Petrus verantwoordt zich in Jeruzalem; de gemeente in Antiochië
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Petrus verantwoordt zich in Jeruzalem
1De apostelen en de broers die in Judea waren, hoorden dat ook de volken het woord van Elohim hadden aangenomen.
Ἤκουσαν
(Ekousan)
hoorden
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
οἱ
(hoi)
die
ὄντες
(ontes)
waren
κατὰ
(kata)
door
τὴν
(ten)
de
Ἰουδαίαν
(Ioudaian)
Judea
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἐδέξαντο
(edexanto)
hadden aangenomen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Uitleg
ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden; wij vertalen het overal zo (zie 9:15).
Het gaat om wat in 10:44–48 gebeurde. δέχομαι (dechomai), ‘aannemen’.
2Toen Petrus naar Jeruzalem was opgegaan, twistten zij die uit de besnijdenis waren, met hem.
ὅτε
(hote)
toen
δὲ
(de)
nu
ἀνέβη
(anebe)
opging
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
διεκρίνοντο
(diekrinonto)
twistten
πρὸς
(pros)
met
αὐτὸν
(auton)
hem
οἱ
(hoi)
zij
ἐκ
(ek)
uit
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twisten’: hier ‘een geschil hebben’.
Hetzelfde werkwoord betekent in 10:20 en in vers 12 ‘twijfelen’. οἱ ἐκ περιτομῆς (hoi ek peritomes), ‘zij die uit de besnijdenis waren’: Joodse gelovigen; vergelijk 10:45.
Het verwijt gaat vooral over het eten met hen (συνέφαγες), niet alleen over het binnengaan; vergelijk 10:28.
4Petrus begon en legde het hun stap voor stap uit. Hij zei:
ἀρξάμενος
(arxamenos)
begonnen hebbend
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἐξετίθετο
(exetitheto)
legde uiteen
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
καθεξῆς
(kathexes)
in volgorde
λέγων
(legon)
zeggend
Bron: SBLGNT
5„Ik was in de stad Jafo aan het bidden en zag in een vervoering een visioen. Een voorwerp daalde neer als een grote linnen doek, aan vier hoeken neergelaten uit de hemel. Het kwam tot bij mij.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
ἤμην
(emen)
was
ἐν
(en)
in
πόλει
(polei)
stad
Ἰόππῃ
(Ioppe)
Jafo
προσευχόμενος
(proseuchomenos)
biddend
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag
ἐν
(en)
in
ἐκστάσει
(ekstasei)
vervoering
ὅραμα
(horama)
visioen
καταβαῖνον
(katabainon)
neerdalend
σκεῦός
(skeuos)
voorwerp
τι
(ti)
een
ὡς
(hos)
als
ὀθόνην
(othonen)
linnen doek
μεγάλην
(megalen)
grote
τέσσαρσιν
(tessarsin)
aan vier
ἀρχαῖς
(archais)
hoeken
καθιεμένην
(kathiemenen)
neergelaten
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ἄχρι
(achri)
tot
ἐμοῦ
(emou)
mij
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.
Uitleg
Petrus vertelt hier opnieuw wat in 10:9–16 staat.
In vers 6 staan ook θηρία (theria), ‘wilde dieren’, die in 10:12 niet genoemd worden; verder zijn de afwijkingen klein.
6Ik keek er strak naar en lette erop. Ik zag de viervoetige dieren van de aarde, de wilde dieren, de kruipende dieren en de vogels van de hemel.
εἰς
(eis)
naar
ἣν
(hen)
welke
ἀτενίσας
(atenisas)
strak kijkend
κατενόουν
(katenooun)
ik beschouwde
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag
τὰ
(ta)
de
τετράποδα
(tetrapoda)
viervoetige dieren
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
θηρία
(theria)
wilde dieren
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἑρπετὰ
(herpeta)
kruipende dieren
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
πετεινὰ
(peteina)
vogels
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
7Ik hoorde ook een stem tegen mij zeggen: ‘Sta op, Petrus, slacht en eet.’
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
φωνῆς
(phones)
stem
λεγούσης
(legouses)
zeggend
μοι
(moi)
tot mij
Ἀναστάς
(Anastas)
opgestaan
Πέτρε
(Petre)
Petrus
θῦσον
(thyson)
slacht
καὶ
(kai)
en
φάγε
(phage)
eet
Bron: SBLGNT
8Ik zei: ‘Volstrekt niet, Heer! Want nooit is iets onheiligs of onreins in mijn mond gekomen.’
