Elohim Bijbel

Hosea 11

1234567891011121314

Yahweh en Zijn zoon Efraïm

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Uit Egypte geroepen

1„Toen Israël een jongen was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.
כִּ֛י
(ki)
toen
נַ֥עַר
(naar)
jongen
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
וָאֹהֲבֵ֑הוּ
(vaohavehu)
en Ik had hem lief
וּמִמִּצְרַ֖יִם
(umimitsrayim)
en uit Egypte
קָרָ֥אתִי
(qarati)
Ik riep
לִבְנִֽי
(livni)
Mijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

נַעַר (na’ar), ‘jongen’: Israël als jong volk, toen het uit Egypte werd geroepen.

Zie ook Exod. 4:22–23.

Zie ook Matt. 2:15.

2Men riep hen; zo gingen zij van hen weg. Aan de Baäls offeren zij, en aan de gesneden beelden laten zij offerrook opgaan.
קָרְא֖וּ
(qareu)
men riep
לָהֶ֑ם
(lahem)
hen
כֵּ֚ן
(ken)
zo
הָלְכ֣וּ
(halekhu)
zij gingen
מִפְּנֵיהֶ֔ם
(mipeneihem)
van hen weg
לַבְּעָלִ֣ים
(labealim)
aan de Baäls
יְזַבֵּ֔חוּ
(yezabechu)
zij offeren
וְלַפְּסִלִ֖ים
(velapesilim)
en aan de gesneden beelden
יְקַטֵּרֽוּן
(yeqaterun)
zij laten offerrook opgaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָרְאוּ (qar’u), ‘men riep’: er staat niet wie roept; mogelijk zijn het de profeten.

Sommige oude vertalingen lezen dit anders.

בְּעָלִים (be’alim), ‘Baäls’: het meervoud; de vele Baäl-beelden en -heiligdommen.

3Ik zelf leerde Efraïm lopen. Hij nam hen op Zijn armen, maar zij wisten niet dat Ik hen genas.
וְאָנֹכִ֤י
(veanokhi)
en Ik zelf
תִרְגַּ֨לְתִּי֙
(tirgalti)
leerde lopen
לְאֶפְרַ֔יִם
(leefrayim)
Efraïm
קָחָ֖ם
(qacham)
nemend hen
עַל
(al)
op
זְרֽוֹעֹתָ֑יו
(zerootav)
Zijn armen
וְלֹ֥א
(velo)
maar niet
יָדְע֖וּ
(yadeu)
zij wisten
כִּ֥י
(ki)
dat
רְפָאתִֽים
(refatim)
Ik hen genas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּרְגַּלְתִּי (tirgalti), ‘Ik leerde lopen’: van het woord voor ‘voet’.

Lezing

Het Hebreeuws heeft ‘op zijn armen’ (derde persoon) midden in Yahweh’s eigen woorden.

Sommige oude vertalingen lezen ‘op Mijn armen’.

Wij volgen de Masoretische tekst en lezen ‘Zijn’ als Yahweh.

4Met menselijke koorden trok Ik hen, met banden van liefde. Ik was voor hen als wie het juk van hun kaken optilt. Ik boog Mij naar hem toe en gaf hem te eten.
בְּחַבְלֵ֨י
(bechavlei)
met koorden van
אָדָ֤ם
(adam)
mens
אֶמְשְׁכֵם֙
(emshekhem)
Ik trok hen
בַּעֲבֹת֣וֹת
(baavotot)
met banden van
אַהֲבָ֔ה
(ahava)
liefde
וָאֶהְיֶ֥ה
(vaehye)
en Ik was
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
כִּמְרִ֥ימֵי
(kimrimei)
als wie optillen
עֹ֖ל
(ol)
juk
עַ֣ל
(al)
van
לְחֵיהֶ֑ם
(lecheihem)
hun kaken
וְאַ֥ט
(veat)
en Ik boog Mij neer
אֵלָ֖יו
(elav)
naar hem toe
אוֹכִֽיל
(okhil)
Ik gaf te eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַבְלֵי אָדָם (chavle adam), ‘menselijke koorden’: de koorden waarmee men een mens leidt, tegenover banden voor een dier.

