Elohim Bijbel

Jozua 14

123456789101112131415161718192021222324

De verdeling van het land west van de Jordaan en Kaleb in Hebron

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De verdeling van het land door het lot

1Dit is wat de zonen van Israël in het land Kanaän als erfdeel ontvingen. Eleazar, de priester, Jozua, de zoon van Nun, en de familiehoofden van de stammen van de zonen van Israël hebben het hun als erfdeel verdeeld.
וְאֵ֛לֶּה
(veele)
en dit
אֲשֶׁר
(asher)
wat
נָחֲל֥וּ
(nachalu)
als erfdeel ontvingen
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
כְּנָ֑עַן
(kenaan)
Kanaän
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
נִֽחֲל֜וּ
(nichalu)
als erfdeel verdeelden
אוֹתָ֗ם
(otam)
hun
אֶלְעָזָ֤ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
וִיהוֹשֻׁ֣עַ
(vihoshua)
en Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נ֔וּן
(nun)
Nun
וְרָאשֵׁ֛י
(verashei)
en de hoofden van
אֲב֥וֹת
(avot)
de vaders
הַמַּטּ֖וֹת
(hamatot)
de stammen
לִבְנֵ֥י
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

Eleazar en Jozua zouden het land verdelen: zie Num. 34:17.

De ‘familiehoofden’ (רָאשֵׁי אָבוֹת, rashe avot) zijn letterlijk de ‘hoofden van de vaders’.

Zie Num. 32:28.

2Door het lot kregen zij hun erfdeel, zoals Yahweh door Mozes had geboden, voor de negen stammen en de halve stam.
בְּגוֹרַ֖ל
(begoral)
door het lot
נַחֲלָתָ֑ם
(nachalatam)
hun erfdeel
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֤ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
לְתִשְׁעַ֥ת
(letishat)
voor de negen
הַמַּטּ֖וֹת
(hamatot)
stammen
וַחֲצִ֥י
(vachatsi)
en de helft van
הַמַּטֶּֽה
(hamate)
de stam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De verdeling door het lot stond in Num. 26:55, Num. 33:54 en Num. 34:13.

3Want Mozes had het erfdeel van de twee stammen en de halve stam gegeven aan de overkant van de Jordaan. Aan de Levieten had hij geen erfdeel gegeven te midden van hen.
כִּֽי
(ki)
want
נָתַ֨ן
(natan)
had gegeven
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
נַחֲלַ֨ת
(nachalat)
het erfdeel van
שְׁנֵ֤י
(shenei)
de twee
הַמַּטּוֹת֙
(hamatot)
stammen
וַחֲצִ֣י
(vachatsi)
en de helft van
הַמַּטֶּ֔ה
(hamate)
de stam
מֵעֵ֖בֶר
(meever)
aan de overkant van
לַיַּרְדֵּ֑ן
(layarden)
de Jordaan
וְלַ֨לְוִיִּ֔ם
(velalviyim)
en aan de Levieten
לֹֽא
(lo)
niet
נָתַ֥ן
(natan)
had hij gegeven
נַחֲלָ֖ה
(nachala)
erfdeel
בְּתוֹכָֽם
(betokham)
te midden van hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

4Want de zonen van Jozef waren twee stammen: Manasse en Efraïm. Aan de Levieten gaven zij geen deel in het land, maar alleen steden om in te wonen, met weidegrond voor hun vee en hun bezit.
כִּֽי
(ki)
want
הָי֧וּ
(hayu)
waren
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יוֹסֵ֛ף
(yosef)
Jozef
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
מַטּ֖וֹת
(matot)
stammen
מְנַשֶּׁ֣ה
(menashe)
Manasse
וְאֶפְרָ֑יִם
(veefrayim)
en Efraïm
וְלֹֽא
(velo)
en niet
נָתְנוּ֩
(natenu)
gaven zij
חֵ֨לֶק
(cheleq)
deel
לַלְוִיִּ֜ם
(lalviyim)
aan de Levieten
בָּאָ֗רֶץ
(baarets)
in het land
כִּ֤י
(ki)
maar
אִם
(im)
indien
עָרִים֙
(arim)
steden
לָשֶׁ֔בֶת
(lashevet)
om te wonen
וּמִ֨גְרְשֵׁיהֶ֔ם
(umigresheihem)
en hun weidegrond
לְמִקְנֵיהֶ֖ם
(lemiqneihem)
voor hun vee
וּלְקִנְיָנָֽם
(uleqinyanam)
en voor hun bezit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De steden voor de Levieten stonden in Num. 35:2–3.

