Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Geef en zaai, ook al weet je niet wat komt
1Stuur je brood uit over het water, want na vele dagen zul je het vinden.
שַׁלַּ֥ח
(shalach)
stuur
לַחְמְךָ֖
(lachmekha)
je brood
עַל
(al)
op
פְּנֵ֣י
(penei)
het oppervlak van
הַמָּ֑יִם
(hamayim)
het water
כִּֽי
(ki)
want
בְרֹ֥ב
(berov)
in de veelheid van
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
de dagen
תִּמְצָאֶֽנּוּ
(timtsaenu)
zul je het vinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לַחְמְךָ (lachmekha), ‘je brood’: ook ‘je voedsel’.
Het beeld ‘over het water’ wordt op verschillende manieren uitgelegd: zaaien in een overstroomd land, handel over zee, of vrijgevig zijn.
3Als de wolken vol regen worden, legen ze die uit op de aarde. En als een boom valt, in het zuiden of in het noorden: op de plaats waar de boom valt, daar zal hij zijn.
אִם
(im)
als
יִמָּלְא֨וּ
(yimaleu)
worden vol
הֶעָבִ֥ים
(heavim)
de wolken
גֶּ֨שֶׁם֙
(geshem)
regen
עַל
(al)
op
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
יָרִ֔יקוּ
(yariqu)
legen zij uit
וְאִם
(veim)
en als
יִפּ֥וֹל
(yipol)
valt
עֵ֛ץ
(ets)
boom
בַּדָּר֖וֹם
(badarom)
in het zuiden
וְאִ֣ם
(veim)
en als
בַּצָּפ֑וֹן
(batsafon)
in het noorden
מְק֛וֹם
(meqom)
plaats
שֶׁיִּפּ֥וֹל
(sheyipol)
waar valt
הָעֵ֖ץ
(haets)
de boom
שָׁ֥ם
(sham)
daar
יְהֽוּא
(yehu)
zal hij zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יְהוּא (yehu): een ongewone vorm van ‘zal zijn’.
De betekenis is duidelijk: de boom blijft liggen waar hij valt.
Het gaat om wat vaststaat; de regen en de val van de boom volgen hun eigen loop.
5Je weet niet wat de weg van de wind is, en niet hoe de beenderen zijn in de buik van de zwangere. Zo ken je ook het werk van Elohim niet, die alles doet.
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
אֵֽינְךָ֤
(einekha)
niet jij
יוֹדֵ֨עַ֙
(yodea)
weet
מַה
(ma)
wat
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
weg van
הָר֔וּחַ
(haruach)
de wind
כַּעֲצָמִ֖ים
(kaatsamim)
zoals beenderen
בְּבֶ֣טֶן
(beveten)
in buik van
הַמְּלֵאָ֑ה
(hamelea)
de zwangere
כָּ֗כָה
(kakha)
zo
לֹ֤א
(lo)
niet
תֵדַע֙
(teda)
je kent
אֶת
(et)
(obj.)
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יַעֲשֶׂ֖ה
(yaase)
maakt
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּֽל
(hakol)
alles
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רוּחַ (ruach), ‘wind’, ook ‘geest’ of ‘levensadem’.
Het Hebreeuws kan dus ook zeggen: je weet niet wat de weg van de geest is in de beenderen in de buik van de zwangere.
Wij vertalen ‘wind’.
Het Hebreeuws heeft ‘zoals … zo’: ‘zoals je niet weet … zo ken je niet’. Wij splitsen dat in twee zinnen. Bij ‘de beenderen in de buik’ staat geen werkwoord; wij vullen alleen ‘zijn’ aan.
6Zaai 's morgens je zaad en laat 's avonds je hand niet rusten. Want je weet niet welk van de twee zal slagen, dit of dat, of dat beide samen goed zijn.
בַּבֹּ֨קֶר֙
(baboqer)
in de morgen
זְרַ֣ע
(zera)
zaai
אֶת
(et)
(obj.)
זַרְעֶ֔ךָ
(zarekha)
je zaad
וְלָעֶ֖רֶב
(velaerev)
en in de avond
אַל
(al)
niet
תַּנַּ֣ח
(tanach)
laat rusten
יָדֶ֑ךָ
(yadekha)
je hand
כִּי֩
(ki)
want
אֵֽינְךָ֨
(einekha)
niet jij
יוֹדֵ֜ע
(yode)
weet
אֵ֣י
(ei)
welk
זֶ֤ה
(ze)
dit
יִכְשָׁר֙
(yikhshar)
zal slagen
הֲזֶ֣ה
(haze)
dit
אוֹ
(o)
of
זֶ֔ה
(ze)
dat
וְאִם
(veim)
en als
שְׁנֵיהֶ֥ם
(sheneihem)
beide ervan
כְּאֶחָ֖ד
(keechad)
als één
טוֹבִֽים
(tovim)
goed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִכְשָׁר (yikhshar), ‘zal slagen’: hetzelfde werkwoord als in Pred. 10:10.
