Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Churam bouwt een huis voor David
1Churam, de koning van Tyrus, stuurde boden naar David, met cederhout, steenbewerkers voor muren en houtbewerkers. Zij moesten een huis voor hem bouwen.
וַ֠יִּשְׁלַח
(vayishlach)
en stuurde
חוּרָ֨ם
(churam)
Churam
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
צֹ֥ר
(tsor)
Tyrus
מַלְאָכִים֮
(malakhim)
boden
אֶל
(el)
naar
דָּוִיד֒
(david)
David
וַעֲצֵ֣י
(vaatsei)
en hout van
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
cederen
וְחָרָשֵׁ֣י
(vecharashei)
en bewerkers van
קִ֔יר
(qir)
muur
וְחָרָשֵׁ֖י
(vecharashei)
en bewerkers van
עֵצִ֑ים
(etsim)
hout
לִבְנ֥וֹת
(livnot)
om te bouwen
ל֖וֹ
(lo)
voor hem
בָּֽיִת
(bayit)
een huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Tyrus (צֹר, tsor) was een havenstad in Fenicië, aan de kust van de Middellandse Zee (nu Tyrus of Sur, Libanon).
Zie ook 1 Kon. 5:15–26.
Uitleg
חוּרָם (churam), ‘Churam’: de koning heet hier Churam.
In 2 Sam. 5:11 heet hij Hiram.
Wij houden de vorm van elk boek aan.
Het geschreven woord (ketiv) is חירם (Hiram).
De voorgelezen vorm (qere) is חוּרָם (Churam).
Wij volgen de qere.
חָרָשֵׁי קִיר (charashe qir), ‘steenbewerkers voor muren’: letterlijk ‘bewerkers van de muur’. חָרָשֵׁי עֵצִים (charashe etsim), ‘houtbewerkers’.
8De Filistijnen hoorden dat David was gezalfd tot koning over heel Israël. Alle Filistijnen trokken omhoog om David te zoeken. David hoorde het en ging naar buiten, hen tegemoet.
וַיִּשְׁמְע֣וּ
(vayishmeu)
en hoorden
פְלִשְׁתִּ֗ים
(pelishtim)
Filistijnen
כִּי
(ki)
dat
נִמְשַׁ֨ח
(nimshach)
was gezalfd
דָּוִ֤יד
(david)
David
לְמֶ֨לֶךְ֙
(lemelekh)
tot koning
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וַיַּעֲל֥וּ
(vayaalu)
en trokken omhoog
כָל
(kal)
alle
פְּלִשְׁתִּ֖ים
(pelishtim)
Filistijnen
לְבַקֵּ֣שׁ
(levaqesh)
om te zoeken
אֶת
(et)
(obj.)
דָּוִ֑יד
(david)
David
וַיִּשְׁמַ֣ע
(vayishma)
en hoorde
דָּוִ֔יד
(david)
David
וַיֵּצֵ֖א
(vayetse)
en ging uit
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
hen tegemoet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Uitleg
Dit hoofdstuk loopt parallel met 2 Sam. 5:11–25.
Lezing
2 Sam. 5:17 zegt dat David ‘naar de burcht ging’.
Kronieken zegt dat hij ‘naar buiten ging, hen tegemoet’ (לִפְנֵיהֶם, lifnehem).
10David vroeg Elohim om raad: „Moet ik optrekken tegen de Filistijnen? Geeft U hen in mijn hand?” Yahweh zei tegen hem: „Trek op. Ik zal hen in je hand geven.”
וַיִּשְׁאַ֨ל
(vayishal)
en vroeg
דָּוִ֤יד
(david)
David
בֵּאלֹהִים֙
(bElohim)
aan Elohim
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
הַאֶֽעֱלֶה֙
(haeele)
moet ik optrekken
עַל
(al)
tegen
פְּלִשְׁתִּ֔ים
(pelishtim)
Filistijnen
וּנְתַתָּ֖ם
(unetatam)
en zult U geven hen
בְּיָדִ֑י
(beyadi)
in mijn hand
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
ל֤וֹ
(lo)
tot hem
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
עֲלֵ֔ה
(ale)
trek op
וּנְתַתִּ֖ים
(unetatim)
en Ik zal geven hen
בְּיָדֶֽךָ
(beyadekha)
in je hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Uitleg
In deze vraag noemt David Elohim; het antwoord komt van Yahweh. 2 Sam. 5:19 noemt Yahweh in beide.
11Zij trokken op naar Baäl-Perazim. Daar versloeg David hen. David zei: „Elohim heeft mijn vijanden door mijn hand heen doorbroken, zoals water doorbreekt.” Daarom noemde men die plaats Baäl-Perazim.
