Elohim Bijbel

Numeri 25

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

Baäl-Peor en de ijver van Pinechas

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Israël en Baäl-Peor

1Israël woonde in Sittim. Het volk begon te hoereren met de dochters van Moab.
וַיֵּ֥שֶׁב
(vayeshev)
en woonde
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בַּשִּׁטִּ֑ים
(bashitim)
in Sittim
וַיָּ֣חֶל
(vayachel)
en begon
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
לִזְנ֖וֹת
(liznot)
te hoereren
אֶל
(el)
met
בְּנ֥וֹת
(benot)
de dochters van
מוֹאָֽב
(moav)
Moab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sittim (Hebreeuws: שִׁטִּים, Sjittim) lag in de vlakte van Moab, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.

De juiste plek is onzeker; zij lag in het huidige Jordanië.

Uitleg

זָנָה (zanah), ‘hoereren’: seksuele ontrouw.

Het woord wordt in de Schrift ook gebruikt voor ontrouw aan Yahweh, zoals hier in vers 2–3; zie Exod. 34:15–16.

2Zij nodigden het volk uit voor de offers van hun goden. Het volk at en boog zich neer voor hun goden.
וַתִּקְרֶ֣אןָ
(vatiqrena)
en zij nodigden uit
לָעָ֔ם
(laam)
het volk
לְזִבְחֵ֖י
(lezivchei)
voor de offers van
אֱלֹהֵיהֶ֑ן
(eloheihen)
hun goden
וַיֹּ֣אכַל
(vayokhal)
en at
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
וַיִּֽשְׁתַּחֲוּ֖וּ
(vayishtachauu)
en zij bogen zich neer
לֵֽאלֹהֵיהֶֽן
(leloheihen)
voor hun goden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Israël hechtte zich aan Baäl-Peor. Toen laaide de toorn van Yahweh op tegen Israël.
וַיִּצָּ֥מֶד
(vayitsamed)
en hechtte zich
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לְבַ֣עַל
(levaal)
aan Baäl
פְּע֑וֹר
(peor)
Peor
וַיִּֽחַר
(vayichar)
en laaide op
אַ֥ף
(af)
de toorn
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּיִשְׂרָאֵֽל
(beyisrael)
tegen Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Peor is een berg in Moab, ten oosten van de Jordaan (Num. 23:28).

De juiste ligging is onzeker.

Uitleg

בַּעַל פְּעוֹר (Baal Peor), ‘heer van Peor’: een god die op de berg Peor werd vereerd.

Wij houden de naam zoals hij in het Hebreeuws staat.

Zie ook Deut. 4:3 en Ps. 106:28.

4Yahweh zei tegen Mozes: „Neem alle hoofden van het volk en hang hen op voor Yahweh, in het zicht van de zon. Dan zal de brandende toorn van Yahweh zich van Israël afkeren.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
קַ֚ח
(qach)
neem
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
רָאשֵׁ֣י
(rashei)
hoofden van
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
וְהוֹקַ֥ע
(vehoqa)
en hang op
אוֹתָ֛ם
(otam)
hen
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
נֶ֣גֶד
(neged)
tegenover
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
וְיָשֹׁ֛ב
(veyashov)
en zal terugkeren
חֲר֥וֹן
(charon)
de brandende
אַף
(af)
toorn van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
מִיִּשְׂרָאֵֽל
(miyisrael)
van Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹקַע (hoqa), ‘ophangen’: het werkwoord komt maar twee keer voor, hier en in 2 Sam. 21:6, 9.

De betekenis is niet helemaal zeker.

Wij vertalen ‘ophangen’, openlijk, in het zicht van de zon.

רָאשֵׁי הָעָם (rosje ha’am), ‘hoofden van het volk’: de leiders van het volk. Vers 5 noemt de rechters van Israël, die de straf moeten uitvoeren.

5Mozes zei tegen de rechters van Israël: „Ieder van jullie moet zijn mannen doden die zich aan Baäl-Peor hebben gehecht.”
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tegen
שֹׁפְטֵ֖י
(shofetei)
de rechters van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
הִרְגוּ֙
(hirgu)
doodt
אִ֣ישׁ
(ish)
man
אֲנָשָׁ֔יו
(anashav)
zijn mannen
הַנִּצְמָדִ֖ים
(hanitsmadim)
de zich gehechten
לְבַ֥עַל
(levaal)
aan Baäl
פְּעֽוֹר
(peor)
Peor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

‘Ieder van jullie moet zijn mannen doden’: wij volgen het Hebreeuws, waar staat ‘doodt, man, zijn mannen’.

