Elohim Bijbel

Deuteronomium 21

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

Onopgeloste moord, gevangen vrouw, erfrecht en opstandige zoon

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een onopgeloste moord

1Wanneer op de grond die Yahweh, je Elohim, je geeft om in bezit te nemen, een gedode wordt gevonden die in het veld ligt. En men weet niet wie hem heeft geslagen,
כִּי
(ki)
wanneer
יִמָּצֵ֣א
(yimatse)
gevonden wordt
חָלָ֗ל
(chalal)
een gedode
בָּאֲדָמָה֙
(baadama)
op de grond
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֤ן
(noten)
die geeft
לְךָ֙
(lekha)
aan jou
לְרִשְׁתָּ֔הּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
נֹפֵ֖ל
(nofel)
liggend
בַּשָּׂדֶ֑ה
(basade)
in het veld
לֹ֥א
(lo)
niet
נוֹדַ֖ע
(noda)
is bekend
מִ֥י
(mi)
wie
הִכָּֽהוּ
(hikahu)
hem sloeg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָלָל (chalal), ‘gedode’: iemand die door geweld is omgekomen.

Zie ook Num. 35:33–34, waar bloed het land onrein maakt.

2dan moeten je oudsten en je rechters uitgaan en de afstand meten tot de steden rondom de gedode.
וְיָצְא֥וּ
(veyatseu)
en zullen uitgaan
זְקֵנֶ֖יךָ
(zeqeneikha)
je oudsten
וְשֹׁפְטֶ֑יךָ
(veshofeteikha)
en je rechters
וּמָדְדוּ֙
(umadedu)
en zullen meten
אֶל
(el)
naar
הֶ֣עָרִ֔ים
(hearim)
de steden
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
סְבִיבֹ֥ת
(sevivot)
rondom
הֶחָלָֽל
(hechalal)
de gedode
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3De stad die het dichtst bij de gedode ligt. De oudsten van die stad moeten een jonge koe nemen waarmee nog niet gewerkt is en die nog niet onder een juk heeft getrokken.
וְהָיָ֣ה
(vehaya)
en het zal zijn
הָעִ֔יר
(hair)
de stad
הַקְּרֹבָ֖ה
(haqerova)
die dichtbij is
אֶל
(el)
bij
הֶחָלָ֑ל
(hechalal)
de gedode
וְלָֽקְח֡וּ
(velaqechu)
en zullen nemen
זִקְנֵי֩
(ziqnei)
oudsten van
הָעִ֨יר
(hair)
de stad
הַהִ֜וא
(hahi)
die
עֶגְלַ֣ת
(eglat)
jonge koe van
בָּקָ֗ר
(baqar)
rund
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
waarmee
לֹֽא
(lo)
niet
עֻבַּד֙
(ubad)
gewerkt is
בָּ֔הּ
(bah)
met haar
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
מָשְׁכָ֖ה
(mashekha)
zij trok
בְּעֹֽל
(beol)
in een juk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶגְלַת בָּקָר (eglat baqar), ‘jonge koe’.

Een dier waarmee nog niet gewerkt is, wordt gebruikt omdat het nog niet voor een mens heeft gewerkt.

4De oudsten van die stad moeten de koe naar een beek met altijd stromend water brengen, waar niet gewerkt en niet gezaaid wordt. Daar, in de beek, moeten zij de nek van de koe breken.
וְהוֹרִ֡דוּ
(vehoridu)
en zullen laten afdalen
זִקְנֵי֩
(ziqnei)
oudsten van
הָעִ֨יר
(hair)
de stad
הַהִ֤וא
(hahi)
die
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽעֶגְלָה֙
(haegla)
de koe
אֶל
(el)
naar
נַ֣חַל
(nachal)
beek
אֵיתָ֔ן
(eitan)
altijd stromend
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
waar
לֹא
(lo)
niet
יֵעָבֵ֥ד
(yeaved)
wordt gewerkt
בּ֖וֹ
(bo)
in haar
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִזָּרֵ֑עַ
(yizarea)
wordt gezaaid
וְעָֽרְפוּ
(vearefu)
en zullen breken de nek
שָׁ֥ם
(sham)
daar
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֶגְלָ֖ה
(haegla)
de koe
בַּנָּֽחַל
(banachal)
in de beek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַחַל אֵיתָן (nachal eitan), ‘beek met altijd stromend water’: een beek die nooit droogvalt.

