Elohim Bijbel

Handelingen 15

12345678910111213141516171819202122232425262728

De vergadering in Jeruzalem: besnijdenis, het besluit en de scheiding van Paulus en Barnabas

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De vraag over de besnijdenis

1Sommigen kwamen uit Judea af en leerden de broers: „Als jullie je niet laten besnijden volgens het gebruik van Mozes, kunnen jullie niet gered worden.”
Καί
(Kai)
en
τινες
(tines)
sommigen
κατελθόντες
(katelthontes)
afgekomen
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
ἐδίδασκον
(edidaskon)
leerden
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐὰν
(Ean)
als
μὴ
(me)
niet
περιτμηθῆτε
(peritmethete)
jullie besneden worden
τῷ
(to)
volgens het
ἔθει
(ethei)
gebruik
τῷ
(to)
dat
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
σωθῆναι
(sothenai)
gered worden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Uitleg

περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’: het wegsnijden van de voorhuid, het teken van het verbond met Abraham (Gen. 17:10–12). ἔθος (ethos), ‘gebruik’: wat door traditie vastligt; hier de besnijdenis die Mozes voorschrijft. σῴζω (sozo), ‘redden’: zie Mark. 5:34.

Zie ook Gen. 17:10–12.

2Er ontstond geen kleine onenigheid en discussie tussen hen en Paulus en Barnabas. Men bepaalde dat Paulus, Barnabas en enkele anderen van hen over deze kwestie naar de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem zouden opgaan.
γενομένης
(genomenes)
ontstaan
δὲ
(de)
nu
στάσεως
(staseos)
onenigheid
καὶ
(kai)
en
ζητήσεως
(zeteseos)
discussie
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγης
(oliges)
kleine
τῷ
(to)
bij de
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
de
Βαρναβᾷ
(Barnaba)
Barnabas
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔταξαν
(etaxan)
zij bepaalden
ἀναβαίνειν
(anabainein)
op te gaan
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καὶ
(kai)
en
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
καί
(kai)
en
τινας
(tinas)
enkelen
ἄλλους
(allous)
anderen
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
καὶ
(kai)
en
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
ouderlingen
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
ζητήματος
(zetematos)
kwestie
τούτου
(toutou)
deze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

στάσις (stasis), ‘onenigheid’: ook ‘opstand’ of ‘strijd’. ζήτησις (zetesis), ‘discussie’: een gesprek waarin men iets onderzoekt of er ruzie over heeft.

Het Grieks zegt niet wie bepaalde dat Paulus en Barnabas zouden opgaan; wij schrijven ‘men’. πρεσβύτερος (presbyteros), ‘ouderling’: zie 14:23.

Dit bezoek aan Jeruzalem komt waarschijnlijk overeen met wat Paulus in Gal. 2:1–10 beschrijft; of het hetzelfde bezoek is, zegt de tekst niet.

Zie ook Hand. 14:23; Gal. 2:1–10.

3Zij werden door de gemeente op weg geholpen en trokken door Fenicië en Samaria. Zij vertelden over de bekering van de volken en bezorgden alle broers grote vreugde.
οἱ
(hoi)
zij
μὲν
(men)
enerzijds
οὖν
(oun)
dus
προπεμφθέντες
(propemphthentes)
op weg geholpen
ὑπὸ
(hypo)
door
τῆς
(tes)
de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
διήρχοντο
(dierchonto)
trokken door
τήν
(ten)
het
τε
(te)
en
Φοινίκην
(Phoiniken)
Fenicië
καὶ
(kai)
en
Σαμάρειαν
(Samareian)
Samaria
ἐκδιηγούμενοι
(ekdiegoumenoi)
vertellend
τὴν
(ten)
de
ἐπιστροφὴν
(epistrophen)
bekering
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
καὶ
(kai)
en
ἐποίουν
(epoioun)
zij bezorgden
χαρὰν
(charan)
vreugde
μεγάλην
(megalen)
grote
πᾶσι
(pasi)
aan alle
τοῖς
(tois)
de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Fenicië (kuststreek): Fenicië was de kuststrook aan de Middellandse Zee rond Tyrus en Sidon, nu vooral Libanon, met de aangrenzende kust van Israël en Syrië.

De grenzen zijn niet scherp.

Zie Samaria (streek): Samaria is hier de streek tussen Galilea en Judea, het noorden van de Westelijke Jordaanoever.

Uitleg

προπέμπω (propempo), ‘op weg helpen’: een samenstelling van πέμπω (pempo), ‘sturen’; iemand uitgeleide doen, met voorraad en begeleiding. ἐπιστροφή (epistrophe), ‘bekering’: letterlijk ‘omkering’; vergelijk 14:15.

Fenicië lag aan de kust ten noorden van Galilea; Samaria ligt tussen Galilea en Judea.

Zie ook Hand. 14:15.

