Elohim Bijbel

Daniël 1

123456789101112

Daniël en zijn drie vrienden aan het hof van Babel

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Jeruzalem valt en jongens gaan naar Babel

1In het derde jaar van het koningschap van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad.
בִּשְׁנַ֣ת
(bishnat)
in het jaar van
שָׁל֔וֹשׁ
(shalosh)
drie
לְמַלְכ֖וּת
(lemalkhut)
van het koningschap van
יְהוֹיָקִ֣ים
(yehoyaqim)
Jojakim
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
בָּ֣א
(ba)
kwam
נְבוּכַדְנֶאצַּ֧ר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֛ל
(bavel)
Babel
יְרוּשָׁלִַ֖ם
(yerushalaim)
naar Jeruzalem
וַיָּ֥צַר
(vayatsar)
en belegerde
עָלֶֽיהָ
(aleiha)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

נְבוּכַדְנֶאצַּר (Nevukhadne’tsar), ‘Nebukadnezar’: het Hebreeuws schrijft deze naam in Daniël op verschillende manieren, ook als נְבוּכַדְנֶצַּר (Nevukhadnetsar).

Wij schrijven overal Nebukadnezar, zoals in 2 Kon. 24.

Het ‘derde jaar’ van Jojakim: Jer. 25:1 noemt het vierde jaar van Jojakim het eerste jaar van Nebukadnezar. Het verschil komt waarschijnlijk uit een andere manier van jaren tellen. Dat is niet zeker.

Vergelijk 2 Kon. 24:1 en 2 Kron. 36:6–7.

2De Heer gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en ook een deel van de voorwerpen van het huis van Elohim. Hij bracht ze naar het land Sinear, naar het huis van zijn god. De voorwerpen bracht hij in de schatkamer van zijn god.
וַיִּתֵּן֩
(vayiten)
en gaf
אֲדֹנָ֨י
(adonay)
de Heer
בְּיָד֜וֹ
(beyado)
in zijn hand
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוֹיָקִ֣ים
(yehoyaqim)
Jojakim
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
וּמִקְצָת֙
(umiqtsat)
en een deel van
כְּלֵ֣י
(kelei)
voorwerpen van
בֵית
(beit)
het huis van
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
וַיְבִיאֵ֥ם
(vayviem)
en bracht ze
אֶֽרֶץ
(erets)
het land
שִׁנְעָ֖ר
(shinar)
Sinear
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
אֱלֹהָ֑יו
(elohav)
zijn god
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכֵּלִ֣ים
(hakelim)
de voorwerpen
הֵבִ֔יא
(hevi)
hij bracht
בֵּ֖ית
(beit)
het huis van
אוֹצַ֥ר
(otsar)
schatkamer van
אֱלֹהָֽיו
(elohav)
zijn god
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinear: Sinear is het land Sumer en Akkad, tussen de Eufraat en de Tigris in het zuiden van Mesopotamië.

Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: hier staat niet Yahweh maar Adonai.

Wij vertalen ‘de Heer’.

שִׁנְעָר (Shin’ar), ‘Sinear’: de oude naam voor het land rond Babel, zoals in Gen. 11:2.

Het ‘huis van zijn god’ is de tempel van de god van Nebukadnezar. De tekst noemt zijn naam niet. Vergelijk 2 Kron. 36:7.

3De koning zei tegen Asjpenaz, het hoofd van zijn hofdienaren, dat hij enkelen uit de zonen van Israël moest brengen. Zij moesten uit het koninklijk geslacht en uit de edelen komen.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
לְאַשְׁפְּנַ֖ז
(leashpenaz)
tegen Asjpenaz
רַ֣ב
(rav)
hoofd van
סָרִיסָ֑יו
(sarisav)
zijn hofdienaren
לְהָבִ֞יא
(lehavi)
om te brengen
מִבְּנֵ֧י
(mibenei)
uit de zonen van
יִשְׂרָאֵ֛ל
(yisrael)
Israël
וּמִזֶּ֥רַע
(umizera)
en uit het geslacht van
הַמְּלוּכָ֖ה
(hamelukha)
het koningschap
וּמִן
(umin)
en uit
הַֽפַּרְתְּמִֽים
(hapartemim)
de edelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סָרִיס (saris), ‘hofdienaar’: zoals in 2 Kon. 20:18.

