Elohim Bijbel

Exodus 26

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

De tabernakel: tentkleden, planken en voorhang

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De tentkleden

1De tabernakel moet je maken van tien tentkleden van getweernd fijn linnen, blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood garen. Met cherubs, als werk van een vakman, moet je ze maken.
וְאֶת
(veet)
(obj.)
הַמִּשְׁכָּ֥ן
(hamishkan)
de tabernakel
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
zul je maken
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
יְרִיעֹ֑ת
(yeriot)
tentkleden van
שֵׁ֣שׁ
(shesh)
fijn linnen
מָשְׁזָ֗ר
(mashezar)
getweernd
וּתְכֵ֤לֶת
(utekhelet)
en blauwpurper
וְאַרְגָּמָן֙
(veargaman)
en roodpurper
וְתֹלַ֣עַת
(vetolaat)
en karmozijn
שָׁנִ֔י
(shani)
scharlaken
כְּרֻבִ֛ים
(keruvim)
cherubs
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
werk van
חֹשֵׁ֖ב
(choshev)
een vakman
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
zul je maken
אֹתָֽם
(otam)
ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַעֲשֵׂה חֹשֵׁב (ma‘aseh choshev), ‘werk van een vakman’, is kunstig geweven werk, waarbij de figuren in de stof zelf zijn geweven.

Elk tentkleed is 28 bij 4 el, ongeveer 12,6 bij 1,8 meter.

Vijf aan vijf verbonden vormen de tien tentkleden samen één groot kleed van 40 bij 28 el, ongeveer 18 bij 12,6 meter.

2De lengte van elk tentkleed is achtentwintig el en de breedte vier el; alle tentkleden hebben dezelfde maat.
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
הַיְרִיעָ֣ה
(hayria)
het tentkleed
הָֽאַחַ֗ת
(haachat)
het ene
שְׁמֹנֶ֤ה
(shemone)
acht
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in el
וְרֹ֨חַב֙
(verochav)
en breedte
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
בָּאַמָּ֔ה
(baama)
in el
הַיְרִיעָ֖ה
(hayria)
het tentkleed
הָאֶחָ֑ת
(haechat)
het ene
מִדָּ֥ה
(mida)
maat
אַחַ֖ת
(achat)
één
לְכָל
(lekhal)
voor alle
הַיְרִיעֹֽת
(hayriot)
de tentkleden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Vijf tentkleden worden aan elkaar gevoegd, en ook de andere vijf tentkleden worden aan elkaar gevoegd.
חֲמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
הַיְרִיעֹ֗ת
(hayriot)
de tentkleden
תִּֽהְיֶ֨יןָ֙
(tihyeina)
zullen zijn
חֹֽבְרֹ֔ת
(choverot)
verbonden
אִשָּׁ֖ה
(isha)
de een
אֶל
(el)
aan
אֲחֹתָ֑הּ
(achotah)
de ander
וְחָמֵ֤שׁ
(vechamesh)
en vijf
יְרִיעֹת֙
(yeriot)
tentkleden
חֹֽבְרֹ֔ת
(choverot)
verbonden
אִשָּׁ֖ה
(isha)
de een
אֶל
(el)
aan
אֲחֹתָֽהּ
(achotah)
de ander
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Maak lussen van blauwpurper aan de rand van het ene tentkleed, aan het uiteinde bij de verbinding. Zo moet je ook doen aan de rand van het buitenste tentkleed bij de tweede verbinding.
וְעָשִׂ֜יתָ
(veasita)
en maak
לֻֽלְאֹ֣ת
(lulot)
lussen van
תְּכֵ֗לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
עַ֣ל
(al)
aan
שְׂפַ֤ת
(sefat)
de rand van
הַיְרִיעָה֙
(hayria)
het tentkleed
הָאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
מִקָּצָ֖ה
(miqatsa)
aan het uiteinde
בַּחֹבָ֑רֶת
(bachovaret)
bij de verbinding
וְכֵ֤ן
(vekhen)
en zo
תַּעֲשֶׂה֙
(taase)
zul je doen
בִּשְׂפַ֣ת
(bisfat)
aan de rand van
הַיְרִיעָ֔ה
(hayria)
het tentkleed
הַקִּ֣יצוֹנָ֔ה
(haqitsona)
het laatste
בַּמַּחְבֶּ֖רֶת
(bamachberet)
bij de verbinding
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Vijftig lussen moet je maken aan het ene tentkleed, en vijftig lussen aan het uiteinde van het tentkleed bij de tweede verbinding. De lussen moeten tegenover elkaar liggen.
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
לֻֽלָאֹ֗ת
(lulaot)
lussen
תַּעֲשֶׂה֮
(taase)
zul je maken
בַּיְרִיעָ֣ה
(bayria)
aan het tentkleed
הָאֶחָת֒
(haechat)
het ene
וַחֲמִשִּׁ֣ים
(vachamishim)
en vijftig
לֻֽלָאֹ֗ת
(lulaot)
lussen
תַּעֲשֶׂה֙
(taase)
zul je maken
בִּקְצֵ֣ה
(biqtse)
aan het uiteinde van
הַיְרִיעָ֔ה
(hayria)
het tentkleed
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
בַּמַּחְבֶּ֣רֶת
(bamachberet)
bij de verbinding
הַשֵּׁנִ֑ית
(hashenit)
de tweede
מַקְבִּילֹת֙
(maqbilot)
tegenover elkaar
הַלֻּ֣לָאֹ֔ת
(halulaot)
de lussen
אִשָּׁ֖ה
(isha)
de een
אֶל
(el)
aan
אֲחֹתָֽהּ
(achotah)
de ander
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Maak vijftig gouden haken en verbind de tentkleden met de haken aan elkaar, zodat de tabernakel één geheel wordt.
וְעָשִׂ֕יתָ
(veasita)
en maak
חֲמִשִּׁ֖ים
(chamishim)
vijftig
קַרְסֵ֣י
(qarsei)
haken van
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וְחִבַּרְתָּ֨
(vechibarta)
en verbind
אֶת
(et)
(obj.)
הַיְרִיעֹ֜ת
(hayriot)
de tentkleden
אִשָּׁ֤ה
(isha)
de een
אֶל
(el)
aan
אֲחֹתָהּ֙
(achotah)
de ander
בַּקְּרָסִ֔ים
(baqerasim)
met de haken
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en zal worden
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De tent van geitenhaar