Zie ookHand 14:15
4Aangekomen in Jeruzalem werden zij ontvangen door de gemeente, de apostelen en de ouderlingen. Zij vertelden alles wat Elohim met hen had gedaan.
παραγενόμενοι
(paragenomenoi)
aangekomen
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
in
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
παρεδέχθησαν
(paredechthesan)
werden ontvangen
ἀπὸ
(apo)
door
τῆς
(tes)
de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
ouderlingen
ἀνήγγειλάν
(anengeilan)
zij vertelden
τε
(te)
en
ὅσα
(hosa)
alles wat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

παραδέχομαι (paradechomai), ‘ontvangen’: gastvrij aannemen.

Opnieuw staan de apostelen en de ouderlingen naast de gemeente (vers 2).

Zie ookHand 15:2
5Maar sommigen van de richting van de Farizeeën, die gelovig waren geworden, stonden op. Zij zeiden: „Men moet hen besnijden en hun opdragen de wet van Mozes te houden.”
ἐξανέστησαν
(exanestesan)
stonden op
δέ
(de)
nu
τινες
(tines)
sommigen
τῶν
(ton)
van de
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
αἱρέσεως
(haireseos)
richting
τῶν
(ton)
van de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
πεπιστευκότες
(pepisteukotes)
geloofd hebbend
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
δεῖ
(dei)
het nodig is
περιτέμνειν
(peritemnein)
te besnijden
αὐτοὺς
(autous)
hen
παραγγέλλειν
(parangellein)
op te dragen
τε
(te)
en
τηρεῖν
(terein)
te houden
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἵρεσις (hairesis), ‘richting’: een groep met een eigen leer; elders ook ‘sekte’ (Hand. 5:17).

Deze mannen zijn gelovig geworden (‘geloofd hebbend’) en zijn nog Farizeeën.

Zij eisen niet alleen besnijdenis maar ook het houden van de wet van Mozes.

Het Grieks heeft ‘het is nodig’; wij schrijven ‘men moet’.

Zie ook Hand. 5:17.

Zie ookHand 5:17

De vergadering in Jeruzalem

6De apostelen en de ouderlingen kwamen bijeen om deze zaak te bekijken.
Συνήχθησάν
(Synechthesan)
kwamen bijeen
τε
(te)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderlingen
ἰδεῖν
(idein)
om te zien
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
λόγου
(logou)
zaak
τούτου
(toutou)
deze
Bron: SBLGNT
7Na veel discussie stond Petrus op en zei tegen hen: „Mannen, broers, jullie weten dat Elohim al lang geleden onder jullie mij heeft uitgekozen. De volken zouden uit mijn mond het woord van de goede boodschap horen en geloven.
πολλῆς
(polles)
veel
δὲ
(de)
nu
ζητήσεως
(zeteseos)
discussie
γενομένης
(genomenes)
ontstaan
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐπίστασθε
(epistasthe)
weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἀφ’
(aph’)
sinds
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
ἀρχαίων
(archaion)
oude
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐξελέξατο
(exelexato)
koos uit
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
στόματός
(stomatos)
mond
μου
(mou)
mijn
ἀκοῦσαι
(akousai)
te horen
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
καὶ
(kai)
en
πιστεῦσαι
(pisteusai)
te geloven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφ᾽ ἡμερῶν ἀρχαίων (af hemeron archaion), letterlijk ‘van oude dagen af’: al lang geleden.

Het Grieks zegt niet wie er uitgekozen werd; het ‘mij’ in onze vertaling is aangevuld, omdat het Nederlands een lijdend voorwerp nodig heeft.

Petrus doelt op Cornelius (Hand. 10).

De toespraak van Petrus loopt tot en met vers 11.

Zie ook Hand. 10:44–47.

8En Elohim, die de harten kent, getuigde voor hen door hun de Heilige Geest te geven, zoals ook aan ons.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
καρδιογνώστης
(kardiognostes)
hartenkenner
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐμαρτύρησεν
(emartyresen)
getuigde
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
δοὺς
(dous)
gevend
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

καρδιογνώστης (kardiognostes), ‘hartenkenner’: iemand die de harten kent.

Dat woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier en in Hand. 1:24.

Elohim geeft de Heilige Geest ook aan mensen uit de volken, zoals aan de leerlingen op Pinksteren (Hand. 2:4).

Zie ook Hand. 1:24; Hand. 2:4.

9Hij maakte geen enkel onderscheid tussen ons en hen, doordat Hij door het geloof hun harten reinigde.
καὶ
(kai)
en
οὐθὲν
(outhen)
niets
διέκρινεν
(diekrinen)
onderscheidde
μεταξὺ
(metaxy)
tussen
ἡμῶν
(hemon)
ons
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
αὐτῶν
(auton)
hen
τῇ
(te)
door het
πίστει
(pistei)
geloof
καθαρίσας
(katharisas)
gereinigd hebbend
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνω (diakrino), ‘onderscheid maken’. καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’: wat rein maakt is het geloof, niet de besnijdenis.

