De gave van de gemeenten van Macedonië, het voorbeeld van de Messias en de gezanten die de collecte begeleiden
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De gemeenten van Macedonië
1Wij maken jullie bekend, broers, de genade van Elohim die gegeven is in de gemeenten van Macedonië.
Γνωρίζομεν
(Gnorizomen)
wij maken bekend
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τὴν
(ten)
die
δεδομένην
(dedomenen)
gegeven is
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
τῆς
(tes)
van de
Μακεδονίας
(Makedonias)
Macedonië
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.
De grenzen zijn bij benadering.
Uitleg
χάρις (charis), ‘genade’: hier de genade die Elohim in de gemeenten van Macedonië heeft gegeven.
In de verzen 4, 6, 7 en 19 heet de collecte zelf ook χάρις; daar vertalen wij ‘gave’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente.
Macedonië: het noorden van het huidige Griekenland, met onder meer Filippi en Tessalonica.
2Namelijk, in een zware beproeving van verdrukking zijn hun overvloed aan vreugde en hun diepe armoede overvloedig geworden in de rijkdom van hun mildheid.
ὅτι
(hoti)
namelijk
ἐν
(en)
in
πολλῇ
(polle)
veel
δοκιμῇ
(dokime)
beproeving
θλίψεως
(thlipseos)
van verdrukking
ἡ
(he)
de
περισσεία
(perisseia)
overvloed
τῆς
(tes)
van de
χαρᾶς
(charas)
vreugde
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
κατὰ
(kata)
tot in
βάθους
(bathous)
diepte
πτωχεία
(ptocheia)
armoede
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐπερίσσευσεν
(eperisseusen)
is overvloedig geworden
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
de
πλοῦτος
(ploutos)
rijkdom
τῆς
(tes)
van de
ἁπλότητος
(haplotetos)
mildheid
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
δοκιμή (dokime), ‘beproeving’: ook ‘bewijs van echtheid’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’. πτωχεία (ptocheia), ‘armoede’; κατὰ βάθους (kata bathous), ‘tot in de diepte’. ἁπλότης (haplotes), ‘mildheid’: eigenlijk ‘eenvoud, ongedeeldheid’, geven zonder bijbedoeling.
3Naar vermogen, ik getuig het, en boven vermogen deden zij het, uit eigen beweging.
ὅτι
(hoti)
want
κατὰ
(kata)
naar
δύναμιν
(dynamin)
vermogen
μαρτυρῶ
(martyro)
getuig ik
καὶ
(kai)
en
παρὰ
(para)
boven
δύναμιν
(dynamin)
vermogen
αὐθαίρετοι
(authairetoi)
uit eigen beweging
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft in de verzen 3–4 geen werkwoord voor wat de Macedoniërs deden.
‘Deden zij het’ vullen wij aan uit de verzen 4–5. αὐθαίρετος (authairetos), ‘uit eigen beweging’: uit eigen keuze.
4Zij smeekten ons met veel aandrang om de gave en de gemeenschap in de dienst voor de heiligen.
μετὰ
(meta)
met
πολλῆς
(polles)
veel
παρακλήσεως
(parakleseos)
aandrang
δεόμενοι
(deomenoi)
smekend
ἡμῶν
(hemon)
ons
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
gave
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
κοινωνίαν
(koinonian)
gemeenschap
τῆς
(tes)
van de
διακονίας
(diakonias)
dienst
τῆς
(tes)
die
εἰς
(eis)
voor
τοὺς
(tous)
de
ἁγίους
(hagious)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het gaat om de collecte voor de heiligen, de arme gelovigen.
Uit andere teksten blijkt dat het om gelovigen in Jeruzalem gaat. διακονία (diakonia), ‘dienst’. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: ook ‘deelname, bijdrage’; hier: deelnemen aan de dienst. χάρις (charis), hier ‘gave’. παράκλησις (paraklesis), hier ‘aandrang’.
7Maar jullie zijn in alles overvloedig: in geloof, woord, kennis, alle ijver en in de liefde die van ons in jullie is. Zorg dat jullie ook in deze gave overvloedig zijn.
De Griekse zin zegt ‘de liefde uit ons in jullie’: de liefde die Paulus en de zijnen in hen hebben gewekt.
Wij volgen de SBLGNT.
Lezing
De SBLGNT markeert hier een tekstvariant bij ‘uit ons’ en ‘in jullie’.
Sommige handschriften hebben ‘de liefde uit jullie in ons’.
8Ik zeg dit niet als bevel. Ik zeg het om door de ijver van anderen ook de echtheid van jullie liefde te toetsen.