Bedoeld zijn de mannen die onder het gezag van elke rechter vallen.

Pinechas grijpt in

6Zie, een man uit de zonen van Israël kwam. Hij bracht de Midianitische vrouw bij zijn broers. Dat gebeurde voor de ogen van Mozes en voor de ogen van heel de gemeenschap van de zonen van Israël. Zij stonden te huilen bij de ingang van de tent van samenkomst.
וְהִנֵּ֡ה
(vehine)
en zie
אִישׁ֩
(ish)
een man
מִבְּנֵ֨י
(mibenei)
van de zonen van
יִשְׂרָאֵ֜ל
(yisrael)
Israël
בָּ֗א
(ba)
kwam
וַיַּקְרֵ֤ב
(vayaqrev)
en bracht dichtbij
אֶל
(el)
naar
אֶחָיו֙
(echav)
zijn broers
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּדְיָנִ֔ית
(hamidyanit)
de Midianitische
לְעֵינֵ֣י
(leeinei)
voor de ogen van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וּלְעֵינֵ֖י
(uleeinei)
en voor de ogen van
כָּל
(kal)
heel
עֲדַ֣ת
(adat)
de gemeenschap van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְהֵ֣מָּה
(vehema)
en zij
בֹכִ֔ים
(bokhim)
wenend
פֶּ֖תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֥הֶל
(ohel)
de tent van
מוֹעֵֽד
(moed)
samenkomst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘de Midianitische’; dat is een vrouw.

Vers 15 geeft haar naam: Kozbi.

בֹכִים (vochim), ‘huilen’: het volk huilt bij de ingang van de tent van samenkomst, waarschijnlijk om de plaag (vers 8–9).

7Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, zag het. Hij stond op uit het midden van de gemeenschap en nam een speer in zijn hand.
וַיַּ֗רְא
(vayar)
en zag
פִּֽינְחָס֙
(pinechas)
Pinechas
בֶּן
(ben)
zoon van
אֶלְעָזָ֔ר
(elazar)
Eleazar
בֶּֽן
(ben)
zoon van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֑ן
(hakohen)
de priester
וַיָּ֨קָם֙
(vayaqam)
en stond op
מִתּ֣וֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
הָֽעֵדָ֔ה
(haeda)
de gemeenschap
וַיִּקַּ֥ח
(vayiqach)
en nam
רֹ֖מַח
(romach)
een speer
בְּיָדֽוֹ
(beyado)
in zijn hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Hij ging de man van Israël achterna naar het binnenvertrek en doorstak hen allebei: de man van Israël en de vrouw, in haar buik. Toen hield de plaag op bij de zonen van Israël.
וַ֠יָּבֹא
(vayavo)
en ging
אַחַ֨ר
(achar)
achter
אִֽישׁ
(ish)
de man van
יִשְׂרָאֵ֜ל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
naar
הַקֻּבָּ֗ה
(haquba)
het binnenvertrek
וַיִּדְקֹר֙
(vayidqor)
en doorstak
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁנֵיהֶ֔ם
(sheneihem)
beiden
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאִשָּׁ֖ה
(haisha)
de vrouw
אֶל
(el)
in
קֳבָתָ֑הּ
(qovatah)
haar buik
וַתֵּֽעָצַר֙
(vateatsar)
en werd tegengehouden
הַמַּגֵּפָ֔ה
(hamagefa)
de plaag
מֵעַ֖ל
(meal)
van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֻבָּה (qubbah), ‘binnenvertrek’: dit woord komt alleen hier voor.

Het is een afgesloten ruimte, waarschijnlijk een kleine tent of kamer.

Wat precies bedoeld is, is niet helemaal zeker.

קֳבָה (qevah) in ‘haar buik’ komt ook alleen hier voor (zie Deut. 18:3 voor hetzelfde woord als ‘maag’).

