Elohim Bijbel

Ezechiël 48

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748

De verdeling van het land onder de stammen en de stad Yahweh is daar

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De stammen in het noorden

1Dit zijn de namen van de stammen. Vanaf het noordelijke uiteinde, langs de weg van Chetlon naar Lebo-Chamat en Chasar-Enan, de grens van Damascus in het noorden, naast Chamat, liggen voor hem de oostzijde en de westzijde: Dan, één deel.
וְאֵ֖לֶּה
(veele)
en dit
שְׁמ֣וֹת
(shemot)
namen van
הַשְּׁבָטִ֑ים
(hashevatim)
de stammen
מִקְצֵ֣ה
(miqtse)
vanaf het uiteinde
צָפ֡וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
אֶל
(el)
naar
יַ֣ד
(yad)
zijde van
דֶּֽרֶךְ
(derekh)
weg van
חֶתְלֹ֣ן
(chetlon)
Chetlon
לְֽבוֹא
(levo)
naar het binnenkomen van
חֲמָ֡ת
(chamat)
Chamat
חֲצַ֣ר
(chatsar)
Chasar
עֵינָן֩
(einan)
Enan
גְּב֨וּל
(gevul)
grens van
דַּמֶּ֤שֶׂק
(dameseq)
Damascus
צָפ֨וֹנָה֙
(tsafona)
noordwaarts
אֶל
(el)
naar
יַ֣ד
(yad)
zijde van
חֲמָ֔ת
(chamat)
Chamat
וְהָיוּ
(vehayu)
en zij zullen zijn
ל֧וֹ
(lo)
voor hem
פְאַת
(peat)
zijde van
קָדִ֛ים
(qadim)
oost
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
דָּ֥ן
(dan)
Dan
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chetlon (ligging onzeker): Chetlon (Hetlon) ligt aan de noordgrens van het land in Ezechiël 47:15, waarschijnlijk bij Heitela, ten noorden van Tripoli.

Dit is niet zeker.

Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.

Zie Chasar-Enan (ligging onzeker): Chasar-Enan (Chasar-Enon) is de noordoostelijke hoek van de grens van het land (Ezechiël 47:17; 48:1), mogelijk het huidige al-Qaryatayn.

Dit is niet zeker.

Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.

Uitleg

לְבוֹא חֲמָת (lavo Chamat), ‘naar de ingang van Chamat’: zie de uitleg bij Ezech. 47:20.

חֲצַר עֵינָן (Chatsar Enan), ‘Chasar-Enan’: ook Num. 34:9.

In Ezech. 47:17 staat de vorm Chasar-Enon.

הַיָּם (hayyam), ‘de zee’: letterlijk staat er ‘de zee’; dat is de westzijde. Elke stam krijgt een strook land van de oostgrens tot de zee. אֶחָד (echad), ‘één’: een deel voor elke stam.

De verdeling begint in het noorden bij Dan en loopt naar het zuiden. De volgorde van de stammen is anders dan in andere lijsten van Israël.

2Aan de grens van Dan, van de oostzijde tot de westzijde: Aser, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
דָּ֗ן
(dan)
Dan
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ים
(qadim)
oost
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
אָשֵׁ֥ר
(asher)
Aser
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Aan de grens van Aser, van de oostzijde tot de westzijde: Naftali, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
אָשֵׁ֗ר
(asher)
Aser
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ימָה
(qadima)
oostwaarts
וְעַד
(vead)
en tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
נַפְתָּלִ֥י
(naftali)
Naftali
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Aan de grens van Naftali, van de oostzijde tot de westzijde: Manasse, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
נַפְתָּלִ֗י
(naftali)
Naftali
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛מָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
מְנַשֶּׁ֥ה
(menashe)
Manasse
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Aan de grens van Manasse, van de oostzijde tot de westzijde: Efraïm, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛מָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
אֶפְרַ֥יִם
(efrayim)
Efraïm
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Aan de grens van Efraïm, van de oostzijde tot de westzijde: Ruben, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
אֶפְרַ֗יִם
(efrayim)
Efraïm
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ים
(qadim)
oost
וְעַד
(vead)
en tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
רְאוּבֵ֥ן
(reuven)
Ruben
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Aan de grens van Ruben, van de oostzijde tot de westzijde: Juda, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
רְאוּבֵ֗ן
(reuven)
Ruben
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ים
(qadim)
oost
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
יְהוּדָ֥ה
(yehuda)
Juda
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De heilige heffing