עַל־לְחֵיהֶם (al lechehem), ‘van hun kaken’: ‘al’ betekent letterlijk ‘op’ en kan ook ‘weg van’ betekenen. Wij kiezen ‘van’, omdat het juk wordt opgetild. Sommige oude vertalingen lezen dit vers anders.

Het zwaard en de afval

5Hij keert niet terug naar het land Egypte, maar Assyrië, dat is zijn koning, want zij weigerden terug te keren.
לֹ֤א
(lo)
niet
יָשׁוּב֙
(yashuv)
hij keert terug
אֶל
(el)
naar
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְאַשּׁ֖וּר
(veashur)
maar Assyrië
ה֣וּא
(hu)
dat
מַלְכּ֑וֹ
(malko)
zijn koning
כִּ֥י
(ki)
want
מֵאֲנ֖וּ
(meanu)
zij weigerden
לָשֽׁוּב
(lashuv)
terug te keren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

שׁוּב (shuv), ‘terugkeren’: hetzelfde werkwoord staat twee keer in dit vers (‘terugkeren naar Egypte’ en ‘weigerden terug te keren’), ook voor het zich bekeren tot Yahweh.

Wij houden het woordspel.

Zie ook Hos. 8:13; 9:3.

Sommige oude vertalingen lezen het begin van dit vers anders.

6Het zwaard zal in zijn steden rondwervelen. Het vernietigt zijn grendels en verslindt, vanwege hun plannen.
וְחָלָ֥ה
(vechala)
en zal rondwervelen
חֶ֨רֶב֙
(cherev)
zwaard
בְּעָרָ֔יו
(bearav)
in zijn steden
וְכִלְּתָ֥ה
(vekhileta)
en zal vernietigen
בַדָּ֖יו
(badav)
zijn grendels
וְאָכָ֑לָה
(veakhala)
en zal verslinden
מִֽמֹּעֲצ֖וֹתֵיהֶֽם
(mimoatsoteihem)
vanwege hun plannen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְחָלָה (vechalah), ‘zal rondwervelen’: of ‘zal beginnen’.

בַּדָּיו (baddav), ‘zijn grendels’: het woord kan ook ‘zijn takken’ of ‘zijn pochers’ betekenen. De betekenis is onzeker.

7Mijn volk hangt aan de afval van Mij. Men roept hen naar omhoog, maar geen van hen verheft zich.
וְעַמִּ֥י
(veami)
en Mijn volk
תְלוּאִ֖ים
(teluim)
hangt
לִמְשֽׁוּבָתִ֑י
(limshuvati)
aan afval van Mij
וְאֶל
(veel)
en naar
עַל֙
(al)
omhoog
יִקְרָאֻ֔הוּ
(yiqrauhu)
men roept hen
יַ֖חַד
(yachad)
samen
לֹ֥א
(lo)
niet
יְרוֹמֵם
(yeromem)
verheft zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְשׁוּבָתִי (meshuvati), ‘afval van Mij’: van hetzelfde werkwoord shuv als in vers 5.

וְאֶל־עַל (ve’el al), ‘naar omhoog’: al kan ook ‘de Allerhoogste’ zijn. Dit vers is moeilijk; de betekenis is onzeker.

Hoe kan Ik je prijsgeven?

8Hoe kan Ik je prijsgeven, Efraïm? Hoe kan Ik je uitleveren, Israël? Hoe kan Ik je prijsgeven zoals Adma, je maken zoals Zeboïm? Mijn hart keert zich om in Mij. Al Mijn medelijden is ontvlamd.
אֵ֞יךְ
(eikh)
hoe
אֶתֶּנְךָ֣
(etenkha)
kan Ik je prijsgeven
אֶפְרַ֗יִם
(efrayim)
Efraïm
אֲמַגֶּנְךָ֙
(amagenkha)
kan Ik je uitleveren
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֵ֚יךְ
(eikh)
hoe
אֶתֶּנְךָ֣
(etenkha)
kan Ik je prijsgeven
כְאַדְמָ֔ה
(keadma)
zoals Adma
אֲשִֽׂימְךָ֖
(asimekha)
kan Ik je maken
כִּצְבֹאיִ֑ם
(kitsvoyim)
zoals Zeboïm
נֶהְפַּ֤ךְ
(nehpakh)
is omgekeerd
עָלַי֙
(alay)
in Mij
לִבִּ֔י
(libi)
Mijn hart
יַ֖חַד
(yachad)
samen
נִכְמְר֥וּ
(nikhmeru)
zijn ontvlamd
נִחוּמָֽי
(nichumay)
Mijn medelijden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Adma (ligging onzeker): Adma was een van de steden van de vlakte, bij Sodom en Gomorra (Genesis 14:2; Deuteronomium 29:22), bij de Zoutzee.