Het woord kan een hofambtenaar aanduiden.

Wij vertalen steeds ‘hofdienaar’.

אַשְׁפְּנַז (Ashpenaz), ‘Asjpenaz’: de naam van de leider van de hofdienaren. De herkomst van de naam is onzeker.

פַּרְתְּמִים (partemim), ‘edelen’: een leenwoord, waarschijnlijk uit het Perzisch. De betekenis ‘edelen’ is bij benadering.

מִן (min), ‘uit’: de jongens komen uit de zonen van Israël. Wij vullen ‘enkelen’ aan.

4Het moesten jongens zijn zonder enig gebrek en mooi van uiterlijk. Zij moesten inzicht hebben in alle wijsheid, kundig zijn in kennis en begrip hebben van wetenschap. Zij moesten de kracht hebben om in het paleis van de koning te staan. Men moest hun het schrift en de taal van de Chaldeeën leren.
יְלָדִ֣ים
(yeladim)
jongens
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
אֵֽין
(ein)
niet is
בָּהֶ֣ם
(bahem)
in hen
כָּל
(kal)
enig
מוּם֩
(mum)
gebrek
וְטוֹבֵ֨י
(vetovei)
en goed van
מַרְאֶ֜ה
(mare)
uiterlijk
וּמַשְׂכִּילִ֣ים
(umaskilim)
en met inzicht
בְּכָל
(bekhal)
in alle
חָכְמָ֗ה
(chakhema)
wijsheid
וְיֹ֤דְעֵי
(veyodeei)
en kundig in
דַ֨עַת֙
(daat)
kennis
וּמְבִינֵ֣י
(umevinei)
en begrijpend
מַדָּ֔ע
(mada)
wetenschap
וַאֲשֶׁר֙
(vaasher)
en die
כֹּ֣חַ
(koach)
kracht
בָּהֶ֔ם
(bahem)
in hen
לַעֲמֹ֖ד
(laamod)
om te staan
בְּהֵיכַ֣ל
(beheikhal)
in het paleis van
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וּֽלֲלַמְּדָ֥ם
(ulalamedam)
en om hen te leren
סֵ֖פֶר
(sefer)
schrift
וּלְשׁ֥וֹן
(uleshon)
en taal van
כַּשְׂדִּֽים
(kasdim)
de Chaldeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְלָדִים (yeladim), ‘jongens’: jonge mannen.

De tekst noemt geen leeftijd.

מַשְׂכִּילִים (maskilim), ‘met inzicht’; מַדָּע (madda), ‘wetenschap’: dit zijn zeldzame woorden. Wij vertalen steeds ‘inzicht’ (haskel) en ‘wetenschap’ (madda), zoals in vers 17.

סֵפֶר (sefer), ‘schrift’: letterlijk ‘geschrift’. Het gaat om het schrift en de geschriften van de Chaldeeën. Hun taal is vermoedelijk het Akkadisch of het Aramees; dat is niet zeker.

5De koning bepaalde voor hen een dagelijks deel van het fijne voedsel van de koning en van de wijn die hij zelf dronk. Zij moesten drie jaar worden opgevoed. Na afloop daarvan zouden zij voor de koning staan.
וַיְמַן֩
(vayman)
en bepaalde
לָהֶ֨ם
(lahem)
voor hen
הַמֶּ֜לֶךְ
(hamelekh)
de koning
דְּבַר
(devar)
een bepaald deel van
י֣וֹם
(yom)
een dag
בְּיוֹמ֗וֹ
(beyomo)
op zijn dag
מִפַּת
(mipat)
van het fijne
בַּ֤ג
(bag)
voedsel van
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
וּמִיֵּ֣ין
(umiyein)
en van de wijn van
מִשְׁתָּ֔יו
(mishtav)
zijn drank
וּֽלְגַדְּלָ֖ם
(ulegadelam)
en om hen groot te brengen
שָׁנִ֣ים
(shanim)
jaren
שָׁל֑וֹשׁ
(shalosh)
drie
וּמִ֨קְצָתָ֔ם
(umiqtsatam)
en aan het eind ervan
יַֽעַמְד֖וּ
(yaamdu)
zij zouden staan
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּת־בַּג (pat-bag), ‘fijn voedsel’: een leenwoord, waarschijnlijk uit het Perzisch.

