Elohim Bijbel

Romeinen 14

12345678910111213141516

De zwakken en de sterken: spijzen, dagen, oordelen en aanstoot

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Neem elkaar aan

1Neem wie zwak is in het geloof aan, niet om te twisten over meningen.
Τὸν
(Ton)
de
δὲ
(de)
maar
ἀσθενοῦντα
(asthenounta)
zwakke
τῇ
(te)
in het
πίστει
(pistei)
geloof
προσλαμβάνεσθε
(proslambanesthe)
neem aan
μὴ
(me)
niet
εἰς
(eis)
tot
διακρίσεις
(diakriseis)
geschillen
διαλογισμῶν
(dialogismon)
van overwegingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσθενέω (astheneo), ‘zwak zijn’.

‘Zwak in het geloof’ is hier iemand die zich aan regels over eten en dagen houdt (de verzen 2–6).

De tekst noemt niet wie de zwakken en de sterken zijn; de verzen 2 en 14 laten zien dat het gaat om wat men mag eten. προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: tot de eigen kring toelaten; zo ook in vers 3. διάκρισις (diakrisis), ‘geschil, onderscheiding’; διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging, mening’.

Het Grieks is kort: ‘niet tot geschillen van overwegingen’.

Zie ook 1 Kor. 8:7–13; 1 Kor. 10:23–33; Rom. 15:1.

2De één gelooft dat hij alles mag eten, maar wie zwak is, eet groenten.
ὃς
(hos)
wie
μὲν
(men)
enerzijds
πιστεύει
(pisteuei)
gelooft
φαγεῖν
(phagein)
te eten
πάντα
(panta)
alles
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἀσθενῶν
(asthenon)
zwakke
λάχανα
(lachana)
groenten
ἐσθίει
(esthiei)
eet
Bron: SBLGNT
Uitleg

λάχανα (lachana), ‘groenten’.

De tekst zegt niet waarom de zwakke geen vlees eet.

Dat kan zijn omdat het vlees voor afgoden geofferd kon zijn, zoals in 1 Kor. 8 en 10, of omdat het niet rein was; Paulus zegt het niet.

Zie ook 1 Kor. 8:1–13; 1 Kor. 10:25–27.

3Wie eet, mag wie niet eet niet minachten, en wie niet eet, moet over wie eet niet oordelen. Want Elohim heeft hem aangenomen.
ὁ
(ho)
die
ἐσθίων
(esthion)
eet
τὸν
(ton)
de
μὴ
(me)
niet
ἐσθίοντα
(esthionta)
etende
μὴ
(me)
niet
ἐξουθενείτω
(exoutheneito)
minachte
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
ἐσθίων
(esthion)
eet
τὸν
(ton)
de
ἐσθίοντα
(esthionta)
etende
μὴ
(me)
niet
κρινέτω
(krineto)
oordele
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸν
(auton)
hem
προσελάβετο
(proselabeto)
nam aan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘minachten’: als niets beschouwen. κρίνω (krino), ‘oordelen’: dit werkwoord komt in dit hoofdstuk steeds terug (verzen 3, 4, 5, 10, 13, 22). προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: zie vers 1; Elohim heeft zowel wie eet als wie niet eet aangenomen.

Zie ookRom 14:1
4Wie ben jij, die oordeelt over andermans huisknecht? Voor zijn eigen heer staat hij of valt hij. Maar hij zal staande blijven, want de Heer kan hem staande houden.
σὺ
(sy)
jij
τίς
(tis)
wie
εἶ
(ei)
ben
ὁ
(ho)
die
κρίνων
(krinon)
oordeelt
ἀλλότριον
(allotrion)
andermans
οἰκέτην
(oiketen)
huisknecht
τῷ
(to)
voor de
ἰδίῳ
(idio)
eigen
κυρίῳ
(kyrio)
heer
στήκει
(stekei)
staat hij
ἢ
(e)
of
πίπτει
(piptei)
valt hij
σταθήσεται
(stathesetai)
hij zal staande blijven
δέ
(de)
maar
δυνατεῖ
(dynatei)
is machtig
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
στῆσαι
(stesai)
te doen staan
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκέτης (oiketes), ‘huisknecht’: een knecht van het huis; ‘andermans’ (ἀλλότριος, allotrios) is de knecht van een ander.

‘Zijn eigen heer’: de meester van de knecht; ‘de Heer’ (κύριος, kyrios) is hier Yeshua, zie de verzen 6–9.