εἶπον
(eipon)
zei ik
δέ
(de)
nu
Μηδαμῶς
(Medamos)
volstrekt niet
κύριε
(kyrie)
Heer
ὅτι
(hoti)
want
κοινὸν
(koinon)
onheilig
ἢ
(e)
of
ἀκάθαρτον
(akatharton)
onrein
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
kwam
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
9Voor de tweede keer antwoordde een stem uit de hemel: ‘Wat Elohim gereinigd heeft, noem jij niet onheilig.’
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
δὲ
(de)
nu
φωνὴ
(phone)
stem
ἐκ
(ek)
voor
δευτέρου
(deuterou)
de tweede keer
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Ἃ
(Ha)
wat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκαθάρισεν
(ekatharisen)
heeft gereinigd
σὺ
(sy)
jij
μὴ
(me)
niet
κοίνου
(koinou)
noem onheilig
Bron: SBLGNT
10Dit gebeurde driemaal, en alles werd weer opgetrokken naar de hemel.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
nu
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ἐπὶ
(epi)
tot
τρίς
(tris)
driemaal
καὶ
(kai)
en
ἀνεσπάσθη
(anespasthe)
werd opgetrokken
πάλιν
(palin)
weer
ἅπαντα
(hapanta)
alles
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
Bron: SBLGNT
11En zie, meteen stonden drie mannen bij het huis waar wij waren, gezonden van Caesarea naar mij toe.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἐξαυτῆς
(exautes)
meteen
τρεῖς
(treis)
drie
ἄνδρες
(andres)
mannen
ἐπέστησαν
(epestesan)
stonden
ἐπὶ
(epi)
bij
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
welk
ἦμεν
(emen)
wij waren
ἀπεσταλμένοι
(apestalmenoi)
gezonden
ἀπὸ
(apo)
van
Καισαρείας
(Kaisareias)
Caesarea
πρός
(pros)
naar
με
(me)
mij
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.
Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.
Uitleg
τρεῖς ἄνδρες (treis andres), ‘drie mannen’: in 10:7 zijn het twee huisknechten en een soldaat.
De SBLGNT heeft in 10:19 alleen ‘mannen’.
12De Geest zei mij zonder te twijfelen met hen mee te gaan. Ook deze zes broers gingen met mij mee, en wij gingen het huis van die man binnen.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
Geest
μοι
(moi)
mij
συνελθεῖν
(synelthein)
mee te gaan
αὐτοῖς
(autois)
met hen
μηδὲν
(meden)
niets
διακρίναντα
(diakrinanta)
twijfelend
ἦλθον
(elthon)
gingen
δὲ
(de)
nu
σὺν
(syn)
met
ἐμοὶ
(emoi)
mij
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἓξ
(hex)
zes
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
οὗτοι
(houtoi)
deze
καὶ
(kai)
en
εἰσήλθομεν
(eiselthomen)
wij gingen binnen
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
τοῦ
(tou)
van de
ἀνδρός
(andros)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg
τὸ πνεῦμα (to pneuma), ‘de Geest’: de Geest van Elohim, zoals in 10:19–20.
Het Grieks geeft de woorden van de Geest hier als onrechtstreekse rede (‘zei mij mee te gaan’).
Wij zetten alleen de rechtstreekse rede van de Geest rood (met aanhalingstekens, zoals in 10:19–20); onrechtstreekse rede blijft zwart, zoals in 20:23 en 21:4.
De ‘zes broers’ zijn waarschijnlijk de ‘enkele broers uit Jafo’ van 10:23.
13Hij berichtte ons hoe hij de engel in zijn huis had zien staan, die zei: ‘Zend naar Jafo en laat Simon halen, die Petrus genoemd wordt.
ἀπήγγειλεν
(apengeilen)
berichtte
δὲ
(de)
nu
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
πῶς
(pos)
hoe
εἶδεν
(eiden)
hij zag
τὸν
(ton)
de
ἄγγελον
(angelon)
engel
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
σταθέντα
(stathenta)
staand
καὶ
(kai)
en
εἰπόντα
(eiponta)
zeggend
Ἀπόστειλον
(Aposteilon)
zend
εἰς
(eis)
naar
Ἰόππην
(Ioppen)
Jafo
καὶ
(kai)
en
μετάπεμψαι
(metapempsai)
laat halen
Σίμωνα
(Simona)
Simon
τὸν
(ton)
die
ἐπικαλούμενον
(epikaloumenon)
genoemd wordt
Πέτρον
(Petron)
Petrus
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.
Uitleg
Hier staat ἀπόστειλον (aposteilon), ‘zend’, van ἀποστέλλω; in 10:5 en 10:32 staat πέμψον (pempson), ‘stuur’, van πέμπω.