8Aan de grens van Juda, van de oostzijde tot de westzijde, ligt de heffing die jullie heffen: 25.000 breed. De lengte is gelijk aan een van de delen, van de oostzijde tot de westzijde. Het heiligdom is in het midden ervan.
וְעַל֙
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֖ים
(qadim)
oost
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֑מָּה
(yama)
west
תִּהְיֶ֣ה
(tihye)
zal zijn
הַתְּרוּמָ֣ה
(hateruma)
de heffing
אֲֽשֶׁר
(asher)
die
תָּרִ֡ימוּ
(tarimu)
jullie zullen heffen
חֲמִשָּׁה֩
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִ֨ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֜לֶף
(elef)
duizend
רֹ֗חַב
(rochav)
breedte
וְאֹ֜רֶךְ
(veorekh)
en lengte
כְּאַחַ֤ד
(keachad)
als één van
הַחֲלָקִים֙
(hachalaqim)
de delen
מִפְּאַ֤ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֨ימָה֙
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֔מָּה
(yama)
west
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en het zal zijn
הַמִּקְדָּ֖שׁ
(hamiqdash)
het heiligdom
בְּתוֹכֽוֹ
(betokho)
in het midden ervan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַתְּרוּמָה (hatterumah), ‘de heffing’: het deel van het land dat voor Yahweh wordt afgezonderd.

Het wordt ook zo genoemd in Ezech. 45:1.

Het getal 25.000 heeft in de tekst geen maateenheid.

Zie ook de maten in Ezech. 45:1–5.

9De heffing die jullie voor Yahweh heffen, is 25.000 lang en 10.000 breed.
הַתְּרוּמָ֕ה
(hateruma)
de heffing
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תָּרִ֖ימוּ
(tarimu)
jullie zullen heffen
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
aan Yahweh
אֹ֗רֶךְ
(orekh)
lengte
חֲמִשָּׁ֤ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
וְרֹ֖חַב
(verochav)
en breedte
עֲשֶׂ֥רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִֽים
(alafim)
duizenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Voor hen komt de heilige heffing, voor de priesters: aan de noordzijde 25.000, aan de westzijde 10.000 breed, aan de oostzijde 10.000 breed en aan de zuidzijde 25.000 lang. Het heiligdom van Yahweh is in het midden ervan.
וּ֠לְאֵ֜לֶּה
(uleele)
en voor deze
תִּהְיֶ֣ה
(tihye)
zal zijn
תְרֽוּמַת
(terumat)
heffing van
הַקֹּדֶשׁ֮
(haqodesh)
het heilige
לַכֹּֽהֲנִים֒
(lakohanim)
voor de priesters
צָפ֜וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
חֲמִשָּׁ֧ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִ֣ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֗לֶף
(elef)
duizend
וְיָ֨מָּה֙
(veyama)
en westwaarts
רֹ֚חַב
(rochav)
breedte
עֲשֶׂ֣רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
וְקָדִ֗ימָה
(veqadima)
en oostwaarts
רֹ֚חַב
(rochav)
breedte
עֲשֶׂ֣רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
וְנֶ֕גְבָּה
(venegba)
en zuidwaarts
אֹ֕רֶךְ
(orekh)
lengte
חֲמִשָּׁ֥ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en het zal zijn
מִקְדַּשׁ
(miqdash)
heiligdom van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּתוֹכֽוֹ
(betokho)
in het midden ervan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De priesters en de Levieten

