Elohim Bijbel

Daniël 12

123456789101112

Het einde van de dagen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Michaël zal opstaan

1In die tijd zal Michaël opstaan, de grote overste die staat voor de zonen van jouw volk. Het zal een tijd van nood zijn, zoals er nog niet geweest is sinds er een volk bestaat, tot op die tijd. In die tijd zal jouw volk ontkomen, ieder die in het boek opgeschreven staat.
וּבָעֵ֣ת
(uvaet)
en in de tijd
הַהִיא֩
(hahi)
die
יַעֲמֹ֨ד
(yaamod)
zal opstaan
מִֽיכָאֵ֜ל
(mikhael)
Michaël
הַשַּׂ֣ר
(hasar)
de overste
הַגָּד֗וֹל
(hagadol)
de grote
הָעֹמֵד֮
(haomed)
die staat
עַל
(al)
over
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַמֶּךָ֒
(amekha)
jouw volk
וְהָיְתָה֙
(vehayeta)
en zal zijn
עֵ֣ת
(et)
een tijd van
צָרָ֔ה
(tsara)
nood
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
נִהְיְתָה֙
(nihyeta)
is geweest
מִֽהְי֣וֹת
(mihyot)
sinds het bestaan van
גּ֔וֹי
(goy)
een volk
עַ֖ד
(ad)
tot
הָעֵ֣ת
(haet)
de tijd
הַהִ֑יא
(hahi)
die
וּבָעֵ֤ת
(uvaet)
en in de tijd
הַהִיא֙
(hahi)
die
יִמָּלֵ֣ט
(yimalet)
zal ontkomen
עַמְּךָ֔
(amekha)
jouw volk
כָּל
(kal)
ieder
הַנִּמְצָ֖א
(hanimtsa)
die gevonden wordt
כָּת֥וּב
(katuv)
opgeschreven
בַּסֵּֽפֶר
(basefer)
in het boek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers hoort nog bij de toespraak die in 10:20 begint.

מִיכָאֵל (Mikha’el), ‘Michaël’: zie 10:13 en 10:21.

הַשַּׂר הַגָּדוֹל (hasar hagadol), ‘de grote overste’: Michaël staat voor het volk van Daniël.

כָּתוּב בַּסֵּפֶר (katuv basefer), ‘opgeschreven in het boek’: letterlijk ‘gevonden, geschreven in het boek’. Vergelijk Exod. 32:32–33 en Ps. 69:29.

2Velen van hen die slapen in de stofgrond zullen ontwaken: dezen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwige afschuw.
וְרַבִּ֕ים
(verabim)
en velen
מִיְּשֵׁנֵ֥י
(miyeshenei)
van de slapenden van
אַדְמַת
(admat)
de grond van
עָפָ֖ר
(afar)
stof
יָקִ֑יצוּ
(yaqitsu)
zullen ontwaken
אֵ֚לֶּה
(ele)
dezen
לְחַיֵּ֣י
(lechayei)
tot het leven van
עוֹלָ֔ם
(olam)
eeuwigheid
וְאֵ֥לֶּה
(veele)
en dezen
לַחֲרָפ֖וֹת
(lacharafot)
tot smaad
לְדִרְא֥וֹן
(lediron)
tot afschuw van
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְשֵׁנֵי אַדְמַת עָפָר (yeshenei admat afar), ‘de slapenden van de stofgrond’: wie in de aarde rust, dus de doden.

‘Velen’ kan ook ‘de velen’ of ‘velen onder hen’ betekenen.

דֵּרָאוֹן (dera’on), ‘afschuw’: zie ook Jes. 66:24.

3De verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel. Zij die de velen rechtvaardig maken, zullen schitteren als de sterren, voor eeuwig en altijd.
וְהַ֨מַּשְׂכִּלִ֔ים
(vehamaskilim)
en de verstandigen
יַזְהִ֖רוּ
(yazhiru)
zullen stralen
כְּזֹ֣הַר
(kezohar)
als de glans van
הָרָקִ֑יעַ
(haraqia)
het uitspansel
וּמַצְדִּיקֵי֙
(umatsdiqei)
en zij die rechtvaardig maken
הָֽרַבִּ֔ים
(harabim)
de velen
כַּכּוֹכָבִ֖ים
(kakokhavim)
als de sterren
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
וָעֶֽד
(vaed)
en altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמַּשְׂכִּילִים (hamaskilim), ‘de verstandigen’: zie 11:33.