7Maak tentkleden van geitenhaar als tent over de tabernakel; elf tentkleden moet je ervan maken.
וְעָשִׂ֨יתָ֙
(veasita)
en maak
יְרִיעֹ֣ת
(yeriot)
tentkleden van
עִזִּ֔ים
(izim)
geitenhaar
לְאֹ֖הֶל
(leohel)
tot een tent
עַל
(al)
over
הַמִּשְׁכָּ֑ן
(hamishkan)
de tabernakel
עַשְׁתֵּי
(ashtei)
elf
עֶשְׂרֵ֥ה
(esre)
tien
יְרִיעֹ֖ת
(yeriot)
tentkleden
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
zul je maken
אֹתָֽם
(otam)
ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tent van geitenhaar ligt als tweede dek over de tentkleden van vers 1–6.

8De lengte van elk tentkleed is dertig el en de breedte vier el; de elf tentkleden hebben dezelfde maat.
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
הַיְרִיעָ֣ה
(hayria)
het tentkleed
הָֽאַחַ֗ת
(haachat)
het ene
שְׁלֹשִׁים֙
(sheloshim)
dertig
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in el
וְרֹ֨חַב֙
(verochav)
en breedte
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
בָּאַמָּ֔ה
(baama)
in el
הַיְרִיעָ֖ה
(hayria)
het tentkleed
הָאֶחָ֑ת
(haechat)
het ene
מִדָּ֣ה
(mida)
maat
אַחַ֔ת
(achat)
één
לְעַשְׁתֵּ֥י
(leashtei)
voor de elf
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
יְרִיעֹֽת
(yeriot)
tentkleden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Verbind vijf tentkleden apart en zes tentkleden apart, en vouw het zesde tentkleed dubbel aan de voorkant van de tent.
וְחִבַּרְתָּ֞
(vechibarta)
en verbind
אֶת
(et)
(obj.)
חֲמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
הַיְרִיעֹת֙
(hayriot)
de tentkleden
לְבָ֔ד
(levad)
apart
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
הַיְרִיעֹ֖ת
(hayriot)
de tentkleden
לְבָ֑ד
(levad)
apart
וְכָפַלְתָּ֙
(vekhafalta)
en vouw dubbel
אֶת
(et)
(obj.)
הַיְרִיעָ֣ה
(hayria)
het tentkleed
הַשִּׁשִּׁ֔ית
(hashishit)
het zesde
אֶל
(el)
naar
מ֖וּל
(mul)
tegenover
פְּנֵ֥י
(penei)
het gezicht van
הָאֹֽהֶל
(haohel)
de tent
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Maak vijftig lussen aan de rand van het buitenste tentkleed bij de ene verbinding, en vijftig lussen aan de rand van het tentkleed bij de tweede verbinding.
וְעָשִׂ֜יתָ
(veasita)
en maak
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
לֻֽלָאֹ֗ת
(lulaot)
lussen
עַ֣ל
(al)
aan
שְׂפַ֤ת
(sefat)
de rand van
הַיְרִיעָה֙
(hayria)
het tentkleed
הָֽאֶחָ֔ת
(haechat)
het ene
הַקִּיצֹנָ֖ה
(haqitsona)
het laatste
בַּחֹבָ֑רֶת
(bachovaret)
bij de verbinding
וַחֲמִשִּׁ֣ים
(vachamishim)
en vijftig
לֻֽלָאֹ֗ת
(lulaot)
lussen
עַ֚ל
(al)