10Waarom stellen jullie Elohim dan nu op de proef door een juk op de nek van de leerlingen te leggen? Dat konden noch onze vaders noch wij dragen.
νῦν
(nyn)
nu
οὖν
(oun)
dan
τί
(ti)
waarom
πειράζετε
(peirazete)
stellen jullie op de proef
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἐπιθεῖναι
(epitheinai)
te leggen
ζυγὸν
(zygon)
juk
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
τράχηλον
(trachelon)
nek
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
ὃν
(hon)
dat
οὔτε
(oute)
noch
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
οὔτε
(oute)
noch
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἰσχύσαμεν
(ischysamen)
waren in staat
βαστάσαι
(bastasai)
te dragen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: ook ‘verzoeken’.

‘Elohim op de proef stellen’ is een uitdrukking uit het Oude Testament (Deut. 6:16). ζυγός (zygos), ‘juk’: een houten balk over de nek, hier een beeld voor een zware plicht; vergelijk Matt. 11:29–30 en Matt. 23:4.

Zie ook Deut. 6:16; Matt. 11:29–30; Matt. 23:4.

11Maar wij geloven dat wij gered worden door de genade van de Heer Yeshua, op dezelfde manier als zij.”
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
χάριτος
(charitos)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
πιστεύομεν
(pisteuomen)
wij geloven
σωθῆναι
(sothenai)
gered te worden
καθ’
(kath’)
op
ὃν
(hon)
welke
τρόπον
(tropon)
wijze
κἀκεῖνοι
(kakeinoi)
ook zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘de Heer Jezus’; wij schrijven Yeshua.

Petrus draait de eis om: ook de Joden worden gered door genade, niet door de wet.

12De hele menigte zweeg en luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke tekenen en wonderen Elohim door hen onder de volken had gedaan.
Ἐσίγησεν
(Esigesen)
zweeg
δὲ
(de)
nu
πᾶν
(pan)
heel
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
καὶ
(kai)
en
ἤκουον
(ekouon)
luisterden naar
Βαρναβᾶ
(Barnaba)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
Παύλου
(Paulou)
Paulus
ἐξηγουμένων
(exegoumenon)
vertellend
ὅσα
(hosa)
hoeveel
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
σημεῖα
(semeia)
tekenen
καὶ
(kai)
en
τέρατα
(terata)
wonderen
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
δι’
(di’)
door
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σημεῖα καὶ τέρατα (semeia kai terata), ‘tekenen en wonderen’: zie 14:3.

Zie ook Hand. 14:3.

Zie ookHand 14:3

De woorden van Jakobus

13Nadat zij gezwegen hadden, antwoordde Jakobus: „Mannen, broers, luister naar mij.
μετὰ
(meta)
na
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
het
σιγῆσαι
(sigesai)
zwijgen
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
λέγων
(legon)
zeggend
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἀκούσατέ
(akousate)
luister
μου
(mou)
naar mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰάκωβος (Iakobos), ‘Jakobus’: de leider van de gemeente in Jeruzalem; vergelijk Hand. 12:17.

Het Grieks heeft de vorm ‘Jakobus’ voor Hebreeuws Ja’akov.

De toespraak van Jakobus loopt tot en met vers 21.

Zie ook Hand. 12:17.

14Simeon heeft verteld hoe Elohim voor het eerst naar de volken omgezien heeft om uit hen een volk voor Zijn naam te nemen.
Συμεὼν
(Symeon)
Simeon
ἐξηγήσατο
(exegesato)
vertelde
καθὼς
(kathos)
hoe
πρῶτον
(proton)
eerst
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐπεσκέψατο
(epeskepsato)
omzag naar
λαβεῖν
(labein)
te nemen
ἐξ
(ex)
uit
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
λαὸν
(laon)
een volk
τῷ
(to)
voor de
ὀνόματι
(onomati)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Συμεών (Symeon), ‘Simeon’: de Hebreeuwse vorm van de naam Simon; hier wordt Petrus bedoeld. ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘omzien naar’: zorgzaam naar iemand kijken, zoals in Luc. 1:68. λαός (laos), ‘volk’: het woord dat gewoonlijk voor Israël gebruikt wordt; hier ‘een volk uit de volken’.

‘Voor Zijn naam’: Zijn eigen volk.

Zie ook Luc. 1:68.

Zie ookLuc 1:68
15Hiermee stemmen de woorden van de profeten overeen, zoals geschreven staat:
καὶ
(kai)
en
τούτῳ
(touto)
hiermee
συμφωνοῦσιν
(symphonousin)
stemmen overeen
οἱ
(hoi)
de
λόγοι
(logoi)
woorden
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Bron: SBLGNT
Uitleg

γέγραπται (gegraptai), ‘geschreven staat’: deze woorden worden ingeleid als wat de profeten schreven, niet als iets wat Elohim zelf zegt; daarom zetten wij ze zwart, zoals andere citaten in toespraken.

Het citaat is uit Amos 9:11–12.