Lezing

Bij ‘de Heer’ verschillen sommige oude handschriften.

5De één acht de ene dag hoger dan de andere, de ander acht elke dag even belangrijk. Ieder moet in zijn eigen verstand volledig overtuigd zijn.
Ὃς
(Hos)
wie
μὲν
(men)
enerzijds
κρίνει
(krinei)
acht
ἡμέραν
(hemeran)
dag
παρ’
(par’)
boven
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ὃς
(hos)
wie
δὲ
(de)
anderzijds
κρίνει
(krinei)
acht
πᾶσαν
(pasan)
elke
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἰδίῳ
(idio)
eigen
νοῒ
(noi)
verstand
πληροφορείσθω
(plerophoreistho)
zij volledig overtuigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνω (krino), ‘oordelen’: hier ‘voor belangrijker houden’. ἡμέραν παρ᾽ ἡμέραν (hemeran par hemeran), ‘dag boven dag’: de ene dag hoger dan de andere.

De tweede helft zegt letterlijk ‘de ander oordeelt elke dag’: dat wil zeggen dat voor hem elke dag gelijk is; wij schrijven ‘even belangrijk’.

De tekst noemt niet welke dagen, bijvoorbeeld de sabbat of vastendagen. πληροφορέω (pleroforeo), ‘volledig overtuigen’. νοῦς (nous), ‘verstand’.

Zie ook Gal. 4:10.

Zie ookGal 4:10
6Wie op de dag let, let erop voor de Heer. Ook wie eet, eet voor de Heer, want hij dankt Elohim. En wie niet eet, eet niet voor de Heer, en hij dankt Elohim.
ὁ
(ho)
die
φρονῶν
(phronon)
let op
τὴν
(ten)
de
ἡμέραν
(hemeran)
dag
κυρίῳ
(kyrio)
voor de Heer
φρονεῖ
(phronei)
let hij op
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
ἐσθίων
(esthion)
eet
κυρίῳ
(kyrio)
voor de Heer
ἐσθίει
(esthiei)
eet hij
εὐχαριστεῖ
(eucharistei)
hij dankt
γὰρ
(gar)
want
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
μὴ
(me)
niet
ἐσθίων
(esthion)
eet
κυρίῳ
(kyrio)
voor de Heer
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσθίει
(esthiei)
eet hij
καὶ
(kai)
en
εὐχαριστεῖ
(eucharistei)
hij dankt
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

φρονέω (fronoeo), ‘denken aan, let op’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’.

Wie eet en wie niet eet, doet het beide met dank aan Elohim.

‘De Heer’ (κύριος, kyrios): Yeshua; zie de verzen 8–9.

Wij zijn van de Heer

7Want niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf.
Οὐδεὶς
(Oudeis)
niemand
γὰρ
(gar)
want
ἡμῶν
(hemon)
van ons
ἑαυτῷ
(heauto)
voor zichzelf
ζῇ
(ze)
leeft
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἑαυτῷ
(heauto)
voor zichzelf
ἀποθνῄσκει
(apothneskei)
sterft
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘voor zichzelf’ (ἑαυτῷ, heauto) in de derde persoon: niemand leeft of sterft voor zichzelf alleen.

8Want of wij leven, wij leven voor de Heer, of wij sterven, wij sterven voor de Heer. Of wij dus leven of sterven, wij zijn van de Heer.
ἐάν
(ean)
of
τε
(te)
ook
γὰρ
(gar)
want
ζῶμεν
(zomen)
wij leven
τῷ
(to)
voor de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ζῶμεν
(zomen)
wij leven
ἐάν
(ean)
of
τε
(te)
ook
ἀποθνῄσκωμεν
(apothneskomen)
wij sterven
τῷ
(to)
voor de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἀποθνῄσκομεν
(apothneskomen)
wij sterven
ἐάν
(ean)
of
τε
(te)
ook
οὖν
(oun)
dus
ζῶμεν
(zomen)
wij leven
ἐάν
(ean)
of
τε
(te)
ook
ἀποθνῄσκωμεν
(apothneskomen)
wij sterven
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἐσμέν
(esmen)
zijn wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua, zie vers 9.

Het Griekse ‘voor de Heer’ (τῷ κυρίῳ, to kyrio) en ‘van de Heer’ (τοῦ κυρίου, tou kyriou) laat zien dat de Heer de eigenaar is.