aan
שְׂפַ֣ת
(sefat)
de rand van
הַיְרִיעָ֔ה
(hayria)
het tentkleed
הַחֹבֶ֖רֶת
(hachoveret)
dat verbindt
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Maak vijftig koperen haken, steek de haken in de lussen en verbind de tent, zodat hij één geheel wordt.
וְעָשִׂ֛יתָ
(veasita)
en maak
קַרְסֵ֥י
(qarsei)
haken van
נְחֹ֖שֶׁת
(nechoshet)
koper
חֲמִשִּׁ֑ים
(chamishim)
vijftig
וְהֵבֵאתָ֤
(veheveta)
en steek
אֶת
(et)
(obj.)
הַקְּרָסִים֙
(haqerasim)
de haken
בַּלֻּ֣לָאֹ֔ת
(balulaot)
in de lussen
וְחִבַּרְתָּ֥
(vechibarta)
en verbind
אֶת
(et)
(obj.)
הָאֹ֖הֶל
(haohel)
de tent
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en zal worden
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Wat overblijft van de tentkleden van de tent, de halve breedte van het overtollige tentkleed, moet over de achterkant van de tabernakel hangen.
וְסֶ֨רַח֙
(veserach)
en het overhangende
הָעֹדֵ֔ף
(haodef)
het overschot
בִּירִיעֹ֖ת
(biriot)
in de tentkleden van
הָאֹ֑הֶל
(haohel)
de tent
חֲצִ֤י
(chatsi)
de helft van
הַיְרִיעָה֙
(hayria)
het tentkleed
הָעֹדֶ֔פֶת
(haodefet)
het overtollige
תִּסְרַ֕ח
(tisrach)
zal hangen
עַ֖ל
(al)
over
אֲחֹרֵ֥י
(achorei)
de achterkant van
הַמִּשְׁכָּֽן
(hamishkan)
de tabernakel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Aan elke zijde hangt een el van het overschot in de lengte van de tentkleden van de tent over de zijkanten van de tabernakel, om hem te bedekken.
וְהָאַמָּ֨ה
(vehaama)
en de el
מִזֶּ֜ה
(mize)
aan deze kant
וְהָאַמָּ֤ה
(vehaama)
en de el
מִזֶּה֙
(mize)
aan die kant
בָּעֹדֵ֔ף
(baodef)
van het overschot
בְּאֹ֖רֶךְ
(beorekh)
in de lengte van
יְרִיעֹ֣ת
(yeriot)
tentkleden van
הָאֹ֑הֶל
(haohel)
de tent
יִהְיֶ֨ה
(yihye)
zal zijn
סָר֜וּחַ
(saruach)
hangend
עַל
(al)
over
צִדֵּ֧י
(tsidei)
de zijden van
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
מִזֶּ֥ה
(mize)
aan deze kant
וּמִזֶּ֖ה
(umize)
en aan die kant
לְכַסֹּתֽוֹ
(lekhasoto)
om hem te bedekken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Maak voor de tent een dekking van roodgeverfde ramsvellen en daarboven een dekking van tachash-huiden.
וְעָשִׂ֤יתָ
(veasita)
en maak
מִכְסֶה֙
(mikhse)
een dekking
לָאֹ֔הֶל
(laohel)
voor de tent
עֹרֹ֥ת
(orot)
huiden van
אֵילִ֖ם
(eilim)
rammen
מְאָדָּמִ֑ים
(meadamim)
roodgeverfd
וּמִכְסֵ֛ה
(umikhse)
en een dekking
עֹרֹ֥ת
(orot)
huiden van
תְּחָשִׁ֖ים
(techashim)
tachash
מִלְמָֽעְלָה
(milmaela)
van boven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּחַשׁ (tachash): zie 25:5.

