binnen twee jaar, het juk van Nebukadnezar, de koning van Babel, van de nek van alle volken.’” Toen ging de profeet Jeremia zijn weg.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
חֲנַנְיָה֩
(chananya)
Chananja
לְעֵינֵ֨י
(leeinei)
voor de ogen van
כָל
(kal)
heel
הָעָ֜ם
(haam)
het volk
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
כֹּה֮
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָה֒
(Yahweh)
Yahweh
כָּ֣כָה
(kakha)
zo
אֶשְׁבֹּ֞ר
(eshbor)
Ik zal breken
אֶת
(et)
(obj.)
עֹ֣ל
(ol)
het juk van
נְבֻֽכַדְנֶאצַּ֣ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֗ל
(bavel)
Babel
בְּעוֹד֙
(beod)
binnen
שְׁנָתַ֣יִם
(shenatayim)
twee jaar
יָמִ֔ים
(yamim)
dagen
מֵעַ֕ל
(meal)
van op
צַוַּ֖אר
(tsavar)
de nek van
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֑ם
(hagoyim)
de volken
וַיֵּ֛לֶךְ
(vayelekh)
en ging
יִרְמְיָ֥ה
(yirmeya)
Jeremia
הַנָּבִ֖יא
(hanavi)
de profeet
לְדַרְכּֽוֹ
(ledarko)
op zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

IJzeren jukken

12Nadat de profeet Chananja het juk van de nek van de profeet Jeremia had gebroken, kwam het woord van Yahweh tot Jeremia:
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en kwam
דְבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶֽל
(el)
tot
יִרְמְיָ֑ה
(yirmeya)
Jeremia
אַ֠חֲרֵי
(acharei)
nadat
שְׁב֞וֹר
(shevor)
het breken
חֲנַנְיָ֤ה
(chananya)
van Chananja
הַנָּבִיא֙
(hanavi)
de profeet
אֶת
(et)
(obj.)
הַמּוֹטָ֔ה
(hamota)
het jukhout
מֵעַ֗ל
(meal)
van op
צַוַּ֛אר
(tsavar)
de nek van
יִרְמְיָ֥ה
(yirmeya)
Jeremia
הַנָּבִ֖יא
(hanavi)
de profeet
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13„Ga en zeg tegen Chananja: ‘Zo zegt Yahweh: Houten jukken heb je gebroken. Maar je hebt er ijzeren jukken voor in de plaats gemaakt.
הָלוֹךְ֩
(halokh)
ga
וְאָמַרְתָּ֨
(veamarta)
en je zult zeggen
אֶל
(el)
tot
חֲנַנְיָ֜ה
(chananya)
Chananja
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
מוֹטֹ֥ת
(motot)
jukken van
עֵ֖ץ
(ets)
hout
שָׁבָ֑רְתָּ
(shavarta)
je hebt gebroken
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en je hebt gemaakt
תַחְתֵּיהֶ֖ן
(tachteihen)
in hun plaats
מֹט֥וֹת
(motot)
jukken
בַּרְזֶֽל
(barzel)
van ijzer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹטֹת עֵץ (motot ets), ‘houten jukken’: hout kan Chananja breken.

בַּרְזֶל (barzel), ‘ijzer’: ijzer niet.

In deze boodschap staat de formule ‘Zo zegt Yahweh’ nog eens in vers 14.

14Want zo zegt Yahweh van de legermachten, de Elohim van Israël: Een ijzeren juk heb Ik op de nek van al deze volken gelegd, zodat zij Nebukadnezar, de koning van Babel, dienen. Zij zullen hem dienen. Ook de dieren van het veld heb Ik hem gegeven.’”
כִּ֣י
(ki)
want
כֹֽה
(ko)
zo
אָמַר֩
(amar)
zegt
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֜וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
עֹ֣ל
(ol)
een juk van
בַּרְזֶ֡ל
(barzel)
ijzer
נָתַ֜תִּי
(natati)
Ik heb gelegd
עַל
(al)
op
צַוַּ֣אר
(tsavar)
de nek van
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֣ם
(hagoyim)
de volken
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
לַעֲבֹ֛ד
(laavod)
om te dienen
אֶת
(et)
(obj.)
נְבֻכַדְנֶאצַּ֥ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֖ל
(bavel)
Babel
וַעֲבָדֻ֑הוּ
(vaavaduhu)
en zij zullen hem dienen
וְגַ֛ם
(vegam)
en ook
אֶת
(et)
(obj.)
חַיַּ֥ת
(chayat)
de dieren van
הַשָּׂדֶ֖ה
(hasade)
het veld
נָתַ֥תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
לֽוֹ
(lo)
aan hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

