Elohim Bijbel

Joël 3

1234

De uitstorting van de Geest

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yahweh stort Zijn Geest uit

1Het zal gebeuren daarna: Ik stort Mijn Geest uit over alle vlees. Jullie zonen en jullie dochters zullen profeteren. Jullie oude mannen zullen dromen hebben, jullie jonge mannen zullen visioenen zien.
וְהָיָ֣ה
(vehaya)
en het zal zijn
אַֽחֲרֵי
(acharei)
na
כֵ֗ן
(ken)
dit
אֶשְׁפּ֤וֹךְ
(eshpokh)
Ik zal uitstorten
אֶת
(et)
(obj.)
רוּחִי֙
(ruchi)
Mijn Geest
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
alle
בָּשָׂ֔ר
(basar)
vlees
וְנִבְּא֖וּ
(venibeu)
en zullen profeteren
בְּנֵיכֶ֣ם
(beneikhem)
jullie zonen
וּבְנֽוֹתֵיכֶ֑ם
(uvenoteikhem)
en jullie dochters
זִקְנֵיכֶם֙
(ziqneikhem)
jullie oude mannen
חֲלֹמ֣וֹת
(chalomot)
dromen
יַחֲלֹמ֔וּן
(yachalomun)
zullen dromen
בַּח֣וּרֵיכֶ֔ם
(bachureikhem)
jullie jonge mannen
חֶזְיֹנ֖וֹת
(chezyonot)
visioenen
יִרְאֽוּ
(yiru)
zullen zien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws heeft Joël vier hoofdstukken.

Hebr. 3:1–5 is in Nederlandse bijbels Joël 2:28–32, en Hebr. 4:1–21 is Nederlands 3:1–21.

De app zet de kruisverwijzingen zelf om.

בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: het woord staat voor levende mensen, in het bijzonder voor mensen als zwakke, sterfelijke wezens. Wij laten ‘vlees’ staan.

רוּחִי (ruchi), ‘Mijn Geest’: ruach betekent ook ‘wind’ of ‘adem’. Hier is het de Geest van Yahweh zelf; daarom schrijven wij Geest met een hoofdletter. Vergelijk Num. 11:29.

De toespraak van Yahweh uit Joël 2:25–27 loopt hier door; daarom begint dit vers niet met een aanhalingsteken. Zij eindigt in vers 3.

נִבְּאוּ (nibbe’u), ‘zij zullen profeteren’: namens Elohim spreken.

2Ook over de dienaren en over de slavinnen stort Ik in die dagen Mijn Geest uit.
וְגַ֥ם
(vegam)
en ook
עַל
(al)
over
הָֽעֲבָדִ֖ים
(haavadim)
de dienaren
וְעַל
(veal)
en over
הַשְּׁפָח֑וֹת
(hashefachot)
de slavinnen
בַּיָּמִ֣ים
(bayamim)
in de dagen
הָהֵ֔מָּה
(hahema)
die
אֶשְׁפּ֖וֹךְ
(eshpokh)
Ik zal uitstorten
אֶת
(et)
(obj.)
רוּחִֽי
(ruchi)
Mijn Geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁפָחוֹת (shefachot), ‘slavinnen’: dezelfde vertaling als in Exod. 11:5.

Naast de vrouwen staan de עֲבָדִים (avadim), ‘dienaren’.

3Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde: bloed, vuur en zuilen van rook.”
וְנָֽתַתִּי֙
(venatati)
en Ik zal geven
מֽוֹפְתִ֔ים
(mofetim)
wonderen
בַּשָּׁמַ֖יִם
(bashamayim)
in de hemel
וּבָאָ֑רֶץ
(uvaarets)
en op de aarde
דָּ֣ם
(dam)
bloed
וָאֵ֔שׁ
(vaesh)
en vuur
וְתִֽימֲר֖וֹת
(vetimarot)
en zuilen van
עָשָֽׁן
(ashan)
rook
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹפְתִים (moftim), ‘wonderen’: tekenen die verbazing wekken en op iets groters wijzen, zoals in Exod. 4:21 en 7:3.

תִּימְרוֹת עָשָׁן (timrot ashan), ‘zuilen van rook’: dezelfde uitdrukking als in Hoogl. 3:6.

De dag van Yahweh en de ontkomenen

4De zon wordt veranderd in duisternis en de maan in bloed, voordat de dag van Yahweh komt, de grote en vreeswekkende.
הַשֶּׁ֨מֶשׁ֙
(hashemesh)
de zon
יֵהָפֵ֣ךְ
(yehafekh)
zal veranderd worden
לְחֹ֔שֶׁךְ
(lechoshekh)
in duisternis
וְהַיָּרֵ֖חַ
(vehayareach)
en de maan
לְדָ֑ם
(ledam)
in bloed
לִפְנֵ֗י
(lifnei)
voor
בּ֚וֹא
(bo)
het komen van
י֣וֹם
(yom)
de dag van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
de grote
וְהַנּוֹרָֽא
(vehanora)
en de vreeswekkende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is niet rood: de profeet spreekt hier over Yahweh in de derde persoon (‘de dag van Yahweh’).

יוֹם יְהוָה (yom Yahweh), ‘de dag van Yahweh’: de dag waarop Yahweh ingrijpt. Zie ook Joël 2:1, 2:11 en 4:14.

נוֹרָא (nora), ‘vreeswekkend’: wat ontzag en vrees wekt (zo ook in Joël 2:11).

5Het zal gebeuren: ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal ontkomen. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zullen er ontkomenen zijn, zoals Yahweh gezegd heeft. Onder de overlevenden zijn zij die Yahweh roept.
וְהָיָ֗ה
(vehaya)
en het zal zijn
כֹּ֧ל
(kol)
ieder
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִקְרָ֛א
(yiqra)
aanroept
בְּשֵׁ֥ם
(beshem)
bij de naam van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
יִמָּלֵ֑ט
(yimalet)
zal ontkomen
כִּ֠י
(ki)
want
בְּהַר
(behar)
op de berg
צִיּ֨וֹן
(tsiyon)
Sion
וּבִירוּשָׁלִַ֜ם
(uvirushalaim)
en in Jeruzalem
תִּֽהְיֶ֣ה
(tihye)
zal zijn
פְלֵיטָ֗ה
(peleita)
een ontkomen rest
כַּֽאֲשֶׁר֙
(kaasher)
zoals
אָמַ֣ר
(amar)
heeft gezegd
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וּבַ֨שְּׂרִידִ֔ים
(uvaseridim)
en onder de overlevenden
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
קֹרֵֽא
(qore)
roept
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

יִמָּלֵט (yimmalet), ‘zal ontkomen’: ontsnappen, in veiligheid komen.

Dit vers is niet rood: de profeet verwijst naar wat Yahweh gezegd heeft.

פְּלֵיטָה (peletah) en שָׂרִיד (sarid): zij die ontkomen en wie overblijft na de ramp. Wie Yahweh ‘roept’ hoort bij hen.

Hand. 2:17–21 haalt dit gedeelte aan.