De droogte, het gebed van het volk en Yahweh's antwoord over de valse profeten
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De droogte
1Het woord van Yahweh dat tot Jeremia kwam over de droogte.
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הָיָ֤ה
(haya)
was
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶֽל
(el)
tot
יִרְמְיָ֔הוּ
(yirmeyahu)
Jeremia
עַל
(al)
over
דִּבְרֵ֖י
(divrei)
de zaken van
הַבַּצָּרֽוֹת
(habatsarot)
de droogtes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַבַּצָּרוֹת (batsarot), ‘droogtes’: een woord in het meervoud, dat langdurige droogte aanduidt.
Het woord דִּבְרֵי (divrei) betekent ‘woorden’ of ‘zaken’.
3Hun edelen sturen hun jongeren naar het water. Zij komen bij de putten, maar vinden geen water. Zij keren terug met lege vaten. Beschaamd en vernederd bedekken zij hun hoofd.
וְאַדִּ֣רֵיהֶ֔ם
(veadireihem)
en hun edelen
שָׁלְח֥וּ
(shalechu)
sturen
צְעִירֵיהֶ֖ם
(tseireihem)
hun jongeren
לַמָּ֑יִם
(lamayim)
naar water
בָּ֣אוּ
(bau)
zij komen
עַל
(al)
bij
גֵּבִ֞ים
(gevim)
putten
לֹא
(lo)
niet
מָ֣צְאוּ
(matseu)
vinden zij
מַ֗יִם
(mayim)
water
שָׁ֤בוּ
(shavu)
zij keren terug
כְלֵיהֶם֙
(keleihem)
hun vaten
רֵיקָ֔ם
(reiqam)
leeg
בֹּ֥שׁוּ
(boshu)
zij zijn beschaamd
וְהָכְלְמ֖וּ
(vehakhelemu)
en vernederd
וְחָפ֥וּ
(vechafu)
en bedekken
רֹאשָֽׁם
(rosham)
hun hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֵּבִים (gevim), ‘putten’: kuilen of regenbakken waarin regenwater werd opgevangen.
9Waarom bent U als een verbijsterde man, als een held die niet kan redden? En U bent in ons midden, Yahweh, en Uw naam is over ons uitgeroepen. Laat ons niet achter.
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
תִֽהְיֶה֙
(tihye)
bent U
כְּאִ֣ישׁ
(keish)
als een man
נִדְהָ֔ם
(nidham)
verbijsterd
כְּגִבּ֖וֹר
(kegibor)
als een held
לֹא
(lo)
niet
יוּכַ֣ל
(yukhal)
kan
לְהוֹשִׁ֑יעַ
(lehoshia)
redden
וְאַתָּ֧ה
(veata)
en U
בְקִרְבֵּ֣נוּ
(beqirbenu)
in ons midden
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְשִׁמְךָ֛
(veshimkha)
en Uw naam
עָלֵ֥ינוּ
(aleinu)
over ons
נִקְרָ֖א
(niqra)
is uitgeroepen
אַל
(al)
niet
תַּנִּחֵֽנוּ
(tanichenu)
laat ons achter
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִדְהָם (nidham), ‘verbijsterd’: dit woord komt alleen hier voor.
Het betekent ‘iemand die door schrik verstijfd is’.
‘Uw naam is over ons uitgeroepen’: wij horen bij U. Zie ook Deut. 28:10.
10Zo zegt Yahweh tegen dit volk: „Zo graag zwierven zij rond. Zij hielden hun voeten niet in. En Yahweh heeft geen behagen in hen. Nu gedenkt Hij hun schuld en straft Hij hun zonden.”