De planken en dwarsbalken

15Maak voor de tabernakel planken van acaciahout, rechtopstaand.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
אֶת
(et)
(obj.)
הַקְּרָשִׁ֖ים
(haqerashim)
de planken
לַמִּשְׁכָּ֑ן
(lamishkan)
voor de tabernakel
עֲצֵ֥י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֖ים
(shitim)
acacia
עֹמְדִֽים
(omedim)
rechtopstaand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De planken staan rechtop en vormen de wanden: twintig aan de zuidkant, twintig aan de noordkant en zes plus twee hoekplanken aan de westkant.

16Tien el moet elke plank lang zijn, en anderhalve el breed.
עֶ֥שֶׂר
(eser)
tien
אַמּ֖וֹת
(amot)
el
אֹ֣רֶךְ
(orekh)
lengte van
הַקָּ֑רֶשׁ
(haqaresh)
de plank
וְאַמָּה֙
(veama)
en een el
וַחֲצִ֣י
(vachatsi)
en een half
הָֽאַמָּ֔ה
(haama)
de el
רֹ֖חַב
(rochav)
breedte van
הַקֶּ֥רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָאֶחָֽד
(haechad)
de ene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Elke plank krijgt twee tappen, die op elkaar aansluiten; zo moet je het doen met alle planken van de tabernakel.
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
יָד֗וֹת
(yadot)
tappen
לַקֶּ֨רֶשׁ֙
(laqeresh)
aan de plank
הָאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
מְשֻׁלָּבֹ֔ת
(meshulavot)
verbonden
אִשָּׁ֖ה
(isha)
de een
אֶל
(el)
aan
אֲחֹתָ֑הּ
(achotah)
de ander
כֵּ֣ן
(ken)
zo
תַּעֲשֶׂ֔ה
(taase)
zul je doen
לְכֹ֖ל
(lekhol)
voor alle
קַרְשֵׁ֥י
(qarshei)
planken van
הַמִּשְׁכָּֽן
(hamishkan)
de tabernakel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Maak de planken voor de tabernakel: twintig planken aan de zuidkant.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
אֶת
(et)
(obj.)
הַקְּרָשִׁ֖ים
(haqerashim)
de planken
לַמִּשְׁכָּ֑ן
(lamishkan)
voor de tabernakel
עֶשְׂרִ֣ים
(esrim)
twintig
קֶ֔רֶשׁ
(qeresh)
planken
לִפְאַ֖ת
(lifat)
aan de kant van
נֶ֥גְבָּה
(negba)
het zuiden
תֵימָֽנָה
(teimana)
rechts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֵּימָנָה (teimanah) betekent ‘zuidwaarts’, letterlijk ‘rechts’ (aan de rechterhand, als men naar het oosten kijkt).

