Elohim Bijbel

Leviticus 18

123456789101112131415161718192021222324252627

Seksuele voorschriften

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Niet doen wat Egypte en Kanaän doen

1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Spreek tot de zonen van Israël en zeg tegen hen: Ik ben Yahweh, jullie Elohim.
דַּבֵּר֙
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְאָמַרְתָּ֖
(veamarta)
en je zult zeggen
אֲלֵהֶ֑ם
(alehem)
tegen hen
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Jullie mogen niet doen wat men doet in het land Egypte, waar jullie gewoond hebben. Jullie mogen ook niet doen wat men doet in het land Kanaän, waarheen Ik jullie breng. Jullie mogen hun voorschriften niet volgen.
כְּמַעֲשֵׂ֧ה
(kemaase)
zoals het doen van
אֶֽרֶץ
(erets)
het land
מִצְרַ֛יִם
(mitsrayim)
Egypte
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
יְשַׁבְתֶּם
(yeshavtem)
jullie hebben gewoond
בָּ֖הּ
(bah)
daarin
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֑וּ
(taasu)
jullie mogen doen
וּכְמַעֲשֵׂ֣ה
(ukhemaase)
en zoals het doen van
אֶֽרֶץ
(erets)
het land
כְּנַ֡עַן
(kenaan)
Kanaän
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waarheen
אֲנִי֩
(ani)
Ik
מֵבִ֨יא
(mevi)
breng
אֶתְכֶ֥ם
(etkhem)
jullie
שָׁ֨מָּה֙
(shama)
daarheen
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֔וּ
(taasu)
jullie mogen doen
וּבְחֻקֹּתֵיהֶ֖ם
(uvechuqoteihem)
en volgens hun voorschriften
לֹ֥א
(lo)
niet
תֵלֵֽכוּ
(telekhu)
jullie mogen wandelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

Israël heeft in Egypte gewoond en gaat naar Kanaän.

Wat de volken daar doen, wordt in dit hoofdstuk beschreven en verboden (vers 24–30).

4Jullie moeten Mijn rechtsregels uitvoeren en Mijn voorschriften bewaren, door ze te volgen. Ik ben Yahweh, jullie Elohim.
אֶת
(et)
(obj.)
מִשְׁפָּטַ֧י
(mishpatay)
Mijn rechtsregels
תַּעֲשׂ֛וּ
(taasu)
jullie moeten doen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֻקֹּתַ֥י
(chuqotay)
Mijn voorschriften
תִּשְׁמְר֖וּ
(tishmeru)
jullie moeten bewaren
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te wandelen
בָּהֶ֑ם
(bahem)
daarin
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Jullie moeten Mijn voorschriften en Mijn rechtsregels bewaren. De mens die ze doet, zal erdoor leven. Ik ben Yahweh.
וּשְׁמַרְתֶּ֤ם
(ushemartem)
en jullie moeten bewaren
אֶת
(et)
(obj.)
חֻקֹּתַי֙
(chuqotay)
Mijn voorschriften
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִשְׁפָּטַ֔י
(mishpatay)
Mijn rechtsregels
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יַעֲשֶׂ֥ה
(yaase)
doet
אֹתָ֛ם
(otam)
hen
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mens
וָחַ֣י
(vachay)
en hij zal leven
בָּהֶ֑ם
(bahem)
door hen
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Erdoor leven’: wie de voorschriften en rechtsregels van Yahweh doet, leeft daardoor.

Zie ook Ezech. 20:11, Rom. 10:5 en Gal. 3:12.

De naaktheid van naaste verwanten

6Niemand van jullie mag een naaste verwant naderen om de naaktheid te ontbloten. Ik ben Yahweh.
אִ֥ישׁ
(ish)
man
אִישׁ֙
(ish)
man
אֶל
(el)
tot
כָּל
(kal)
elke
שְׁאֵ֣ר
(sheer)
naaste verwant van
בְּשָׂר֔וֹ
(besaro)
zijn vlees
לֹ֥א
(lo)
niet
תִקְרְב֖וּ
(tiqrevu)
jullie mogen naderen
לְגַלּ֣וֹת
(legalot)
om te ontbloten
עֶרְוָ֑ה
(erva)
naaktheid
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶרְוָה (ervah), ‘naaktheid’, en גִּלָּה (gillah), ‘ontbloten’: letterlijk ‘de naaktheid blootleggen’.

