De zoektocht in de nacht en de draagstoel van Salomo
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De bruid zoekt haar geliefde
1Op mijn bed, in de nachten, zocht ik hem die mijn ziel liefheeft. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet.
עַל
(al)
op
מִשְׁכָּבִי֙
(mishkavi)
mijn bed
בַּלֵּיל֔וֹת
(baleilot)
in de nachten
בִּקַּ֕שְׁתִּי
(biqashti)
ik zocht
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
שֶׁאָהֲבָ֖ה
(sheahava)
hem die liefheeft
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
בִּקַּשְׁתִּ֖יו
(biqashtiv)
ik zocht hem
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
מְצָאתִֽיו
(metsativ)
ik vond hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit stuk (3:1–5) vertelt de bruid zelf, in de eerste persoon.
נַפְשִׁי (nafshi), ‘mijn ziel’: de hele persoon met zijn verlangen; zie 1:7.
עַל מִשְׁכָּבִי (al mishkavi), ‘op mijn bed’: ook ‘op mijn leger’. De bruid zoekt hem in de nacht; of zij dit droomt of werkelijk doet, laat de tekst open.
2Ik wil toch opstaan en rondgaan in de stad, in de straten en op de pleinen. Ik wil hem zoeken die mijn ziel liefheeft. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet.
אָק֨וּמָה
(aquma)
ik wil opstaan
נָּ֜א
(na)
toch
וַאֲסוֹבְבָ֣ה
(vaasoveva)
en rondgaan
בָעִ֗יר
(bair)
in de stad
בַּשְּׁוָקִים֙
(bashevaqim)
in de straten
וּבָ֣רְחֹב֔וֹת
(uvarechovot)
en op de pleinen
אֲבַקְשָׁ֕ה
(avaqsha)
ik wil zoeken
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
שֶׁאָהֲבָ֖ה
(sheahava)
hem die liefheeft
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
בִּקַּשְׁתִּ֖יו
(biqashtiv)
ik zocht hem
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
מְצָאתִֽיו
(metsativ)
ik vond hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אָקוּמָה נָּא (aqumah na), ‘ik wil toch opstaan’: de vorm drukt een wens of voornemen uit, versterkt met na, ‘toch’.
4Nauwelijks was ik hen voorbij of ik vond hem die mijn ziel liefheeft. Ik greep hem vast en liet hem niet los, totdat ik hem bracht naar het huis van mijn moeder. Naar de kamer van haar die mij ontving.
כִּמְעַט֙
(kimat)
nauwelijks
שֶׁעָבַ֣רְתִּי
(sheavarti)
dat ik voorbijging
מֵהֶ֔ם
(mehem)
van hen
עַ֣ד
(ad)
totdat
שֶֽׁמָּצָ֔אתִי
(shematsati)
ik vond
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
שֶׁאָהֲבָ֖ה
(sheahava)
hem die liefheeft
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
אֲחַזְתִּיו֙
(achaztiv)
ik greep hem
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
אַרְפֶּ֔נּוּ
(arpenu)
ik liet hem los
עַד
(ad)
totdat
שֶׁ֤הֲבֵיאתִיו֙
(shehaveitiv)
ik hem bracht
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
אִמִּ֔י
(imi)
mijn moeder
וְאֶל
(veel)
en naar
חֶ֖דֶר
(cheder)
de kamer van
הוֹרָתִֽי
(horati)
haar die mij ontving
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הוֹרָתִי (horati), ‘haar die mij ontving’: letterlijk ‘zij die mij ontving’ (van het werkwoord ‘zwanger worden’).
Dit is mijn moeder, de vrouw uit het eerste deel van het vers.
5Ik laat jullie zweren, dochters van Jeruzalem, bij de gazellen of bij de hinden van het veld. Jullie mogen de liefde niet opwekken en niet wakker maken, totdat zij het wil.
