Elohim Bijbel

2 Tessalonicenzen 3

123

Gebed om voorspraak, ordeloos leven en werk, en de slotgroet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Bid voor ons

1Verder, broers, bid voor ons, dat het woord van de Heer zich snel verspreidt en verheerlijkt wordt, zoals ook bij jullie,
Τὸ
(To)
het
λοιπὸν
(loipon)
overige
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bidt
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
περὶ
(peri)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἵνα
(hina)
opdat
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
τρέχῃ
(treche)
rent
καὶ
(kai)
en
δοξάζηται
(doxazetai)
wordt verheerlijkt
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ λοιπόν (to loipon), ‘verder’. τρέχω (trecho), ‘rennen’: het woord ‘rent’, het gaat snel van plaats naar plaats; vergelijk Ps. 147:15: ‘zeer snel loopt Zijn woord’. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’. λόγος τοῦ κυρίου (logos tou kyriou), ‘het woord van de Heer’: zie 1 Tess. 1:8.

De zin loopt door in vers 2.

Zie ook Ps. 147:15; 1 Tess. 1:8.

2en dat wij bevrijd worden van verkeerde en kwade mensen. Want het geloof is niet van allen.
καὶ
(kai)
en
ἵνα
(hina)
opdat
ῥυσθῶμεν
(rhysthomen)
wij worden bevrijd
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
ἀτόπων
(atopon)
verkeerde
καὶ
(kai)
en
πονηρῶν
(poneron)
kwade
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
πάντων
(panton)
van allen
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden’: zie 1 Tess. 1:10. ἄτοπος (atopos), ‘verkeerd’: eigenlijk ‘ongepast, niet op zijn plaats’. πονηρός (poneros), ‘kwaad’. οὐ πάντων ἡ πίστις (ou panton he pistis), ‘het geloof is niet van allen’: niet allen hebben het geloof.

3Maar trouw is de Heer, die jullie zal versterken en bewaren voor de boze.
πιστὸς
(pistos)
trouw
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ὃς
(hos)
die
στηρίξει
(sterixei)
zal versterken
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
φυλάξει
(phylaxei)
zal bewaren
ἀπὸ
(apo)
voor
τοῦ
(tou)
de
πονηροῦ
(ponerou)
boze
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστός (pistos), ‘trouw’: zie 1 Tess. 5:24.

‘De Heer’ is hier Yeshua; zie ook de verzen 5 en 16. στηρίζω (sterizo), ‘versterken’; φυλάσσω (fylasso), ‘bewaren’. ἀπὸ τοῦ πονηροῦ (apo tou ponerou), ‘voor de boze’: het Griekse woord kan ‘de boze’ of ‘het kwade’ betekenen; in Matt. 6:13 vertalen wij hetzelfde woord met ‘de boze’.

Zie ook Matt. 6:13.

4Wij hebben in de Heer het vertrouwen over jullie dat jullie doen, en zullen doen, wat wij opdragen.
πεποίθαμεν
(pepoithamen)
hebben vertrouwen wij
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἃ
(ha)
wat
παραγγέλλομεν
(parangellomen)
wij dragen op
καὶ
(kai)
ook
ποιεῖτε
(poieite)
doen jullie
καὶ
(kai)
en
ποιήσετε
(poiesete)
zullen doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πείθω (peitho), ‘vertrouwen’: het perfect πεποίθαμεν betekent ‘wij zijn overtuigd en vertrouwen’.

Wij gebruiken dezelfde zin als in Gal. 5:10. παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: zie 1 Tess. 4:11.

Zie ook Gal. 5:10; 1 Tess. 4:11.

5Moge de Heer jullie harten richten op de liefde van Elohim en op de volharding van de Messias.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
κύριος
(kyrios)
Heer
κατευθύναι
(kateuthynai)
moge richten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ὑπομονὴν
(hypomonen)
volharding
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατευθύνω (kateuthyno), ‘richten’: zie 1 Tess. 3:11.

‘De liefde van Elohim’ kan Elohims liefde voor ons zijn of onze liefde voor Elohim.

‘De volharding van de Messias’ kan de volharding zijn die de Messias toont of de volharding waarmee men op Hem wacht.

De Griekse genitieven laten beide toe; wij houden de woorden zoals ze zijn.

Werk en ordeloos leven

6Wij dragen jullie op, broers, in de naam van onze Heer Yeshua de Messias. Onttrek jullie aan iedere broer die ordeloos wandelt en niet volgens de overlevering die zij van ons ontvangen hebben.
Παραγγέλλομεν
(Parangellomen)
dragen wij op
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐν
(en)
in
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
στέλλεσθαι
(stellesthai)
zich te onttrekken
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀπὸ
(apo)
van
παντὸς
(pantos)
elke
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
ἀτάκτως
(ataktos)
ordeloos
περιπατοῦντος
(peripatountos)
wandelende
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
παράδοσιν
(paradosin)
overlevering
ἣν
(hen)
die
παρελάβοσαν
(parelabosan)
zij ontvingen
παρ’
(par’)
van
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

στέλλομαι (stellomai), ‘zich onttrekken’: letterlijk ‘zich terugtrekken’, afstand nemen. ἀτάκτως (ataktos), ‘ordeloos’: zie 1 Tess. 5:14. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 1 Tess. 2:12. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: zie 2:15.

