Elohim Bijbel

Deuteronomium 13

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

Waarschuwing tegen verleiding tot andere goden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Niets toevoegen en niets afnemen

1Het hele woord dat ik jullie gebied, moeten jullie houden en doen. Jullie mogen er niets aan toevoegen en er niets van afnemen.
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
הַדָּבָ֗ר
(hadavar)
het woord
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
אָנֹכִי֙
(anokhi)
ik
מְצַוֶּ֣ה
(metsave)
gebiedend
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
אֹת֥וֹ
(oto)
het
תִשְׁמְר֖וּ
(tishmeru)
jullie zullen houden
לַעֲשׂ֑וֹת
(laasot)
om te doen
לֹא
(lo)
niet
תֹסֵ֣ף
(tosef)
je zult toevoegen
עָלָ֔יו
(alav)
eraan
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תִגְרַ֖ע
(tigra)
je zult afnemen
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
ervan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In Engelse Bijbels is dit vers 12:32; het hoofdstuk heeft daar 18 verzen.

Wij volgen de Hebreeuwse nummering.

תֹסֵף (tosef), ‘toevoegen’, en תִּגְרַע (tigra), ‘afnemen’: dezelfde twee werkwoorden staan in Deut. 4:2.

De valse profeet of dromer

2Wanneer er in je midden een profeet of een dromer opstaat en hij je een teken of een wonder geeft,
כִּֽי
(ki)
wanneer
יָק֤וּם
(yaqum)
hij zal opstaan
בְּקִרְבְּךָ֙
(beqirbekha)
in je midden
נָבִ֔יא
(navi)
een profeet
א֖וֹ
(o)
of
חֹלֵ֣ם
(cholem)
dromer van
חֲל֑וֹם
(chalom)
een droom
וְנָתַ֥ן
(venatan)
en hij geeft
אֵלֶ֛יךָ
(eleikha)
aan jou
א֖וֹת
(ot)
een teken
א֥וֹ
(o)
of
מוֹפֵֽת
(mofet)
een wonder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹלֵם חֲלוֹם (cholem chalom), letterlijk ‘dromer van een droom’: iemand die door dromen een boodschap zegt te ontvangen.

אוֹת (ot), ‘teken’, en מוֹפֵת (mofet), ‘wonder’, staan ook samen in Deut. 4:34 en 6:22.

3en het teken en het wonder waarover hij tot je sprak komen uit. En hij zegt: „Laten wij andere goden achternagaan, goden die jullie niet kennen, en hen dienen,”
וּבָ֤א
(uva)
en het komt uit
הָאוֹת֙
(haot)
het teken
וְהַמּוֹפֵ֔ת
(vehamofet)
en het wonder
אֲשֶׁר
(asher)
dat
דִּבֶּ֥ר
(diber)
hij sprak
אֵלֶ֖יךָ
(eleikha)
tot jou
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
נֵֽלְכָ֞ה
(nelekha)
laten wij gaan
אַחֲרֵ֨י
(acharei)
achter
אֱלֹהִ֧ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֛ים
(acherim)
andere
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
יְדַעְתָּ֖ם
(yedatam)
jullie kennen
וְנָֽעָבְדֵֽם
(venaavedem)
en laten wij hen dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלֹהִים אֲחֵרִים (elohim acherim), ‘andere goden’, zoals in Exod. 20:3.

Het teken van de profeet komt uit, maar zijn boodschap is toch verkeerd: een teken bewijst niet dat een profeet van Yahweh komt.

