Elohim Bijbel

Deuteronomium 18

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

Het deel van de Levieten, toverij verboden en de profeet zoals Mozes

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het deel van de priesters en Levieten

1De priesters, de Levieten, de hele stam Levi, zullen geen deel en geen erfdeel hebben met Israël. Van de vuuroffers van Yahweh en van Zijn erfdeel zullen zij eten.
לֹֽא
(lo)
niet
יִ֠הְיֶה
(yihye)
zal zijn
לַכֹּהֲנִ֨ים
(lakohanim)
voor de priesters
הַלְוִיִּ֜ם
(halviyim)
de Levieten
כָּל
(kal)
heel
שֵׁ֧בֶט
(shevet)
stam van
לֵוִ֛י
(levi)
Levi
חֵ֥לֶק
(cheleq)
deel
וְנַחֲלָ֖ה
(venachala)
en erfdeel
עִם
(im)
met
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
אִשֵּׁ֧י
(ishei)
vuuroffers van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
וְנַחֲלָת֖וֹ
(venachalato)
en Zijn erfdeel
יֹאכֵלֽוּן
(yokhelun)
zij zullen eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַחֲלָה (nachalah), ‘erfdeel’: de Levieten krijgen geen eigen land (Deut. 14:27); Yahweh zelf en Zijn offers zijn hun deel.

Zie ook Joz. 13:14 en Joz. 13:33.

2Hij zal geen erfdeel hebben te midden van zijn broers. Yahweh is zijn erfdeel, zoals Hij tot hem gesproken heeft.
וְנַחֲלָ֥ה
(venachala)
en erfdeel
לֹא
(lo)
niet
יִֽהְיֶה
(yihye)
zal zijn
לּ֖וֹ
(lo)
aan hem
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
onder
אֶחָ֑יו
(echav)
zijn broers
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
ה֣וּא
(hu)
Hij
נַחֲלָת֔וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּר
(diber)
Hij sprak
לֽוֹ
(lo)
tot hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Dit is het recht van de priesters op wat van het volk komt, van hen die een slachtoffer slachten, een stier of een schaap. Hij moet de priester de schouder, de kaken en de maag geven.
וְזֶ֡ה
(veze)
en dit
יִהְיֶה֩
(yihye)
zal zijn
מִשְׁפַּ֨ט
(mishpat)
het recht van
הַכֹּהֲנִ֜ים
(hakohanim)
de priesters
מֵאֵ֣ת
(meet)
van
הָעָ֗ם
(haam)
het volk
מֵאֵ֛ת
(meet)
van
זֹבְחֵ֥י
(zovechei)
wie slachten
הַזֶּ֖בַח
(hazevach)
het slachtoffer
אִם
(im)
of
שׁ֣וֹר
(shor)
stier
אִם
(im)
of
שֶׂ֑ה
(se)
schaap
וְנָתַן֙
(venatan)
en hij zal geven
לַכֹּהֵ֔ן
(lakohen)
aan de priester
הַזְּרֹ֥עַ
(hazeroa)
de schouder
וְהַלְּחָיַ֖יִם
(vehalechayayim)
en de kaken
וְהַקֵּבָֽה
(vehaqeva)
en de maag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is het deel van de priesters bij vredeoffers en slachtingen: זְרֹעַ (zeroa), ‘schouder’, לְחָיַיִם (lechayayim), ‘kaken’, en קֵבָה (qevah), ‘maag’.

In Lev. 7:32–34 krijgen de priesters bij het vredeoffer de borst en de rechterschenkel.

4Het eerste van je graan, je nieuwe wijn en je olie, en het eerste van de wol van je kleinvee moet je hem geven.
רֵאשִׁ֨ית
(reshit)
het eerste van
דְּגָֽנְךָ֜
(deganekha)
je graan
תִּֽירֹשְׁךָ֣
(tiroshekha)
je nieuwe wijn
וְיִצְהָרֶ֗ךָ
(veyitsharekha)
en je olie
וְרֵאשִׁ֛ית
(vereshit)
en het eerste van
גֵּ֥ז
(gez)
de wol van
צֹאנְךָ֖
(tsonkha)
je kleinvee
תִּתֶּן
(titen)
je zult geven
לּֽוֹ
(lo)
aan hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֵאשִׁית (reshit), ‘het eerste’: de eerstelingen van graan, nieuwe wijn, olie en wol.

Voor tirosh en yitshar zie Deut. 14:23.