Wij houden dat verschil.
De belofte in vers 14 (‘waardoor jij gered zult worden, jij en heel je huis’) staat niet in 10:3–6 of 10:30–32; Petrus vertelt hier iets wat Cornelius in hoofdstuk 10 niet zei.
17Als Elohim hun dus dezelfde gave heeft gegeven als ook ons, die in de Heer Yeshua de Messias geloofd hebben, wie was ik dan om Elohim tegen te houden?”
Het Grieks heeft één lange voorwaardelijke zin (‘Als … wie was ik dan …?’); splitsen zou de redenering veranderen.
18Toen zij dit hoorden, werden zij stil en verheerlijkten Elohim. Zij zeiden: „Dan heeft Elohim dus ook aan de volken de bekering tot leven gegeven.”
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
nu
ταῦτα
(tauta)
dit
ἡσύχασαν
(hesychasan)
werden stil
καὶ
(kai)
en
ἐδόξασαν
(edoxasan)
verheerlijkten
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἄρα
(Ara)
dus
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
aan de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὴν
(ten)
de
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
εἰς
(eis)
tot
ζωὴν
(zoen)
leven
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἡσυχάζω (hesychazo), ‘stil worden’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: letterlijk ‘verandering van denken’; wij vertalen het werkwoord μετανοέω overal met ‘zich bekeren’.
De gemeente in Antiochië
19Zij die verstrooid waren door de verdrukking die naar aanleiding van Stefanus was ontstaan, trokken door tot in Fenicië, Cyprus en Antiochië. Zij spraken het woord tot niemand, behalve alleen tot Joden.
Οἱ
(Hoi)
zij
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
διασπαρέντες
(diasparentes)
verstrooid zijnd
ἀπὸ
(apo)
door
τῆς
(tes)
de
θλίψεως
(thlipseos)
verdrukking
τῆς
(tes)
die
γενομένης
(genomenes)
ontstond
ἐπὶ
(epi)
naar aanleiding van
Στεφάνῳ
(Stephano)
Stefanus
διῆλθον
(dielthon)
trokken door
ἕως
(heos)
tot
Φοινίκης
(Phoinikes)
Fenicië
καὶ
(kai)
en
Κύπρου
(Kyprou)
Cyprus
καὶ
(kai)
en
Ἀντιοχείας
(Antiocheias)
Antiochië
μηδενὶ
(medeni)
aan niemand
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekend
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
εἰ
(ei)
tenzij
μὴ
(me)
niet
μόνον
(monon)
alleen
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
aan Joden
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Fenicië (kuststreek): Fenicië was de kuststrook aan de Middellandse Zee rond Tyrus en Sidon, nu vooral Libanon, met de aangrenzende kust van Israël en Syrië.
De grenzen zijn niet scherp.
Zie Cyprus: Cyprus is een eiland in het oosten van de Middellandse Zee, voor de kust van Syrië en Zuid-Turkije.
Barnabas kwam er vandaan.
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
Uitleg
θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’.
De vervolging na de dood van Stefanus staat in 8:1. Φοινίκη (Phoinike), ‘Fenicië’: de kuststreek rond Tyrus en Sidon. Ἀντιόχεια (Antiocheia), ‘Antiochië’: de stad in Syrië.
20Sommigen van hen waren mannen uit Cyprus en Cyrene. Toen zij in Antiochië kwamen, spraken zij ook tot de Hellenisten en brachten de goede boodschap over de Heer Yeshua.
ἦσαν
(esan)
waren
δέ
(de)
nu
τινες
(tines)
sommigen
ἐξ
(ex)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἄνδρες
(andres)
mannen
Κύπριοι
(Kyprioi)
uit Cyprus
καὶ
(kai)
en
Κυρηναῖοι
(Kyrenaioi)
uit Cyrene
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐλθόντες
(elthontes)
gekomen
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
ἐλάλουν
(elaloun)
spraken
καὶ
(kai)
ook
πρὸς
(pros)
tot
τοὺς
(tous)
de
Ἑλληνιστάς
(Hellenistas)
Hellenisten
εὐαγγελιζόμενοι
(euangelizomenoi)
de goede boodschap brengend
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Cyprus: Cyprus is een eiland in het oosten van de Middellandse Zee, voor de kust van Syrië en Zuid-Turkije.
Barnabas kwam er vandaan.
Zie Cyrene: Cyrene was de hoofdstad van Cyrenaica, in het noordoosten van het huidige Libië.
