Elohim Bijbel

Exodus 38

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

Het brandofferaltaar, het voorhof en de telling van het materiaal

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het brandofferaltaar

1Hij maakte het brandofferaltaar van acaciahout, vijf el lang en vijf el breed, vierkant, en drie el hoog.
וַיַּ֛עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
מִזְבַּ֥ח
(mizbach)
altaar van
הָעֹלָ֖ה
(haola)
het brandoffer
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
חָמֵשׁ֩
(chamesh)
vijf
אַמּ֨וֹת
(amot)
ellen
אָרְכּ֜וֹ
(arko)
zijn lengte
וְחָֽמֵשׁ
(vechamesh)
en vijf
אַמּ֤וֹת
(amot)
ellen
רָחְבּוֹ֙
(rachbo)
zijn breedte
רָב֔וּעַ
(ravua)
vierkant
וְשָׁלֹ֥שׁ
(veshalosh)
en drie
אַמּ֖וֹת
(amot)
ellen
קֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een el is ongeveer 45 cm.

Het altaar is dus ongeveer 2,25 bij 2,25 meter en 1,35 meter hoog.

2Hij maakte zijn hoorns op de vier hoeken; de hoorns waren één geheel met het altaar. Hij overtrok het met koper.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
קַרְנֹתָ֗יו
(qarnotav)
zijn hoorns
עַ֚ל
(al)
op
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
פִּנֹּתָ֔יו
(pinotav)
zijn hoeken
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
uit hem
הָי֣וּ
(hayu)
waren
קַרְנֹתָ֑יו
(qarnotav)
zijn hoorns
וַיְצַ֥ף
(vaytsaf)
en overtrok
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Hij maakte alle voorwerpen van het altaar: de potten, de scheppen, de sprengschalen, de vorken en de vuurpannen; al zijn voorwerpen maakte hij van koper.
וַיַּ֜עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶֽת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
כְּלֵ֣י
(kelei)
voorwerpen van
הַמִּזְבֵּ֗חַ
(hamizbeach)
het altaar
אֶת
(et)
(obj.)
הַסִּירֹ֤ת
(hasirot)
de potten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּעִים֙
(hayaim)
de schoppen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמִּזְרָקֹ֔ת
(hamizraqot)
de sprengschalen
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּזְלָגֹ֖ת
(hamizlagot)
de vorken
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמַּחְתֹּ֑ת
(hamachtot)
de vuurpannen
כָּל
(kal)
alle
כֵּלָ֖יו
(kelav)
zijn voorwerpen
עָשָׂ֥ה
(asa)
maakte hij
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Hij maakte voor het altaar een rooster in de vorm van een net van koper, onder zijn rand, van beneden tot halverwege.
וַיַּ֤עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
לַמִּזְבֵּ֨חַ֙
(lamizbeach)
voor het altaar
מִכְבָּ֔ר
(mikhbar)
rooster van
מַעֲשֵׂ֖ה
(maase)
werk van
רֶ֣שֶׁת
(reshet)
netwerk
נְחֹ֑שֶׁת
(nechoshet)
koper
תַּ֧חַת
(tachat)
onder
כַּרְכֻּבּ֛וֹ
(karkubo)
zijn rand
מִלְּמַ֖טָּה
(milemata)
van beneden
עַד
(ad)
tot
חֶצְיֽוֹ
(chetsyo)
zijn helft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Hij goot vier ringen aan de vier hoeken van het koperen rooster, als houders voor de draagstokken.
וַיִּצֹ֞ק
(vayitsoq)
en goot
אַרְבַּ֧ע
(arba)
vier
טַבָּעֹ֛ת
(tabaot)
ringen
בְּאַרְבַּ֥ע
(bearba)
aan de vier
הַקְּצָוֺ֖ת
(haqetsavot)
hoeken
לְמִכְבַּ֣ר
(lemikhbar)
voor het rooster van
הַנְּחֹ֑שֶׁת
(hanechoshet)
het koper
בָּתִּ֖ים
(batim)
houders
לַבַּדִּֽים
(labadim)
voor de draagstokken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 27:4
6Hij maakte de draagstokken van acaciahout en overtrok ze met koper.
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּדִּ֖ים
(habadim)
de draagstokken
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
וַיְצַ֥ף
(vaytsaf)
en overtrok
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Hij stak de draagstokken in de ringen aan de zijden van het altaar om het daarmee te dragen. Hij maakte het hol, van planken.
וַיָּבֵ֨א
(vayave)
en hij bracht
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּדִּ֜ים
(habadim)
de draagstokken
בַּטַּבָּעֹ֗ת
(batabaot)
in de ringen
עַ֚ל
(al)
aan
צַלְעֹ֣ת
(tsalot)
de zijden van
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
לָשֵׂ֥את
(laset)
om te dragen
אֹת֖וֹ
(oto)
het
בָּהֶ֑ם
(bahem)
daarmee
נְב֥וּב
(nevuv)
hol
לֻחֹ֖ת
(luchot)
van planken
עָשָׂ֥ה
(asa)
maakte hij
אֹתֽוֹ
(oto)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het wasbekken

