Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Gezanten uit Babel
1In die tijd stuurde Merodach-Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, brieven en een geschenk naar Hizkia. Hij had gehoord dat Hizkia ziek was geweest en weer sterk was geworden.
בָּעֵ֣ת
(baet)
in de tijd
הַהִ֡וא
(hahi)
die
שָׁלַ֡ח
(shalach)
stuurde
מְרֹדַ֣ךְ
(merodakh)
Merodach
בַּ֠לְאֲדָן
(baladan)
Baladan
בֶּֽן
(ben)
zoon van
בַּלְאֲדָ֧ן
(baladan)
Baladan
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֛ל
(bavel)
Babel
סְפָרִ֥ים
(sefarim)
brieven
וּמִנְחָ֖ה
(umincha)
en een geschenk
אֶל
(el)
naar
חִזְקִיָּ֑הוּ
(chizqiyahu)
Hizkia
וַיִּשְׁמַ֕ע
(vayishma)
en hij had gehoord
כִּ֥י
(ki)
dat
חָלָ֖ה
(chala)
hij was ziek geweest
וַֽיֶּחֱזָֽק
(vayechezaq)
en was sterk geworden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Dit verhaal staat ook in 2 Kon. 20:12–19 en, korter, in 2 Kron. 32:31.
Waar het Hebreeuws gelijk is, is onze tekst gelijk aan 2 Kon. 20.
מְרֹדַךְ בַּלְאֲדָן (Merodakh Bal’adan), ‘Merodach-Baladan’: een koning van Babel. In 2 Kon. 20:12 staat de naam als Berodach-Baladan (בְּרֹאדַךְ). Het is dezelfde koning. In Jesaja staat de naam zoals hij in andere bronnen bekend is.
2Hizkia verheugde zich over hen. Hij liet hun zijn schathuis zien: het zilver, het goud, de specerijen, de goede olie, heel zijn wapenhuis en alles wat zich in zijn schatkamers bevond. Er was niets in zijn huis en in heel zijn rijk wat Hizkia hun niet liet zien.
וַיִּשְׂמַ֣ח
(vayismach)
en verheugde zich
עֲלֵיהֶם֮
(aleihem)
over hen
חִזְקִיָּהוּ֒
(chizqiyahu)
Hizkia
וַיַּרְאֵ֣ם
(vayarem)
en liet hen zien
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
נְכֹת֡וֹ
(nekhoto)
zijn schatten
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֶּסֶף֩
(hakesef)
het zilver
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַזָּהָ֨ב
(hazahav)
het goud
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַבְּשָׂמִ֜ים
(habesamim)
de specerijen
וְאֵ֣ת
(veet)
en (obj.)
הַשֶּׁ֣מֶן
(hashemen)
de olie
הַטּ֗וֹב
(hatov)
de goede
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
כֵּלָ֔יו
(kelav)
zijn wapens
וְאֵ֛ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
נִמְצָ֖א
(nimtsa)
werd gevonden
בְּאֹֽצְרֹתָ֑יו
(beotserotav)
in zijn schatkamers
לֹֽא
(lo)
niet
הָיָ֣ה
(haya)
was
דָבָ֗ר
(davar)
zaak
אֲ֠שֶׁר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
הֶרְאָ֧ם
(heram)
liet hen zien
חִזְקִיָּ֛הוּ
(chizqiyahu)
Hizkia
בְּבֵית֖וֹ
(beveito)
in zijn huis
וּבְכָל
(uvekhal)
en in heel
מֶמְשַׁלְתּֽוֹ
(memshalto)
zijn rijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בֵּית נְכֹתוֹ (beit nekhoto), ‘zijn schathuis’: het woord נְכֹת (nekhot) is zeldzaam; de betekenis ‘kostbaarheden, schat’ is niet zeker.
בֵּית כֵּלָיו (beit kelav), ‘het huis van zijn wapens’: כֶּלִי (keli) betekent ‘voorwerp, vat, wapen’. Wij kiezen ‘wapens’, omdat het huis naast de schatten staat.
מֶמְשַׁלְתּוֹ (memshalto), ‘zijn rijk’: het gebied waar hij over regeert.
Jesaja zegt dat Hizkia zich over de gezanten verheugde (וַיִּשְׂמַח, vayismach). 2 Kon. 20:13 zegt dat hij naar hen luisterde (וַיִּשְׁמַע, vayishma).
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is נְכֹתָה (nekhotah), met een he aan het eind; het qere is נְכֹתוֹ (nekhoto), ‘zijn schathuis’.
3De profeet Jesaja kwam bij koning Hizkia en zei tegen hem: „Wat hebben deze mannen gezegd? En waar komen ze vandaan, dat ze bij je zijn gekomen?” Hizkia zei: „Uit een ver land zijn ze bij mij gekomen, uit Babel.”