19Maak veertig zilveren voetstukken onder de twintig planken: twee voetstukken onder de ene plank voor haar twee tappen, en twee voetstukken onder de andere plank voor haar twee tappen.
וְאַרְבָּעִים֙
(vearbaim)
en veertig
אַדְנֵי
(adnei)
voetstukken van
כֶ֔סֶף
(kesef)
zilver
תַּעֲשֶׂ֕ה
(taase)
zul je maken
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
עֶשְׂרִ֣ים
(esrim)
de twintig
הַקָּ֑רֶשׁ
(haqaresh)
planken
שְׁנֵ֨י
(shenei)
twee
אֲדָנִ֜ים
(adanim)
voetstukken
תַּֽחַת
(tachat)
onder
הַקֶּ֤רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָאֶחָד֙
(haechad)
de ene
לִשְׁתֵּ֣י
(lishtei)
voor haar twee
יְדֹתָ֔יו
(yedotav)
tappen
וּשְׁנֵ֧י
(ushenei)
en twee
אֲדָנִ֛ים
(adanim)
voetstukken
תַּֽחַת
(tachat)
onder
הַקֶּ֥רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָאֶחָ֖ד
(haechad)
de ene
לִשְׁתֵּ֥י
(lishtei)
voor haar twee
יְדֹתָֽיו
(yedotav)
tappen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20En voor de andere zijde van de tabernakel, aan de noordkant, twintig planken,
וּלְצֶ֧לַע
(uletsela)
en voor de zijde van
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
הַשֵּׁנִ֖ית
(hashenit)
de tweede
לִפְאַ֣ת
(lifat)
naar de kant van
צָפ֑וֹן
(tsafon)
het noorden
עֶשְׂרִ֖ים
(esrim)
twintig
קָֽרֶשׁ
(qaresh)
planken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21met veertig zilveren voetstukken: twee voetstukken onder de ene plank en twee voetstukken onder de andere plank.
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
אַדְנֵיהֶ֖ם
(adneihem)
hun voetstukken
כָּ֑סֶף
(kasef)
zilver
שְׁנֵ֣י
(shenei)
twee
אֲדָנִ֗ים
(adanim)
voetstukken
תַּ֚חַת
(tachat)
onder
הַקֶּ֣רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָֽאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
וּשְׁנֵ֣י
(ushenei)
en twee
אֲדָנִ֔ים
(adanim)
voetstukken
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
הַקֶּ֥רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָאֶחָֽד
(haechad)
de ene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Voor de achterkant van de tabernakel, aan de westkant, moet je zes planken maken.
וּֽלְיַרְכְּתֵ֥י
(uleyarketei)
en voor de achterkant van
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
יָ֑מָּה
(yama)
westwaarts
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
zul je maken
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
קְרָשִֽׁים
(qerashim)
planken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָמָּה (yammah), ‘westwaarts’, is letterlijk ‘naar de zee’, dus naar de Middellandse Zee.

23En twee planken moet je maken voor de hoeken van de tabernakel aan de achterkant.
וּשְׁנֵ֤י
(ushenei)
en twee
קְרָשִׁים֙
(qerashim)
planken
תַּעֲשֶׂ֔ה
(taase)
zul je maken
לִמְקֻצְעֹ֖ת
(limqutsot)
voor de hoeken van
הַמִּשְׁכָּ֑ן
(hamishkan)
de tabernakel
בַּיַּרְכָתָֽיִם
(bayarkhatayim)
aan de achterkant
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Ze moeten van onderen dubbel zijn en samen tot bovenaan, tot aan de ene ring, volledig aansluiten. Zo moet het zijn voor beide, voor de twee hoeken.
וְיִֽהְי֣וּ
(veyihyu)
en zullen zijn
תֹֽאֲמִים֮
(toamim)
dubbel
מִלְּמַטָּה֒
(milemata)
van beneden
וְיַחְדָּ֗ו
(veyachdav)
en tezamen
יִהְי֤וּ
(yihyu)
zullen zijn
תַמִּים֙
(tamim)
volledig
עַל
(al)
tot
רֹאשׁ֔וֹ
(rosho)
zijn bovenkant
אֶל
(el)
naar
הַטַּבַּ֖עַת
(hatabaat)
de ring
הָאֶחָ֑ת
(haechat)
de ene
כֵּ֚ן
(ken)
zo
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לִשְׁנֵיהֶ֔ם
(lishneihem)
voor beiden
לִשְׁנֵ֥י
(lishnei)
voor twee
הַמִּקְצֹעֹ֖ת
(hamiqtsoot)
de hoeken
יִהְיֽוּ
(yihyu)
zullen zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De tekst van deze zin is moeilijk; het gaat om de bevestiging van de hoekplanken.