Hun ‘weidegrond’ (מִגְרָשׁ, migrash) was voor hun vee en hun bezit.

5Zoals Yahweh Mozes had geboden, zo deden de zonen van Israël. Zij verdeelden het land.
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֤ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
כֵּ֥ן
(ken)
zo
עָשׂ֖וּ
(asu)
deden
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַֽיַּחְלְק֖וּ
(vayachlequ)
en zij verdeelden
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Kaleb vraagt om Hebron

6De zonen van Juda kwamen naar Jozua in Gilgal. Kaleb, de zoon van Jefunne, de Kenizziet, zei tegen hem: „Je kent het woord dat Yahweh tegen Mozes, de man van Elohim, heeft gesproken. Het ging over mij en over jou, in Kades-Barnea.
וַיִּגְּשׁ֨וּ
(vayigeshu)
en traden naar voren
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֤ה
(yehuda)
Juda
אֶל
(el)
tot
יְהוֹשֻׁ֨עַ֙
(yehoshua)
Jozua
בַּגִּלְגָּ֔ל
(bagilgal)
in Gilgal
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלָ֔יו
(elav)
tot hem
כָּלֵ֥ב
(kalev)
Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּ֖ה
(yefune)
Jefunne
הַקְּנִזִּ֑י
(haqenizi)
de Kenizziet
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
יָדַ֡עְתָּ
(yadata)
weet
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַדָּבָר֩
(hadavar)
het woord
אֲשֶׁר
(asher)
dat
דִּבֶּ֨ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֣ה
(moshe)
Mozes
אִישׁ
(ish)
man van
הָאֱלֹהִ֗ים
(haElohim)
de Elohim
עַ֧ל
(al)
over
אֹדוֹתַ֛י
(odotay)
mij
וְעַ֥ל
(veal)
en over
אֹדוֹתֶ֖יךָ
(odoteikha)
jou
בְּקָדֵ֥שׁ
(beqadesh)
in Kades
בַּרְנֵֽעַ
(barnea)
Barnea
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gilgal lag in de Jordaanvallei, bij Jericho.

De precieze ligging is onzeker.

Kades-Barnea is Ain Qudeirat in het noorden van de Sinaï (Egypte).

Uitleg

Kaleb is een Kenizziet (zie Num. 32:12) en hoorde bij de stam Juda (zie Num. 13:6).

De ‘man van Elohim’ is Mozes: zie Deut. 33:1.

7Ik was 40 jaar oud toen Mozes, de dienaar van Yahweh, mij uit Kades-Barnea stuurde om het land te verkennen. Ik bracht hem bericht terug, zoals het in mijn hart was.
בֶּן
(ben)
zoon van
אַרְבָּעִ֨ים
(arbaim)
veertig
שָׁנָ֜ה
(shana)
jaar
אָנֹכִ֗י
(anokhi)
ik
בִּ֠שְׁלֹחַ
(bishloach)
toen zond
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
עֶֽבֶד
(eved)
dienaar van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֹתִ֛י
(oti)
mij
מִקָּדֵ֥שׁ
(miqadesh)
uit Kades
בַּרְנֵ֖עַ
(barnea)
Barnea
לְרַגֵּ֣ל
(leragel)
om te verkennen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
וָאָשֵׁ֤ב
(vaashev)
en ik bracht terug
אֹתוֹ֙
(oto)
hem
דָּבָ֔ר
(davar)
bericht
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
עִם
(im)
met
לְבָבִֽי
(levavi)
mijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.

8Mijn broers, die met mij waren opgetrokken, maakten het volk moedeloos. Maar ik heb Yahweh, mijn Elohim, volledig gevolgd.
וְאַחַי֙
(veachay)
en mijn broers
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
עָל֣וּ
(alu)
optrokken
עִמִּ֔י
(imi)
met mij
הִמְסִ֖יו
(himsiv)
maakten moedeloos
אֶת
(et)
(obj.)
לֵ֣ב
(lev)
hart van
הָעָ֑ם
(haam)
het volk
וְאָנֹכִ֣י
(veanokhi)
maar ik
מִלֵּ֔אתִי
(mileti)
heb volledig gevolgd
אַחֲרֵ֖י
(acharei)
achter
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָֽי
(elohay)
mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Num. 13:30–31 en Deut. 1:28 voor wat de andere verspieders deden.

