De dag van Yahweh over Egypte en de gebroken arm van farao
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1Het woord van Yahweh kwam tot mij:
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en het werd
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֥י
(elay)
tot mij
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De dag van Yahweh komt over Egypte
2„Mensenkind, profeteer en zeg: Zo zegt Heer Yahweh: Jammer: ach, die dag!
בֶּן
(ben)
zoon van
אָדָ֕ם
(adam)
mens
הִנָּבֵא֙
(hinave)
profeteer
וְאָ֣מַרְתָּ֔
(veamarta)
en zeg
כֹּ֥ה
(ko)
zo
אָמַ֖ר
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
הֵילִ֖ילוּ
(heililu)
jammert
הָ֥הּ
(hah)
ach
לַיּֽוֹם
(layom)
om de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הילילו (heililu), ‘jammer’: een gebiedende vorm in het meervoud, de kreet van wie rouwt of in nood is.
הה ליום (hah layyom), ‘ach, die dag’: de dag waarover vers 3 spreekt.
De woorden van Yahweh aan Ezechiël beginnen met ‘Mensenkind’. Wat Ezechiël moet zeggen, begint met ‘Zo zegt Heer Yahweh’ (zie Ezech. 2:4).
4Een zwaard komt over Egypte. Er komt siddering in Kush wanneer de gesneuvelden in Egypte vallen. Men neemt haar menigte weg en haar fundamenten worden afgebroken.
וּבָאָ֥ה
(uvaa)
en zal komen
חֶ֨רֶב֙
(cherev)
zwaard
בְּמִצְרַ֔יִם
(bemitsrayim)
over Egypte
וְהָיְתָ֤ה
(vehayeta)
en zal zijn
חַלְחָלָה֙
(chalchala)
siddering
בְּכ֔וּשׁ
(bekhush)
in Kush
בִּנְפֹ֥ל
(binfol)
bij het vallen van
חָלָ֖ל
(chalal)
gesneuvelde
בְּמִצְרָ֑יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
וְלָקְח֣וּ
(velaqechu)
en zij zullen nemen
הֲמוֹנָ֔הּ
(hamonah)
haar menigte
וְנֶהֶרְס֖וּ
(venehersu)
en zullen worden afgebroken
יְסוֹדֹתֶֽיהָ
(yesodoteiha)
haar fundamenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.
Uitleg
חלחלה (chalchalah), ‘siddering’: een heftige beving van angst of pijn.
המון (hamon), ‘menigte’: wij vertalen dit woord in dit boek meestal met ‘menigte’ (ook 31:2, 31:18 en 32:12; in 29:19 staat ‘rijkdom’ omdat daar plundering wordt genoemd). Het kan ook ‘rijkdom’ of ‘drukte’ betekenen.
5Kush, Put en Lud, heel de gemengde schare, Kub en de zonen van het land van het verbond zullen met hen door het zwaard vallen.
כּ֣וּשׁ
(kush)
Kush
וּפ֤וּט
(ufut)
en Put
וְלוּד֙
(velud)
en Lud
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָעֶ֣רֶב
(haerev)
de gemengde schare
וְכ֔וּב
(vekhuv)
en Kub
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
הַבְּרִ֑ית
(haberit)
het verbond
אִתָּ֖ם
(itam)
met hen
בַּחֶ֥רֶב
(bacherev)
door het zwaard
יִפֹּֽלוּ
(yipolu)
zullen vallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.
Uitleg
פוט (Put) en לוד (Lud): volken die met Egypte verbonden zijn.
Put wordt vaak bij Libië gezocht; de ligging van beide is niet helemaal zeker.
הערב (ha’erev), ‘de gemengde schare’: vreemdelingen die in Egypte wonen of Egypte steunen. Hetzelfde woord staat in Exod. 12:38 (‘een grote gemengde schare’). Het kan ook ‘Arabië’ betekenen.
כוב (Kub): een volk dat verder niet bekend is. Sommige oude vertalingen lezen anders.
בני ארץ הברית (bnei erets haberit), ‘de zonen van het land van het verbond’: waarschijnlijk bondgenoten van Egypte. Wie precies bedoeld wordt, is onzeker.
