Elohim Bijbel

Prediker 10

123456789101112

Wijsheid en domheid, de heerser en het land

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een beetje domheid weegt zwaar

1Dode vliegen laten de olie van de zalfmaker stinken en gisten. Een beetje domheid weegt zwaarder dan wijsheid, dan eer.
זְב֣וּבֵי
(zevuvei)
vliegen van
מָ֔וֶת
(mavet)
dood
יַבְאִ֥ישׁ
(yavish)
doen stinken
יַבִּ֖יעַ
(yabia)
doen gisten
שֶׁ֣מֶן
(shemen)
olie van
רוֹקֵ֑חַ
(roqeach)
zalfmaker
יָקָ֛ר
(yaqar)
zwaarder
מֵחָכְמָ֥ה
(mechakhema)
dan wijsheid
מִכָּב֖וֹד
(mikavod)
dan eer
סִכְל֥וּת
(sikhlut)
domheid
מְעָֽט
(meat)
een beetje
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זְבוּבֵי מָוֶת (zevuvei mavet), ‘vliegen van de dood’: wij vertalen ‘dode vliegen’.

יָקָר (yaqar), ‘kostbaar, zwaar’: een beetje domheid weegt meer dan wijsheid en eer.

סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: wij vertalen het verwante סָכָל (sakal) als ‘domme’. Dat is een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’.

מִכָּבוֹד (mikavod): kavod is ‘heerlijkheid’; bij een mens vertalen wij ‘eer’.

2Het hart van de wijze is aan zijn rechterhand, maar het hart van de dwaas aan zijn linkerhand.
לֵ֤ב
(lev)
hart van
חָכָם֙
(chakham)
wijze
לִֽימִינ֔וֹ
(limino)
aan zijn rechterhand
וְלֵ֥ב
(velev)
en hart van
כְּסִ֖יל
(kesil)
dwaas
לִשְׂמֹאלֽוֹ
(lismolo)
aan zijn linkerhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִימִינוֹ (limino), ‘aan zijn rechterhand’, en לִשְׂמֹאלוֹ (lismolo), ‘aan zijn linkerhand’: rechts is de goede, voorname kant, links de verkeerde.

Wij vertalen letterlijk.

3Ook als de domme zijn weg gaat, ontbreekt zijn hart. Hij zegt tegen iedereen dat hij dom is.
וְגַם
(vegam)
en ook
בַּדֶּ֛רֶךְ
(baderekh)
op de weg
כְּשֶׁסָּכָ֥ל
(keshesakhal)
wanneer een domme
הֹלֵ֖ךְ
(holekh)
loopt
לִבּ֣וֹ
(libo)
zijn hart
חָסֵ֑ר
(chaser)
ontbreekt
וְאָמַ֥ר
(veamar)
en hij zegt
לַכֹּ֖ל
(lakol)
tegen allen
סָכָ֥ל
(sakhal)
dom
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָסֵר לִבּוֹ (chaser libo), ‘zijn hart ontbreekt’: hij mist verstand.

Het slot kan twee kanten op: hij laat iedereen zien dat hij dom is, of hij zegt van iedereen dat die dom is.

Het Hebreeuws laat dit open; wij laten het ook open.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft כְּשֶׁהַסָּכָל (keshehasakal), ‘wanneer de domme’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft כְּשֶׁסָּכָל (keshesakal).

Wij volgen de voorgelezen tekst; het verschil is klein.

4Als de geest van de heerser tegen je opkomt, verlaat dan je plaats niet. Want kalmte laat grote zonden rusten.
אִם
(im)
als
ר֤וּחַ
(ruach)
geest van
הַמּוֹשֵׁל֙
(hamoshel)
de heerser
תַּעֲלֶ֣ה
(taale)
komt op
עָלֶ֔יךָ
(aleikha)
tegen jou
מְקוֹמְךָ֖
(meqomekha)
je plaats
אַל
(al)
niet
תַּנַּ֑ח
(tanach)
verlaat
כִּ֣י
(ki)
want
מַרְפֵּ֔א
(marpe)
kalmte
יַנִּ֖יחַ
(yaniach)
laat rusten
חֲטָאִ֥ים
(chataim)
zonden
גְּדוֹלִֽים
(gedolim)
grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ הַמּוֹשֵׁל (ruach hamoshel), ‘de geest van de heerser’: zijn gemoed, zijn toorn.