Het betekent iets als ‘deel van het eten van de koning’.

De betekenis is onzeker.

לְגַדְּלָם (legaddelam), ‘om hen groot te brengen’: van גָּדַל (gadal), ‘groot worden’. Wij vertalen ‘opvoeden’.

יַעַמְדוּ לִפְנֵי הַמֶּלֶךְ (ya’amdu lifnei hammelekh), ‘zij zouden voor de koning staan’: dat is: in zijn dienst zijn. Zo ook in vers 19 en in 1 Kon. 10:8.

6Onder hen waren uit de zonen van Juda: Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja.
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en was
בָהֶ֖ם
(bahem)
onder hen
מִבְּנֵ֣י
(mibenei)
uit de zonen van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
דָּנִיֵּ֣אל
(daniyel)
Daniël
חֲנַנְיָ֔ה
(chananya)
Chananja
מִֽישָׁאֵ֖ל
(mishael)
Misjaël
וַעֲזַרְיָֽה
(vaazarya)
en Azarja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּנִיֵּאל (Daniyyel), ‘Daniël’: betekent ‘Elohim is mijn rechter’.

חֲנַנְיָה (Chananyah), ‘Chananja’: ‘Yahweh is genadig’.

מִישָׁאֵל (Mishael), ‘Misjaël’: de betekenis is onzeker.

עֲזַרְיָה (Azaryah), ‘Azarja’: ‘Yahweh heeft geholpen’.

De betekenissen komen uit het Hebreeuws.

7De overste van de hofdienaren gaf hun andere namen. Hij gaf aan Daniël de naam Beltsazar, aan Chananja Sjadrak, aan Misjaël Mesjak en aan Azarja Abed-Nego.
וַיָּ֧שֶׂם
(vayasem)
en gaf
לָהֶ֛ם
(lahem)
hen
שַׂ֥ר
(sar)
overste van
הַסָּרִיסִ֖ים
(hasarisim)
de hofdienaren
שֵׁמ֑וֹת
(shemot)
namen
וַיָּ֨שֶׂם
(vayasem)
en gaf
לְדָֽנִיֵּ֜אל
(ledaniyel)
aan Daniël
בֵּ֣לְטְשַׁאצַּ֗ר
(beleteshatsar)
Beltsazar
וְלַֽחֲנַנְיָה֙
(velachananya)
en aan Chananja
שַׁדְרַ֔ךְ
(shadrakh)
Sjadrak
וּלְמִֽישָׁאֵ֣ל
(ulemishael)
en aan Misjaël
מֵישַׁ֔ךְ
(meishakh)
Mesjak
וְלַעֲזַרְיָ֖ה
(velaazarya)
en aan Azarja
עֲבֵ֥ד
(aved)
Abed
נְגֽוֹ
(nego)
Nego
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De overste geeft de vier jongens Babylonische namen.

In het Hebreeuws bevatten hun eigen namen de namen El en Yah.

De Babylonische namen sluiten daar niet op aan.

בֵּלְטְשַׁאצַּר (Beltesha’tsar), ‘Beltsazar’: de herkomst is Babylonisch; de betekenis is onzeker. Vergelijk 4:5. Het is een andere naam dan Belsazar (5:1).