Zie ook Amos 9:11–12.

16‘Daarna zal Ik terugkeren en de hut van David, die gevallen is, weer opbouwen. Ik zal haar ruïnes opbouwen en haar oprichten,
Μετὰ
(Meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἀναστρέψω
(anastrepso)
zal Ik terugkeren
καὶ
(kai)
en
ἀνοικοδομήσω
(anoikodomeso)
zal Ik opbouwen
τὴν
(ten)
de
σκηνὴν
(skenen)
hut
Δαυὶδ
(Dauid)
van David
τὴν
(ten)
die
πεπτωκυῖαν
(peptokuian)
gevallen is
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
κατεσκαμμένα
(kateskammena)
ruïnes
αὐτῆς
(autes)
haar
ἀνοικοδομήσω
(anoikodomeso)
zal Ik opbouwen
καὶ
(kai)
en
ἀνορθώσω
(anorthoso)
zal Ik oprichten
αὐτήν
(auten)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Amos 9:11, waar in onze Hebreeuwse tekst staat: ‘Op die dag zal Ik de gevallen hut van David oprichten’.

De Griekse tekst heeft ‘Daarna zal Ik terugkeren en de hut van David weer opbouwen’. σκηνή (skene), ‘hut’: het verval van het huis van David.

Zie ook Amos 9:11.

Zie ookAmos 9:11
17opdat de overigen van de mensen Yahweh zoeken, en alle volken over wie Mijn naam is uitgeroepen, zegt Yahweh, die dit doet,
ὅπως
(hopos)
opdat
ἂν
(an)
mogelijk
ἐκζητήσωσιν
(ekzetesosin)
zoeken
οἱ
(hoi)
de
κατάλοιποι
(kataloipoi)
overigen
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Yahweh
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἐφ’
(eph’)
over
οὓς
(hous)
wie
ἐπικέκληται
(epikekletai)
is uitgeroepen
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτούς
(autous)
hen
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ποιῶν
(poion)
die doet
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Hebreeuwse tekst van Amos 9:12 heeft ‘opdat zij de rest van Edom in bezit nemen’.

De Griekse tekst heeft ‘opdat de overigen van de mensen zoeken’.

Het verschil kan komen doordat ‘Edom’ (אֱדוֹם) en ‘mens’ (אָדָם) in het Hebreeuws bijna gelijk geschreven worden.

In de Griekse tekst staat κύριος (kyrios), ‘Heer’; omdat dit een citaat uit het Oude Testament is, schrijven wij Yahweh, zoals in 13:10.

De woorden ‘zegt Yahweh’ zijn onderdeel van het citaat; wij zetten ze zwart, omdat Jakobus ze aanhaalt als ‘geschreven’ (vers 15).

Zie ook Amos 9:12; Hand. 13:10.

18wat van oudsher bekend is.’
γνωστὰ
(gnosta)
bekend
ἀπ’
(ap’)
van
αἰῶνος
(aionos)
eeuwigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

γνωστὰ ἀπ᾽ αἰῶνος (gnosta ap aionos), ‘bekend van eeuwigheid af’: wat Elohim doet, ligt al lang vast.

Deze woorden staan niet in Amos 9:12 in onze Hebreeuwse tekst; zij sluiten bij het citaat aan.

Lezing

Handschriften verschillen sterk in dit vers.

Sommige hebben ‘zegt Yahweh die dit doet; bekend aan Elohim zijn al Zijn werken van eeuwigheid af’.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookAmos 9:12
19Daarom oordeel ik dat men hen uit de volken die zich tot Elohim bekeren, niet moet lastigvallen,
διὸ
(dio)
daarom
ἐγὼ
(ego)
ik
κρίνω
(krino)
oordeel
μὴ
(me)
niet
παρενοχλεῖν
(parenochlein)
lastig te vallen
τοῖς
(tois)
hen
ἀπὸ
(apo)
uit
τῶν
(ton)
de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
ἐπιστρέφουσιν
(epistrephousin)
die zich bekeren
ἐπὶ
(epi)
tot
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνω (krino), ‘oordelen’: hier een voorstel dat Jakobus doet, geen uitspraak die alles beslist; de vergadering besluit in vers 22. παρενοχλέω (parenochleo), ‘lastigvallen’: iemand hinderen of een last bezorgen.

Zie ookHand 15:22
20maar hun moet schrijven dat zij zich onthouden van de verontreinigingen door afgoden, van ontucht, van het verstikte en van bloed.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐπιστεῖλαι
(episteilai)
te schrijven
αὐτοῖς
(autois)
hun
τοῦ
(tou)
om
ἀπέχεσθαι
(apechesthai)
zich te onthouden
τῶν
(ton)
van de
ἀλισγημάτων
(alisgematon)
verontreinigingen
τῶν
(ton)
van de
εἰδώλων
(eidolon)
afgoden
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
πορνείας
(porneias)
ontucht
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
πνικτοῦ
(pniktou)
verstikte
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
αἵματος
(haimatos)
bloed
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλίσγημα (alisgema), ‘verontreiniging’: wat verontreinigt door afgoden, dus vlees dat aan afgoden is geofferd (vers 29). πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele zonde buiten het huwelijk; het woord omvat ook verboden verbindingen (Lev. 18). πνικτός (pniktos), ‘verstikt’: vlees van een dier dat niet geslacht is, waarvan het bloed er niet uit is. αἷμα (haima), ‘bloed’: het eten van bloed is in de wet verboden (Gen. 9:4; Lev. 17:10–14).