De ligging is niet bekend.

Zie Zeboïm (ligging onzeker): Zeboïm was een van de steden van de vlakte, bij Sodom en Gomorra (Genesis 14:2; Deuteronomium 29:22), bij de Zoutzee.

De ligging is niet bekend.

Uitleg

אַדְמָה (Adma) en צְבֹאיִם (Zeboïm): steden bij Sodom en Gomorra die met hen werden verwoest.

Zie ook Deut. 29:22; Gen. 14:2.

נִחוּמָי (nichumai), ‘Mijn medelijden’: letterlijk ‘Mijn troost’; het gaat om ontferming die het hart beweegt.

9Ik zal Mijn brandende toorn niet uitvoeren. Ik keer niet terug om Efraïm te verderven. Want Ik ben El en geen man, de Heilige in je midden. En Ik zal niet in een stad komen.”
לֹ֤א
(lo)
niet
אֶֽעֱשֶׂה֙
(eese)
Ik zal uitvoeren
חֲר֣וֹן
(charon)
gloed van
אַפִּ֔י
(api)
Mijn toorn
לֹ֥א
(lo)
niet
אָשׁ֖וּב
(ashuv)
Ik zal terugkeren
לְשַׁחֵ֣ת
(leshachet)
om te verderven
אֶפְרָ֑יִם
(efrayim)
Efraïm
כִּ֣י
(ki)
want
אֵ֤ל
(el)
El
אָֽנֹכִי֙
(anokhi)
Ik ben
וְלֹא
(velo)
en niet
אִ֔ישׁ
(ish)
man
בְּקִרְבְּךָ֣
(beqirbekha)
in je midden
קָד֔וֹשׁ
(qadosh)
de Heilige
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
אָב֖וֹא
(avo)
Ik zal komen
בְּעִֽיר
(beir)
in een stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵל (El) en אִישׁ (ish), ‘man’: Ik ben El en geen man.

Zie ook Num. 23:19.

קָדוֹשׁ (qadosh), ‘de Heilige’.

בְּעִיר (be’ir), ‘in een stad’: het woord kan ook ‘woede’ betekenen. De betekenis is onzeker.

Zij volgen Yahweh

10Zij zullen Yahweh volgen. Hij brult als een leeuw. Want Hij brult, en zonen komen bevend van de zee.
אַחֲרֵ֧י
(acharei)
achter
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
יֵלְכ֖וּ
(yelekhu)
zullen zij gaan
כְּאַרְיֵ֣ה
(kearye)
als een leeuw
יִשְׁאָ֑ג
(yishag)
Hij brult
כִּֽי
(ki)
want
ה֣וּא
(hu)
Hij
יִשְׁאַ֔ג
(yishag)
Hij brult
וְיֶחֶרְד֥וּ
(veyecherdu)
en zij komen bevend
בָנִ֖ים
(banim)
zonen
מִיָּֽם
(miyam)
van de zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִיָּם (miyyam), ‘van de zee’: de zee ligt in het westen.

11Zij komen bevend als een vogel uit Egypte en als een duif uit het land Assyrië. „En Ik zal hen laten wonen in hun huizen — godsspraak van Yahweh.”
יֶחֶרְד֤וּ
(yecherdu)
zij komen bevend
כְצִפּוֹר֙
(ketsipor)
als een vogel
מִמִּצְרַ֔יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
וּכְיוֹנָ֖ה
(ukheyona)
en als een duif
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land van
אַשּׁ֑וּר
(ashur)
Assyrië
וְהוֹשַׁבְתִּ֥ים
(vehoshavtim)
en Ik zal hen laten wonen
עַל
(al)
in
בָּתֵּיהֶ֖ם
(bateihem)
hun huizen
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.