Elohim Bijbel

Amos 7

123456789

Sprinkhanen, vuur, lood en Amasja

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Eerste visioen: de sprinkhanen

1Dit liet Heer Yahweh mij zien: Zie, Hij vormde sprinkhanen toen het late gewas begon op te komen. Zie, het was het late gewas na het maaien voor de koning.
כֹּ֤ה
(ko)
zo
הִרְאַ֨נִי֙
(hirani)
liet mij zien
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
יוֹצֵ֣ר
(yotser)
vormend
גֹּבַ֔י
(govay)
sprinkhanen
בִּתְחִלַּ֖ת
(bitchilat)
bij het begin van
עֲל֣וֹת
(alot)
het opkomen van
הַלָּ֑קֶשׁ
(halaqesh)
het late gewas
וְהִ֨נֵּה
(vehine)
en zie
לֶ֔קֶשׁ
(leqesh)
het late gewas
אַחַ֖ר
(achar)
na
גִּזֵּ֥י
(gizei)
het maaien van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘Heer Yahweh’. zie Amos 1:8.

גֹּבַי (gobai), ‘sprinkhanen’: een woord voor een zwerm sprinkhanen.

לֶקֶשׁ (leqesh), ‘het late gewas’: het gras en het gewas dat laat in het seizoen opkomt.

גִּזֵּי הַמֶּלֶךְ (gizzei hammelek), letterlijk ‘de maaisels van de koning’. Het gaat waarschijnlijk om de eerste snede, die voor de koning was. Daarna kwam het late gewas, het laatste voer van het jaar.

2Toen zij het gras van het land helemaal hadden opgegeten, zei ik: „Heer Yahweh, vergeef toch! Hoe kan Jakob overeind komen? Hij is toch klein.”
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het gebeurde
אִם
(im)
toen
כִּלָּה֙
(kila)
zij klaar waren
לֶֽאֱכוֹל֙
(leekhol)
met eten
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֣שֶׂב
(esev)
het gras van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
וָאֹמַ֗ר
(vaomar)
en ik zei
אֲדֹנָ֤י
(adonay)
Heer
יְהוִה֙
(Yahweh)
Yahweh
סְֽלַֽח
(selach)
vergeef
נָ֔א
(na)
toch
מִ֥י
(mi)
wie
יָק֖וּם
(yaqum)
zal opstaan
יַֽעֲקֹ֑ב
(yaaqov)
Jakob
כִּ֥י
(ki)
want
קָטֹ֖ן
(qaton)
klein
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִי יָקוּם יַעֲקֹב (mi yaqum Yaaqov), letterlijk ‘wie zal opstaan, Jakob?’

Wij vertalen: ‘Hoe kan Jakob overeind komen?’

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Het volk is klein en zwak.

סְלַח (selach), ‘vergeef’: de profeet pleit voor het volk.

3Yahweh liet Zich dit rouwen. „Dit zal niet gebeuren,” zei Yahweh.
נִחַ֥ם
(nicham)
liet Zich rouwen
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
over
זֹ֑את
(zot)
dit
לֹ֥א
(lo)
niet
תִהְיֶ֖ה
(tihye)
zal het zijn
אָמַ֥ר
(amar)
zei
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִחַם (nicham), ‘Zich laten rouwen’: Yahweh laat Zich door het gebed bewegen en verandert Zijn besluit.

Zo ook in Exod. 32:14.

Tweede visioen: het vuur

4Dit liet Heer Yahweh mij zien: Zie, Heer Yahweh riep op tot een rechtszaak met vuur. Het verslond de grote diepte en het verslond het deel.
כֹּ֤ה
(ko)
zo
הִרְאַ֨נִי֙
(hirani)
liet mij zien
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
קֹרֵ֛א
(qore)
roepend
לָרִ֥ב
(lariv)
tot een rechtszaak
בָּאֵ֖שׁ
(baesh)
met vuur
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וַתֹּ֨אכַל֙
(vatokhal)
en het verslond
אֶת
(et)
(obj.)
תְּה֣וֹם
(tehom)
de diepte
רַבָּ֔ה
(raba)
grote
וְאָכְלָ֖ה
(veakhela)
en het verslond
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֵֽלֶק
(hacheleq)
het deel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לָרִיב (larib), ‘voor een rechtszaak’: רִיב (riv) is een rechtsstrijd.