6Zo zegt Yahweh: De steunen van Egypte zullen vallen en de trots van haar kracht zal neerdalen. Van Migdol tot Sevene vallen zij daarin door het zwaard, godsspraak van Heer Yahweh.
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְנָֽפְלוּ֙
(venafelu)
en zullen vallen
סֹמְכֵ֣י
(somekhei)
steunen van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְיָרַ֖ד
(veyarad)
en zal neerdalen
גְּא֣וֹן
(geon)
trots van
עֻזָּ֑הּ
(uzah)
haar kracht
מִמִּגְדֹּ֣ל
(mimigdol)
van Migdol
סְוֵנֵ֗ה
(sevene)
Sevene
בַּחֶ֨רֶב֙
(bacherev)
door het zwaard
יִפְּלוּ
(yipelu)
zullen zij vallen
בָ֔הּ
(bah)
daarin
נְאֻ֖ם
(neum)
godsspraak van
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
Heer
יְהוִֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Migdol: Migdol (‘toren, fort’) was een grensfort in het oosten van de Nijldelta.
De precieze plaats is niet bekend.
Uitleg
ממגדל סונה (mimmigdol Sevenei), ‘van Migdol tot Sevene’: het Hebreeuws heeft geen woord voor ‘tot’; het kan ook ‘vanaf de toren van Sevene’ betekenen.
Migdol lag in het noorden en Sevene (Syene) in het zuiden van Egypte, dus het gaat om heel het land.
Wij schrijven ‘tot’ voor de leesbaarheid.
נאם אדני יהוה (ne’um Adonai Yahweh), ‘godsspraak van Heer Yahweh’: zie de Uitleg bij Ezech. 5:11. Binnen Zijn woorden staat de formule rood.
סמכי מצרים (somkhei Mitsrayim), ‘de steunen van Egypte’: zijn bondgenoten en helpers.
9Op die dag gaan boden van Mij uit in schepen om het zorgeloze Kush te doen schrikken. Dan komt er siddering over hen, op de dag van Egypte. Want zie, het komt!
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֗וּא
(hahu)
die
יֵצְא֨וּ
(yetseu)
zullen uitgaan
מַלְאָכִ֤ים
(malakhim)
boden
מִלְּפָנַי֙
(milefanay)
van voor Mij
בַּצִּ֔ים
(batsim)
in schepen
לְהַחֲרִ֖יד
(lehacharid)
om te doen schrikken
אֶת
(et)
(obj.)
כּ֣וּשׁ
(kush)
Kush
בֶּ֑טַח
(betach)
zorgeloos
וְהָיְתָ֨ה
(vehayeta)
en zal komen
חַלְחָלָ֤ה
(chalchala)
siddering
בָהֶם֙
(bahem)
over hen
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
כִּ֥י
(ki)
want
הִנֵּ֖ה
(hine)
zie
בָּאָֽה
(baa)
het komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
11Hij en zijn volk met hem, de geweldenaars onder de volken, worden gebracht om het land te verderven. Zij trekken hun zwaarden tegen Egypte en vullen het land met gesneuvelden.
ה֠וּא
(hu)
hij
וְעַמּ֤וֹ
(veamo)
en zijn volk
אִתּוֹ֙
(ito)
met hem
עָרִיצֵ֣י
(aritsei)
geweldenaars van
גוֹיִ֔ם
(goyim)
volken
מֽוּבָאִ֖ים
(muvaim)
worden gebracht
לְשַׁחֵ֣ת
(leshachet)
om te verderven
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
וְהֵרִ֤יקוּ
(veheriqu)
en zij zullen trekken
חַרְבוֹתָם֙
(charvotam)
hun zwaarden
עַל
(al)
tegen
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וּמָלְא֥וּ
(umaleu)
en zij zullen vullen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
חָלָֽל
(chalal)
met gesneuvelden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
עריצי גוים (aritsei goyim), ‘geweldenaars onder de volken’: wie schrik aanjaagt door zijn macht.
Dezelfde woorden staan in 31:12 en 32:12.
והריקו חרבותם (vehe’riqu charvotam), ‘zij trekken hun zwaarden’: letterlijk ‘zij ledigen hun zwaarden’, dat is: zij trekken ze uit de schede.