4dan mag je niet luisteren naar de woorden van die profeet of van die dromer. Want Yahweh, je Elohim, stelt je op de proef. Hij doet dat om te weten of je Yahweh, je Elohim, liefhebt met heel je hart en met heel je ziel.
לֹ֣א
(lo)
niet
תִשְׁמַ֗ע
(tishma)
je zult luisteren
אֶל
(el)
naar
דִּבְרֵי֙
(divrei)
de woorden van
הַנָּבִ֣יא
(hanavi)
de profeet
הַה֔וּא
(hahu)
die
א֛וֹ
(o)
of
אֶל
(el)
naar
חוֹלֵ֥ם
(cholem)
dromer van
הַחֲל֖וֹם
(hachalom)
de droom
הַה֑וּא
(hahu)
die
כִּ֣י
(ki)
want
מְנַסֶּ֞ה
(menase)
die op de proef stelt
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹֽהֵיכֶם֙
(eloheikhem)
jullie Elohim
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
לָדַ֗עַת
(ladaat)
om te weten
הֲיִשְׁכֶ֤ם
(hayishkhem)
of jullie
אֹֽהֲבִים֙
(ohavim)
liefhebbend
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבַבְכֶ֖ם
(levavkhem)
jullie hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשְׁכֶֽם
(nafshekhem)
jullie ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִסָּה (nissah), ‘op de proef stellen’, zoals in Exod. 20:20.

נֶפֶשׁ (nefesh) vertalen wij hier met ‘ziel’, zoals in de gebedsformule van Deut. 6:5.

5Je moet Yahweh, je Elohim, achternagaan en Hem vrezen. Je moet Zijn geboden houden en naar Zijn stem luisteren. Je moet Hem dienen en je aan Hem hechten.
אַחֲרֵ֨י
(acharei)
achter
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֛ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
תֵּלֵ֖כוּ
(telekhu)
jullie zullen gaan
וְאֹת֣וֹ
(veoto)
en Hem
תִירָ֑אוּ
(tirau)
jullie zullen vrezen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִצְוֺתָ֤יו
(mitsvotav)
Zijn geboden
תִּשְׁמֹ֨רוּ֙
(tishmoru)
jullie zullen houden
וּבְקֹל֣וֹ
(uveqolo)
en naar Zijn stem
תִשְׁמָ֔עוּ
(tishmau)
jullie zullen luisteren
וְאֹת֥וֹ
(veoto)
en Hem
תַעֲבֹ֖דוּ
(taavodu)
jullie zullen dienen
וּב֥וֹ
(uvo)
en aan Hem
תִדְבָּקֽוּן
(tidbaqun)
jullie zullen u hechten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּבַק (davaq), ‘zich hechten’: vastzitten aan iemand, zoals een man aan zijn vrouw in Gen. 2:24.

Deze zin heeft zes werkwoorden voor de trouw aan Yahweh: achternagaan, vrezen, houden, luisteren, dienen, zich hechten.

6Die profeet of die dromer moet gedood worden. Want hij heeft tot opstand opgeroepen tegen Yahweh, je Elohim, die je uit het land Egypte heeft geleid en je uit het slavenhuis heeft vrijgekocht. Om je af te brengen van de weg die Yahweh, je Elohim, je geboden heeft te gaan. Zo moet je het kwaad uit je midden wegdoen.
וְהַנָּבִ֣יא
(vehanavi)
en de profeet
הַה֡וּא
(hahu)
die
א֣וֹ
(o)
of
חֹלֵם֩
(cholem)
dromer van
הַחֲל֨וֹם
(hachalom)
de droom
הַה֜וּא
(hahu)
die
יוּמָ֗ת
(yumat)
hij zal gedood worden
כִּ֣י
(ki)
want
דִבֶּר
(diber)
hij heeft gesproken
סָ֠רָה
(sara)
afval
עַל
(al)
tegen
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹֽהֵיכֶ֜ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
הַמּוֹצִ֥יא
(hamotsi)
die laat uittrekken
אֶתְכֶ֣ם
(etkhem)
jullie
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרַ֗יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְהַפֹּֽדְךָ֙
(vehapodekha)
en die jou vrijkocht
מִבֵּ֣ית
(mibeit)
uit het huis van
עֲבָדִ֔ים
(avadim)
slaven
לְהַדִּֽיחֲךָ֙
(lehadichakha)
om jou af te brengen
מִן
(min)
van
הַדֶּ֔רֶךְ
(haderekh)
de weg
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
צִוְּךָ֛
(tsivekha)
gebood jou
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te gaan
בָּ֑הּ
(bah)
daarop
וּבִֽעַרְתָּ֥
(uviarta)
en je zult wegdoen
הָרָ֖ע
(hara)
het kwaad
מִקִּרְבֶּֽךָ
(miqirbekha)
uit je midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

דִּבֶּר סָרָה (dibber sarah), letterlijk ‘afwijking spreken’: oproepen tot opstand tegen Yahweh.

פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: iemand door betaling of ingrijpen bevrijden. Wij gebruiken dit woord voor Israëls bevrijding uit Egypte (ook Deut. 15:15).

וּבִעַרְתָּ הָרָע מִקִּרְבֶּךָ (uvi’arta hara mikirbekha), ‘zo moet je het kwaad uit je midden wegdoen’: deze zin keert vaak terug in Deuteronomium (17:7, 19:19). Wij gebruiken steeds ‘wegdoen’.

De verleider uit je eigen familie

7Wanneer je broer, de zoon van je moeder, of je zoon of je dochter of de vrouw aan je borst of je naaste, die voor je is als jezelf, je in het geheim verleidt en zegt: „Laten wij gaan en andere goden dienen.” Goden die jij niet kent, jij en je vaders,
כִּ֣י
(ki)
wanneer
יְסִֽיתְךָ֡
(yesitekha)
verleidt jou
אָחִ֣יךָ
(achikha)
je broer
בֶן
(ben)
zoon van
אִ֠מֶּךָ
(imekha)
je moeder
אֽוֹ
(o)
of
בִנְךָ֨
(binkha)
je zoon
אֽוֹ
(o)
of
בִתְּךָ֜
(bitekha)
je dochter
א֣וֹ
(o)
of
אֵ֣שֶׁת
(eshet)
vrouw van
חֵיקֶ֗ךָ
(cheiqekha)
je boezem
א֧וֹ
(o)
of
רֵֽעֲךָ֛
(reakha)
je naaste
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
כְּנַפְשְׁךָ֖
(kenafshekha)
als jezelf
בַּסֵּ֣תֶר
(baseter)
in het geheim
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
נֵֽלְכָ֗ה
(nelekha)
laten wij gaan
וְנַֽעַבְדָה֙
(venaavda)
en laten wij dienen
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֔ים
(acherim)
andere
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
לֹ֣א
(lo)
niet
יָדַ֔עְתָּ
(yadata)
je kent
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
וַאֲבֹתֶֽיךָ
(vaavoteikha)
en je vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵשֶׁת חֵיקֶךָ (eshet cheiqekha), letterlijk ‘vrouw van je boezem’: de vrouw die aan je borst ligt, dus je eigen vrouw.

הִסִּית (hesit), ‘verleiden’: iemand aanzetten tot iets. In de lijst staan zes personen, van dichtbij naar vriend; wat ze gemeen hebben is dat je ze liefhebt.

8van de goden van de volken rondom je, dichtbij of ver van je. Van het ene einde van de aarde tot het andere einde van de aarde,
מֵאֱלֹהֵ֣י
(meelohei)
van de goden van
הָֽעַמִּ֗ים
(haamim)
de volken
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
סְבִיבֹ֣תֵיכֶ֔ם
(sevivoteikhem)
rondom jullie
הַקְּרֹבִ֣ים
(haqerovim)
de dichtbijzijnden
אֵלֶ֔יךָ
(eleikha)
bij jou
א֖וֹ
(o)
of
הָרְחֹקִ֣ים
(harechoqim)
de veraf zijnden
מִמֶּ֑ךָּ
(mimeka)
van jou
מִקְצֵ֥ה
(miqtse)
van het einde van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
וְעַד
(vead)
en tot
קְצֵ֥ה
(qetse)
het einde van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De goden van de omringende volken zijn dichtbij en ver weg: het gevaar komt van overal.