Zie ookRom 14:9
9Want hiervoor is de Messias gestorven en levend geworden: opdat Hij Heer is over doden en levenden.
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
καὶ
(kai)
en
ἔζησεν
(ezesen)
is levend geworden
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
zowel
νεκρῶν
(nekron)
over doden
καὶ
(kai)
en
ζώντων
(zonton)
over levenden
κυριεύσῃ
(kyrieuse)
Hij Heer is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔζησεν (ezesen), ‘werd levend, leefde’: een enkele handeling in het verleden, hier de opstanding. κυριεύω (kyrieuo), ‘Heer zijn over’, ‘heersen’: verwant aan κύριος (kyrios), ‘Heer’.

‘Doden en levenden’ omvat allen.

Zie ook Hand. 10:42; 1 Tess. 5:10.

10Maar jij, waarom oordeel je over je broer? Of ook jij, waarom minacht je je broer? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Elohim staan.
Σὺ
(Sy)
jij
δὲ
(de)
maar
τί
(ti)
waarom
κρίνεις
(krineis)
oordeel je
τὸν
(ton)
de
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
σου
(sou)
jouw
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
σὺ
(sy)
jij
τί
(ti)
waarom
ἐξουθενεῖς
(exoutheneis)
minacht je
τὸν
(ton)
de
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
σου
(sou)
jouw
πάντες
(pantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
παραστησόμεθα
(parastesometha)
wij zullen staan
τῷ
(to)
voor de
βήματι
(bemati)
rechterstoel
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

βῆμα (bema), ‘rechterstoel’: de zetel van de rechter, zoals in Hand. 12:21 en Hand. 25:6. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘minachten’: zie vers 3.

Zie ook 2 Kor. 5:10; Hand. 12:21; Hand. 25:6.

Lezing

Bij ‘van Elohim’ verschillen sommige oude handschriften.

11Er staat immers geschreven: „Zo waar Ik leef, zegt Yahweh, voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal Elohim loven.”
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
γάρ
(gar)
want
Ζῶ
(Zo)
ik leef
ἐγώ
(ego)
Ik
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὅτι
(hoti)
dat
ἐμοὶ
(emoi)
voor Mij
κάμψει
(kampsei)
zal buigen
πᾶν
(pan)
elke
γόνυ
(gony)
knie
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
elke
γλῶσσα
(glossa)
tong
ἐξομολογήσεται
(exomologesetai)
zal loven
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Jes. 45:23, in de Griekse vorm.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Bij Mijzelf heb Ik gezworen … dat voor Mij elke knie zich zal buigen en elke tong zal zweren’.

De Griekse tekst begint met ‘Zo waar Ik leef, zegt de Heer’ (vergelijk Num. 14:28, ‘Zo waar Ik leef, spreekt Yahweh’) en heeft ‘elke tong zal Elohim loven’ (ἐξομολογέω, exomologeo, ‘loven, belijden’) waar ons Hebreeuws ‘zweren’ heeft.

Omdat Yahweh in de eerste persoon spreekt, schrijven wij ‘zegt Yahweh’ en zetten wij de woorden rood.

Vergelijk Filip. 2:10–11.

Zie ook Jes. 45:23; Num. 14:28; Filip. 2:10–11.

12Dus zal ieder van ons over zichzelf rekenschap geven.
ἄρα
(ara)
dus
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ἡμῶν
(hemon)
van ons
περὶ
(peri)
over
ἑαυτοῦ
(heautou)
zichzelf
λόγον
(logon)
rekenschap
δώσει
(dosei)
zal geven
Bron: SBLGNT
Uitleg

λόγον διδόναι (logon didonai), ‘rekenschap geven’: antwoord geven over wat men gedaan heeft.

Geen aanstoot geven

13Laten wij daarom niet meer over elkaar oordelen. Oordeel liever dit: dat je voor je broer geen aanstoot of struikelblok neerlegt.
Μηκέτι
(Meketi)
niet meer
οὖν
(oun)
dus
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
κρίνωμεν
(krinomen)
laten wij oordelen
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῦτο
(touto)
dit
κρίνατε
(krinate)
oordeel
μᾶλλον
(mallon)
liever
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
τιθέναι
(tithenai)
neer te leggen
πρόσκομμα
(proskomma)
aanstoot
τῷ
(to)
aan de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
ἢ
(e)
of
σκάνδαλον
(skandalon)
struikelblok
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks speelt met κρίνω (krino): ‘laten wij niet meer oordelen … oordeel dit liever’. πρόσκομμα (proskomma), ‘aanstoot’: iets waaraan men zich stoot; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: de val die men veroorzaakt.

