Elohim Bijbel

1 Kronieken 14

1234567891011121314151617181920212223242526272829

Davids huis en Davids oorlogen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Churam bouwt een huis voor David

1Churam, de koning van Tyrus, stuurde boden naar David, met cederhout, steenbewerkers voor muren en houtbewerkers. Zij moesten een huis voor hem bouwen.
וַ֠יִּשְׁלַח
(vayishlach)
en stuurde
חוּרָ֨ם
(churam)
Churam
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
צֹ֥ר
(tsor)
Tyrus
מַלְאָכִים֮
(malakhim)
boden
אֶל
(el)
naar
דָּוִיד֒
(david)
David
וַעֲצֵ֣י
(vaatsei)
en hout van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
cederen
וְחָרָשֵׁ֣י
(vecharashei)
en bewerkers van
קִ֔יר
(qir)
muur
וְחָרָשֵׁ֖י
(vecharashei)
en bewerkers van
עֵצִ֑ים
(etsim)
hout
לִבְנ֥וֹת
(livnot)
om te bouwen
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
בָּֽיִת
(bayit)
een huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Tyrus (צֹר, tsor) was een havenstad in Fenicië, aan de kust van de Middellandse Zee (nu Tyrus of Sur, Libanon).

Zie ook 1 Kon. 5:15–26.

Uitleg

חוּרָם (churam), ‘Churam’: de koning heet hier Churam.

In 2 Sam. 5:11 heet hij Hiram.

Wij houden de vorm van elk boek aan.

Het geschreven woord (ketiv) is חירם (Hiram).

De voorgelezen vorm (qere) is חוּרָם (Churam).

Wij volgen de qere.

חָרָשֵׁי קִיר (charashe qir), ‘steenbewerkers voor muren’: letterlijk ‘bewerkers van de muur’. חָרָשֵׁי עֵצִים (charashe etsim), ‘houtbewerkers’.

2David wist dat Yahweh hem had bevestigd als koning over Israël. Want zijn koningschap was hoog verheven, omwille van Zijn volk Israël.
וַיֵּ֣דַע
(vayeda)
en wist
דָּוִ֔יד
(david)
David
כִּֽי
(ki)
dat
הֱכִינ֧וֹ
(hekhino)
had bevestigd hem
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
לְמֶ֖לֶךְ
(lemelekh)
als koning
עַל
(al)
over
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כִּֽי
(ki)
want
נִשֵּׂ֤את
(niset)
was verheven
לְמַ֨עְלָה֙
(lemala)
hoog
מַלְכוּת֔וֹ
(malkhuto)
zijn koningschap
בַּעֲב֖וּר
(baavur)
omwille van
עַמּ֥וֹ
(amo)
Zijn volk
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִשֵּׂאת (nisset), ‘was verheven’: het koningschap van David is hoog opgetild.

Zie ook 2 Sam. 5:12.

בַּעֲבוּר עַמּוֹ (baavur ammo), ‘omwille van Zijn volk’: het voornaamwoord kan ook ‘zijn volk’ betekenen. Wij volgen 2 Sam. 5:12.

De kinderen van David in Jeruzalem

3David nam nog meer vrouwen in Jeruzalem. David kreeg nog meer zonen en dochters.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
דָּוִ֥יד
(david)
David
ע֛וֹד
(od)
nog
נָשִׁ֖ים
(nashim)
vrouwen
בִּירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וַיּ֧וֹלֶד
(vayoled)
en kreeg
דָּוִ֛יד
(david)
David
ע֖וֹד
(od)
nog
בָּנִ֥ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De vrouwen en kinderen van David staan ook in 2 Sam. 5:13–16 en 1 Kron. 3:5–8.

4Dit zijn de namen van de kinderen die hem in Jeruzalem werden geboren: Sjammua, Sjobab, Natan, Salomo,
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit zijn
שְׁמ֣וֹת
(shemot)
de namen van
הַיְלוּדִ֔ים
(hayludim)
de geborenen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הָיוּ
(hayu)
waren
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
בִּירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
שַׁמּ֣וּעַ
(shamua)
Sjammua
וְשׁוֹבָ֔ב
(veshovav)
en Sjobab
נָתָ֖ן
(natan)
Natan
וּשְׁלֹמֹֽה
(ushelomo)
en Salomo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De lijst in vers 4–7 telt 13 namen. 2 Sam. 5:14–16 telt er 11.