8Want als de mens vele jaren leeft, zal hij zich in ze allemaal verheugen. En hij zal de dagen van de duisternis gedenken, want het zullen er veel zijn. Alles wat komt, is damp.
כִּ֣י
(ki)
want
אִם
(im)
als
שָׁנִ֥ים
(shanim)
jaren
הַרְבֵּ֛ה
(harbe)
veel
יִחְיֶ֥ה
(yichye)
leeft
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mens
בְּכֻלָּ֣ם
(bekhulam)
in hen allen
יִשְׂמָ֑ח
(yismach)
verheugt hij zich
וְיִזְכֹּר֙
(veyizkor)
en hij zal gedenken
אֶת
(et)
(obj.)
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
הַחֹ֔שֶׁךְ
(hachoshekh)
de duisternis
כִּֽי
(ki)
want
הַרְבֵּ֥ה
(harbe)
veel
יִהְי֖וּ
(yihyu)
zullen zijn
כָּל
(kal)
alles
שֶׁבָּ֥א
(sheba)
wat komt
הָֽבֶל
(havel)
damp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הֶבֶל (hevel), ‘damp’: een adem of dampwolk, iets vluchtigs.
Zo vertalen wij het woord in heel Prediker.
De werkwoorden ‘hij zal zich verheugen’ en ‘hij zal gedenken’ staan in de toekomende tijd. Ze kunnen ook als opdracht worden gelezen: ‘laat hij zich verheugen, laat hij gedenken’.
9Verheug je, jongeman, in je jeugd. Laat je hart je goed doen in de dagen van je jonge jaren. Ga in de wegen van je hart en in wat je ogen zien. Maar weet dat Elohim je voor al deze dingen in het gericht zal brengen.
שְׂמַ֧ח
(semach)
verheug je
בָּח֣וּר
(bachur)
jongeman
בְּיַלְדוּתֶ֗יךָ
(beyalduteikha)
in je jeugd
וִֽיטִֽיבְךָ֤
(vitivekha)
en laat het goed doen aan jou
לִבְּךָ֙
(libekha)
je hart
בִּימֵ֣י
(bimei)
in de dagen van
בְחוּרוֹתֶ֔ךָ
(bechurotekha)
je jonge jaren
וְהַלֵּךְ֙
(vehalekh)
en ga
בְּדַרְכֵ֣י
(bedarkhei)
in de wegen van
לִבְּךָ֔
(libekha)
je hart
וּבְמַרְאֵ֖י
(uvemarei)
en in het zien van
עֵינֶ֑יךָ
(eineikha)
je ogen
וְדָ֕ע
(veda)
en weet
כִּ֧י
(ki)
dat
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
al
אֵ֛לֶּה
(ele)
deze dingen
יְבִֽיאֲךָ֥
(yeviakha)
zal je brengen
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
בַּמִּשְׁפָּֽט
(bamishpat)
in het gericht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Verwijder de ergernis uit je hart en doe het kwaad weg uit je lichaam. Want de jeugd en het zwarte haar zijn damp.
וְהָסֵ֥ר
(vehaser)
en verwijder
כַּ֨עַס֙
(kaas)
ergernis
מִלִּבֶּ֔ךָ
(milibekha)
uit je hart
וְהַעֲבֵ֥ר
(vehaaver)
en doe weg
רָעָ֖ה
(raa)
kwaad
מִבְּשָׂרֶ֑ךָ
(mibesarekha)
uit je lichaam
כִּֽי
(ki)
want
הַיַּלְד֥וּת
(hayaldut)
de jeugd
וְהַֽשַּׁחֲר֖וּת
(vehashacharut)
en het zwarte haar
הָֽבֶל
(havel)
damp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כַּעַס (ka'as), ‘ergernis’: ook ‘verdriet, woede’.
בָּשָׂר (basar), ‘lichaam’: letterlijk ‘vlees’.
שַׁחֲרוּת (shacharut), ‘zwart haar’, van het woord voor ‘zwart’. Het kan ook verwant zijn aan het woord voor ‘morgenrood’, dan is het de morgen van het leven. Wij vertalen ‘het zwarte haar’.