Vergelijk Rom. 9:32–33, ‘steen van aanstoot’.

Zie ook Rom. 9:33; 1 Kor. 8:9.

14Ik weet en ben overtuigd in de Heer Yeshua dat niets op zichzelf onrein is. Het is alleen onrein voor wie iets als onrein beschouwt.
οἶδα
(oida)
ik weet
καὶ
(kai)
en
πέπεισμαι
(pepeismai)
ben overtuigd
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδὲν
(ouden)
niets
κοινὸν
(koinon)
onrein
δι’
(di’)
door
ἑαυτοῦ
(heautou)
zichzelf
εἰ
(ei)
tenzij
μὴ
(me)
niet
τῷ
(to)
voor wie
λογιζομένῳ
(logizomeno)
rekent
τι
(ti)
iets
κοινὸν
(koinon)
onrein
εἶναι
(einai)
te zijn
ἐκείνῳ
(ekeino)
voor hem
κοινόν
(koinon)
onrein
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοινός (koinos), ‘gewoon, gemeenschappelijk’: in de Joodse spraak wat niet rein is, niet geschikt om te eten of aan Elohim te wijden; wij vertalen ‘onrein’.

‘In de Heer Yeshua’: Paulus’ overtuiging steunt op Hem.

Vergelijk Mark. 7:15, 7:18–19.

Zie ook Mark. 7:15; Hand. 10:14–15.

15Want als je broer door een spijs bedroefd wordt, wandel je niet meer volgens de liefde. Richt met je spijs niet iemand te gronde voor wie de Messias is gestorven.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
door
βρῶμα
(broma)
spijs
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
σου
(sou)
jouw
λυπεῖται
(lypeitai)
bedroefd wordt
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
κατὰ
(kata)
volgens
ἀγάπην
(agapen)
liefde
περιπατεῖς
(peripateis)
wandel je
μὴ
(me)
niet
τῷ
(to)
met de
βρώματί
(bromati)
spijs
σου
(sou)
jouw
ἐκεῖνον
(ekeinon)
die
ἀπόλλυε
(apollye)
richt te gronde
ὑπὲρ
(hyper)
voor
οὗ
(hou)
wie
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
Bron: SBLGNT
Uitleg

λυπέω (lypeo), ‘bedroefd maken’: ook ‘kwetsen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de levenswandel. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘te gronde richten’: ook ‘laten verloren gaan’. βρῶμα (broma), ‘spijs’: wat gegeten wordt.

Zie ook 1 Kor. 8:11.

Zie ook1 Kor 8:11
16Laat het goede van jullie dus niet gelasterd worden.
μὴ
(me)
niet
βλασφημείσθω
(blasphemeistho)
laat gelasterd worden
οὖν
(oun)
dus
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
τὸ
(to)
het
ἀγαθόν
(agathon)
goede
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Het goede van jullie’ (ὑμῶν τὸ ἀγαθόν): de tekst zegt niet wat dat goede is; het kan hun vrijheid, hun geloof of de goede boodschap zijn. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.

17Want het koninkrijk van Elohim is geen eten en drinken, maar gerechtigheid, vrede en vreugde in de Heilige Geest.
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
βρῶσις
(brosis)
eten
καὶ
(kai)
en
πόσις
(posis)
drinken
ἀλλὰ
(alla)
maar
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
εἰρήνη
(eirene)
vrede
καὶ
(kai)
en
χαρὰ
(chara)
vreugde
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’. βρῶσις (brosis), ‘eten’, πόσις (posis), ‘drinken’. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’; εἰρήνη (eirene), ‘vrede’; χαρά (chara), ‘vreugde’.

De Griekse woorden ‘in de Heilige Geest’ kunnen bij alle drie horen of alleen bij ‘vreugde’.

18Wie hierin de Messias dient, is Elohim welgevallig en wordt door mensen goedgekeurd.
ὁ
(ho)
wie
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
δουλεύων
(douleuon)
dient
τῷ
(to)
de
Χριστῷ
(Christo)
Messias
εὐάρεστος
(euarestos)
welgevallig
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
δόκιμος
(dokimos)
goedgekeurd
τοῖς
(tois)
door de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’. εὐάρεστος (euarestos), ‘welgevallig’, zoals in 12:1–2. δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: beproefd en geschikt bevonden.

