Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Jotam wordt koning
1Jotam was 25 jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde 16 jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Jerusa, de dochter van Zadok.
בֶּן
(ben)
zoon van
עֶשְׂרִ֨ים
(esrim)
twintig
וְחָמֵ֤שׁ
(vechamesh)
en vijf
שָׁנָה֙
(shana)
jaar
יוֹתָ֣ם
(yotam)
Jotam
בְּמָלְכ֔וֹ
(bemalekho)
toen hij koning werd
וְשֵׁשׁ
(veshesh)
en zes
עֶשְׂרֵ֣ה
(esre)
tien
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
מָלַ֖ךְ
(malakh)
regeerde
בִּֽירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וְשֵׁ֣ם
(veshem)
en de naam van
אִמּ֔וֹ
(imo)
zijn moeder
יְרוּשָׁ֖ה
(yerusha)
Jerusa
בַּת
(bat)
dochter van
צָדֽוֹק
(tsadoq)
Zadok
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Dit hoofdstuk komt overeen met 2 Kon. 15:32–38.
Daar staat ook ‘Jerusa, de dochter van Zadok’ (2 Kon. 15:33).
2Hij deed wat juist was in de ogen van Yahweh, precies zoals zijn vader Uzzia had gedaan. Alleen ging hij niet de tempel van Yahweh binnen. Het volk handelde nog steeds verdorven.
וַיַּ֨עַשׂ
(vayaas)
en hij deed
הַיָּשָׁ֜ר
(hayashar)
het juiste
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כְּכֹ֤ל
(kekhol)
volgens alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
עָשָׂה֙
(asa)
deed
עֻזִּיָּ֣הוּ
(uziyahu)
Uzzia
אָבִ֔יו
(aviv)
zijn vader
רַ֕ק
(raq)
alleen
לֹא
(lo)
niet
בָ֖א
(ba)
ging binnen
אֶל
(el)
naar
הֵיכַ֣ל
(heikhal)
de tempel van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְע֥וֹד
(veod)
en nog
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
מַשְׁחִיתִֽים
(mashchitim)
verdorven handelend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Uzzia ging wel de tempel binnen en werd daarvoor getroffen (2 Kron. 26:16–21).
Jotam deed dat niet.
מַשְׁחִיתִים (mashchitim), ‘verdorven handelend’: het werkwoord betekent letterlijk ‘verderven’, hier in de zin van verkeerd en verdorven leven. Zie ook 2 Kon. 15:35, waar staat dat de hoogten bleven.
3Hij bouwde de Bovenpoort van het huis van Yahweh. Ook bouwde hij veel aan de muur van de Ofel.
ה֗וּא
(hu)
hij
בָּנָ֛ה
(bana)
bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
שַׁ֥עַר
(shaar)
de poort van
בֵּית
(beit)
het huis van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
הָעֶלְי֑וֹן
(haelyon)
de bovenste
וּבְחוֹמַ֥ת
(uvechomat)
en aan de muur van
הָעֹ֛פֶל
(haofel)
de Ofel
בָּנָ֖ה
(bana)
bouwde
לָרֹֽב
(larov)
veel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De Ofel (הָעֹפֶל, ha’ofel) is de heuvel ten zuiden van de tempelberg in Jeruzalem.
De ligging is waarschijnlijk.
De Bovenpoort van het huis van Yahweh is de poort aan de bovenkant van de tempelvoorhof.
Haar precieze ligging is onzeker.
Zie Bovenste poort van het huis van Yahweh (ligging onzeker): De bovenste poort van het huis van Yahweh lag aan de noordkant van het tempelplein in Jeruzalem.
De precieze plaats is niet zeker.
Uitleg
Zie 2 Kon. 15:35, waar dezelfde poort ‘de bovenste poort van het huis van Yahweh’ heet.
5Hij voerde oorlog met de koning van de Ammonieten en overwon hen. In dat jaar gaven de Ammonieten hem 100 talent zilver, 10.000 kor tarwe en 10.000 kor gerst. Dat brachten de Ammonieten hem ook in het tweede en in het derde jaar.
וְ֠הוּא
(vehu)
en hij
נִלְחַ֞ם
(nilcham)
voerde oorlog
עִם
(im)
met
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
de koning van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עַמּוֹן֮
(amon)
Ammon
וַיֶּחֱזַ֣ק
(vayechezaq)
en overwon
עֲלֵיהֶם֒
(aleihem)
hen
וַיִּתְּנוּ
(vayitenu)
en gaven
ל֨וֹ
(lo)
hem
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
עַמּ֜וֹן
(amon)
Ammon
בַּשָּׁנָ֣ה
(bashana)
in het jaar
הַהִ֗יא
(hahi)
dat
מֵאָה֙
(mea)
honderd
כִּכַּר
(kikar)
talent
כֶּ֔סֶף
(kesef)
zilver
וַעֲשֶׂ֨רֶת
(vaaseret)
en tien
אֲלָפִ֤ים
(alafim)
duizend
כֹּרִים֙
(korim)
kor
חִטִּ֔ים
(chitim)
tarwe
וּשְׂעוֹרִ֖ים
(useorim)
en gerst
עֲשֶׂ֣רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִ֑ים
(alafim)
duizend
זֹ֗את
(zot)
dit
הֵשִׁ֤יבוּ
(heshivu)
brachten terug
לוֹ֙
(lo)
hem
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַמּ֔וֹן
(amon)
Ammon
וּבַשָּׁנָ֥ה
(uvashana)
en in het jaar
הַשֵּׁנִ֖ית
(hashenit)
het tweede
וְהַשְּׁלִשִֽׁית
(vehashelishit)
en het derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כִּכַּר (kikkar), ‘talent’: een gewicht van 3.000 sikkel, ongeveer 34 kilogram. 100 talent is dus ongeveer 3,4 ton.
כֹּר (kor): een inhoudsmaat van ongeveer 220 liter. 10.000 kor is dus ongeveer 2,2 miljoen liter.
הֵשִׁיבוּ (heshivu), ‘brachten terug’: letterlijk ‘lieten terugkeren’. Het gaat om jaarlijkse schatting.