Elohim Bijbel

2 Korintiërs 8

12345678910111213

De gave van de gemeenten van Macedonië, het voorbeeld van de Messias en de gezanten die de collecte begeleiden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De gemeenten van Macedonië

1Wij maken jullie bekend, broers, de genade van Elohim die gegeven is in de gemeenten van Macedonië.
Γνωρίζομεν
(Gnorizomen)
wij maken bekend
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τὴν
(ten)
die
δεδομένην
(dedomenen)
gegeven is
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
τῆς
(tes)
van de
Μακεδονίας
(Makedonias)
Macedonië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’: hier de genade die Elohim in de gemeenten van Macedonië heeft gegeven.

In de verzen 4, 6, 7 en 19 heet de collecte zelf ook χάρις; daar vertalen wij ‘gave’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente.

Macedonië: het noorden van het huidige Griekenland, met onder meer Filippi en Tessalonica.

Zie ook Gal. 1:2; Hand. 16:9–12; Hand. 17:1.

2Namelijk, in een zware beproeving van verdrukking zijn hun overvloed aan vreugde en hun diepe armoede overvloedig geworden in de rijkdom van hun mildheid.
ὅτι
(hoti)
namelijk
ἐν
(en)
in
πολλῇ
(polle)
veel
δοκιμῇ
(dokime)
beproeving
θλίψεως
(thlipseos)
van verdrukking
ἡ
(he)
de
περισσεία
(perisseia)
overvloed
τῆς
(tes)
van de
χαρᾶς
(charas)
vreugde
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
κατὰ
(kata)
tot in
βάθους
(bathous)
diepte
πτωχεία
(ptocheia)
armoede
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐπερίσσευσεν
(eperisseusen)
is overvloedig geworden
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
de
πλοῦτος
(ploutos)
rijkdom
τῆς
(tes)
van de
ἁπλότητος
(haplotetos)
mildheid
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμή (dokime), ‘beproeving’: ook ‘bewijs van echtheid’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. πτωχεία (ptocheia), ‘armoede’; κατὰ βάθους (kata bathous), ‘tot in de diepte’. ἁπλότης (haplotes), ‘mildheid’: eigenlijk ‘eenvoud, ongedeeldheid’, geven zonder bijbedoeling.

3Naar vermogen, ik getuig het, en boven vermogen deden zij het, uit eigen beweging.
ὅτι
(hoti)
want
κατὰ
(kata)
naar
δύναμιν
(dynamin)
vermogen
μαρτυρῶ
(martyro)
getuig ik
καὶ
(kai)
en
παρὰ
(para)
boven
δύναμιν
(dynamin)
vermogen
αὐθαίρετοι
(authairetoi)
uit eigen beweging
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft in de verzen 3–4 geen werkwoord voor wat de Macedoniërs deden.

‘Deden zij het’ vullen wij aan uit de verzen 4–5. αὐθαίρετος (authairetos), ‘uit eigen beweging’: uit eigen keuze.

4Zij smeekten ons met veel aandrang om de gave en de gemeenschap in de dienst voor de heiligen.
μετὰ
(meta)
met
πολλῆς
(polles)
veel
παρακλήσεως
(parakleseos)
aandrang
δεόμενοι
(deomenoi)
smekend
ἡμῶν
(hemon)
ons
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
gave
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
κοινωνίαν
(koinonian)
gemeenschap
τῆς
(tes)
van de
διακονίας
(diakonias)
dienst
τῆς
(tes)
die
εἰς
(eis)
voor
τοὺς
(tous)
de
ἁγίους
(hagious)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het gaat om de collecte voor de heiligen, de arme gelovigen.

Uit andere teksten blijkt dat het om gelovigen in Jeruzalem gaat. διακονία (diakonia), ‘dienst’. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: ook ‘deelname, bijdrage’; hier: deelnemen aan de dienst. χάρις (charis), hier ‘gave’. παράκλησις (paraklesis), hier ‘aandrang’.

Zie ook Hand. 11:29–30; Hand. 24:17; Gal. 2:10; 1 Kor. 16:1–4; 2 Kor. 9:1.