9dan mag je niet met hem instemmen en niet naar hem luisteren. Je oog mag geen medelijden met hem hebben. Je mag hem niet sparen en niets voor hem toedekken.
לֹא
(lo)
niet
תֹאבֶ֣ה
(tove)
je zult willen
ל֔וֹ
(lo)
hem
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תִשְׁמַ֖ע
(tishma)
je zult luisteren
אֵלָ֑יו
(elav)
naar hem
וְלֹא
(velo)
en niet
תָח֤וֹס
(tachos)
zal medelijden hebben
עֵֽינְךָ֙
(einekha)
je oog
עָלָ֔יו
(alav)
met hem
וְלֹֽא
(velo)
en niet
תַחְמֹ֥ל
(tachmol)
je zult sparen
וְלֹֽא
(velo)
en niet
תְכַסֶּ֖ה
(tekhase)
je zult toedekken
עָלָֽיו
(alav)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Maar je moet hem zeker doden. Jouw hand moet als eerste tegen hem zijn om hem te doden, en daarna de hand van heel het volk.
כִּ֤י
(ki)
maar
הָרֹג֙
(harog)
doden
תַּֽהַרְגֶ֔נּוּ
(tahargenu)
je zult hem doden
יָֽדְךָ֛
(yadekha)
je hand
תִּֽהְיֶה
(tihye)
zal zijn
בּ֥וֹ
(bo)
tegen hem
בָרִֽאשׁוֹנָ֖ה
(barishona)
als eerste
לַהֲמִית֑וֹ
(lahamito)
om hem te doden
וְיַ֥ד
(veyad)
en de hand van
כָּל
(kal)
heel
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
בָּאַחֲרֹנָֽה
(baacharona)
als laatste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dat de getuige als eerste de hand moet opheffen, staat ook in Deut. 17:7.

11Je moet hem met stenen stenigen, zodat hij sterft. Want hij heeft geprobeerd je af te brengen van Yahweh, je Elohim, die je uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heeft geleid.
וּסְקַלְתּ֥וֹ
(useqalto)
en je zult hem stenigen
בָאֲבָנִ֖ים
(baavanim)
met stenen
וָמֵ֑ת
(vamet)
en hij zal sterven
כִּ֣י
(ki)
want
בִקֵּ֗שׁ
(biqesh)
hij heeft gezocht
לְהַדִּֽיחֲךָ֙
(lehadichakha)
om jou af te brengen
מֵעַל֙
(meal)
van af
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
הַמּוֹצִיאֲךָ֛
(hamotsiakha)
die jou laat uittrekken
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
עֲבָדִֽים
(avadim)
slaven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Voor stenigen als straf zie ook Lev. 20:27 en Lev. 24:16.

Het doel van de straf is in vers 12 te lezen: heel Israël moet het horen en vrezen.

12Heel Israël zal het horen en vrezen, en niemand zal nog zo’n kwaad doen in je midden.
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
יִשְׁמְע֖וּ
(yishmeu)
zal horen
וְיִֽרָא֑וּן
(veyiraun)
en zal vrezen
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יוֹסִ֣פוּ
(yosifu)
zij zullen voortgaan
לַעֲשׂ֗וֹת
(laasot)
om te doen
כַּדָּבָ֥ר
(kadavar)
zoals het woord
הָרָ֛ע
(hara)
het kwade
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
בְּקִרְבֶּֽךָ
(beqirbekha)
in je midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Een stad die tot afgoderij is verleid