9Op die dag zwoer Mozes: ‘Het land waarop je voet getreden heeft, zal zeker voor altijd het erfdeel zijn van jou en van je zonen. Want je hebt Yahweh, mijn Elohim, volledig gevolgd.’
וַיִּשָּׁבַ֣ע
(vayishava)
en zwoer
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַהוּא֮
(hahu)
die
לֵאמֹר֒
(lemor)
om te zeggen
אִם
(im)
indien
לֹ֗א
(lo)
niet
הָאָ֨רֶץ֙
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waarop
דָּרְכָ֤ה
(darekha)
heeft getreden
רַגְלְךָ֙
(raglekha)
je voet
בָּ֔הּ
(bah)
daarop
לְךָ֨
(lekha)
voor jou
תִֽהְיֶ֧ה
(tihye)
zal zijn
לְנַחֲלָ֛ה
(lenachala)
als erfdeel
וּלְבָנֶ֖יךָ
(ulevaneikha)
en voor je zonen
עַד
(ad)
tot
עוֹלָ֑ם
(olam)
eeuwig
כִּ֣י
(ki)
want
מִלֵּ֔אתָ
(mileta)
je hebt volledig gevolgd
אַחֲרֵ֖י
(acharei)
achter
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָֽי
(elohay)
mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Deze eed van Mozes staat niet letterlijk in Numeri of Deuteronomium.

Wel zegt Yahweh het in Num. 14:24 en Deut. 1:36.

Wij vertalen het als wat Kaleb hier van Mozes aanhaalt.

10En nu, zie, Yahweh heeft mij in leven gehouden, zoals Hij gesproken heeft. Het zijn nu 45 jaar sinds Yahweh dit woord tot Mozes sprak, toen Israël door de woestijn liep. En nu, zie, ik ben vandaag 85 jaar oud.
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
הִנֵּה֩
(hine)
zie
הֶחֱיָ֨ה
(hecheya)
heeft in leven gehouden
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אוֹתִי֮
(oti)
mij
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
דִּבֵּר֒
(diber)
Hij heeft gesproken
זֶה֩
(ze)
deze
אַרְבָּעִ֨ים
(arbaim)
veertig
וְחָמֵ֜שׁ
(vechamesh)
en vijf
שָׁנָ֗ה
(shana)
jaar
מֵ֠אָז
(meaz)
sinds
דִּבֶּ֨ר
(diber)
sprak
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֤ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּה֙
(haze)
dit
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
אֲשֶׁר
(asher)
toen
הָלַ֥ךְ
(halakh)
liep
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בַּמִּדְבָּ֑ר
(bamidbar)
door de woestijn
וְעַתָּה֙
(veata)
en nu
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
אָנֹכִ֣י
(anokhi)
ik
הַיּ֔וֹם
(hayom)
vandaag
בֶּן
(ben)
zoon van
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
וּשְׁמוֹנִ֖ים
(ushemonim)
en tachtig
שָׁנָֽה
(shana)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Kaleb was 40 jaar bij de verkenning en is nu 85.

Het verschil is de 45 jaar die sindsdien verstreken zijn.

