Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Nog één plaag
1Yahweh zei tot Mozes: „Nog één plaag zal Ik over de farao en over Egypte brengen. Daarna zal hij jullie van hier laten gaan. Wanneer hij jullie laat gaan, zal hij jullie helemaal van hier wegjagen.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
ע֣וֹד
(od)
nog
נֶ֤גַע
(nega)
een plaag
אֶחָד֙
(echad)
één
אָבִ֤יא
(avi)
zal Ik brengen
עַל
(al)
over
פַּרְעֹה֙
(paro)
de farao
וְעַל
(veal)
en over
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
אַֽחֲרֵי
(acharei)
daarna
כֵ֕ן
(ken)
zo
יְשַׁלַּ֥ח
(yeshalach)
zal hij laten gaan
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
מִזֶּ֑ה
(mize)
van hier
כְּשַׁ֨לְּח֔וֹ
(keshalecho)
wanneer hij laat gaan
כָּלָ֕ה
(kala)
helemaal
גָּרֵ֛שׁ
(garesh)
verdrijven
יְגָרֵ֥שׁ
(yegaresh)
zal hij verdrijven
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
מִזֶּֽה
(mize)
van hier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Hoofdstuk 11 kondigt de tiende plaag aan.
De verzen 1–3 vertellen wat Yahweh tot Mozes zei voordat deze in vers 8 de farao verliet; sommige uitleggers lezen vers 1 daarom als ‘Yahweh had gezegd’.
3Yahweh liet het volk gunst vinden in de ogen van de Egyptenaren. Ook de man Mozes was zeer groot in het land Egypte, in de ogen van de dienaren van de farao en in de ogen van het volk.
וַיִּתֵּ֧ן
(vayiten)
en gaf
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
חֵ֥ן
(chen)
gunst van
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
de Egyptenaren
גַּ֣ם
(gam)
ook
הָאִ֣ישׁ
(haish)
de man
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
גָּד֤וֹל
(gadol)
groot
מְאֹד֙
(meod)
zeer
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
בְּעֵינֵ֥י
(beeinei)
in de ogen van
עַבְדֵֽי
(avdei)
de dienaren van
פַרְעֹ֖ה
(paro)
de farao
וּבְעֵינֵ֥י
(uveeinei)
en in de ogen van
הָעָֽם
(haam)
het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Ondanks de plagen genoot Mozes aanzien in Egypte, bij de dienaren van de farao en bij het volk.
5Elke eerstgeborene in het land Egypte zal sterven: van de eerstgeborene van de farao, die op zijn troon zit, tot de eerstgeborene van de slavin achter de molen, en elke eerstgeborene van het vee.
וּמֵ֣ת
(umet)
en zal sterven
כָּל
(kal)
elke
בְּכוֹר֮
(bekhor)
eerstgeborene
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
מִצְרַיִם֒
(mitsrayim)
Egypte
מִבְּכ֤וֹר
(mibekhor)
van de eerstgeborene van
פַּרְעֹה֙
(paro)
de farao
הַיֹּשֵׁ֣ב
(hayoshev)
die zit
עַל
(al)
op
כִּסְא֔וֹ
(kiso)
zijn troon
עַ֚ד
(ad)
tot
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
de eerstgeborene van
הַשִּׁפְחָ֔ה
(hashifcha)
de slavin
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
אַחַ֣ר
(achar)
achter
הָרֵחָ֑יִם
(harechayim)
de molenstenen
וְכֹ֖ל
(vekhol)
en elke
בְּכ֥וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
בְּהֵמָֽה
(behema)
vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
De eerstgeborenen van de farao tot die van de slavin: van de hoogste tot de laagste.
In 4:22–23 werd dit al aangekondigd: Israël is Yahweh’s eerstgeborene.
7Maar bij alle zonen van Israël zal geen hond zijn tong bewegen, van mens tot dier, opdat jullie weten dat Yahweh onderscheid maakt tussen Egypte en Israël.’
וּלְכֹ֣ל
(ulekhol)
en bij alle
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
לֹ֤א
(lo)
niet
יֶֽחֱרַץ
(yecherats)
zal scherpen
כֶּ֨לֶב֙
(kelev)
een hond
לְשֹׁנ֔וֹ
(leshono)
zijn tong
לְמֵאִ֖ישׁ
(lemeish)
van mens
וְעַד
(vead)
en tot
בְּהֵמָ֑ה
(behema)
dier
לְמַ֨עַן֙
(lemaan)
opdat
תֵּֽדְע֔וּן
(tedeun)
jullie weten
אֲשֶׁר֙
(asher)
dat
יַפְלֶ֣ה
(yafle)
onderscheid maakt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
מִצְרַ֖יִם
(mitsrayim)
Egypte
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
לֹא יֶחֱרַץ כֶּלֶב לְשֹׁנוֹ (lo yecherats kelev leshono) is letterlijk ‘geen hond zal zijn tong scherpen’.
Dat betekent: geen hond zal grommen of blaffen; er zal rust zijn bij Israël.
8Dan zullen al deze dienaren van u naar mij toe komen, zich voor mij buigen en zeggen: ‘Ga uit, jij en heel het volk dat jou volgt.’ En daarna zal ik uitgaan.” Hij ging van de farao weg in gloeiende toorn.
וְיָרְד֣וּ
(veyaredu)
en zullen afdalen
כָל
(kal)
alle
עֲבָדֶיךָ֩
(avadeikha)
uw dienaren
אֵ֨לֶּה
(ele)
deze
אֵלַ֜י
(elay)
naar mij
וְהִשְׁתַּֽחֲוּוּ
(vehishtachauu)
en zich buigen
לִ֣י
(li)
voor mij
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
צֵ֤א
(tse)
ga uit
אַתָּה֙
(ata)
jij
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
אֲשֶׁר
(asher)
dat
בְּרַגְלֶ֔יךָ
(beragleikha)
in je voetsporen
וְאַחֲרֵי
(veacharei)
en na
כֵ֖ן
(ken)
dit
אֵצֵ֑א
(etse)
zal ik uitgaan
וַיֵּצֵ֥א
(vayetse)
en hij ging uit
מֵֽעִם
(meim)
van bij
פַּרְעֹ֖ה
(paro)
de farao
בָּחֳרִי
(bachori)
in gloed van
אָֽף
(af)
toorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Mozes verlaat de farao in gloeiende toorn: de laatste ontmoeting in het verhaal.
De dienaren van de farao zullen zelf om het vertrek vragen (12:31–33).
10Mozes en Aäron deden al deze wonderen voor de farao. Maar Yahweh maakte het hart van de farao sterk, en hij liet de zonen van Israël niet uit zijn land gaan.
וּמֹשֶׁ֣ה
(umoshe)
en Mozes
וְאַהֲרֹ֗ן
(veaharon)
en Aäron
עָשׂ֛וּ
(asu)
deden
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַמֹּפְתִ֥ים
(hamofetim)
wonderen
הָאֵ֖לֶּה
(haele)
deze
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
פַרְעֹ֑ה
(paro)
de farao
וַיְחַזֵּ֤ק
(vaychazeq)
en maakte sterk
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
פַּרְעֹ֔ה
(paro)
de farao
וְלֹֽא
(velo)
en niet
שִׁלַּ֥ח
(shilach)
liet gaan
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
מֵאַרְצֽוֹ
(meartso)
uit zijn land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)