Dit zijn vier punten, de gebruiken die ook voor vreemdelingen in Israël golden (Lev. 17–18).

Lezing

Sommige handschriften hebben de lijst iets anders: zonder ‘het verstikte’ of met een gouden regel erbij (‘wat jullie niet willen dat men jullie doet, doe dat ook anderen niet aan’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gen. 9:4; Lev. 17:10–14; Lev. 18.

21Want Mozes heeft sinds oude generaties in elke stad mensen die hem verkondigen. Hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.”
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
γὰρ
(gar)
want
ἐκ
(ek)
uit
γενεῶν
(geneon)
generaties
ἀρχαίων
(archaion)
oude
κατὰ
(kata)
in
πόλιν
(polin)
stad
τοὺς
(tous)
die
κηρύσσοντας
(keryssontas)
verkondigen
αὐτὸν
(auton)
hem
ἔχει
(echei)
heeft
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
κατὰ
(kata)
volgens
πᾶν
(pan)
elke
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
ἀναγινωσκόμενος
(anaginoskomenos)
voorgelezen wordend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Jakobus zegt dat Mozes overal gehoord wordt: elke sabbat wordt de wet voorgelezen.

Het Grieks zegt niet nader hoe dit vers bij de vier punten aansluit.

De brief aan de gemeenten uit de volken

22Toen besloten de apostelen en de ouderlingen, met de hele gemeente, mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen. Dat waren Judas, genaamd Barsabbas, en Silas, mannen die onder de broers de leiding hadden.
Τότε
(Tote)
toen
ἔδοξε
(edoxe)
besloot
τοῖς
(tois)
de
ἀποστόλοις
(apostolois)
apostelen
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
de
πρεσβυτέροις
(presbyterois)
ouderlingen
σὺν
(syn)
met
ὅλῃ
(hole)
heel
τῇ
(te)
de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
ἐκλεξαμένους
(eklexamenous)
uitgekozen hebbend
ἄνδρας
(andras)
mannen
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
πέμψαι
(pempsai)
te sturen
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
Βαρναβᾷ
(Barnaba)
Barnabas
Ἰούδαν
(Ioudan)
Judas
τὸν
(ton)
die
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemd wordt
Βαρσαββᾶν
(Barsabban)
Barsabbas
καὶ
(kai)
en
Σιλᾶν
(Silan)
Silas
ἄνδρας
(andras)
mannen
ἡγουμένους
(hegoumenous)
leidend
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Uitleg

ἔδοξε (edoxe), ‘besloot’: letterlijk ‘het leek goed’. Βαρσαββᾶς (Barsabbas), ‘Barsabbas’: waarschijnlijk ‘zoon van de sabbat’ of ‘zoon van de rustdag’; dezelfde naam staat in 1:23 bij Jozef. Σιλᾶς (Silas) is de Griekse vorm van Silvanus. ἡγούμενος (hegoumenos), ‘leider’: wie de leiding heeft.

Zie ook Hand. 1:23.

Zie ookHand 1:23
23Zij schreven en lieten het door hun hand bezorgen: „De apostelen en de ouderlingen, broers, aan de broers uit de volken in Antiochië, Syrië en Cilicië: gegroet.
γράψαντες
(grapsantes)
geschreven hebbend
διὰ
(dia)
door
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτῶν
(auton)
hun
Οἱ
(Hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderlingen
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
τοῖς
(tois)
aan de
κατὰ
(kata)
in
τὴν
(ten)
het
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
καὶ
(kai)
en
Συρίαν
(Syrian)
Syrië
καὶ
(kai)
en
Κιλικίαν
(Kilikian)
Cilicië
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
τοῖς
(tois)
die
ἐξ
(ex)
uit
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
χαίρειν
(chairein)
gegroet
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.

De grenzen waren niet scherp.

Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

διὰ χειρός (dia cheiros), letterlijk ‘door de hand’: de brief wordt door Judas en Silas bezorgd.

Het Grieks heeft ‘de apostelen en de ouderlingen, broers’: ofwel ‘de oudere broers’, ofwel ‘de ouderlingen, broers’; wij houden de apostelen en de ouderlingen bij elkaar. χαίρειν (chairein), ‘gegroet’: de gewone groet aan het begin van een Griekse brief; vergelijk Luc. 1:28.

Zie ook Luc. 1:28.