הִשְׁבַּ֨עְתִּי
(hishbati)
ik laat zweren
אֶתְכֶ֜ם
(etkhem)
jullie
בְּנ֤וֹת
(benot)
dochters van
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushalaim)
Jeruzalem
בִּצְבָא֔וֹת
(bitsvaot)
bij de gazellen
א֖וֹ
(o)
of
בְּאַיְל֣וֹת
(beaylot)
bij de hinden van
הַשָּׂדֶ֑ה
(hasade)
het veld
אִם
(im)
als
תָּעִ֧ירוּ
(tairu)
jullie opwekken
וְֽאִם
(veim)
en als
תְּעֽוֹרְר֛וּ
(teoreru)
jullie wakker maken
אֶת
(et)
(obj.)
הָאַהֲבָ֖ה
(haahava)
de liefde
עַ֥ד
(ad)
totdat
שֶׁתֶּחְפָּֽץ
(shetechpats)
zij wil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Dit vers is gelijk aan 2:7 en komt ook voor in 8:4, daar zonder de eed bij de gazellen.
10Zijn zuilen maakte hij van zilver, zijn rugsteun van goud, zijn zitting van purper. Zijn binnenste is ingelegd met liefde, door de dochters van Jeruzalem.
עַמּוּדָיו֙
(amudav)
zijn zuilen
עָ֣שָׂה
(asa)
hij maakte
כֶ֔סֶף
(kesef)
zilver
רְפִידָת֣וֹ
(refidato)
zijn rugsteun
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
מֶרְכָּב֖וֹ
(merkavo)
zijn zitting
אַרְגָּמָ֑ן
(argaman)
purper
תּוֹכוֹ֙
(tokho)
zijn binnenste
רָצ֣וּף
(ratsuf)
ingelegd
אַהֲבָ֔ה
(ahava)
liefde
מִבְּנ֖וֹת
(mibenot)
door de dochters van
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushalaim)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
רְפִידָתוֹ (refidato), ‘zijn rugsteun’: het woord komt maar één keer voor; ook ‘zijn bekleding’ of ‘zijn bedekking’.
רָצוּף אַהֲבָה (ratsuf ahavah), ‘ingelegd met liefde’: de tekst is moeilijk. רצף betekent ‘bestraten, inleggen’. Het kan zijn dat de dochters van Jeruzalem het binnenste hebben ingelegd, of dat het binnenste ‘uit liefde’ is gemaakt. Wij volgen de Masoretische tekst en vertalen zo letterlijk mogelijk.
11Ga naar buiten en kijk, dochters van Sion, naar de koning Salomo, met de kroon. Zijn moeder heeft hem ermee gekroond op de dag van zijn bruiloft, op de dag van de vreugde van zijn hart.
צְאֶ֧ינָה
(tseeina)
gaat uit
וּֽרְאֶ֛ינָה
(ureeina)
en kijkt
בְּנ֥וֹת
(benot)
dochters van
צִיּ֖וֹן
(tsiyon)
Sion
בַּמֶּ֣לֶךְ
(bamelekh)
naar de koning
שְׁלֹמֹ֑ה
(shelomo)
Salomo
בָּעֲטָרָ֗ה
(baatara)
met de kroon
שֶׁעִטְּרָה
(sheitera)
die kroonde
לּ֤וֹ
(lo)
hem
אִמּוֹ֙
(imo)
zijn moeder
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
חֲתֻנָּת֔וֹ
(chatunato)
zijn bruiloft
וּבְי֖וֹם
(uveyom)
en op de dag van
שִׂמְחַ֥ת
(simchat)
vreugde van
לִבּֽוֹ
(libo)
zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
בְּנוֹת צִיּוֹן (benot tsiyyon), ‘dochters van Sion’: de dochters van Jeruzalem uit 1:5.
Sion is hier de stad Jeruzalem.
עֲטָרָה (atarah), ‘kroon’: een krans of diadeem, zoals een bruidegom die draagt.
בְּיוֹם חֲתֻנָּתוֹ (beyom chatunnato), ‘op de dag van zijn bruiloft’: het woord chatunnah komt maar één keer voor.