וַיָּבֹא֙
(vayavo)
en kwam
יְשַׁעְיָ֣הוּ
(yeshayahu)
Jesaja
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
חִזְקִיָּ֑הוּ
(chizqiyahu)
Hizkia
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלָ֜יו
(elav)
tegen hem
מָ֥ה
(ma)
wat
אָמְר֣וּ
(ameru)
hebben gezegd
הָאֲנָשִׁ֣ים
(haanashim)
de mannen
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
וּמֵאַ֨יִן֙
(umeayin)
en vanwaar
יָבֹ֣אוּ
(yavou)
zijn gekomen
אֵלֶ֔יךָ
(eleikha)
naar jou
וַיֹּ֨אמֶר֙
(vayomer)
en zei
חִזְקִיָּ֔הוּ
(chizqiyahu)
Hizkia
מֵאֶ֧רֶץ
(meerets)
uit land
רְחוֹקָ֛ה
(rechoqa)
ver
בָּ֥אוּ
(bau)
zijn gekomen
אֵלַ֖י
(elay)
tot mij
מִבָּבֶֽל
(mibavel)
uit Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Anders dan 2 Kon. 20:14 heeft Jesaja hier ‘tot mij’ bij ‘zijn ze gekomen’: Hizkia zegt dat ze bij hem zijn gekomen.
4Hij zei: „Wat hebben ze in je huis gezien?” Hizkia zei: „Alles wat in mijn huis is, hebben ze gezien. Er is niets in mijn schatkamers wat ik hun niet heb laten zien.”
וַיֹּ֕אמֶר
(vayomer)
en zei
מָ֥ה
(ma)
wat
רָא֖וּ
(rau)
hebben gezien
בְּבֵיתֶ֑ךָ
(beveitekha)
in je huis
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
חִזְקִיָּ֗הוּ
(chizqiyahu)
Hizkia
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wat
בְּבֵיתִי֙
(beveiti)
in mijn huis
רָא֔וּ
(rau)
hebben gezien
לֹֽא
(lo)
niet
הָיָ֥ה
(haya)
was
דָבָ֛ר
(davar)
zaak
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
הִרְאִיתִ֖ים
(hiritim)
ik heb hen laten zien
בְּאוֹצְרֹתָֽי
(beotserotay)
in mijn schatkamers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6‘Zie, er komen dagen dat alles wat in je huis is en wat je vaders tot op deze dag hebben opgeslagen, naar Babel wordt weggedragen. Er blijft niets over, zegt Yahweh.
הִנֵּה֮
(hine)
zie
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
בָּאִים֒
(baim)
komen
וְנִשָּׂ֣א
(venisa)
en zal worden weggedragen
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
בְּבֵיתֶ֗ךָ
(beveitekha)
in je huis
וַאֲשֶׁ֨ר
(vaasher)
en wat
אָצְר֧וּ
(atseru)
hebben opgeslagen
אֲבֹתֶ֛יךָ
(avoteikha)
je vaders
עַד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֖ה
(haze)
deze
בָּבֶ֑ל
(bavel)
naar Babel
לֹֽא
(lo)
niet
יִוָּתֵ֥ר
(yivater)
blijft over
דָּבָ֖ר
(davar)
iets
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Dit woord kondigt aan wat in 2 Kon. 24:13 en 25:13 gebeurt: de schatten van het huis van Yahweh en het koperwerk worden naar Babel gebracht.
Jesaja schrijft ‘naar Babel’ (בָּבֶל) zonder richtingsuitgang; 2 Kon. 20:17 heeft die wel (בָּבֶלָה).
7Van je zonen, die uit jou voortkomen en die jij zult verwekken, zullen er worden meegenomen. Zij worden hofdienaars in het paleis van de koning van Babel.’”
וּמִבָּנֶ֜יךָ
(umibaneikha)
en van je zonen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יֵצְא֧וּ
(yetseu)
zullen voortkomen
מִמְּךָ֛
(mimekha)
uit jou
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תּוֹלִ֖יד
(tolid)
je zult verwekken
יִקָּ֑חוּ
(yiqachu)
zullen worden genomen
וְהָיוּ֙
(vehayu)
en zullen zijn
סָרִיסִ֔ים
(sarisim)
hofdienaars
בְּהֵיכַ֖ל
(beheikhal)
in het paleis van
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶֽל
(bavel)
Babel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
סָרִיס (saris), ‘hofdienaar’: zoals in 1 Kon. 22:9.
הֵיכַל (heikhal), ‘paleis’: het Hebreeuwse woord is ook het woord voor ‘tempel’. Hier is het het paleis van de koning van Babel.