12Ik maak de Nijlarmen tot droog land en verkoop het land aan slechte mensen. Ik verwoest het land en alles wat erin is, door de hand van vreemden. Ik, Yahweh, heb gesproken.
וְנָתַתִּ֤י
(venatati)
en Ik zal maken
יְאֹרִים֙
(yeorim)
Nijlarmen
חָֽרָבָ֔ה
(charava)
tot droog land
וּמָכַרְתִּ֥י
(umakharti)
en Ik zal verkopen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
בְּיַד
(beyad)
in de hand van
רָעִ֑ים
(raim)
slechte mensen
וַהֲשִׁמֹּתִ֞י
(vahashimoti)
en Ik zal verwoesten
אֶ֤רֶץ
(erets)
land
וּמְלֹאָהּ֙
(umeloah)
en wat het vult
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
זָרִ֔ים
(zarim)
vreemden
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּבַּֽרְתִּי
(dibarti)
heb gesproken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יארים (ye’orim), ‘Nijlarmen’: de armen en kanalen van de Nijl; zie ook Jes. 19:6.
חרבה (charavah), ‘droog land’: land zonder water, zoals de bodem van een uitgedroogde rivier.
רעים (ra’im), ‘slechte mensen’: de Babyloniërs en hun legers.
13Zo zegt Heer Yahweh: Ik laat de mestgoden omkomen en doe de nietige goden uit Nof ophouden. Er zal geen vorst meer zijn uit het land Egypte. Ik zet vrees in het land Egypte.
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֞ר
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְהַאֲבַדְתִּ֨י
(vehaavadti)
en Ik zal laten omkomen
גִלּוּלִ֜ים
(gilulim)
mestgoden
וְהִשְׁבַּתִּ֤י
(vehishbati)
en Ik zal doen ophouden
אֱלִילִים֙
(elilim)
nietige goden
מִנֹּ֔ף
(minof)
uit Nof
וְנָשִׂ֥יא
(venasi)
en een vorst
מֵאֶֽרֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
לֹ֣א
(lo)
niet
יִֽהְיֶה
(yihye)
zal zijn
ע֑וֹד
(od)
meer
וְנָתַתִּ֥י
(venatati)
en Ik zal zetten
יִרְאָ֖ה
(yira)
vrees
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Nof (Memfis): Memfis (Mof) was een oude hoofdstad van Egypte, bij Mit Rahina, ten zuiden van het huidige Caïro, aan de Nijl.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
גלולים (gillulim), ‘mestgoden’: een scheldwoord voor afgoden; zie de Uitleg bij Ezech. 6:4.
אלילים (elilim), ‘nietige goden’: zoals in Lev. 19:4 en Jes. 2:8.
נף (Nof): Memfis, zie Jes. 19:13.
נשׂיא (nasi), ‘vorst’: een leider of prins. Vanaf nu zal Egypte geen eigen vorst meer hebben, maar vreemde heersers.
16Ik zet vuur in Egypte. Sin zal zich kronkelen van pijn. No wordt opengebroken, en Nof krijgt vijanden overdag.
וְנָתַ֤תִּי
(venatati)
en Ik zal zetten
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
בְּמִצְרַ֔יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
ח֤וּל
(chul)
zich kronkelen
תָּחוּל֙
(tachul)
zal zich kronkelen
סִ֔ין
(sin)
Sin
וְנֹ֖א
(veno)
en No
תִּהְיֶ֣ה
(tihye)
zal zijn
לְהִבָּקֵ֑עַ
(lehibaqea)
om opengebroken te worden
וְנֹ֖ף
(venof)
en Nof
צָרֵ֥י
(tsarei)
vijanden van
יוֹמָֽם
(yomam)
overdag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Sin (Pelusium): Sin is Pelusium, de oostelijke grensvesting van Egypte aan de rand van het Nijldelta, bij het huidige Tell el-Farama.
Zie No (Thebe): No (No-Amon) is Thebe, de oude hoofdstad van Opper-Egypte, bij het huidige Luxor, aan de Nijl.
Zie Nof (Memfis): Memfis (Mof) was een oude hoofdstad van Egypte, bij Mit Rahina, ten zuiden van het huidige Caïro, aan de Nijl.
