Elohim Bijbel

2 Koningen 14

12345678910111213141516171819202122232425

Amazia van Juda; Joas en Jerobeam van Israël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Amazia, koning van Juda

1In het tweede jaar van Joas, de zoon van Joachaz, de koning van Israël, werd Amazia koning. Hij was de zoon van Joas, de koning van Juda.
בִּשְׁנַ֣ת
(bishnat)
in het jaar van
שְׁתַּ֔יִם
(shetayim)
twee
לְיוֹאָ֥שׁ
(leyoash)
van Joas
בֶּן
(ben)
zoon van
יוֹאָחָ֖ז
(yoachaz)
Joachaz
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
מָלַ֛ךְ
(malakh)
werd koning
אֲמַצְיָ֥הוּ
(amatsyahu)
Amazia
בֶן
(ben)
zoon van
יוֹאָ֖שׁ
(yoash)
Joas
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Joas heet in het Hebreeuws bij de koning van Israël יְהוֹאָשׁ (Yehoash) en bij de koning van Juda יוֹאָשׁ (Yoash).

Het is dezelfde naam.

Wij schrijven beide ‘Joas’.

אֲמַצְיָהוּ (Amatsyahu), ‘Amazia’: de naam betekent ‘Yahweh is sterk’.

De jaren van een koning worden geteld naar de regering van de koning van het andere rijk (zoals 1 Kon. 15:1). Een parallel verhaal van Amazia staat in 2 Kron. 25.

2Hij was 25 jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde 29 jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Joaddan, uit Jeruzalem.
בֶּן
(ben)
zoon van
עֶשְׂרִ֨ים
(esrim)
twintig
וְחָמֵ֤שׁ
(vechamesh)
en vijf
שָׁנָה֙
(shana)
jaar
הָיָ֣ה
(haya)
was hij
בְמָלְכ֔וֹ
(bemalekho)
bij zijn koning worden
וְעֶשְׂרִ֤ים
(veesrim)
en twintig
וָתֵ֨שַׁע֙
(vatesha)
en negen
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
מָלַ֖ךְ
(malakh)
regeerde hij
בִּירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וְשֵׁ֣ם
(veshem)
en de naam van
אִמּ֔וֹ
(imo)
zijn moeder
יְהֽוֹעַדָּ֖ן
(yehoadan)
Joaddan
מִן
(min)
uit
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

יְהוֹעַדָּן (Yehoaddan), ‘Joaddan’: de naam van de moeder.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft יהועדין (Joaddin).

De voorgelezen tekst (qere) heeft ‘Joaddan’.

Wij volgen de qere.

3Hij deed wat juist was in de ogen van Yahweh. Alleen deed hij het niet zoals David, zijn vader. Hij deed alles zoals Joas, zijn vader, had gedaan.
וַיַּ֤עַשׂ
(vayaas)
en deed
הַיָּשָׁר֙
(hayashar)
het juiste
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
רַ֕ק
(raq)
alleen
לֹ֖א
(lo)
niet
כְּדָוִ֣ד
(kedavid)
zoals David
אָבִ֑יו
(aviv)
zijn vader
כְּכֹ֧ל
(kekhol)
naar alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
עָשָׂ֛ה
(asa)
had gedaan
יוֹאָ֥שׁ
(yoash)
Joas
אָבִ֖יו
(aviv)
zijn vader
עָשָֽׂה
(asa)
deed hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Zijn vader David’ is Davids voorvader, zoals in 1 Kon. 15:11.

Joas, de vader van Amazia, is de koning uit 2 Kon. 12.

4Alleen verdwenen de hoogten niet. Het volk bleef nog offers brengen en reukoffers laten opgaan op de hoogten.
רַ֥ק
(raq)
alleen
הַבָּמ֖וֹת
(habamot)
de hoogten
לֹא
(lo)
niet
סָ֑רוּ
(saru)
weken
ע֥וֹד
(od)
nog
הָעָ֛ם
(haam)
het volk
מְזַבְּחִ֥ים
(mezabechim)
offerend
וּֽמְקַטְּרִ֖ים
(umeqaterim)
en reukoffers brengend
בַּבָּמֽוֹת
(babamot)
op de hoogten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּמוֹת (bamot), ‘hoogten’: offerplaatsen op heuvels.

Zie Deut. 12:2–14 en 1 Kon. 3:2–3.