Het land bij de beek wordt niet bewerkt, dus de plek is niet in gebruik.

עָרַף (araf), ‘de nek breken’.

5Dan moeten de priesters, de zonen van Levi, naderen. Want hen heeft Yahweh, je Elohim, uitgekozen om Hem te dienen en te zegenen in de naam van Yahweh. Op hun woord hangt elke rechtszaak en elke slag af.
וְנִגְּשׁ֣וּ
(venigeshu)
en zullen naderen
הַכֹּהֲנִים֮
(hakohanim)
de priesters
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
לֵוִי֒
(levi)
Levi
כִּ֣י
(ki)
want
בָ֗ם
(bam)
hen
בָּחַ֞ר
(bachar)
koos
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
לְשָׁ֣רְת֔וֹ
(leshareto)
om Hem te dienen
וּלְבָרֵ֖ךְ
(ulevarekh)
en om te zegenen
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
in de naam van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְעַל
(veal)
en op
פִּיהֶ֥ם
(pihem)
hun mond
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
zal zijn
כָּל
(kal)
elke
רִ֥יב
(riv)
rechtszaak
וְכָל
(vekhal)
en elke
נָֽגַע
(naga)
slag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De priesters spreken recht in de zaak: zij zijn door Yahweh uitgekozen (zie ook Deut. 10:8 en 17:8–9).

נֶגַע (nega), ‘slag’: een verwonding of geweldpleging.

6Alle oudsten van die stad, die het dichtst bij de gedode zijn, moeten hun handen wassen boven de koe. Dat is de koe wier nek in de beek is gebroken.
וְכֹ֗ל
(vekhol)
en alle
זִקְנֵי֙
(ziqnei)
oudsten van
הָעִ֣יר
(hair)
de stad
הַהִ֔וא
(hahi)
die
הַקְּרֹבִ֖ים
(haqerovim)
die dichtbij zijn
אֶל
(el)
bij
הֶחָלָ֑ל
(hechalal)
de gedode
יִרְחֲצוּ֙
(yirchatsu)
zullen wassen
אֶת
(et)
(obj.)
יְדֵיהֶ֔ם
(yedeihem)
hun handen
עַל
(al)
boven
הָעֶגְלָ֖ה
(haegla)
de koe
הָעֲרוּפָ֥ה
(haarufa)
die haar nek gebroken is
בַנָּֽחַל
(banachal)
in de beek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Zij moeten antwoorden en zeggen: „Onze handen hebben dit bloed niet vergoten en onze ogen hebben het niet gezien.
וְעָנ֖וּ
(veanu)
en zullen antwoorden
וְאָמְר֑וּ
(veameru)
en zeggen
יָדֵ֗ינוּ
(yadeinu)
onze handen
לֹ֤א
(lo)
niet
שָֽׁפְכוּ֙
(shafekhu)
vergoten
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֣ם
(hadam)
het bloed
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
וְעֵינֵ֖ינוּ
(veeineinu)
en onze ogen
לֹ֥א
(lo)
niet
רָאֽוּ
(rau)
zagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Doe verzoening voor Uw volk Israël, dat U vrijgekocht hebt, Yahweh. Laat geen onschuldig bloed komen in het midden van Uw volk Israël.” Zo wordt het bloed voor hen verzoend.
כַּפֵּר֩
(kaper)
doe verzoening
לְעַמְּךָ֨
(leamekha)
voor Uw volk
יִשְׂרָאֵ֤ל
(yisrael)
Israël
אֲשֶׁר
(asher)
dat
פָּדִ֨יתָ֙
(padita)
U kocht vrij
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְאַל
(veal)
en niet
תִּתֵּן֙
(titen)
laat komen
דָּ֣ם
(dam)
bloed
נָקִ֔י
(naqi)
onschuldig
בְּקֶ֖רֶב
(beqerev)
in het midden van
עַמְּךָ֣
(amekha)
Uw volk
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְנִכַּפֵּ֥ר
(venikaper)
en zal verzoend worden
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
הַדָּֽם
(hadam)
het bloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De oudsten spreken Yahweh rechtstreeks aan, dus met ‘U’ en ‘Uw’.

כַּפֵּר (kapper), ‘verzoening doen’.

Het slot, ‘Zo wordt het bloed voor hen verzoend’, is de vertelling en geen deel van het gebed.