5Want hem heeft Yahweh, je Elohim, uit al je stammen gekozen. Dat is om te staan en te dienen in de naam van Yahweh, hij en zijn zonen, alle dagen.
כִּ֣י
(ki)
want
ב֗וֹ
(bo)
hem
בָּחַ֛ר
(bachar)
heeft gekozen
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מִכָּל
(mikal)
uit al
שְׁבָטֶ֑יךָ
(shevateikha)
je stammen
לַעֲמֹ֨ד
(laamod)
om te staan
לְשָׁרֵ֧ת
(lesharet)
om te dienen
בְּשֵׁם
(beshem)
in de naam van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
ה֥וּא
(hu)
hij
וּבָנָ֖יו
(uvanav)
en zijn zonen
כָּל
(kal)
alle
הַיָּמִֽים
(hayamim)
de dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Wanneer een Leviet uit een van je poorten, uit heel Israël, waar hij als vreemdeling verblijft, komt. En hij komt met al het verlangen van zijn ziel naar de plaats die Yahweh kiest,
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יָבֹ֨א
(yavo)
hij komt
הַלֵּוִ֜י
(halevi)
de Leviet
מֵאַחַ֤ד
(meachad)
uit een van
שְׁעָרֶ֨יךָ֙
(sheareikha)
je poorten
מִכָּל
(mikal)
uit heel
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֲשֶׁר
(asher)
waar
ה֖וּא
(hu)
hij
גָּ֣ר
(gar)
verblijft als vreemdeling
שָׁ֑ם
(sham)
daar
וּבָא֙
(uva)
en hij komt
בְּכָל
(bekhal)
met heel
אַוַּ֣ת
(avat)
verlangen van
נַפְשׁ֔וֹ
(nafsho)
zijn ziel
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֖וֹם
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִבְחַ֥ר
(yivchar)
Hij zal kiezen
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een Leviet die uit een andere stad naar de plaats van Yahweh komt, mag daar dienen.

נֶפֶשׁ (nefesh) vertalen wij hier met ‘ziel’, zoals in Deut. 13:4.

7dan mag hij dienen in de naam van Yahweh, zijn Elohim, zoals al zijn broers, de Levieten, die daar voor het aangezicht van Yahweh staan.
וְשֵׁרֵ֕ת
(vesheret)
dan zal hij dienen
בְּשֵׁ֖ם
(beshem)
in de naam van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑יו
(elohav)
zijn Elohim
כְּכָל
(kekhal)
zoals al
אֶחָיו֙
(echav)
zijn broers
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
הָעֹמְדִ֥ים
(haomedim)
die staan
שָׁ֖ם
(sham)
daar
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zij zullen een gelijk deel eten, afgezien van wat hij uit de verkoop van zijn vaderlijk bezit heeft.
חֵ֥לֶק
(cheleq)
deel
כְּחֵ֖לֶק
(kecheleq)
als een deel
יֹאכֵ֑לוּ
(yokhelu)
zij zullen eten
לְבַ֥ד
(levad)
afgezien van
מִמְכָּרָ֖יו
(mimkarav)
zijn verkoop
עַל
(al)
over
הָאָבֽוֹת
(haavot)
de vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De laatste woorden, לְבַד מִמְכָרָיו עַל הָאָבוֹת (levad mimkarav al ha’avot), zijn moeilijk.

Wij lezen: ‘afgezien van wat hij uit de verkoop van zijn vaderlijk bezit heeft’.

Andere mogelijkheden zijn: ‘afgezien van wat hij van de verkoop van zijn bezit krijgt’ of ‘afgezien van zijn bezit bij de families’.

De betekenis is onzeker.

Geen toverij en waarzeggerij

9Wanneer je het land binnengaat dat Yahweh, je Elohim, je geeft, moet je niet leren de gruwelen van die volken te doen.
כִּ֤י
(ki)
wanneer
אַתָּה֙
(ata)
jij
בָּ֣א
(ba)
komend
אֶל
(el)
in
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֣ן
(noten)
geeft
לָ֑ךְ
(lakh)
aan jou
לֹֽא
(lo)
niet
תִלְמַ֣ד
(tilmad)
je zult leren
לַעֲשׂ֔וֹת
(laasot)
om te doen
כְּתוֹעֲבֹ֖ת
(ketoavot)
naar de gruwelen van
הַגּוֹיִ֥ם
(hagoyim)
de volken
הָהֵֽם
(hahem)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹעֵבָה (to’evah), ‘gruwel’, zoals in Deut. 13:15 en Deut. 14:3.