11Het is voor de priesters die gewijd zijn, uit de zonen van Zadok. Zij hebben Mijn dienst waargenomen. Zij zijn niet afgedwaald toen de zonen van Israël afdwaalden, zoals de Levieten afdwaalden.
לַכֹּהֲנִ֤ים
(lakohanim)
voor de priesters
הַֽמְקֻדָּשׁ֙
(hamqudash)
de gewijde
מִבְּנֵ֣י
(mibenei)
van de zonen van
צָד֔וֹק
(tsadoq)
Zadok
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
שָׁמְר֖וּ
(shameru)
hebben waargenomen
מִשְׁמַרְתִּ֑י
(mishmarti)
Mijn dienst
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
תָע֗וּ
(tau)
zijn afgedwaald
בִּתְעוֹת֙
(bitot)
bij het afdwalen van
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
תָּע֖וּ
(tau)
zij zijn afgedwaald
הַלְוִיִּֽם
(halviyim)
de Levieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמְקֻדָּשׁ (hammequddash), ‘de gewijde’: het gaat om priesters die voor hun dienst zijn afgezonderd.

צָדוֹק (Tsadoq), ‘Zadok’: zie Ezech. 44:15, waar deze priesters worden genoemd.

12Zij krijgen een eigen gave uit de heffing van het land: iets hoogheiligs, naast het gebied van de Levieten.
וְהָיְתָ֨ה
(vehayeta)
en het zal zijn
לָהֶ֧ם
(lahem)
voor hen
תְּרוּמִיָּ֛ה
(terumiya)
gave
מִתְּרוּמַ֥ת
(miterumat)
uit de heffing van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
heilig
קָדָשִׁ֑ים
(qadashim)
van heiligen
אֶל
(el)
naast
גְּב֖וּל
(gevul)
grens van
הַלְוִיִּֽם
(halviyim)
de Levieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּרוּמִיָּה (terumiyyah), ‘gave’: een zeldzame vorm van het woord terumah (‘heffing’).

13De Levieten krijgen, langs het gebied van de priesters, 25.000 in de lengte en 10.000 in de breedte. De hele lengte is 25.000 en de breedte 10.000.
וְהַלְוִיִּ֗ם
(vehalviyim)
en de Levieten
לְעֻמַּת֙
(leumat)
langs
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
הַכֹּהֲנִ֔ים
(hakohanim)
de priesters
חֲמִשָּׁ֨ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
אֹ֔רֶךְ
(orekh)
lengte
וְרֹ֖חַב
(verochav)
en breedte
עֲשֶׂ֣רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִ֑ים
(alafim)
duizenden
כָּל
(kal)
heel
אֹ֗רֶךְ
(orekh)
lengte
חֲמִשָּׁ֤ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
וְרֹ֖חַב
(verochav)
en breedte
עֲשֶׂ֥רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִֽים
(alafim)
duizenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt hier ‘de hele lengte 25.000 en de breedte 10.000’.

Samen zijn de delen van de priesters en van de Levieten 10.000 plus 10.000 breed.

Sommige oude vertalingen lezen daarom 20.000.

Wij volgen de Hebreeuwse tekst.

14Men mag er niets van verkopen, het niet ruilen en dit eerste deel van het land niet overdragen. Want het is heilig voor Yahweh.
וְלֹא
(velo)
en niet
יִמְכְּר֣וּ
(yimkeru)
zullen verkopen
מִמֶּ֗נּוּ
(mimenu)
ervan
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָמֵ֛ר
(yamer)
zal ruilen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יַעֲבִ֖יר
(yaavir)
zal overdragen
רֵאשִׁ֣ית
(reshit)
het eerste van
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
כִּי
(ki)
want
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heilig
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֵאשִׁית (reshit), ‘het eerste’: het beste of eerste deel van het land.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat יעבור (ya’avor), ‘hij zal overgaan’.

De voorgelezen tekst (qere) is יַעֲבִיר (ya’avir), ‘hij zal overdragen’.

Wij volgen de qere.