מְקַטְּרִים (meqatterim), ‘reukoffers laten opgaan’: offers laten opgaan in rook, met wierook of vet.

Amazia en de moordenaars van zijn vader

5Zodra het koningschap stevig in zijn hand was, sloeg hij zijn dienaren neer die de koning, zijn vader, hadden neergeslagen.
וַיְהִ֕י
(vayhi)
en het was
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zodra
חָזְקָ֥ה
(chazeqa)
sterk was
הַמַּמְלָכָ֖ה
(hamamlakha)
het koningschap
בְּיָד֑וֹ
(beyado)
in zijn hand
וַיַּךְ֙
(vayakh)
en sloeg hij
אֶת
(et)
(obj.)
עֲבָדָ֔יו
(avadav)
zijn dienaren
הַמַּכִּ֖ים
(hamakim)
de neerslaanders
אֶת
(et)
(obj.)
הַמֶּ֥לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אָבִֽיו
(aviv)
zijn vader
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit gaat over de moord op Amazia’s vader Joas (2 Kon. 12:21–22).

De moordenaars waren zijn eigen dienaren.

6Maar de zonen van de moordenaars doodde hij niet, zoals geschreven staat in het boek van de wet van Mozes. Daar heeft Yahweh geboden: ‘Vaders mogen niet gedood worden voor hun zonen en zonen mogen niet gedood worden voor hun vaders. Ieder moet gedood worden voor zijn eigen zonde.’
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
הַמַּכִּ֖ים
(hamakim)
de moordenaars
לֹ֣א
(lo)
niet
הֵמִ֑ית
(hemit)
doodde hij
כַּכָּת֣וּב
(kakatuv)
zoals het geschreven staat
בְּסֵ֣פֶר
(besefer)
in het boek van
תּֽוֹרַת
(torat)
de wet van
מֹ֠שֶׁה
(moshe)
Mozes
אֲשֶׁר
(asher)
waar
צִוָּ֨ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
לֹא
(lo)
niet
יוּמְת֨וּ
(yumetu)
zullen gedood worden
אָב֤וֹת
(avot)
vaders
עַל
(al)
voor
בָּנִים֙
(banim)
zonen
וּבָנִים֙
(uvanim)
en zonen
לֹא
(lo)
niet
יוּמְת֣וּ
(yumetu)
zullen gedood worden
עַל
(al)
voor
אָב֔וֹת
(avot)
vaders
כִּ֛י
(ki)
maar
אִם
(im)
als
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
בְּחֶטְא֖וֹ
(becheto)
voor zijn zonde
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרַת מֹשֶׁה (torat Mosheh), ‘wet van Mozes’: het geschreven boek met de wet.

Het aangehaalde gebod staat in Deut. 24:16.

De woorden van Yahweh staan hier zwart, tussen enkele aanhalingstekens: de verteller haalt een geschreven gebod aan.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft ימות, dat gelezen kan worden als ‘hij zal sterven’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft יוּמָת, ‘hij zal gedood worden’.

Wij volgen de qere.

Amazia slaat Edom

7Hij sloeg 10.000 man van Edom in het Zoutdal. In de oorlog nam hij Sela in. Hij noemde de stad Jokteël, tot op deze dag.
הוּא
(hu)
hij
הִכָּ֨ה
(hika)
sloeg
אֶת
(et)
(obj.)
אֱד֤וֹם
(edom)
Edom
בְּגֵיא
(begei)
in het dal van
מֶ֨לַח֙
(melach)
zout
עֲשֶׂ֣רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
וְתָפַ֥שׂ
(vetafas)
en nam in
אֶת
(et)
(obj.)
הַסֶּ֖לַע
(hasela)
de rots
בַּמִּלְחָמָ֑ה
(bamilchama)
in de oorlog
וַיִּקְרָ֤א
(vayiqra)
en noemde
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁמָהּ֙
(shemah)
haar naam
יָקְתְאֵ֔ל
(yaqeteel)
Jokteël
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het Zoutdal (גֵּיא מֶלַח, gei melach) ligt ten zuiden van de Zoutzee, in Jordanië of Israël.

De precieze plek is onzeker.

Sela (de rots) is een plaats in Edom.

De ligging is onzeker; genoemd wordt Umm el-Bayyara bij Petra (Jordanië).

Jokteël is niet terug te vinden.

Uitleg

הַסֶּלַע (hasela), ‘de rots’: dat is de betekenis van het woord ‘sela’.