10Onder jou mag niemand gevonden worden die zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan. Er mag geen voorspeller van voorspellingen onder jou gevonden worden, geen tekenduider, geen voortekenzoeker, geen tovenaar,
לֹֽא
(lo)
niet
יִמָּצֵ֣א
(yimatse)
mag gevonden worden
בְךָ֔
(bekha)
onder jou
מַעֲבִ֥יר
(maavir)
wie laat doorgaan
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
וּבִתּ֖וֹ
(uvito)
en zijn dochter
בָּאֵ֑שׁ
(baesh)
door het vuur
קֹסֵ֣ם
(qosem)
voorspeller
קְסָמִ֔ים
(qesamim)
voorspellingen
מְעוֹנֵ֥ן
(meonen)
tekenduider
וּמְנַחֵ֖שׁ
(umenachesh)
en voortekenzoeker
וּמְכַשֵּֽׁף
(umekhashef)
en tovenaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 10–11 noemen negen soorten mensen die contact zoeken met de onzichtbare wereld.

De namen zijn deels onzeker.

מַעֲבִיר בְּאֵשׁ (ma’avir be’esh), ‘door het vuur laten gaan’: kinderen aan Molech geven (Lev. 20:2–5).

קֹסֵם קְסָמִים (qosem qesamim), ‘voorspeller van voorspellingen’; מְעוֹנֵן (me’onen), ‘tekenduider’ (iemand die tekens in wolken of hemel duidt); מְנַחֵשׁ (menachesh), ‘voortekenzoeker’; מְכַשֵּׁף (mekhashef), ‘tovenaar’, zoals in Exod. 22:17.

11geen bezweerder van bezweringen, niemand die een dodengeest ondervraagt, geen waarzegger en niemand die de doden raadpleegt.
וְחֹבֵ֖ר
(vechover)
en bezweerder
חָ֑בֶר
(chaver)
bezwering
וְשֹׁאֵ֥ל
(veshoel)
en wie ondervraagt
אוֹב֙
(ov)
dodengeest
וְיִדְּעֹנִ֔י
(veyideoni)
en waarzegger
וְדֹרֵ֖שׁ
(vedoresh)
en wie raadpleegt
אֶל
(el)
bij
הַמֵּתִֽים
(hametim)
de doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹבֵר חָבֶר (chover chaver), ‘bezweerder van bezweringen’; שֹׁאֵל אוֹב (shoel ov), ‘iemand die een dodengeest ondervraagt’ en יִדְּעֹנִי (yidde’oni), ‘waarzegger’: zie Lev. 20:6 en Lev. 20:27, waar hetzelfde paar staat; דֹּרֵשׁ אֶל הַמֵּתִים (doresh el hametim), ‘iemand die de doden raadpleegt’.

12Want ieder die deze dingen doet, is een gruwel voor Yahweh. Vanwege deze gruwelen verdrijft Yahweh, je Elohim, hen voor je uit.
כִּֽי
(ki)
want
תוֹעֲבַ֥ת
(toavat)
gruwel van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
ieder
עֹ֣שֵׂה
(ose)
die doet
אֵ֑לֶּה
(ele)
deze dingen
וּבִגְלַל֙
(uviglal)
en vanwege
הַתּוֹעֵבֹ֣ת
(hatoevot)
de gruwelen
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מוֹרִ֥ישׁ
(morish)
verdrijft
אוֹתָ֖ם
(otam)
hen
מִפָּנֶֽיךָ
(mipaneikha)
voor jou uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanwege deze gruwelen verdrijft Yahweh de volken van Kanaän.

Zie ook Lev. 18:24–28.

13Je moet onberispelijk zijn bij Yahweh, je Elohim.
תָּמִ֣ים
(tamim)
onberispelijk
תִּֽהְיֶ֔ה
(tihye)
je zult zijn
עִ֖ם
(im)
bij
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’: heel en oprecht, zoals Noach in Gen. 6:9.

14Want deze volken, die jij uit hun bezit verdrijft, luisteren naar tekenduiders en voorspellers. Maar aan jou heeft Yahweh, je Elohim, niet zoiets gegeven.
כִּ֣י
(ki)
want
הַגּוֹיִ֣ם
(hagoyim)
de volken
הָאֵ֗לֶּה
(haele)
deze
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
אַתָּה֙
(ata)
jij
יוֹרֵ֣שׁ
(yoresh)
in bezit neemt
אוֹתָ֔ם
(otam)
hen
אֶל
(el)
naar
מְעֹנְנִ֥ים
(meonenim)
tekenduiders
וְאֶל
(veel)
en naar
קֹסְמִ֖ים
(qosemim)
voorspellers
יִשְׁמָ֑עוּ
(yishmau)
zij luisteren
וְאַתָּ֕ה
(veata)
en jij
לֹ֣א
(lo)
niet
כֵ֔ן
(ken)
zo
נָ֛תַן
(natan)
heeft gegeven
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Anders dan de volken, die waarzeggers raadplegen, heeft Israël een profeet van Yahweh.