Zie ookLuc 1:28
24Aangezien wij hebben gehoord dat sommigen van ons zijn weggegaan en jullie met woorden hebben verward en jullie zielen hebben ontwricht, zonder dat wij hun opdracht hadden gegeven,
ἐπειδὴ
(epeide)
aangezien
ἠκούσαμεν
(ekousamen)
wij hoorden
ὅτι
(hoti)
dat
τινὲς
(tines)
sommigen
ἐξ
(ex)
uit
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgegaan
ἐτάραξαν
(etaraxan)
verwarden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
λόγοις
(logois)
met woorden
ἀνασκευάζοντες
(anaskeuazontes)
ontwrichtend
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
zielen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οἷς
(hois)
aan wie
οὐ
(ou)
niet
διεστειλάμεθα
(diesteilametha)
wij gaven opdracht
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνασκευάζω (anaskeuazo), ‘ontwrichten’: iets afbreken, ook ‘ontmantelen’. διαστέλλομαι (diastellomai), ‘opdracht geven’.

De verzen 24–26 zijn één lange zin; in het Nederlands splitsen wij ze niet verder.

25hebben wij, eensgezind bijeengekomen, besloten mannen uit te kiezen en naar jullie te sturen, samen met onze geliefde Barnabas en Paulus,
ἔδοξεν
(edoxen)
het leek goed
ἡμῖν
(hemin)
ons
γενομένοις
(genomenois)
geworden
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
ἐκλεξαμένοις
(eklexamenois)
uitgekozen hebbend
ἄνδρας
(andras)
mannen
πέμψαι
(pempsai)
te sturen
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
σὺν
(syn)
samen met
τοῖς
(tois)
de
ἀγαπητοῖς
(agapetois)
geliefden
ἡμῶν
(hemon)
onze
Βαρναβᾷ
(Barnaba)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eensgezind’: met één gemoed; zoals in Hand. 1:14.

De brief spreekt van ‘wij’: de apostelen en de ouderlingen.

Zie ook Hand. 1:14.

Zie ookHand 1:14
26mensen die hun leven hebben ingezet voor de naam van onze Heer Yeshua de Messias.
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
παραδεδωκόσι
(paradedokosi)
die hebben overgegeven
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
levens
αὐτῶν
(auton)
hun
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier het leven. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: zie 14:26. Χριστός (Christos), ‘Messias’: wij vertalen dat zo.

Zie ook Hand. 14:26.

Zie ookHand 14:26
27Wij hebben dus Judas en Silas gezonden. Ook zij zullen jullie mondeling hetzelfde meedelen.
ἀπεστάλκαμεν
(apestalkamen)
wij hebben gezonden
οὖν
(oun)
dus
Ἰούδαν
(Ioudan)
Judas
καὶ
(kai)
en
Σιλᾶν
(Silan)
Silas
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὺς
(autous)
zelf
διὰ
(dia)
door
λόγου
(logou)
woord
ἀπαγγέλλοντας
(apangellontas)
vertellend
τὰ
(ta)
de
αὐτά
(auta)
dezelfde
Bron: SBLGNT
Uitleg

διὰ λόγου (dia logou), letterlijk ‘door het woord’: mondeling, in tegenstelling tot de brief.

28Want het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht jullie geen grotere last op te leggen dan deze noodzakelijke zaken:
ἔδοξεν
(edoxen)
het leek goed
γὰρ
(gar)
want
τῷ
(to)
aan de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
τῷ
(to)
de
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
καὶ
(kai)
en
ἡμῖν
(hemin)
ons
μηδὲν
(meden)
niets
πλέον
(pleon)
meer
ἐπιτίθεσθαι
(epitithesthai)
op te leggen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
βάρος
(baros)
last
πλὴν
(plen)
behalve
τούτων
(touton)
deze
τῶν
(ton)
de
ἐπάναγκες
(epanankes)
noodzakelijke
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔδοξεν γὰρ τῷ πνεύματι τῷ ἁγίῳ καὶ ἡμῖν (edoxen gar to pneumati to hagio kai hemin), ‘want het leek goed aan de Heilige Geest en aan ons’: de Heilige Geest wordt genoemd als mede-beslisser.

Het is geen directe rede van de Geest; daarom zetten wij het niet rood. βάρος (baros), ‘last’. ἐπάναγκες (epanankes), ‘noodzakelijk’: wat nodig is, niet wat wettisch is.