De stad krijgt een nieuwe naam: יָקְתְאֵל (Yoqte’el), ‘Jokteël’.

Dezelfde naam komt ook voor bij een stad in Juda (Joz. 15:38).

Het Hebreeuws zegt ‘10.000’ zonder te zeggen wat wordt geteld. Wij voegen ‘man’ toe.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft המלח, ‘het zout’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft מֶלַח, ‘zout’.

Het verschil is klein.

Wij volgen de qere.

Amazia daagt Joas uit

8Toen stuurde Amazia boodschappers naar Joas, de zoon van Joachaz, de zoon van Jehu, de koning van Israël, met de woorden: „Kom, laten wij elkaar in het gezicht zien.”
אָ֣ז
(az)
toen
שָׁלַ֤ח
(shalach)
stuurde
אֲמַצְיָה֙
(amatsya)
Amazia
מַלְאָכִ֔ים
(malakhim)
boodschappers
אֶל
(el)
naar
יְהוֹאָ֨שׁ
(yehoash)
Joas
בֶּן
(ben)
zoon van
יְהוֹאָחָ֧ז
(yehoachaz)
Joachaz
בֶּן
(ben)
zoon van
יֵה֛וּא
(yehu)
Jehu
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
לְכָ֖ה
(lekha)
kom
נִתְרָאֶ֥ה
(nitrae)
laten wij elkaar zien
פָנִֽים
(panim)
in het gezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִתְרָאֶה פָנִים (nitra’eh panim), ‘laten wij elkaar in het gezicht zien’: een uitnodiging tot een treffen, hier tot strijd (vers 11).

9Joas, de koning van Israël, stuurde een bericht aan Amazia, de koning van Juda: „De distel op de Libanon stuurde een bericht aan de ceder op de Libanon: ‘Geef je dochter aan mijn zoon als vrouw.’ Maar er kwam een wild dier van het veld voorbij, dat op de Libanon was. Het vertrapte de distel.
וַיִּשְׁלַ֞ח
(vayishlach)
en stuurde
יְהוֹאָ֣שׁ
(yehoash)
Joas
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
naar
אֲמַצְיָ֣הוּ
(amatsyahu)
Amazia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָה֮
(yehuda)
Juda
לֵאמֹר֒
(lemor)
zeggende
הַח֜וֹחַ
(hachoach)
de distel
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בַּלְּבָנ֗וֹן
(balevanon)
op de Libanon
שָׁ֠לַח
(shalach)
stuurde
אֶל
(el)
naar
הָאֶ֜רֶז
(haerez)
de ceder
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
בַּלְּבָנוֹן֙
(balevanon)
op de Libanon
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
תְּנָֽה
(tena)
geef
אֶת
(et)
(obj.)
בִּתְּךָ֥
(bitekha)
je dochter
לִבְנִ֖י
(livni)
aan mijn zoon
לְאִשָּׁ֑ה
(leisha)
als vrouw
וַֽתַּעֲבֹ֞ר
(vataavor)
en ging voorbij
חַיַּ֤ת
(chayat)
een dier van
הַשָּׂדֶה֙
(hasade)
het veld
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
בַּלְּבָנ֔וֹן
(balevanon)
op de Libanon
וַתִּרְמֹ֖ס
(vatirmos)
en vertrapte
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֽוֹחַ
(hachoach)
de distel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Uitleg

חוֹחַ (choach), ‘distel’: een doornig gewas.

Het woord is niet hetzelfde als het woord voor ‘doornstruik’ in Richt. 9:14–15 (אָטָד, atad).

Joas vertelt een gelijkenis, zoals Jotam in Richt. 9:8–15.

De distel is Amazia.

De ceder is Joas.

Joas bedoelt dat Amazia te klein is om zo’n vraag te stellen.

10Je hebt Edom zeker geslagen. Daardoor heeft je hart je verheven. Geniet van je eer en blijf in je huis. Waarom daag je onheil uit? Je zult vallen, jij en Juda met jou.”
הַכֵּ֤ה
(hake)
slaan
הִכִּ֨יתָ֙
(hikita)
je hebt geslagen
אֶת
(et)
(obj.)
אֱד֔וֹם
(edom)
Edom
וּֽנְשָׂאֲךָ֖
(unesaakha)
en heeft je verheven
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
הִכָּבֵד֙
(hikaved)
geniet van je eer
וְשֵׁ֣ב
(veshev)
en blijf
בְּבֵיתֶ֔ךָ
(beveitekha)
in je huis
וְלָ֤מָּה
(velama)
en waarom
תִתְגָּרֶה֙
(titgare)
daag je uit
בְּרָעָ֔ה
(beraa)
onheil
וְנָ֣פַלְתָּ֔ה
(venafalta)
en je zult vallen
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
וִיהוּדָ֥ה
(vihuda)
en Juda
עִמָּֽךְ
(imakh)
met jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

הַכְבֵּד (hikkaved), ‘geniet van je eer’: letterlijk ‘wees zwaar’, dat is ‘wees geëerd’.