13Wanneer je in een van je steden, die Yahweh, je Elohim, je geeft om er te wonen, hoort zeggen:
כִּֽי
(ki)
wanneer
תִשְׁמַ֞ע
(tishma)
je hoort
בְּאַחַ֣ת
(beachat)
in een van
עָרֶ֗יךָ
(areikha)
je steden
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לְךָ֛
(lekha)
aan jou
לָשֶׁ֥בֶת
(lashevet)
om te wonen
שָׁ֖ם
(sham)
daar
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Mannen, zonen van Belial, zijn uit je midden vertrokken. Zij hebben de inwoners van hun stad afgebracht door te zeggen: „Laten wij gaan en andere goden dienen.” Goden die jullie niet kennen,
יָצְא֞וּ
(yatseu)
zijn uitgegaan
אֲנָשִׁ֤ים
(anashim)
mannen
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
בְלִיַּ֨עַל֙
(beliyaal)
Belial
מִקִּרְבֶּ֔ךָ
(miqirbekha)
uit je midden
וַיַּדִּ֛יחוּ
(vayadichu)
en zij hebben afgebracht
אֶת
(et)
(obj.)
יֹשְׁבֵ֥י
(yoshevei)
de inwoners van
עִירָ֖ם
(iram)
hun stad
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
נֵלְכָ֗ה
(nelekha)
laten wij gaan
וְנַעַבְדָ֛ה
(venaavda)
en laten wij dienen
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
goden
אֲחֵרִ֖ים
(acherim)
andere
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
יְדַעְתֶּֽם
(yedatem)
jullie kennen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּלִיַּעַל (beliyya’al), ‘Belial’: letterlijk ‘waardeloosheid’ of ‘zonder nut’.

‘Zonen van Belial’ zijn mannen die kwaad doen.

Dit woord werd later een naam voor de macht van het kwaad (2 Kor. 6:15).

הִדִּיחַ (hiddiach), ‘afbrengen’: iemand van de weg afdrijven. Zo ook vers 6 en 11.

15dan moet je zoeken, onderzoeken en goed navragen. En blijkt het waar en staat het vast dat deze gruwel in je midden gedaan is,
וְדָרַשְׁתָּ֧
(vedarashta)
en je zult zoeken
וְחָקַרְתָּ֧
(vechaqarta)
en je zult onderzoeken
וְשָׁאַלְתָּ֖
(veshaalta)
en je zult vragen
הֵיטֵ֑ב
(heitev)
goed
וְהִנֵּ֤ה
(vehine)
en zie
אֱמֶת֙
(emet)
waar
נָכ֣וֹן
(nakhon)
vaststaand
הַדָּבָ֔ר
(hadavar)
het woord
נֶעֶשְׂתָ֛ה
(neesta)
is gedaan
הַתּוֹעֵבָ֥ה
(hatoeva)
de gruwel
הַזֹּ֖את
(hazot)
deze
בְּקִרְבֶּֽךָ
(beqirbekha)
in je midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹעֵבָה (to’evah), ‘gruwel’: iets wat Yahweh verafschuwt.

Wij gebruiken ‘gruwel’ voor toevah en ‘afschuwelijk’ voor sheqets (Lev. 11:10).

De procedure bestaat uit drie werkwoorden: zoeken, onderzoeken en vragen.

16dan moet je de inwoners van die stad zeker neerslaan met het zwaard. Je moet haar bannen, en alles wat erin is, en haar vee, met het zwaard.
הַכֵּ֣ה
(hake)
slaan
תַכֶּ֗ה
(take)
je zult slaan
אֶת
(et)
(obj.)
יֹֽשְׁבֵ֛י
(yoshevei)
de inwoners van
הָעִ֥יר
(hair)
de stad
הַהִ֖יא
(hahi)
die
לְפִי
(lefi)
met de scherpte van
חָ֑רֶב
(charev)
het zwaard
הַחֲרֵ֨ם
(hacharem)
bannen
אֹתָ֧הּ
(otah)
haar
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
בָּ֛הּ
(bah)
daarin
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּהֶמְתָּ֖הּ
(behemtah)
haar vee
לְפִי
(lefi)
met de scherpte van
חָֽרֶב
(charev)
het zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵרֶם (cherem), ‘ban’, en הֶחֱרִים (hecherim), ‘bannen’: iets of iemand volledig aan Yahweh toewijden, in de praktijk door vernietiging; vergelijk Exod. 22:19.