Er woonde een grote Joodse gemeenschap.
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
Uitleg
Ἑλληνιστής (Hellenistes), ‘Hellenist’: zie 9:29 en 6:1.
Hier staat het tegenover vers 19 (‘alleen tot Joden’); daarom zijn hier waarschijnlijk niet-Joden bedoeld die Grieks spraken. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.
Lezing
Sommige handschriften hebben Ἕλληνας (Hellenas), ‘Grieken’, in plaats van Ἑλληνιστάς.
21De hand van de Heer was met hen, en een groot aantal dat geloofd had, keerde zich tot de Heer.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
χεὶρ
(cheir)
hand
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
πολύς
(polys)
groot
τε
(te)
en
ἀριθμὸς
(arithmos)
aantal
ὁ
(ho)
die
πιστεύσας
(pisteusas)
geloofd had
ἐπέστρεψεν
(epestrepsen)
keerde zich
ἐπὶ
(epi)
tot
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg
χεὶρ κυρίου (cheir kyriou), ‘de hand van de Heer’: een beeld voor Zijn kracht, zoals ‘de hand van Yahweh’ in het Oude Testament (bijvoorbeeld Exod. 9:3; Richt. 2:15).
Hier gaat het om de Heer Yeshua van vers 20; daarom ‘Heer’. ἐπιστρέφω (epistrepho), ‘zich keren’: zie 9:35.
22Het bericht over hen kwam terecht in de oren van de gemeente in Jeruzalem. Zij zonden Barnabas uit tot aan Antiochië.
ἠκούσθη
(ekousthe)
werd gehoord
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
bericht
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
de
ὦτα
(ota)
oren
τῆς
(tes)
van de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
τῆς
(tes)
die
οὔσης
(ouses)
was
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
περὶ
(peri)
over
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐξαπέστειλαν
(exapesteilan)
zonden uit
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
ἕως
(heos)
tot
Ἀντιοχείας
(Antiocheias)
Antiochië
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
Uitleg
ἐξαπέστειλαν (exapesteilan), ‘zonden uit’, van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’: zie 9:30.
‘In de oren’ is een Hebreeuwse uitdrukking voor ‘ter ore komen’.
23Toen hij aankwam en de genade van Elohim zag, verheugde hij zich. Hij spoorde allen aan om met een vast voornemen van hun hart bij de Heer te blijven.
ὃς
(hos)
die
παραγενόμενος
(paragenomenos)
aangekomen
καὶ
(kai)
en
ἰδὼν
(idon)
gezien hebbend
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τὴν
(ten)
die
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐχάρη
(echare)
verheugde zich
καὶ
(kai)
en
παρεκάλει
(parekalei)
spoorde aan
πάντας
(pantas)
allen
τῇ
(te)
met het
προθέσει
(prothesei)
voornemen
τῆς
(tes)
van het
καρδίας
(kardias)
hart
προσμένειν
(prosmenein)
te blijven
τῷ
(to)
bij de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg
χάρις (charis), ‘genade’. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘bemoedigen’ of ‘vertroosten’; verwant aan παράκλησις (9:31). πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’: een vaste wil.
24Want hij was een goed man, vol van de Heilige Geest en van geloof. Een flinke menigte werd bij de Heer gevoegd.
ὅτι
(hoti)
want
ἦν
(en)
hij was
ἀνὴρ
(aner)
man
ἀγαθὸς
(agathos)
goed
καὶ
(kai)
en
πλήρης
(pleres)
vol
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
καὶ
(kai)
en
πίστεως
(pisteos)
van geloof
καὶ
(kai)
en
προσετέθη
(prosetethe)
werd toegevoegd
ὄχλος
(ochlos)
menigte
ἱκανὸς
(hikanos)
aanzienlijke
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
25Hij vertrok naar Tarsus om Saulus op te sporen,
ἐξῆλθεν
(exelthen)
vertrok
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
naar
Ταρσὸν
(Tarson)
Tarsus
ἀναζητῆσαι
(anazetesai)
op te sporen
Σαῦλον
(Saulon)
Saulus
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Tarsus: Tarsus, de stad waar Saulus geboren werd, lag in Cilicië, in het zuidoosten van het huidige Turkije, bij Mersin.