Het volgende vers zegt welke.

Een profeet zoals Mozes

15Een profeet uit je midden, uit je broers, zoals ik, zal Yahweh, je Elohim, voor je laten opstaan. Naar hem moet je luisteren,
נָבִ֨יא
(navi)
profeet
מִקִּרְבְּךָ֤
(miqirbekha)
uit je midden
מֵאַחֶ֨יךָ֙
(meacheikha)
uit je broers
כָּמֹ֔נִי
(kamoni)
zoals ik
יָקִ֥ים
(yaqim)
zal doen opstaan
לְךָ֖
(lekha)
voor jou
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֵלָ֖יו
(elav)
naar hem
תִּשְׁמָעֽוּן
(tishmaun)
jullie zullen luisteren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Een profeet zoals ik’: Mozes spreekt over zichzelf.

Dit vers wordt in Hand. 3:22–23 en Hand. 7:37 aangehaald.

Lezing

Het Hebreeuws heeft ‘profeet’ in het enkelvoud.

Of daarmee één profeet of een reeks profeten bedoeld is, laat de tekst open; vers 18 gebruikt hetzelfde enkelvoud.

In ‘Naar hem moet je luisteren’ staat in het Hebreeuws het meervoud (‘jullie’); wij schrijven ‘je’, zoals in de verzen eromheen.

16overeenkomstig alles wat je van Yahweh, je Elohim, gevraagd hebt bij Horeb, op de dag van de vergadering. Toen zei je: „Ik wil de stem van Yahweh, mijn Elohim, niet meer horen en dit grote vuur niet meer zien, zodat ik niet sterf.”
כְּכֹ֨ל
(kekhol)
overeenkomstig alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
שָׁאַ֜לְתָּ
(shaalta)
je vroeg
מֵעִ֨ם
(meim)
van
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
בְּחֹרֵ֔ב
(bechorev)
bij Horeb
בְּי֥וֹם
(beyom)
op de dag van
הַקָּהָ֖ל
(haqahal)
de vergadering
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
לֹ֣א
(lo)
niet
אֹסֵ֗ף
(osef)
ik zal voortgaan
לִשְׁמֹ֨עַ֙
(lishmoa)
om te horen
אֶת
(et)
(obj.)
קוֹל֙
(qol)
de stem van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֔י
(elohay)
mijn Elohim
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאֵ֨שׁ
(haesh)
het vuur
הַגְּדֹלָ֥ה
(hagedola)
het grote
הַזֹּ֛את
(hazot)
dit
לֹֽא
(lo)
niet
אֶרְאֶ֥ה
(ere)
ik zal zien
ע֖וֹד
(od)
meer
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
אָמֽוּת
(amut)
ik zal sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

חֹרֵב (Horeb), de berg van Sinaï.

De ‘dag van de vergadering’ is de dag van de wetgeving; zie Exod. 20:18–19.

17Yahweh zei tegen mij: „Het is goed wat zij gesproken hebben.
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלָ֑י
(elay)
tot mij
הֵיטִ֖יבוּ
(heitivu)
zij hebben goed gedaan
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
דִּבֵּֽרוּ
(diberu)
zij hebben gesproken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Wij zetten de woorden van Yahweh in vers 17–20 rood.

Zij worden door Mozes aangehaald; waar Yahweh ze sprak, is dezelfde gebeurtenis bij de Horeb (Exod. 20:19).

18Een profeet zal Ik voor hen laten opstaan uit hun broers, zoals jij. Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen en hij zal tot hen spreken alles wat Ik hem gebied.
נָבִ֨יא
(navi)
profeet
אָקִ֥ים
(aqim)
Ik zal doen opstaan
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
מִקֶּ֥רֶב
(miqerev)
uit het midden van
אֲחֵיהֶ֖ם
(acheihem)
hun broers
כָּמ֑וֹךָ
(kamokha)
zoals jij
וְנָתַתִּ֤י
(venatati)
en Ik zal leggen
דְבָרַי֙
(devaray)
Mijn woorden
בְּפִ֔יו
(befiv)
in zijn mond
וְדִבֶּ֣ר
(vediber)
en hij zal spreken
אֲלֵיהֶ֔ם
(aleihem)
tot hen
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
אֲצַוֶּֽנּוּ
(atsavenu)
Ik hem zal gebieden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דְּבָרַי בְּפִיו (devarai befiv), ‘Mijn woorden in zijn mond’: de profeet geeft door wat Yahweh hem gebiedt.