8Hij maakte het wasbekken van koper, ook zijn voetstuk van koper, van de spiegels van de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tent van samenkomst.
וַיַּ֗עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
הַכִּיּ֣וֹר
(hakiyor)
het wasbekken
נְחֹ֔שֶׁת
(nechoshet)
koper
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
כַּנּ֣וֹ
(kano)
zijn voetstuk
נְחֹ֑שֶׁת
(nechoshet)
koper
בְּמַרְאֹת֙
(bemarot)
van de spiegels van
הַצֹּ֣בְאֹ֔ת
(hatsoveot)
de dienende vrouwen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
צָֽבְא֔וּ
(tsaveu)
dienst deden
פֶּ֖תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֥הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵֽד
(moed)
samenkomst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַצֹּבְאֹת (hatsov'ot) betekent ‘de vrouwen die dienst deden’; het gaat om een groep die bij de ingang van de tent van samenkomst een taak had.

Wij weten niet precies welke.

Het voorhof

9Hij maakte het voorhof. Aan de zuidzijde, naar het zuiden, waren de omhangsels van het voorhof van getweernd fijn linnen, honderd el lang;
וַיַּ֖עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
אֶת
(et)
(obj.)
הֶחָצֵ֑ר
(hechatser)
het voorhof
לִפְאַ֣ת
(lifat)
aan de zijde van
נֶ֣גֶב
(negev)
zuid
תֵּימָ֗נָה
(teimana)
zuidwaarts
קַלְעֵ֤י
(qalei)
omhangsels van
הֶֽחָצֵר֙
(hechatser)
het voorhof
שֵׁ֣שׁ
(shesh)
linnen
מָשְׁזָ֔ר
(mashezar)
getweernd
מֵאָ֖ה
(mea)
honderd
בָּאַמָּֽה
(baama)
in el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10hun twintig pilaren en hun twintig voetstukken waren van koper; de haken van de pilaren en hun staven waren van zilver.
עַמּוּדֵיהֶ֣ם
(amudeihem)
hun pilaren
עֶשְׂרִ֔ים
(esrim)
twintig
וְאַדְנֵיהֶ֥ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
עֶשְׂרִ֖ים
(esrim)
twintig
נְחֹ֑שֶׁת
(nechoshet)
koper
וָוֵ֧י
(vavei)
haken van
הָעַמֻּדִ֛ים
(haamudim)
de pilaren
וַחֲשֻׁקֵיהֶ֖ם
(vachashuqeihem)
en hun staven
כָּֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Ook aan de noordzijde waren ze honderd el lang, met hun twintig pilaren en hun twintig koperen voetstukken; de haken van de pilaren en hun staven waren van zilver.
וְלִפְאַ֤ת
(velifat)
en aan de zijde van
צָפוֹן֙
(tsafon)
noord
מֵאָ֣ה
(mea)
honderd
בָֽאַמָּ֔ה
(baama)
in el
עַמּוּדֵיהֶ֣ם
(amudeihem)
hun pilaren
עֶשְׂרִ֔ים
(esrim)
twintig
וְאַדְנֵיהֶ֥ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
עֶשְׂרִ֖ים
(esrim)
twintig
נְחֹ֑שֶׁת
(nechoshet)
koper
וָוֵ֧י
(vavei)
haken van
הָֽעַמּוּדִ֛ים
(haamudim)
de pilaren
וַחֲשֻׁקֵיהֶ֖ם
(vachashuqeihem)
en hun staven
כָּֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Aan de westzijde waren omhangsels van vijftig el, met hun tien pilaren en hun tien voetstukken; de haken van de pilaren en hun staven waren van zilver.
וְלִפְאַת
(velifat)
en aan de zijde van
יָ֗ם
(yam)
zee (west)
קְלָעִים֙
(qelaim)
omhangsels
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
בָּֽאַמָּ֔ה
(baama)
in el
עַמּוּדֵיהֶ֥ם
(amudeihem)
hun pilaren
עֲשָׂרָ֔ה
(asara)
tien
וְאַדְנֵיהֶ֖ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
עֲשָׂרָ֑ה
(asara)
tien
וָוֵ֧י
(vavei)
haken van
הָעַמֻּדִ֛ים
(haamudim)
de pilaren
וַחֲשׁוּקֵיהֶ֖ם
(vachashuqeihem)
en hun staven
כָּֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13En aan de oostzijde, naar het oosten, was het vijftig el.
וְלִפְאַ֛ת
(velifat)
en aan de zijde van
קֵ֥דְמָה
(qedema)
oost
מִזְרָ֖חָה
(mizracha)
oostwaarts
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Aan de ene kant waren de omhangsels vijftien el, met hun drie pilaren en hun drie voetstukken,
קְלָעִ֛ים
(qelaim)
omhangsels
חֲמֵשׁ
(chamesh)
vijf
עֶשְׂרֵ֥ה
(esre)
tien
אַמָּ֖ה
(ama)
el
אֶל
(el)
aan
הַכָּתֵ֑ף
(hakatef)
de zijde
עַמּוּדֵיהֶ֣ם
(amudeihem)
hun pilaren
שְׁלֹשָׁ֔ה
(shelosha)
drie
וְאַדְנֵיהֶ֖ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