Het gebied van de stad

15De overige 5.000 in de breedte, langs de 25.000, zijn gewoon land. Het is voor de stad, voor woonplaatsen en weidegrond. De stad ligt in het midden ervan.
וַחֲמֵ֨שֶׁת
(vachameshet)
en vijf
אֲלָפִ֜ים
(alafim)
duizenden
הַנּוֹתָ֣ר
(hanotar)
wat overblijft
בָּרֹ֗חַב
(barochav)
in de breedte
עַל
(al)
langs
פְּנֵ֨י
(penei)
voorkant van
חֲמִשָּׁ֤ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
חֹֽל
(chol)
niet-heilig
ה֣וּא
(hu)
het
לָעִ֔יר
(lair)
voor de stad
לְמוֹשָׁ֖ב
(lemoshav)
tot woonplaats
וּלְמִגְרָ֑שׁ
(ulemigrash)
en tot weidegrond
וְהָיְתָ֥ה
(vehayeta)
en zal zijn
הָעִ֖יר
(hair)
de stad
בְּתוֹכֽוֹ
(betokho)
in het midden ervan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹל (chol), ‘gewoon, niet heilig’: het tegenovergestelde van heilig.

Dit deel mag voor wonen en voor gewoon gebruik dienen.

וּלְמִגְרָשׁ (ulemigrash), ‘weidegrond’: zoals in Num. 35:2.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat בתוכה (betochah), ‘in haar midden’.

De voorgelezen tekst (qere) is בְּתוֹכוֹ (betocho), ‘in zijn midden’.

Wij volgen de qere.

16Dit zijn haar maten: de noordzijde 4.500, de zuidzijde 4.500, de oostzijde 4.500 en de westzijde 4.500.
וְאֵלֶּה֮
(veele)
en dit
מִדּוֹתֶיהָ֒
(midoteiha)
haar maten
פְּאַ֣ת
(peat)
zijde van
צָפ֗וֹן
(tsafon)
noord
חֲמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
מֵאוֹת֙
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֣עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
וּפְאַת
(ufeat)
en zijde van
נֶ֕גֶב
(negev)
zuid
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
חמש
(chamesh)
vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֣עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִ֑ים
(alafim)
duizenden
וּמִפְּאַ֣ת
(umipeat)
en vanaf de zijde van
קָדִ֗ים
(qadim)
oost
חֲמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
מֵאוֹת֙
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֣עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
וּפְאַת
(ufeat)
en zijde van
יָ֕מָּה
(yama)
west
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֥עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִֽים
(alafim)
duizenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het getal 4.500 staat in het Hebreeuws als ‘vier duizend en vijf honderd’.

In de zuidzijde staat het woord ‘vijf’ twee keer; wij nemen één ‘vijf’.

17De stad krijgt weidegrond: noordwaarts tweehonderdvijftig, zuidwaarts tweehonderdvijftig, oostwaarts tweehonderdvijftig en westwaarts tweehonderdvijftig.
וְהָיָ֣ה
(vehaya)
en het zal zijn
מִגְרָשׁ֮
(migrash)
weidegrond
לָעִיר֒
(lair)
voor de stad
צָפ֨וֹנָה֙
(tsafona)
noordwaarts
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתַ֔יִם
(umatayim)
en tweehonderd
וְנֶ֖גְבָּה
(venegba)
en zuidwaarts
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָ֑יִם
(umatayim)
en tweehonderd
וְקָדִ֨ימָה֙
(veqadima)
en oostwaarts
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתַ֔יִם
(umatayim)
en tweehonderd
וְיָ֖מָּה
(veyama)
en westwaarts
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Wat overblijft in de lengte, langs de heilige heffing, is 10.000 naar het oosten en 10.000 naar het westen. Het ligt langs de heilige heffing. Zijn opbrengst is brood voor de knechten van de stad.
וְהַנּוֹתָ֨ר
(vehanotar)
en wat overblijft
בָּאֹ֜רֶךְ
(baorekh)
in de lengte
לְעֻמַּ֣ת
(leumat)
langs
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
הַקֹּ֗דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
עֲשֶׂ֨רֶת
(aseret)
tien
אֲלָפִ֤ים
(alafim)
duizenden
קָדִ֨ימָה֙
(qadima)
oostwaarts
וַעֲשֶׂ֤רֶת
(vaaseret)
en tien
אֲלָפִים֙
(alafim)
duizenden
יָ֔מָּה
(yama)
westwaarts
וְהָיָ֕ה
(vehaya)
en het zal zijn
לְעֻמַּ֖ת
(leumat)
langs
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
הַקֹּ֑דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וְהָיְתָ֤ה
(vehayeta)
en zal zijn
תְבֽוּאָתוֹ֙
(tevuato)
zijn opbrengst
לְלֶ֔חֶם
(lelechem)
tot brood
לְעֹבְדֵ֖י
(leovedei)
voor de dienaren van
הָעִֽיר
(hair)
de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְעֹבְדֵי הָעִיר (la’avdei ha’ir), ‘voor de knechten van de stad’: wie in de stad werkt.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat תבואתה (tevu’atah), ‘haar opbrengst’.