Vergelijk Jer. 1:9.

19De man die niet luistert naar Mijn woorden die hij in Mijn naam spreekt, van hem zal Ik het opeisen.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
הָאִישׁ֙
(haish)
de man
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
יִשְׁמַע֙
(yishma)
luistert
אֶל
(el)
naar
דְּבָרַ֔י
(devaray)
Mijn woorden
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יְדַבֵּ֖ר
(yedaber)
hij zal spreken
בִּשְׁמִ֑י
(bishmi)
in Mijn naam
אָנֹכִ֖י
(anokhi)
Ik
אֶדְרֹ֥שׁ
(edrosh)
zal opeisen
מֵעִמּֽוֹ
(meimo)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶדְרֹשׁ (edrosh), ‘Ik zal het opeisen’: Yahweh zelf eist rekenschap van wie niet luistert.

De valse profeet

20Maar de profeet die overmoedig wordt en in Mijn naam een woord spreekt dat Ik hem niet geboden heb te spreken, die profeet moet sterven. Dat geldt ook voor de profeet die in de naam van andere goden spreekt.”
אַ֣ךְ
(akh)
maar
הַנָּבִ֡יא
(hanavi)
de profeet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יָזִיד֩
(yazid)
overmoedig is
לְדַבֵּ֨ר
(ledaber)
om te spreken
דָּבָ֜ר
(davar)
een woord
בִּשְׁמִ֗י
(bishmi)
in Mijn naam
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wat
לֹֽא
(lo)
niet
צִוִּיתִיו֙
(tsivitiv)
Ik hem gebood
לְדַבֵּ֔ר
(ledaber)
om te spreken
וַאֲשֶׁ֣ר
(vaasher)
en die
יְדַבֵּ֔ר
(yedaber)
zal spreken
בְּשֵׁ֖ם
(beshem)
in de naam van
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֑ים
(acherim)
andere
וּמֵ֖ת
(umet)
en hij zal sterven
הַנָּבִ֥יא
(hanavi)
de profeet
הַהֽוּא
(hahu)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָזִיד (yazid), ‘overmoedig zijn’, zoals in Deut. 17:12.

21Wanneer je in je hart zegt: „Hoe zullen wij het woord herkennen dat Yahweh niet gesproken heeft?”
וְכִ֥י
(vekhi)
en wanneer
תֹאמַ֖ר
(tomar)
je zegt
בִּלְבָבֶ֑ךָ
(bilvavekha)
in je hart
אֵיכָה֙
(eikha)
hoe
נֵדַ֣ע
(neda)
zullen wij weten
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֔ר
(hadavar)
het woord
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
דִבְּר֖וֹ
(dibero)
heeft gesproken
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Wat een profeet in de naam van Yahweh spreekt, en het woord gebeurt niet en komt niet uit. Dat is het woord dat Yahweh niet gesproken heeft. Uit overmoed heeft de profeet het gesproken. Wees niet bang voor hem.
אֲשֶׁר֩
(asher)
wat
יְדַבֵּ֨ר
(yedaber)
zal spreken
הַנָּבִ֜יא
(hanavi)
de profeet
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
in de naam van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִהְיֶ֤ה
(yihye)
zal zijn
הַדָּבָר֙
(hadavar)
het woord
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָב֔וֹא
(yavo)
zal komen
ה֣וּא
(hu)
het
הַדָּבָ֔ר
(hadavar)
het woord
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
דִבְּר֖וֹ
(dibero)
heeft gesproken
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּזָדוֹן֙
(bezadon)
in overmoed
דִּבְּר֣וֹ
(dibero)
heeft het gesproken
הַנָּבִ֔יא
(hanavi)
de profeet
לֹ֥א
(lo)
niet
תָג֖וּר
(tagur)
je zult vrezen
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is de toets voor een profeet: wat hij in de naam van Yahweh zegt, moet uitkomen.

In Deut. 13:2–6 is die toets niet genoeg: ook als het teken uitkomt, wijst een profeet die tot andere goden oproept, Yahweh af.

Beide toetsen gelden samen.