9Jij moet het onschuldige bloed uit je midden wegdoen. Dan doe je wat recht is in de ogen van Yahweh.
וְאַתָּ֗ה
(veata)
en jij
תְּבַעֵ֛ר
(tevaer)
zul wegdoen
הַדָּ֥ם
(hadam)
het bloed
הַנָּקִ֖י
(hanaqi)
het onschuldige
מִקִּרְבֶּ֑ךָ
(miqirbekha)
uit je midden
כִּֽי
(ki)
want
תַעֲשֶׂ֥ה
(taase)
je zult doen
הַיָּשָׁ֖ר
(hayashar)
wat recht is
בְּעֵינֵ֥י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Voor ‘wegdoen’ (בִּעֵר, bi’er) zie de voetnoot bij Deut. 19:13.

Een gevangen vrouw

10Wanneer je ten strijde trekt tegen je vijanden, Yahweh, je Elohim, hen in je hand geeft en je gevangenen meevoert,
כִּֽי
(ki)
wanneer
תֵצֵ֥א
(tetse)
je uittrekt
לַמִּלְחָמָ֖ה
(lamilchama)
ten strijde
עַל
(al)
tegen
אֹיְבֶ֑יךָ
(oyeveikha)
je vijanden
וּנְתָנ֞וֹ
(unetano)
en geeft hem
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בְּיָדֶ֖ךָ
(beyadekha)
in je hand
וְשָׁבִ֥יתָ
(veshavita)
en je voert weg
שִׁבְיֽוֹ
(shivyo)
zijn gevangenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11en je ziet onder de gevangenen een vrouw met een mooi uiterlijk, je raakt aan haar gehecht en je neemt haar tot vrouw,
וְרָאִיתָ֙
(veraita)
en je ziet
בַּשִּׁבְיָ֔ה
(bashivya)
onder de gevangenen
אֵ֖שֶׁת
(eshet)
een vrouw van
יְפַת
(yefat)
mooi van
תֹּ֑אַר
(toar)
uiterlijk
וְחָשַׁקְתָּ֣
(vechashaqta)
en je raakt gehecht
בָ֔הּ
(bah)
aan haar
וְלָקַחְתָּ֥
(velaqachta)
en je neemt
לְךָ֖
(lekha)
voor jezelf
לְאִשָּֽׁה
(leisha)
tot vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָשַׁק (chashaq), ‘gehecht raken’: verlangen naar iets.

De wet beschermt de gevangen vrouw: ze krijgt tijd om te rouwen en wordt niet verkocht.

12dan breng je haar in je huis. Zij moet haar hoofd kaalscheren en haar nagels verzorgen.
וַהֲבֵאתָ֖הּ
(vahavetah)
en je brengt haar
אֶל
(el)
naar
תּ֣וֹךְ
(tokh)
het midden van
בֵּיתֶ֑ךָ
(beitekha)
je huis
וְגִלְּחָה֙
(vegilecha)
en ze scheert kaal
אֶת
(et)
(obj.)
רֹאשָׁ֔הּ
(roshah)
haar hoofd
וְעָשְׂתָ֖ה
(veaseta)
en ze verzorgt
אֶת
(et)
(obj.)
צִפָּרְנֶֽיהָ
(tsipareneiha)
haar nagels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

וְעָשְׂתָה (ve’asetah), letterlijk ‘en zij maakt’.

Dat kan ‘knippen’ betekenen, maar ook ‘verzorgen’ of ‘laten groeien’.

Wij vertalen ‘verzorgen’.

Kaalscheren en nagels verzorgen kunnen tekenen van rouw of van een nieuw begin zijn.