29dat jullie je onthouden van wat aan afgoden geofferd is, van bloed, van het verstikte en van ontucht. Als jullie jezelf daarvoor behoeden, zullen jullie goed handelen. Het ga jullie goed.”
ἀπέχεσθαι
(apechesthai)
zich te onthouden
εἰδωλοθύτων
(eidolothyton)
van afgodenoffers
καὶ
(kai)
en
αἵματος
(haimatos)
van bloed
καὶ
(kai)
en
πνικτῶν
(pnikton)
van verstikte dieren
καὶ
(kai)
en
πορνείας
(porneias)
van ontucht
ἐξ
(ex)
van
ὧν
(hon)
welke
διατηροῦντες
(diaterountes)
bewarend
ἑαυτοὺς
(heautous)
jezelf
εὖ
(eu)
goed
πράξετε
(praxete)
zullen jullie handelen
ἔρρωσθε
(errosthe)
het ga goed
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰδωλόθυτον (eidolothyton), ‘afgodenoffer’: vlees van een offerdier. πράσσω (prasso), ‘doen’ en ‘het maken’: εὖ πράξετε (eu praxete) kan zowel ‘jullie zullen goed handelen’ als ‘het zal jullie goed gaan’ betekenen. ἔρρωσθε (errosthe), ‘wees sterk’: een gewone afsluiting van een Griekse brief, ‘het ga jullie goed’.

Lezing

Sommige handschriften laten ‘het verstikte’ weg of voegen een gouden regel toe; zie vers 20.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHand 15:20

In Antiochië

30Zij werden uitgelaten en gingen naar Antiochië. Daar riepen zij de menigte bijeen en overhandigden de brief.
Οἱ
(Hoi)
zij
μὲν
(men)
enerzijds
οὖν
(oun)
dus
ἀπολυθέντες
(apolythentes)
laten gaan
κατῆλθον
(katelthon)
gingen af
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
καὶ
(kai)
en
συναγαγόντες
(synagagontes)
bijeengebracht hebbend
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
ἐπέδωκαν
(epedokan)
overhandigden
τὴν
(ten)
de
ἐπιστολήν
(epistolen)
brief
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Uitleg

ἀπολύω (apolyo), ‘laten gaan’. ἐπιδίδωμι (epididomi), ‘overhandigen’. ἐπιστολή (epistole), ‘brief’.

31Toen zij die gelezen hadden, verheugden zij zich over de bemoediging.
ἀναγνόντες
(anagnontes)
gelezen hebbend
δὲ
(de)
nu
ἐχάρησαν
(echaresan)
verheugden zich
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
de
παρακλήσει
(paraklesei)
bemoediging
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘troost’ of ‘vermaning’; zie 13:15.

Zie ook Hand. 13:15.

Zie ookHand 13:15
32Judas en Silas, zelf ook profeten, bemoedigden de broers met een lange toespraak en versterkten hen.
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
Σιλᾶς
(Silas)
Silas
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
προφῆται
(prophetai)
profeten
ὄντες
(ontes)
zijnde
διὰ
(dia)
door
λόγου
(logou)
woord
πολλοῦ
(pollou)
lang
παρεκάλεσαν
(parekalesan)
bemoedigden
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
καὶ
(kai)
en
ἐπεστήριξαν
(epesterixan)
versterkten
Bron: SBLGNT
Uitleg

προφήτης (profetes), ‘profeet’. παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’. ἐπιστηρίζω (epistērizo), ‘versterken’: zie 14:22.

Zie ook Hand. 14:22.

Zie ookHand 14:22
33Nadat zij enige tijd hadden doorgebracht, lieten de broers hen in vrede gaan, terug naar hen die hen gezonden hadden.
ποιήσαντες
(poiesantes)
doorgebracht hebbend
δὲ
(de)
nu
χρόνον
(chronon)
tijd
ἀπελύθησαν
(apelythesan)
werden laten gaan
μετ’
(met’)
met
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
hen
ἀποστείλαντας
(aposteilantas)
die gezonden hadden
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers (15:34) dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.

In onze nummering springt de telling daarom van vers 33 naar vers 35.

Zie ookHand 15:35
35Paulus en Barnabas bleven in Antiochië. Zij onderwezen en brachten, samen met vele anderen, de goede boodschap van het woord van de Heer.
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
en
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
διέτριβον
(dietribon)
verbleven
ἐν
(en)
in
Ἀντιοχείᾳ
(Antiocheia)
Antiochië
διδάσκοντες
(didaskontes)
onderwijzend
καὶ
(kai)
en
εὐαγγελιζόμενοι
(euangelizomenoi)
de goede boodschap brengend
μετὰ
(meta)
met
καὶ
(kai)
ook
ἑτέρων
(heteron)
anderen
πολλῶν
(pollon)
vele
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Uitleg

διατρίβω (diatribo), ‘verblijven’: zich ergens ophouden. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.

Paulus en Barnabas gaan uit elkaar

36Na enkele dagen zei Paulus tegen Barnabas: „Laten wij teruggaan en de broers bezoeken in elke stad waar wij het woord van de Heer hebben verkondigd. Laten wij zien hoe het met hen gaat.”
Μετὰ
(Meta)
na
δέ
(de)
nu
τινας
(tinas)
enkele
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
Ἐπιστρέψαντες
(Epistrepsantes)
teruggekeerd
δὴ
(de)
toch
ἐπισκεψώμεθα
(episkepsometha)
laten wij bezoeken
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
κατὰ
(kata)
in
πόλιν
(polin)
stad
πᾶσαν
(pasan)
elke
ἐν
(en)
in
αἷς
(hais)
welke
κατηγγείλαμεν
(katengeilamen)
wij verkondigden
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
πῶς
(pos)
hoe
ἔχουσιν
(echousin)
zij het hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘bezoeken’: zie vers 14. πῶς ἔχουσιν (pos echousin), letterlijk ‘hoe zij het hebben’: hoe het met hen gaat.