Wij nemen aan dat het betekent: neem tevreden je roem.

נְשָׂאֲךָ לִבֶּךָ (nesa’akha libbekha), ‘je hart heeft je verheven’: je bent trots geworden.

De slag bij Bet-Semes

11Maar Amazia luisterde niet. Joas, de koning van Israël, trok op. Hij en Amazia, de koning van Juda, zagen elkaar in het gezicht bij Bet-Semes, dat van Juda is.
וְלֹא
(velo)
en niet
שָׁמַ֣ע
(shama)
luisterde
אֲמַצְיָ֔הוּ
(amatsyahu)
Amazia
וַיַּ֨עַל
(vayaal)
en trok op
יְהוֹאָ֤שׁ
(yehoash)
Joas
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וַיִּתְרָא֣וּ
(vayitrau)
en zagen elkaar
פָנִ֔ים
(panim)
in het gezicht
ה֖וּא
(hu)
hij
וַאֲמַצְיָ֣הוּ
(vaamatsyahu)
en Amazia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in Bet
שֶׁ֖מֶשׁ
(shemesh)
Semes
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לִיהוּדָֽה
(lihuda)
van Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Semes ligt bij Tel Bet-Semes (Tell er-Rumeile), in de Sefela ten westen van Jeruzalem (Israël).

Dat is zeker.

Er zijn meer plaatsen met die naam; daarom staat er ‘dat van Juda is’.

Uitleg

בֵּית שֶׁמֶשׁ (beit shemesh), ‘Bet-Semes’: ‘huis van de zon’.

12Juda werd verslagen door Israël. Iedereen vluchtte naar zijn tenten.
וַיִּנָּ֥גֶף
(vayinagef)
en werd verslagen
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיָּנֻ֖סוּ
(vayanusu)
en vluchtten
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
לְאֹהָלָֽיו
(leohalav)
naar zijn tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft ‘naar zijn tent’ (לאהלו).

De voorgelezen tekst (qere) heeft ‘naar zijn tenten’.

Wij volgen de qere.

‘Naar zijn tenten’ betekent: naar huis.

13Joas, de koning van Israël, nam Amazia gevangen bij Bet-Semes. Amazia was de koning van Juda, de zoon van Joas, de zoon van Achazia. Joas kwam naar Jeruzalem. Hij brak de muur van Jeruzalem door, van de Efraïmpoort tot de Hoekpoort: 400 el.
וְאֵת֩
(veet)
en (obj.)
אֲמַצְיָ֨הוּ
(amatsyahu)
Amazia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֜ה
(yehuda)
Juda
בֶּן
(ben)
zoon van
יְהוֹאָ֣שׁ
(yehoash)
Joas
בֶּן
(ben)
zoon van
אֲחַזְיָ֗הוּ
(achazyahu)
Achazia
תָּפַ֛שׂ
(tafas)
nam gevangen
יְהוֹאָ֥שׁ
(yehoash)
Joas
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in Bet
שָׁ֑מֶשׁ
(shamesh)
Semes
וַיָּבֹא֙
(vayavo)
en kwam
יְר֣וּשָׁלִַ֔ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
וַיִּפְרֹץ֩
(vayifrots)
en brak door
בְּחוֹמַ֨ת
(bechomat)
in de muur van
יְרוּשָׁלִַ֜ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
בְּשַׁ֤עַר
(beshaar)
bij de poort van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
עַד
(ad)
tot
שַׁ֣עַר
(shaar)
de poort van
הַפִּנָּ֔ה
(hapina)
de hoek
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Efraïmpoort lag in de noordmuur van Jeruzalem.

De Hoekpoort lag in de noordwesthoek.

De precieze plek van beide poorten is onzeker.

Zie Bet-Semes: Bet-Semes (Tel Bet-Semes) lag in de Sefela, ten westen van Jeruzalem.