Hier voert Yahweh die strijd met vuur.

תְּהוֹם רַבָּה (tehom rabbah), ‘de grote diepte’: het diepe water onder de aarde.

הַחֵלֶק (hacheleq), ‘het deel’: het toegewezen deel, waarschijnlijk het land van het volk.

5Ik zei: „Heer Yahweh, houd toch op! Hoe kan Jakob overeind komen? Hij is toch klein.”
וָאֹמַ֗ר
(vaomar)
en ik zei
אֲדֹנָ֤י
(adonay)
Heer
יְהוִה֙
(Yahweh)
Yahweh
חֲדַל
(chadal)
houd op
נָ֔א
(na)
toch
מִ֥י
(mi)
wie
יָק֖וּם
(yaqum)
zal opstaan
יַעֲקֹ֑ב
(yaaqov)
Jakob
כִּ֥י
(ki)
want
קָטֹ֖ן
(qaton)
klein
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Yahweh liet Zich dit rouwen. „Ook dit zal niet gebeuren,” zei Heer Yahweh.
נִחַ֥ם
(nicham)
liet Zich rouwen
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
over
זֹ֑את
(zot)
dit
גַּם
(gam)
ook
הִיא֙
(hi)
het
לֹ֣א
(lo)
niet
תִֽהְיֶ֔ה
(tihye)
zal het zijn
אָמַ֖ר
(amar)
zei
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
Heer
יְהוִֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Derde visioen: het lood

7Dit liet Hij mij zien: Zie, de Heer stond op een muur van lood. In Zijn hand was lood.
כֹּ֣ה
(ko)
zo
הִרְאַ֔נִי
(hirani)
liet Hij mij zien
וְהִנֵּ֧ה
(vehine)
en zie
אֲדֹנָ֛י
(adonay)
de Heer
נִצָּ֖ב
(nitsav)
staande
עַל
(al)
op
חוֹמַ֣ת
(chomat)
een muur van
אֲנָ֑ךְ
(anakh)
lood
וּבְיָד֖וֹ
(uveyado)
en in Zijn hand
אֲנָֽךְ
(anakh)
lood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai) staat hier zonder Yahweh: wij vertalen ‘de Heer’.

אֲנָךְ (anakh), ‘lood’: de betekenis is onzeker. Het kan het metaal ‘lood’ zijn, of een ‘schietlood’: een gewicht aan een koord waarmee bouwers meten of een muur recht is. Wij laten het woord ‘lood’ staan, ook in vers 8.

8Yahweh zei tegen mij: „Wat zie jij, Amos?” Ik zei: „Lood.” Toen zei de Heer: „Zie, Ik zet lood midden in Mijn volk Israël. Ik zal niet langer aan hen voorbijgaan.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֗י
(elay)
tegen mij
מָֽה
(ma)
wat
אַתָּ֤ה
(ata)
jij
רֹאֶה֙
(roe)
ziet
עָמ֔וֹס
(amos)
Amos
וָאֹמַ֖ר
(vaomar)
en ik zei
אֲנָ֑ךְ
(anakh)
lood
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
אֲדֹנָ֗י
(adonay)
de Heer
הִנְנִ֨י
(hinni)
zie Mij
שָׂ֤ם
(sam)
zettend
אֲנָךְ֙
(anakh)
lood
בְּקֶ֨רֶב֙
(beqerev)
in het midden van
עַמִּ֣י
(ami)
Mijn volk
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
לֹֽא
(lo)
niet
אוֹסִ֥יף
(osif)
Ik zal voortgaan
ע֖וֹד
(od)
nog
עֲב֥וֹר
(avor)
voorbijgaan
לֽוֹ
(lo)
aan hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָבוֹר לוֹ (avor lo), letterlijk ‘aan hem voorbijgaan’: Yahweh slaat het volk niet meer over.