In deze wetten betekent de uitdrukking: seksuele omgang hebben met iemand.

Wij houden de woorden van het Hebreeuws aan.

שְׁאֵר בָּשָׂר (she’er basar), ‘naaste verwant’: letterlijk ‘rest van het vlees’, iemand van het eigen bloed of de eigen familie.

Aanvullend

Jubileeën 3:30–31 zegt ook dat de schaamte bedekt moet worden en niet ontbloot.

7De naaktheid van je vader en de naaktheid van je moeder mag je niet ontbloten. Zij is je moeder; haar naaktheid mag je niet ontbloten.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אָבִ֛יךָ
(avikha)
je vader
וְעֶרְוַ֥ת
(veervat)
en de naaktheid van
אִמְּךָ֖
(imekha)
je moeder
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
אִמְּךָ֣
(imekha)
je moeder
הִ֔וא
(hi)
zij is
לֹ֥א
(lo)
niet
תְגַלֶּ֖ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוָתָֽהּ
(ervatah)
haar naaktheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

‘De naaktheid van je vader en de naaktheid van je moeder’ kan ook gelezen worden als ‘de naaktheid van je vader, dat is: de naaktheid van je moeder’ (vergelijk vers 8, waar de naaktheid van de vrouw van je vader ‘de naaktheid van je vader’ is).

Wij vertalen zoals het er staat.

8De naaktheid van de vrouw van je vader mag je niet ontbloten. Dat is de naaktheid van je vader.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אֵֽשֶׁת
(eshet)
de vrouw van
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
הִֽוא
(hi)
zij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Lev. 20:11 en Deut. 27:20.

Aanvullend

Jubileeën 33:9–13 bevestigt dit verbod.

9De naaktheid van je zuster mag je niet ontbloten, de dochter van je vader of de dochter van je moeder. Of zij binnen het huis geboren is of daarbuiten.
עֶרְוַ֨ת
(ervat)
de naaktheid van
אֲחֽוֹתְךָ֤
(achotekha)
je zuster
בַת
(bat)
de dochter van
אָבִ֨יךָ֙
(avikha)
je vader
א֣וֹ
(o)
of
בַת
(bat)
de dochter van
אִמֶּ֔ךָ
(imekha)
je moeder
מוֹלֶ֣דֶת
(moledet)
geboren in
בַּ֔יִת
(bayit)
het huis
א֖וֹ
(o)
of
מוֹלֶ֣דֶת
(moledet)
geboren
ח֑וּץ
(chuts)
buiten
לֹ֥א
(lo)
niet
תְגַלֶּ֖ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוָתָֽן
(ervatan)
hun naaktheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹלֶדֶת בַּיִת אוֹ מוֹלֶדֶת חוּץ (moledet bayit o moledet chuts), ‘geboren in het huis of geboren buiten’: bedoeld is waarschijnlijk of zij in hetzelfde gezin is geboren of in een ander gezin.

De precieze betekenis is niet zeker.

Zie ook Lev. 20:17.

10De naaktheid van de dochter van je zoon of van de dochter van je dochter mag je niet ontbloten, want zij zijn je eigen naaktheid.
עֶרְוַ֤ת
(ervat)
de naaktheid van
בַּת
(bat)
de dochter van
בִּנְךָ֙
(binkha)
je zoon
א֣וֹ
(o)
of
בַֽת
(bat)
de dochter van
בִּתְּךָ֔
(bitekha)
je dochter
לֹ֥א
(lo)
niet
תְגַלֶּ֖ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוָתָ֑ן
(ervatan)
hun naaktheid
כִּ֥י
(ki)
want
עֶרְוָתְךָ֖
(ervatekha)
je eigen naaktheid
הֵֽנָּה
(hena)
zij zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een eigen dochter wordt in dit hoofdstuk niet apart genoemd.