עֹל בַּרְזֶל (ol barzel), ‘een ijzeren juk’: vergelijk Deut. 28:48.

De dieren van het veld: zie 27:6.

Het einde van Chananja

15De profeet Jeremia zei tegen de profeet Chananja: „Luister toch, Chananja. Yahweh heeft je niet gestuurd. Jij hebt dit volk laten vertrouwen op een leugen.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יִרְמְיָ֧ה
(yirmeya)
Jeremia
הַנָּבִ֛יא
(hanavi)
de profeet
אֶל
(el)
tot
חֲנַנְיָ֥ה
(chananya)
Chananja
הַנָּבִ֖יא
(hanavi)
de profeet
שְׁמַֽע
(shema)
luister
נָ֣א
(na)
toch
חֲנַנְיָ֑ה
(chananya)
Chananja
לֹֽא
(lo)
niet
שְׁלָחֲךָ֣
(shelachakha)
heeft je gestuurd
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְאַתָּ֗ה
(veata)
en jij
הִבְטַ֛חְתָּ
(hivtachta)
heb laten vertrouwen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעָ֥ם
(haam)
het volk
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
עַל
(al)
op
שָֽׁקֶר
(shaqer)
een leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹא שְׁלָחֲךָ (lo shelachakha), ‘Hij heeft je niet gestuurd’: zie ook 26:12, 27:15 en 29:9.

De tegenstelling tussen een gestuurde profeet en een ongestuurde loopt door het hele boek.

הִבְטַחְתָּ (hivtachta), ‘je hebt laten vertrouwen’: dezelfde vorm komt voor in 29:31.

16Daarom, zo zegt Yahweh: Zie, Ik stuur je weg van het aardoppervlak. Dit jaar sterf je, want je hebt tot opstand opgeroepen tegen Yahweh.”
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנְנִי֙
(hinni)
zie Mij hier
מְשַֽׁלֵּֽחֲךָ֔
(meshalechakha)
Ik stuur je weg
מֵעַ֖ל
(meal)
van op
פְּנֵ֣י
(penei)
het aangezicht van
הָאֲדָמָ֑ה
(haadama)
de aarde
הַשָּׁנָה֙
(hashana)
dit jaar
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
מֵ֔ת
(met)
sterft
כִּֽי
(ki)
want
סָרָ֥ה
(sara)
afval
דִבַּ֖רְתָּ
(dibarta)
je hebt gesproken
אֶל
(el)
tegen
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְשַׁלֵּחֲךָ (meshallechakha), ‘Ik stuur je weg’: het werkwoord shalach komt ook voor in vers 15 (‘gestuurd’).

Chananja is niet gestuurd; nu stuurt Yahweh hem weg.

דִבַּרְתָּ סָרָה (dibbarta sarah), letterlijk ‘afwijking spreken’: oproepen tot opstand tegen Yahweh. Zo ook in Deut. 13:6.

17De profeet Chananja stierf in datzelfde jaar, in de zevende maand.
וַיָּ֛מָת
(vayamat)
en stierf
חֲנַנְיָ֥ה
(chananya)
Chananja
הַנָּבִ֖יא
(hanavi)
de profeet
בַּשָּׁנָ֣ה
(bashana)
in het jaar
הַהִ֑יא
(hahi)
dat
בַּחֹ֖דֶשׁ
(bachodesh)
in de maand
הַשְּׁבִיעִֽי
(hashevii)
de zevende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 1 noemt de vijfde maand.

Chananja sterft twee maanden later, in de zevende maand, zoals Jeremia zei.