Hij spaart het niet meer.

Hetzelfde staat in Amos 8:2.

9De hoogten van Isaak zullen woest worden. De heiligdommen van Israël zullen verwoest worden. Ik zal met het zwaard opstaan tegen het huis van Jerobeam.”
וְנָשַׁ֨מּוּ֙
(venashamu)
en zullen woest worden
בָּמ֣וֹת
(bamot)
hoogten van
יִשְׂחָ֔ק
(yischaq)
Isaak
וּמִקְדְּשֵׁ֥י
(umiqdeshei)
en heiligdommen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
יֶחֱרָ֑בוּ
(yecheravu)
zullen verwoest worden
וְקַמְתִּ֛י
(veqamti)
en Ik zal opstaan
עַל
(al)
tegen
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יָרָבְעָ֖ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּחָֽרֶב
(becharev)
met het zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּמוֹת (bamot), ‘hoogten’: offerplaatsen op heuvels en verhogingen.

יִשְׂחָק (Yischaq), ‘Isaak’: hier en in vers 16 een andere naam voor het volk Israël.

Amasja en Amos

10Amasja, de priester van Betel, zond bericht aan Jerobeam, de koning van Israël: „Amos heeft een samenzwering tegen je gesmeed, midden in het huis van Israël. Het land kan al zijn woorden niet bevatten.
וַיִּשְׁלַ֗ח
(vayishlach)
en zond
אֲמַצְיָה֙
(amatsya)
Amasja
כֹּהֵ֣ן
(kohen)
priester van
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֔ל
(el)
El
אֶל
(el)
naar
יָרָבְעָ֥ם
(yaraveam)
Jerobeam
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggend
קָשַׁ֨ר
(qashar)
heeft samengezworen
עָלֶ֜יךָ
(aleikha)
tegen jou
עָמ֗וֹס
(amos)
Amos
בְּקֶ֨רֶב֙
(beqerev)
in het midden van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
לֹא
(lo)
niet
תוּכַ֣ל
(tukhal)
kan
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
לְהָכִ֖יל
(lehakhil)
bevatten
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
דְּבָרָֽיו
(devarav)
zijn woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

קָשַׁר (qashar), ‘een samenzwering smeden’: Amasja beschuldigt Amos van verraad tegen de koning.

לְהָכִיל (lehakhil), ‘bevatten’: het kan ook ‘verdragen’ betekenen.

Betel was een koninklijk heiligdom van het Noordrijk (1 Kon. 12:29).

11Want zo heeft Amos gezegd: ‘Door het zwaard zal Jerobeam sterven. En Israël zal zeker in ballingschap gaan, weg van zijn grond.’”
כִּי
(ki)
want
כֹה֙
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zei
עָמ֔וֹס
(amos)
Amos
בַּחֶ֖רֶב
(bacherev)
door het zwaard
יָמ֣וּת
(yamut)
zal sterven
יָרָבְעָ֑ם
(yaraveam)
Jerobeam
וְיִ֨שְׂרָאֵ֔ל
(veyisrael)
en Israël
גָּלֹ֥ה
(galo)
in ballingschap gaan
יִגְלֶ֖ה
(yigle)
zal gaan
מֵעַ֥ל
(meal)
weg van
אַדְמָתֽוֹ
(admato)
zijn grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גָּלֹה יִגְלֶה (galoh yigleh), ‘zal zeker in ballingschap gaan’: de dubbele vorm benadrukt dat het zeker gebeurt.