13Zij moet de kleren van haar gevangenschap uittrekken en in je huis blijven wonen. Een hele maand moet ze haar vader en moeder bewenen. Daarna mag je bij haar komen en haar man zijn, en ze wordt je vrouw.
וְהֵסִ֩ירָה֩
(vehesira)
en ze trekt uit
אֶת
(et)
(obj.)
שִׂמְלַ֨ת
(simlat)
kleed van
שִׁבְיָ֜הּ
(shivyah)
haar gevangenschap
מֵעָלֶ֗יהָ
(mealeiha)
van haar
וְיָֽשְׁבָה֙
(veyasheva)
en ze blijft wonen
בְּבֵיתֶ֔ךָ
(beveitekha)
in je huis
וּבָֽכְתָ֛ה
(uvakheta)
en ze beweent
אֶת
(et)
(obj.)
אָבִ֥יהָ
(aviha)
haar vader
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אִמָּ֖הּ
(imah)
haar moeder
יֶ֣רַח
(yerach)
maand van
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
וְאַ֨חַר
(veachar)
en daarna
כֵּ֜ן
(ken)
zo
תָּב֤וֹא
(tavo)
zul je komen
אֵלֶ֨יהָ֙
(eleiha)
tot haar
וּבְעַלְתָּ֔הּ
(uvealtah)
en je wordt haar man
וְהָיְתָ֥ה
(vehayeta)
en ze wordt
לְךָ֖
(lekha)
voor jou
לְאִשָּֽׁה
(leisha)
tot vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶרַח יָמִים (yerach yamim), letterlijk ‘een maand van dagen’: een volle maand.

בָּעַל (ba’al), ‘iemands man zijn’.

14Als je geen behagen meer in haar hebt, dan moet je haar laten gaan waarheen zij wil. Je mag haar zeker niet voor geld verkopen en haar niet als koopwaar behandelen, omdat je haar vernederd hebt.
וְהָיָ֞ה
(vehaya)
en het zal zijn
אִם
(im)
als
לֹ֧א
(lo)
niet
חָפַ֣צְתָּ
(chafatsta)
je behagen hebt
בָּ֗הּ
(bah)
in haar
וְשִׁלַּחְתָּהּ֙
(veshilachtah)
en je laat haar gaan
לְנַפְשָׁ֔הּ
(lenafshah)
naar haar wens
וּמָכֹ֥ר
(umakhor)
en verkopen
לֹא
(lo)
niet
תִמְכְּרֶ֖נָּה
(timkerena)
zul je haar verkopen
בַּכָּ֑סֶף
(bakasef)
voor zilver
לֹא
(lo)
niet
תִתְעַמֵּ֣ר
(titamer)
zul je behandelen als koopwaar
בָּ֔הּ
(bah)
haar
תַּ֖חַת
(tachat)
in ruil voor
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
עִנִּיתָֽהּ
(initah)
je haar vernederd hebt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִתְעַמֵּר (hit’ammer), ‘als koopwaar behandelen’: de betekenis is onzeker.

Hetzelfde woord staat in Deut. 24:7 bij iemand die een broer steelt en verkoopt.

עִנָּה (innah), ‘vernederen’: zoals in Gen. 34:2.

Het recht van de eerstgeborene

15Wanneer een man twee vrouwen heeft, de ene bemind en de andere gehaat. En zowel de beminde als de gehate baren hem zonen, en de eerstgeboren zoon is van de gehate,
כִּֽי
(ki)
wanneer
תִהְיֶ֨יןָ
(tihyeina)
zijn
לְאִ֜ישׁ
(leish)
voor een man
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
נָשִׁ֗ים
(nashim)
vrouwen
הָאַחַ֤ת
(haachat)
de ene
אֲהוּבָה֙
(ahuva)
bemind
וְהָאַחַ֣ת
(vehaachat)
en de ene
שְׂנוּאָ֔ה
(senua)
gehaat
וְיָֽלְדוּ
(veyaledu)
en baren
ל֣וֹ
(lo)
hem
בָנִ֔ים
(banim)
zonen
הָאֲהוּבָ֖ה
(haahuva)
de beminde
וְהַשְּׂנוּאָ֑ה
(vehasenua)
en de gehate
וְהָיָ֛ה
(vehaya)
en het zal zijn
הַבֵּ֥ן
(haben)
de zoon
הַבְּכ֖וֹר
(habekhor)
de eerstgeborene
לַשְּׂנִיאָֽה
(lasenia)
van de gehate
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Gen. 29:30–33, waar Jakob Lea ‘gehaat’ noemt: het woord kan ook ‘minder geliefd’ betekenen.