Uitleg
חול תחול (chul tachul), ‘zal zich kronkelen’: dubbele vorm voor nadruk, zoals bij een vrouw die baart.
להבקע (lehibbaqea), ‘opengebroken worden’: de stadsmuren worden doorbroken.
צרי יומם (tsarei yomam), ‘vijanden overdag’: onzeker. Het kan ook ‘benauwdheden overdag’ betekenen. Waarschijnlijk valt de vijand openlijk aan, bij daglicht. Sommige oude vertalingen lezen anders.
18In Tachpanches wordt de dag donker wanneer Ik daar de jukken van Egypte breek. De trots van haar kracht komt daarin tot een einde. Zij wordt door een wolk bedekt, en haar dochters gaan in gevangenschap.
וּבִֽתְחַפְנְחֵס֙
(uvitchafneches)
en in Tachpanches
חָשַׂ֣ךְ
(chasakh)
wordt donker
הַיּ֔וֹם
(hayom)
de dag
בְּשִׁבְרִי
(beshivri)
wanneer Ik breek
שָׁם֙
(sham)
daar
אֶת
(et)
(obj.)
מֹט֣וֹת
(motot)
jukken van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְנִשְׁבַּת
(venishbat)
en komt tot een einde
בָּ֖הּ
(bah)
daarin
גְּא֣וֹן
(geon)
trots van
עֻזָּ֑הּ
(uzah)
haar kracht
הִ֚יא
(hi)
zij
עָנָ֣ן
(anan)
een wolk
יְכַסֶּ֔נָּה
(yekhasena)
zal haar bedekken
וּבְנוֹתֶ֖יהָ
(uvenoteiha)
en haar dochters
בַּשְּׁבִ֥י
(bashevi)
in gevangenschap
תֵלַֽכְנָה
(telakhna)
zullen gaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Tachpanches (Tell Defenneh): Tachpanches (Tafnes, Daphne) was een grensvesting in het oostelijke Nijldelta, bij het huidige Tell Defenneh, waar Judese vluchtelingen zich vestigden.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
תחפנחס (Tachpanches): een grensstad in het oosten van de Nijldelta.
מטות (motot), ‘jukken’: de staven van het juk, zoals in Lev. 26:13. Egypte heeft anderen onderdrukt; zijn eigen jukken worden gebroken.
בנותיה (benoteha), ‘haar dochters’: de omliggende plaatsen van een stad.
Lezing
Het geschreven woord חשׂך (chasakh), met de letter sin, betekent letterlijk ‘terughouden’ (de dag houdt zijn licht terug).
Sommige oude vertalingen lezen anders.
Wij vertalen ‘wordt donker’, wat bij de context past.
21„Mensenkind, de arm van farao, de koning van Egypte, heb Ik gebroken. En zie, de arm is niet verbonden. Er zijn geen geneesmiddelen gegeven. Er is geen verband gelegd om hem te verbinden en sterk te maken, zodat hij het zwaard kan vasthouden.
בֶּן
(ben)
zoon van
אָדָ֕ם
(adam)
mens
אֶת
(et)
(obj.)
זְר֛וֹעַ
(zeroa)
arm van
פַּרְעֹ֥ה
(paro)
farao
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
שָׁבָ֑רְתִּי
(shavarti)
heb Ik gebroken
וְהִנֵּ֣ה
(vehine)
en zie
לֹֽא
(lo)
niet
חֻ֠בְּשָׁה
(chubesha)
is zij verbonden
לָתֵ֨ת
(latet)
om te geven
רְפֻא֜וֹת
(refuot)
geneesmiddelen
לָשׂ֥וּם
(lasum)
om te leggen
חִתּ֛וּל
(chitul)
verband
לְחָבְשָׁ֥הּ
(lechaveshah)
om haar te verbinden
לְחָזְקָ֖הּ
(lechazeqah)
om haar sterk te maken
לִתְפֹּ֥שׂ
(litpos)
om vast te houden
בֶּחָֽרֶב
(becharev)
het zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
זרוע (zero’a), ‘arm’: beeld van kracht en macht.