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֨ר
(amar)
zegt
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
לָעָ֣ם
(laam)
tegen het volk
הַזֶּ֗ה
(haze)
dit
כֵּ֤ן
(ken)
zo
אָֽהֲבוּ֙
(ahavu)
zij hielden ervan
לָנ֔וּעַ
(lanua)
te zwerven
רַגְלֵיהֶ֖ם
(ragleihem)
hun voeten
לֹ֣א
(lo)
niet
חָשָׂ֑כוּ
(chasakhu)
hielden zij in
וַיהוָה֙
(vaYahweh)
en Yahweh
לֹ֣א
(lo)
niet
רָצָ֔ם
(ratsam)
heeft behagen in hen
עַתָּה֙
(ata)
nu
יִזְכֹּ֣ר
(yizkor)
gedenkt Hij
עֲוֺנָ֔ם
(avonam)
hun schuld
וְיִפְקֹ֖ד
(veyifqod)
en straft Hij
חַטֹּאתָֽם
(chatotam)
hun zonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers staat zwart: Yahweh wordt er in de derde persoon genoemd (‘En Yahweh heeft geen behagen in hen’).
אָהֲבוּ לָנוּעַ (ahavu lanua), ‘zij hielden ervan te zwerven’: ze zochten andere goden en bondgenoten in plaats van Yahweh.
12Wanneer zij vasten, luister Ik niet naar hun roep. Wanneer zij brandoffer en graanoffer brengen, heb Ik geen behagen in hen. Want Ik maak een einde aan hen, met het zwaard, met honger en met pest.”
כִּ֣י
(ki)
wanneer
יָצֻ֗מוּ
(yatsumu)
zij vasten
אֵינֶ֤נִּי
(eineni)
Ik ben niet
שֹׁמֵ֨עַ֙
(shomea)
horend
אֶל
(el)
naar
רִנָּתָ֔ם
(rinatam)
hun roep
וְכִ֧י
(vekhi)
en wanneer
יַעֲל֛וּ
(yaalu)
zij brengen op
עֹלָ֥ה
(ola)
brandoffer
וּמִנְחָ֖ה
(umincha)
en graanoffer
אֵינֶ֣נִּי
(eineni)
Ik ben niet
רֹצָ֑ם
(rotsam)
behagend in hen
כִּ֗י
(ki)
want
בַּחֶ֨רֶב֙
(bacherev)
met het zwaard
וּבָרָעָ֣ב
(uvaraav)
en met honger
וּבַדֶּ֔בֶר
(uvadever)
en met pest
אָנֹכִ֖י
(anokhi)
Ik
מְכַלֶּ֥ה
(mekhale)
maak een einde aan
אוֹתָֽם
(otam)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וּבַדֶּבֶר (dever), ‘pest’: een dodelijke ziekte die zich snel verspreidt.
Zwaard, honger en pest worden in Jeremia vaak samen genoemd.
13Ik zei: „Ach, Heer Yahweh! Zie, de profeten zeggen tegen hen: ‘Jullie zullen geen zwaard zien en er zal geen honger voor jullie zijn. Want Ik geef jullie ware vrede op deze plaats.’”
וָאֹמַ֞ר
(vaomar)
en ik zei
אֲהָ֣הּ
(ahah)
ach
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
הַנְּבִאִ֜ים
(haneviim)
de profeten
אֹמְרִ֤ים
(omerim)
zeggen
לָהֶם֙
(lahem)
tegen hen
לֹֽא
(lo)
niet
תִרְא֣וּ
(tiru)
zullen jullie zien
חֶ֔רֶב
(cherev)
zwaard
וְרָעָ֖ב
(veraav)
en honger
לֹֽא
(lo)
niet
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶ֑ם
(lakhem)
voor jullie
כִּֽי
(ki)
want
שְׁל֤וֹם
(shelom)
vrede van
אֱמֶת֙
(emet)
waarheid
אֶתֵּ֣ן
(eten)
zal Ik geven
לָכֶ֔ם
(lakhem)
aan jullie
בַּמָּק֖וֹם
(bamaqom)
op de plaats
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲהָהּ אֲדֹנָי יְהוִה (ahah Adonai Yahweh), ‘Ach, Heer Yahweh’: ahah is een kreet van schrik of pijn.