De voorgelezen tekst (qere) is תְבוּאָתוֹ (tevu’ato), ‘zijn opbrengst’.

Wij volgen de qere.

19Wie de stad dient, uit alle stammen van Israël, bewerkt het.
וְהָעֹבֵ֖ד
(vehaoved)
en wie dient
הָעִ֑יר
(hair)
de stad
יַעַבְד֕וּהוּ
(yaavduhu)
zullen het bewerken
מִכֹּ֖ל
(mikol)
uit alle
שִׁבְטֵ֥י
(shivtei)
stammen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְהָעֹבֵד (veha’oved), ‘wie dient’: een enkelvoud met de betekenis van een groep.

Uit alle stammen komen dus werkers voor het land van de stad.

20De hele heffing is 25.000 bij 25.000. Als een vierkant heffen jullie de heilige heffing, samen met het bezit van de stad.
כָּל
(kal)
heel
הַתְּרוּמָ֗ה
(hateruma)
de heffing
חֲמִשָּׁ֤ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
בַּחֲמִשָּׁ֥ה
(bachamisha)
bij vijf
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
רְבִיעִ֗ית
(reviit)
vierkant
תָּרִ֨ימוּ֙
(tarimu)
jullie zullen heffen
אֶת
(et)
(obj.)
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
אֶל
(el)
tot
אֲחֻזַּ֖ת
(achuzat)
bezit van
הָעִֽיר
(hair)
de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְבִיעִית (revi’it), ‘vierkant’: het woord is verwant met ‘vier’.

Het hele gebied van 25.000 bij 25.000 is een vierkant.

Het is de som van het deel van de priesters, het deel van de Levieten en het gebied van de stad: 10.000 plus 10.000 plus 5.000 breed.

Het deel van de vorst

21Wat overblijft is voor de vorst, aan beide kanten van de heilige heffing en van het bezit van de stad. Het ligt langs de 25.000 van de heffing tot de oostgrens en langs de 25.000 tot de westgrens, evenwijdig aan de delen. Het is voor de vorst. De heilige heffing en het heiligdom van het huis zijn in het midden ervan.
וְהַנּוֹתָ֣ר
(vehanotar)
en wat overblijft
לַנָּשִׂ֣יא
(lanasi)
voor de vorst
מִזֶּ֣ה
(mize)
aan de ene kant
וּמִזֶּ֣ה
(umize)
en aan de andere
לִתְרֽוּמַת
(litrumat)
van de heffing van
הַקֹּ֣דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וְלַאֲחֻזַּ֪ת
(velaachuzat)
en van het bezit van
הָעִ֟יר
(hair)
de stad
אֶל
(el)
langs
פְּנֵ֣י
(penei)
voorkant van
חֲמִשָּׁה֩
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִ֨ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֥לֶף
(elef)
duizend
תְּרוּמָה֮
(teruma)
heffing
עַד
(ad)
tot
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
קָדִימָה֒
(qadima)
oostwaarts
וְיָ֗מָּה
(veyama)
en westwaarts
עַל
(al)
langs
פְּ֠נֵי
(penei)
voorkant van
חֲמִשָּׁ֨ה
(chamisha)
vijf
וְעֶשְׂרִ֥ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
עַל
(al)
langs
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
יָ֔מָּה
(yama)
west
לְעֻמַּ֥ת
(leumat)
evenwijdig aan
חֲלָקִ֖ים
(chalaqim)
delen
לַנָּשִׂ֑יא
(lanasi)
voor de vorst
וְהָֽיְתָה֙
(vehayeta)
en zal zijn
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
הַקֹּ֔דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וּמִקְדַּ֥שׁ
(umiqdash)
en heiligdom van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het huis
בְּתוֹכֽוֹ
(betokho)
in het midden ervan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַנָּשִׂיא (lannasi), ‘voor de vorst’: het deel van de vorst ligt aan beide kanten van het vierkant, tot aan de oostgrens en de westgrens van het land.