שְׁלֹשָֽׁה
(shelosha)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 27:14
15en ook aan de andere kant, aan beide zijden van de poort van het voorhof, waren de omhangsels vijftien el, met hun drie pilaren en hun drie voetstukken.
וְלַכָּתֵ֣ף
(velakatef)
en voor de zijde
הַשֵּׁנִ֗ית
(hashenit)
de tweede
מִזֶּ֤ה
(mize)
aan deze kant
וּמִזֶּה֙
(umize)
en aan die kant
לְשַׁ֣עַר
(leshaar)
bij de poort van
הֶֽחָצֵ֔ר
(hechatser)
het voorhof
קְלָעִ֕ים
(qelaim)
omhangsels
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
עֶשְׂרֵ֖ה
(esre)
tien
אַמָּ֑ה
(ama)
el
עַמֻּדֵיהֶ֣ם
(amudeihem)
hun pilaren
שְׁלֹשָׁ֔ה
(shelosha)
drie
וְאַדְנֵיהֶ֖ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
שְׁלֹשָֽׁה
(shelosha)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Alle omhangsels van het voorhof rondom waren van getweernd fijn linnen.
כָּל
(kal)
alle
קַלְעֵ֧י
(qalei)
omhangsels van
הֶחָצֵ֛ר
(hechatser)
het voorhof
סָבִ֖יב
(saviv)
rondom
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
linnen
מָשְׁזָֽר
(mashezar)
getweernd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17De voetstukken voor de pilaren waren van koper, de haken van de pilaren en hun staven van zilver, en de bovenkant van hun koppen was met zilver overtrokken; alle pilaren van het voorhof waren met zilver verbonden.
וְהָאֲדָנִ֣ים
(vehaadanim)
en de voetstukken
לָֽעַמֻּדִים֮
(laamudim)
voor de pilaren
נְחֹשֶׁת֒
(nechoshet)
koper
וָוֵ֨י
(vavei)
haken van
הָֽעַמּוּדִ֜ים
(haamudim)
de pilaren
וַחֲשׁוּקֵיהֶם֙
(vachashuqeihem)
en hun staven
כֶּ֔סֶף
(kesef)
zilver
וְצִפּ֥וּי
(vetsipuy)
en overtrekking van
רָאשֵׁיהֶ֖ם
(rasheihem)
hun koppen
כָּ֑סֶף
(kasef)
zilver
וְהֵם֙
(vehem)
en zij
מְחֻשָּׁקִ֣ים
(mechushaqim)
verbonden
כֶּ֔סֶף
(kesef)
zilver
כֹּ֖ל
(kol)
alle
עַמֻּדֵ֥י
(amudei)
pilaren van
הֶחָצֵֽר
(hechatser)
het voorhof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Het gordijn voor de poort van het voorhof was het werk van een borduurder, van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood garen en getweernd fijn linnen: twintig el lang en vijf el hoog in de breedte, gelijk aan de omhangsels van het voorhof.
וּמָסַ֞ךְ
(umasakh)
en het gordijn van
שַׁ֤עַר
(shaar)
poort van
הֶחָצֵר֙
(hechatser)
het voorhof
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
רֹקֵ֔ם
(roqem)
borduurder
תְּכֵ֧לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֛ן
(veargaman)
en roodpurper
וְתוֹלַ֥עַת
(vetolaat)
en karmozijn
שָׁנִ֖י
(shani)
scharlaken
וְשֵׁ֣שׁ
(veshesh)
en linnen
מָשְׁזָ֑ר
(mashezar)
getweernd
וְעֶשְׂרִ֤ים
(veesrim)
en twintig
אַמָּה֙
(ama)
el
אֹ֔רֶךְ
(orekh)
lengte
וְקוֹמָ֤ה
(veqoma)
en hoogte
בְרֹ֨חַב֙
(berochav)
in breedte
חָמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
אַמּ֔וֹת
(amot)
ellen
לְעֻמַּ֖ת
(leumat)
tegenover
קַלְעֵ֥י
(qalei)
omhangsels van
הֶחָצֵֽר
(hechatser)
het voorhof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Hun vier pilaren en hun vier voetstukken waren van koper, hun haken van zilver, en de bovenkant van hun koppen en hun staven waren van zilver.
וְעַמֻּֽדֵיהֶם֙
(veamudeihem)
en hun pilaren
אַרְבָּעָ֔ה
(arbaa)
vier
וְאַדְנֵיהֶ֥ם
(veadneihem)
en hun voetstukken
אַרְבָּעָ֖ה
(arbaa)
vier
נְחֹ֑שֶׁת
(nechoshet)
koper
וָוֵיהֶ֣ם
(vaveihem)
en hun haken
כֶּ֔סֶף
(kesef)
zilver
וְצִפּ֧וּי
(vetsipuy)
en overtrekking van
רָאשֵׁיהֶ֛ם
(rasheihem)
hun koppen
וַחֲשֻׁקֵיהֶ֖ם
(vachashuqeihem)
en hun staven
כָּֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Alle tentpinnen voor de tabernakel en voor het voorhof rondom waren van koper.
וְֽכָל
(vekhal)
en alle
הַיְתֵדֹ֞ת
(haytedot)
de pinnen
לַמִּשְׁכָּ֧ן
(lamishkan)
voor de tabernakel
וְלֶחָצֵ֛ר
(velechatser)
en voor het voorhof
סָבִ֖יב
(saviv)
rondom
נְחֹֽשֶׁת
(nechoshet)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De telling van het materiaal