Amasja haalt Amos niet precies aan. In vers 9 spreekt Yahweh over het zwaard tegen het huis van Jerobeam, niet over het sterven van de koning zelf.

12Amasja zei tegen Amos: „Ziener, ga, vlucht maar naar het land Juda. Eet daar brood en profeteer daar.
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
אֲמַצְיָה֙
(amatsya)
Amasja
אֶל
(el)
tegen
עָמ֔וֹס
(amos)
Amos
חֹזֶ֕ה
(choze)
ziener
לֵ֥ךְ
(lekh)
ga
בְּרַח
(berach)
vlucht
לְךָ֖
(lekha)
voor jezelf
אֶל
(el)
naar
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
וֶאֱכָל
(veekhal)
en eet
שָׁ֣ם
(sham)
daar
לֶ֔חֶם
(lechem)
brood
וְשָׁ֖ם
(vesham)
en daar
תִּנָּבֵֽא
(tinave)
profeteer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke koninkrijk, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Uitleg

חֹזֶה (choze), ‘ziener’: een oud woord voor profeet (1 Sam. 9:9).

Amasja gebruikt het misschien spottend.

לֶךְ־בְּרַח לְךָ (lekh berach lekha), letterlijk ‘ga, vlucht voor jezelf’. Wij vertalen ‘ga, vlucht maar’.

13Maar in Betel moet je niet meer profeteren, want het is het heiligdom van de koning en het huis van het koninkrijk.”
וּבֵֽית
(uveit)
en in Bet
אֵ֔ל
(el)
El
לֹֽא
(lo)
niet
תוֹסִ֥יף
(tosif)
zul je voortgaan
ע֖וֹד
(od)
nog
לְהִנָּבֵ֑א
(lehinave)
te profeteren
כִּ֤י
(ki)
want
מִקְדַּשׁ
(miqdash)
heiligdom van
מֶ֨לֶךְ֙
(melekh)
de koning
ה֔וּא
(hu)
het
וּבֵ֥ית
(uveit)
en huis van
מַמְלָכָ֖ה
(mamlakha)
het koninkrijk
הֽוּא
(hu)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

מִקְדַּשׁ מֶלֶךְ (miqdash melekh), ‘heiligdom van de koning’ en בֵּית מַמְלָכָה (beit mamlakhah), ‘huis van het koninkrijk’: Betel is het heiligdom van het rijk.

De koning beslist daar wat gezegd mag worden.

14Amos antwoordde en zei tegen Amasja: „Ik ben geen profeet en ik ben geen zoon van een profeet. Ik ben een veehouder, en ik verzorg wilde vijgenbomen.
וַיַּ֤עַן
(vayaan)
en antwoordde
עָמוֹס֙
(amos)
Amos
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
אֶל
(el)
tegen
אֲמַצְיָ֔ה
(amatsya)
Amasja
לֹא
(lo)
niet
נָבִ֣יא
(navi)
profeet
אָנֹ֔כִי
(anokhi)
ik
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
בֶן
(ben)
zoon van
נָבִ֖יא
(navi)
profeet
אָנֹ֑כִי
(anokhi)
ik
כִּֽי
(ki)
want
בוֹקֵ֥ר
(boqer)
veehouder
אָנֹ֖כִי
(anokhi)
ik
וּבוֹלֵ֥ס
(uvoles)
en verzorger van
שִׁקְמִֽים
(shiqmim)
wilde vijgenbomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹא נָבִיא אָנֹכִי (lo navi anokhi), ‘ik ben geen profeet’: er staat geen werkwoord.

Het kan ‘ik ben’ of ‘ik was’ betekenen.

Wij vertalen ‘ik ben’.

בֶן־נָבִיא (ben navi), ‘zoon van een profeet’: iemand uit een groep of school van profeten (vergelijk 2 Kon. 2:3).

בוֹקֵר (boqer), ‘veehouder’: iemand die runderen en ander vee houdt.