Zie ook Ezech. 45:7.

Lezing

Aan het eind van het vers staat in de geschreven tekst (ketiv) בתוכה (betochah), in de voorgelezen tekst (qere) בְּתוֹכוֹ (betocho): ‘in het midden ervan’.

Wij volgen de qere.

22Het bezit van de Levieten en het bezit van de stad liggen midden in wat van de vorst is. Wat tussen de grens van Juda en de grens van Benjamin ligt, is voor de vorst.
וּמֵאֲחֻזַּ֤ת
(umeachuzat)
en vanaf het bezit van
הַלְוִיִּם֙
(halviyim)
de Levieten
וּמֵאֲחֻזַּ֣ת
(umeachuzat)
en vanaf het bezit van
הָעִ֔יר
(hair)
de stad
בְּת֛וֹךְ
(betokh)
in het midden van
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
לַנָּשִׂ֖יא
(lanasi)
voor de vorst
יִֽהְיֶ֑ה
(yihye)
zal zijn
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
יְהוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
וּבֵין֙
(uvein)
en tussen
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
בִּנְיָמִ֔ן
(binyamin)
Benjamin
לַנָּשִׂ֖יא
(lanasi)
voor de vorst
יִהְיֶֽה
(yihye)
zal zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zin begint met ‘vanaf het bezit van de Levieten en vanaf het bezit van de stad’.

De bedoeling is: deze twee liggen midden in het deel van de vorst.

Het Hebreeuws is hier kort en moeilijk.

De stammen in het zuiden

23De overige stammen, van de oostzijde tot de westzijde: Benjamin, één deel.
וְיֶ֖תֶר
(veyeter)
en de rest van
הַשְּׁבָטִ֑ים
(hashevatim)
de stammen
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ימָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
בִּנְיָמִ֥ן
(binyamin)
Benjamin
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Aan de grens van Benjamin, van de oostzijde tot de westzijde: Simeon, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
בִּנְיָמִ֗ן
(binyamin)
Benjamin
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ימָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
שִׁמְע֥וֹן
(shimon)
Simeon
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Aan de grens van Simeon, van de oostzijde tot de westzijde: Issachar, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
שִׁמְע֗וֹן
(shimon)
Simeon
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ימָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
יִשָׂשכָ֥ר
(yisashkhar)
Issachar
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Aan de grens van Issachar, van de oostzijde tot de westzijde: Zebulon, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
יִשָׂשכָ֗ר
(yisashkhar)
Issachar
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛ימָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
זְבוּלֻ֥ן
(zevulun)
Zebulon
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Aan de grens van Zebulon, van de oostzijde tot de westzijde: Gad, één deel.
וְעַ֣ל
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
זְבוּלֻ֗ן
(zevulun)
Zebulon
מִפְּאַ֥ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
קָדִ֛מָה
(qadima)
oostwaarts
עַד
(ad)
tot
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֖מָּה
(yama)
west
גָּ֥ד
(gad)
Gad
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Aan de grens van Gad, aan de zuidzijde, naar het zuiden, loopt de grens van Tamar naar het water van Meriba bij Kades, langs de beek naar de Grote Zee.
וְעַל֙
(veal)
en naast
גְּב֣וּל
(gevul)
grens van
גָּ֔ד
(gad)
Gad
אֶל
(el)
naar
פְּאַ֖ת
(peat)
zijde van
נֶ֣גֶב
(negev)
zuid
תֵּימָ֑נָה
(teimana)
zuidwaarts
וְהָיָ֨ה
(vehaya)
en het zal zijn
גְב֜וּל
(gevul)
grens
מִתָּמָ֗ר
(mitamar)
vanaf Tamar
מֵ֚י
(mei)
water van
מְרִיבַ֣ת
(merivat)
Meriba
קָדֵ֔שׁ
(qadesh)
Kades
נַחֲלָ֖ה
(nachala)
beek
עַל
(al)
naar
הַיָּ֥ם
(hayam)
de zee
הַגָּדֽוֹל
(hagadol)
de grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tamar (ligging onzeker): Tamar ligt aan de zuidgrens van het land in Ezechiël 47:19, ten zuiden van de Zoutzee, waarschijnlijk bij Ein Husb.