וַיַּעֲל֥וּ
(vayaalu)
en zij trokken omhoog
בְּבַֽעַל
(bevaal)
naar Baäl
פְּרָצִים֮
(peratsim)
Perazim
וַיַּכֵּ֣ם
(vayakem)
en versloeg hen
שָׁ֣ם
(sham)
daar
דָּוִיד֒
(david)
David
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
דָּוִ֔יד
(david)
David
פָּרַ֨ץ
(parats)
heeft doorbroken
הָֽאֱלֹהִ֧ים
(haElohim)
de Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
אוֹיְבַ֛י
(oyevay)
mijn vijanden
בְּיָדִ֖י
(beyadi)
door mijn hand
כְּפֶ֣רֶץ
(keferets)
zoals doorbreken van
מָ֑יִם
(mayim)
water
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
zo
קָֽרְא֛וּ
(qareu)
noemde men
שֵֽׁם
(shem)
de naam van
הַמָּק֥וֹם
(hamaqom)
die plaats
הַה֖וּא
(hahu)
die
בַּ֥עַל
(baal)
Baäl
פְּרָצִֽים
(peratsim)
Perazim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Baäl-Perazim (בַּעַל פְּרָצִים) betekent ‘heer van de doorbraken’.
De ligging is onzeker; de plek ligt bij het dal van de Refaïeten (2 Sam. 5:20).
Uitleg
פָּרַץ הָאֱלֹהִים (parats haElohim), ‘Elohim heeft doorbroken’: in 2 Sam. 5:20 staat ‘Yahweh heeft doorbroken’.
14David vroeg opnieuw Elohim om raad. Elohim zei tegen hem: „Je mag niet achter hen aan optrekken. Wend je van hen af en kom bij hen vanuit de overkant van de balsemstruiken.
וַיִּשְׁאַ֨ל
(vayishal)
en vroeg
ע֤וֹד
(od)
opnieuw
דָּוִיד֙
(david)
David
בֵּֽאלֹהִ֔ים
(bElohim)
aan Elohim
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
לוֹ֙
(lo)
tot hem
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
לֹ֥א
(lo)
niet
תַֽעֲלֶ֖ה
(taale)
je mag optrekken
אַֽחֲרֵיהֶ֑ם
(achareihem)
achter hen
הָסֵב֙
(hasev)
wend je af
מֵֽעֲלֵיהֶ֔ם
(mealeihem)
van hen
וּבָ֥אתָ
(uvata)
en kom
לָהֶ֖ם
(lahem)
bij hen
מִמּ֥וּל
(mimul)
tegenover
הַבְּכָאִֽים
(habekhaim)
de balsemstruiken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּכָאִים (bekhaim), ‘balsemstruiken’: een soort struik of boom.
Wat voor struik of boom het is, is onzeker.
הַסֵּב מֵעֲלֵיהֶם (hasev mealehem), ‘wend je van hen af’: 2 Sam. 5:23 zegt: ‘Ga om hen heen’.
Elohim spreekt hier; 2 Sam. 5:23 noemt Yahweh. Wij zetten de woorden rood, omdat Elohim zelf spreekt.
15Wanneer je het geluid van voetstappen in de toppen van de balsemstruiken hoort, trek dan ten strijde. Want Elohim is voor je uit gegaan om het kamp van de Filistijnen te slaan.”
וִ֠יהִי
(vihi)
en het zal zijn
כְּֽשָׁמְעֲךָ֞
(keshameakha)
als je hoort
אֶת
(et)
(obj.)
ק֤וֹל
(qol)
het geluid van
הַצְּעָדָה֙
(hatseada)
de voetstappen
בְּרָאשֵׁ֣י
(berashei)
in de toppen van
הַבְּכָאִ֔ים
(habekhaim)
de balsemstruiken
אָ֖ז
(az)
dan
תֵּצֵ֣א
(tetse)
zul je uittrekken
בַמִּלְחָמָ֑ה
(bamilchama)
in de strijd
כִּֽי
(ki)
want
יָצָ֤א
(yatsa)
is uitgegaan
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
de Elohim
לְפָנֶ֔יךָ
(lefaneikha)
voor je aangezicht
לְהַכּ֖וֹת
(lehakot)
om te slaan
אֶת
(et)
(obj.)
מַחֲנֵ֥ה
(machane)
het kamp van
פְלִשְׁתִּֽים
(pelishtim)
Filistijnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Uitleg
הַצְּעָדָה (hatseadah), ‘het geluid van voetstappen’: een ritme van stappen in de toppen van de struiken.