5En niet zoals wij hoopten: zij gaven eerst zichzelf aan de Heer en aan ons, door de wil van Elohim.
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
καθὼς
(kathos)
zoals
ἠλπίσαμεν
(elpisamen)
hoopten wij
ἀλλ’
(all’)
maar
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
ἔδωκαν
(edokan)
gaven zij
πρῶτον
(proton)
eerst
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
καὶ
(kai)
en
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
διὰ
(dia)
door
θελήματος
(thelematos)
wil
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De Heer’ is hier Yeshua. θέλημα (thelema), ‘wil’.

6Zo hebben wij Titus aangespoord: zoals hij begonnen was, zo moest hij ook bij jullie deze gave voltooien.
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
παρακαλέσαι
(parakalesai)
aansporen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Τίτον
(Titon)
Titus
ἵνα
(hina)
opdat
καθὼς
(kathos)
zoals
προενήρξατο
(proenerxato)
hij was begonnen
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ἐπιτελέσῃ
(epitelese)
hij voltooit
εἰς
(eis)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
gave
ταύτην
(tauten)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

προενάρχομαι (proenarchomai), ‘van tevoren beginnen’. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’.

Over Titus zie 7:6, 7:13–15 en 8:16–17.

Zie ook 2 Kor. 7:13–15.

Wees overvloedig in deze gave

7Maar jullie zijn in alles overvloedig: in geloof, woord, kennis, alle ijver en in de liefde die van ons in jullie is. Zorg dat jullie ook in deze gave overvloedig zijn.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὥσπερ
(hosper)
zoals
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
περισσεύετε
(perisseuete)
jullie overvloedig zijn
πίστει
(pistei)
in geloof
καὶ
(kai)
en
λόγῳ
(logo)
woord
καὶ
(kai)
en
γνώσει
(gnosei)
kennis
καὶ
(kai)
en
πάσῃ
(pase)
alle
σπουδῇ
(spoude)
ijver
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
de
ἐξ
(ex)
uit
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
de
χάριτι
(chariti)
gave
περισσεύητε
(perisseuete)
jullie overvloedig zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’. γνῶσις (gnosis), ‘kennis’. σπουδή (spoude), ‘ijver’.

De Griekse zin zegt ‘de liefde uit ons in jullie’: de liefde die Paulus en de zijnen in hen hebben gewekt.

Wij volgen de SBLGNT.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een tekstvariant bij ‘uit ons’ en ‘in jullie’.

Sommige handschriften hebben ‘de liefde uit jullie in ons’.

8Ik zeg dit niet als bevel. Ik zeg het om door de ijver van anderen ook de echtheid van jullie liefde te toetsen.
Οὐ
(Ou)
niet
κατ’
(kat’)
naar
ἐπιταγὴν
(epitagen)
bevel
λέγω
(lego)
zeg ik
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
ἑτέρων
(heteron)
van anderen
σπουδῆς
(spoudes)
ijver
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τῆς
(tes)
van de
ὑμετέρας
(hymeteras)
jullie
ἀγάπης
(agapes)
liefde
γνήσιον
(gnesion)
echte
δοκιμάζων
(dokimazon)
toetsend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: op de proef stellen en keuren. γνήσιος (gnesios), ‘echt’.

‘De ijver van anderen’ is de ijver van de Macedoniërs uit de verzen 1–5.

Het voorbeeld van de Messias

9Want jullie kennen de genade van onze Heer Yeshua de Messias. Hij was rijk, maar is om jullie wil arm geworden, zodat jullie door Zijn armoede rijk zouden worden.
γινώσκετε
(ginoskete)
jullie kennen
γὰρ
(gar)
want
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ὅτι
(hoti)
dat
δι’
(di’)
om
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐπτώχευσεν
(eptocheusen)
werd Hij arm
πλούσιος
(plousios)
rijk
ὤν
(on)
zijnde
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τῇ
(te)
door de
ἐκείνου
(ekeinou)
Zijn
πτωχείᾳ
(ptocheia)
armoede
πλουτήσητε
(ploutesete)
rijk zouden worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’: hier het geven van de Heer zelf. πτωχεύω (ptocheuo), ‘arm worden’.

De tekst zegt niet in welk opzicht de Messias rijk was.