Dit is niet zeker.

Zie Meriba (bij Kades; ligging onzeker): Meriba bij Kades (Numeri 20:13), waarschijnlijk Ain Qudeirat in het noorden van de Sinaïwoestijn.

Er is ook een Meriba bij Refidim (Exodus 17:7).

Welke plaats in Psalm 81:8 en 106:32 bedoeld is, is niet helemaal zeker.

Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.

Zie Grote Zee: De Grote Zee is de Middellandse Zee, de westgrens van het land.

Uitleg

נַחֲלָה (nachalah), ‘beek’: zie de uitleg bij Ezech. 47:19.

De zuidgrens is dezelfde als daar.

Het einde van de rede van Yahweh

29Dit is het land dat jullie als erfdeel verdelen voor de stammen van Israël, en dit zijn hun delen, godsspraak van Heer Yahweh.”
זֹ֥את
(zot)
dit
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
תַּפִּ֥ילוּ
(tapilu)
jullie zullen laten vallen
מִֽנַּחֲלָ֖ה
(minachala)
als erfdeel
לְשִׁבְטֵ֣י
(leshivtei)
voor de stammen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit
מַחְלְקוֹתָ֔ם
(machleqotam)
hun delen
נְאֻ֖ם
(neum)
godsspraak van
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
Heer
יְהוִֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּפִּילוּ (tappilu), ‘jullie laten vallen’: het land wordt bij loting verdeeld; zie de uitleg bij Ezech. 47:22.

נְאֻם אֲדֹנָי יְהוִה (ne’um Adonai Yahweh), ‘godsspraak van Heer Yahweh’: zie de uitleg bij Ezech. 5:11. Hier eindigt de rede die in Ezech. 47:13 begon.

De poorten van de stad

30Dit zijn de uitgangen van de stad: aan de noordzijde, 4.500 in maat.
וְאֵ֖לֶּה
(veele)
en dit
תּוֹצְאֹ֣ת
(totseot)
uitgangen van
הָעִ֑יר
(hair)
de stad
מִפְּאַ֣ת
(mipeat)
vanaf de zijde van
צָפ֔וֹן
(tsafon)
noord
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֛וֹת
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֥עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizenden
מִדָּֽה
(mida)
maat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31De poorten van de stad dragen de namen van de stammen van Israël. Er zijn drie poorten naar het noorden: de poort van Ruben, één; de poort van Juda, één; de poort van Levi, één.
וְשַׁעֲרֵ֣י
(veshaarei)
en poorten van
הָעִ֗יר
(hair)
de stad
עַל
(al)
naar
שְׁמוֹת֙
(shemot)
namen van
שִׁבְטֵ֣י
(shivtei)
stammen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
שְׁעָרִ֥ים
(shearim)
poorten
שְׁלוֹשָׁ֖ה
(shelosha)
drie
צָפ֑וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
שַׁ֣עַר
(shaar)
poort van
רְאוּבֵ֞ן
(reuven)
Ruben
אֶחָ֗ד
(echad)
één
שַׁ֤עַר
(shaar)
poort van
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
אֶחָ֔ד
(echad)
één
שַׁ֥עַר
(shaar)
poort van
לֵוִ֖י
(levi)
Levi
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De twaalf poorten dragen de namen van de twaalf stammen: Ruben, Juda en Levi in het noorden; Jozef, Benjamin en Dan in het oosten; Simeon, Issachar en Zebulon in het zuiden; Gad, Aser en Naftali in het westen.