11Vandaag ben ik nog even sterk als op de dag dat Mozes mij stuurde. Zoals mijn kracht toen was, zo is mijn kracht nu, voor de oorlog, om uit te gaan en binnen te komen.
עוֹדֶ֨נִּי
(odeni)
nog ben ik
הַיּ֜וֹם
(hayom)
vandaag
חָזָ֗ק
(chazaq)
sterk
כַּֽאֲשֶׁר֙
(kaasher)
zoals
בְּי֨וֹם
(beyom)
op de dag
שְׁלֹ֤חַ
(sheloach)
zond
אוֹתִי֙
(oti)
mij
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
כְּכֹ֥חִי
(kekhochi)
zoals mijn kracht
אָ֖ז
(az)
toen
וּכְכֹ֣חִי
(ukhekhochi)
en zoals mijn kracht
עָ֑תָּה
(ata)
nu
לַמִּלְחָמָ֖ה
(lamilchama)
voor de oorlog
וְלָצֵ֥את
(velatset)
en om uit te gaan
וְלָבֽוֹא
(velavo)
en om binnen te komen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Geef mij nu dit bergland, waarover Yahweh op die dag gesproken heeft. Want jij hebt op die dag gehoord dat daar Anakieten zijn, en grote, versterkte steden. Misschien is Yahweh met mij. Dan verdrijf ik hen, zoals Yahweh gesproken heeft.”
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
תְּנָה
(tena)
geef
לִּי֙
(li)
mij
אֶת
(et)
(obj.)
הָהָ֣ר
(hahar)
het bergland
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
אֲשֶׁר
(asher)
waarover
דִּבֶּ֥ר
(diber)
sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֑וּא
(hahu)
die
כִּ֣י
(ki)
want
אַתָּֽה
(ata)
jij
שָׁמַעְתָּ֩
(shamata)
hebt gehoord
בַיּ֨וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֜וּא
(hahu)
die
כִּֽי
(ki)
dat
עֲנָקִ֣ים
(anaqim)
Anakieten
שָׁ֗ם
(sham)
daar
וְעָרִים֙
(vearim)
en steden
גְּדֹל֣וֹת
(gedolot)
grote
בְּצֻר֔וֹת
(betsurot)
versterkte
אוּלַ֨י
(ulay)
misschien
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אוֹתִי֙
(oti)
met mij
וְה֣וֹרַשְׁתִּ֔ים
(vehorashtim)
dan verdrijf ik hen
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּ֥ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het bergland is het bergland van Hebron, in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Uitleg

Anakieten (עֲנָקִים, anaqim): zie Num. 13:28 en Deut. 1:28.

Kaleb krijgt Hebron

13Jozua zegende hem en gaf Hebron aan Kaleb, de zoon van Jefunne, als erfdeel.
וַֽיְבָרְכֵ֖הוּ
(vayvarekhehu)
en zegende hem
יְהוֹשֻׁ֑עַ
(yehoshua)
Jozua
וַיִּתֵּ֧ן
(vayiten)
en gaf
אֶת
(et)
(obj.)
חֶבְר֛וֹן
(chevron)
Hebron
לְכָלֵ֥ב
(lekhalev)
aan Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּ֖ה
(yefune)
Jefunne
לְנַחֲלָֽה
(lenachala)
als erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

14Daarom is Hebron tot op deze dag het erfdeel van Kaleb, de zoon van Jefunne, de Kenizziet. Hij heeft Yahweh, de Elohim van Israël, volledig gevolgd.
עַל
(al)
daarom
כֵּ֣ן
(ken)
zo
הָיְתָֽה
(hayeta)
werd
חֶ֠בְרוֹן
(chevron)
Hebron
לְכָלֵ֨ב
(lekhalev)
aan Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּ֤ה
(yefune)
Jefunne
הַקְּנִזִּי֙
(haqenizi)
de Kenizziet
לְֽנַחֲלָ֔ה
(lenachala)
als erfdeel
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
יַ֚עַן
(yaan)
omdat
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
מִלֵּ֔א
(mile)
hij volgde volledig
אַחֲרֵ֕י
(acharei)
achter
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

15De naam van Hebron was vroeger Kirjat-Arba. Arba was de grootste man onder de Anakieten. Het land kwam tot rust van de oorlog.
וְשֵׁ֨ם
(veshem)
en de naam van
חֶבְר֤וֹן
(chevron)
Hebron
לְפָנִים֙
(lefanim)
vroeger
קִרְיַ֣ת
(qiryat)
Kirjat
אַרְבַּ֔ע
(arba)
Arba
הָאָדָ֧ם
(haadam)
de man
הַגָּד֛וֹל
(hagadol)
de grote
בָּעֲנָקִ֖ים
(baanaqim)
onder de Anakieten
ה֑וּא
(hu)
hij
וְהָאָ֥רֶץ
(vehaarets)
en het land
שָׁקְטָ֖ה
(shaqeta)
kwam tot rust
מִמִּלְחָמָֽה
(mimilchama)
van oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem (nu Hebron, Westelijke Jordaanoever).

Uitleg

קִרְיַת אַרְבַּע (Qirjat Arba), ‘stad van Arba’.

Zie Gen. 23:2.