שַׁדְרַךְ (Shadrakh), מֵישַׁךְ (Meshakh) en עֲבֵד נְגוֹ (Aved Nego): de betekenis van deze namen is onzeker. Vergelijk 2:49 en 3:12.

Daniël wil zich niet verontreinigen

8Daniël nam zich in zijn hart voor dat hij zich niet zou verontreinigen met het fijne voedsel van de koning. Dat gold ook voor de wijn die de koning dronk. Hij vroeg de overste van de hofdienaren of hij zich niet hoefde te verontreinigen.
וַיָּ֤שֶׂם
(vayasem)
en nam zich voor
דָּנִיֵּאל֙
(daniyel)
Daniël
עַל
(al)
op
לִבּ֔וֹ
(libo)
zijn hart
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
dat
לֹֽא
(lo)
niet
יִתְגָּאַ֛ל
(yitgaal)
hij zich zou verontreinigen
בְּפַתְבַּ֥ג
(befatbag)
met het fijne voedsel van
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וּבְיֵ֣ין
(uveyein)
en met de wijn van
מִשְׁתָּ֑יו
(mishtav)
zijn drank
וַיְבַקֵּשׁ֙
(vayvaqesh)
en hij vroeg
מִשַּׂ֣ר
(misar)
van de overste van
הַסָּרִיסִ֔ים
(hasarisim)
de hofdienaren
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
לֹ֥א
(lo)
niet
יִתְגָּאָֽל
(yitgaal)
hij zich zou verontreinigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְגָּאַל (yitga’al), ‘zich verontreinigen’: van גָּאַל (ga’al), ‘bezoedelen’.

Het is een ander werkwoord dan גָּאַל (ga’al), ‘verlossen’.

De tekst zegt niet waarom het voedsel van de koning Daniël zou verontreinigen. Wij vullen niets aan.

9Elohim gaf Daniël trouw en ontferming bij de overste van de hofdienaren.
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en gaf
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
דָּ֣נִיֵּ֔אל
(daniyel)
Daniël
לְחֶ֖סֶד
(lechesed)
tot trouw
וּֽלְרַחֲמִ֑ים
(ulerachamim)
en tot ontferming
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor het aangezicht van
שַׂ֥ר
(sar)
overste van
הַסָּרִיסִֽים
(hasarisim)
de hofdienaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: hier de toegenegenheid die de overste voor Daniël toont, zoals in Gen. 39:21 en Est. 2:17.

Wij vertalen chesed overal met ‘trouw’.

רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: zoals in 1 Kon. 8:50.

10De overste van de hofdienaren zei tegen Daniël: „Ik ben bang voor mijn heer, de koning. Hij heeft jullie eten en drinken bepaald. Waarom zou hij zien dat jullie er somberder uitzien dan de jongens van jullie leeftijd? Dan maken jullie mijn hoofd schuldig bij de koning.”
וַיֹּ֜אמֶר
(vayomer)
en zei
שַׂ֤ר
(sar)
overste van
הַסָּרִיסִים֙
(hasarisim)
de hofdienaren
לְדָ֣נִיֵּ֔אל
(ledaniyel)
tegen Daniël
יָרֵ֤א
(yare)
bang
אֲנִי֙
(ani)
ik
אֶת
(et)
(obj.)
אֲדֹנִ֣י
(adoni)
mijn heer
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
מִנָּ֔ה
(mina)
heeft bepaald
אֶת
(et)
(obj.)
מַאֲכַלְכֶ֖ם
(maakhalkhem)
jullie eten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִשְׁתֵּיכֶ֑ם
(mishteikhem)
jullie drinken
אֲשֶׁ֡ר
(asher)
dat
לָמָּה֩
(lama)
waarom
יִרְאֶ֨ה
(yire)
hij zou zien
אֶת
(et)
(obj.)
פְּנֵיכֶ֜ם
(peneikhem)
jullie gezichten
זֹֽעֲפִ֗ים
(zoafim)
somber
מִן
(min)
dan
הַיְלָדִים֙
(hayladim)
de jongens
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
כְּגִֽילְכֶ֔ם
(kegilekhem)
van jullie leeftijd
וְחִיַּבְתֶּ֥ם
(vechiyavtem)
en jullie zouden schuldig maken
אֶת
(et)
(obj.)
רֹאשִׁ֖י
(roshi)
mijn hoofd
לַמֶּֽלֶךְ
(lamelekh)
bij de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זֹעֲפִים (zo’afim), ‘somber’: letterlijk ‘gramstorig, treurig’.