Hier staan Nogah (vers 6) en Elpelet (vers 5) erbij.

שַׁמּוּעַ (shammua), ‘Sjammua’; שׁוֹבָב (shovav), ‘Sjobab’: dezelfde mannen als in 2 Sam. 5:14.

5Jibchar, Elisjua, Elpelet,
וְיִבְחָ֥ר
(veyivchar)
en Jibchar
וֶאֱלִישׁ֖וּעַ
(veelishua)
en Elisjua
וְאֶלְפָּֽלֶט
(veelpalet)
en Elpelet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elisjua (אֱלִישׁוּעַ) is de vorm van 2 Sam. 5:15.

6Nogah, Nefeg, Jafia,
וְנֹ֥גַהּ
(venogah)
en Nogah
וְנֶ֖פֶג
(venefeg)
en Nefeg
וְיָפִֽיעַ
(veyafia)
en Jafia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Elisjama, Beëljada en Elifelet.
וֶאֱלִישָׁמָ֥ע
(veelishama)
en Elisjama
וּבְעֶלְיָדָ֖ע
(uveelyada)
en Beëljada
וֶאֱלִיפָֽלֶט
(veelifalet)
en Elifelet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Beëljada (בְּעֶלְיָדָע, beeljada) betekent ‘Baäl weet’.

In 2 Sam. 5:16 en 1 Kron. 3:8 heet deze zoon Eljada (אֶלְיָדָע, ‘Elohim weet’).

Wij houden de vorm van Kronieken aan.

De Filistijnen worden verslagen

8De Filistijnen hoorden dat David was gezalfd tot koning over heel Israël. Alle Filistijnen trokken omhoog om David te zoeken. David hoorde het en ging naar buiten, hen tegemoet.
וַיִּשְׁמְע֣וּ
(vayishmeu)
en hoorden
פְלִשְׁתִּ֗ים
(pelishtim)
Filistijnen
כִּי
(ki)
dat
נִמְשַׁ֨ח
(nimshach)
was gezalfd
דָּוִ֤יד
(david)
David
לְמֶ֨לֶךְ֙
(lemelekh)
tot koning
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וַיַּעֲל֥וּ
(vayaalu)
en trokken omhoog
כָל
(kal)
alle
פְּלִשְׁתִּ֖ים
(pelishtim)
Filistijnen
לְבַקֵּ֣שׁ
(levaqesh)
om te zoeken
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִ֑יד
(david)
David
וַיִּשְׁמַ֣ע
(vayishma)
en hoorde
דָּוִ֔יד
(david)
David
וַיֵּצֵ֖א
(vayetse)
en ging uit
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
hen tegemoet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

Dit hoofdstuk loopt parallel met 2 Sam. 5:11–25.

Lezing

2 Sam. 5:17 zegt dat David ‘naar de burcht ging’.

Kronieken zegt dat hij ‘naar buiten ging, hen tegemoet’ (לִפְנֵיהֶם, lifnehem).

Wij vertalen beide teksten zoals zij staan.

9De Filistijnen kwamen en verspreidden zich in het dal van de Refaïeten.
וּפְלִשְׁתִּ֖ים
(ufelishtim)
en Filistijnen
בָּ֑אוּ
(bau)
waren gekomen
וַֽיִּפְשְׁט֖וּ
(vayifshetu)
en verspreidden zich
בְּעֵ֥מֶק
(beemeq)
in het dal van
רְפָאִֽים
(refaim)
de Refaïeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het dal van de Refaïeten (עֵמֶק רְפָאִים) ligt ten zuidwesten van Jeruzalem (nu het gebied van Baqa, Israël).

Zie ook Joz. 15:8.

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Zie Dal van de Refaïeten: Het dal van de Refaïeten (Emek Refaïm) liep ten zuidwesten van Jeruzalem.