Zie Jer. 1:6 voor de uitleg bij ‘Heer Yahweh’.
De profeten spreken alsof Yahweh het zegt; daarom staat ‘Ik’ met een hoofdletter.
אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: hier ‘ware, blijvende’ vrede.
14Yahweh zei tegen mij: „Leugen profeteren de profeten in Mijn naam. Ik heb hen niet gezonden, Ik heb hen niets geboden en Ik heb niet tot hen gesproken. Een leugenachtig visioen, waarzeggerij, een nietigheid en het bedrog van hun eigen hart: dat profeteren zij jullie.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֗י
(elay)
tegen mij
שֶׁ֚קֶר
(sheqer)
leugen
הַנְּבִאִים֙
(haneviim)
de profeten
נִבְּאִ֣ים
(nibeim)
profeteren
בִּשְׁמִ֔י
(bishmi)
in Mijn naam
לֹ֤א
(lo)
niet
שְׁלַחְתִּים֙
(shelachtim)
heb Ik hen gezonden
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
צִוִּיתִ֔ים
(tsivitim)
heb Ik hen geboden
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
דִבַּ֖רְתִּי
(dibarti)
heb Ik gesproken
אֲלֵיהֶ֑ם
(aleihem)
tot hen
חֲז֨וֹן
(chazon)
visioen van
שֶׁ֜קֶר
(sheqer)
leugen
וְקֶ֤סֶם
(veqesem)
en waarzeggerij
וֶֽאֱלִיל֙
(veelil)
en nietigheid
וְתַרְמִ֣ית
(vetarmit)
en bedrog van
לִבָּ֔ם
(libam)
hun hart
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
מִֽתְנַבְּאִ֥ים
(mitnabeim)
profeteren
לָכֶֽם
(lakhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וֶאֱלִיל (ve’elil), ‘en een nietigheid’: het woord betekent ‘nietig, waardeloos’.
Elders staat het in het meervoud voor de nietige goden (elilim).
Hier is het waarschijnlijk iets nietigs.
וְקֶסֶם (qesem), ‘waarzeggerij’: het raadplegen van tekens; zie Deut. 18:10.
Lezing
In de geschreven tekst staat ואלול (ve’elul); de overlevering leest וֶאֱלִיל (ve’elil), ‘en een nietigheid’.
In de geschreven tekst staat ותרמות (vetarmut); de overlevering leest וְתַרְמִית (vetarmit), ‘en bedrog’.
15Daarom, zo zegt Yahweh: „Over de profeten die in Mijn naam profeteren, terwijl Ik hen niet gezonden heb. Zij zeggen: ‘Zwaard en honger zullen er niet zijn in dit land.’ Door zwaard en honger zullen die profeten omkomen.
לָכֵ֞ן
(lakhen)
daarom
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
עַֽל
(al)
over
הַנְּבִאִ֞ים
(haneviim)
de profeten
הַנִּבְּאִ֣ים
(hanibeim)
die profeteren
בִּשְׁמִי֮
(bishmi)
in Mijn naam
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en Ik
לֹֽא
(lo)
niet
שְׁלַחְתִּים֒
(shelachtim)
heb hen gezonden
וְהֵ֨מָּה֙
(vehema)
en zij
אֹֽמְרִ֔ים
(omerim)
zeggen
חֶ֣רֶב
(cherev)
zwaard
וְרָעָ֔ב
(veraav)
en honger
לֹ֥א
(lo)
niet
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
zal zijn
בָּאָ֣רֶץ
(baarets)
in het land
הַזֹּ֑את
(hazot)
dit
בַּחֶ֤רֶב
(bacherev)
door zwaard
וּבָֽרָעָב֙
(uvaraav)
en door honger
יִתַּ֔מּוּ
(yitamu)
zullen omkomen
הַנְּבִאִ֖ים
(haneviim)
de profeten
הָהֵֽמָּה
(hahema)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De aanhef ‘Daarom, zo zegt Yahweh’ staat zwart; de woorden erna zijn rood.