Zie ook Fil. 2:6–8.

Voltooi wat jullie begonnen zijn

10Hierin geef ik mijn mening. Want dit is nuttig voor jullie, die al sinds vorig jaar zijn begonnen, niet alleen met het doen maar ook met het willen.
καὶ
(kai)
en
γνώμην
(gnomen)
mening
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
δίδωμι
(didomi)
geef ik
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
συμφέρει
(sympherei)
is nuttig
οἵτινες
(hoitines)
die
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
τὸ
(to)
het
ποιῆσαι
(poiesai)
doen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
θέλειν
(thelein)
willen
προενήρξασθε
(proenerxasthe)
zijn begonnen
ἀπὸ
(apo)
sinds
πέρυσι
(perysi)
vorig jaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

γνώμη (gnome), ‘mening, raad’: geen bevel, zoals in vers 8. ἀπὸ πέρυσι (apo perysi), ‘sinds vorig jaar’.

Zie ook 2 Kor. 9:2.

11Voltooi nu ook het doen. Zoals de bereidheid er was om te willen, zo moet ook het voltooien er zijn, uit wat jullie hebben.
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
ποιῆσαι
(poiesai)
doen
ἐπιτελέσατε
(epitelesate)
voltooi
ὅπως
(hopos)
opdat
καθάπερ
(kathaper)
zoals
ἡ
(he)
de
προθυμία
(prothymia)
bereidheid
τοῦ
(tou)
van het
θέλειν
(thelein)
willen
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
ἐπιτελέσαι
(epitelesai)
voltooien
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ἔχειν
(echein)
hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

προθυμία (prothymia), ‘bereidheid’.

‘Uit wat jullie hebben’: naar wat zij bezitten; zie vers 12.

Zie ook2 Kor 8:12
12Want als de bereidheid er is, is zij welkom naar wat iemand heeft, niet naar wat hij niet heeft.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
προθυμία
(prothymia)
bereidheid
πρόκειται
(prokeitai)
aanwezig is
καθὸ
(katho)
naar wat
ἐὰν
(ean)
indien
ἔχῃ
(eche)
hij heeft
εὐπρόσδεκτος
(euprosdektos)
welkom
οὐ
(ou)
niet
καθὸ
(katho)
naar wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
hij heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘welkom, aanvaardbaar’.

13Het gaat er niet om dat anderen verlichting hebben en jullie verdrukking, maar om gelijkheid.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἵνα
(hina)
opdat
ἄλλοις
(allois)
voor anderen
ἄνεσις
(anesis)
verlichting
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐξ
(ex)
uit
ἰσότητος
(isotetos)
gelijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄνεσις (anesis), ‘verlichting’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: hier de druk van het geven. ἰσότης (isotes), ‘gelijkheid’: ook ‘billijkheid, evenwicht’.

14In de tijd van nu komt jullie overvloed hun tekort ten goede. Zo zal ook hun overvloed jullie tekort ten goede komen, zodat er gelijkheid komt.
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νῦν
(nyn)
nu
καιρῷ
(kairo)
tijd
τὸ
(to)
het
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
περίσσευμα
(perisseuma)
overvloed
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ἐκείνων
(ekeinon)
van hen
ὑστέρημα
(hysterema)
tekort
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
ἐκείνων
(ekeinon)
van hen
περίσσευμα
(perisseuma)
overvloed
γένηται
(genetai)
wordt
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ὑστέρημα
(hysterema)
tekort
ὅπως
(hopos)
zodat
γένηται
(genetai)
er komt
ἰσότης
(isotes)
gelijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’; περίσσευμα (perisseuma), ‘overvloed’.

De tekst zegt niet waaruit de overvloed van de heiligen zal bestaan.

15Zoals geschreven staat: „Wie veel had, had geen overschot, en wie weinig had, had geen tekort.”
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ὁ
(Ho)
de
τὸ
(to)
het
πολὺ
(poly)
veel
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπλεόνασεν
(epleonasen)
had te veel
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
τὸ
(to)
het
ὀλίγον
(oligon)
weinig
οὐκ
(ouk)
niet
ἠλαττόνησεν
(elattonesen)
had te weinig
Bron: SBLGNT
Uitleg

Exod. 16:18, over het manna.