10David vroeg Elohim om raad: „Moet ik optrekken tegen de Filistijnen? Geeft U hen in mijn hand?” Yahweh zei tegen hem: „Trek op. Ik zal hen in je hand geven.”
וַיִּשְׁאַ֨ל
(vayishal)
en vroeg
דָּוִ֤יד
(david)
David
בֵּאלֹהִים֙
(bElohim)
aan Elohim
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
הַאֶֽעֱלֶה֙
(haeele)
moet ik optrekken
עַל
(al)
tegen
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
Filistijnen
וּנְתַתָּ֖ם
(unetatam)
en zult U geven hen
בְּיָדִ֑י
(beyadi)
in mijn hand
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
ל֤וֹ
(lo)
tot hem
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
עֲלֵ֔ה
(ale)
trek op
וּנְתַתִּ֖ים
(unetatim)
en Ik zal geven hen
בְּיָדֶֽךָ
(beyadekha)
in je hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

In deze vraag noemt David Elohim; het antwoord komt van Yahweh. 2 Sam. 5:19 noemt Yahweh in beide.

11Zij trokken op naar Baäl-Perazim. Daar versloeg David hen. David zei: „Elohim heeft mijn vijanden door mijn hand heen doorbroken, zoals water doorbreekt.” Daarom noemde men die plaats Baäl-Perazim.
וַיַּעֲל֥וּ
(vayaalu)
en zij trokken omhoog
בְּבַֽעַל
(bevaal)
naar Baäl
פְּרָצִים֮
(peratsim)
Perazim
וַיַּכֵּ֣ם
(vayakem)
en versloeg hen
שָׁ֣ם
(sham)
daar
דָּוִיד֒
(david)
David
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
דָּוִ֔יד
(david)
David
פָּרַ֨ץ
(parats)
heeft doorbroken
הָֽאֱלֹהִ֧ים
(haElohim)
de Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
אוֹיְבַ֛י
(oyevay)
mijn vijanden
בְּיָדִ֖י
(beyadi)
door mijn hand
כְּפֶ֣רֶץ
(keferets)
zoals doorbreken van
מָ֑יִם
(mayim)
water
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
zo
קָֽרְא֛וּ
(qareu)
noemde men
שֵֽׁם
(shem)
de naam van
הַמָּק֥וֹם
(hamaqom)
die plaats
הַה֖וּא
(hahu)
die
בַּ֥עַל
(baal)
Baäl
פְּרָצִֽים
(peratsim)
Perazim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Baäl-Perazim (בַּעַל פְּרָצִים) betekent ‘heer van de doorbraken’.

De ligging is onzeker; de plek ligt bij het dal van de Refaïeten (2 Sam. 5:20).

Uitleg

פָּרַץ הָאֱלֹהִים (parats haElohim), ‘Elohim heeft doorbroken’: in 2 Sam. 5:20 staat ‘Yahweh heeft doorbroken’.

12Zij lieten daar hun goden achter. David gaf bevel, en zij werden in het vuur verbrand.
וַיַּעַזְבוּ
(vayaazvu)
en zij lieten achter
שָׁ֖ם
(sham)
daar
אֶת
(et)
(obj.)
אֱלֹֽהֵיהֶ֑ם
(eloheihem)
hun goden
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
דָּוִ֔יד
(david)
David
וַיִּשָּׂרְפ֖וּ
(vayisarefu)
en zij werden verbrand
בָּאֵֽשׁ
(baesh)
in vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

2 Sam. 5:21 zegt dat David en zijn mannen de afgodsbeelden meenamen.

Kronieken zegt dat David bevel gaf om ze te verbranden.

Zie ook Deut. 7:5,25.

וַיֹּאמֶר דָּוִיד (vayomer david), ‘en David zei’: wij vertalen ‘David gaf bevel’.

וַיִּשָּׂרְפוּ (vayissarefu), ‘zij werden verbrand’: het werkwoord staat in de lijdende vorm.

13De Filistijnen gingen verder en verspreidden zich opnieuw in het dal.
וַיֹּסִ֤יפוּ
(vayosifu)
en zij gingen verder
עוֹד֙
(od)
nog
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
Filistijnen
וַֽיִּפְשְׁט֖וּ
(vayifshetu)
en verspreidden zich
בָּעֵֽמֶק
(baemeq)
in het dal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