Het gaat om een slecht uiterlijk.

כְּגִילְכֶם (kegilkhem), ‘van jullie leeftijd’: letterlijk ‘zoals jullie kring’.

חִיַּבְתֶּם אֶת־רֹאשִׁי (chiyyavtem et roshi), ‘jullie maken mijn hoofd schuldig’: dat wil zeggen: jullie brengen mijn leven in gevaar.

11Daniël zei tegen de opzichter die de overste van de hofdienaren had aangesteld over Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja:
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en zei
דָּנִיֵּ֖אל
(daniyel)
Daniël
אֶל
(el)
tegen
הַמֶּלְצַ֑ר
(hameltsar)
de opzichter
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
מִנָּה֙
(mina)
had aangesteld
שַׂ֣ר
(sar)
overste van
הַסָּֽרִיסִ֔ים
(hasarisim)
de hofdienaren
עַל
(al)
over
דָּנִיֵּ֣אל
(daniyel)
Daniël
חֲנַנְיָ֔ה
(chananya)
Chananja
מִֽישָׁאֵ֖ל
(mishael)
Misjaël
וַעֲזַרְיָֽה
(vaazarya)
en Azarja
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמֶּלְצַר (hammeltsar), ‘de opzichter’: een leenwoord.

De betekenis is onzeker; het zal iemand zijn die toezicht houdt op het eten.

12„Stel uw dienaren toch tien dagen op de proef. Laat men ons plantaardig voedsel te eten geven en water te drinken.
נַס
(nas)
stel op de proef
נָ֥א
(na)
toch
אֶת
(et)
(obj.)
עֲבָדֶ֖יךָ
(avadeikha)
uw dienaren
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
עֲשָׂרָ֑ה
(asara)
tien
וְיִתְּנוּ
(veyitenu)
en laat men geven
לָ֜נוּ
(lanu)
aan ons
מִן
(min)
van
הַזֵּרֹעִ֛ים
(hazeroim)
het plantaardig voedsel
וְנֹאכְלָ֖ה
(venokhla)
en wij zullen eten
וּמַ֥יִם
(umayim)
en water
וְנִשְׁתֶּֽה
(venishte)
en wij zullen drinken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זֵרֹעִים (zero’im), ‘plantaardig voedsel’: van זֶרַע (zera), ‘zaad’.

Het gaat om wat uit zaad groeit: groenten, peulvruchten en graan.

Het is niet alleen ‘groente’.

נַס (nas), ‘stel op de proef’: een proef met een vaste duur van tien dagen.