Jozef staat hier voor Efraïm en Manasse samen.

Levi heeft hier geen landsdeel, maar wel een poort.

32Aan de oostzijde, 4.500, zijn drie poorten: de poort van Jozef, één; de poort van Benjamin, één; de poort van Dan, één.
וְאֶל
(veel)
en naar
פְּאַ֣ת
(peat)
zijde van
קָדִ֗ימָה
(qadima)
oostwaarts
חֲמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
מֵאוֹת֙
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֣עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
וּשְׁעָרִ֖ים
(ushearim)
en poorten
שְׁלֹשָׁ֑ה
(shelosha)
drie
וְשַׁ֨עַר
(veshaar)
en poort van
יוֹסֵ֜ף
(yosef)
Jozef
אֶחָ֗ד
(echad)
één
שַׁ֤עַר
(shaar)
poort van
בִּנְיָמִן֙
(binyamin)
Benjamin
אֶחָ֔ד
(echad)
één
שַׁ֥עַר
(shaar)
poort van
דָּ֖ן
(dan)
Dan
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33De zuidzijde, 4.500 in maat, heeft drie poorten: de poort van Simeon, één; de poort van Issachar, één; de poort van Zebulon, één.
וּפְאַת
(ufeat)
en zijde van
נֶ֗גְבָּה
(negba)
zuidwaarts
חֲמֵ֨שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֜וֹת
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֤עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִים֙
(alafim)
duizenden
מִדָּ֔ה
(mida)
maat
וּשְׁעָרִ֖ים
(ushearim)
en poorten
שְׁלֹשָׁ֑ה
(shelosha)
drie
שַׁ֣עַר
(shaar)
poort van
שִׁמְע֞וֹן
(shimon)
Simeon
אֶחָ֗ד
(echad)
één
שַׁ֤עַר
(shaar)
poort van
יִשָּׂשכָר֙
(yisashkhar)
Issachar
אֶחָ֔ד
(echad)
één
שַׁ֥עַר
(shaar)
poort van
זְבוּלֻ֖ן
(zevulun)
Zebulon
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34De westzijde, 4.500, heeft drie poorten: de poort van Gad, één; de poort van Aser, één; de poort van Naftali, één.
פְּאַת
(peat)
zijde van
יָ֗מָּה
(yama)
west
חֲמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
מֵאוֹת֙
(meot)
honderden
וְאַרְבַּ֣עַת
(vearbaat)
en vier
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizenden
שַֽׁעֲרֵיהֶ֖ם
(shaareihem)
hun poorten
שְׁלֹשָׁ֑ה
(shelosha)
drie
שַׁ֣עַר
(shaar)
poort van
גָּ֞ד
(gad)
Gad
אֶחָ֗ד
(echad)
één
שַׁ֤עַר
(shaar)
poort van
אָשֵׁר֙
(asher)
Aser
אֶחָ֔ד
(echad)
één
שַׁ֥עַר
(shaar)
poort van
נַפְתָּלִ֖י
(naftali)
Naftali
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De naam van de stad

35Rondom is het 18.000. En de naam van de stad is vanaf die dag: Yahweh is daar.
סָבִ֕יב
(saviv)
rondom
שְׁמֹנָ֥ה
(shemona)
acht
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
וְשֵׁם
(veshem)
en naam van
הָעִ֥יר
(hair)
de stad
מִיּ֖וֹם
(miyom)
vanaf de dag
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
שָֽׁמָּה
(shama)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְהוָה שָׁמָּה (Yahweh shammah), ‘Yahweh is daar’: de naam van de stad.

מִיּוֹם (miyyom), ‘vanaf die dag’: letterlijk ‘vanaf de dag’.

Vergelijk Ezech. 10:18–19 en 11:23, waar de heerlijkheid van Yahweh de stad verlaat, en Ezech. 43:1–5, waar zij terugkeert.