11De naaktheid van de dochter van de vrouw van je vader, die aan je vader geboren is, zij is je zuster: haar naaktheid mag je niet ontbloten.
עֶרְוַ֨ת
(ervat)
de naaktheid van
בַּת
(bat)
de dochter van
אֵ֤שֶׁת
(eshet)
de vrouw van
אָבִ֨יךָ֙
(avikha)
je vader
מוֹלֶ֣דֶת
(moledet)
geboren aan
אָבִ֔יךָ
(avikha)
je vader
אֲחוֹתְךָ֖
(achotekha)
je zuster
הִ֑וא
(hi)
zij is
לֹ֥א
(lo)
niet
תְגַלֶּ֖ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוָתָֽהּ
(ervatah)
haar naaktheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12De naaktheid van de zuster van je vader mag je niet ontbloten. Zij is een naaste verwante van je vader.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אֲחוֹת
(achot)
de zuster van
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
שְׁאֵ֥ר
(sheer)
naaste verwante van
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
הִֽוא
(hi)
zij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Lev. 20:19 en Exod. 6:20.

Daar staat dat Amram, de vader van Mozes, Jochebed, zijn tante, tot vrouw nam; dat was vóór dit voorschrift werd gegeven.

13De naaktheid van de zuster van je moeder mag je niet ontbloten, want zij is een naaste verwante van je moeder.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אֲחֽוֹת
(achot)
de zuster van
אִמְּךָ֖
(imekha)
je moeder
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
כִּֽי
(ki)
want
שְׁאֵ֥ר
(sheer)
naaste verwante van
אִמְּךָ֖
(imekha)
je moeder
הִֽוא
(hi)
zij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14De naaktheid van de broer van je vader mag je niet ontbloten. Tot zijn vrouw mag je niet naderen: zij is je tante.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אֲחִֽי
(achi)
de broer van
אָבִ֖יךָ
(avikha)
je vader
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
אֶל
(el)
tot
אִשְׁתּוֹ֙
(ishto)
zijn vrouw
לֹ֣א
(lo)
niet
תִקְרָ֔ב
(tiqrav)
je mag naderen
דֹּדָֽתְךָ֖
(dodatekha)
je tante
הִֽוא
(hi)
zij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֹּדָה (dodah), ‘tante’: hier de vrouw van de broer van je vader.

Zie ook Lev. 20:20.

Zie ookLev 20:20
15De naaktheid van je schoondochter mag je niet ontbloten. Zij is de vrouw van je zoon. Haar naaktheid mag je niet ontbloten.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
כַּלָּֽתְךָ֖
(kalatekha)
je schoondochter
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
אֵ֤שֶׁת
(eshet)
de vrouw van
בִּנְךָ֙
(binkha)
je zoon
הִ֔וא
(hi)
zij is
לֹ֥א
(lo)
niet
תְגַלֶּ֖ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוָתָֽהּ
(ervatah)
haar naaktheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Lev. 20:12.

Aanvullend

Jubileeën 41:23–26 bevestigt dit verbod.

16De naaktheid van de vrouw van je broer mag je niet ontbloten. Het is de naaktheid van je broer.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אֵֽשֶׁת
(eshet)
de vrouw van
אָחִ֖יךָ
(achikha)
je broer
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אָחִ֖יךָ
(achikha)
je broer
הִֽוא
(hi)
zij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een uitzondering staat in Deut. 25:5–6: de broer van een man die kinderloos gestorven is.

Zie ook Lev. 20:21, Matt. 14:3–4 en Mark. 6:17–18.

17De naaktheid van een vrouw en van haar dochter mag je niet ontbloten. Je mag de dochter van haar zoon of de dochter van haar dochter niet nemen om haar naaktheid te ontbloten. Het zijn naaste verwanten; het is een schanddaad.
עֶרְוַ֥ת
(ervat)
de naaktheid van
אִשָּׁ֛ה
(isha)
een vrouw
וּבִתָּ֖הּ
(uvitah)
en haar dochter
לֹ֣א
(lo)
niet
תְגַלֵּ֑ה
(tegale)
je mag ontbloten
אֶֽת
(et)
(obj.)
בַּת
(bat)
de dochter van
בְּנָ֞הּ
(benah)
haar zoon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בַּת
(bat)
de dochter van
בִּתָּ֗הּ
(bitah)
haar dochter
לֹ֤א
(lo)
niet
תִקַּח֙
(tiqach)
je mag nemen
לְגַלּ֣וֹת
(legalot)
om te ontbloten
עֶרְוָתָ֔הּ
(ervatah)
haar naaktheid
שַׁאֲרָ֥ה
(shaara)
naaste verwanten
הֵ֖נָּה
(hena)
zij zijn
זִמָּ֥ה
(zima)
schanddaad
הִֽוא
(hi)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זִמָּה (zimmah), ‘schanddaad’: een ernstig, schandelijk vergrijp.