14David vroeg opnieuw Elohim om raad. Elohim zei tegen hem: „Je mag niet achter hen aan optrekken. Wend je van hen af en kom bij hen vanuit de overkant van de balsemstruiken.
וַיִּשְׁאַ֨ל
(vayishal)
en vroeg
ע֤וֹד
(od)
opnieuw
דָּוִיד֙
(david)
David
בֵּֽאלֹהִ֔ים
(bElohim)
aan Elohim
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
לוֹ֙
(lo)
tot hem
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
לֹ֥א
(lo)
niet
תַֽעֲלֶ֖ה
(taale)
je mag optrekken
אַֽחֲרֵיהֶ֑ם
(achareihem)
achter hen
הָסֵב֙
(hasev)
wend je af
מֵֽעֲלֵיהֶ֔ם
(mealeihem)
van hen
וּבָ֥אתָ
(uvata)
en kom
לָהֶ֖ם
(lahem)
bij hen
מִמּ֥וּל
(mimul)
tegenover
הַבְּכָאִֽים
(habekhaim)
de balsemstruiken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּכָאִים (bekhaim), ‘balsemstruiken’: een soort struik of boom.

Wat voor struik of boom het is, is onzeker.

הַסֵּב מֵעֲלֵיהֶם (hasev mealehem), ‘wend je van hen af’: 2 Sam. 5:23 zegt: ‘Ga om hen heen’.

Elohim spreekt hier; 2 Sam. 5:23 noemt Yahweh. Wij zetten de woorden rood, omdat Elohim zelf spreekt.

15Wanneer je het geluid van voetstappen in de toppen van de balsemstruiken hoort, trek dan ten strijde. Want Elohim is voor je uit gegaan om het kamp van de Filistijnen te slaan.”
וִ֠יהִי
(vihi)
en het zal zijn
כְּֽשָׁמְעֲךָ֞
(keshameakha)
als je hoort
אֶת
(et)
(obj.)
ק֤וֹל
(qol)
het geluid van
הַצְּעָדָה֙
(hatseada)
de voetstappen
בְּרָאשֵׁ֣י
(berashei)
in de toppen van
הַבְּכָאִ֔ים
(habekhaim)
de balsemstruiken
אָ֖ז
(az)
dan
תֵּצֵ֣א
(tetse)
zul je uittrekken
בַמִּלְחָמָ֑ה
(bamilchama)
in de strijd
כִּֽי
(ki)
want
יָצָ֤א
(yatsa)
is uitgegaan
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
de Elohim
לְפָנֶ֔יךָ
(lefaneikha)
voor je aangezicht
לְהַכּ֖וֹת
(lehakot)
om te slaan
אֶת
(et)
(obj.)
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
פְלִשְׁתִּֽים
(pelishtim)
Filistijnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

הַצְּעָדָה (hatseadah), ‘het geluid van voetstappen’: een ritme van stappen in de toppen van de struiken.

16David deed zoals Elohim hem had geboden. Zij versloegen het kamp van de Filistijnen, van Gibeon tot Gezer.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en deed
דָּוִ֔יד
(david)
David
כַּֽאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֖הוּ
(tsivahu)
Hij had geboden hem
הָֽאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
de Elohim
וַיַּכּוּ֙
(vayaku)
en zij versloegen
אֶת
(et)
(obj.)
מַחֲנֵ֣ה
(machane)
het kamp van
פְלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
Filistijnen
מִגִּבְע֖וֹן
(migivon)
vanaf Gibeon
וְעַד
(vead)
en tot
גָּֽזְרָה
(gazera)
Gezer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gibeon (גִּבְעוֹן) ligt ongeveer 10 kilometer ten noordwesten van Jeruzalem (nu El-Jib, Westelijke Jordaanoever).

Gezer (גֶּזֶר) ligt ongeveer 30 kilometer ten westen van Jeruzalem (nu Tell Gezer, Israël).

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Lezing

2 Sam. 5:25 heeft Geba (גֶּבַע) in plaats van Gibeon.

Wij vertalen beide teksten zoals zij staan.

17De naam van David ging uit over alle landen. Yahweh liet de angst voor hem komen over alle volken.
וַיֵּצֵ֥א
(vayetse)
en ging uit
שֵׁם
(shem)
de naam van
דָּוִ֖יד
(david)
David
בְּכָל
(bekhal)
in alle
הָֽאֲרָצ֑וֹת
(haaratsot)
landen
וַֽיהוָ֛ה
(vaYahweh)
en Yahweh
נָתַ֥ן
(natan)
gaf
אֶת
(et)
(obj.)
פַּחְדּ֖וֹ
(pachdo)
zijn schrik
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִֽם
(hagoyim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּחְדּוֹ (pachdo), ‘de angst voor hem’: de angst die de volken voor David hebben.

Yahweh laat die angst komen.