Wij geven de bedoeling weer.

25Zo zijn het acht planken met hun zilveren voetstukken, zestien voetstukken: twee voetstukken onder de ene plank en twee onder de andere.
וְהָיוּ֙
(vehayu)
en zullen zijn
שְׁמֹנָ֣ה
(shemona)
acht
קְרָשִׁ֔ים
(qerashim)
planken
וְאַדְנֵיהֶ֣ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
כֶּ֔סֶף
(kesef)
zilver
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
אֲדָנִ֑ים
(adanim)
voetstukken
שְׁנֵ֣י
(shenei)
twee
אֲדָנִ֗ים
(adanim)
voetstukken
תַּ֚חַת
(tachat)
onder
הַקֶּ֣רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
וּשְׁנֵ֣י
(ushenei)
en twee
אֲדָנִ֔ים
(adanim)
voetstukken
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
הַקֶּ֥רֶשׁ
(haqeresh)
de plank
הָאֶחָֽד
(haechad)
de ene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Maak dwarsbalken van acaciahout: vijf voor de planken van de ene zijde van de tabernakel,
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
בְרִיחִ֖ם
(berichim)
dwarsbalken
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
חֲמִשָּׁ֕ה
(chamisha)
vijf
לְקַרְשֵׁ֥י
(leqarshei)
voor de planken van
צֶֽלַע
(tsela)
zijde van
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
הָאֶחָֽד
(haechad)
de ene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27vijf dwarsbalken voor de planken van de andere zijde van de tabernakel, en vijf dwarsbalken voor de planken van de achterzijde van de tabernakel, aan de westkant.
וַחֲמִשָּׁ֣ה
(vachamisha)
en vijf
בְרִיחִ֔ם
(berichim)
dwarsbalken
לְקַרְשֵׁ֥י
(leqarshei)
voor de planken van
צֶֽלַע
(tsela)
zijde van
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
הַשֵּׁנִ֑ית
(hashenit)
de tweede
וַחֲמִשָּׁ֣ה
(vachamisha)
en vijf
בְרִיחִ֗ם
(berichim)
dwarsbalken
לְקַרְשֵׁי֙
(leqarshei)
voor de planken van
צֶ֣לַע
(tsela)
zijde van
הַמִּשְׁכָּ֔ן
(hamishkan)
de tabernakel
לַיַּרְכָתַ֖יִם
(layarkhatayim)
voor de achterkant
יָֽמָּה
(yama)
westwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28De middelste balk moet midden door de planken lopen, van het ene uiteinde tot het andere.
וְהַבְּרִ֥יחַ
(vehaberiach)
en de balk
הַתִּיכֹ֖ן
(hatikhon)
de middelste
בְּת֣וֹךְ
(betokh)
in het midden van
הַקְּרָשִׁ֑ים
(haqerashim)
de planken
מַבְרִ֕חַ
(mavriach)
doorlopend
מִן
(min)
van
הַקָּצֶ֖ה
(haqatse)
het uiteinde
אֶל
(el)
naar
הַקָּצֶֽה
(haqatse)
het uiteinde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Bekleed de planken met goud, maak hun ringen van goud als houders voor de dwarsbalken, en bekleed de dwarsbalken met goud.
וְֽאֶת
(veet)
en (obj.)
הַקְּרָשִׁ֞ים
(haqerashim)
de planken
תְּצַפֶּ֣ה
(tetsape)
zul je bekleden
זָהָ֗ב
(zahav)
goud
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
טַבְּעֹֽתֵיהֶם֙
(tabeoteihem)
hun ringen
תַּעֲשֶׂ֣ה
(taase)
zul je maken
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
בָּתִּ֖ים
(batim)
houders
לַבְּרִיחִ֑ם
(laberichim)
voor de balken
וְצִפִּיתָ֥
(vetsipita)
en bekleed
אֶת
(et)
(obj.)
הַבְּרִיחִ֖ם
(haberichim)
de balken
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Richt de tabernakel op volgens het voorschrift dat je op de berg is getoond.
וַהֲקֵמֹתָ֖
(vahaqemota)
en richt op
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּשְׁכָּ֑ן
(hamishkan)
de tabernakel
כְּמִ֨שְׁפָּט֔וֹ
(kemishpato)
volgens zijn voorschrift
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
הָרְאֵ֖יתָ
(hareeita)
je getoond werd
בָּהָֽר
(bahar)
op de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De voorhang en het gordijn