Het Hebreeuws zegt: ‘wie veel had verzameld, had geen overschot, en wie weinig had verzameld, had geen tekort’.

Paulus citeert een kortere Griekse vorm.

Zie ook Exod. 16:18.

Zie ookEx 16:18

Titus en de twee broers

16Dank aan Elohim, die dezelfde ijver voor jullie in het hart van Titus legt.
Χάρις
(Charis)
dank
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
τῷ
(to)
die
διδόντι
(didonti)
geeft
τὴν
(ten)
de
αὐτὴν
(auten)
dezelfde
σπουδὴν
(spouden)
ijver
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
Τίτου
(Titou)
van Titus
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις τῷ θεῷ (charis to theo), ‘dank aan Elohim’: χάρις betekent hier ‘dank’.

Vergelijk 9:15.

Zie ook 2 Kor. 9:15.

Zie ook2 Kor 9:15
17Want de aansporing heeft hij wel aangenomen, maar hij is zelf nog ijveriger en is uit eigen beweging naar jullie toe gegaan.
ὅτι
(hoti)
omdat
τὴν
(ten)
de
μὲν
(men)
wel
παράκλησιν
(paraklesin)
aansporing
ἐδέξατο
(edexato)
nam hij aan
σπουδαιότερος
(spoudaioteros)
ijveriger
δὲ
(de)
maar
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
αὐθαίρετος
(authairetos)
uit eigen beweging
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging hij uit
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράκλησις (paraklesis), hier ‘aansporing’: het verzoek van de schrijver. αὐθαίρετος (authairetos), ‘uit eigen beweging’: zie vers 3.

Zie ook2 Kor 8:3
18Samen met hem hebben wij de broer gestuurd wiens lof in de goede boodschap in alle gemeenten bekend is.
συνεπέμψαμεν
(synepempsamen)
wij zonden mee
δὲ
(de)
maar
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
οὗ
(hou)
wiens
ὁ
(ho)
de
ἔπαινος
(epainos)
lof
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
διὰ
(dia)
door
πασῶν
(pason)
alle
τῶν
(ton)
de
ἐκκλησιῶν
(ekklesion)
gemeenten
Bron: SBLGNT
Uitleg

De broer wordt niet bij naam genoemd; wie het is, zegt de tekst niet.

‘Zijn lof in de goede boodschap’: zijn lof in de dienst van de goede boodschap, εὐαγγέλιον (euangelion).

Zie ook 2 Kor. 12:18.

19Niet alleen dat, maar hij is ook door de gemeenten aangewezen als onze reisgenoot bij deze gave. Wij dienen die gave tot heerlijkheid van de Heer zelf en tot teken van onze bereidheid.
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δὲ
(de)
maar
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
χειροτονηθεὶς
(cheirotonetheis)
aangewezen
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἐκκλησιῶν
(ekklesion)
gemeenten
συνέκδημος
(synekdemos)
reisgenoot
ἡμῶν
(hemon)
van ons
σὺν
(syn)
met
τῇ
(te)
de
χάριτι
(chariti)
gave
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
die
διακονουμένῃ
(diakonoumene)
wordt bediend
ὑφ’
(hyph’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
πρὸς
(pros)
tot
τὴν
(ten)
de
αὐτοῦ
(autou)
eigen
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
προθυμίαν
(prothymian)
bereidheid
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

χειροτονέω (cheirotoneo), ‘aanwijzen’: oorspronkelijk met opgestoken hand kiezen. συνέκδημος (synekdemos), ‘reisgenoot’. διακονέω (diakoneo), ‘bedienen’: de gave wordt door Paulus en zijn gezelschap bediend.

‘Tot teken van onze bereidheid’: het Grieks heeft alleen ‘en onze bereidheid’; wij vullen ‘teken’ aan.