In Jozua 19:22 en 19:38 gaat het om andere plaatsen in Galilea.

Uitleg

אַמָּה (ammah), ‘el’: ongeveer 45 cm. 400 el is dus ongeveer 180 meter.

אֲחַזְיָהוּ (Achazyahu), ‘Achazia’: de grootvader van Amazia. Hij is de koning uit 2 Kon. 8:25–29.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft ‘zij kwamen’ (ויבאו).

De voorgelezen tekst (qere) heeft ‘hij kwam’.

Wij volgen de qere.

Een parallel verhaal staat in 2 Kron. 25:17–24.

14Hij nam al het goud en zilver. Ook nam hij alle voorwerpen die gevonden werden in het huis van Yahweh en in de schatkamers van het huis van de koning. Hij nam ook gijzelaars mee. Daarna keerde hij terug naar Samaria.
וְלָקַ֣ח
(velaqach)
en nam
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַזָּהָב
(hazahav)
het goud
וְ֠הַכֶּסֶף
(vehakesef)
en het zilver
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַכֵּלִ֜ים
(hakelim)
de voorwerpen
הַנִּמְצְאִ֣ים
(hanimtseim)
die gevonden worden
בֵּית
(beit)
in het huis van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וּבְאֹֽצְרוֹת֙
(uveotserot)
en in de schatkamers van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַתַּֽעֲרֻב֑וֹת
(hataaruvot)
de gijzeling
וַיָּ֖שָׁב
(vayashav)
en keerde terug
שֹׁמְרֽוֹנָה
(shomerona)
naar Samaria
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

בְּנֵי הַתַּעֲרֻבוֹת (bnei hata’arubot), ‘gijzelaars’: letterlijk ‘zonen van de gijzeling’.

Het woord komt zelden voor.

Wij nemen aan dat het gaat om mensen die als onderpand worden meegenomen.

Het einde van Joas van Israël

15De rest van de geschiedenis van Joas, wat hij deed, zijn macht en hoe hij tegen Amazia, de koning van Juda, streed: staat dat niet geschreven in het dagboek van de koningen van Israël?
וְיֶתֶר֩
(veyeter)
en de rest van
דִּבְרֵ֨י
(divrei)
de geschiedenis van
יְהוֹאָ֜שׁ
(yehoash)
Joas
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wat
עָשָׂה֙
(asa)
hij deed
וּגְב֣וּרָת֔וֹ
(ugevurato)
en zijn macht
וַאֲשֶׁ֣ר
(vaasher)
en hoe
נִלְחַ֔ם
(nilcham)
hij streed
עִ֖ם
(im)
met
אֲמַצְיָ֣הוּ
(amatsyahu)
Amazia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
הֲלֹא
(halo)
is het niet
הֵ֣ם
(hem)
zij
כְּתוּבִ֗ים
(ketuvim)
geschreven
עַל
(al)
op
סֵ֛פֶר
(sefer)
het boek van
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de geschiedenis van
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
de dagen
לְמַלְכֵ֥י
(lemalkhei)
van de koningen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֵפֶר דִּבְרֵי הַיָּמִים (sefer divrei hayamim), ‘dagboek’: letterlijk ‘boek van de woorden van de dagen’.

Zie bij 1 Kon. 14:19.

16Joas ging liggen bij zijn vaderen. Hij werd begraven in Samaria bij de koningen van Israël. Zijn zoon Jerobeam werd koning in zijn plaats.
וַיִּשְׁכַּ֤ב
(vayishkav)
en ging liggen
יְהוֹאָשׁ֙
(yehoash)
Joas
עִם
(im)
bij
אֲבֹתָ֔יו
(avotav)
zijn vaderen
וַיִּקָּבֵר֙
(vayiqaver)
en werd begraven
בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן
(beshomeron)
in Samaria
עִ֖ם
(im)
bij
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
de koningen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיִּמְלֹ֛ךְ
(vayimlokh)
en werd koning
יָרָבְעָ֥ם
(yaraveam)
Jerobeam
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
תַּחְתָּֽיו
(tachtav)
in zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

Deze Jerobeam is Jerobeam II, de zoon van Joas.

Hij is niet de eerste Jerobeam, de zoon van Nebat (1 Kon. 11:26).