Zie ook Lev. 20:14.

Andere verboden

18Je mag een vrouw niet nemen naast haar zuster, om haar tot rivale te maken en haar naaktheid naast haar te ontbloten, zolang zij leeft.
וְאִשָּׁ֥ה
(veisha)
en een vrouw
אֶל
(el)
tot
אֲחֹתָ֖הּ
(achotah)
haar zuster
לֹ֣א
(lo)
niet
תִקָּ֑ח
(tiqach)
je mag nemen
לִצְרֹ֗ר
(litsror)
om tot rivale te maken
לְגַלּ֧וֹת
(legalot)
om te ontbloten
עֶרְוָתָ֛הּ
(ervatah)
haar naaktheid
עָלֶ֖יהָ
(aleiha)
naast haar
בְּחַיֶּֽיהָ
(bechayeiha)
in haar leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het gaat om een man die al met de ene zuster getrouwd is.

צָרַר (tsarar), ‘tot rivale maken’: letterlijk ‘benauwen’; een tweede vrouw die voor de eerste een tegenstander wordt.

19Je mag niet naderen tot een vrouw tijdens de onreinheid van haar menstruatie om haar naaktheid te ontbloten.
וְאֶל
(veel)
en tot
אִשָּׁ֖ה
(isha)
een vrouw
בְּנִדַּ֣ת
(benidat)
tijdens de menstruatie van
טֻמְאָתָ֑הּ
(tumatah)
haar onreinheid
לֹ֣א
(lo)
niet
תִקְרַ֔ב
(tiqrav)
je mag naderen
לְגַלּ֖וֹת
(legalot)
om te ontbloten
עֶרְוָתָֽהּ
(ervatah)
haar naaktheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִדָּה (niddah), ‘menstruatie’: zie Lev. 12:2 en Lev. 15:19–24.

Zie ook Lev. 20:18.

20Met de vrouw van je volksgenoot mag je geen seksuele omgang hebben, zodat je zaad geeft en door haar onrein wordt.
וְאֶל
(veel)
en tot
אֵ֨שֶׁת֙
(eshet)
de vrouw van
עֲמִֽיתְךָ֔
(amitekha)
je volksgenoot
לֹא
(lo)
niet
תִתֵּ֥ן
(titen)
je mag geven
שְׁכָבְתְּךָ֖
(shekhavtekha)
je bijslaap
לְזָ֑רַע
(lezara)
tot zaad
לְטָמְאָה
(letamea)
om onrein te worden
בָֽהּ
(bah)
door haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁכָבְתְּךָ לְזָרַע (shekhavtekha lezara), letterlijk ‘je bijslaap tot zaad geven’: seksuele omgang waarbij zaad wordt gegeven.

Zie ook Lev. 20:10.

21Je mag niemand van je nageslacht aan Molech geven om hem te laten overgaan. Je mag de naam van je Elohim niet ontheiligen. Ik ben Yahweh.
וּמִֽזַּרְעֲךָ֥
(umizarakha)
en van je nageslacht
לֹא
(lo)
niet
תִתֵּ֖ן
(titen)
je mag geven
לְהַעֲבִ֣יר
(lehaavir)
om te laten overgaan
לַמֹּ֑לֶךְ
(lamolekh)
aan Molech
וְלֹ֧א
(velo)
en niet
תְחַלֵּ֛ל
(techalel)
je mag ontheiligen
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁ֥ם
(shem)
de naam van
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֹלֶךְ (Molech) is een afgod waaraan men nageslacht gaf; zie Lev. 20:2–5, 2 Kon. 23:10 en Jer. 32:35.

Het werkwoord הֶעֱבִיר (he’evir), ‘laten overgaan’, staat elders met ‘door het vuur’ (Deut. 18:10).

Aanvullend

Jubileeën 30:10 noemt Molech ook en veroordeelt het geven van nageslacht aan hem.