16En het volk aan wie zij profeteren, zal in de straten van Jeruzalem liggen, neergeworpen door de honger en het zwaard. Er is niemand die hen begraaft, hen, hun vrouwen, hun zonen en hun dochters. Zo stort Ik hun eigen kwaad over hen uit.”
וְהָעָ֣ם
(vehaam)
en het volk
אֲשֶׁר
(asher)
aan wie
הֵ֣מָּה
(hema)
zij
נִבְּאִ֣ים
(nibeim)
profeteren
לָהֶ֡ם
(lahem)
hun
יִֽהְי֣וּ
(yihyu)
zullen zijn
מֻשְׁלָכִים֩
(mushlakhim)
neergeworpen
בְּחֻצ֨וֹת
(bechutsot)
in de straten van
יְרוּשָׁלִַ֜ם
(yerushalaim)
Jeruzalem
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
vanwege
הָרָעָ֣ב
(haraav)
de honger
וְהַחֶ֗רֶב
(vehacherev)
en het zwaard
וְאֵ֤ין
(veein)
en er is niemand
מְקַבֵּר֙
(meqaber)
die begraaft
לָהֵ֔מָּה
(lahema)
hen
הֵ֣מָּה
(hema)
zij
נְשֵׁיהֶ֔ם
(nesheihem)
hun vrouwen
וּבְנֵיהֶ֖ם
(uveneihem)
en hun zonen
וּבְנֹֽתֵיהֶ֑ם
(uvenoteihem)
en hun dochters
וְשָׁפַכְתִּ֥י
(veshafakhti)
en Ik stort uit
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
over hen
אֶת
(et)
(obj.)
רָעָתָֽם
(raatam)
hun kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
17„Zeg dit woord tegen hen:” „Mijn ogen stromen over van tranen, nacht en dag, en zij houden niet op. Want de maagd, de Dochter van mijn volk, is gebroken met een grote breuk, met een zeer pijnlijke slag.
וְאָמַרְתָּ֤
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
tegen hen
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
תֵּרַ֨דְנָה
(teradna)
laat stromen
עֵינַ֥י
(einay)
mijn ogen
דִּמְעָ֛ה
(dima)
tranen
לַ֥יְלָה
(layla)
nacht
וְיוֹמָ֖ם
(veyomam)
en dag
וְאַל
(veal)
en niet
תִּדְמֶ֑ינָה
(tidmeina)
laten zij ophouden
כִּי֩
(ki)
want
שֶׁ֨בֶר
(shever)
breuk
גָּד֜וֹל
(gadol)
grote
נִשְׁבְּרָ֗ה
(nishbera)
is gebroken
בְּתוּלַת֙
(betulat)
de maagd
בַּת
(bat)
dochter van
עַמִּ֔י
(ami)
mijn volk
מַכָּ֖ה
(maka)
slag
נַחְלָ֥ה
(nachla)
pijnlijke
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De opdracht ‘Zeg dit woord tegen hen’ is van Yahweh en staat rood.
Wat Jeremia daarna zegt, staat zwart.
Het Hebreeuws zegt niet duidelijk of Yahweh of Jeremia hier schreit; vergelijk Jer. 8:23 (Hebreeuwse telling).
בְּתוּלַת בַּת עַמִּי (betulat bat ammi), ‘de maagd, de Dochter van mijn volk’: het volk als een jonge vrouw. ‘Dochter’ is hier een vaste naam, zoals ‘Dochter Sion’.
18Als ik het veld in ga, zie: doden door het zwaard. En als ik de stad binnenkom, zie: de ziekten van de honger. Ook profeet en priester trekken rond in een land dat zij niet kennen.”