De arm van farao is al gebroken en niet genezen.
חתול (chittul), ‘verband’: een windsel, een doek om een breuk vast te zetten.
22Daarom, zo zegt Heer Yahweh: Zie, Ik ben tegen farao, de koning van Egypte. Ik breek zijn armen, de sterke en de gebroken arm. Ik laat het zwaard uit zijn hand vallen.
לָכֵ֞ן
(lakhen)
daarom
כֹּה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהֹוִ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנְנִי֙
(hinni)
zie Ik
אֶל
(el)
tegen
פַּרְעֹ֣ה
(paro)
farao
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְשָֽׁבַרְתִּי֙
(veshavarti)
en Ik zal breken
אֶת
(et)
(obj.)
זְרֹ֣עֹתָ֔יו
(zerootav)
zijn armen
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֲזָקָ֖ה
(hachazaqa)
de sterke
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַנִּשְׁבָּ֑רֶת
(hanishbaret)
de gebroken
וְהִפַּלְתִּ֥י
(vehipalti)
en Ik zal doen vallen
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֶ֖רֶב
(hacherev)
het zwaard
מִיָּדֽוֹ
(miyado)
uit zijn hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
הנני אל (hinneni el), ‘zie, Ik ben tegen’: een vaste formule voor een aankondiging van oordeel, zoals in Nah. 2:14 en Ezech. 5:8.
החזקה ואת הנשׁברת (hachazaqah ve’et hannishbaret), ‘de sterke en de gebroken arm’: de arm van farao was al gebroken (vers 21); nu worden ook zijn andere armen gebroken.
24Ik maak de armen van de koning van Babel sterk en leg Mijn zwaard in zijn hand. De armen van farao breek Ik, en hij kreunt voor hem zoals een dodelijk gewonde kreunt.
וְחִזַּקְתִּ֗י
(vechizaqti)
en Ik zal sterk maken
אֶת
(et)
(obj.)
זְרֹעוֹת֙
(zeroot)
armen van
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
וְנָתַתִּ֥י
(venatati)
en Ik zal leggen
אֶת
(et)
(obj.)
חַרְבִּ֖י
(charbi)
Mijn zwaard
בְּיָד֑וֹ
(beyado)
in zijn hand
וְשָׁבַרְתִּי֙
(veshavarti)
en Ik zal breken
אֶת
(et)
(obj.)
זְרֹע֣וֹת
(zeroot)
armen van
פַּרְעֹ֔ה
(paro)
farao
וְנָאַ֛ק
(venaaq)
en hij zal kreunen
נַאֲק֥וֹת
(naaqot)
kreunen van
חָלָ֖ל
(chalal)
dodelijk gewonde
לְפָנָֽיו
(lefanav)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
ונאק נאקות חלל (vena’aq ne’aqot chalal), ‘hij kreunt zoals een dodelijk gewonde kreunt’: ‘hij’ is farao, ‘voor hem’ is de koning van Babel.
25Ik maak de armen van de koning van Babel sterk, maar de armen van farao vallen neer. Dan zullen zij weten dat Ik Yahweh ben, wanneer Ik Mijn zwaard in de hand van de koning van Babel geef. Hij strekt het uit tegen het land Egypte.
וְהַחֲזַקְתִּ֗י
(vehachazaqti)
en Ik zal sterk maken
אֶת
(et)
(obj.)
זְרֹעוֹת֙
(zeroot)
armen van
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
וּזְרֹע֥וֹת
(uzeroot)
en armen van
פַּרְעֹ֖ה
(paro)
farao
תִּפֹּ֑לְנָה
(tipolena)
zullen vallen
וְֽיָדְע֞וּ
(veyadeu)
en zij zullen weten
כִּֽי
(ki)
dat
אֲנִ֣י
(ani)
Ik
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּתִתִּ֤י
(betiti)
wanneer Ik geef
חַרְבִּי֙
(charbi)
Mijn zwaard
בְּיַ֣ד
(beyad)
in de hand van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
וְנָטָ֥ה
(venata)
en hij zal uitstrekken
אוֹתָ֖הּ
(otah)
het
אֶל
(el)
tegen
אֶ֥רֶץ
(erets)
land van
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.