Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Hoor dit, priesters en koninklijk huis
1„Hoor dit, priesters. Let op, huis van Israël. Luister, huis van de koning. Want voor jullie is het recht: jullie zijn een strik geworden voor Mizpa en een uitgespreid net op de Tabor.
שִׁמְעוּ
(shimu)
hoor
זֹ֨את
(zot)
dit
הַכֹּהֲנִ֜ים
(hakohanim)
de priesters
וְהַקְשִׁ֣יבוּ
(vehaqshivu)
en let op
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
וּבֵ֤ית
(uveit)
en huis van
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
הַאֲזִ֔ינוּ
(haazinu)
luister
כִּ֥י
(ki)
want
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
הַמִּשְׁפָּ֑ט
(hamishpat)
het recht
כִּֽי
(ki)
want
פַח֙
(pach)
strik
הֱיִיתֶ֣ם
(heyitem)
jullie zijn geworden
לְמִצְפָּ֔ה
(lemitspa)
voor Mizpa
וְרֶ֖שֶׁת
(vereshet)
en net
פְּרוּשָׂ֥ה
(perusa)
uitgespreid
עַל
(al)
op
תָּבֽוֹר
(tavor)
Tabor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Mizpa (Tell en-Nasbeh): Mizpa wordt gezocht bij Tell en-Nasbeh, ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.
In Richteren 10 en 11 gaat het om een Mizpa in Gilead, ten oosten van de Jordaan.
Zie Tabor: De Tabor is een berg in het zuiden van Galilea, ten oosten van Nazaret.
Uitleg
Wij nemen aan dat Yahweh hier al spreekt: in vers 2 en 3 zegt de spreker ‘Ik’.
Vanaf vers 4 spreekt de profeet over Yahweh in de derde persoon; daar staat de tekst zwart.
מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: ‘voor jullie is het recht’ kan betekenen dat het oordeel jullie treft, of dat jullie verantwoordelijk zijn voor het recht in het land.
13Efraïm zag zijn ziekte en Juda zijn wond. Toen ging Efraïm naar Assyrië en stuurde boden naar koning Jareb. Maar hij kan jullie niet genezen; jullie wond geneest hij niet.
וַיַּ֨רְא
(vayar)
en zag
אֶפְרַ֜יִם
(efrayim)
Efraïm
אֶת
(et)
(obj.)
חָלְי֗וֹ
(chaleyo)
zijn ziekte
וִֽיהוּדָה֙
(vihuda)
en Juda
אֶת
(et)
(obj.)
מְזֹר֔וֹ
(mezoro)
zijn wond
וַיֵּ֤לֶךְ
(vayelekh)
en ging
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
אֶל
(el)
naar
אַשּׁ֔וּר
(ashur)
Assyrië
וַיִּשְׁלַ֖ח
(vayishlach)
en stuurde
אֶל
(el)
naar
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning
יָרֵ֑ב
(yarev)
Jareb
וְה֗וּא
(vehu)
maar hij
לֹ֤א
(lo)
niet
יוּכַל֙
(yukhal)
kan
לִרְפֹּ֣א
(lirpo)
genezen
לָכֶ֔ם
(lakhem)
jullie
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִגְהֶ֥ה
(yighe)
geneest hij
מִכֶּ֖ם
(mikem)
van jullie
מָזֽוֹר
(mazor)
wond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.
Uitleg
מֶלֶךְ יָרֵב (melek Yarev), ‘koning Jareb’: wie met deze naam of titel bedoeld wordt, is onzeker.
De naam betekent misschien ‘strijdlustige’ of ‘twister’.
Bedoeld is waarschijnlijk de koning van Assyrië.
מָזוֹר (mazor), ‘wond’: ook ‘verband’; de betekenis is niet zeker.