19Laten wij dus nastreven wat de vrede dient en wat tot elkaars opbouw leidt.
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
τὰ
(ta)
wat
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
διώκωμεν
(diokomen)
laten wij nastreven
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
τῆς
(tes)
van de
οἰκοδομῆς
(oikodomes)
opbouw
τῆς
(tes)
die
εἰς
(eis)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

διώκω (dioko), ‘najagen’: zie 12:13. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: letterlijk ‘het bouwen van een huis’.

Zie ook 1 Kor. 14:12; 1 Kor. 14:26.

Wat uit geloof is

20Breek het werk van Elohim niet af vanwege een spijs. Alles is wel rein, maar het is slecht voor de mens die met aanstoot eet.
μὴ
(me)
niet
ἕνεκεν
(heneken)
vanwege
βρώματος
(bromatos)
spijs
κατάλυε
(katalye)
breek af
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πάντα
(panta)
alles
μὲν
(men)
weliswaar
καθαρά
(kathara)
rein
ἀλλὰ
(alla)
maar
κακὸν
(kakon)
slecht
τῷ
(to)
voor de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
mens
τῷ
(to)
die
διὰ
(dia)
door
προσκόμματος
(proskommatos)
aanstoot
ἐσθίοντι
(esthionti)
eet
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατάλυε (katalye), ‘breek af’: een gebouw slopen; ‘het werk van Elohim’ is de gemeente of een broer of zuster die Hij gebouwd heeft. καθαρός (katharos), ‘rein’. διὰ προσκόμματος ἐσθίοντι (dia proskommatos esthionti), ‘die met aanstoot eet’: het kan bedoelen dat iemand eet en daardoor een ander aanstoot geeft, of dat iemand eet en zelf struikelt.

De tekst kiest niet.

21Goed is het geen vlees te eten, geen wijn te drinken en niets te doen waarin je broer struikelt, ten val komt of zwak wordt.
καλὸν
(kalon)
goed
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
φαγεῖν
(phagein)
te eten
κρέα
(krea)
vlees
μηδὲ
(mede)
noch
πιεῖν
(piein)
te drinken
οἶνον
(oinon)
wijn
μηδὲ
(mede)
noch
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
σου
(sou)
jouw
προσκόπτει
(proskoptei)
struikelt
ἢ
(e)
of
σκανδαλίζεται
(skandalizetai)
ten val komt
ἢ
(e)
of
ἀσθενεῖ
(asthenei)
zwak wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Griekse ‘waarin je broer struikelt’ heeft geen eigen werkwoord ‘doen’; wij vullen ‘te doen’ aan. προσκόπτω (proskopto), ‘struikelen’; σκανδαλίζω (skandalizo), ‘ten val brengen’: hier lijdend, ‘ten val komen’; ἀσθενέω (astheneo), ‘zwak worden’.

Lezing

Bij de laatste twee werkwoorden verschillen sommige oude handschriften.

22Het geloof dat jij hebt, heb dat bij jezelf, voor Elohim. Gelukkig wie zichzelf niet veroordeelt in wat hij goedkeurt.
σὺ
(sy)
jij
πίστιν
(pistin)
geloof
ἣν
(hen)
dat
ἔχεις
(echeis)
je hebt
κατὰ
(kata)
bij
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
ἔχε
(eche)
heb
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ὁ
(ho)
die
μὴ
(me)
niet
κρίνων
(krinon)
oordelend
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
δοκιμάζει
(dokimazei)
hij goedkeurt
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ σεαυτόν (kata seauton), ‘bij jezelf’: voor jezelf, zonder het anderen op te dringen. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’. κρίνω (krino), ‘oordelen’: hier ‘veroordelen’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘goedkeuren’: eerst beproeven en dan goedkeuren; zie 12:2.

23Maar wie twijfelt en toch eet, is veroordeeld, omdat het niet uit geloof is. Want alles wat niet uit geloof is, is zonde.
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
διακρινόμενος
(diakrinomenos)
twijfelt
ἐὰν
(ean)
als
φάγῃ
(phage)
hij eet
κατακέκριται
(katakekritai)
is veroordeeld
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
πᾶν
(pan)
alles
δὲ
(de)
maar
ὃ
(ho)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: innerlijk twijfelen. κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’; de voltooide tijd (κατακέκριται) zegt: hij is veroordeeld. ἐκ πίστεως (ek pisteos), ‘uit geloof’: hier ‘uit overtuiging’, zie vers 22. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’.

Zie ookRom 14:22