מַצְדִּיקֵי הָרַבִּים (matsdiqei harabbim), ‘zij die de velen rechtvaardig maken’: vergelijk Jes. 53:11.

רָקִיעַ (raqia), ‘uitspansel’: de hemelkoepel, zoals in Gen. 1:6.

4Maar jij, Daniël, sluit de woorden af en verzegel het boek tot de tijd van het einde. Velen zullen rondgaan en de kennis zal toenemen.”
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en jij
דָֽנִיֵּ֗אל
(daniyel)
Daniël
סְתֹ֧ם
(setom)
sluit af
הַדְּבָרִ֛ים
(hadevarim)
de woorden
וַחֲתֹ֥ם
(vachatom)
en verzegel
הַסֵּ֖פֶר
(hasefer)
het boek
עַד
(ad)
tot
עֵ֣ת
(et)
de tijd van
קֵ֑ץ
(qets)
het einde
יְשֹׁטְט֥וּ
(yeshotetu)
zullen rondgaan
רַבִּ֖ים
(rabim)
velen
וְתִרְבֶּ֥ה
(vetirbe)
en zal toenemen
הַדָּֽעַת
(hadaat)
de kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סְתֹם (setom), ‘sluit af’: letterlijk ‘stop dicht’.

De woorden blijven verborgen.

חֲתֹם (chatom), ‘verzegel’: met een zegel sluiten.

יְשֹׁטְטוּ (yeshotetu), ‘zullen rondgaan’: ook ‘rondzwerven’ of ‘doorzoeken’. De betekenis is niet helemaal zeker.

הַדָּעַת (hadda’at), ‘de kennis’: ook ‘inzicht’.

De toespraak die in 10:20 begon, eindigt hier.

Twee anderen aan de rivier

5Toen zag ik, Daniël, en zie, er stonden twee anderen. De een stond hier aan de oever van de rivier en de ander daar aan de oever van de rivier.
וְרָאִ֨יתִי֙
(veraiti)
en ik zag
אֲנִ֣י
(ani)
ik
דָנִיֵּ֔אל
(daniyel)
Daniël
וְהִנֵּ֛ה
(vehine)
en zie
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
אֲחֵרִ֖ים
(acherim)
anderen
עֹמְדִ֑ים
(omedim)
staande
אֶחָ֥ד
(echad)
een
הֵ֨נָּה֙
(hena)
hier
לִשְׂפַ֣ת
(lisfat)
aan de oever van
הַיְאֹ֔ר
(hayor)
de rivier
וְאֶחָ֥ד
(veechad)
en een
הֵ֖נָּה
(hena)
daar
לִשְׂפַ֥ת
(lisfat)
aan de oever van
הַיְאֹֽר
(hayor)
de rivier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַיְאֹר (hay’or), ‘de rivier’: dit woord is ook de gewone naam van de Nijl.

Waarschijnlijk is dezelfde grote rivier bedoeld als in 10:4, de Tigris.

6Een van hen zei tegen de man die in linnen gekleed was. Hij stond boven het water van de rivier: „Hoelang duurt het tot het einde van deze wonderlijke dingen?”
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en hij zei
לָאִישׁ֙
(laish)
tegen de man
לְב֣וּשׁ
(levush)
gekleed in
הַבַּדִּ֔ים
(habadim)
het linnen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
מִמַּ֖עַל
(mimaal)
boven
לְמֵימֵ֣י
(lemeimei)
het water van
הַיְאֹ֑ר
(hayor)
de rivier
עַד
(ad)
tot
מָתַ֖י
(matay)
wanneer
קֵ֥ץ
(qets)
het einde van
הַפְּלָאֽוֹת
(hapelaot)
de wonderlijke dingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen ‘hij’.

Wij nemen aan dat een van de twee anderen uit vers 5 bedoeld wordt.

הַפְּלָאוֹת (happela’ot), ‘de wonderlijke dingen’: van hetzelfde werkwoord als ‘ongehoorde dingen’ in 11:36.