מַרְפֵּא (marpe), ‘genezing’: hier ‘kalmte’.

יַנִּיחַ (yaniach), ‘laat rusten’: kalmte laat grote zonden tot rust komen.

Een kwaad onder de zon

5Er is een kwaad dat ik onder de zon heb gezien, als een vergissing die van de gebieder uitgaat.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
רָעָ֔ה
(raa)
kwaad
רָאִ֖יתִי
(raiti)
ik zag
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
כִּשְׁגָגָ֕ה
(kishgaga)
als een vergissing
שֶׁיֹּצָ֖א
(sheyotsa)
die uitgaat
מִלִּפְנֵ֥י
(milifnei)
van voor
הַשַּׁלִּֽיט
(hashalit)
de gebieder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּחַת הַשָּׁמֶשׁ (tachat hashamesh), ‘onder de zon’: de wereld zoals mensen die meemaken.

שַׁלִּיט (shallit), ‘gebieder’: iemand die macht heeft. Het woord voor ‘heerser’ in vers 4 is een ander woord.

6De domheid is op vele hoogten gezet, maar rijken zitten in de laagte.
נִתַּ֣ן
(nitan)
gegeven
הַסֶּ֔כֶל
(hasekhel)
de domheid
בַּמְּרוֹמִ֖ים
(bameromim)
op hoogten
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
וַעֲשִׁירִ֖ים
(vaashirim)
en rijken
בַּשֵּׁ֥פֶל
(bashefel)
in de laagte
יֵשֵֽׁבוּ
(yeshevu)
zitten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶּכֶל (sekhel), ‘domheid’.

בַּמְּרוֹמִים רַבִּים (bamromim rabbim), ‘op vele hoogten’: ook mogelijk ‘op grote hoogten’.

7Ik zag dienaren op paarden en vorsten die als dienaren over de aarde lopen.
רָאִ֥יתִי
(raiti)
ik zag
עֲבָדִ֖ים
(avadim)
dienaren
עַל
(al)
op
סוּסִ֑ים
(susim)
paarden
וְשָׂרִ֛ים
(vesarim)
en vorsten
הֹלְכִ֥ים
(holekhim)
lopend
כַּעֲבָדִ֖ים
(kaavadim)
als dienaren
עַל
(al)
op
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶבֶד (eved), ‘dienaar’, ook ‘slaaf’.

Paarden waren voor mensen van rang; dienaren die rijden en vorsten die lopen zetten de rangorde op zijn kop.

Gevaren bij het werk

8Wie een kuil graaft, valt erin. Wie een muur doorbreekt, wordt door een slang gebeten.
חֹפֵ֥ר
(chofer)
een graver van
גּוּמָּ֖ץ
(gumats)
kuil
בּ֣וֹ
(bo)
erin
יִפּ֑וֹל
(yipol)
valt hij
וּפֹרֵ֥ץ
(uforets)
en een doorbreker van
גָּדֵ֖ר
(gader)
muur
יִשְּׁכֶ֥נּוּ
(yishekhenu)
zal hem bijten
נָחָֽשׁ
(nachash)
slang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גּוּמָּץ (gummats), ‘kuil’: een zeldzaam woord.

גָּדֵר (gader), ‘muur’: een stenen omheining; slangen kunnen zich daarin verbergen.

Zie ook Ps. 7:16 en Spr. 26:27.