31Maak een voorhang van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood garen en van getweernd fijn linnen. Als werk van een vakman moet hij worden gemaakt, met cherubs.
וְעָשִׂ֣יתָ
(veasita)
en maak
פָרֹ֗כֶת
(parokhet)
een voorhang van
תְּכֵ֧לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֛ן
(veargaman)
en roodpurper
וְתוֹלַ֥עַת
(vetolaat)
en karmozijn
שָׁנִ֖י
(shani)
scharlaken
וְשֵׁ֣שׁ
(veshesh)
en fijn linnen
מָשְׁזָ֑ר
(mashezar)
getweernd
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
werk van
חֹשֵׁ֛ב
(choshev)
een vakman
יַעֲשֶׂ֥ה
(yaase)
zal gemaakt worden
אֹתָ֖הּ
(otah)
haar
כְּרֻבִֽים
(keruvim)
cherubs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּרֹכֶת (parochet) is de voorhang die het heilige der heiligen afscheidt.

Zie ook Matt. 27:51; Hebr. 9:3; 10:19–20.

32Hang hem aan vier pilaren van acaciahout, met goud bekleed, met gouden haken, op vier zilveren voetstukken.
וְנָתַתָּ֣ה
(venatata)
en hang
אֹתָ֗הּ
(otah)
haar
עַל
(al)
aan
אַרְבָּעָה֙
(arbaa)
vier
עַמּוּדֵ֣י
(amudei)
pilaren van
שִׁטִּ֔ים
(shitim)
acacia
מְצֻפִּ֣ים
(metsupim)
bekleed
זָהָ֔ב
(zahav)
met goud
וָוֵיהֶ֖ם
(vaveihem)
hun haken
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
עַל
(al)
op
אַרְבָּעָ֖ה
(arbaa)
vier
אַדְנֵי
(adnei)
voetstukken van
כָֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Hang de voorhang onder de haken en breng de ark van het getuigenis daarheen, binnen de voorhang. De voorhang zal voor jullie het heilige van het heilige der heiligen scheiden.
וְנָתַתָּ֣ה
(venatata)
en hang
אֶת
(et)
(obj.)
הַפָּרֹכֶת֮
(haparokhet)
de voorhang
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַקְּרָסִים֒
(haqerasim)
de haken
וְהֵבֵאתָ֥
(veheveta)
en breng
שָׁ֨מָּה֙
(shama)
daarheen
מִבֵּ֣ית
(mibeit)
binnen
לַפָּרֹ֔כֶת
(laparokhet)
de voorhang
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
אֲר֣וֹן
(aron)
de ark van
הָעֵד֑וּת
(haedut)
het getuigenis
וְהִבְדִּילָ֤ה
(vehivdila)
en zal scheiden
הַפָּרֹ֨כֶת֙
(haparokhet)
de voorhang
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וּבֵ֖ין
(uvein)
en tussen
קֹ֥דֶשׁ
(qodesh)
heilige van
הַקֳּדָשִֽׁים
(haqodashim)
de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים (qodesh haqodashim) is ‘het heilige der heiligen’, de binnenste ruimte van de tabernakel.