21Dit is de optelling van de tabernakel, de tabernakel van het getuigenis, die op bevel van Mozes werd opgemaakt door de Levieten onder leiding van Itamar, de zoon van Aäron, de priester.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit
פְקוּדֵ֤י
(pequdei)
tellingen van
הַמִּשְׁכָּן֙
(hamishkan)
de tabernakel
מִשְׁכַּ֣ן
(mishkan)
tabernakel van
הָעֵדֻ֔ת
(haedut)
het getuigenis
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
פֻּקַּ֖ד
(puqad)
geteld werd
עַל
(al)
op
פִּ֣י
(pi)
bevel van
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
עֲבֹדַת֙
(avodat)
dienst van
הַלְוִיִּ֔ם
(halviyim)
de Levieten
בְּיַד֙
(beyad)
door de hand van
אִֽיתָמָ֔ר
(itamar)
Itamar
בֶּֽן
(ben)
zoon van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵֽן
(hakohen)
de priester
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers opent de rekenschap van het materiaal (Exod. 38:21–31).

Itamar, de vierde zoon van Aäron (Exod. 6:23), leidde de Levieten bij deze telling.

22Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, van de stam Juda, maakte alles wat Yahweh aan Mozes geboden had.
וּבְצַלְאֵ֛ל
(uvetsalel)
en Bezaleël
בֶּן
(ben)
zoon van
אוּרִ֥י
(uri)
Uri
בֶן
(ben)
zoon van
ח֖וּר
(chur)
Chur
לְמַטֵּ֣ה
(lemate)
van de stam
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
עָשָׂ֕ה
(asa)
maakte
אֵ֛ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Met hem was Oholiab, de zoon van Achisamach, van de stam Dan, steensnijder, vakman en borduurder in blauwpurper, roodpurper, karmozijnrood garen en fijn linnen.
וְאִתּ֗וֹ
(veito)
en met hem
אָהֳלִיאָ֞ב
(aholiav)
Oholiab
בֶּן
(ben)
zoon van
אֲחִיסָמָ֛ךְ
(achisamakh)
Achisamach
לְמַטֵּה
(lemate)
van de stam
דָ֖ן
(dan)
Dan
חָרָ֣שׁ
(charash)
steensnijder
וְחֹשֵׁ֑ב
(vechoshev)
en vakman
וְרֹקֵ֗ם
(veroqem)
en borduurder
בַּתְּכֵ֨לֶת֙
(batekhelet)
in blauwpurper
וּבָֽאַרְגָּמָ֔ן
(uvaargaman)
en in roodpurper
וּבְתוֹלַ֥עַת
(uvetolaat)
en in karmozijn
הַשָּׁנִ֖י
(hashani)
het scharlaken
וּבַשֵּֽׁשׁ
(uvashesh)
en in linnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Al het goud dat voor het werk werd gebruikt, bij heel het werk aan het heiligdom, het goud van het beweegoffer, was 29 talent en 730 sikkel, volgens de sikkel van het heiligdom.
כָּל
(kal)
al
הַזָּהָ֗ב
(hazahav)