9Wie stenen verplaatst, raakt erdoor gewond. Wie hout klooft, loopt daardoor gevaar.
מַסִּ֣יעַ
(masia)
een verplaatser van
אֲבָנִ֔ים
(avanim)
stenen
יֵעָצֵ֖ב
(yeatsev)
wordt gekwetst
בָּהֶ֑ם
(bahem)
daardoor
בּוֹקֵ֥עַ
(boqea)
een kloofer van
עֵצִ֖ים
(etsim)
hout
יִסָּ֥כֶן
(yisakhen)
loopt gevaar
בָּֽם
(bam)
daardoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִסָּכֶן (yissaken), ‘loopt gevaar’: de betekenis van dit werkwoord is niet geheel zeker.

De vorige regel gaat over verwonding; wij vertalen ‘gevaar’.

10Als het ijzer bot is en hij de snede niet heeft geslepen, zet hij meer kracht in. Maar het voordeel van het laten slagen is wijsheid.
אִם
(im)
als
קֵהָ֣ה
(qeha)
bot is
הַבַּרְזֶ֗ל
(habarzel)
het ijzer
וְהוּא֙
(vehu)
en hij
לֹא
(lo)
niet
פָנִ֣ים
(panim)
de snede
קִלְקַ֔ל
(qilqal)
heeft geslepen
וַחֲיָלִ֖ים
(vachayalim)
en krachten
יְגַבֵּ֑ר
(yegaber)
zet hij meer in
וְיִתְר֥וֹן
(veyitron)
en voordeel van
הַכְשֵׁ֖ר
(hakhsher)
het laten slagen
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּנִים (panim), ‘gezicht’: hier de snede van het ijzer.

קִלְקַל (qilqal), ‘slijpen’ (letterlijk ‘licht maken’): een zeldzaam woord.

הַכְשֵׁר (hakhsher), ‘het laten slagen’, van het werkwoord ‘slagen’ (zoals in Pred. 11:6).

יִתְרוֹן (yitron), ‘voordeel’: het woord komt vaak voor in Prediker.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft הַכְשִׁיר (hakhshir), de voorgelezen tekst (qere) הַכְשֵׁר (hakhsher).

De betekenis is gelijk.

11Als de slang bijt zonder bezwering, heeft de meester van de tong geen voordeel.
אִם
(im)
als
יִשֹּׁ֥ךְ
(yishokh)
bijt
הַנָּחָ֖שׁ
(hanachash)
de slang
בְּלוֹא
(belo)
zonder
לָ֑חַשׁ
(lachash)
bezwering
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is geen
יִתְר֔וֹן
(yitron)
voordeel
לְבַ֖עַל
(levaal)
voor de meester van
הַלָּשֽׁוֹן
(halashon)
de tong
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַחַשׁ (lachash), ‘bezwering’: eigenlijk ‘gefluister’.

בַּעַל הַלָּשׁוֹן (ba'al halashon), ‘meester van de tong’: iemand die bezweert, of iemand die goed spreekt. Wij vertalen letterlijk.

De woorden van de wijze en van de dwaas

12De woorden uit de mond van een wijze zijn gunst; maar de lippen van een dwaas verslinden hem.
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
woorden van
פִי
(pi)
mond van
חָכָ֖ם
(chakham)
wijze
חֵ֑ן
(chen)
gunst
וְשִׂפְת֥וֹת
(vesiftot)
en lippen van
כְּסִ֖יל
(kesil)
dwaas
תְּבַלְּעֶֽנּוּ
(tevaleenu)
verslinden hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵן (chen), ‘gunst’: de woorden van de wijze winnen gunst, of zijn aangenaam om te horen.

Het Hebreeuws heeft hier geen werkwoord.

תְּבַלְּעֶנּוּ (tevalle'ennu), ‘verslinden hem’: zijn eigen woorden brengen hem ten val.