26en toen hij hem had gevonden, bracht hij hem naar Antiochië. Het gebeurde dat zij ook een heel jaar in de gemeente bijeenkwamen en een flinke menigte onderwezen. In Antiochië werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
καὶ
(kai)
en
εὑρὼν
(heuron)
gevonden hebbend
ἤγαγεν
(egagen)
bracht
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
αὐτοῖς
(autois)
met hen
καὶ
(kai)
ook
ἐνιαυτὸν
(eniauton)
jaar
ὅλον
(holon)
heel
συναχθῆναι
(synachthenai)
bijeen te komen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
καὶ
(kai)
en
διδάξαι
(didaxai)
te onderwijzen
ὄχλον
(ochlon)
menigte
ἱκανόν
(hikanon)
aanzienlijke
χρηματίσαι
(chrematisai)
genoemd te worden
τε
(te)
en
πρώτως
(protos)
voor het eerst
ἐν
(en)
in
Ἀντιοχείᾳ
(Antiocheia)
Antiochië
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
Χριστιανούς
(Christianous)
Christenen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
Uitleg
χρηματίζω (chrematizo): hier ‘genoemd worden’ (in 10:22 ‘de aanwijzing krijgen’). Χριστιανός (Christianos), ‘Christen’: letterlijk ‘aanhanger van de Messias’, van χριστός (christos), ‘Messias’, ‘gezalfde’.
Het woord staat in het Nieuwe Testament nog in Hand. 26:28 en 1 Petr. 4:16.
27In die dagen kwamen er profeten van Jeruzalem af naar Antiochië.
Ἐν
(En)
in
ταύταις
(tautais)
deze
δὲ
(de)
nu
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
κατῆλθον
(katelthon)
kwamen af
ἀπὸ
(apo)
van
Ἱεροσολύμων
(Hierosolymon)
Jeruzalem
προφῆται
(prophetai)
profeten
εἰς
(eis)
naar
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.
Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.
Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.
28Een van hen, Agabus genaamd, stond op en gaf door de Geest te kennen dat er een grote hongersnood zou komen over de hele bewoonde wereld. Die kwam onder Claudius.
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
δὲ
(de)
nu
εἷς
(heis)
één
ἐξ
(ex)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ἅγαβος
(Hagabos)
Agabus
ἐσήμανεν
(esemanen)
gaf te kennen
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
λιμὸν
(limon)
hongersnood
μεγάλην
(megalen)
grote
μέλλειν
(mellein)
op het punt staan
ἔσεσθαι
(esesthai)
te zullen zijn
ἐφ’
(eph’)
over
ὅλην
(holen)
heel
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
ἥτις
(hetis)
die
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐπὶ
(epi)
onder
Κλαυδίου
(Klaudiou)
Claudius
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἅγαβος (Hagabos), ‘Agabus’: een profeet; hij komt ook voor in 21:10. διὰ τοῦ πνεύματος (dia tou pneumatos), ‘door de Geest’: de Heilige Geest gaf hem de boodschap. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: de wereld die Grieken en Romeinen kenden. Κλαύδιος (Klaudios), ‘Claudius’: de Romeinse keizer Claudius (hij regeerde van 41 tot 54 n.Chr.).
29De leerlingen besloten, ieder naar zijn vermogen, hulp te sturen aan de broers die in Judea woonden.
τῶν
(ton)
van de
δὲ
(de)
nu
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
καθὼς
(kathos)
naarmate
εὐπορεῖτό
(euporeito)
beschikte over middelen
τις
(tis)
iemand
ὥρισαν
(horisan)
besloten
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
αὐτῶν
(auton)
van hen
εἰς
(eis)
tot
διακονίαν
(diakonian)
hulp
πέμψαι
(pempsai)
te sturen
τοῖς
(tois)
aan de
κατοικοῦσιν
(katoikousin)
wonenden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἰουδαίᾳ
(Ioudaia)
Judea
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Uitleg
διακονία (diakonia), ‘hulp’: hier een gift voor de nood van de broers in Judea; het woord is verwant aan διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. εὐπορέω (euporeo), ‘over middelen beschikken’: ieder gaf naar vermogen.
30Dat deden zij ook: zij zonden het naar de ouderlingen, via Barnabas en Saulus.
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
ἐποίησαν
(epoiesan)
zij deden
ἀποστείλαντες
(aposteilantes)
gezonden hebbend
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
ouderlingen
διὰ
(dia)
door
χειρὸς
(cheiros)
hand
Βαρναβᾶ
(Barnaba)
van Barnabas
καὶ
(kai)
en
Σαύλου
(Saulou)
Saulus
Bron: SBLGNT
Uitleg
πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderlingen’: de leiders van de gemeente; in de gemeente vertalen wij het woord overal zo (ook 15:2).
In de evangeliën, en bij de leiders van het volk, staat ‘oudsten’. διὰ χειρός (dia cheiros), ‘door de hand van’: door bemiddeling van.