9Er waren 24.000 doden door de plaag.
וַיִּהְי֕וּ
(vayihyu)
en waren
הַמֵּתִ֖ים
(hametim)
de doden
בַּמַּגֵּפָ֑ה
(bamagefa)
door de plaag
אַרְבָּעָ֥ה
(arbaa)
vier
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het getal 24.000 is dat van de Masoretische tekst.

In 1 Kor. 10:8 staat 23.000 voor deze gebeurtenis.

Het verbond van vrede

10Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11„Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, heeft Mijn woede van de zonen van Israël afgekeerd. Hij was in hun midden na-ijverig met Mijn na-ijver. Daarom heb Ik de zonen van Israël in Mijn na-ijver niet vernietigd.
פִּֽינְחָ֨ס
(pinechas)
Pinechas
בֶּן
(ben)
zoon van
אֶלְעָזָ֜ר
(elazar)
Eleazar
בֶּן
(ben)
zoon van
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֗ן
(hakohen)
de priester
הֵשִׁ֤יב
(heshiv)
heeft doen terugkeren
אֶת
(et)
(obj.)
חֲמָתִי֙
(chamati)
Mijn woede
מֵעַ֣ל
(meal)
van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
בְּקַנְא֥וֹ
(beqano)
doordat hij na-ijverig was
אֶת
(et)
(obj.)
קִנְאָתִ֖י
(qinati)
Mijn na-ijver
בְּתוֹכָ֑ם
(betokham)
in hun midden
וְלֹא
(velo)
en niet
כִלִּ֥יתִי
(kiliti)
heb Ik vernietigd
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּקִנְאָתִֽי
(beqinati)
in Mijn na-ijver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קִנְאָה (qinah), ‘na-ijver’: Yahweh duldt geen deling van de trouw (Exod. 20:5; 34:14).

Pinechas is in hun midden na-ijverig met de na-ijver van Yahweh zelf.

Daarom wordt de woede van Yahweh weggenomen.

12Zeg daarom: Zie, Ik geef hem Mijn verbond van vrede.
לָכֵ֖ן
(lakhen)
daarom
אֱמֹ֑ר
(emor)
zeg
הִנְנִ֨י
(hinni)
zie Ik
נֹתֵ֥ן
(noten)
gevend
ל֛וֹ
(lo)
aan hem
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִיתִ֖י
(beriti)
Mijn verbond
שָׁלֽוֹם
(shalom)
vrede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּרִיתִי שָׁלוֹם (beriti shalom), ‘Mijn verbond van vrede’: de vrede is hier het geschenk van het verbond.

Het verbond is een verbond voor Pinechas persoonlijk en voor zijn nageslacht (vers 13).

13Voor hem en voor zijn nageslacht na hem zal het een verbond zijn van een eeuwig priesterschap. Want hij was na-ijverig voor zijn Elohim en deed verzoening voor de zonen van Israël.”
וְהָ֤יְתָה
(vehayeta)
en het zal zijn
לּוֹ֙
(lo)
voor hem
וּלְזַרְע֣וֹ
(ulezaro)
en voor zijn nageslacht
אַחֲרָ֔יו
(acharav)
na hem
בְּרִ֖ית
(berit)
verbond van
כְּהֻנַּ֣ת
(kehunat)
priesterschap van
עוֹלָ֑ם
(olam)
eeuwigheid
תַּ֗חַת
(tachat)
omdat
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
קִנֵּא֙
(qine)
hij was na-ijverig
לֵֽאלֹהָ֔יו
(lelohav)
voor zijn Elohim
וַיְכַפֵּ֖ר
(vaykhaper)
en deed verzoening
עַל
(al)
voor
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit verbond belooft Pinechas en zijn nageslacht het priesterschap voor altijd.

Zie ook Ps. 106:30–31.