20Zo vermijden wij dat iemand ons iets kan verwijten over deze overvloedige gave die door ons wordt bediend.
στελλόμενοι
(stellomenoi)
vermijdend
τοῦτο
(touto)
dit
μή
(me)
dat niet
τις
(tis)
iemand
ἡμᾶς
(hemas)
ons
μωμήσηται
(momesetai)
verwijt maakt
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
ἁδρότητι
(hadroteti)
overvloedige gave
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
die
διακονουμένῃ
(diakonoumene)
bediend wordt
ὑφ’
(hyph’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

στέλλομαι (stellomai), ‘zich terughouden, vermijden’. μωμάομαι (momaomai), ‘verwijten maken’. ἁδρότης (hadrotes), ‘overvloedige gave’: eigenlijk ‘volheid, rijkelijkheid’.

21Want wij zijn bedacht op wat goed is, niet alleen voor het aangezicht van de Heer, maar ook voor het aangezicht van mensen.
προνοοῦμεν
(pronooumen)
wij zijn bedacht
γὰρ
(gar)
want
καλὰ
(kala)
op wat goed is
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
ἐνώπιον
(enopion)
voor het aangezicht van
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐνώπιον
(enopion)
voor het aangezicht van
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Spr. 3:4.

Het Hebreeuws heeft ‘in de ogen van Elohim en van mensen’; Paulus schrijft κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’.

Wij vertalen ‘de Heer’ en niet ‘Yahweh’, omdat ons Hebreeuws daar Elohim heeft.

Zie ook Spr. 3:4.

Zie ookSpr 3:4
22Samen met hen hebben wij onze broer gestuurd. Wij hebben hem in veel dingen vaak getoetst en ijverig bevonden. Nu is hij veel ijveriger door zijn groot vertrouwen in jullie.
συνεπέμψαμεν
(synepempsamen)
wij zonden mee
δὲ
(de)
maar
αὐτοῖς
(autois)
met hen
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὃν
(hon)
die
ἐδοκιμάσαμεν
(edokimasamen)
hebben wij getoetst
ἐν
(en)
in
πολλοῖς
(pollois)
veel
πολλάκις
(pollakis)
vaak
σπουδαῖον
(spoudaion)
ijverig
ὄντα
(onta)
zijnde
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
πολὺ
(poly)
veel
σπουδαιότερον
(spoudaioteron)
ijveriger
πεποιθήσει
(pepoithesei)
door vertrouwen
πολλῇ
(polle)
groot
τῇ
(te)
het
εἰς
(eis)
in
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ook deze tweede broer wordt niet bij naam genoemd. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’, zoals in vers 8. πεποίθησις (pepoithesis), ‘vertrouwen’.

Zie ook2 Kor 8:8
23Wat Titus betreft: hij is mijn deelgenoot en medewerker voor jullie. Wat onze broers betreft: zij zijn apostelen van gemeenten, een heerlijkheid van de Messias.
εἴτε
(eite)
of
ὑπὲρ
(hyper)
voor
Τίτου
(Titou)
Titus
κοινωνὸς
(koinonos)
deelgenoot
ἐμὸς
(emos)
mijn
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
voor
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
συνεργός
(synergos)
medewerker
εἴτε
(eite)
of
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
ἐκκλησιῶν
(ekklesion)
van gemeenten
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοινωνός (koinonos), ‘deelgenoot’; συνεργός (synergos), ‘medewerker’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’.

‘Apostelen van gemeenten’ zijn afgezanten die door gemeenten gestuurd zijn.

Toon jullie liefde

24Toon dus aan hen, ten aanzien van de gemeenten, het bewijs van jullie liefde en van onze roem over jullie.
τὴν
(ten)
de
οὖν
(oun)
dan
ἔνδειξιν
(endeixin)
bewijs
τῆς
(tes)
van de
ἀγάπης
(agapes)
liefde
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἡμῶν
(hemon)
van onze
καυχήσεως
(kaucheseos)
roem
ὑπὲρ
(hyper)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
aan
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐνδεικνύμενοι
(endeiknymenoi)
tonend
εἰς
(eis)
in
πρόσωπον
(prosopon)
aangezicht
τῶν
(ton)
van de
ἐκκλησιῶν
(ekklesion)
gemeenten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔνδειξις (endeixis), ‘bewijs’. ἐνδεικνύμενοι (endeiknymenoi), ‘tonend’: een deelwoord dat hier als opdracht klinkt; wij vertalen ‘toon’. καύχησις (kauchesis), ‘roem’: zie 7:4.