Οὐ
(Ou)
niet
κατ’
(kat’)
naar
ἐπιταγὴν
(epitagen)
bevel
λέγω
(lego)
zeg ik
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
ἑτέρων
(heteron)
van anderen
σπουδῆς
(spoudes)
ijver
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τῆς
(tes)
van de
ὑμετέρας
(hymeteras)
jullie
ἀγάπης
(agapes)
liefde
γνήσιον
(gnesion)
echte
δοκιμάζων
(dokimazon)
toetsend
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: op de proef stellen en keuren. γνήσιος (gnesios), ‘echt’.
‘De ijver van anderen’ is de ijver van de Macedoniërs uit de verzen 1–5.
Het voorbeeld van de Messias
9Want jullie kennen de genade van onze Heer Yeshua de Messias. Hij was rijk, maar is om jullie wil arm geworden, zodat jullie door Zijn armoede rijk zouden worden.
γινώσκετε
(ginoskete)
jullie kennen
γὰρ
(gar)
want
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ὅτι
(hoti)
dat
δι’
(di’)
om
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐπτώχευσεν
(eptocheusen)
werd Hij arm
πλούσιος
(plousios)
rijk
ὤν
(on)
zijnde
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τῇ
(te)
door de
ἐκείνου
(ekeinou)
Zijn
πτωχείᾳ
(ptocheia)
armoede
πλουτήσητε
(ploutesete)
rijk zouden worden
Bron: SBLGNT
Uitleg
χάρις (charis), ‘genade’: hier het geven van de Heer zelf. πτωχεύω (ptocheuo), ‘arm worden’.
De tekst zegt niet in welk opzicht de Messias rijk was.
13Het gaat er niet om dat anderen verlichting hebben en jullie verdrukking, maar om gelijkheid.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἵνα
(hina)
opdat
ἄλλοις
(allois)
voor anderen
ἄνεσις
(anesis)
verlichting
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐξ
(ex)
uit
ἰσότητος
(isotetos)
gelijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄνεσις (anesis), ‘verlichting’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: hier de druk van het geven. ἰσότης (isotes), ‘gelijkheid’: ook ‘billijkheid, evenwicht’.
14In de tijd van nu komt jullie overvloed hun tekort ten goede. Zo zal ook hun overvloed jullie tekort ten goede komen, zodat er gelijkheid komt.
19Niet alleen dat, maar hij is ook door de gemeenten aangewezen als onze reisgenoot bij deze gave. Wij dienen die gave tot heerlijkheid van de Heer zelf en tot teken van onze bereidheid.
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δὲ
(de)
maar
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
χειροτονηθεὶς
(cheirotonetheis)
aangewezen
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἐκκλησιῶν
(ekklesion)
gemeenten
συνέκδημος
(synekdemos)
reisgenoot
ἡμῶν
(hemon)
van ons
σὺν
(syn)
met
τῇ
(te)
de
χάριτι
(chariti)
gave
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
die
διακονουμένῃ
(diakonoumene)
wordt bediend
ὑφ’
(hyph’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
πρὸς
(pros)
tot
τὴν
(ten)
de
αὐτοῦ
(autou)
eigen
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
προθυμίαν
(prothymian)
bereidheid
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg
χειροτονέω (cheirotoneo), ‘aanwijzen’: oorspronkelijk met opgestoken hand kiezen. συνέκδημος (synekdemos), ‘reisgenoot’. διακονέω (diakoneo), ‘bedienen’: de gave wordt door Paulus en zijn gezelschap bediend.
‘Tot teken van onze bereidheid’: het Grieks heeft alleen ‘en onze bereidheid’; wij vullen ‘teken’ aan.
20Zo vermijden wij dat iemand ons iets kan verwijten over deze overvloedige gave die door ons wordt bediend.
22Samen met hen hebben wij onze broer gestuurd. Wij hebben hem in veel dingen vaak getoetst en ijverig bevonden. Nu is hij veel ijveriger door zijn groot vertrouwen in jullie.
συνεπέμψαμεν
(synepempsamen)
wij zonden mee
δὲ
(de)
maar
αὐτοῖς
(autois)
met hen
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὃν
(hon)
die
ἐδοκιμάσαμεν
(edokimasamen)
hebben wij getoetst
ἐν
(en)
in
πολλοῖς
(pollois)
veel
πολλάκις
(pollakis)
vaak
σπουδαῖον
(spoudaion)
ijverig
ὄντα
(onta)
zijnde
νυνὶ
(nyni)
nu
δὲ
(de)
maar
πολὺ
(poly)
veel
σπουδαιότερον
(spoudaioteron)
ijveriger
πεποιθήσει
(pepoithesei)
door vertrouwen
πολλῇ
(polle)
groot
τῇ
(te)
het
εἰς
(eis)
in
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ook deze tweede broer wordt niet bij naam genoemd. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’, zoals in vers 8. πεποίθησις (pepoithesis), ‘vertrouwen’.
23Wat Titus betreft: hij is mijn deelgenoot en medewerker voor jullie. Wat onze broers betreft: zij zijn apostelen van gemeenten, een heerlijkheid van de Messias.