13Laat dan ons uiterlijk door u gezien worden, en het uiterlijk van de jongens die het fijne voedsel van de koning eten. Doe daarna met uw dienaren wat u ziet.”
וְיֵרָא֤וּ
(veyerau)
en laten worden gezien
לְפָנֶ֨יךָ֙
(lefaneikha)
voor u
מַרְאֵ֔ינוּ
(mareinu)
ons uiterlijk
וּמַרְאֵה֙
(umare)
en het uiterlijk van
הַיְלָדִ֔ים
(hayladim)
de jongens
הָאֹ֣כְלִ֔ים
(haokhelim)
die eten
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
פַּתְבַּ֣ג
(patbag)
het fijne voedsel van
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְכַאֲשֶׁ֣ר
(vekhaasher)
en zoals
תִּרְאֵ֔ה
(tire)
u ziet
עֲשֵׂ֖ה
(ase)
doe
עִם
(im)
met
עֲבָדֶֽיךָ
(avadeikha)
uw dienaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Hij luisterde naar hen in deze zaak. Hij stelde hen tien dagen op de proef.
וַיִּשְׁמַ֥ע
(vayishma)
en hij luisterde
לָהֶ֖ם
(lahem)
naar hen
לַדָּבָ֣ר
(ladavar)
in de zaak
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
וַיְנַסֵּ֖ם
(vaynasem)
en hij stelde hen op de proef
יָמִ֥ים
(yamim)
dagen
עֲשָׂרָֽה
(asara)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Aan het eind van de tien dagen zagen zij er beter uit. Zij waren gezonder van lichaam dan alle jongens die het fijne voedsel van de koning aten.
וּמִקְצָת֙
(umiqtsat)
en aan het eind van
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
עֲשָׂרָ֔ה
(asara)
tien
נִרְאָ֤ה
(nira)
zag er uit
מַרְאֵיהֶם֙
(mareihem)
hun uiterlijk
ט֔וֹב
(tov)
goed
וּבְרִיאֵ֖י
(uveriei)
en gezond van
בָּשָׂ֑ר
(basar)
lichaam
מִן
(min)
meer dan
כָּל
(kal)
alle
הַיְלָדִ֔ים
(hayladim)
de jongens
הָאֹ֣כְלִ֔ים
(haokhelim)
die aten
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
פַּתְבַּ֥ג
(patbag)
het fijne voedsel van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּרִיאֵי בָשָׂר (beri’ei vasar), ‘gezond van lichaam’: letterlijk ‘gezond van vlees’.

Het gaat om hun gezondheid en hun gewicht.

16Daarom nam de opzichter voortaan hun fijne voedsel weg, en de wijn die zij zouden drinken. Hij gaf hun plantaardig voedsel.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en was
הַמֶּלְצַ֗ר
(hameltsar)
de opzichter
נֹשֵׂא֙
(nose)
nemend weg
אֶת
(et)
(obj.)
פַּתְבָּגָ֔ם
(patbagam)
hun fijne voedsel
וְיֵ֖ין
(veyein)
en de wijn van
מִשְׁתֵּיהֶ֑ם
(mishteihem)
hun drank
וְנֹתֵ֥ן
(venoten)
en gevend
לָהֶ֖ם
(lahem)
aan hen
זֵרְעֹנִֽים
(zereonim)
plantaardig voedsel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookDan 1:12

Elohim geeft inzicht

17Aan deze jongens, alle vier, gaf Elohim kennis en inzicht in alle schrift en wijsheid. Daniël had begrip van elk gezicht en van dromen.
וְהַיְלָדִ֤ים
(vehayladim)
en de jongens
הָאֵ֨לֶּה֙
(haele)
deze
אַרְבַּעְתָּ֔ם
(arbatam)
alle vier
נָתַ֨ן
(natan)
gaf
לָהֶ֧ם
(lahem)
hun
הָֽאֱלֹהִ֛ים
(haElohim)
Elohim
מַדָּ֥ע
(mada)
wetenschap
וְהַשְׂכֵּ֖ל
(vehaskel)
en inzicht
בְּכָל
(bekhal)
in alle
סֵ֣פֶר
(sefer)
schrift
וְחָכְמָ֑ה
(vechakhema)
en wijsheid
וְדָנִיֵּ֣אל
(vedaniyel)
en Daniël
הֵבִ֔ין
(hevin)
had begrip
בְּכָל
(bekhal)
van alle
חָז֖וֹן
(chazon)
gezicht
וַחֲלֹמֽוֹת
(vachalomot)
en dromen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elohim geeft hun kennis en inzicht.

Aan Daniël geeft Hij bovendien begrip van gezichten en dromen.

Daarom kan Daniël later dromen uitleggen (hoofdstuk 2, 4 en 5) en gezichten ontvangen (hoofdstuk 7 en verder).

חָזוֹן (chazon), ‘gezicht’: wat een profeet te zien krijgt. Wij vertalen chazon en het Aramese chezev/chezvei in heel Daniël met ‘gezicht’, en mar’eh met ‘beeld’.