אִם
(im)
als
יָצָ֣אתִי
(yatsati)
ik uitga
הַשָּׂדֶ֗ה
(hasade)
naar het veld
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
חַלְלֵי
(challei)
doorboorden van
חֶ֔רֶב
(cherev)
het zwaard
וְאִם֙
(veim)
en als
בָּ֣אתִי
(bati)
ik binnenkom
הָעִ֔יר
(hair)
in de stad
וְהִנֵּ֖ה
(vehine)
en zie
תַּחֲלוּאֵ֣י
(tachaluei)
ziekten van
רָעָ֑ב
(raav)
honger
כִּֽי
(ki)
want
גַם
(gam)
zowel
נָבִ֧יא
(navi)
profeet
גַם
(gam)
als
כֹּהֵ֛ן
(kohen)
priester
סָחֲר֥וּ
(sacharu)
trekken rond
אֶל
(el)
naar
אֶ֖רֶץ
(erets)
een land
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָדָֽעוּ
(yadau)
weten zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סָחֲרוּ (sachru), ‘trekken rond’: het werkwoord betekent ‘rondtrekken’, ook ‘handeldrijven’.
De betekenis is onzeker.
Profeet en priester dwalen in een land dat zij niet kennen.
19Hebt U Juda helemaal verworpen? Walgt Uw ziel van Sion? Waarom hebt U ons geslagen, zodat er voor ons geen genezing is? Wij hoopten op vrede, maar er is niets goeds. Wij hoopten op een tijd van genezing, maar zie: schrik.
הֲמָאֹ֨ס
(hamaos)
volledig verworpen
מָאַ֜סְתָּ
(maasta)
hebt U verworpen
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
אִם
(im)
of
בְּצִיּוֹן֙
(betsiyon)
Sion
גָּעֲלָ֣ה
(gaala)
walgt
נַפְשֶׁ֔ךָ
(nafshekha)
Uw ziel
מַדּ֨וּעַ֙
(madua)
waarom
הִכִּיתָ֔נוּ
(hikitanu)
hebt U ons geslagen
וְאֵ֥ין
(veein)
en er is niet
לָ֖נוּ
(lanu)
voor ons
מַרְפֵּ֑א
(marpe)
genezing
קַוֵּ֤ה
(qave)
wij hopen
לְשָׁלוֹם֙
(leshalom)
op vrede
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niets
ט֔וֹב
(tov)
goeds
וּלְעֵ֥ת
(uleet)
en op een tijd van
מַרְפֵּ֖א
(marpe)
genezing
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
בְעָתָֽה
(beata)
schrik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
גָּעֲלָה (ga’alah), ‘walgt’: een sterk woord voor afkeer.
22Zijn er onder de nietigheden van de volken regenbrengers? Of geven de hemelen zelf regenbuien? Bent U het niet, Yahweh, onze Elohim? Wij hopen op U, want U hebt dit alles gemaakt.
הֲיֵ֨שׁ
(hayesh)
is er
בְּהַבְלֵ֤י
(behavlei)
onder de nietigheden van
הַגּוֹיִם֙
(hagoyim)
de volken
מַגְשִׁמִ֔ים
(magshimim)
die regen geven
וְאִם
(veim)
of
הַשָּׁמַ֖יִם
(hashamayim)
de hemelen
יִתְּנ֣וּ
(yitenu)
geven
רְבִבִ֑ים
(revivim)
regenbuien
הֲלֹ֨א
(halo)
niet
אַתָּה
(ata)
U
ה֜וּא
(hu)
bent het
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֨ינוּ֙
(eloheinu)
onze Elohim
וּ֨נְקַוֶּה
(uneqave)
en wij hopen
לָּ֔ךְ
(lakh)
op U
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֥ה
(ata)
U
עָשִׂ֖יתָ
(asita)
hebt gemaakt
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֵֽלֶּה
(ele)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּהַבְלֵי (havlei), ‘de nietigheden van’: het woord בְּהַבְלֵי komt van הֶבֶל (hevel), ‘ademtocht, nietigheid’.
Het zijn de goden van de volken.
רְבִבִים (revivim), ‘regenbuien’: zoals in Deut. 32:2.