De man die in linnen gekleed was: zie 10:5.

7Ik hoorde de man die in linnen gekleed was en boven het water van de rivier stond. Hij hief zijn rechterhand en zijn linkerhand op naar de hemel. Hij zwoer bij Hem die leeft voor eeuwig: „Het is voor een tijd, tijden en een halve tijd. En zodra het verbrijzelen van de macht van het heilige volk voltooid is, zal dit alles voltooid zijn.”
וָאֶשְׁמַ֞ע
(vaeshma)
en ik hoorde
אֶת
(et)
(obj.)
הָאִ֣ישׁ
(haish)
de man
לְב֣וּשׁ
(levush)
gekleed in
הַבַּדִּ֗ים
(habadim)
het linnen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
מִמַּעַל֮
(mimaal)
boven
לְמֵימֵ֣י
(lemeimei)
het water van
הַיְאֹר֒
(hayor)
de rivier
וַיָּ֨רֶם
(vayarem)
en hij hief op
יְמִינ֤וֹ
(yemino)
zijn rechterhand
וּשְׂמֹאלוֹ֙
(usemolo)
en zijn linkerhand
אֶל
(el)
naar
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וַיִּשָּׁבַ֖ע
(vayishava)
en hij zwoer
בְּחֵ֣י
(bechei)
bij de levende van
הָעוֹלָ֑ם
(haolam)
de eeuwigheid
כִּי֩
(ki)
dat
לְמוֹעֵ֨ד
(lemoed)
voor een tijd
מֽוֹעֲדִ֜ים
(moadim)
tijden
וָחֵ֗צִי
(vachetsi)
en een helft
וּכְכַלּ֛וֹת
(ukhekhalot)
en zodra zal zijn voltooid
נַפֵּ֥ץ
(napets)
het verbrijzelen van
יַד
(yad)
de hand van
עַם
(am)
het volk van
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heiligheid
תִּכְלֶ֥ינָה
(tikhleina)
zullen worden voltooid
כָל
(kal)
al
אֵֽלֶּה
(ele)
dezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּחֵי הָעוֹלָם (bechei ha’olam), ‘bij Hem die leeft voor eeuwig’: letterlijk ‘bij het leven van de eeuwigheid’.

Vergelijk Deut. 32:40.

מוֹעֵד מוֹעֲדִים וָחֵצִי (mo’ed mo’adim vachetsi), ‘een tijd, tijden en een halve tijd’: dezelfde uitdrukking staat in het Aramees in Dan. 7:25.

נַפֵּץ יַד (nappets yad), ‘het verbrijzelen van de macht’: letterlijk ‘het verbrijzelen van de hand’.

Een boek dat verzegeld blijft

8Ik hoorde het, maar ik begreep het niet. Ik zei: „Mijn heer, wat is de afloop van dit alles?”
וַאֲנִ֥י
(vaani)
en ik
שָׁמַ֖עְתִּי
(shamati)
hoorde
וְלֹ֣א
(velo)
maar niet
אָבִ֑ין
(avin)
begreep ik
וָאֹ֣מְרָ֔ה
(vaomera)
en ik zei
אֲדֹנִ֕י
(adoni)
mijn heer
מָ֥ה
(ma)
wat
אַחֲרִ֖ית
(acharit)
de afloop van
אֵֽלֶּה
(ele)
dezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנִי (adoni), ‘mijn heer’: aanspreking van de man in linnen, niet de titel van Yahweh.

אַחֲרִית (acharit), ‘afloop’: wat er aan het einde uit voortkomt.

9Hij zei: „Ga, Daniël, want de woorden zijn afgesloten en verzegeld tot de tijd van het einde.
וַיֹּ֖אמֶר
(vayomer)
en hij zei
לֵ֣ךְ
(lekh)
ga
דָּנִיֵּ֑אל
(daniyel)
Daniël
כִּֽי
(ki)
want
סְתֻמִ֧ים
(setumim)
afgesloten
וַחֲתֻמִ֛ים
(vachatumim)
en verzegeld
הַדְּבָרִ֖ים
(hadevarim)
de woorden
עַד
(ad)
tot
עֵ֥ת
(et)
de tijd van
קֵֽץ
(qets)
het einde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier begint een nieuwe toespraak van de man in linnen.