Het geldt hier voor een hele stad, ook voor het vee.

17Al haar buit moet je midden op haar plein bijeenbrengen. Dan moet je de stad en al haar buit met vuur verbranden, geheel voor Yahweh, je Elohim. Zij moet voor altijd een puinheuvel blijven en mag nooit meer worden opgebouwd.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
שְׁלָלָ֗הּ
(shelalah)
haar buit
תִּקְבֹּץ֮
(tiqbots)
je zult verzamelen
אֶל
(el)
naar
תּ֣וֹךְ
(tokh)
het midden van
רְחֹבָהּ֒
(rechovah)
haar plein
וְשָׂרַפְתָּ֨
(vesarafta)
en je zult verbranden
בָאֵ֜שׁ
(baesh)
met vuur
אֶת
(et)
(obj.)
הָעִ֤יר
(hair)
de stad
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
שְׁלָלָהּ֙
(shelalah)
haar buit
כָּלִ֔יל
(kalil)
geheel
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
וְהָיְתָה֙
(vehayeta)
en zij zal zijn
תֵּ֣ל
(tel)
heuvel van
עוֹלָ֔ם
(olam)
altijd
לֹ֥א
(lo)
niet
תִבָּנֶ֖ה
(tibane)
zij zal worden opgebouwd
עֽוֹד
(od)
meer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּלִיל (kalil), ‘geheel’: wat helemaal verbrand wordt (zie ook Lev. 6:15–16).

תֵּל (tel), ‘puinheuvel’: een heuvel van de resten van een verwoeste stad.

18Niets van wat gebannen is, mag aan je hand blijven kleven. Zo keert Yahweh terug van Zijn gloeiende toorn. Hij geeft je ontferming, ontfermt Zich over je en maakt je talrijk, zoals Hij je vaders gezworen heeft,
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִדְבַּ֧ק
(yidbaq)
zal kleven
בְּיָדְךָ֛
(beyadekha)
aan je hand
מְא֖וּמָה
(meuma)
iets
מִן
(min)
van
הַחֵ֑רֶם
(hacherem)
het gebande
לְמַעַן֩
(lemaan)
opdat
יָשׁ֨וּב
(yashuv)
Hij zal terugkeren
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
מֵחֲר֣וֹן
(mecharon)
van de gloed van
אַפּ֗וֹ
(apo)
Zijn toorn
וְנָֽתַן
(venatan)
en Hij zal geven
לְךָ֤
(lekha)
aan jou
רַחֲמִים֙
(rachamim)
ontferming
וְרִֽחַמְךָ֣
(verichamkha)
en Hij zal Zich over je ontfermen
וְהִרְבֶּ֔ךָ
(vehirbekha)
en Hij zal je talrijk maken
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
נִשְׁבַּ֖ע
(nishba)
Hij zwoer
לַאֲבֹתֶֽיךָ
(laavoteikha)
aan je vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲרוֹן אַף (charon af), ‘gloeiende toorn’, zoals in Exod. 15:7.

רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’, hoort bij רֶחֶם (rechem), ‘moederschoot’: de liefde van een moeder.

19als je luistert naar de stem van Yahweh, je Elohim, door al Zijn geboden te houden die ik je vandaag gebied. En door te doen wat juist is in de ogen van Yahweh, je Elohim.
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תִשְׁמַ֗ע
(tishma)
je luistert
בְּקוֹל֙
(beqol)
naar de stem van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לִשְׁמֹר֙
(lishmor)
door te houden
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
מִצְוֺתָ֔יו
(mitsvotav)
Zijn geboden
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
אָנֹכִ֥י
(anokhi)
ik
מְצַוְּךָ֖
(metsavekha)
gebied jou
הַיּ֑וֹם
(hayom)
vandaag
לַעֲשׂוֹת֙
(laasot)
door te doen
הַיָּשָׁ֔ר
(hayashar)
wat juist is
בְּעֵינֵ֖י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)