Zie ookHand 15:14
37Barnabas wilde ook Johannes, genaamd Markus, meenemen.
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
δὲ
(de)
nu
ἐβούλετο
(ebouleto)
wilde
συμπαραλαβεῖν
(symparalabein)
meenemen
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
τὸν
(ton)
die
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemd wordt
Μᾶρκον
(Markon)
Markus
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰωάννης ὁ καλούμενος Μᾶρκος (Ioannes ho kaloumenos Markos), ‘Johannes, genaamd Markus’: Johannes Markus, die vroeger met Paulus en Barnabas meeging (12:25; 13:5) en toen terugkeerde (13:13).

Hij is ook de neef van Barnabas (Kol. 4:10).

Zie ook Hand. 12:25; Hand. 13:5; Hand. 13:13; Kol. 4:10.

38Maar Paulus achtte het niet goed die man mee te nemen. Hij had zich in Pamfylië van hen afgekeerd en was niet met hen naar het werk meegegaan.
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
δὲ
(de)
nu
ἠξίου
(exiou)
achtte goed
τὸν
(ton)
de
ἀποστάντα
(apostanta)
afgevallen
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀπὸ
(apo)
van
Παμφυλίας
(Pamphylias)
Pamfylië
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
συνελθόντα
(synelthonta)
meegegaan
αὐτοῖς
(autois)
met hen
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
μὴ
(me)
niet
συμπαραλαμβάνειν
(symparalambanein)
mee te nemen
τοῦτον
(touton)
deze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Pamfylië (ongeveer): Pamfylië was de kuststreek in het zuiden van het huidige Turkije, rond de baai van Antalya.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἀξιόω (axioo), ‘goed vinden’: ook ‘eisen’ of ‘achten’. ἀφίστημι (afistemi), ‘afvallen’: zich terugtrekken; zie 13:13.

Zie ook Hand. 13:13.

Zie ookHand 13:13
39Er ontstond een hevige twist, zodat zij van elkaar scheidden. Barnabas nam Markus mee en voer naar Cyprus.
ἐγένετο
(egeneto)
ontstond
δὲ
(de)
nu
παροξυσμὸς
(paroxysmos)
hevige twist
ὥστε
(hoste)
zodat
ἀποχωρισθῆναι
(apochoristhenai)
gescheiden te worden
αὐτοὺς
(autous)
zij
ἀπ’
(ap’)
van
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
τόν
(ton)
zowel
τε
(te)
de
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
παραλαβόντα
(paralabonta)
meegenomen hebbend
τὸν
(ton)
de
Μᾶρκον
(Markon)
Markus
ἐκπλεῦσαι
(ekpleusai)
weg te varen
εἰς
(eis)
naar
Κύπρον
(Kypron)
Cyprus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Cyprus: Cyprus is een eiland in het oosten van de Middellandse Zee, voor de kust van Syrië en Zuid-Turkije.

Barnabas kwam er vandaan.

Uitleg

παροξυσμός (paroxysmos), ‘hevige twist’: een woord voor een scherpe verbolgenheid; ons woord ‘paroxysme’ komt ervan. ἀποχωρίζομαι (apochorizomai), ‘zich afscheiden’.

De tekst oordeelt niet wie gelijk heeft.

Barnabas komt van Cyprus (4:36); hij gaat naar zijn eigen eiland.

Zie ook Hand. 4:36.

Zie ookHand 4:36
40Paulus koos Silas uit en vertrok, door de broers toevertrouwd aan de genade van de Heer.
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
δὲ
(de)
nu
ἐπιλεξάμενος
(epilexamenos)
gekozen hebbend
Σιλᾶν
(Silan)
Silas
ἐξῆλθεν
(exelthen)
vertrok
παραδοθεὶς
(paradotheis)
toevertrouwd
τῇ
(te)
aan de
χάριτι
(chariti)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραδίδωμι (paradidomi), ‘toevertrouwen’: zie 14:26.

Voor Barnabas wordt dit niet gezegd.

Zie ook Hand. 14:26.

Zie ookHand 14:26
41Hij trok door Syrië en Cilicië en versterkte de gemeenten.
διήρχετο
(diercheto)
trok door
δὲ
(de)
nu
τὴν
(ten)
de
Συρίαν
(Syrian)
Syrië
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
Κιλικίαν
(Kilikian)
Cilicië
ἐπιστηρίζων
(episterizon)
versterkend
τὰς
(tas)
de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeenten
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.

De grenzen waren niet scherp.

Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: wij vertalen overal ‘gemeente’.