22Met een man mag je niet liggen zoals men bij een vrouw ligt. Het is een gruwel.
וְאֶ֨ת
(veet)
en (obj.)
זָכָ֔ר
(zakhar)
een man
לֹ֥א
(lo)
niet
תִשְׁכַּ֖ב
(tishkav)
je mag liggen
מִשְׁכְּבֵ֣י
(mishkevei)
liggingen van
אִשָּׁ֑ה
(isha)
een vrouw
תּוֹעֵבָ֖ה
(toeva)
gruwel
הִֽוא
(hi)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹעֵבָה (to’evah), ‘gruwel’: iets wat Yahweh verafschuwt.

Zie ook Lev. 20:13.

מִשְׁכְּבֵי אִשָּׁה (mishkevei ishah), ‘de liggingen van een vrouw’: de manier waarop men bij een vrouw ligt.

23Je mag met geen enkel dier seksuele omgang hebben, zodat je door het onrein wordt. Een vrouw mag niet voor een dier gaan staan om zich ermee te paren. Het is een perversie.
וּבְכָל
(uvekhal)
en met elk
בְּהֵמָ֛ה
(behema)
dier
לֹא
(lo)
niet
תִתֵּ֥ן
(titen)
je mag geven
שְׁכָבְתְּךָ֖
(shekhavtekha)
je bijslaap
לְטָמְאָה
(letamea)
om onrein te worden
בָ֑הּ
(bah)
door het
וְאִשָּׁ֗ה
(veisha)
en een vrouw
לֹֽא
(lo)
niet
תַעֲמֹ֞ד
(taamod)
zal staan
לִפְנֵ֧י
(lifnei)
voor
בְהֵמָ֛ה
(behema)
een dier
לְרִבְעָ֖הּ
(lerivah)
om zich ermee te paren
תֶּ֥בֶל
(tevel)
perversie
הֽוּא
(hu)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֶּבֶל (tevel), ‘perversie’: het woord komt van een grondwoord ‘mengen’ en betekent een vermenging die niet hoort.

Het woord staat ook in Lev. 20:12.

Zie ook Lev. 20:15–16 en Exod. 22:18.

Het land spuwt de volken uit

24Maak jezelf niet onrein door al deze dingen. Want door al deze dingen zijn de volken onrein geworden die Ik voor jullie uit wegstuur.
אַל
(al)
niet
תִּֽטַּמְּא֖וּ
(titameu)
jullie mogen onrein worden
בְּכָל
(bekhal)
door al
אֵ֑לֶּה
(ele)
deze
כִּ֤י
(ki)
want
בְכָל
(bekhal)
door al
אֵ֨לֶּה֙
(ele)
deze
נִטְמְא֣וּ
(nitmeu)
zijn onrein geworden
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
אֲשֶׁר
(asher)
die
אֲנִ֥י
(ani)
Ik
מְשַׁלֵּ֖חַ
(meshaleach)
wegzend
מִפְּנֵיכֶֽם
(mipeneikhem)
voor jullie uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Gen. 15:16, waar de schuld van de Amorieten nog niet vol is.

25Het land is onrein geworden. Ik heb de schuld ervan aan het land bezocht, en het land heeft zijn bewoners uitgespuwd.
וַתִּטְמָ֣א
(vatitma)
en is onrein geworden
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
וָאֶפְקֹ֥ד
(vaefqod)
en Ik heb bezocht
עֲוֺנָ֖הּ
(avonah)
zijn schuld
עָלֶ֑יהָ
(aleiha)
erop
וַתָּקִ֥א
(vataqi)
en het spuwde uit
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אֶת
(et)
(obj.)
יֹשְׁבֶֽיהָ
(yosheveiha)
zijn bewoners
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: de schuld komt als straf over het land; hetzelfde werkwoord staat in Exod. 20:5 en 34:7.

קִיא (qi), ‘uitspuwen’: het land spuwt zijn bewoners uit (ook vers 28 en Lev. 20:22).