Zij loopt tot en met vers 13.

10Velen zullen zich reinigen, zich wit maken en gelouterd worden. De goddelozen zullen goddeloos handelen en geen van de goddelozen zal het begrijpen. Maar de verstandigen zullen het begrijpen.
יִ֠תְבָּֽרֲרוּ
(yitbararu)
zullen zich reinigen
וְיִֽתְלַבְּנ֤וּ
(veyitlabenu)
en zich wit maken
וְיִצָּֽרְפוּ֙
(veyitsarefu)
en gelouterd worden
רַבִּ֔ים
(rabim)
velen
וְהִרְשִׁ֣יעוּ
(vehirshiu)
en zullen goddeloos handelen
רְשָׁעִ֔ים
(reshaim)
goddelozen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָבִ֖ינוּ
(yavinu)
zullen begrijpen
כָּל
(kal)
geen
רְשָׁעִ֑ים
(reshaim)
goddelozen
וְהַמַּשְׂכִּלִ֖ים
(vehamaskilim)
maar de verstandigen
יָבִֽינוּ
(yavinu)
zullen begrijpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְבָּרְרוּ וְיִתְלַבְּנוּ וְיִצָּרְפוּ (yitbarru veyitlabbenu veyitsarfu): drie werkwoorden die horen bij het zuiveren van metaal en kleding: zuiveren, wit maken, louteren.

Vergelijk 11:35.

11Vanaf de tijd dat het voortdurende offer is weggenomen en het verwoestende gruwelbeeld is geplaatst, zijn het 1.290 dagen.
וּמֵעֵת֙
(umeet)
en vanaf de tijd dat
הוּסַ֣ר
(husar)
is weggenomen
הַתָּמִ֔יד
(hatamid)
het voortdurende offer
וְלָתֵ֖ת
(velatet)
en dat wordt gesteld
שִׁקּ֣וּץ
(shiquts)
gruwelbeeld
שֹׁמֵ֑ם
(shomem)
dat verwoest
יָמִ֕ים
(yamim)
dagen
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
מָאתַ֥יִם
(matayim)
tweehonderd
וְתִשְׁעִֽים
(vetishim)
en negentig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁקּוּץ שֹׁמֵם (shiqquts shomem), ‘het verwoestende gruwelbeeld’: zie 11:31.

De tekst zegt niet waar de 1.290 dagen beginnen en eindigen. Wij laten het getal staan zoals het er staat.

12Gelukkig wie wacht en 1.335 dagen bereikt.
אַשְׁרֵ֥י
(ashrei)
gelukkig
הַֽמְחַכֶּ֖ה
(hamchake)
wie wacht
וְיַגִּ֑יעַ
(veyagia)
en bereikt
לְיָמִ֕ים
(leyamim)
de dagen
אֶ֕לֶף
(elef)
duizend
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderden
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וַחֲמִשָּֽׁה
(vachamisha)
en vijf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׁרֵי (ashrei), ‘gelukkig’: zoals in Ps. 1:1.

Het getal 1.335 verschilt van 1.290 in vers 11.

De tekst geeft geen verklaring.

Ga naar het einde

13Maar jij, ga naar het einde toe. Je zult rusten en opstaan voor je lot aan het einde van de dagen.”
וְאַתָּ֖ה
(veata)
en jij
לֵ֣ךְ
(lekh)
ga
לַקֵּ֑ץ
(laqets)
naar het einde
וְתָנ֛וּחַ
(vetanuach)
en je zult rusten
וְתַעֲמֹ֥ד
(vetaamod)
en je zult opstaan
לְגֹרָלְךָ֖
(legoralekha)
voor je lot
לְקֵ֥ץ
(leqets)
aan het einde van
הַיָּמִֽין
(hayamin)
de dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גּוֹרָל (goral), ‘lot’: het deel dat iemand krijgt.

Letterlijk ‘lot’, zoals bij het verdelen van het land.

לְקֵץ הַיָּמִין (leqets hayamin), ‘aan het einde van de dagen’: ‘hayamin’ is een oudere vorm van het woord voor ‘de dagen’.

De toespraak van de man in linnen eindigt hier, en daarmee het boek.