Het einde van Amazia

17Amazia, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde nog 15 jaar na de dood van Joas, de zoon van Joachaz, de koning van Israël.
וַיְחִ֨י
(vaychi)
en leefde
אֲמַצְיָ֤הוּ
(amatsyahu)
Amazia
בֶן
(ben)
zoon van
יוֹאָשׁ֙
(yoash)
Joas
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
אַֽחֲרֵ֣י
(acharei)
na
מ֔וֹת
(mot)
de dood van
יְהוֹאָ֥שׁ
(yehoash)
Joas
בֶּן
(ben)
zoon van
יְהֽוֹאָחָ֖ז
(yehoachaz)
Joachaz
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
שָׁנָֽה
(shana)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18De rest van de geschiedenis van Amazia: staat dat niet geschreven in het dagboek van de koningen van Juda?
וְיֶ֖תֶר
(veyeter)
en de rest van
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de geschiedenis van
אֲמַצְיָ֑הוּ
(amatsyahu)
Amazia
הֲלֹא
(halo)
is het niet
הֵ֣ם
(hem)
zij
כְּתוּבִ֗ים
(ketuvim)
geschreven
עַל
(al)
op
סֵ֛פֶר
(sefer)
het boek van
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de geschiedenis van
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
de dagen
לְמַלְכֵ֥י
(lemalkhei)
van de koningen van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Zij smeedden in Jeruzalem een samenzwering tegen hem. Hij vluchtte naar Lachis. Maar zij stuurden mannen achter hem aan naar Lachis en doodden hem daar.
וַיִּקְשְׁר֨וּ
(vayiqsheru)
en smeedden
עָלָ֥יו
(alav)
tegen hem
קֶ֛שֶׁר
(qesher)
samenzwering
בִּירוּשָׁלִַ֖ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וַיָּ֣נָס
(vayanas)
en vluchtte
לָכִ֑ישָׁה
(lakhisha)
naar Lachis
וַיִּשְׁלְח֤וּ
(vayishlechu)
en zij stuurden
אַֽחֲרָיו֙
(acharav)
achter hem aan
לָכִ֔ישָׁה
(lakhisha)
naar Lachis
וַיְמִתֻ֖הוּ
(vaymituhu)
en doodden hem
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Lachis ligt bij Tel Lakisj, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Jeruzalem (Israël).

Dat is zeker.

20Zij droegen hem op de paarden weg. Hij werd begraven in Jeruzalem bij zijn vaderen, in de stad van David.
וַיִּשְׂא֥וּ
(vayisu)
en droegen
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
עַל
(al)
op
הַסּוּסִ֑ים
(hasusim)
de paarden
וַיִּקָּבֵ֧ר
(vayiqaver)
en werd begraven
בִּירוּשָׁלִַ֛ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
עִם
(im)
bij
אֲבֹתָ֖יו
(avotav)
zijn vaderen
בְּעִ֥יר
(beir)
in de stad van
דָּוִֽד
(david)
David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Azaria, koning van Juda

21Heel het volk van Juda nam Azaria, die 16 jaar oud was. Zij maakten hem koning in de plaats van zijn vader Amazia.
וַיִּקְח֞וּ
(vayiqchu)
en namen
כָּל
(kal)
heel
עַ֤ם
(am)
het volk van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
אֶת
(et)
(obj.)
עֲזַרְיָ֔ה
(azarya)
Azaria
וְה֕וּא
(vehu)
en hij
בֶּן
(ben)
zoon van
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיַּמְלִ֣כוּ
(vayamlikhu)
en maakten koning
אֹת֔וֹ
(oto)
hem
תַּ֖חַת
(tachat)
in de plaats van
אָבִ֥יו
(aviv)
zijn vader
אֲמַצְיָֽהוּ
(amatsyahu)
Amazia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲזַרְיָה (Azaryah), ‘Azaria’: de naam betekent ‘Yahweh heeft geholpen’.

In 2 Kon. 15:13, 15:30, 15:32 en 15:34 heet hij ook Uzzia (עֻזִּיָּה, Uzziyyah).

Dat is de naam in de Kronieken.

22Hij bouwde Elat en gaf het terug aan Juda. Dat was nadat de koning bij zijn vaderen was gaan liggen.
ה֚וּא
(hu)
hij
בָּנָ֣ה
(bana)
bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
אֵילַ֔ת
(eilat)
Elat
וַיְשִׁבֶ֖הָ
(vayshiveha)
en bracht terug
לִֽיהוּדָ֑ה
(lihuda)
aan Juda
אַחֲרֵ֥י
(acharei)
nadat
שְׁכַֽב
(shekhav)
was gaan liggen
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
עִם
(im)
bij
אֲבֹתָֽיו
(avotav)
zijn vaderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Elat ligt aan de Rietzee, bij het huidige Akaba (Jordanië) en Eilat (Israël).