het goud
הֶֽעָשׂוּי֙
(heasuy)
dat gebruikt werd
לַמְּלָאכָ֔ה
(lamelakha)
voor het werk
בְּכֹ֖ל
(bekhol)
in al
מְלֶ֣אכֶת
(melekhet)
werk van
הַקֹּ֑דֶשׁ
(haqodesh)
het heiligdom
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en was
זְהַ֣ב
(zehav)
goud van
הַתְּנוּפָ֗ה
(hatenufa)
het beweegoffer
תֵּ֤שַׁע
(tesha)
negen
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
כִּכָּ֔ר
(kikar)
talent
וּשְׁבַ֨ע
(usheva)
en zeven
מֵא֧וֹת
(meot)
honderd
וּשְׁלֹשִׁ֛ים
(usheloshim)
en dertig
שֶׁ֖קֶל
(sheqel)
sikkel
בְּשֶׁ֥קֶל
(besheqel)
volgens sikkel
הַקֹּֽדֶשׁ
(haqodesh)
van het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een talent (כִּכָּר, kikkar) is ongeveer 34 kilo en een sikkel ongeveer 11,4 gram; de exacte waarde is onzeker.

Het totaal komt dan op ongeveer 1 ton goud.

25Het zilver van de getelden uit de gemeenschap was 100 talent en 1.775 sikkel, volgens de sikkel van het heiligdom:
וְכֶ֛סֶף
(vekhesef)
en zilver
פְּקוּדֵ֥י
(pequdei)
tellingen van
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
מְאַ֣ת
(meat)
honderd
כִּכָּ֑ר
(kikar)
talent
וְאֶלֶף֩
(veelef)
en duizend
וּשְׁבַ֨ע
(usheva)
en zeven
מֵא֜וֹת
(meot)
honderd
וַחֲמִשָּׁ֧ה
(vachamisha)
en vijf
וְשִׁבְעִ֛ים
(veshivim)
en zeventig
שֶׁ֖קֶל
(sheqel)
sikkel
בְּשֶׁ֥קֶל
(besheqel)
volgens sikkel
הַקֹּֽדֶשׁ
(haqodesh)
van het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 30:12
26een beka per man, de helft van een sikkel, volgens de sikkel van het heiligdom, voor ieder die overging naar de getelden, van twintig jaar en ouder: 603.550 man.
בֶּ֚קַע
(beqa)
beka
לַגֻּלְגֹּ֔לֶת
(lagulgolet)
per hoofd
מַחֲצִ֥ית
(machatsit)
helft van
הַשֶּׁ֖קֶל
(hasheqel)
de sikkel
בְּשֶׁ֣קֶל
(besheqel)
volgens sikkel
הַקֹּ֑דֶשׁ
(haqodesh)
van het heiligdom
לְכֹ֨ל
(lekhol)
voor ieder
הָעֹבֵ֜ר
(haover)
die overging
עַל
(al)
naar
הַפְּקֻדִ֗ים
(hapequdim)
de getelden
מִבֶּ֨ן
(miben)
van
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
שָׁנָה֙
(shana)
jaar
וָמַ֔עְלָה
(vamala)
en ouder
לְשֵׁשׁ
(leshesh)
voor zes
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
וּשְׁלֹ֣שֶׁת
(usheloshet)
en drie
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וַחֲמִשִּֽׁים
(vachamishim)
en vijftig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֶּקַע (beqa‘) is een halve sikkel.