34Zet het verzoendeksel op de ark van het getuigenis in het heilige der heiligen.
וְנָתַתָּ֙
(venatata)
en plaats
אֶת
(et)
(obj.)
הַכַּפֹּ֔רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
עַ֖ל
(al)
op
אֲר֣וֹן
(aron)
de ark van
הָעֵדֻ֑ת
(haedut)
het getuigenis
בְּקֹ֖דֶשׁ
(beqodesh)
in het heilige van
הַקֳּדָשִֽׁים
(haqodashim)
de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Zet de tafel buiten de voorhang en de kandelaar tegenover de tafel, aan de zuidzijde van de tabernakel. De tafel zet je aan de noordzijde.
וְשַׂמְתָּ֤
(vesamta)
en zet
אֶת
(et)
(obj.)
הַשֻּׁלְחָן֙
(hashulchan)
de tafel
מִח֣וּץ
(michuts)
buiten
לַפָּרֹ֔כֶת
(laparokhet)
de voorhang
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמְּנֹרָה֙
(hamenora)
de kandelaar
נֹ֣כַח
(nokhach)
tegenover
הַשֻּׁלְחָ֔ן
(hashulchan)
de tafel
עַ֛ל
(al)
aan
צֶ֥לַע
(tsela)
zijde van
הַמִּשְׁכָּ֖ן
(hamishkan)
de tabernakel
תֵּימָ֑נָה
(teimana)
zuidwaarts
וְהַ֨שֻּׁלְחָ֔ן
(vehashulchan)
en de tafel
תִּתֵּ֖ן
(titen)
zul je plaatsen
עַל
(al)
aan
צֶ֥לַע
(tsela)
zijde van
צָפֽוֹן
(tsafon)
noord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tafel (met het toonbrood) staat aan de noordzijde en de kandelaar aan de zuidzijde, in het heilige, buiten de voorhang.

36Maak voor de ingang van de tent een gordijn van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood garen en van getweernd fijn linnen, als werk van een borduurder.
וְעָשִׂ֤יתָ
(veasita)
en maak
מָסָךְ֙
(masakh)
een gordijn
לְפֶ֣תַח
(lefetach)
voor de ingang van
הָאֹ֔הֶל
(haohel)
de tent
תְּכֵ֧לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֛ן
(veargaman)
en roodpurper
וְתוֹלַ֥עַת
(vetolaat)
en karmozijn
שָׁנִ֖י
(shani)
scharlaken
וְשֵׁ֣שׁ
(veshesh)
en fijn linnen
מָשְׁזָ֑ר
(mashezar)
getweernd
מַעֲשֵׂ֖ה
(maase)
werk van
רֹקֵֽם
(roqem)
een borduurder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַעֲשֵׂה רֹקֵם (ma‘aseh roqem), ‘werk van een borduurder’, is gekleurd borduurwerk (anders dan het geweven werk van vers 1 en 31).

37Maak voor het gordijn vijf pilaren van acaciahout, bekleed ze met goud, met gouden haken, en giet voor hen vijf koperen voetstukken.
וְעָשִׂ֣יתָ
(veasita)
en maak
לַמָּסָ֗ךְ
(lamasakh)
voor het gordijn
חֲמִשָּׁה֙
(chamisha)
vijf
עַמּוּדֵ֣י
(amudei)
pilaren van
שִׁטִּ֔ים
(shitim)
acacia
וְצִפִּיתָ֤
(vetsipita)
en bekleed
אֹתָם֙
(otam)
ze
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
וָוֵיהֶ֖ם
(vaveihem)
hun haken
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וְיָצַקְתָּ֣
(veyatsaqta)
en giet
לָהֶ֔ם
(lahem)
voor hen
חֲמִשָּׁ֖ה
(chamisha)
vijf
אַדְנֵ֥י
(adnei)
voetstukken van
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 36:38