14De naam van de man van Israël die werd neergeslagen, samen met de Midianitische, was Zimri, de zoon van Salu. Hij was een leider van een vaderhuis van de Simeonieten.
וְשֵׁם֩
(veshem)
en naam van
אִ֨ישׁ
(ish)
de man van
יִשְׂרָאֵ֜ל
(yisrael)
Israël
הַמֻּכֶּ֗ה
(hamuke)
de neergeslagene
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
הֻכָּה֙
(huka)
werd neergeslagen
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּדְיָנִ֔ית
(hamidyanit)
de Midianitische
זִמְרִ֖י
(zimri)
Zimri
בֶּן
(ben)
zoon van
סָל֑וּא
(salu)
Salu
נְשִׂ֥יא
(nesi)
leider van
בֵֽית
(beit)
huis van
אָ֖ב
(av)
vader
לַשִּׁמְעֹנִֽי
(lashimoni)
van de Simeoniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁמְעֹנִי (Shimoni), ‘Simeoniet’: iemand uit de stam van Simeon.

Zimri was een leider van een vaderhuis (בֵּית אָב, beit av) in deze stam.

15De naam van de vrouw die werd neergeslagen, de Midianitische, was Kozbi, de dochter van Zur. Hij was een hoofd van volksgroepen, van een vaderhuis in Midian.
וְשֵׁ֨ם
(veshem)
en naam van
הָֽאִשָּׁ֧ה
(haisha)
de vrouw
הַמֻּכָּ֛ה
(hamuka)
de neergeslagene
הַמִּדְיָנִ֖ית
(hamidyanit)
de Midianitische
כָּזְבִּ֣י
(kazbi)
Kozbi
בַת
(bat)
dochter van
צ֑וּר
(tsur)
Zur
רֹ֣אשׁ
(rosh)
hoofd van
אֻמּ֥וֹת
(umot)
volksgroepen van
בֵּֽית
(beit)
huis van
אָ֛ב
(av)
vader
בְּמִדְיָ֖ן
(bemidyan)
in Midian
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba.

Uitleg

אֻמּוֹת (ummot), ‘volksgroepen’: dit woord komt weinig voor (Gen. 25:16).

Het zijn groepen binnen een volk, kleiner dan een volk.

Kozbi’s vader Zur was een van de leiders van Midian; zie Num. 31:8.

Het bevel tegen Midian

16Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17„Behandel de Midianieten als vijanden en sla hen neer.
צָר֖וֹר
(tsaror)
behandel als vijand
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּדְיָנִ֑ים
(hamidyanim)
de Midianieten
וְהִכִּיתֶ֖ם
(vehikitem)
en jullie zullen neerslaan
אוֹתָֽם
(otam)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Want zij zijn vijanden voor jullie. Met hun listen hebben zij jullie misleid in de zaak van Peor en in de zaak van Kozbi. Zij was de dochter van een leider van Midian, hun zuster. Zij is neergeslagen op de dag van de plaag, in de zaak van Peor.”
כִּ֣י
(ki)
want
צֹרְרִ֥ים
(tsorerim)
vijanden
הֵם֙
(hem)
zij
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
בְּנִכְלֵיהֶ֛ם
(benikhleihem)
door hun listen
אֲשֶׁר
(asher)
waarmee
נִכְּל֥וּ
(nikelu)
zij handelden listig
לָכֶ֖ם
(lakhem)
tegen jullie
עַל
(al)
in
דְּבַר
(devar)
de zaak van
פְּע֑וֹר
(peor)
Peor
וְעַל
(veal)
en in
דְּבַ֞ר
(devar)
de zaak van
כָּזְבִּ֨י
(kazbi)
Kozbi
בַת
(bat)
dochter van
נְשִׂ֤יא
(nesi)
leider van
מִדְיָן֙
(midyan)
Midian
אֲחֹתָ֔ם
(achotam)
hun zuster
הַמֻּכָּ֥ה
(hamuka)
de neergeslagene
בְיוֹם
(beyom)
op de dag van
הַמַּגֵּפָ֖ה
(hamagefa)
de plaag
עַל
(al)
in
דְּבַר
(devar)
de zaak van
פְּעֽוֹר
(peor)
Peor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָכַל (nakal), ‘listig handelen’: met opzet en in het geheim misleiden.

De vijandschap komt door de list van Peor en Kozbi, niet door het volk Midian als zodanig.

19Dit gebeurde na de plaag.
וַיְהִ֖י
(vayhi)
en het was
אַחֲרֵ֣י
(acharei)
na
הַמַּגֵּפָ֑ה
(hamagefa)
de plaag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)