13Het begin van de woorden uit zijn mond is domheid, en het einde van zijn mond is kwade razernij.
תְּחִלַּ֥ת
(techilat)
begin van
דִּבְרֵי
(divrei)
woorden van
פִ֖יהוּ
(pihu)
zijn mond
סִכְל֑וּת
(sikhlut)
domheid
וְאַחֲרִ֣ית
(veacharit)
en einde van
פִּ֔יהוּ
(pihu)
zijn mond
הוֹלֵל֖וּת
(holelut)
razernij
רָעָֽה
(raa)
kwade
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹלֵלוּת (holelut), ‘razernij’: een zeldzaam woord, verwant aan הוֹלֵלוֹת (holelot) in 1:17.

14De domme maakt veel woorden. De mens weet niet wat er zal zijn. Wat er na hem zal zijn, wie vertelt het hem?
וְהַסָּכָ֖ל
(vehasakhal)
en de domme
יַרְבֶּ֣ה
(yarbe)
maakt veel
דְבָרִ֑ים
(devarim)
woorden
לֹא
(lo)
niet
יֵדַ֤ע
(yeda)
weet
הָאָדָם֙
(haadam)
de mens
מַה
(ma)
wat
שֶׁיִּֽהְיֶ֔ה
(sheyihye)
er zal zijn
וַאֲשֶׁ֤ר
(vaasher)
en wat
יִֽהְיֶה֙
(yihye)
er zal zijn
מֵֽאַחֲרָ֔יו
(meacharav)
na hem
מִ֖י
(mi)
wie
יַגִּ֥יד
(yagid)
vertelt
לֽוֹ
(lo)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Wat er na hem zal zijn’: wat er na zijn leven of na zijn dood gebeurt.

Vergelijk Pred. 6:12.

15Het zwoegen van de dwazen put hem uit, hem die niet weet hoe hij naar de stad moet gaan.
עֲמַ֥ל
(amal)
zwoegen van
הַכְּסִילִ֖ים
(hakesilim)
de dwazen
תְּיַגְּעֶ֑נּוּ
(teyageenu)
put hem uit
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
יָדַ֖ע
(yada)
weet
לָלֶ֥כֶת
(lalekhet)
te gaan
אֶל
(el)
naar
עִֽיר
(ir)
stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws heeft ‘hem’ in het enkelvoud: de dwaas wordt als een groep gezien, en dan weer als één persoon.

‘Naar de stad gaan’: een beeld voor niet eens het eenvoudigste weten. Wij vertalen letterlijk.

Het land en zijn koning

16Wee jou, land, als je koning een jongen is en je vorsten 's morgens eten.
אִֽי
(i)
wee
לָ֣ךְ
(lakh)
jou
אֶ֔רֶץ
(erets)
land
שֶׁמַּלְכֵּ֖ךְ
(shemalkekh)
dat je koning
נָ֑עַר
(naar)
een jongen
וְשָׂרַ֖יִךְ
(vesarayikh)
en je vorsten
בַּבֹּ֥קֶר
(baboqer)
's morgens
יֹאכֵֽלוּ
(yokhelu)
eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַעַר (na'ar), ‘jongen’: een jonge, onervaren man.

‘'s Morgens eten’: de vorsten vieren al vroeg feest in plaats van te regeren. Vergelijk het volgende vers.

17Gelukkig jij, land, als je koning een zoon van edelen is en je vorsten op tijd eten, in kracht en niet in drinkgelag.
אַשְׁרֵ֣יךְ
(ashreikh)
gelukkig jij
אֶ֔רֶץ
(erets)
land
שֶׁמַּלְכֵּ֖ךְ
(shemalkekh)
dat je koning
בֶּן
(ben)
zoon van
חוֹרִ֑ים
(chorim)
edelen
וְשָׂרַ֨יִךְ֙
(vesarayikh)
en je vorsten
בָּעֵ֣ת
(baet)
op tijd
יֹאכֵ֔לוּ
(yokhelu)
eten
בִּגְבוּרָ֖ה
(bigvura)
in kracht
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
בַשְּׁתִֽי
(basheti)
in drinkgelag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׁרֵי (ashre), ‘gelukkig’.