Dat is waarschijnlijk.

Zie ook 1 Kon. 9:26.

Lezing

Het Hebreeuws zegt alleen ‘hij’.

Wij nemen aan dat dit Azaria is, de nieuwe koning uit vers 21.

Amazia is dan al gestorven.

Jerobeam, koning van Israël

23In het vijftiende jaar van Amazia, de zoon van Joas, de koning van Juda, werd Jerobeam koning in Samaria. Hij was de zoon van Joas, de koning van Israël. Hij regeerde 41 jaar.
בִּשְׁנַת֙
(bishnat)
in het jaar van
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
עֶשְׂרֵ֣ה
(esre)
tien
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
לַאֲמַצְיָ֥הוּ
(laamatsyahu)
van Amazia
בֶן
(ben)
zoon van
יוֹאָ֖שׁ
(yoash)
Joas
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
מָ֠לַךְ
(malakh)
werd koning
יָרָבְעָ֨ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּן
(ben)
zoon van
יוֹאָ֤שׁ
(yoash)
Joas
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
בְּשֹׁ֣מְר֔וֹן
(beshomeron)
in Samaria
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
וְאַחַ֖ת
(veachat)
en een
שָׁנָֽה
(shana)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

24Hij deed wat kwaad was in de ogen van Yahweh. Hij week niet af van alle zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, waarmee hij Israël had laten zondigen.
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en deed
הָרַ֖ע
(hara)
het kwade
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹ֣א
(lo)
niet
סָ֗ר
(sar)
week af
מִכָּל
(mikal)
van alle
חַטֹּאות֙
(chatovt)
zonden van
יָרָבְעָ֣ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּן
(ben)
zoon van
נְבָ֔ט
(nevat)
Nebat
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הֶחֱטִ֖יא
(hecheti)
liet zondigen
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh redt Israël door Jerobeam

25Hij herstelde de grens van Israël, van Lebo-Chamat tot de zee van de Araba. Dat gebeurde naar het woord van Yahweh, de Elohim van Israël. Dat woord had Hij gesproken door Zijn dienaar Jona, de zoon van Amittai, de profeet, die uit Gat-Chefer kwam.
ה֗וּא
(hu)
hij
הֵשִׁיב֙
(heshiv)
bracht terug
אֶת
(et)
(obj.)
גְּב֣וּל
(gevul)
de grens van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
מִלְּב֥וֹא
(milevo)
van de ingang van
חֲמָ֖ת
(chamat)
Chamat
עַד
(ad)
tot
יָ֣ם
(yam)
de zee van
הָעֲרָבָ֑ה
(haarava)
de Araba
כִּדְבַ֤ר
(kidvar)
naar het woord van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
דִּבֶּ֗ר
(diber)
Hij sprak
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
עַבְדּ֞וֹ
(avdo)
Zijn dienaar
יוֹנָ֤ה
(yona)
Jona
בֶן
(ben)
zoon van
אֲמִתַּי֙
(amitay)
Amittai
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
מִגַּ֥ת
(migat)
uit Gat
הַחֵֽפֶר
(hachefer)
Chefer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Lebo-Chamat (לְבוֹא חֲמָת, lebo Chamat) betekent ‘de ingang van Chamat’.

Dat is de noordgrens van Israël, bij de stad Chamat (Hama, Syrië).

De ‘zee van de Araba’ is de Zoutzee.

Gat-Chefer ligt bij Tel Gat-Hefer, ten noorden van Nazaret (Israël).

Dat is waarschijnlijk.

Zie Joz. 19:13.

Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.

Uitleg

יוֹנָה בֶן־אֲמִתַּי (Yonah ben Amittai), ‘Jona, de zoon van Amittai’: een profeet uit het noordelijke rijk.

Jona betekent ‘duif’.

Zie Jona 1:1.