Het Grieks heeft ‘zij ontvingen’ (meervoud) bij ‘iedere broer’; wij laten dat staan.

Wij hebben de zin gesplitst; het Grieks heeft één zin.

Lezing

Voor ‘zij ontvingen’ (παρελάβοσαν, parelabosan) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT.

7Want jullie weten zelf hoe jullie ons moeten navolgen: wij zijn niet ordeloos geweest onder jullie.
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
γὰρ
(gar)
want
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
πῶς
(pos)
hoe
δεῖ
(dei)
het moet
μιμεῖσθαι
(mimeisthai)
navolgen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἠτακτήσαμεν
(etaktesamen)
waren ordeloos
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

μιμέομαι (mimeomai), ‘navolgen’: zie ook vers 9. ἀτακτέω (ataktoo), ‘ordeloos zijn’: bij ἀτάκτως, vers 6.

8Wij hebben ook bij niemand om niet brood gegeten. Met moeite en zware arbeid hebben wij nacht en dag gewerkt, om niemand van jullie tot last te zijn.
οὐδὲ
(oude)
ook niet
δωρεὰν
(dorean)
om niet
ἄρτον
(arton)
brood
ἐφάγομεν
(ephagomen)
aten wij
παρά
(para)
van
τινος
(tinos)
iemand
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
κόπῳ
(kopo)
moeite
καὶ
(kai)
en
μόχθῳ
(mochtho)
zware arbeid
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
καὶ
(kai)
en
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἐργαζόμενοι
(ergazomenoi)
werkend
πρὸς
(pros)
om
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
ἐπιβαρῆσαί
(epibaresai)
tot last zijn
τινα
(tina)
iemand
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

δωρεάν (dorean), ‘om niet’: gratis. κόπος (kopos), ‘moeite’ en μόχθος (mochthos), ‘zware arbeid’: zie 1 Tess. 2:9. ἐπιβαρέω (epibareo), ‘tot last zijn’.

Zie ook 1 Tess. 2:9; Hand. 18:3; Hand. 20:34.

9Niet omdat wij het recht niet hebben, maar om onszelf als voorbeeld aan jullie te geven, zodat jullie ons navolgen.
οὐχ
(ouch)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχομεν
(echomen)
hebben wij
ἐξουσίαν
(exousian)
recht
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
ἑαυτοὺς
(heautous)
onszelf
τύπον
(typon)
voorbeeld
δῶμεν
(domen)
wij geven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
μιμεῖσθαι
(mimeisthai)
navolgen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘recht’: ook ‘gezag, macht’.

Hier gaat het om het recht om van de gemeente te leven; vergelijk Luc. 10:7: ‘de arbeider is zijn loon waard’. τύπος (typos), ‘voorbeeld’: zie 1 Tess. 1:7.

Zie ook Luc. 10:7; 1 Kor. 9:14; 1 Tess. 1:7.

10Want ook toen wij bij jullie waren, droegen wij jullie dit op: „Als iemand niet wil werken, laat hij dan ook niet eten.”
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
ὅτε
(hote)
toen
ἦμεν
(emen)
waren wij
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τοῦτο
(touto)
dit
παρηγγέλλομεν
(parengellomen)
droegen wij op
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
οὐ
(ou)
niet
θέλει
(thelei)
wil
ἐργάζεσθαι
(ergazesthai)
werken
μηδὲ
(mede)
evenmin
ἐσθιέτω
(esthieto)
laat hij eten
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: het Griekse imperfect παρηγγέλλομεν (parengellomen) laat zien dat zij dit herhaaldelijk zeiden.

Wij zetten de woorden tussen aanhalingstekens, omdat Paulus ze als eerder gegeven opdracht aanhaalt.

11Want wij horen dat sommigen onder jullie ordeloos wandelen: zij werken niets, maar bemoeien zich met alles.
ἀκούομεν
(akouomen)
horen wij
γάρ
(gar)
want
τινας
(tinas)
sommigen
περιπατοῦντας
(peripatountas)
wandelende
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀτάκτως
(ataktos)
ordeloos
μηδὲν
(meden)
niets
ἐργαζομένους
(ergazomenous)
werkenden
ἀλλὰ
(alla)
maar
περιεργαζομένους
(periergazomenous)
zich bemoeiende
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιεργάζομαι (periergazomai), ‘zich bemoeien’: eigenlijk ‘rondwerken’, bezig zijn met allerlei zaken behalve het eigen werk.

Het Grieks speelt met woorden: ‘niets werkend’ (μηδὲν ἐργαζομένους) en ‘rondwerkend’ (περιεργαζομένους); dat spel is in het Nederlands niet na te bootsen.