16dan mag hij, op de dag dat hij zijn zonen laat erven wat hij bezit, de zoon van de beminde niet tot eerstgeborene maken. Dat mag niet ten koste gaan van de zoon van de gehate. Die is de eerstgeborene.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
בְּיוֹם֙
(beyom)
op de dag
הַנְחִיל֣וֹ
(hanchilo)
dat hij laat erven
אֶת
(et)
(obj.)
בָּנָ֔יו
(banav)
zijn zonen
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
zal zijn
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
לֹ֣א
(lo)
niet
יוּכַ֗ל
(yukhal)
zal hij mogen
לְבַכֵּר֙
(levaker)
tot eerstgeborene maken
אֶת
(et)
(obj.)
בֶּן
(ben)
de zoon van
הָ֣אֲהוּבָ֔ה
(haahuva)
de beminde
עַל
(al)
ten koste van
פְּנֵ֥י
(penei)
het aangezicht van
בֶן
(ben)
de zoon van
הַשְּׂנוּאָ֖ה
(hasenua)
de gehate
הַבְּכֹֽר
(habekhor)
de eerstgeborene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Hij moet de eerstgeborene, de zoon van de gehate, erkennen door hem een dubbel deel te geven van alles wat hij bezit. Want hij is de eerste van zijn kracht; het recht van de eerstgeboorte is van hem.
כִּי֩
(ki)
want
אֶת
(et)
(obj.)
הַבְּכֹ֨ר
(habekhor)
de eerstgeborene
בֶּן
(ben)
zoon van
הַשְּׂנוּאָ֜ה
(hasenua)
de gehate
יַכִּ֗יר
(yakir)
zal hij erkennen
לָ֤תֶת
(latet)
om te geven
לוֹ֙
(lo)
aan hem
פִּ֣י
(pi)
mond van
שְׁנַ֔יִם
(shenayim)
twee
בְּכֹ֥ל
(bekhol)
van alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יִמָּצֵ֖א
(yimatse)
gevonden wordt
ל֑וֹ
(lo)
bij hem
כִּי
(ki)
want
הוּא֙
(hu)
hij
רֵאשִׁ֣ית
(reshit)
eerste van
אֹנ֔וֹ
(ono)
zijn kracht
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
מִשְׁפַּ֥ט
(mishpat)
recht van
הַבְּכֹרָֽה
(habekhora)
de eerstgeboorte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּי שְׁנַיִם (pi shenayim), letterlijk ‘mond van twee’: een dubbel deel.

De eerstgeborene krijgt twee delen.

רֵאשִׁית אוֹן (reshit on), ‘eerste van zijn kracht’: het eerste teken van zijn kracht als vader.

Een opstandige zoon

18Wanneer een man een koppige en opstandige zoon heeft. Die luistert niet naar de stem van zijn vader en de stem van zijn moeder. En ook als zij hem tuchtigen, luistert hij niet naar hen,
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
is
לְאִ֗ישׁ
(leish)
voor een man
בֵּ֚ן
(ben)
zoon
סוֹרֵ֣ר
(sorer)
koppig
וּמוֹרֶ֔ה
(umore)
en opstandig
אֵינֶ֣נּוּ
(einenu)
niet is hij
שֹׁמֵ֔עַ
(shomea)
luisterend
בְּק֥וֹל
(beqol)
naar de stem van
אָבִ֖יו
(aviv)
zijn vader
וּבְק֣וֹל
(uveqol)
en naar de stem van
אִמּ֑וֹ
(imo)
zijn moeder
וְיסְּר֣וּ
(veysru)
en zij tuchtigen
אֹת֔וֹ
(oto)
hem
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִשְׁמַ֖ע
(yishma)
luistert hij
אֲלֵיהֶֽם
(aleihem)
naar hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹרֵר וּמוֹרֶה (sorer umoreh), ‘koppig en opstandig’: een zoon die zijn ouders openlijk blijft weerstaan, ook na straf.

Het gaat niet om een kind.