26Jullie moeten Mijn voorschriften en Mijn rechtsregels bewaren. Jullie mogen niets doen van al deze gruwelen: de inheemse niet en de vreemdeling die in jullie midden verblijft niet.
וּשְׁמַרְתֶּ֣ם
(ushemartem)
en jullie moeten bewaren
אַתֶּ֗ם
(atem)
jullie
אֶת
(et)
(obj.)
חֻקֹּתַי֙
(chuqotay)
Mijn voorschriften
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִשְׁפָּטַ֔י
(mishpatay)
Mijn rechtsregels
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
תַעֲשׂ֔וּ
(taasu)
jullie mogen doen
מִכֹּ֥ל
(mikol)
van alle
הַתּוֹעֵבֹ֖ת
(hatoevot)
de gruwelen
הָאֵ֑לֶּה
(haele)
deze
הָֽאֶזְרָ֔ח
(haezrach)
de inheemse
וְהַגֵּ֖ר
(vehager)
en de vreemdeling
הַגָּ֥ר
(hagar)
die verblijft
בְּתוֹכְכֶֽם
(betokhekhem)
in jullie midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Want al deze gruwelen hebben de mensen van het land gedaan die vóór jullie waren, en het land is onrein geworden.
כִּ֚י
(ki)
want
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַתּוֹעֵבֹ֣ת
(hatoevot)
de gruwelen
הָאֵ֔ל
(hael)
deze
עָשׂ֥וּ
(asu)
hebben gedaan
אַנְשֵֽׁי
(anshei)
de mensen van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לִפְנֵיכֶ֑ם
(lifneikhem)
voor jullie
וַתִּטְמָ֖א
(vatitma)
en is onrein geworden
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Laat het land jullie niet uitspuwen wanneer jullie het onrein maken, zoals het land het volk heeft uitgespuwd dat vóór jullie was.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
תָקִ֤יא
(taqi)
zal uitspuwen
הָאָ֨רֶץ֙
(haarets)
het land
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
בְּטַֽמַּאֲכֶ֖ם
(betamaakhem)
als jullie onrein maken
אֹתָ֑הּ
(otah)
het
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
קָאָ֛ה
(qaa)
het heeft uitgespuwd
אֶת
(et)
(obj.)
הַגּ֖וֹי
(hagoy)
het volk
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לִפְנֵיכֶֽם
(lifneikhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Want ieder die iets van al deze gruwelen doet: die personen moeten uit hun volk worden afgesneden.
כִּ֚י
(ki)
want
כָּל
(kal)
ieder
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יַעֲשֶׂ֔ה
(yaase)
doet
מִכֹּ֥ל
(mikol)
van alle
הַתּוֹעֵב֖וֹת
(hatoevot)
de gruwelen
הָאֵ֑לֶּה
(haele)
deze
וְנִכְרְת֛וּ
(venikhretu)
en zullen worden afgesneden
הַנְּפָשׁ֥וֹת
(hanefashot)
de personen
הָעֹשֹׂ֖ת
(haosot)
die doen
מִקֶּ֥רֶב
(miqerev)
uit het midden van
עַמָּֽם
(amam)
hun volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Jullie moeten Mijn opdracht bewaren, zodat jullie niets doen van de voorschriften van de gruwelen die vóór jullie gedaan zijn. En zodat jullie je er niet onrein door maken. Ik ben Yahweh, jullie Elohim.”
וּשְׁמַרְתֶּ֣ם
(ushemartem)
en jullie moeten bewaren
אֶת
(et)
(obj.)
מִשְׁמַרְתִּ֗י
(mishmarti)
Mijn opdracht
לְבִלְתִּ֨י
(levilti)
zodat niet
עֲשׂ֜וֹת
(asot)
doen
מֵחֻקּ֤וֹת
(mechuqot)
van de voorschriften van
הַתּֽוֹעֵבֹת֙
(hatoevot)
de gruwelen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
נַעֲשׂ֣וּ
(naasu)
zijn gedaan
לִפְנֵיכֶ֔ם
(lifneikhem)
voor jullie
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תִֽטַּמְּא֖וּ
(titameu)
jullie mogen onrein worden
בָּהֶ֑ם
(bahem)
door hen
אֲנִ֖י
(ani)
Ik
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶֽם
(eloheikhem)
jullie Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁמֶרֶת (mishmeret), ‘opdracht’: wat bewaakt moet worden, de taak die Yahweh geeft.