12Zulke mensen dragen wij op en sporen wij aan, in de Heer Yeshua de Messias, om rustig te werken en hun eigen brood te eten.
τοῖς
(tois)
aan de
δὲ
(de)
maar
τοιούτοις
(toioutois)
zulke
παραγγέλλομεν
(parangellomen)
dragen wij op
καὶ
(kai)
en
παρακαλοῦμεν
(parakaloumen)
sporen wij aan
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστῷ
(Christo)
Messias
ἵνα
(hina)
opdat
μετὰ
(meta)
met
ἡσυχίας
(hesychias)
rust
ἐργαζόμενοι
(ergazomenoi)
werkend
τὸν
(ton)
het
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
ἄρτον
(arton)
brood
ἐσθίωσιν
(esthiosin)
zij eten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡσυχία (hesychia), ‘rust’: stilte en kalmte, tegenover onrust.

‘Hun eigen brood eten’: zelf voor hun levensonderhoud zorgen; vergelijk 1 Tess. 4:11.

Zie ook 1 Tess. 4:11.

13Maar jullie, broers, word niet moedeloos in het goede doen.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δέ
(de)
maar
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μὴ
(me)
niet
ἐγκακήσητε
(enkakesete)
word moedeloos
καλοποιοῦντες
(kalopoiountes)
goeddoende
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγκακέω (enkakeo), ‘moedeloos worden’: het opgeven. καλοποιέω (kalopoieo), ‘het goede doen’: een zeldzaam woord, ‘het schone/goede doen’.

14Als iemand niet gehoorzaamt aan ons woord door deze brief, merk hem dan aan en houd geen omgang met hem, opdat hij beschaamd wordt.
Εἰ
(Ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
οὐχ
(ouch)
niet
ὑπακούει
(hypakouei)
gehoorzaamt
τῷ
(to)
aan het
λόγῳ
(logo)
woord
ἡμῶν
(hemon)
ons
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
ἐπιστολῆς
(epistoles)
brief
τοῦτον
(touton)
hem
σημειοῦσθε
(semeiousthe)
merkt aan
μὴ
(me)
niet
συναναμίγνυσθαι
(synanamignysthai)
omgang te hebben
αὐτῷ
(auto)
met hem
ἵνα
(hina)
opdat
ἐντραπῇ
(entrape)
beschaamd wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

σημειόω (semeioo), ‘aanmerken’: een teken zetten bij, markeren. συναναμίγνυμι (synanamignymi), ‘omgang hebben’: zich met iemand vermengen. ἐντρέπομαι (entrepomai), ‘beschaamd worden’. διὰ τῆς ἐπιστολῆς (dia tes epistoles), ‘door de brief’: de woordgroep kan bij ‘ons woord’ horen (het woord in deze brief) of bij ‘gehoorzaamt’.

15Beschouw hem niet als een vijand, maar vermaan hem als een broer.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὡς
(hos)
als
ἐχθρὸν
(echthron)
vijand
ἡγεῖσθε
(hegeisthe)
beschouwt
ἀλλὰ
(alla)
maar
νουθετεῖτε
(noutheteite)
vermaant
ὡς
(hos)
als
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐχθρός (echthros), ‘vijand’; νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: zie 1 Tess. 5:12.

Slotgroet

16Moge Hijzelf, de Heer van de vrede, jullie voortdurend de vrede geven, op elke manier. De Heer zij met jullie allen.
Αὐτὸς
(Autos)
Hijzelf
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
δῴη
(doe)
moge geven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τὴν
(ten)
de
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
διὰ
(dia)
door
παντὸς
(pantos)
alles
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
elke
τρόπῳ
(tropo)
manier
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ κύριος τῆς εἰρήνης (ho kyrios tes eirenes), ‘de Heer van de vrede’: in 1 Tess. 5:23 staat ‘de Elohim van de vrede’.

Wij schrijven hier ‘de Heer’ en bedoelen Yeshua. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’: ‘door alles heen’, altijd. τρόπος (tropos), ‘manier’.

17De groet, met mijn eigen hand, van Paulus. Dit is het teken in elke brief; zo schrijf ik.
Ὁ
(Ho)
de
ἀσπασμὸς
(aspasmos)
groet
τῇ
(te)
met de
ἐμῇ
(eme)
mijn eigen
χειρὶ
(cheiri)
hand
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
σημεῖον
(semeion)
teken
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
elke
ἐπιστολῇ
(epistole)
brief
οὕτως
(houtos)
zo
γράφω
(grapho)
schrijf ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσπασμός (aspasmos), ‘groet’.

‘Met mijn eigen hand’: de groet is door Paulus zelf geschreven, als kenmerk (σημεῖον, semeion, ‘teken’) in elke brief.

Paulus zegt hier ‘ik’, zoals in 1 Tess. 5:27.

Zie ook Gal. 6:11; 1 Tess. 5:27.

18De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie allen.
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’.

Het Grieks heeft geen werkwoord; wij vullen ‘zij’ aan, omdat het een wens is.

Vergelijk 1 Tess. 5:28, waar ‘met jullie’ staat; hier ‘met jullie allen’.