Het getal 603.550 komt ook voor in Num. 1:46.

27De 100 talent zilver dienden om de voetstukken van het heiligdom en de voetstukken van de voorhang te gieten: 100 voetstukken voor 100 talent, een talent per voetstuk.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en was
מְאַת֙
(meat)
honderd
כִּכַּ֣ר
(kikar)
talent
הַכֶּ֔סֶף
(hakesef)
het zilver
לָצֶ֗קֶת
(latseqet)
om te gieten
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
אַדְנֵ֣י
(adnei)
voetstukken van
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
het heiligdom
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
אַדְנֵ֣י
(adnei)
voetstukken van
הַפָּרֹ֑כֶת
(haparokhet)
de voorhang
מְאַ֧ת
(meat)
honderd
אֲדָנִ֛ים
(adanim)
voetstukken
לִמְאַ֥ת
(limat)
voor honderd
הַכִּכָּ֖ר
(hakikar)
het talent
כִּכָּ֥ר
(kikar)
talent
לָאָֽדֶן
(laaden)
per voetstuk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

100 talent zilver geeft 100 voetstukken, één talent per voetstuk, voor de planken van de tabernakel en de pilaren van de voorhang (Exod. 26:19–37).

28Van de 1.775 sikkel maakte hij haken voor de pilaren, overtrok hij hun koppen en verbond hij ze.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאֶ֜לֶף
(haelef)
de duizend
וּשְׁבַ֤ע
(usheva)
en zeven
הַמֵּאוֹת֙
(hameot)
de honderd
וַחֲמִשָּׁ֣ה
(vachamisha)
en vijf
וְשִׁבְעִ֔ים
(veshivim)
en zeventig
עָשָׂ֥ה
(asa)
maakte hij
וָוִ֖ים
(vavim)
haken
לָעַמּוּדִ֑ים
(laamudim)
voor de pilaren
וְצִפָּ֥ה
(vetsipa)
en overtrok
רָאשֵׁיהֶ֖ם
(rasheihem)
hun koppen
וְחִשַּׁ֥ק
(vechishaq)
en verbond
אֹתָֽם
(otam)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 27:17
29Het koper van het beweegoffer was 70 talent en 2.400 sikkel.
וּנְחֹ֥שֶׁת
(unechoshet)
en koper
הַתְּנוּפָ֖ה
(hatenufa)
van het beweegoffer
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
zeventig
כִּכָּ֑ר
(kikar)
talent
וְאַלְפַּ֥יִם
(vealpayim)
en tweeduizend
וְאַרְבַּע
(vearba)
en vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָֽׁקֶל
(shaqel)
sikkel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Daarvan maakte hij de voetstukken bij de ingang van de tent van samenkomst, het koperen altaar met het koperen rooster dat erbij hoorde, en alle voorwerpen van het altaar,
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en hij maakte
בָּ֗הּ
(bah)
daarvan
אֶת
(et)
(obj.)
אַדְנֵי֙
(adnei)
voetstukken van
פֶּ֚תַח
(petach)
de ingang van
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
מִזְבַּ֣ח
(mizbach)
altaar van
הַנְּחֹ֔שֶׁת
(hanechoshet)
het koper
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִכְבַּ֥ר
(mikhbar)
rooster van
הַנְּחֹ֖שֶׁת
(hanechoshet)
het koper
אֲשֶׁר
(asher)
dat
ל֑וֹ
(lo)
bij hem
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
כְּלֵ֥י
(kelei)
voorwerpen van
הַמִּזְבֵּֽחַ
(hamizbeach)
het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31de voetstukken van het voorhof rondom, de voetstukken van de poort van het voorhof, alle tentpinnen van de tabernakel en alle tentpinnen van het voorhof rondom.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אַדְנֵ֤י
(adnei)
voetstukken van
הֶֽחָצֵר֙
(hechatser)
het voorhof
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אַדְנֵ֖י
(adnei)
voetstukken van
שַׁ֣עַר
(shaar)
poort van
הֶחָצֵ֑ר
(hechatser)
het voorhof
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
יִתְדֹ֧ת
(yitdot)
pinnen van
הַמִּשְׁכָּ֛ן
(hamishkan)
de tabernakel
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
יִתְדֹ֥ת
(yitdot)
pinnen van
הֶחָצֵ֖ר
(hechatser)
het voorhof
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)