בּוֹלֵס שִׁקְמִים (boles shiqmim), ‘verzorger van wilde vijgenbomen’: de betekenis van בּוֹלֵס is onzeker. Waarschijnlijk kerfde hij de vruchten in, zodat ze rijp werden.

15Maar Yahweh nam mij van achter de kudde weg. Yahweh zei tegen mij: ‘Ga, profeteer tot Mijn volk Israël.’
וַיִּקָּחֵ֣נִי
(vayiqacheni)
en nam mij
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
מֵאַחֲרֵ֖י
(meacharei)
van achter
הַצֹּ֑אן
(hatson)
de kudde
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלַי֙
(elay)
tegen mij
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לֵ֥ךְ
(lekh)
ga
הִנָּבֵ֖א
(hinave)
profeteer
אֶל
(el)
tot
עַמִּ֥י
(ami)
Mijn volk
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵאַחֲרֵי הַצֹּאן (me’acharei hatson), ‘van achter de kudde’: de kudde van schapen en geiten.

16Nu dan, hoor het woord van Yahweh! Jij zegt: ‘Profeteer niet tegen Israël en laat geen woorden druppelen tegen het huis van Isaak.’
וְעַתָּ֖ה
(veata)
en nu
שְׁמַ֣ע
(shema)
hoor
דְּבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
אֹמֵ֗ר
(omer)
zegt
לֹ֤א
(lo)
niet
תִנָּבֵא֙
(tinave)
zul je profeteren
עַל
(al)
tegen
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תַטִּ֖יף
(tatif)
zul je laten druppelen
עַל
(al)
tegen
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יִשְׂחָֽק
(yischaq)
Isaak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַטִּיף (tattif), ‘druppelen’: een beeld voor profeteren.

Het woord ‘woorden’ voegen wij toe.

Vergelijk Micha 2:6.

17Daarom, zo zegt Yahweh: ‘Je vrouw zal in de stad hoereren. Je zonen en je dochters zullen door het zwaard vallen. Je grond zal met het meetsnoer verdeeld worden. Jij zult sterven op onreine grond. En Israël zal zeker in ballingschap gaan, weg van zijn grond.’”
לָכֵ֞ן
(lakhen)
daarom
כֹּה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אִשְׁתְּךָ֞
(ishtekha)
je vrouw
בָּעִ֤יר
(bair)
in de stad
תִּזְנֶה֙
(tizne)
zal hoereren
וּבָנֶ֤יךָ
(uvaneikha)
en je zonen
וּבְנֹתֶ֨יךָ֙
(uvenoteikha)
en je dochters
בַּחֶ֣רֶב
(bacherev)
door het zwaard
יִפֹּ֔לוּ
(yipolu)
zullen vallen
וְאַדְמָתְךָ֖
(veadmatekha)
en je grond
בַּחֶ֣בֶל
(bachevel)
met het meetsnoer
תְּחֻלָּ֑ק
(techulaq)
zal verdeeld worden
וְאַתָּ֗ה
(veata)
en jij
עַל
(al)
op
אֲדָמָ֤ה
(adama)
grond
טְמֵאָה֙
(temea)
onreine
תָּמ֔וּת
(tamut)
zul je sterven
וְיִ֨שְׂרָאֵ֔ל
(veyisrael)
en Israël
גָּלֹ֥ה
(galo)
in ballingschap gaan
יִגְלֶ֖ה
(yigle)
zal gaan
מֵעַ֥ל
(meal)
weg van
אַדְמָתֽוֹ
(admato)
zijn grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּזְנֶה (tizneh), ‘zij zal hoereren’: wij laten het woord letterlijk staan.

In de veroverde stad zal Amasja’s vrouw het leven van een hoer moeten leiden.

חֶבֶל (chevel), ‘meetsnoer’: met een touw werd land opgemeten en verdeeld.

אֲדָמָה טְמֵאָה (adamah temeah), ‘onreine grond’: land buiten het land van Yahweh.