Voor de koning

18Aan het eind van de dagen die de koning had genoemd om hen binnen te brengen, bracht de overste van de hofdienaren hen voor Nebukadnezar.
וּלְמִקְצָת֙
(ulemiqtsat)
en aan het eind van
הַיָּמִ֔ים
(hayamim)
de dagen
אֲשֶׁר
(asher)
die
אָמַ֥ר
(amar)
had gezegd
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
לַהֲבִיאָ֑ם
(lahaviam)
om hen te brengen
וַיְבִיאֵם֙
(vayviem)
en bracht hen
שַׂ֣ר
(sar)
overste van
הַסָּרִיסִ֔ים
(hasarisim)
de hofdienaren
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor
נְבֻכַדְנֶצַּֽר
(nevukhadnetsar)
Nebukadnezar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookDan 1:5
19De koning sprak met hen. Onder hen allen werd niemand gevonden zoals Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja. Zij gingen voor de koning staan.
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
אִתָּם֮
(itam)
met hen
הַמֶּלֶךְ֒
(hamelekh)
de koning
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
נִמְצָא֙
(nimtsa)
werd gevonden
מִכֻּלָּ֔ם
(mikulam)
onder hen allen
כְּדָנִיֵּ֣אל
(kedaniyel)
zoals Daniël
חֲנַנְיָ֔ה
(chananya)
Chananja
מִֽישָׁאֵ֖ל
(mishael)
Misjaël
וַעֲזַרְיָ֑ה
(vaazarya)
en Azarja
וַיַּֽעַמְד֖וּ
(vayaamdu)
en zij stonden
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20De koning stelde hun vragen over elke zaak van wijs inzicht. Hij vond hen tien keer beter dan alle magiërs en bezweerders in heel zijn koninkrijk.
וְכֹ֗ל
(vekhol)
en elke
דְּבַר֙
(devar)
zaak van
חָכְמַ֣ת
(chakhemat)
wijsheid van
בִּינָ֔ה
(bina)
inzicht
אֲשֶׁר
(asher)
die
בִּקֵּ֥שׁ
(biqesh)
vroeg
מֵהֶ֖ם
(mehem)
van hen
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וַֽיִּמְצָאֵ֞ם
(vayimtsaem)
en hij vond hen
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
יָד֗וֹת
(yadot)
keer beter
עַ֤ל
(al)
dan
כָּל
(kal)
alle
הַֽחַרְטֻמִּים֙
(hachartumim)
magiërs
הָֽאַשָּׁפִ֔ים
(haashafim)
bezweerders
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
בְּכָל
(bekhal)
in heel
מַלְכוּתֽוֹ
(malkhuto)
zijn koninkrijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶשֶׂר יָדוֹת (esher yadot), ‘tien keer beter’: letterlijk ‘tien handen’, dat is: tien delen.

In Gen. 43:34 en 47:24 betekent ‘handen’ eveneens ‘delen’.

חַרְטֻמִּים (chartummim), ‘magiërs’: zoals in Exod. 7:11. אַשָּׁפִים (ashshafim), ‘bezweerders’: het woord komt alleen in Daniël voor. De betekenis is bij benadering.

21Daniël bleef er tot het eerste jaar van koning Kores.
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en was
דָּֽנִיֵּ֔אל
(daniyel)
Daniël
עַד
(ad)
tot
שְׁנַ֥ת
(shenat)
het jaar
אַחַ֖ת
(achat)
een
לְכ֥וֹרֶשׁ
(lekhoresh)
van Kores
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Kores is koning Kores van Perzië.

Het eerste jaar van zijn bewind over Babel is ongeveer 539–538 voor Christus.

Vergelijk Ezra 1:1 en 2 Kron. 36:22–23.

Daniël blijft dus tot het einde van de Babylonische tijd. Dit zegt niet dat hij daarna niet meer leefde: zie 10:1.