חוֹרִים (chorim), ‘edelen’: mensen van vrije, edele afkomst.

בִּגְבוּרָה (bigvurah), ‘in kracht’: om kracht te krijgen.

שְׁתִי (shti), ‘drinken’: hier een drinkgelag.

18Door dubbele luiheid zakt het dak in, en door slapheid van de handen lekt het huis.
בַּעֲצַלְתַּ֖יִם
(baatsaltayim)
door dubbele luiheid
יִמַּ֣ךְ
(yimakh)
zakt in
הַמְּקָרֶ֑ה
(hameqare)
het dak
וּבְשִׁפְל֥וּת
(uveshiflut)
en door slapheid van
יָדַ֖יִם
(yadayim)
handen
יִדְלֹ֥ף
(yidlof)
lekt
הַבָּֽיִת
(habayit)
het huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּעֲצַלְתַּיִם (be'atsaltayim): de uitgang is een tweevoud, ‘dubbele luiheid’, dus grote luiheid.

הַמְּקָרֶה (hammeqareh): het balkwerk van het dak.

19Om te lachen maken zij brood, en wijn verheugt het leven; en het geld antwoordt op alles.
לִשְׂחוֹק֙
(lischoq)
om te lachen
עֹשִׂ֣ים
(osim)
maken zij
לֶ֔חֶם
(lechem)
brood
וְיַ֖יִן
(veyayin)
en wijn
יְשַׂמַּ֣ח
(yesamach)
verheugt
חַיִּ֑ים
(chayim)
het leven
וְהַכֶּ֖סֶף
(vehakesef)
en het geld
יַעֲנֶ֥ה
(yaane)
antwoordt
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּֽל
(hakol)
alles
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֶחֶם (lechem), ‘brood’: ook ‘eten, maaltijd’.

יַעֲנֶה אֶת הַכֹּל (ya'aneh et hakol), ‘antwoordt op alles’: geld voorziet in alles wat gevraagd wordt.

Vervloek de koning niet

20Vervloek de koning niet, zelfs niet in je gedachten. Vervloek de rijke niet in de kamers van je slaapplaats. Want de vogel van de hemel brengt de stem weg, en wie vleugels heeft, maakt het woord bekend.
גַּ֣ם
(gam)
ook
בְּמַדָּֽעֲךָ֗
(bemadaakha)
in je gedachten
מֶ֚לֶךְ
(melekh)
koning
אַל
(al)
niet
תְּקַלֵּ֔ל
(teqalel)
vervloek
וּבְחַדְרֵי֙
(uvechadrei)
en in kamers van
מִשְׁכָּ֣בְךָ֔
(mishkavekha)
je slaapplaats
אַל
(al)
niet
תְּקַלֵּ֖ל
(teqalel)
vervloek
עָשִׁ֑יר
(ashir)
rijke
כִּ֣י
(ki)
want
ע֤וֹף
(of)
vogel van
הַשָּׁמַ֨יִם֙
(hashamayim)
de hemel
יוֹלִ֣יךְ
(yolikh)
brengt weg
אֶת
(et)
(obj.)
הַקּ֔וֹל
(haqol)
de stem
וּבַ֥עַל
(uvaal)
en bezitter van
כְּנָפַ֖יִם
(kenafayim)
vleugels
יַגֵּ֥יד
(yageid)
maakt bekend
דָּבָֽר
(davar)
woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַדָּע (madda), ‘kennis, bewustzijn’, verwant aan דַּעַת (da'at), ‘kennis’.

תְּקַלֵּל (teqallel), ‘vervloek’: het werkwoord betekent ook ‘licht achten, verachten’.

‘De vogel van de hemel brengt de stem weg’: een beeld voor het geheim dat toch bekend wordt. Vergelijk Exod. 22:27.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft הַכְּנָפַיִם (hakenafayim), ‘de bezitter van de vleugels’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft כְּנָפַיִם (kenafayim).

De betekenis is gelijk.