19dan moeten zijn vader en zijn moeder hem vastgrijpen en hem naar de oudsten van zijn stad brengen, naar de poort van zijn woonplaats.
וְתָ֥פְשׂוּ
(vetafesu)
en zullen vastgrijpen
ב֖וֹ
(bo)
hem
אָבִ֣יו
(aviv)
zijn vader
וְאִמּ֑וֹ
(veimo)
en zijn moeder
וְהוֹצִ֧יאוּ
(vehotsiu)
en zullen brengen
אֹת֛וֹ
(oto)
hem
אֶל
(el)
naar
זִקְנֵ֥י
(ziqnei)
oudsten van
עִיר֖וֹ
(iro)
zijn stad
וְאֶל
(veel)
en naar
שַׁ֥עַר
(shaar)
poort van
מְקֹמֽוֹ
(meqomo)
zijn woonplaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Zij moeten tegen de oudsten van zijn stad zeggen: „Deze zoon van ons is koppig en opstandig. Hij luistert niet naar onze stem. Hij is een veelvraat en een dronkaard.”
וְאָמְר֞וּ
(veameru)
en zullen zeggen
אֶל
(el)
tot
זִקְנֵ֣י
(ziqnei)
oudsten van
עִיר֗וֹ
(iro)
zijn stad
בְּנֵ֤נוּ
(benenu)
onze zoon
זֶה֙
(ze)
deze
סוֹרֵ֣ר
(sorer)
koppig
וּמֹרֶ֔ה
(umore)
en opstandig
אֵינֶ֥נּוּ
(einenu)
niet is hij
שֹׁמֵ֖עַ
(shomea)
luisterend
בְּקֹלֵ֑נוּ
(beqolenu)
naar onze stem
זוֹלֵ֖ל
(zolel)
veelvraat
וְסֹבֵֽא
(vesove)
en dronkaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זוֹלֵל וְסֹבֵא (zolel vesove), ‘veelvraat en dronkaard’.

Zie ook Spr. 23:20–21.

21Dan moeten alle mannen van zijn stad hem met stenen stenigen, zodat hij sterft. Zo doe je het kwaad uit je midden weg. Heel Israël zal het horen en bang worden.
וּ֠רְגָמֻהוּ
(uregamuhu)
en zullen stenigen hem
כָּל
(kal)
alle
אַנְשֵׁ֨י
(anshei)
mannen van
עִיר֤וֹ
(iro)
zijn stad
בָֽאֲבָנִים֙
(baavanim)
met stenen
וָמֵ֔ת
(vamet)
en hij sterft
וּבִֽעַרְתָּ֥
(uviarta)
en je zult wegdoen
הָרָ֖ע
(hara)
het kwaad
מִקִּרְבֶּ֑ךָ
(miqirbekha)
uit je midden
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
יִשְׁמְע֥וּ
(yishmeu)
zullen horen
וְיִרָֽאוּ
(veyirau)
en zullen vrezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ouders moeten de zaak zelf aanbrengen; de stad voert het vonnis uit.

Voor ‘wegdoen’ zie Deut. 19:13.

Een gehangene

22Wanneer een man een zonde begaat waarop volgens het recht de dood staat, en hij gedood wordt, en je hangt hem aan een boom,
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
is
בְאִ֗ישׁ
(beish)
bij een man
חֵ֛טְא
(chete)
zonde van
מִשְׁפַּט
(mishpat)
recht van
מָ֖וֶת
(mavet)
de dood
וְהוּמָ֑ת
(vehumat)
en hij wordt gedood
וְתָלִ֥יתָ
(vetalita)
en je hangt
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
עַל
(al)
aan
עֵֽץ
(ets)
een boom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תָּלָה עַל עֵץ (talah al ets), ‘aan een boom hangen’: het lijk van een gedode wordt ter waarschuwing zichtbaar opgehangen.

23dan mag zijn lijk de nacht niet doorbrengen aan de boom. Je moet hem op diezelfde dag begraven, want een gehangene is een vervloeking van Elohim. Zo maak je je grond niet onrein, die Yahweh, je Elohim, je geeft als erfdeel.
לֹא
(lo)
niet
תָלִ֨ין
(talin)
zal overnachten
נִבְלָת֜וֹ
(nivlato)
zijn lijk
עַל
(al)
aan
הָעֵ֗ץ
(haets)
de boom
כִּֽי
(ki)
want
קָב֤וֹר
(qavor)
begraven
תִּקְבְּרֶ֨נּוּ֙
(tiqberenu)
zul je hem begraven
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
כִּֽי
(ki)
want
קִלְלַ֥ת
(qillat)
vervloeking van
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
תָּל֑וּי
(taluy)
een gehangene
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
תְטַמֵּא֙
(tetame)
zul je onrein maken
אֶת
(et)
(obj.)
אַדְמָ֣תְךָ֔
(admatekha)
je grond
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
die geeft
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
נַחֲלָֽה
(nachala)
als erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קִלְלַת אֱלֹהִים (qilelat Elohim), ‘een vervloeking van Elohim’: de gehangene staat onder de vloek van Elohim.

Paulus verwijst hiernaar in Gal. 3:13.