Jesaja 20
Jesaja gaat drie jaar naakt en barrevoets: een teken voor Egypte en Kush
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De val van Asdod
Zie Asdod: Asdod lag aan de kust van de Middellandse Zee, tussen Askelon en Jafo.
Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
תַּרְתָּן (Tartan): geen eigennaam maar de titel van een hoge Assyrische legerleider, zoals in 2 Kon. 18:17.
Hij wordt hier gestuurd door Sargon, de koning van Assyrië.
Deze koning wordt alleen hier in de Bijbel bij naam genoemd.
אַשְׁדּוֹד (Ashdod), ‘Asdod’: een stad van de Filistijnen, aan de kust.
Het vers geeft de tijd aan: het teken van Jesaja valt in de jaren rond de val van Asdod.
Jesaja gaat naakt en barrevoets
שַׂק (saq), ‘rouwkleed’: een ruw kleed dat men bij rouw en boete droeg; zie Joël 1:8 en Jona 3:5.
Jesaja draagt het al en moet het nu uitdoen.
עָרוֹם (arom), ‘naakt’: dat kan betekenen dat hij geen bovenkleed droeg en alleen een onderkleed. Vergelijk 1 Sam. 19:24, waar Saul zijn kleren uittrekt en ‘naakt’ ligt.
בְּיַד יְשַׁעְיָהוּ (beyad Yesha’yahu), ‘door Jesaja’: letterlijk ‘door de hand van Jesaja’. Dit is een gewone zegswijze voor ‘door middel van’.
Yahweh spreekt hier tot Jesaja; Zijn opdracht staat rood.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.
עַבְדִּי (avdi), ‘Mijn knecht’: Jesaja heet hier ‘Mijn knecht’, met een kleine letter bij ‘knecht’.
Het is een eretitel voor iemand die Yahweh dient.
Het is niet de ‘Knecht’ van de knechtsliederen verderop in het boek.
שָׁלֹשׁ שָׁנִים (shalosh shanim), ‘drie jaar’: het Hebreeuws laat open of Jesaja drie jaar lang naakt ging, of dat het teken drie jaar lang gold. Wij kiezen het eerste, en zetten de woorden zo dat de tweede lezing mogelijk blijft.
אוֹת וּמוֹפֵת (ot umofet), ‘teken en wonder’: een teken dat een gebeurtenis aankondigt.
כּוּשׁ (Kush) ligt ten zuiden van Egypte, in het gebied van het huidige Soedan; zie ook 2 Kon. 19:9.
Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.
שְׁבִי (shevi), ‘gevangenen’, en גָּלוּת (galut), ‘ballingen’: mensen die in de oorlog gevangen zijn genomen en worden weggevoerd.
שֵׁת (shet), ‘billen’: het woord komt alleen hier voor. De betekenis ‘billen’ ligt voor de hand.
עֶרְוַת מִצְרָיִם (ervat Mitsrayim), ‘tot schande van Egypte’: letterlijk ‘de naaktheid van Egypte’. Het slot van de zin laat zien dat het hier om schande gaat.
Beschaamd om hun hoop
Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
מַבָּט (mabbat), ‘hoop’: letterlijk ‘waar men naar uitkijkt’.
Het gaat om de volken waarop men vertrouwde.
Het Hebreeuws zegt niet wie met ‘zij’ bedoeld wordt; vers 6 wijst op de bewoners van de kust.
De woorden van vers 5 en 6 zijn van de profeet en staan zwart. Het Hebreeuws laat open of vers 5 nog bij de woorden van Yahweh hoort.
Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
אִי (i), ‘kuststreek’: het woord betekent ‘eiland’ of ‘kustland’.
Waarschijnlijk is de kust van het land van de Filistijnen bedoeld, bij Asdod.
Dat is niet zeker.
De spreker is hier een bewoner van de kust. Dit is een woord van mensen en staat dus zwart.