26Want Yahweh zag hoe bitter de ellende van Israël was, zeer bitter. Er was geen gebondene meer en geen vrijgelatene meer. Er was niemand die Israël hielp.
כִּי
(ki)
want
רָאָ֧ה
(raa)
zag
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
עֳנִ֥י
(oni)
de ellende van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
מֹרֶ֣ה
(more)
bitter
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
וְאֶ֤פֶס
(veefes)
en niets
עָצוּר֙
(atsur)
gebondene
וְאֶ֣פֶס
(veefes)
en niets
עָז֔וּב
(azuv)
vrijgelatene
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet
עֹזֵ֖ר
(ozer)
helper
לְיִשְׂרָאֵֽל
(leyisrael)
voor Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָצוּר וְעָזוּב (atsur ve’azuv), ‘gebondene en vrijgelatene’: een vaste uitdrukking voor ‘iedereen’, zoals in 1 Kon. 14:10 en 21:21.

Het betekent: niemand in het land kon Israël nog helpen.

27Yahweh had niet gezegd dat Hij de naam van Israël van onder de hemel zou uitwissen. Hij redde hen door de hand van Jerobeam, de zoon van Joas.
וְלֹא
(velo)
en niet
דִבֶּ֣ר
(diber)
sprak
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לִמְחוֹת֙
(limchot)
om uit te wissen
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁ֣ם
(shem)
de naam van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
מִתַּ֖חַת
(mitachat)
van onder
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
וַיּ֣וֹשִׁיעֵ֔ם
(vayoshiem)
en Hij redde hen
בְּיַ֖ד
(beyad)
door de hand van
יָרָבְעָ֥ם
(yaraveam)
Jerobeam
בֶּן
(ben)
zoon van
יוֹאָֽשׁ
(yoash)
Joas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִמְחוֹת (limchot), ‘uitwissen’: zoals in Deut. 9:14 en 25:19.

28De rest van de geschiedenis van Jerobeam, alles wat hij deed, zijn macht, hoe hij streed en hoe hij Damascus en Chamat voor Juda in Israël terugbracht: staat dat niet geschreven in het dagboek van de koningen van Israël?
וְיֶתֶר֩
(veyeter)
en de rest van
דִּבְרֵ֨י
(divrei)
de geschiedenis van
יָרָבְעָ֜ם
(yaraveam)
Jerobeam
וְכָל
(vekhal)
en alles
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wat
עָשָׂה֙
(asa)
hij deed
וּגְבוּרָת֣וֹ
(ugevurato)
en zijn macht
אֲשֶׁר
(asher)
hoe
נִלְחָ֔ם
(nilcham)
hij streed
וַאֲשֶׁ֨ר
(vaasher)
en hoe
הֵשִׁ֜יב
(heshiv)
hij terugbracht
אֶת
(et)
(obj.)
דַּמֶּ֧שֶׂק
(dameseq)
Damascus
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲמָ֛ת
(chamat)
Chamat
לִיהוּדָ֖ה
(lihuda)
aan Juda
בְּיִשְׂרָאֵ֑ל
(beyisrael)
in Israël
הֲלֹא
(halo)
is het niet
הֵ֣ם
(hem)
zij
כְּתוּבִ֗ים
(ketuvim)
geschreven
עַל
(al)
op
סֵ֛פֶר
(sefer)
het boek van
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de geschiedenis van
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
de dagen
לְמַלְכֵ֥י
(lemalkhei)
van de koningen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.

Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.

Lezing

De woorden ליהודה בישראל (liyhudah beyisra’el) zijn moeilijk.

Wij vertalen letterlijk: ‘voor Juda in Israël’.

Het kan bedoelen dat Damascus en Chamat, die vroeger bij het rijk van David hoorden, weer bij Israël kwamen.

Sommige oude vertalingen lezen de zin anders.

Het Hebreeuws zegt niet meer.

29Jerobeam ging liggen bij zijn vaderen, bij de koningen van Israël. Zijn zoon Zacharia werd koning in zijn plaats.
וַיִּשְׁכַּ֤ב
(vayishkav)
en ging liggen
יָֽרָבְעָם֙
(yaraveam)
Jerobeam
עִם
(im)
bij
אֲבֹתָ֔יו
(avotav)
zijn vaderen
עִ֖ם
(im)
bij
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
de koningen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיִּמְלֹ֛ךְ
(vayimlokh)
en werd koning
זְכַרְיָ֥ה
(zekharya)
Zacharia
בְנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
תַּחְתָּֽיו
(tachtav)
in zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zacharia (זְכַרְיָה, Zekharyah) is de zoon van Jerobeam II.

Zijn regering staat in 2 Kon. 15:8–12.

De profeten Hosea en Amos treden op in de tijd van Jerobeam (Hos. 1:1; Amos 1:1).